CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4800 Raadsbrief Budgetbrief 2025-2030

Gecombineerde Commissie 24 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 1e Tussentijdse rapportage 20262.351 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Datum 23 juni 2026 Nummer 4800 Onderwerp Raadsbrief Budgetbrief 2025-2030

Portefeuillehouder Wethouder Van Veller

1. Aanleiding Recent heeft de gemeenteraad de Jaarstukken 2025, de Eerste tussentijdse rapportage 2026, en de Kadernota 2027-2030 ontvangen. Vervolgens kwam eind mei de meicirculaire 2026 van het Rijk uit, waarin de meest actuele inzichten in het gemeentefonds en daarmee het financiële beeld van gemeenten zijn verwerkt. In deze budgetbrief worden de financiële ontwikkelingen uit deze verschillende producten samengebracht en in samenhang gepresenteerd. Hiermee ontstaat een actueel en integraal beeld van de financiële positie van de gemeente, zowel voor het lopende jaar als voor de komende jaren. Doel van deze brief is om de gemeenteraad: •

Te informeren over de belangrijkste wijzigingen en ontwikkelingen sinds de behandeling van de P&C-producten

•

Inzicht te geven in het geactualiseerde meerjarenperspectief

•

Een reflectie te bieden op de financiële ontwikkelingen

•

Een doorkijk te geven naar de programmabegroting, waarin deze ontwikkelingen verder worden verwerkt.

Voor nadere informatie wordt verwezen naar de eerdere iBabs-dossiers: 4247

Jaarstukken 2025

4246

Eerste tussentijdse rapportage 2026

4273

Kadernota 2027-2030

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 2/8

2. Uitgangssituatie en jaarstukken 2025 Financiële uitgangssituatie De gemeente Leidschendam‑Voorburg beschikt over een solide financiële uitgangspositie. In een periode waarin gemeenten te maken hebben met maatschappelijke en financiële onzekerheden, toenemende druk op het sociaal domein en grote ruimtelijke opgaven, is het gelukt om de financiële stabiliteit te behouden. Dit beeld wordt bevestigd door de BDO Benchmark Nederlandse Gemeenten (2026), waarin Leidschendam‑Voorburg tot de financieel sterkere gemeenten behoort en binnen de categorie 50.000 tot 100.000 inwoners een rapportcijfer 9,8 behaalt. Landelijk is de financiële positie van gemeenten verbeterd (gemiddeld rapportcijfer 8,4), maar de benchmark laat tegelijkertijd zien dat deze positieve cijfers structurele financiële uitdagingen niet wegnemen. De gemeente beschikt daarnaast over een stevige reservepositie. Deze reserves, bestaande uit onder andere de algemene reserve en diverse bestemmingsreserves, maken het mogelijk om te investeren in belangrijke maatschappelijke opgaven, terwijl tegelijkertijd de structurele financiële balans wordt bewaakt. Daarbij is het van belang te onderkennen dat een groot deel van de reserves een specifieke bestemming heeft en daarmee niet vrij inzetbaar is. De daadwerkelijk vrij besteedbare ruimte is hierdoor beperkter dan de totale omvang van de reserves suggereert.

Tegelijkertijd staat de financiële positie van de gemeente onder druk door externe ontwikkelingen, zoals wijzigingen in het gemeentefonds en stijgende kosten. Dit vraagt blijvend om scherpe keuzes en een zorgvuldig financieel beleid. Jaarstukken 2025 In 2025 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg verdere stappen gezet richting een toekomstbestendige en leefbare gemeente. In lijn met de ambities uit de programmabegroting is gewerkt aan onder meer woningbouw, bereikbaarheid en mobiliteit, duurzaamheid en vergroening van de leefomgeving en het versterken van de sociale basis. Daarnaast is ingezet op verbetering van de dienstverlening en het versterken van participatie en betrokkenheid van inwoners. De uitvoering van de Omgevingsvisie en diverse gebiedsontwikkelingen vormen belangrijke bouwstenen voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. In de jaarrekening 2025 blijkt dat de gemeente minder heeft uitgegeven of meer heeft ontvangen dan gedacht. Daardoor blijft er ongeveer € 7 miljoen over. Dit resultaat wordt met name verklaard door:

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 3/8 •

Hogere baten en lagere lasten, met name binnen het sociaal domein

•

Onderschrijdingen als gevolg van uitgestelde activiteiten en projecten

•

Hogere inkomsten vanuit het Rijk

Er blijft geld over, maar dit is vooral tijdelijk (incidenteel). Middelen zijn niet volledig tot besteding gekomen en doorgeschoven naar latere jaren, onder andere door capaciteitsbeperkingen, afhankelijkheden van externe partijen en de complexiteit van opgaven. Hierdoor ontstaat geen structurele financiële ruimte voor de komende jaren. Reflectie De jaarstukken 2025 laten zien dat de gemeente financieel stabiel is en in staat is haar ambities grotendeels te realiseren. Het gerealiseerde resultaat ligt lager dan in 2023 en 2024, wat een positieve ontwikkeling is. Een lager resultaat betekent in dit geval dat minder middelen onbenut zijn gebleven en dat activiteiten en budgetten beter tot besteding zijn gekomen.

Tegelijkertijd blijkt dat de uitvoering van plannen op onderdelen achterblijft, wat zich vertaalt in het doorschuiven van activiteiten naar latere jaren. Dit laat zien dat er nog steeds verschillen bestaan tussen planning en realisatie. De financiële ontwikkeling bevestigt zoals gezegd dat het resultaat voor een belangrijk deel incidenteel van aard is. Dit sluit aan bij de 1e Tussentijdse rapportage 2026 en de Kadernota 2027–2030, waarin zichtbaar wordt dat het structurele begrotingssaldo onder druk staat. De inzichten uit de jaarstukken worden betrokken bij de verdere ontwikkeling van de planning- en controlcyclus en de voorbereiding van de programmabegroting.

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 4/8

3. Ontwikkelingen lopend jaar Hoofdlijnen 1e Tussentijdse rapportage 2026 De 1e tussentijdse rapportage 2026 geeft een beeld van de uitvoering van de begroting in de eerste maanden van het jaar. Op veel beleidsterreinen wordt voortgang geboekt, onder meer op het gebied van woningbouw, mobiliteit, duurzaamheid en het versterken van de sociale basis. Tegelijkertijd laten de eerste maanden van 2026 zien dat de uitvoering van opgaven onder druk kan staan. Vertragingen doen zich met name voor bij projecten en investeringen, als gevolg van afhankelijkheid van externe partijen, personele capaciteit en de complexiteit van de opgaven. De 1e Tussentijdse rapportage 2026 bevat diverse financiële mutaties, die per saldo een negatief effect hebben van € 1,1 miljoen. Daarmee laat het financiële beeld voor 2026 op dit moment een begrotingstekort zien van ongeveer € 8,8 miljoen. Na correctie voor incidentele baten en lasten resteert een structureel nadelig saldo van ongeveer € 4,3 miljoen. De financiële bijstellingen in de 1e Tussentijdse rapportage worden veroorzaakt door onder andere: •

De actualisatie van het investeringsplan, waarbij een realistischere planning leidt tot verschuiving van kapitaallasten naar latere jaren

•

Exogene en autonome ontwikkelingen, zoals hogere kosten voor jeugdzorg en inburgering, het uitstellen van de bezuinigingstaakstelling op de bibliotheek en aanvullende uitvoeringskosten voor aanbestedingstrajecten.

Bij de vaststelling van de Begroting 2026 in november 2025 is er bewust voor gekozen om het tekort in dit jaar zichtbaar te houden en niet te dekken met een structurele inzet van de algemene reserve. Hierdoor geeft het saldo een realistischer beeld van de financiële situatie en is het verschil met de jaren daarna duidelijk zichtbaar. Het beeld laat zien dat het tekort deels samenhangt met incidentele factoren en fasering van uitgaven, maar ook dat ontwikkelingen in met name het sociaal domein structureel druk blijven zetten op de begroting. Effecten meicirculaire voor 2026 Naast de 1e Tussentijdse rapportage 2026 heeft ook de meicirculaire effect op 2026. Het effect van de meicirculaire op 2027 en verder wordt verderop bij de Kadernota 2028-2031 toegelicht. De gemeentelijke financiën zijn voor een groot deel afhankelijk van de inkomsten uit het gemeentefonds, die door het Rijk worden bepaald. De meicirculaire 2026, op basis van de Voorjaarsnota, geeft de meest actuele inzichten in deze inkomsten en vormt daarmee een belangrijke bijstelling van het financiële beeld zoals opgenomen in de 1e tussentijdse rapportage

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 5/8 2026. De effecten voor 2026 worden vooral bepaald door veranderingen in de hoogte van de bijdrage van het Rijk door loon- en prijsontwikkelingen, door een andere manier waarop het geld over gemeenten wordt verdeeld en door wijzigingen in taken van de gemeente, bijvoorbeeld in het sociaal domein. Een belangrijk deel van deze mutaties heeft een technisch karakter en wordt ingezet voor het bijstellen van bestaande budgetten. Hierdoor ontstaat slechts beperkt aanvullende financiële ruimte. De meicirculaire zorgt voor een nadelige bijstelling van het financiële resultaat voor 2026 van € 1,5 miljoen. Hiermee komt het begrotingssaldo voor 2026 uit op € 5,8 miljoen negatief. De begrote uitgaven zijn dus € 5,8 miljoen hoger dan de begrote inkomsten. Deze effecten worden betrokken bij de verdere actualisatie van het begrotingsbeeld en de voorbereiding van de begroting 2027. De meicirculaire wijzigt daarmee het beeld voor 2026, maar verandert de onderliggende ontwikkeling niet wezenlijk: de financiële ruimte blijft beperkt en de druk op de begroting, met name vanuit het sociaal domein, blijft aanwezig. Voor de overige ontwikkelingen uit de meicirculaire op 2026 en verder, wordt verwezen naar de bijlage 4800 Toelichting meicirculaire 2026.

4. Perspectief op de komende jaren Financieel perspectief 2026-2030 Onderstaande tabel geeft het geactualiseerde structurele financiële perspectief voor de jaren 2026–2030 weer. Dit perspectief is gebaseerd op de 1e Tussentijdse rapportage 2026 en de Kadernota 2027-2030, aangevuld met de effecten van de meicirculaire 2026.

Omschrijving Primitieve begroting Amendementen Meerjarenbegroting Nota van Wijziging Raadsbesluiten tot en met maart 2026 Uitgangspositie 1e Turap 2026 en Kadernota 2027-2030 1e Turap 2026 & Kadernota 2027-2030

2026 -6.337 -67 -401 -854

2027 -1.484 -17 0 -260

2028 -732 -92 0 -2.076

2029 218 -92 -4 -1.938

2030 221 -92 -22 -1.707

-7.659

-1.761

-2.901

-1.816

-1.600

-1.143

-140

1.076

-90

-63

Meicirculaire 2026 Geactualiseerd meerjarenperspectief Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo Bedragen x € 1.000

-1.704 -10.506 -4.509 -5.997

972 -929 1.901 972

1.385 -440 1.825 1.385

-221 -2.127 0 -2.127

107 -1.556 0 -1.556

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 6/8 In 2026 houdt het college het tekort bewust zichtbaar en wordt dit niet gedekt met een structurele inzet van de algemene reserve. Dit is in overeenstemming met wat de raad besloten heeft in de raadsvergadering over de Begroting 2026 in november 2025. Voor de daaropvolgende jaren wordt, binnen de kaders van de toezichthouder, gebruikgemaakt van de mogelijkheid om tekorten tijdelijk te dekken uit de algemene reserve. Deze inzet vindt plaats in de jaren 2027 en 2028 en wordt doorgetrokken naar 2029 en 2030. Hierdoor ontstaat in 2027 en 2028 een sluitend structureel saldo, terwijl in de jaren daarna opnieuw tekorten zichtbaar zijn. Dit benadrukt dat de inzet van reserves een tijdelijk instrument is en het onderliggende structurele financiële vraagstuk daarmee niet volledig wordt opgelost. Kadernota 2027-2030 De Kadernota 2027–2030 vormt de basis voor het financiële meerjarenperspectief en geeft richting aan de begroting voor de komende jaren. De kadernota heeft een beleidsarm karakter, waarbij het uitgangspunt is om het bestaande beleid voort te zetten binnen een krap financieel kader. In de kadernota wordt voorgesteld om voor een beperkt aantal onderwerpen middelen beschikbaar te stellen en noodzakelijke intensiveringen door te voeren.

Daarbij zijn nadrukkelijk keuzes gemaakt, omdat niet alle ontwikkelingen en ambities gelijktijdig gerealiseerd kunnen worden. De belangrijkste ontwikkelingen die het meerjarenbeeld beïnvloeden zijn: •

Stijgende kosten in het sociaal domein, met name jeugdzorg

•

De opgave rondom nieuwkomers en inburgering

•

Structurele lasten vanuit onder andere het integraal onderwijshuisvestingsplan

•

Afnemende structurele rijksbijdragen vanaf 2028

Daarnaast is het investeringsplan geactualiseerd. Een realistischere planning en bijstelling van investeringen leiden tot verschuivingen in kapitaallasten, die van invloed zijn op het meerjarenperspectief. Het structureel sluitende beeld voor de jaren 2027 en 2028 komt tot stand door een combinatie van: •

Terughoudendheid in nieuw beleid

•

Verwerking van beleidsarme ombuigingen

•

Inzet van de algemene reserve als (tijdelijke) structurele dekking

Voor de jaren daarna ontstaat opnieuw een negatief structureel begrotingssaldo. Dit laat zien dat de huidige financiële balans niet structureel houdbaar is. De inzet van reserves biedt op korte termijn ruimte, maar vormt geen structurele oplossing. Dit vraagt richting de programmabegroting om verdere keuzes en prioritering binnen het gemeentelijk takenpakket.

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 7/8 Effecten Meicirculaire vanaf 2027 Na het opstellen van de Kadernota 2027–2030 is de meicirculaire 2026 verschenen. Deze circulaire bevat een actualisatie van de inkomsten uit het gemeentefonds en heeft daarmee effect op het meerjarenperspectief. De meicirculaire leidt tot een bijstelling van de algemene uitkering, onder meer als gevolg van aanpassingen in het accres, wijzigingen in verdeelmaatstaven en taakmutaties. Daarnaast bevat de meicirculaire een aantal relevante beleidsontwikkelingen, waaronder: •

De opschorting van de herverdeling van het gemeentefonds, waardoor de effecten van de nieuwe verdelingssystematiek later ingaan

•

Vanaf 2029 wordt Huishoudelijke hulp uit de Wmo gehaald, wat invloed heeft op de ontwikkeling van de kosten binnen het sociaal domein

•

De aanpassing van het OZB‑rekentarief, waardoor de veronderstelde belastingcapaciteit van gemeenten beter aansluit bij de praktijk en dit voor onze gemeente leidt tot een beperkt positief effect op de algemene uitkering

Een belangrijk deel van de mutaties heeft een technisch karakter en wordt ingezet voor het bijstellen van bestaande budgetten. De financiële effecten van de meicirculaire zijn verwerkt in het geactualiseerde meerjarenperspectief. Hoewel de meicirculaire het financiële beeld in de verschillende jaren wijzigt, verandert de onderliggende ontwikkeling niet wezenlijk. De structurele financiële ruimte blijft beperkt en het meerjarenperspectief blijft kwetsbaar. De meicirculaire bevestigt daarmee het beeld uit de kadernota dat de balans tussen taken en middelen onder druk staat en dat richting de programmabegroting verdere keuzes noodzakelijk zijn. Ontwikkeling inkomsten Gemeentefonds 2026-2030 182 180 178 176 174 172 170 168

2026

Bedragen x € 1.000.000

2027

2028

2029

2030

Datum Nummer Pagina

23 juni 2026 4800 8/8 In bovenstaande grafiek is te zien dat de korting op het gemeentefonds is verschoven van 2026 naar 2028. Hoewel dit op korte termijn enige verlichting biedt, blijft de structurele druk op de gemeentelijke financiën bestaan en wordt het financiële risico feitelijk doorgeschoven naar latere jaren. Voor een uitgebreide toelichting op de meicirculaire wordt verwezen naar de bijlage 4800 Toelichting meicirculaire 2026. Onderhandelingen Deze budgetbrief schetst op hoofdlijnen het actuele beeld van de financiële positie van de gemeente op basis van de op dit moment beschikbare informatie. Ontwikkelingen die samenhangen met het nog vast te stellen coalitieakkoord zijn hierin niet verwerkt. Dit betekent dat toekomstige beleidskeuzes en bijbehorende financiële consequenties op dit moment nog onzeker zijn en niet in deze cijfers tot uitdrukking komen. Hierdoor zijn ook de financiële risico’s en de (toekomstige) druk op de beschikbare financiële ruimte nog niet volledig in beeld. Dit sluit aan bij het beleidsarme karakter van de kadernota en de lijn die in de begroting wordt doorgetrokken. Als de uitwerking van het coalitieakkoord leidt tot aanvullende financiële consequenties, worden deze in een volgende budgetbrief inzichtelijk gemaakt.

burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

R.J. den Haan

M.W. Vroom

secretaris

burgemeester

Bijlage behorende bij deze raadsbrief: 4800

Toelichting Meicirculaire 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=feb78389-e45e-408d-9caa-34389693ba48