CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4800 - Bijlage Toelichting meicirculaire 2026

Gecombineerde Commissie 24 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen jaarstukken 20252.473 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Toelichting Meicirculaire 2026 Inleiding

De gemeentelijke financiën zijn voor een groot deel afhankelijk van de inkomsten uit het gemeentefonds. Deze inkomsten zijn niet direct beïnvloedbaar door ons als individuele gemeente, maar worden door het Rijk bepaald. Op drie tijdstippen in het jaar publiceert het Rijk informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. De effecten van de meicirculaire op het structurele begrotingssaldo zijn in beeld gebracht. Hieronder wordt nader ingegaan op deze effecten.

Inhoudelijke toelichting De meicirculaire 2026 is vrijdag 29 mei verschenen. Deze circulaire bevat informatie over de verdeling gemeentefonds per 2027. Dit betreft onder andere actualisatie van volume accres en LPO-accres, het effect op het BTW-compensatiefonds en wijzigingen en nieuw taakmutaties, decentralisatie- en integratieuitkeringen. In de onderstaande tabel is het verschil tussen de uitkering gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2026 en de decembercirculaire 2025 inzichtelijk gemaakt. Een groot deel van de toename zal direct ingezet moeten worden voor de bijstelling van lastenbudgetten wat betreft loon- en prijsontwikkelingen, taakmutaties en decentralisatie en integratie uitkeringen.

Het geactualiseerde structureel begrotingssaldo, rekening houdend met de financiële mutaties als gevolg van de meicirculaire 2026, is opgenomen in de onderstaande tabel.

Toelichting op de mutaties in het gemeentefonds De mutaties vanuit de meicirculaire 2026 bestaan uit een aantal onderdelen. Het gemeentefonds kent een algemene uitkering en decentralisatie-uitkeringen (waaronder ook integratie-uitkeringen). De algemene uitkering wordt jaarlijks geïndexeerd. Die indexatie bestaat uit het accres, waaronder ook aanvullende niet-taakgebonden kortingen en toevoegingen aan de algemene uitkering. Het accres exclusief deze kortingen en toevoegingen is te splitsen in een volume-accres en een prijs-accres die volgens een methodiek worden berekend. Door taakmutaties vinden wijzigingen van de algemene uitkering plaats. In onderstaande tabel wordt per onderdeel toegelicht wat de mutatie is ten opzichte van de begrotingstand na de 1e Tussentijdse rapportage van 2026 en de Kadernota 2027-2030.

A.

Accresontwikkeling (loon en prijsontwikkeling)

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2026 en verder. Het accres, gebaseerd op de Voorjaarsnotanota 2026 stijgt in 2026 en de jaren daarna. Het loon en prijs accres (LPO) is in deze circulaire geactualiseerd op basis van de laatste macroeconomische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2026. Rekening houdend met de verwachte prijsstijgingen en de CAO ontwikkelingen wordt dit deel van het accres vanaf 2027 op de stelpost Loon en prijsontwikkelingen gereserveerd, waarmee de lastenbudgetten in de begroting 20272030 waar nodig geïndexeerd worden.

B.

BTW compensatiefonds

In het saldo van 2026 zit ook de definitieve afrekening van het BTW compensatiefonds 2025 verwerkt. Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk (het BTW-compensatiefonds). Dit fonds kent echter een plafond. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het BTW-

compenstatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over in het BTWcompensatiefonds, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2025 werd al een voorschot van € 428 miljoen uitbetaald. De definitieve afrekening BCF is hierdoor € 213 miljoen lager en dit bedrag wordt in 2025 incidenteel onttrokken aan het gemeentefonds. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg leidt dit tot een incidenteel nadeel van € 0,85 miljoen in 2026. In de begroting 2026 en daarna mag een structurele stelpost ter grootte van de ruimte onder het plafond van het jaar 2025 worden opgenomen. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg Leidt dit tot een structurele verlaging van de eerder opgenomen stelpost van € 0,46 miljoen.

C. Suppletie-uitkering herverdeeleffect gemeentefonds Sinds 2023 geldt voor gemeenten een overgangsregeling vanwege de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor de algemene uitkering. Deze regeling wordt verwerkt via een aanvullende uitkering. Voor 2027 is besloten om de huidige grens van maximaal € 37,50 voordeel of nadeel per inwoner te handhaven, net als in 2025 en 2026. Daarbij wordt geen indexatie toegepast. Deze regeling geldt op dit moment ook voor 2028. Naar verwachting wordt na de zomer van 2026 duidelijk hoe wordt omgegaan met een eventuele indexatie voor 2028. Door het handhaven van deze overgangsregeling ontstaat in 2027 en 2028 een financieel voordeel van € 1,4 miljoen.

D.

Ontwikkeling van de uitkeringsfactor en maatstaven

Bij het begrip ontwikkeling van de uitkeringsbasis gaat het om de mutaties van de landelijke aantallen inwoners, woonruimten, leerlingen, uitkeringsgerechtigden, WOZ-waarden enzovoort. Dit leidt tot een in de meicirculaire tot een stijging van de uitkeringsfactor. In de meicirculaire worden de landelijke maatstaven en ook de maatstaven voor Leidschendam-Voorburg geactualiseerd. Belangrijkste effecten hierin zijn een naar beneden bijgesteld inwonersaantal voor 2026, maar een toename in de groei van het aantal inwoners, vanwege een stijging in de verwachte woningbouw. Dit leidt tot een nadeel in 2026, maar dit draait naar 2030 om in een voordeel. Ook is de uitkeringsfactor van enkele maatstaven aangepast. Waar het de toekomstige volume-effecten betreft zijn deze nog met onzekerheden omgeven en is het effect op de gemeentelijke lasten vooraf nog niet te bepalen. Daarom worden deze middelen gereserveerd in een stelpost volume. Zodra de volume-effecten inzichtelijk zijn en de gemeentelijke lasten hierop zijn aangepast, kan deze stelpost worden ingezet om de daarmee samenhangende financiële gevolgen op te vangen.

E.

Taakmutaties

In de meicirculairecirculaire zijn verschillende taakmutaties opgenomen. Een groot deel daarvan is al bekend vanuit de voorjaarnota 2026 van het Rijk. Tegenover deze (veelal) extra inkomsten staan vaak ook gemeentelijke lasten staan om deze taken uit te voeren. Onderstaande tabel geeft de taakmutaties weer. De taakmutaties worden onder de tabel kort toegelicht.

Wet handhaving sociale zekerheid Het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid treedt per 1 januari 2027 in werking. De uitvoeringsconsequenties voor gemeenten zijn inzichtelijk gemaakt met twee artikel 2- onderzoeken. Het ene onderzoek richtte zich op nieuwe of gewijzigde taken in het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid en onderliggende besluiten. Het andere onderzoek richtte zich specifiek op wijzigingen voor het (tussentijdse) maatregelenbesluit. Mede op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken ontvangen gemeenten een bijdrage in de uitvoeringskosten van het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid. Het betreft een incidentele bijdrage voor 2026 van € 6,6 miljoen en een structurele jaarlijkse bijdrage van € 1,8 miljoen vanaf 2027. Dit leidt tot een bijdrage van € 25.000 voor Leidschendam-Voorburg in 2026 en € 7.000 structureel vanaf 2027. Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wmo wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd. De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo was ingeboekt per 1 januari 2027. Echter, blijkt nu dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd.

Daarom wordt vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport € 266 miljoen (oorspronkelijke € 225 miljoen plus accres) voor het jaar 2027 middelen overgeheveld naar het gemeentefonds. Dit leidt tot een bijdrage van € 889.000 voor Leidschendam-Voorburg in 2027. Huishuidelijke hulp uit de Wmo en Vangnetregeling huishoudelijke hulp uit de Wmo Dit betreft maatregel 44 uit het Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard). Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien (€ 430 miljoen). Dit leidt tot een daling van een € 3,8 miljoen in 2029 en € 3,9 miljoen in 2030 voor Leidschendam-Voorburg. Kinderopvang pleegouders Bij Voorjaarsnota 2025 is door de Rijksoverheid extra geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen.

Deze bijdrage is bedoeld voor alle pleegouders die gebruik maken van (vormen van formele) kinderopvang en buitenschoolse opvang (bso), ook in het vrijwillig kader. Pleegouders betalen nu een eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang en buitenschoolse opvang; dit zijn kosten die overblijven na het ontvangen van de eventuele kinderopvangtoeslag. Bij decembercirculaire 2025 is voor 2025 eenmalig € 10,7 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Besloten is voor 2026 en 2027 deze middelen ook toe te voegen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dit leidt tot een bijdrage van € 49.000 voor Leidschendam-Voorburg in 2026 en 2027. Compensatieregeling niet-beoogde kosten jeugdzorg Op 16 juni 2025 is de SPUK-regeling ‘Niet beoogde jeugdzorgkosten vanwege verblijf’ verlengd voor de zorgkosten over de jaren 2024 en 2025. Op 24 november 2025 is de regeling vervolgens op onderdelen aangepast. Voor de uitvoering is in 2026 een bedrag van € 60 miljoen beschikbaar gesteld op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit budget is afkomstig uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Deze uitname uit de algemene uitkering leidt tot een nadeel van € 203.000 voor Leidschendam-Voorburg. Aan de andere kant is door Leidschendam-Voorburg inmiddels een aanvraag ingediend om gebruik te maken van deze regeling.

De ingediende aanvraag heeft een potentiële omvang van circa € 530.000. In het derde kwartaal van 2026 worden alle aanvragen beoordeeld en wordt vastgesteld welk bedrag aan gemeenten wordt toegekend. ‘Weeffout’ Jeugdzorg Bij de decentralisatie van de jeugdzorg is de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg overgegaan van de provincies naar de gemeenten. In het bestuursakkoord 2011-20154 is vastgelegd dat er € 90 miljoen van het provinciefonds werd overgeheveld naar het gemeentefonds. De uitname was gebaseerd op het aantal jongeren op dat moment. Bij de berekening van de bedragen is geen rekening gehouden met het feit dat de steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag zelf al verantwoordelijk waren voor de jeugdzorg. Hierdoor is er destijds € 10 miljoen structureel teveel overgeheveld van het provinciefonds naar het gemeentefonds. Dit leidt tot een structureel nadeel voor Leidschendam-Voorburg van € 35.000. Overige kleine mutaties Naast de bovengenoemde punten zijn er een aantal kleine mutaties opgenomen. Het betreft hier onder andere een verschuiving in tijd van de wet op de lijkbezorging, een mutatie voor ketensystemen jeugd en centralisering inschrijving vergunninghouders.

F.

Decentralisatie en integratie uitkeringen

Tot slot zijn er ook diverse mutaties opgenomen wat betreft de decentralisatie en integratie uitkeringen. De verdeling van de decentralisatie en integratie uitkeringen zijn niet gekoppeld aan de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt dat het hier vaak gaat om overheveling van specifieke uitkeringen of dat het gebruikt wordt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn.

Onderstaande tabel geeft de wijzigingen in de Decentralisatie en integratie uitkeringen weer. Het is een set aan kleinere mutaties en een aantal grotere (incidentele) uitkeringen.

Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt als gevolg van de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2026 (€ 84,1 miljoen in 2026, aflopend naar € 68,1 miljoen in 2031). Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg leidt dit tot een extra bijdrage van € 150.000 in 2026, € 173.000 in 2027, € 157.000 in 2028, € 222.000 in 2029 en € 157.000 in 2030. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is in totaal € 33,5 miljoen beschikbaar. Voor de alleenverdienersproblematiek in 2026 is een bijdrage van € 27,5 miljoen beschikbaar. Verder is er een nabetaling van € 6 miljoen voor 2024. Voor de gemeente LeidschendamVoorburg leidt dit tot een bijdrage van € 81.000 in 2026. Aanvullende ondersteuning lokale energiehulp Het beoogde doel van deze decentralisatie-uitkering is om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de bestaande lokale aanpak van energiearmoede te intensiveren. Om gemeenten te helpen, hebben het ministerie van SZW, de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie (TNE) en de VNG samengewerkt aan een portaal dat op een zorgvuldige en veilige wijze contactgegevens van aanvragers bij het TNE, die hiervoor toestemming hebben gegeven, beschikbaar stelt aan gemeenten.

In combinatie met de ontvangen data maakt dit het mogelijk huishoudens met een hoge energierekening en een laag inkomen gericht te benaderen, passende ondersteuning te bieden en daarbij gebruik te maken van het bestaande lokale hulpaanbod. In 2026 is hiervoor € 19,7 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de gemeente LeidschendamVoorburg leidt dit tot een bijdrage van € 99.000 in 2026. IBO Problematische schulden Het kabinet heeft een pakket aan maatregelen ingevoerd om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. In 2026 wordt beoogd bestuurlijke afspraken te tekenen tussen alle branches van vastelastenpartners, Divosa, NVVK en de VNG en het ministerie van SZW. Deze afspraken volgen op de

positieve wetsevaluatie van vroegsignalering in 2025 en hebben tot doel om de vroegsignalering van schuldenproblematiek een impuls te geven. Partijen voeren tot en met 2029 verbetermaatregelen door met als doel om het bereik van de doelgroep te verdubbelen en de ongewenste uitval van de deelnemende doelgroep te halveren. Vanuit het ministerie van SZW wordt voor 2026 een bijdrage van € 21,3 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg leidt dit tot een bijdrage van € 87.000 in 2026. Re-integratiedienstverlening gericht op jongeren Er wordt structureel extra budget beschikbaar gesteld gericht op de arbeidsinschakeling van jongeren tot 27 jaar. In totaal gaat het om € 12,5 miljoen in 2026 oplopend tot € 44,3 miljoen structureel vanaf 2033. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg leidt dit tot een bijdrage van € 38.000 van 2026 tot en met 2029 en € 47.000 in 2030. Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid Voor 2027 is € 671 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 583 miljoen verdeeld door middel van een verdeelsleutel die op verzoek van de VNG is opgesteld door Andersson Elffers Felix (AEF).

Deze verdeelsleutel is gebaseerd op de verschillende taken die gemeenten hebben en bijbehorende indicatoren zoals het aantal inwoners van een gemeente. Dezelfde verdeelsleutel is ook voor 2026 toegepast (zie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2025). Op voorstel van de VNG, in samenwerking met de RVO, wordt € 85,9 miljoen van het totaalbudget toegekend voor plannen die gemeenten hebben op gebied van het aardgasvrij maken van wijken, het aanleggen van windparken of zonneweiden of een zero-emissiezone. Een onderdeel van de algemene uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid zijn middelen voor de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Dit leidt tot een bijdrage van € 3,2 miljoen in Leidschendam-Voorburg. Overige kleine mutaties Naast de bovenstaande punten zijn er een aantal kleine mutaties opgenomen. Het betreft hier onder andere een vergoeding voor jeugdhulp kinderen in een AZC, Wet betaalbare huur, Overheidsbrede Dienstverlening, Armoedebestrijding kinderen, Faciliteitenbesluit opvangcentra, Ondersteuning lokale politieke partijen en alleenverdienersproblematiek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=91859859-8cb7-4f52-838b-73675f14bd98