4760 Raadsbrief eerste wijziging subsidieregelingen 2026
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 19 mei 2026 Nummer 4760 Onderwerp Raadsbrief eerste wijziging subsidieregelingen 2026 Portefeuillehouder Wethouder Van Veller
1. Aanleiding Op 4 februari 2025 heeft het college de subsidieregelingen voor maatschappelijke subsidies voor 2026 en verder vastgesteld. De nieuwe subsidiesystematiek is op 1 januari 2026 ingegaan met als belangrijk uitgangspunt dat het een flexibel en toekomstbestendig subsidiestelsel werd dat kan meebewegen met beleidsmatige en/of maatschappelijke ontwikkelingen. De implementatie van en eerste ervaringen met het nieuwe stelsel brachten nieuwe inzichten met zich mee, en leidden tot de wens een aantal wijzigingen aan te brengen. Deze raadsbrief heeft een informerend karakter aangezien het wijzigen van subsidieregelingen in principe een collegebevoegdheid betreft. De voorgenomen wijzigingen komen ten goede van de uitvoerbaarheid van de subsidieregelingen en passen in de oorspronkelijke uitgangspunten van de subsidiesystematiek.
De belangrijkste punten uit de Startnotitie van 23 april 2024 van de nieuwe subsidiesystematiek zijn: “de maatschappelijke opgave is leidend, het is een flexibel stelstel, met continuïteit voor de inwoners, met een sterkere regierol van de gemeente, met strategisch partnerschap, goed accounthouderschap, partners die onderling samenwerken en met verantwoording op maat.” Voor nadere informatie wordt verwezen naar eerdere iBabs-dossiers: 3966 Vaststellen subsidieregelingen maatschappelijke subsidies 2026 3769 Vaststellen startnotitie subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies
2. Inhoudelijke uiteenzetting De wijzigingen in de subsidieregelingen die worden voorgelegd in 4760 Collegevoorstel Vaststellen eerste wijziging subsidieregelingen 2026, komen onder meer tegemoet aan de volgende uitgangspunten voor de nieuwe subsidiesystematiek; - Een flexibel subsidiestelstel dat kan meebewegen met beleidsmatige en/of -
maatschappelijke ontwikkelingen met continuïteit voor de inwoners Een subsidiestelsel met meer langjarige subsidies Een subsidiestelsel met verantwoording op maat
Datum 4 mei 2026 Nummer 4762 Pagina 2/4
Later vaststellen looptijden gesubsidieerde activiteiten In de nieuwe maatschappelijke subsidieregelingen die per 1 januari 2026 in werking zijn getreden, is gewerkt met looptijden voor de te subsidiëren activiteiten, variërend van 12 maanden tot en met 48 maanden. Ondanks de wens om meer langjarige subsidies te verlenen, die de gemeenteraad uitsprak op 15 april 2025 via een amendement (ID 320), werd voor het merendeel van de gesubsidieerde activiteiten (46 van de 77) subsidie verleend voor maximaal 12 maanden. Om de laatste maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen mee te kunnen nemen én meer langjarige subsidies te kunnen verlenen wordt flexibiliteit ingebouwd door de looptijden niet aan de voorzijde in de regelingen vast te leggen maar deze in een later stadium vast te stellen bij de verlening van subsidies in Q4 van 2026. Zo kunnen beslissingen over de daadwerkelijke looptijden van specifieke subsidies genomen worden op basis van de laatste ontwikkelingen rondom: • • •
Mogelijke uitkomsten uit het coalitieakkoord; Ontwikkelingen zoals de opdracht van een sterk lokaal team; Nieuw beleid.
Dit biedt de mogelijkheid de periode waarover de subsidies beschikt worden op basis van de meest actuele informatie en secuurder het principe toe te passen; meerjarige subsidies waar dit kan. Het principe van het verlenen van meerjarige subsidies waar dit mogelijk is, is gebaseerd op de verandertheorie van Movisie en het Verwey-Jonker Instituut die 10 bouwstenen beschrijft om de sociale basis te versterken. Een van deze bouwstenen beschrijft een voorspelbare en structurele financiering door gemeenten. Meerjarige subsidiëring van partijen stelt hen én de gemeente in staat een duurzame relatie op te bouwen. Daarnaast stelt de zekerheid die meerjarige financiering partijen biedt, hen ook in staat om op hun beurt langdurig te investeren in inwoners. Om ook bij verlening van subsidie voor meerdere jaren flexibiliteit in te bouwen ten aanzien van (jaarlijkse vaststelling van) de gemeentelijke begroting kan een begrotingsvoorbehoud ex artikel 4:34, eerste lid van de Awb, worden opgenomen in de verleningsbeschikking. Dus: ‘onder de voorwaarde dat door de raad voldoende gelden ter beschikking worden gesteld’.
Verantwoording op maat - tussentijdse monitoring en beleidscyclus Om aan het uitgangspunt van verantwoording op maat te voldoen wordt de verplichting tot tussentijdse rapportage voor subsidieontvangers met een subsidie van €50.000,00 of een meerjarige subsidie omgezet in een “kan bepaling”. Het college kan subsidiepartners per verleningsbeschikking verplichten tot een tussentijdse rapportage op maat.
Datum 4 mei 2026 Nummer 4762 Pagina 3/4
Wanneer, zoals nu het geval is, het merendeel van de subsidiepartners wordt verplicht tot een tussentijdse rapportage over de eerste 6 maanden van hun activiteiten en nogmaals op papier te verantwoorden na 12 maanden levert dit maatschappelijke partners en de gemeente een administratieve last op die niet evenredig veel nieuwe inzichten biedt of beslissingen informeert. Bij optionele tussentijdse rapportage kunnen gerichte rapportagevragen worden opgenomen in de verleningsbeschikking zodat beleid getoetst of gevoed kan worden waar dit gewenst en zinvol is (nieuwe activiteiten, pilots). Daarnaast wordt het accounthouderschap de komende tijd doorontwikkeld. Daarbij wordt ook goed gekeken naar frequentie en vorm van gesprekken met subsidieontvangers met het doel structureel meer inzicht te verkrijgen en beter strategisch te kunnen sturen, monitoren en evalueren. Hoe nieuw inzicht en scherper geformuleerd beleid tot verbetering van de subsidieregelingen kan leiden wordt geïllustreerd in de aangescherpte criteria voor activiteiten op het gebied van cultuureducatie. De voorgestelde wijziging in de subsidieregeling Ontmoeten en Ontwikkelen met betrekking tot cultuureducatie zorgt voor betere aansluiting op onder meer de cultuurvisie en de nieuw vastgestelde uitvoeringsagenda cultuureducatie.
Ook zijn de subsidiecriteria verduidelijkt en aangescherpt waardoor aanvragen kwalitatief beter beoordeeld kunnen worden. Meerjarenbeleidsplan Bibliotheek In 2026 wordt een beleidsplan voor de bibliotheek ontwikkeld. Dit vloeit voort uit een toekomstige wettelijke verplichting als gevolg van de voorgenomen wijziging van de Wet openbaar stelsel bibliotheekvoorzieningen. Het college kiest ervoor om hierop vooruit te lopen zodat er duidelijke kaders opgesteld kunnen worden om enerzijds richting te geven aan de realisatie van de sterke lokale ambities ten aanzien van de bibliotheek, en anderzijds om beter regie te kunnen voeren en sterker te kunnen sturen. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Startnotitie meerjarenbeleidsplan openbare bibliotheekvoorziening 2027-2030 (iBabs 4616). Onderdeel van het beleidsplan zijn in ieder geval een uitvoeringsplan en financieel kader. Tezamen vormen deze kaders de basis voor verdere financiering aan de bibliotheek. Omdat het beleidsplan en de verdere uitwerking naar verwachting pas na de zomer gereed zijn, worden de activiteiten en de subsidie die de bibliotheek daar dit jaar voor ontvangt, uit de Subsidieregeling Ontmoeten en Ontwikkelen Leidschendam-Voorburg 2026 gehaald. Het budget dat hiermee samenhangt wordt niet voor andere doeleinden ingezet.
De bibliotheek kan dan op een later moment in het jaar subsidie aanvragen voor 2027 en verder, op basis van de nieuwe kaders.
Datum 4 mei 2026 Nummer 4762 Pagina 4/4
Financiën Voorgestelde wijzigingen zijn budgettair neutraal. Vervolg Na bekendmaking van de indexering volgt een raadsbrief met betrekking tot de financiële aspecten van maatschappelijke subsidies voor 2027. In de eerst mogelijke vergadering van de commissie Samenleving kunnen de commissieleden eventuele wensen en bedenkingen kenbaar maken aan het college door deze raadsbrief te agenderen.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester