CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4742 Bijlage 1 DB 2026-03-26 Ontwerp Jaarstukken 2025

Commissie Omgeving 23 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen zienswijze ontwerpbegroting omgevingsdienst Haaglanden 202723.785 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OPLEGNOTITIE

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Vergadering Dagelijks Bestuur 26 maart 2026 Agendapunt

4

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 00 E info@odh.nl I www.odh.nl

Ontwerp Jaarstukken 2025

De jaarrekening 2025 sluit met een nadelig rekeningresultaat van € 464.824. Onder de bestendige gedragslijn van voorgaande jaren zou dit resultaat uitkomen op een positief resultaat van € 343.647. Het verschil ontstaat doordat onze nieuwe accountant heeft geadviseerd de resultaten van de nacalculatie anders te verwerken, namelijk in het lopende boekjaar (overeenstemmingsprincipe). Voorgesteld wordt het negatieve rekeningresultaat 2025 van € 464.824 te onttrekken aan de algemene reserve. Bij het opstellen van de jaarstukken is gebleken dat bij het contract voor inhuur van personeel de werkelijke uitgaven de oorspronkelijke raming aanzienlijk hebben overschreden. Nadat dit werd geconstateerd, zijn de voorbereidingen gestart voor een nieuwe Europese aanbesteding. Inmiddels is per 1 januari 2026 een nieuw Europees contract voor de brokerdienstverlening van kracht. Vanwege omstandigheden die ten tijde van de oorspronkelijke raming nog niet bekend waren, blijkt de eerdere raming te laag te zijn ingeschat. De verklaring van de accountant zal na ontvangst aan de jaarstukken worden toegevoegd. Voor de Jaarstukken geldt de volgende procedure: 1. Verzending Ontwerp Jaarstukken 2025 ter kennisname naar raden op 26 maart 2026; 2.

Reactie op het verslag van bevindingen zal samen met het accountantsrapport worden behandeld in het DB van 25 juni 2026 en worden toegevoegd aan de stukken van het AB van 9 juli 2026. Datzelfde geldt voor de reactie op de bevindingen van de rekeningcommissie; 3. Vaststelling jaarstukken door het AB op 6 juli 2026.

Bijlagen

Ontwerp Jaarstukken 2025 v0.9

Voorstel Het DB stelt voor de Ontwerp Jaarstukken 2025 met een positief advies voor te leggen aan het AB.

Ontwerp Jaarstukken 2025 versie DB 26 maart 2026

1 / 64

Inhoudsopgave DEEL 1 Jaarverslag .............................................................................................................................................. 3 1

Inleiding ................................................................................................................................................... 3

2

Jaarrekening in één oogopslag .................................................................................................................. 5

3

Realisatie programma’s ............................................................................................................................. 7

3.1

Programma Toetsing en Vergunningverlening ............................................................................................ 7

3.2

Programma Toezicht en Handhaving ....................................................................................................... 10

4

Paragrafen .............................................................................................................................................. 17

4.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................... 17

4.2

Financiering ............................................................................................................................................ 19

4.3

Bedrijfsvoering ........................................................................................................................................ 19

4.4

Openbaarheid ......................................................................................................................................... 25

4.5

Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................................. 25

DEEL 2 Jaarrekening .......................................................................................................................................... 26 1.

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling .................................................................................. 26

2

Rechtmatigheidsverantwoording ............................................................................................................. 28

3.

Balans..................................................................................................................................................... 30

3.1.

Toelichting op de balans .......................................................................................................................... 31

4.

Overzicht van lasten en baten .................................................................................................................. 35

4.1

Toelichting overzicht van lasten en baten ................................................................................................. 36

5

Nacalculatie en deelnemersbijdragen ...................................................................................................... 39

6

Overzicht incidentele lasten en baten....................................................................................................... 41

7

Wet normering topinkomens ................................................................................................................... 43

8

Besluit Algemeen Bestuur ........................................................................................................................ 44

DEEL 3 Bijlagen .................................................................................................................................................. 45 Bijlage 1. Baten en lasten per taakveld ............................................................................................................... 45 Bijlage 2. Kerngegevens en bestuursstructuur ..................................................................................................... 46 Bijlage 3. Kwantitatieve verantwoording realisatie programma’s ......................................................................... 47 1 Programma T&V ................................................................................................................................ 47 2 Programma T&H ................................................................................................................................ 54 3 Raming en realisatie werkplan T&V en T&H ......................................................................................... 60 Bijlage 4. SiSa-bijlage ......................................................................................................................................... 62 Bijlage 5. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant .......................................................................... 63 Bijlage 6.

Begrippen- en afkortingenlijst ............................................................................................................. 64

2 / 64

DEEL 1 Jaarverslag 1

Inleiding

De jaarrekening over 2025 laat opnieuw zien dat de Omgevingsdienst Haaglanden haar rol met kracht en toewijding vervult. Ook dit jaar hebben wij weer meer productie geleverd voor onze deelnemers. Dat is mede te danken aan de intensivering van taken voor de Provincie Zuid-Holland en de groeiende vraag van onze gemeenten. Zo hebben we voor soortenbescherming ruim vierhonderd vergunningen afgegeven — waaronder vergunningen voor herstelbeheer in Natura 2000 gebieden en voor projecten die biodiversiteit versterken. Hiermee hebben we voor het eerst sinds de start van de groentaken in 2017 geen achterstanden meer, een belangrijke mijlpaal. Ook bij gemeenten is de vraag naar onze inzet verder toegenomen. Als voorbeeld: bij meerdere gemeenten zijn versnellingen gerealiseerd bij bodemonderzoeken voor gebiedsontwikkelingen zoals transformatieprojecten in Rijswijk en Den Haag, waar onze inzet cruciaal was om planvorming tijdig rond te krijgen. In totaal is circa 315.000 uur in rekening gebracht, resulterend in een omzet van € 35,9 miljoen euro. Dit jaar is na rijp beraad met de (nieuwe) accountant gekozen voor het doorbreken van de bestendige gedragslijn bij de verwerking van de nacalculatie. De nacalculatie wordt hierbij, in tegenstelling tot voorgaande jaren, in het lopende boekjaar verwerkt. Hierdoor hebben we dit jaar tweemaal met onze deelnemers moeten afrekenen.

Dit leidt in 2025 tot een negatief resultaat van € 465.000. Onze algemene reserve is groot genoeg om dit eenmalige negatieve resultaat op te kunnen vangen en het bevordert de getrouwheid van financiële verantwoording. Zoals vrijwel ieder jaar wijkt de realisatie sterk af van de primitieve begroting, die uitging van een omzet van € 32,4 miljoen. Een aanmerkelijk deel van onze werkzaamheden werd namelijk incidenteel gefinancierd. Doordat dit de afgelopen jaren pas later in het jaar werd toegekend, lieten we daardoor structureel middelen liggen die nodig zijn voor onderwerpen die bepalend zijn voor onze toekomstbestendigheid, zoals het versterken van onze informatievoorziening en datagedreven werken, de modernisering van onze ICT-omgeving of het professioneler inkopen van specialistische diensten. Voor onze deelnemers leiden de lagere kosten en een lager uurtarief er weliswaar toe dat zij in de nacalculatie hun vordering op de ODH zien stijgen of zelfs geld terugkrijgen; deze werkwijze raakt echter aan onze wendbaarheid om structureel te investeren. Met het project Herijking financiering hebben we een eerste stap gezet om deze problematiek op te lossen. Het innovatieprogramma is gestart en vormt de basis voor vernieuwing en procesverbetering. Zo zijn we in 2025 gestart met een project om met behulp van AI sneller vergunningen te schrijven.

Onze dataspecialisten ontwikkelden bovendien een dashboard waarmee afvalstromen vanuit het Landelijke Meldpunt Afvalstoffen gericht en overzichtelijk kunnen worden ingezien voorafgaand aan een inspectie — een waardevol hulpmiddel, ook binnen ketentoezicht. In samenwerking met de vijf andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland heeft ODH stevige stappen gezet richting ons eigen ODH-brede droneprogramma. Daarmee kunnen we onder meer: •

snel gebieden in beeld brengen, zoals bedrijventerreinen of locaties met grondverzet of opslag;

•

georuimtelijke metingen uitvoeren (breedte, lengte, hoogte, oppervlak en inhoud);

•

sensorische beeldvorming maken, zoals warmtebeelden, chemische metingen en lichtstraling;

•

foto- en videoregistraties uitvoeren met hoge nauwkeurigheid;

•

veilig inspecties uitvoeren, bijvoorbeeld bij asbestsaneringen of op moeilijk bereikbare locaties. 3 / 64

Daarnaast voldoen we aan alle robuustheidscriteria binnen het VTH-stelsel en is de samenwerking met andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland verder versterkt. Een concreet voorbeeld is de gezamenlijke aanpak van ketentoezicht, waarbij we in complexe milieuzaken samenwerken ter bestrijding van milieufraude. In onze dienstverlening hebben we grote stappen gezet. We communiceren transparanter en denken actief mee over verbeteringen. Een aansprekend voorbeeld is het project GroenLicht, waar we samen met Sociale Verhuurder Haaglanden (SVH) en ecologische bureaus werken aan een digitale aanvraag voor natuurvergunningen én een AI toepassing die conceptvergunningen genereert. Dit levert niet alleen tijdwinst op, maar zorgt ook voor eenduidiger kwaliteit. Ook op duurzaamheid, vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn resultaten behaald. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Haaglanden is vastgesteld en geeft duidelijke prioriteiten voor de komende jaren: waterkwaliteit, luchtkwaliteit, geluid en omgevingsveiligheid. Het afgelopen jaar hebben we flinke stappen gezet in de ontwikkeling van onze organisatie. Met ons leiderschapstraject werken we aan een wendbare en professionele organisatie. Het programma draagt bij aan een sterke en lerende omgeving. Daarnaast mochten we ruim veertig nieuwe collega’s verwelkomen, is de inhuur afgenomen en is het ziekteverzuim gedaald.

Het MT heeft een nieuwe start gemaakt met twee nieuwe afdelingshoofden. We hebben een adviesteam opgericht dat onze rol als strategisch kennispartner verder versterkt. Dit team leverde onder meer vroegtijdig advies bij gemeentelijke Omgevingsvisies en bij complexe milieuvraagstukken, zoals geurbelasting rond bedrijventerreinen en de inpassing van duurzame energievoorzieningen. We staan er financieel gezond voor. We behalen de resultaten waarvoor we zijn opgericht en blijven ons ontwikkelen waar dat nodig is. Het positieve resultaat benutten we om ervoor te zorgen dat we ook in 2026 en daarna met volle kracht vooruit kunnen — in innovatie, in kennisontwikkeling en in samenwerking met onze deelnemers. Samen blijven we bouwen aan een robuuste organisatie, investeren we in kennis en innovatie, creëren we ruimte voor ontwikkeling en samenwerking, en houden we koers op een leefomgeving die veilig, gezond en duurzaam is voor iedereen.

Mr. Christiaan van der Kamp Directeur Omgevingsdienst Haaglanden

4 / 64

2

Jaarrekening in één oogopslag

Tabel 1 Programmaverantwoording Bedragen *€ 1.000 Omschrijving programma

Jaarrekening 2024

Primitieve begroting 2025

Lasten Toetsing en Vergunningverlening Lasten Additionele projecten Baten Additionele projecten Totaal Programma Toetsing en Vergunningverlening

12.236 1.093 -1.093 12.236

11.774 0 0 11.774

Begroting na wijziging NJN 2025 13.256 753 -753 13.256

Jaarrekening 2025

Lasten Toezicht en Handhaving Lasten Additionele projecten Baten Additionele projecten Totaal Programma Toezicht en Handhaving

8.672 708 -708 8.672

9.709 732 -732 9.709

9.943 784 -784 9.943

8.437 905 -905 8.437

Lasten Overhead Lasten Additionele projecten Baten Additionele projecten Heffing Vpb Onvoorzien Totaal Programma Overhead

13.530 193 -193 0 0 13.530

10.846 0 0 0 50 10.896

11.357 245 -245 0 50 11.407

13.795 81 -81 0 0 13.795

Totaal programma's

34.438

32.379

34.606

35.894

Algemene dekkingsmiddelen Overig Totaal Baten

-34.438 0 -34.438

-32.425 0 -32.425

-34.762 0 -34.762

-35.585 0 -35.585

Saldo van baten en lasten

0

-46

-156

309

Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves

205 -897

216 0

216 -60

216 -60

Gerealiseerd resultaat

-692

170

0

465

13.662 407 -407 13.662

Resultaatbestemming De jaarrekening 2025 sluit met een negatief rekeningresultaat van € 464.824. Onder de bestendige gedragslijn van voorgaande jaren zou dit resultaat uitkomen op een positief resultaat van € 343.647. Het verschil ontstaat doordat onze nieuwe accountant heeft geadviseerd de resultaten van de nacalculatie anders te verwerken, namelijk in het lopende boekjaar (overeenstemmingsprincipe). Voorgesteld wordt het negatieve rekeningresultaat 2025 van € 464.824 te onttrekken aan de algemene reserve. Conform dit advies verwerken wij in deze jaarrekening zowel het nacalculatie effect over 2024 als over 2025. Dit leidt ertoe dat eenmalig extra lasten worden genomen, waardoor het resultaat uitkomt op negatief € 464.824. Met deze verwerking wordt volledig aangesloten bij de actuele interpretatie van de verslaggevingsregels en wordt de transparantie richting DB, AB en accountant geborgd. In totaal is een bedrag van € 808.471 overeenkomstig het besluit van het AB van 26 juni 2019 collectief met de deelnemers afgerekend op basis van het werkelijk aantal bestede uren en het werkelijk uurtarief per deelnemer. Het betreft hier het verschil tussen voor- en nacalculatie op basis van de werkelijk gerealiseerde productie die via de methodiek nacalculatie wordt doorgeschoven naar 2026 dan wel wordt afgerekend. Voor de resultaten per deelnemer verwijzen wij naar Hoofdstuk 5.

5 / 64

Vermogenspositie Tabel 2 Verkorte balans Bedragen *€ 1.000 Activa Vaste activa Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Overlopende Activa

31-12-2025 481

31-12-2024 Passiva 629 Eigen vermogen

12.228 6 747

10.351 547 884

13.463

12.411

31-12-2025 2.346

31-12-2024 2.654

Voorzieningen

2.138

1.499

Netto-vlottende schuld < 1 jaar Overlopende Passiva

5.340 3.639 13.463

4.288 3.853 12.411

De post vaste activa geeft de stand van de investeringen in materiële vaste activa na afschrijvingen weer. De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar betreffen voornamelijk vorderingen op deelnemers voor de uitvoering van intensiveringen en additionele opdrachten. Daarnaast is hier de rekeningcourant Schatkistbankieren verantwoord. De liquide middelen betreft het saldo dat ultimo van het jaar aan banksaldi beschikbaar was. De in de overlopende activa opgenomen posten hebben betrekking op kosten die in 2025 zijn betaald en betrekking hebben op 2026 alsmede nog te ontvangen bijdragen in de additionele projectkosten. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het rekeningresultaat voor bestemming. De voorzieningen bestaan uit het saldo van de voorziening werkloosheidsuitkeringen en het saldo van de voorziening bovenwettelijk verlof. De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar bestaan voornamelijk uit nog af te dragen BTW, loonheffing, sociale premies en pensioenpremies. De overlopende passiva bestaan uit de gefactureerde dwangsommen, de verrekening met de deelnemers op basis van nacalculatie, vooruit gefactureerde deelnemers bijdragen en uit nog te nog te ontvangen facturen van in 2025 geleverde goederen en diensten.

6 / 64

3

Realisatie programma’s

Jaarlijks wordt per deelnemer een werkplan opgesteld als basis voor de uitvoering van vergunningverlening1, toezicht2 en handhavingstaken (VTH-taken). De taken zijn in 2025 volgens de werkplannen uitgevoerd. Er wordt zaakgericht gewerkt, ondersteund door digitale processen en op basis van de bestuurlijk vastgestelde PDC3 van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland. Op de VTH‑taken zijn de kaders van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit van toepassing en wordt gewerkt conform de landelijke kwaliteitscriteria VTH. Financiering vindt plaats op basis van output, dat wil zeggen aan de hand van de per opdrachtgever te leveren producten en diensten. De deelnemersbijdrage is op basis van voorcalculatie vastgesteld. Verantwoording over 2025 vindt conform de bestuurlijke afspraak via nacalculatie op basis van het aantal gerealiseerde uren en werkelijke kosten. Het werkaanbod is voor een belangrijk deel vraag gestuurd en daardoor deels afhankelijk van externe ontwikkelingen en factoren. Het gaat dan vooral om vergunningaanvragen, meldingen, klachten en toezichtresultaten die leiden tot verder toezicht en/of handhaving. In de diverse ambtelijke voortgangsrapportages (juni en september) en de jaarrapportage is aan de deelnemers uitgebreid gerapporteerd over de voortgang en de uitgevoerde werkzaamheden per deelnemer.

Indien de daadwerkelijke kentallen (in uren) lopende een uitvoeringsjaar significant afwijken van de kentallen (in uren) van de begroting, is hierover tussentijds per deelnemer (ambtelijk) gerapporteerd. Deze afwijkingen worden in de Voor- of Najaarsnota gerapporteerd indien ook sprake is van een effect op de totale deelnemersbijdrage. De kwantitatieve verantwoording (aantallen) is opgenomen in bijlage 3. en vindt plaats op basis van de registratie van werkzaamheden in het zaaksysteem.

3.1 Programma Toetsing en Vergunningverlening Het programma T&V bestaat uit de volgende clusters (werkvelden): − Milieu-inrichtingen (inclusief asbestsloop) − Bodem & Ondergrond (bodemkwaliteit, grondwater, ontgronding, PMV) − Natuurbescherming − Milieu & RO (lucht, geluid, externe veiligheid, MER) − Overige taken In grafiek 1 is een grafische weergave opgenomen van de percentuele verdeling van het aantal zaken en het werkvolume per werkveld. In de grafiek is te zien dat het werkveld Milieu-inrichtingen een groot aantal zaken omvat (48% van het totaal aantal zaken), hoofdzakelijk als gevolg van de (asbest)sloopmeldingen. Omdat deze (asbest)sloopmeldingen een relatief laag werkvolume kennen, ligt het volume-aandeel van Milieu-inrichtingen een stuk minder hoog (21% van het totale volume). Omgekeerd bestaan de “overige taken” vooral uit een werkvolume (uren) zonder dat daaraan aantallen zijn verbonden en is het volume (uren) per zaak voor natuur hoger relatief hoog. Voor natuurbescherming is de gemiddeld inzet per zaak relatief hoog zodat het volume aandeel beduidend groter is dan het aandeel in aantal zaken.

1 2 3

Onder “vergunningverlening” wordt tevens begrepen de taken op het gebied van toetsing en advisering Onder “toezicht” wordt tevens begrepen het behandelen van overlastmeldingen Producten- en Diensten Catalogus Omgevingsdiensten Zuid-Holland, versie 1.0 d.d. 9 september 2013

7 / 64

De taken zijn op hoofdlijn uitgevoerd conform de werkplannen van de individuele gemeentelijke deelnemers. Voor de provincie is sprake geweest van een sterke intensivering ten opzichte van het werkplan 2025. Het gaat daarbij om de reguliere wettelijke taakuitvoering (meldingen, toetsingen, vergunningen en beschikkingen) en de opgedragen taken ter ondersteuning van bijvoorbeeld planontwikkeling of MER-procedures.

Grafiek 1 Procentuele verdeling naar cluster op basis van gerealiseerde aantallen en gerealiseerd werkvolume % verdeling aantal zaken naar cluster 2025 Milieu & RO 9%

% verdeling werkvolume naar cluster 2025

Overige taken 1%

Overige taken 12%

Natuurbescherming 9%

Milieu-inrichtingen 21%

Milieu & RO 8% Milieu-inrichtingen 48%

Bodem & Ondergrond 33%

Bodem & Ondergrond 25%

Natuurbescherming 34%

Grafiek 2 Werkvolume in aantal gerealiseerde aantal zaken en uren (2017-2025)

Werkvolume in aantal zaken

Werkvolume in uren

12.000

200.000 180.000

10.000

160.000 140.000

8.000

120.000 6.000

100.000 80.000

4.000

60.000 40.000

2.000

20.000 0

0 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Het gerealiseerde aantal zaken is vanaf 2021 beduidend hoger dan de daarvoor liggende jaren. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de taakuitbreiding op (asbest)sloopmeldingen en de toegenomen inzet op natuurbescherming. Het totaal aantal uitgevoerde zaken binnen het programma T&V is lager dan de bijgestelde raming voor 2025. Dit zit vooral in een lager aantal toetsingen (milieu en bodem). Fluctuaties in vraag als gevolg van externe factoren doen zich overigens elk jaar voor en zijn van invloed op het werkaanbod. Het gerealiseerde werkvolume (aantal uren) is in 2025 hoger geweest dan in voorgaande jaren. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de werkveld natuurbescherming. In Bijlage 3 paragraaf 1 is een toelichting per cluster opgenomen. Het totaal aantal gerealiseerde uren binnen het programma T&V ligt boven de (bijgestelde) raming.

8 / 64

Voor natuurbescherming is 2025 (evenals de voorgaande jaren) een intensief jaar geweest. Dit geldt met name voor soortenbescherming. Voor stikstof is al enkele jaren sprake van diverse complicerende ontwikkelingen zoals het vervallen van de bouwvrijstelling en het via rechtszaken aanscherpen van juridische kaders voor de vergunningverlening, met eind 2024 de RvS uitspraak over intern salderen waardoor er een soort patstelling is geweest, ook nog in 2025. Er was sprake van vergunningverlening maar niet in de mate die verwacht mag worden. Of zaken liggen op de plank of zaken zitten in de pijplijn maar hebben ODH vanwege alle onduidelijkheden nog niet bereikt. Op het vlak van de soortenbescherming heeft er een enorme intensivering plaatsgevonden, zijn achterstanden ingelopen, trekken de SMP's (Soorten Management Plannen) enorm aan en lopen er tal van initiatieven om te komen alternatieve manieren van vergunning verlenen (minder onderzoek, meer maatregelen) om op dit manier versnelling van met name woningbouw te bereiken maar tegelijkertijd de stedelijke gebieden beter geschikt te maken voor de soorten. Tot slot ook een benoemen van het project GroenLicht dat ODH samen met Sociaal Verhuurders Haaglanden (SVH) heeft opgezet:. GroenLicht introduceert een vernieuwde aanvraagroute met een digitaal aanvraagformulier, opgebouwd als checklist met duidelijke kwaliteitscriteria.

Aanvragers weten hierdoor vooraf wat nodig is voor een goede aanvraag. Dat leidt tot completere dossiers en minder verzoeken om aanvullende informatie. Dit zou de afhandelingssnelheid enorm moeten versnellen. Het project is gestart in 2025, einde eerste kwartaal is de live gang. Een belangrijk onderdeel van GroenLicht is de ontwikkeling van een AI-tool binnen en door ODH. Deze tool zet de informatie uit het aanvraagformulier om in een besluit en ondersteunt daarmee het beoordelingsproces. De inhoudelijke afweging blijft mensenwerk, maar de tool helpt om efficiënter te werken binnen de geldende kaders. Ook voor de Waterwet was 2025 een intensief jaar. Dit is onder andere het gevolg van het doorvoeren van aardgasloze energievoorzieningen voor woningen, kantoren en bedrijven, alsmede de gewijzigde wetgeving. Daarnaast speelde de grootschalige aanpak van de drinkwatervoorzieningen door Dunea. Op het gebied van bodem blijft er aandacht voor de bodemtaken in het kader van de Omgevingswet. Het bodemplatform Haaglanden is daarvoor een plek waar betrokken bodemambtenaren van de Haaglanden gemeenten, de ODH en de provincie drie tot vier keer per jaar samen.

Het doel van het bodemplatform is kennisuitwisseling en kennisdelen op bodemgebied (in de ruime zin van het woord) in Haaglanden, samen kijken naar uitdagingen en veranderingen in het bodemwerkveld en onderzoeken of gezamenlijk lokaal beleid in Haaglanden mogelijk en wenselijk is. Een meer gedetailleerde verantwoording is opgenomen in bijlage 3 paragraaf 1

9 / 64

3.2 Programma Toezicht en Handhaving Het programma T&H bestaat uit de werkvelden: − Toezicht − Overlast − Duurzaamheid − Handhaving − Overige taken Dit jaar zijn er fysieke- en administratieve controles ingezet om te controleren en te beoordelen of voorgeschreven technische en organisatorische voorzieningen of maatregelen ook daadwerkelijk aanwezig waren en of er is voldaan aan de gestelde norm. Inrichtingen met een hoge milieurelevantie zijn gecontroleerd door toezichthouders van de ODH. De controles bestonden uit periodieke-, administratieve-, hercontroles en incidentele controles naar aanleiding van overlastmeldingen. In 2025 is het aantal uitgevoerde zaken binnen het programma T&H onder de prognose uitgekomen. Er waren 12.442 zaken gepland waarvan er uiteindelijk 12.388 zaken zijn uitgevoerd. Er zijn minder zaken gerealiseerd daarentegen is de gemiddelde duur hoger dan tevoren geraamd. Grafiek 3 Realisatiecijfers toezicht T&H 2019 – 2025

Toezicht & Handhaving realisatie per onderwerp in de jaren 2019 t/m 2025 2.800 2.300 1.800 2019 2020

1.300

2021 2022

800

2023 2024

300

2025 -200

Er is een aantal specifieke en projectmatige werkzaamheden verricht zoals: − Risico Register Gevaarlijke Stoffen (RRGS): controle van de inrichtingen die op de risicokaart staan op naleving van wetgeving en juistheid van gegevens in het RRGS; − Controle natte koeltorens; − Controle op (open en gesloten) bodem-energiesystemen (WKO’s); − Ketentoezicht op afval en asbest; − Controle op de informatie- en energiebesparingsplicht. De inzet op de handhaving is nagenoeg conform inschatting. Er zijn 1.849 overlastmeldingen geweest tegen 1.904 in 2024. Het aantal is lager dan vorig jaar, het aantal meldingen ligt weer op een gemiddeld niveau. Bewoners in de regio hebben met name last van geluidshinder. Een meer gedetailleerde verantwoording is opgenomen in bijlage 3. 10 / 64

Uitvoeringsbeleid en kwaliteitscriteria VTH De bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst stellen gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vast. Deze strategie moet inzicht bieden in de doelen voor de uitvoering en handhaving en in de werkzaamheden die met het oog op die doelen zullen worden verricht. De strategie is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van de wet- en regelgeving en bevat onder meer een prioriteitstelling. Zo kan met beperkte capaciteit voor toezicht en handhaving een zo groot mogelijk effect voor het milieu en de leefomgeving worden bereikt. Omgevingsdienst Haaglanden heeft in 2025 de nota “prioritering milieu 2026-2029” opgesteld. In 2025 is reeds conform deze prioritering toezicht uitgevoerd. De nota “prioritering milieu 2026-2029” vormt, samen met de gemeentelijke en provinciale VTH-nota’s, de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s (jaarwerkplannen), de uitvoerings- en handhavingsstrategie van ODH. Probleemanalyse en prioriteiten Grafiek 4 Weergave stappen Risicomodel

De “prioritering milieu 2026-2029” is het uitgangspunt voor het opstellen van de jaarwerkplannen voor wat betreft het uitvoeren van preventief toezicht. Regionaal uitvoeringsprogramma ODH Omgevingsdienst Haaglanden wil met vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTHA) beter aansluiten bij de milieudoelen van de gemeenten en provincie. Daarom is een regionaal uitvoeringsprogramma (RUP Haaglanden) opgesteld dat in het AB van november 2025 is vastgesteld. Het opstellen van een regionaal programma 11 / 64

sluit aan bij de landelijke oproep uit het Interbestuurlijk Programma VTH voor één uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie per omgevingsdienst en voldoet aan de wettelijke eisen uit het Omgevingsbesluit. Het RUP Haaglanden helpt ODH bovendien om te voldoen aan de robuustheidscriteria. Prioriteiten RUP Haaglanden De volgende prioriteiten zijn opgenomen in het regionaal uitvoeringsprogramma 2026-2029 • Waterkwaliteit • Luchtkwaliteit • Geluid • Omgevingsveiligheid Deze thema’s zijn gekozen omdat de deelnemers hier een gezamenlijk, regionaal belang hebben en ODH met de uitvoering van VTHA-taken maatschappelijke impact kan maken. In het RUP Haaglanden zijn voor deze prioriteiten doelen geformuleerd en is beschreven welke VTHA-activiteiten ODH daarvoor gaat uitvoeren. Tot slot zijn er ook KPI’s benoemd waarop ODH gaat monitoren en rapporteren aan de deelnemers. Deze KPI’s zijn zo veel mogelijk outcomegericht geformuleerd. Het RUP Haaglanden betekent een accentverschuiving in de werkzaamheden van de ODH, een aantal uren/werkzaamheden (ongeveer 5%) nu opgenomen in de jaarwerkplannen landt per 2026 in het RUP Haaglanden. Kwaliteitssysteem, protocollen en werkinstructies In het kwaliteitsmanagementsysteem van de ODH zijn naast een algemeen beschrijvend deel ook de procedures, werkinstructies en een risico-inventarisatie per werkproces opgenomen.

De procedures en werkinstructies zijn allemaal beschreven. In het kader van het beheer en verbetering zullen er structureel werkzaamheden plaats blijven vinden. Kwaliteitscriteria Binnen Haaglanden hebben gemeenten en provincie besloten dat voor alle taken die bij de ODH zijn ondergebracht de landelijk geldende kwaliteitscriteria gelden. De landelijk kwaliteitscriteria hebben betrekking op de zogeheten kritieke massa. Aangegeven wordt welke expertises een omgevingsdienst in huis moet hebben voor de taakuitvoering. Ook is voor elke expertise aangegeven over hoeveel vlieguren een medewerker moet beschikken die de activiteit uitvoert. Grafiek 5 stroomschema kwaliteitscriteria

12 / 64

In de provinciale (Zuid-Holland) werkgroep Rapportage kwaliteitscriteria eind 2022 is besloten als vijf Omgevingsdiensten op een uniforme wijze te rapporteren over de kwaliteitscriteria betreffende de kritieke massa en wel middels het zgn. stoplichtmode. Per deskundigheidsgebied wordt met een kleur aangegeven of er wordt voldaan aan de criteria. In 2025 zijn de kwaliteitscriteria 3.0 van kracht geworden. Hieronder kunt u nagaan in hoeverre ODH in 2025 voldeed aan de kwaliteitscriteria 3.0

Generieke deskundigheden 1. Casemanagen 2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening (alleen bij provinciale bedrijven) 3. Vergunningverlening milieu (BAL en Omgevingsplan) VV Procesindustrie VV Afval VV Agrarisch VV Seveso 4. Toezicht en handhaving bouw/ RO (alleen bij provinciale bedrijven) 5. Toezicht en handhaving milieu T&H Procesindustrie T&H Afval T&H Agrarisch T&H Seveso 6. Toezicht en handhaving bodem 7. Toezicht en handhaving groen wetten Juridische deskundigheden 8. Behandeling juridische zaken 9. Ketentoezicht De eis is dat iedere OD 6 medewerkers in dienst heeft die zich bezighouden met ketentoezicht. Om aan deze eis te voldoen wordt in de provincie Zuid-Holland ketentoezicht gezamenlijk opgepakt door de vijf omgevingsdiensten. 10. Buitengewone opsporing natuur en milieu en fysieke leefomgeving Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen 11. Bouwfysica 12. Brandveiligheid 13. Constructieve veiligheid 14. Sloop en asbest Specialistische deskundigheidsgebieden accent milieu 15. Afvalwater (indirecte lozingen) 16. Bodem, bouwstoffen, water 17. Omgevingsveiligheid 18. Geluid & trillingen (milieu, ro en bouw) 19. Luchtkwaliteit en Geur Voor lucht het werkaanbod onvoldoende om zelf mensen aan te trekken. Er wordt daarom bewust samengewerkt met externe (markt)partijen. 20.

Natuuractiviteiten Specialistische deskundigheidsgebieden accent ruimtelijke ordening 21. Cultuurhistorie 22. Verduurzaming Energie 23. Advisering Fysieke leefomgeving

13 / 64

Er wordt voldaan aan de KC 3.0 Acties gestart om te voldoen Gemotiveerde afwijking Samenwerking /uitbesteed Geen taak ODH

Gemotiveerde afwijkingen VV Agrarisch (3.3) en T&H Agrarisch (5.3) Klasse III Kennis is aanwezig maar aantal vlieguren van 1/3 fte wordt niet behaald. Er zijn bijna geen grote vergunningplichtige agrarische bedrijven in Haaglanden. Indien nodig wordt een hierin gespecialiseerde OD ingeschakeld. Dat zal dan ook het geval zijn voor toezicht en handhaving van die vergunning. Afvalwater (indirecte lozingen) Afvalwater is als aparte deskundigheid opgenomen terwijl de ODH, gezien het bedrijvenbestand, dit ziet als onderdeel van een integrale controle. Indien daar noodzaak toe is wordt natuurlijk ook apart bemonsterd. Maar er zijn op dit moment geen twee medewerkers die 1/3 FTE aan alleen het vakgebied afvalwater besteden. Ketentoezicht (11) ODH heeft een informatieanalist maar geen informatiemakelaar, op dit gebied wordt samengewerkt met andere OD’s in Zuid-Holland. (AT-pool). Door ketentoezicht onder te brengen in de AT-pool vanaf 2026 zal de ODH ook op dit onderwerp voldoen. Externe Veiligheid De deskundigheid heeft de ODH in huis maar er is per jaar niet genoeg werkaanbod, het lukt niet om jaarlijks 5 QRA’s te beoordelen en 9 risicoberekeningen uit te voeren. Door het beperkte werkaanbod binnen de regio is het onmogelijk om voldoende ‘vlieguren’ te realiseren. Daarom wordt in voorkomende gevallen samengewerkt met andere OD’s binnen Zuid-Holland (onder andere DCMR).

Luchtkwaliteit Voor lucht kiest de ODH vanwege het zeer beperkte volume, het werkaanbod is onvoldoende om zelf mensen aan te trekken, bewust om samen te werken met externe (markt)partijen.

14 / 64

Klanttevredenheidsonderzoek Hoe tevreden zijn onze afnemers over de door ons geleverde producten? Deze vraag staat centraal in het klanttevredenheidsonderzoek (KTO). Onze afnemers ontvangen per e-mail een enquête om deze vraag te beantwoorden. Deze KTO meting heeft betrekking op het VTH-proces.

KTO T&V In het KTO van T&V wordt naast de vraag over hoe tevreden men is over de totale dienstverlening, gevraagd naar de deskundigheid, duidelijkheid, tijdigheid en klachtgerichtheid van de dienstverlening. Hierbij wordt gewerkt met een 5-puntschaal: − Zeer tevreden (=5) − Tevreden (=4) − Neutraal (=3) − Ontevreden (=2) − Zeer ontevreden (=1) In 2025 was de response op de uitgezonden klantonderzoeken 19%, dit is gelijk aan de response van 2024. Grafiek 6 toont de score per onderdeel en toont de vergelijking met vorig jaar. Op het onderdeel klantgerichtheid na, scoren de onderdelen iets lager dan vorig jaar. Het onderdeel tijdigheid is het onderdeel met de laagste score. Wij verklaren dit uit de toegenomen complexiteit in de processen als gevolg van de implementatie van de omgevingswet. In grafiek 7 is de totaalscore van 2025 uitgesplitst per geleverd product en vergeleken met vorig jaar. Hoewel de totaalscore nagenoeg gelijk is aan 2024, is de score bij de meeste producten verbeterd, met name bij advisering is een mooie stijging waarneembaar. Grafiek 6 Score per onderdeel advies 3,75

besluit 3,19

Grafiek 7 Totaalscore uitgesplitst naar product 2025

melding 2024toets Grand Total 2025 4,10

2024

3,76 3,54

Klachtgerichtheid

4,01

Advies 3,66

3,51

3,19

Tijdigheid

3,96

Toets 3,77

3,27 3,64

Duidelijkheid

3,92

Melding

3,95

3,71 3,91

Deskundigheid

3,40

Besluit

3,27

3,96 3,61

Totaal

3,61

Totaal

3,62

3,62

1,00

2,00

3,00

1,00

4,00

15 / 64

2,00

3,00

4,00

KTO T&H Grafiek 8 Resultaten respons KTO T&H 2023 t/m 2025

T EV R EDENH EID IN %

R ES P O NS IN % Gereageerd

75%

Niet gereageerd

76%

Grafiek 9 Resultaten tevredenheid KTO T&H 2023 t/m 2025

Ontevreden

Tevreden

Zeer tevreden

55%

54%

52%

39%

41%

41%

76%

25%

24%

24%

2023

2024

2025

6%

5%

7%

2023

2024

2025

Het klanttevredenheidsonderzoek (KTO) voor Toezicht en Handhaving bestaat uit drie vragen waarbij de respondent kan aangeven hoe tevreden zij is over de dienstverlening met bijbehorende motivatie. Dit jaar zijn er elke maand klanttevredenheidsonderzoek verstuurd naar ondernemers die gecontroleerd zijn. Er zijn in 2025 1989 vragenlijsten verstuurd en zijn er 486 reacties ontvangen. In grafiek 8 wordt het respons percentage 24% weergeven.

Grafiek 9, weer geeft het percentage van tevredenheid weer. Overwegend zijn de respondenten tevreden over de dienstverlening van de ODH. Zij geven aan dat de samenwerking als prettig wordt ervaren, er kundige en vriendelijke inspecties zijn geweest. Het aantal respondenten dat ontevreden is over de geleverde diensten is 2% toegenomen, (2024 5%). Zij geven aan dat zij ontevreden zijn over de extern ingehuurde toezichthouders.

Het KTO voor particulieren (overlastmeldingen) wordt sinds eind 2023 niet meer uitgevraagd. Hierover zijn geen cijfers bekend.

De resultaten van het KTO in 2025 wijken minimaal af ten opzichte van voorgaande jaren. Voor het komende jaar is de afdeling Toezicht en Handhaving van plan het KTO door te ontwikkelen waarbij er nieuwe vragenlijsten gebaseerd op beleving worden geformuleerd en een BI dashboard voor de resultaten wordt ontwikkeld. Hierbij wordt er regionaal samengewerkt met DCMR en ODWH.

16 / 64

4

Paragrafen

In het Besluit Begroting en Verantwoording zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de omgevingsdiensten. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen.

4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Op 24 november 2021 heeft het Algemeen Bestuur de Integrale Nota Weerstandsvermogen en risicobeheer, reserves en voorzieningen 2021 vastgesteld, waarin de beleidsuitgangspunten voor het identificeren, beheersen en kwantificeren van de risico’s zijn opgenomen. Deze uitgangspunten worden in 2026 geactualiseerd, waarna het resultaat ervan ter besluitvorming wordt voorgelegd. In de nota wordt ingegaan op de capaciteit van het weerstandsvermogen, het risicomanagement en de risico-inventarisatie. De risico’s zijn samengevat in de risicoinventarisatie en worden via de risicoklasse financieel gekwantificeerd. Elk jaar worden deze risico’s geactualiseerd. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de structurele weerstandscapaciteit (de post onvoorzien) en de incidentele weerstandscapaciteit (de algemene reserve). Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. Tabel 3 Weerstandscapaciteit Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit Algemene Reserve (stand per 31-12-2025) Onvoorzien 2025

Incidenteel 1.712

Totaal weerstandscapaciteit

1.712

Structureel

Totaal 50

1.712 50

50

1.762

Na onttrekking van het rekeningresultaat aan de algemene reserve neemt de weerstandscapaciteit af tot € 1.297.000 Risicoanalyse Voor het identificeren en beheersen van de risico’s maakt ODH gebruik van de softwaretool NARIS, gebaseerd op het model Integraal risicomanagement van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwantificering vormt de basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. Door NARIS wordt op basis van de geïnventariseerde risico’s een risicosimulatie uitgevoerd. Uitgaande van het door NARIS geadviseerde zekerheidspercentage van 90% (de zekerheid dat we 90% van de berekende scenario’s kunnen opvangen) wordt het gewenste weerstandvermogen op basis van de risicosimulatie bepaald op € 1.257.000. De weerstandsratio bedraagt € 1.762.000 / € 1.257.000 = 1,40 en wordt op basis van het door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement gehanteerde risicoprofiel als ‘ruim voldoende’ beoordeeld. Tabel 4 Top 10 Risico’s Nr.

Invloed (%)

1

27,38% Opvolgen aanbevelingen IBP: interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (opleidingsbudget/innovatie) 27,31% Het ontstaan van (tijdelijk) niet door te belasten kosten als gevolg van bezuinigingen en ombuigingen bij gemeenten. 13,76% Hacking of gijzeling systemen ODH (of direct gerelateerde organisatie) 13,50% ICT informatiehuishouding niet op orde (niet over de juiste data kunnen beschikken in de processen) 5,46% Afbreuk imago ODH na optreden bij calamiteit of bestuurlijk gevoelige zaak 4,57% Incidenten tijdens uitvoering (ongeval, asbest, ...) waarvoor verzekering onvoldoende dekking biedt 4,53% Doorwerking uitvoeringsaspecten omgevingswet

2 3 4 5 6 7

Risicogebeurtenis

17 / 64

Benodigde weerstandscapaciteit (afgerond) € 340.000 € 340.000 € 170.000 € 170.000 70.000 € 57.000 € 56.000

8 9 10

2,72% arbeidsmarktontwikkelingen en het niet kunnen vervullen van vacatures met de juiste kennis en competenties en duurdere inhuur is niet meer rendabel beschikbaar (er moet geld bij). 0,68% Datalek / schending privacywetgeving en opleggen boete 0,09% Aansprakelijkstelling voor de gevolgen van ketenaansprakelijkheid bij inhuur van Zzp’ers (DBA) 100%

€ 34.000 € 10.000 € 10.000 € 1.257.000

Ratio De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (inclusief de post onvoorzien) en de benodigde weerstandscapaciteit wordt weergegeven in een ratio. Deze bedraagt ultimo 2025 op basis van het risicoprofiel € 1.762.000 / € 1.257.000 = 1,40. Na onttrekking van het negatieve rekeningresultaat aan de algemene reserve bedraagt de ratio € 1.297.000 / € 1.257.000 = 1,03, gelijk aan de ratio in 2024 en wordt beoordeeld als ‘voldoende’. Tabel 5 Richtlijnen weerstandscapaciteit Betekenis ratio Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Ratio weerstands-capaciteit x> 2,0 1,4 <=x <= 2,0 1,0 <=x <= 1,4 0,8 <=x <= 1,0 0,6 <=x <= 0,8 x< 0,6

Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer In 2015 is het Besluit begroting en verantwoording (BBV) aangepast. De aanpassing houdt in de begroting en het jaarverslag een zestal kengetallen moeten worden opgenomen: een kengetal netto schuldquote, een kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, een kengetal solvabiliteitsratio, een kengetal structurele exploitatieruimte, een kengetal grondexploitatie en een kengetal belastingcapaciteit. Een kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, een kengetal grondexploitatie en een kengetal belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODH. Tabel 6 Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer Kengetalen Netto Schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Realisatie 2024

Begroting 2025 10,0% 21,4% -3,0%

Realisatie 2025 10,5% 18,7% -2,3%

14,2% 27,4% -4,0%

De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de vlottende activa minus de vlottende passiva t.o.v. het totaal saldo van baten, exclusief mutaties reserves. De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODH ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen t.o.v. de totale passiva en geeft aan in welke mate de ODH het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de ODH in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen). De structurele exploitatieruimte is een percentage waarmee beoordeeld kan worden welke structurele ruimte ODH heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt berekend door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten. Signaleringswaarden kengetallen Signaleringswaarden kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

A. Minst risicovol < 90% > 50% > 0%

B. Neutraal 90% - 130% 20 - 50% 0%

C. Meest risicovol > 130% < 20% < 0%

Uit deze kengetallen blijkt in algemene zin dat in de meeste kengetallen variëren in de categorie “minst risicovol” tot meest risicovol voor de solvabiliteit. 18 / 64

4.2 Financiering Schatkistbankieren Op 15 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. Om het dagelijks kasbeheer te vereenvoudigen mag een decentrale overheid gemiddeld over het hele kwartaal maximaal een drempelbedrag buiten de schatkist houden. Op basis van de vastgestelde begroting 2025 bedraagt het drempelbedrag maximaal € 1,0 miljoen. Binnen de ODH bestaat de afspraak dat de betaalrekening geen langdurig saldo groter dan € 250.000 mag hebben. Boven deze limiet moet het bedrag afgeroomd worden naar de tussenrekening bij de BNG. Deze tussenrekening wordt dagelijks op € 0 afgeroomd ten laste of gunste van de ‘schatkist’. Het drempelbedrag is in 2025 niet overschreden. Kasgeldlimiet en de renterisiconorm Gedurende het hele jaar is er sprake van een positief liquiditeitssaldo geweest. De kastgeldlimiet en renterisico-norm zijn nimmer overschreden.

4.3 Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering heeft adviserende, controlerende en faciliterende rol en schept de randvoorwaarden voor een goed functionerende organisatie. De afdeling bestaat uit drie teams: Organisatie & Communicatie, Informatievoorziening en Inkoop, Financiën & Control. Personeel en organisatie Ook in 2025 stond de landelijke arbeidsmarkt onder hoge druk. Er wordt steeds meer ingezet op het aannemen van jongeren die intern worden opgeleid. De werving- en selectiemethoden zijn blijvend geïntensiveerd en uitgebreid. De samenwerking met de andere omgevingsdiensten van Zuid-Holland in het kader van “De Betere Wereldbaan” is verder versterkt. In 2025 zijn we zijn erin geslaagd om 34 vacatures te vervullen. Daartegenover hebben 25 medewerkers ODH verlaten. Er is een traject gestart om het percentage inhuurkrachten omlaag te krijgen. Dit traject moet zijn beslag krijgen in 2026. Dit leidt per saldo tot een stijging van het aantal vaste medewerkers. ODH huurt ruimte in gebouw D van de provincie Zuid-Holland. Ondanks de overeenstemming over de uitbreiding van het aantal vierkante meters kantoorruimte tot drie aansluitende verdiepingen, is dit nog niet gerealiseerd. De ontwikkelingen op dit punt hebben stilgelegen, omdat de verhuurder nog geen voortgang had geboekt in de besluitvorming over de renovatie en verduurzaming van het gebouw.

Inmiddels zijn de gesprekken weer op gang gekomen. Dit neemt niet weg dat de huidige huisvesting op momenten als ontoereikend wordt ervaren, mede gezien de groei van de organisatie. Inclusie De arbeidsmarktbenadering van ODH is gericht op het bevorderen van diversiteit. ODH werkt sinds enkele jaren samen met Emma@work voor de benadering van jongeren met een handicap. Ook worden er regelmatig mensen aangenomen uit de leeftijdscategorie 55-65.

19 / 64

Het personeelsbestand van ODH weerspiegelt de diversiteit van de samenleving, maar omdat registratie van etnische achtergrond niet is toegestaan kunnen daarvoor geen cijfers worden aangeleverd. De gemiddelde leeftijd van de eigen medewerkers is 46,1 jaar op 31 december 2025, inclusief inhuurkrachten is deze 41,7 jaar. De verhouding van het huidige personeelsbestand is onveranderd en bestaat uit 52 % mannen en 48% vrouwen. De leeftijdsopbouw is als volgt: Leeftijd <25 25-34 35-44 45-54 55-65 >65

Percentage 1% 26% 22% 24% 25% 2%

Ziekteverzuim Het ziekteverzuimpercentage is over 2025 is uitgekomen op 6,76% (7,61% in 2024). In 2024 hebben wij de inzet van de verzuimbegeleiding door de bedrijfsarts verdubbeld. Deze verdubbeling is in 2025 gehandhaafd. Dit heeft geresulteerd in de daling van het verzuimpercentage. Het landelijk gemiddelde ziekteverzuimpercentage in de gemeentelijke sector was in 2024 volgens de Personeelsmonitor Gemeenten 2024 A&O fonds 6,7%. Sinds 2025 kiest ODH voor een andere benadering van dit vraagstuk. Belangrijker dan het terugdringen van verzuim is het namelijk bevorderen van de vitaliteit en inzetbaarheid van onze collega’s. Hiervoor is het nodig dat we inzetten op zaken als plezierig werk, autonomie, leiderschap, waardering, persoonlijke ontwikkeling en verbinding. Daarbij passen we hedendaagse inzichten over werkgeluk toe. Dat maakt dat we als ODH voortdurend bezig zijn de kwaliteit van ons werkgeverschap te verbeteren, om uiteindelijk onze positie op de arbeidsmarkt te versterken en mensen met de relevante kennis en kunde aan ons te binden. Meer werkgeluk leidt tot minder verzuim, hogere productiviteit en betere samenwerking, wat zowel het individu als de organisatie ten goede komt. Het verschuift de focus van puur productiviteit naar duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en betekenisvol werk.

Dit vraagt om een positieve interventie in de organisatiecultuur, leiderschapsstijl (coachend, waarderend) en HR-beleid dat voor de organisatie niet alleen economische maar ook sociale waarde creëert. Duurzaamheid Als Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) hebben wij tot taak: het bewaken en beschermen van het milieu voor huidige en toekomstige generaties. Als hoeders van de leefomgeving werken we dagelijks aan het verbeteren van de kwaliteit van lucht, water en bodem. Om een gezonde, duurzame leefomgeving te bevorderen heeft ODH een duurzaamheidsprogramma, adviseren wij over duurzaamheid en werken we samen met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. ODH past binnen de eigen organisatie dezelfde principes toe die we naar buiten uitdragen. In 2024 hebben wij een visie op interne duurzaamheid vastgesteld, gericht op een bedrijfsvoering met een minimale ecologische voetafdruk en een duidelijke invulling van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. We blijven ook in 2025 duurzaamheid integraal verankeren in onze processen en bedrijfsmiddelen en werken continu aan verbeteringen met oog voor lange‑termijnimpact en het structureel terugdringen van onze CO₂‑uitstoot. In 2025 hebben we de in 2024 ingezette koers voortgezet en verder geconcretiseerd.

De principes en ambities uit onze duurzaamheidsvisie zijn verder uitgewerkt in onze huisvesting, ons inkoop- en contractmanagement, de wijze waarop we medewerkers betrekken en in de stappen die we zetten om mobiliteit en dienstverlening verder te verduurzamen. Daarmee bouwen we voort op een meerjarig en structureel verbeterpad dat past bij onze rol als publieke organisatie en onze bijdrage aan een duurzame leefomgeving. ODH heeft geen eigen pand of bedrijfsterrein en is voor alle bedrijfsmiddelen afhankelijk van externe leveranciers. Onze verhuurder, leveranciers en medewerkers zijn de belangrijkste, beïnvloedbare, middelen om onze doelen te 20 / 64

bereiken. We kiezen er daarom voor om in te zetten op duurzame huisvesting, het voeren van een duurzaam inkoopbeleid, bevorderen van een duurzaamheidscultuur bij onze medewerkers en het minimaliseren van de CO2 uitstoot van ons woon-werkverkeer en dienstreizen. Inkoop en aanbesteding In 2025 is verdere invulling gegeven aan de professionalisering van het inkoop- en contractmanagement. De contractmanagers ondersteunen, begeleiden en adviseren contracteigenaren en operationeel inkopers met contractvorming en het opstellen van Service Level Agreements en Dossierafspraken. De spendanalyse is opgesteld en geanalyseerd; aan de hand hiervan is de aanbestedingskalender 2026 t/m 2028 verrijkt. De samenwerking met professionals van de andere Zuid-Hollandse Omgevingsdiensten op het gebied van Inkoopen Contractmanagement is opgestart en zal in 2026 verder vorm krijgen. Informatisering en automatisering In 2025 stond de informatievoorziening binnen ODH in het teken van stabilisatie, reflectie en heroriëntatie. Op basis van een analyse van de werkvoorraad en een evaluatie van de samenwerking met externe partijen is vastgesteld dat het IV-landschap grotendeels stabiel is, maar dat met name de Basis-ICT kwetsbaar is gebleken. Incidenten en verstoringen hebben duidelijk gemaakt dat de continuïteit en voorspelbaarheid van deze voorzieningen onvoldoende geborgd waren.

De kwetsbaarheid van de Basis-ICT heeft ertoe geleid dat de relatie met de externe dienstverlener op dit onderdeel onder druk is komen te staan. In 2025 is daarom kritisch gekeken naar afspraken, rolverdeling en verantwoordelijkheden, en is het gesprek gevoerd over het structureel verbeteren van de dienstverlening. Dit vormde een belangrijke aanleiding om de afhankelijkheid van externe partijen en de inrichting van de IV-werkwijze te heroverwegen. Deze inzichten hebben in 2025 geleid tot het opstellen van een plan voor een aangepaste werkwijze en een andere inrichting van Team IV. Daarbij is gekozen voor een verschuiving van projectmatige vernieuwing naar het structureel optimaliseren van bestaande processen, applicaties en dienstverlening, met meer aandacht voor eigenaarschap en beheersbaarheid. In de loop van het jaar zijn de eerste stappen gezet om deze werkwijze in de praktijk te brengen, als basis voor verdere doorontwikkeling in 2026. In 2025 vonden binnen Team IV personele wisselingen plaats. Deze zijn benut om functies en rollen te herijken. Vacatures zijn niet één-op-één ingevuld; de nadruk ligt op het ontwikkelen van interne collega’s en het versterken van de operationele slagkracht van het team. Aansluiting bij landelijke standaarden en samenwerking met andere omgevingsdiensten bleven in 2025 belangrijke uitgangspunten.

Daarnaast is verkend waar nieuwe technologieën, zoals Artificial Intelligence (AI), op een praktische manier kunnen bijdragen aan informatiegestuurde dienstverlening binnen de bestaande omgeving. Binnen de IV-keten bleef Documentaire Informatievoorziening (DIV) een onmisbaar fundament. In 2025 is blijvend ingezet op tijdige postverwerking, zorgvuldige archivering en duurzaam informatiebeheer als randvoorwaarden voor betrouwbare dienstverlening en het functioneren van een volledig digitale werkomgeving. Als voorbereiding op het conform de Archiefwet vernietigen van archiefbescheiden is in 2025 gestart met het inventariseren en opvragen van de daarvoor vereiste vervangingsbesluiten. Hiermee wordt geborgd dat eventuele vernietiging uitsluitend plaatsvindt op een rechtmatige grondslag.

21 / 64

Informatiebeveiliging en AVG In 2025 is het managementsysteem voor informatiebeveiliging en privacy (ISMS) verder doorontwikkeld en structureel toegepast. Het ISMS is ingezet om beleid, maatregelen, controles, risico’s en vastgestelde uitzonderingen samenhangend vast te leggen en te toetsen. Hiermee is aantoonbaar invulling gegeven aan de eisen uit onder meer de Baseline Informatiebeveiliging Overheid, de AVG en de Wet politiegegevens, met structurele borging via de PDCAcyclus. Daarnaast is in 2025 het gezamenlijke IB&P Office voor de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten operationeel geworden. Sinds medio 2025 zijn binnen deze structuur, naast de CISO, een Information Security Officer (ISO) voor de operationele uitvoering van informatiebeveiliging en een Privacy Officer voor de uitvoering van privacy taken voor Omgevingsdienst Haaglanden actief. In 2025 is gestart met het definiëren van uniform beleid tussen de vijf ZuidHollandse Omgevingsdiensten. Vanuit het IB&P Office is een start gemaakt met het opzetten van gezamenlijke beleidsvorming, risicomanagement, compliance en bewustwording van de diensten, terwijl de toepassing en uitvoering bij de afzonderlijke diensten plaatsvindt. Hierdoor zijn informatiebeveiliging en privacy verder geprofessionaliseerd en organisatiebreed geborgd, met behoud van de eindverantwoordelijkheid bij de directeur van ODH.

Nadere gegevens Deze hebben betrekking op de gegevens voortvloeiend uit de taken die de omgevingsdiensten in opdracht van de provincie en de gemeenten uitvoeren. 1. 2. 3. 4.

5.

6.

Verzoeken van betrokkenen: Soort en aantal: er zijn geen verzoeken ontvangen. DPIA’s: Er is één DPIA uitgevoerd ten behoeve van het gebruik Enterprise variant van CoPilot. Delen gegevens derden: n.v.t. Datalekken: In totaal zijn in 2025 vier datalekken via het EMS TopDesk aangemeld. Deze datalekken zijn niet gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Twee meldingen ging het om een verkeerd geadresseerde, deze is benaderd met het verzoek het ontvangen bericht te verwijderen. De andere twee meldingen gingen om een datalekken bij andere organisaties die ODH verzochten van hun ontvangen e-mails als niet verzonden te beschouwen en te verwijderen. Dit is gebeurd. Register van verwerkingsactiviteiten: De ODH beschikt over een verwerkingsregister, applicatieregisters geregistreerd in de tool EMS TopDesk. Via deze tool vind de verwerking van persoonsgegevens plaats. De FG van de provincie of de gemeenten heeft geen toegang tot dit verwerkingsregister. Het verwerkingsregister is enkel voor en door ODH geautoriseerde medewerkers toegankelijk en is in overeenstemming met de verleende mandaten van gemeenten en provincie. Bewustwording: Om het bewustzijn van medewerkers op het gebied van informatiebeveiliging en privacy te vergroten, is in 2025 uitvoering gegeven aan een doorlopende bewustwordingscampagne van Awaretrain.

Alle medewerkers en andere geautoriseerde gebruikers met toegang tot systemen van de ODH namen verplicht deel aan dit programma. Binnen de campagne is informatiebeveiliging en privacy structureel onder de aandacht gebracht, onder meer door een introductie tijdens de ambtseed-sessies door de CISO, het volgen van een standaard online training over de AVG en het periodiek verplicht afronden van e-learnings. Daarnaast is gebruikgemaakt van intranetberichten, visuele communicatie zoals posters en bijdragen van interne en externe sprekers. Ook zijn periodiek phishingcampagnes uitgevoerd om het bewustzijn en het handelingsperspectief van medewerkers in de praktijk te toetsen en te versterken. Bij de introductie van nieuwe medewerkers is aanvullend expliciet aandacht besteed aan het zorgvuldig en veilig omgaan met data en informatie. 22 / 64

Uitvoering van de Interne controlefunctie binnen ODH De rechtmatigheidscontroles binnen ODH worden door de VIC-medewerker uitgevoerd. De interne controles worden periodiek uitgevoerd op basis van een interne controle plan. De belangrijkste interne controles zijn; - Crediteurenanalyse gericht op naleving Europese aanbestedingen - Crediteuren bankrekening mutaties - Personeelsproces - Factuurcontrole en prestatielevering - Voortgezette controle crediteuren - Memorialen - Investeringen Onderstaand worden de afwijkingen ten aanzien van de drie rechtmatigheidscriteria nader toegelicht. Voorwaarden criterium De VIC‑medewerker heeft in 2025 meerdere spend analyses uitgevoerd gericht op de rechtmatigheid van de inkopen. In tegenstelling tot voorgaande jaren heeft ODH tussentijds een uitgebreide crediteurenanalyse uitgevoerd om te toetsen of de inkoopcontracten voldoen aan de Europese aanbestedingsregels. Het voorwaardencriterium is daarbij beoordeeld op basis van de resultaten van de crediteurenanalyse. Uit de analyse over de periode 2021–2025 zijn drieonrechtmatige inkoopcontracten naar voren gekomen. In alle gevallen is geen Europese aanbestedingsprocedure uitgevoerd, terwijl dit op grond van de drempelbedragen verplicht was. De betreffende bestedingen hebben het Europees drempelbedrag overschreden. De financiële onrechtmatigheden bedragen in totaal €183.000.

In onderstaande tabel zijn per crediteur de geconstateerde fouten en de bijbehorende actiepunten opgenomen, gericht op het voorkomen van vergelijkbare rechtmatigheidsfouten in de toekomst. Soort uitgaven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=1d6c4238-2424-4dc7-88c6-3af1ad76c9e1