CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4718 - Bijlage 15 bij TAM-Omgevingsplan Overgoo - Windhinderonderzoek

Commissie Omgeving 23 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan "Overgoo"2.551 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herontwikkeling Overgoo - Fleetpark Leidschendam Voorburg

Windklimaatonderzoek Concept

Rapportnummer O 17161-7-RA d.d. 5 november 2024

Herontwikkeling Overgoo - Fleetpark Leidschendam Voorburg

Windklimaatonderzoek Concept

Opdrachtgever: Mees Ruimte & Milieu Rapportnummer: O 17161-7-RA Datum: 5 november 2024 Referentie: OO/JGZ/DvdH/O 17161-7-RA Verantwoordelijke: O.E. Otten Opsteller: ir. J. Groot Zevert 085 8228661 j.grootzevert@peutz.nl

Peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, opdrachten volgens DNR 2011, lid Nlingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 mook - zoetermeer - groningen - eindhoven - haps - düsseldorf - dortmund - berlijn - nürnberg - leuven - parijs - lyon

O 17161-7-RA 2 Concept

Inhoudsopgave 1

Inleiding

4

2

Normstelling en uitgangspunten

5

2.1

Beslismodel NEN 8100

5

2.2

Windhinder en windgevaar volgens NEN 8100

5

2.2.1

Windhinder

5

2.2.2

Windgevaar

6

2.3

Windklimaat op de locatie

6

2.4

Simulatie windsnelheden met CFD

9

3

Rekenresultaten

10

3.1

Geplande situatie

10

Samenvatting en conclusies

13

4

O 17161-7-RA 3 Concept

1

Inleiding Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de herontwikkeling Overgoo - Fleetpark te Leidschendam-Voorburg. Voor het vervaardigen van het CFD-model is onder meer gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever aangeleverd 3D-model. De stedenbouwkundige omgeving en de begroeiing is meegenomen aan de hand van gegevens uit openbare bronnen. In totaal is een gebied gemodelleerd is van circa 1400 bij 1300 meter. Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Voor de opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is uitgegaan van de Nederlandse norm NEN 8100:2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving.

f 1.1 Het gehanteerde 3D-model van de geplande bebouwing

O 17161-7-RA 4 Concept

2

Normstelling en uitgangspunten

2 .1 B es lis mode l NE N 8100

De beoordeling van het windklimaat met betrekking tot windhinder en windgevaar, is in Nederland vastgelegd in de norm NEN 8100. Om te bepalen of windhinder en/of windgevaar te verwachten is, wordt gebruik gemaakt van het beslismodel in de NEN 8100. Hierin wordt onder meer beschreven in welke situaties windklimaatonderzoek nodig is. Voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 meter wordt nader onderzoek met CFD- of windtunnelsimulatie noodzakelijk geacht. Gezien de geplande bouwhoogte van circa 40 meter, wordt het uitvoeren van een windklimaatonderzoek als noodzakelijk beschouwd. 2 .2 W ind hinde r en windge v aa r vo lg ens NEN 8100

De gevoeligheid voor wind is sterk afhankelijk van de activiteit waarmee men bezig is. Bij bijvoorbeeld het wachten bij een bushalte of het zitten op een terrasje zullen lagere windsnelheden eerder als hinderlijk worden ervaren dan bij stevig doorlopen. In de NEN 8100 wordt daarom voor de beoordeling van windhinder onderscheid gemaakt tussen verschillende activiteitenklassen. Bij hogere windsnelheden kan daarnaast sprake zijn van gevaarlijke situaties zoals evenwichtsverlies bij het passeren van gebouwhoeken en dergelijke. Hiervoor wordt getoetst op windgevaar. 2.2.1 Windhinder

Windhinder is iets wat in geen geval geheel te voorkomen is: als het stormt is de wind hinderlijk, wat voor maatregelen er ook getroffen worden. Het is daarom ook de kans op windhinder, die maatgevend is voor de beoordeling van het windklimaat. Voor windhinder wordt een drempelwaarde vDR;H aangehouden van 5 m/s uurgemiddelde windsnelheid op loop- of verblijfsniveau. Bij deze windsnelheid gaan mechanische effecten een rol spelen, zoals het verwaaien van haar, het wapperen van kleding en bij toenemende windsnelheid het bewaren van het evenwicht. Aan de hand van onderstaande t 2.1, afkomstig uit de NEN 8100, wordt een beoordeling gegeven van de te verwachten mate van windhinder. t 2.1 Criteria windhinder volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;H) in procenten van het aantal uren per jaar

Kwaliteitsklasse

< 2,5 2,5 – 5 5 – 10 10 – 20 ≥ 20

A B C D E

Activiteit I. Doorlopen

II. Slenteren

III. Langdurig zitten

Goed Goed Goed Matig Slecht

Goed Goed Matig Slecht Slecht

Goed Matig Slecht Slecht Slecht

O 17161-7-RA 5 Concept

De overschrijdingskans van de drempelwaarde voor windhinder wordt ook wel de hinderkans genoemd. In de meetresultaten wordt de hinderkans met de kleur volgens t 2.1 weergegeven. Afhankelijk van de activiteitenklasse wordt het lokale windklimaat beoordeeld als ‘goed’, ‘matig’ of ‘slecht’. - Bij een goed windklimaat wordt onder normale omstandigheden geen windhinder ervaren. - Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ervaren. - Bij een slecht windklimaat wordt regelmatig overmatige windhinder ervaren. Er wordt naar gestreefd, om binnen de verschillende activiteitenklassen, een goed, eventueel nog matig windklimaat te realiseren. 2.2.2 Windgevaar

Voor windgevaar wordt 15 m/s uurgemiddelde windsnelheid als drempelwaarde vDR;G gehanteerd. Op basis van t 2.2, afkomstig uit de NEN 8100, wordt bepaald of sprake is van windgevaar. t 2.2 Criteria windgevaar volgens NEN 8100 Overschrijdingskans p(vLOK > vDR;G) in procenten van het aantal uren per jaar

Kwalificatie

0,05 < p <0,30 p ≥ 0,30

Beperkt risico Gevaarlijk

De norm stelt: “Situaties waarvoor een overschrijdingskans geldt van 0,05 < p < 0,30 mogen alleen worden geaccepteerd als deze vallen binnen activiteiten klasse I (doorlopen). Voor activiteiten klasse II en III geldt de eis p ≤ 0,05. Situaties met een overschrijdingskans van p ≥ 0,30 zijn evident gevaarlijk en behoren te allen tijde te worden vermeden; het publiek mag hier niet aan worden blootgesteld.” 2 .3 W ind kli maa t op d e lo ca t ie

Voor de vertaling van de resultaten van de berekeningen naar de werkelijke situatie wordt gebruik gemaakt van een windstatistiek. De NEN 8100 verwijst voor de benodigde meteogegevens naar de NPR 6097:2006 Toepassing van de statistiek van de uurgemiddelde windsnelheden voor Nederland. Met behulp van de bijbehorende software wordt voor de specifieke locatie een windstatistiek berekend op basis van meteogegevens van een groot aantal meteostations en gegevens over terreinruwheden tot 6 km afstand van het plan. De terreinruwheden van het omliggend gebied worden per categorie weergegeven in f 1.1. De kleur geeft de terreinruwheid aan, rood staat bijvoorbeeld voor stedelijk bebouwd gebied. O 17161-7-RA 6 Concept

f 2.1 Terreinruwheid tot 6 km afstand volgens NPR 6097

In f 2.2 is de op basis van de NPR 6097 berekende windroos op 60 meter hoogte boven de betreffende locatie te zien. De windroos geeft de kans op het voorkomen van wind uit een bepaalde richting weer. Met kleuren wordt de verdeling van windsnelheden binnen de betreffende richtingen aangeduid. Uit de windroos en onderstaande windstatistiek (t 2.3) blijkt dat op de planlocatie de wind relatief vaak uit het uit het zuidwesten (210° en 240°) komt. Bij deze windrichtingen treden ook de hoogste windsnelheden op. De zuidwestenwind is hiermee voor een groot deel bepalend voor het windklimaat op de planlocatie.

O 17161-7-RA 7 Concept

f 2.2 Windroos betreffende locatie volgens NPR 6097

t 2.3 Windstatistiek van de betreffende locatie volgens NPR 6097

O 17161-7-RA 8 Concept

2 .4 S imu l at i e windsn el hed en me t C F D

Het windklimaatonderzoek is uitgevoerd met Computational Fluid Dynamics (CFD). Aan de rand van het model wordt, afhankelijk van de terreinruwheid, het juiste windprofiel gesimuleerd. Verfijning van de lokale windsituatie vindt plaats door de direct omliggende bebouwing en begroeiing mee te modelleren. De windsnelheden worden met het CFD-model voor 12 windrichtingen berekend. Met behulp van de windstatistiek voor de planlocatie wordt vervolgens per windrichting de overschrijdingskans van de drempelwaarden van 5 en 15 m/s voor respectievelijk windhinder en windgevaar bepaald. De totale overschrijdingskans is de som van de overschrijdingskansen per windrichting, ook wel de hinderkans en de gevaarkans genoemd. Deze worden vervolgens getoetst aan de NEN 8100 om het lokale windklimaat te kunnen beoordelen. In bijlage 1 is het technisch inlegvel, conform de NEN 8100, opgenomen. Het technisch inlegvel bevat een aantal rubrieken en aandachtspunten die een kort, schetsmatig overzicht geven van de relevante zaken van de CFD-berekeningen. In f 2.3 is een aanzicht gegeven van het rekengrid ter plaatse van de geplande bebouwing.

f 2.3 Aanzicht oppervlakte grid rekenmodel

O 17161-7-RA 9 Concept

3

Rekenresultaten Het windklimaat wordt beoordeeld op basis van de uitgevoerde CFD-berekeningen, de windstatistiek van de betreffende locatie en de grenswaarden zoals beschreven in de paragrafen 2.2.1 en 2.2.2 betreffende windhinder en windgevaar. Bij de beoordeling van het windklimaat wordt onderscheid gemaakt tussen de categorieën doorlopen en slenteren. In bijlage 2 zijn de rekenresultaten per windrichting weergegeven. In deze figuren wordt met kleuren de hinderkans per windrichting weergegeven, en met pijlen de lokale stromingsrichting.

3 .1 G epl and e si tua t ie

In figuur f 3.1 is een uitsnede te zien van het model voor de geplande situatie. De geplande bebouwing op de planlocatie is in oranje weergegeven.

f 3.1 Aanzicht model geplande situatie

In figuur f 3.2 wordt in een horizontale doorsnede op hoofdhoogte (1,75 meter boven plaatselijk maaiveldniveau) de berekende hinderkans met kleurcontouren voor de geplande situatie weergegeven. De kleuren zijn afgestemd op de beoordelingscriteria uit de NEN 8100. In figuur f 3.3 is op vergelijkbare wijze de berekende gevaarkans weergegeven.

O 17161-7-RA 10 Concept

37m

26m 39m

40m

f 3.2 Windhinder in de geplande situatie

37m

26m 39m

40m

f 3.3 Windgevaar in de geplande situatie

O 17161-7-RA 11 Concept

De resultaten laten een wisselend beeld zien. Rond en tussen de bestaande laagbouw is sprake van een gunstig windklimaat, weergegeven met de kleuren blauw, groen en geel in f 3.2. Dit komt overeen met de windklassen A tot en met C. In de open ruimte is sprake van een ongunstigere windsituatie, hier zijn windklassen D en E vastgesteld. Dit is weergegeven met de kleuren oranje en rood. Vanuit het zuidwesten gezien, waar de wind om het plan heen kan stromen, bij de noordwesthoek en de zuidoosthoek van het plan, en de doorgang in het middengebied, zijn de effecten van omstroming en opstuwing zichtbaar. Hier is op de Vlietweg en op Leidschenveensepad plaatselijk sprake van een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen. In de doorgang in het middengebied is een slecht windklimaat, weergegeven met rood in f 3.2, en beperkt risico op windgevaar, weergegeven met lichtpaars in f 3.3, vastgesteld. Deze hogere hinderkansen worden veroorzaakt door drukverschillen, die de wind voor zuiden- tot westenwind door de opening in plan trekken. Omdat dit het gevolg is van drukverschillen is dit niet op te lossen met lokale maatregelen. Het windklimaat kan hier alleen verbeteren door ofwel de doorgang dicht te zetten, of door de oriëntatie van de opening te veranderen dat deze niet meer in lijn is met de zuidwestenwind, in combinatie met het drastisch verlagen van de bouwhoogte bij de opening.

Het effect van deze maatregelen zal verder getoetst moeten worden. Voor windgevoelige functies, zoals gebouwentrees en verblijfsgebieden, wordt geadviseerd te streven naar een beoordeling goed voor de activiteit slenteren. Dit komt overeen met windklassen A en B, en is weergegeven met de kleuren blauw en groen. Bij de meeste gevels in het plangebied is een goed windklimaat voor de activiteit slenteren vastgesteld, zoals te zien in f 3.2, uitgezonderd de doorgang en bij de vermeldde gebouwhoeken. Geadviseerd wordt de entrees zoveel mogelijk in gebieden met een gunstig windklimaat te plaatsen. Mochten entrees toch op een locatie met een minder gunstig windklimaat geplaatst worden, wordt geadviseerd lokale windafschermende maatregelen te treffen, zoals de entrees in een nis plaatsen, of schermen dwars op de gevel te plaatsen.

O 17161-7-RA 12 Concept

4

Samenvatting en conclusies Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de herontwikkeling Overgoo - Fleetpark te Leidschendam-Voorburg. Doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. Uit de resultaten van het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: - De resultaten laten een wisselend beeld zien. Rond en tussen de bestaande laagbouw is sprake van een gunstig windklimaat, maar in de open ruimte is sprake van een ongunstigere windsituatie. - Vanuit het zuidwesten gezien, waar de wind om het plan heen kan stromen, bij de noordwesthoek en de zuidoosthoek van het plan, en de doorgang in het middengebied, zijn de effecten van omstroming en opstuwing zichtbaar. Hier is op de Vlietweg en op Leidschenveensepad plaatselijk sprake van een matig windklimaat voor de activiteit doorlopen. In de doorgang in het middengebied is een slecht windklimaat en beperkt risico op windgevaar vastgesteld. Omdat dit het gevolg is van drukverschillen is dit niet op te lossen met lokale maatregelen.

Het windklimaat kan hier alleen verbeteren door ofwel de doorgang dicht te zetten, of door de oriëntatie van de opening te veranderen dat deze niet meer in lijn is met de zuidwestenwind, in combinatie met het drastisch verlagen van de bouwhoogte bij de opening. Het effect van deze maatregelen zal verder getoetst moeten worden. - Voor windgevoelige functies, zoals gebouwentrees en verblijfsgebieden, wordt geadviseerd te streven naar een beoordeling goed voor de activiteit slenteren. Bij de meeste gevels in het plangebied is een goed windklimaat voor de activiteit slenteren vastgesteld, uitgezonderd de doorgang en bij de vermeldde gebouwhoeken. Geadviseerd wordt de entrees zoveel mogelijk in gebieden met een gunstig windklimaat te plaatsen. Mochten entrees toch op een locatie met een minder gunstig windklimaat geplaatst worden, wordt geadviseerd lokale windafschermende maatregelen te treffen, zoals de entrees in een nis plaatsen, of schermen dwars op de gevel te plaatsen.

Dit rapport bevat 13 pagina’s en 2 bijlagen. Bijlage 1: Technisch inlegvel Bijlage 2: Windhinder per windrichting

O 17161-7-RA 13 Concept

Bijlage 1 Technisch inlegvel

Project

Projectgegevens

Projectnaam

Herontwikkeling Overgoo - Fleetpark Leidschendam Voorburg

Opdrachtgever

Mees Ruimte & Milieu

Projectleider

O.E. Otten / ir. J. Groot Zevert

Datum

5 november 2024

Model

Algemene gegevens van het model

Omvang gemodelleerd gebied

1400 x 1300 meter

Kerngebied

het gebied rondom de geplande nieuwbouw

Omgeving

bebouwing/begroeiing

Afmetingen model

1500 x 1400 x 310 meter

Blokkeringsgraad

<10%

Gemodelleerd groen

jaargemiddelde situatie

Onderzochte windrichtingen

12 (rondom in stappen van 30 graden)

Onderzochte configuraties

geplande bebouwingssituatie

Computeropstelling

Specifieke gegevens van gebruikte programmatuur

Programmatuur

OpenFoam 11

Algemeen

 FVM (eindige volume methode) driedimensionaal  tijd-onafhankelijk  isothermisch

Rekenrooster

Circa 26 miljoen cellen; verfijning t.p.v. de geplande bebouwing

Turbulentiemodellering

k-ε-RNG-turbulentiemodel

Convectieve differentieschema's snelheidscomponenten: Gauss turbulentie grootheden: Gauss scalaire variabelen: Randvoorwaarden

Gebruikte randvoorwaarden

Instroomprofiel

logaritmisch snelheidsprof., z0=0,7 m en bijbehorende prof. voor k en ε

Uitlaat

constante druk

Boven-/zijwanden

gesloten, wrijvingsloos

Gegevensverwerking en -

Informatie voor locatie en beoordeling windklimaat

beoordeling Amersfoortse coörd. locatie

X = 086803 Y = 454768

Toegepaste eisen

VDR [m/s] Gewenste kwaliteitskl. Overschrijdingskans [%]

Voor comfort Doorlopen

Beoordeling

p(vLOK > vDR:H) 5,0

≤D

< 20

Slenteren

5,0

≤C

< 10

≤ matig

Zitten

5,0

≤B

<5

≤ matig

Regionale correctie

Geen correctie

Voor gevaar

Gepresenteerde resultaten

≤ matig

p(vLOK > vDR;G) 15

n.v.t

0,05 < p < 0,30

beperkt risico

15

n.v.t

p ≥ 0,30

gevaarlijk

windhinder: figuren met p (vLOK > vDR:H )-waarden, gevaar: tekstueel

Opmerkingen

O 17161-7-RA 1.1 Concept

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=9d92ebeb-1efb-49a4-9045-ebc122445669