4718 - Bijlage 10 bij TAM-Omgevingsplan Overgoo - Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
• Op basis van het AHN zijn er geen aanwijzingen voor recente afgravingen in het plangebied (bijlage 9). Wel is te zien dat het zuidoosten van het plangebied lager ligt dan het noordwesten. Deze hoogteverschillen hangen vermoedelijk samen met de voormalige aanwezigheid van een veenplas hier. Hierdoor is de top van het veen in het zuiden van het plangebied zeer waarschijnlijk al verdwenen. Op de luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog zijn in het noorden van het plangebied twee sloten aanwezig (noordwest-zuidoost georiënteerd) (bron: gemeente Leidschendam-Voorburg). Deze staan ook op de historische kaart uit 1955 (bijlage 13). Hier is het bodemarchief plaatselijk aangetast.
20
9.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische verwachting, periode, stratigrafische positie en diepteligging Het plangebied ligt achter de oudste strandwal van Leidschendam, in het Hollands veen- en kleigebied. Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting als volgt: • Duin (Laag van Ypenburg). In het noorden van het plangebied is op basis van onderzoek in de omgeving mogelijk een duin in de ondergrond aanwezig. Het duin is aantrekkelijk geweest voor bewoning in het Neolithicum, waarna het duin vermoedelijk overdekt geraakt is met veen. Bij de Westvlietweg in Den Haag is het duin met veen overdekt geraakt. Het veen op het duin is gedateerd (14C-methode) op 3100 à 3030 voor Chr. (Midden-Neolithicum; Mijle Meijer et al., 2010). In de directe omgeving zijn nog geen vondsten uit deze periode bekend, maar aan de Westvlietweg in Den Haag, ongeveer 1,3 km ten zuidwesten van het plangebied, zijn op een vergelijkbaar duin (dat op een kwelder ligt) wel resten uit het Midden en Laat-Neolithicum aangetroffen. De archeologische verwachting ter plaatse van een eventueel duin is daarom hoog. Circa 30 m ten oosten van het plangebied is de top van het duin rond 1 m -Mv (-1,5 m NAP) aangetroffen. Het is goed mogelijk dat er ter plaatse van de Duin- en strandafzettingen sprake is van (lokaal) microreliëf. Er kunnen dus nog onbekende duinkopjes in het gebied aanwezig zijn. • (Gantel-)getijdekreek.
Ten zuiden van het duin, in het noorden van het plangebied, wordt een getijdegeul uit de IJzertijd verwacht. In de omgeving van het plangebied is hierop een laklaag aangetroffen, die laat zien dat er een stilstandsfase in de sedimentatie was, waardoor de oever aantrekkelijk voor bewoning was. Voor de top van de oevers van de getijdekreek geldt daarom een hoge archeologische verwachting. Circa 30 m ten oosten van het plangebied is de laklaag tussen 260 en 295 cm -Mv aangetroffen (circa -4,3 m NAP). • AMK-terrein. In het noordwesten van het plangebied, in het verlengde van de verwachte ligging van de getijdekreek, is een kanaal aangetroffen dat is geclassificeerd als het Kanaal van Corbulo. Het betreft een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het kanaal is 1,6 m diep en 14 tot 20 m breed. Bij een proefsleuvenonderzoek is de insteek van de geul vanaf -2,3 m NAP aangetroffen. Ook zijn er paaltjes in aangetroffen, die gedateerd zijn in de Late-IJzertijd (14Cmethode). Daarmee zou het ook een IJzertijdkreek kunnen zijn in plaats van het Kanaal van Corbulo. Of beide watergangen bestaan naast elkaar. • Droogmakerij. De rest van het plangebied maakt deel uit van een drooggemaakte veenplas, die onderdeel was van het veen- en kleigebied. Hier is de archeologische verwachting laag. • Historische bebouwing.
Hoewel het plangebied langs de middeleeuwse Vliet ligt, ontbreken op historische kaarten vanaf 1647 aanwijzingen voor bebouwing uit de Nieuwe Tijd. De archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd is daarom laag. Bovenstaande archeologische verwachting is grafisch weergeven in bijlage 14. Complextypen, omvang en prospectiekenmerken In het plangebied kunnen op het duin en op de oevers van de kreek nederzettingssporen en graven worden aangetroffen. Archeologische resten en sporen kunnen worden aangetroffen in de vorm van grondsporen en structuren van boerderijen (paalkuilen, afvalkuilen, greppels) en vondsten zoals vuursteen, aardewerk, bot en metaal. De omvang is niet bekend, maar nederzettingen kunnen honderden vierkante meters bestaan. Graven kunnen zowel uit vondsten als uit grondsporen bestaan. In de getijdekreek kunnen resten van beschoeiing aanwezig zijn, zoals ook in het westen van het plangebied is aangetroffen. Ook andere watergerelateerde vondsten zijn mogelijk in de restgeul van de getijdekreek, zoals kano’s of rituele deposities. 21
De gespecificeerde archeologische verwachting is samengevat in onderstaande tabel 3. Advies Op basis van de tijdens het bureauonderzoek verworven resultaten is het in eerste instantie de vraag wat de exacte landschappelijke ligging, bodemopbouw en mate van intactheid ervan is in het plangebied. Op basis hiervan kan worden bepaald in hoeverre in het plangebied nog archeologisch relevante niveaus aanwezig zijn. Ter plaatse van de bestaande bebouwing en kabels en leidingen kan een deel van de archeologische niveaus al zijn aangetast. Om dit te kunnen toetsen, dient de lithologische opbouw van de ondergrond en de mate van intactheid van de bodem te worden vastgelegd. Dit kan plaatsvinden door middel van een verkennend booronderzoek. De boringen kunnen in vier raaien worden gezet om de lithologische ondergrond goed in kaart te brengen. Wanneer de mogelijke IJzertijdgeul wordt aangetroffen, wordt het boorgrid plaatselijk verdicht om de geul te karteren. Op grond van dit onderzoek kan dan een uitspraak worden gedaan of en in hoeverre archeologische resten te verwachten zijn. De methodiek en resultaten van dit booronderzoek zijn in het volgende hoofdstuk besproken.
22
Tabel 3: Gespecificeerde archeologische verwachtingstabel.
1
Archeologische verwachting Datering
2 3
Complextype Omvang
4
Diepteligging
5
Gaafheid en conservering
6 7
Locatie Uiterlijke kenmerken (artefacten en type indicatoren) Mogelijke verstoringen
8
Reden Onbekend Laat-Paleolithicum-Mesolithicum Vanwege de grote diepteligging van de pleistocene ondergrond (9,4 m -Mv /-13,5 m NAP) buiten beschouwing gelaten Hoog Neolithicum Mogelijk is een duin op het kwelder aanwezig. Bij Westervliet zijn in vergelijkbare context vondsten uit het Neolithicum bekend. Laag Bronstijd Ligging in een veengebied dat niet aantrekkelijk voor bewoning was. Hoog IJzertijd-Romeinse Tijd Mogelijk is een getijdekreek in het plangebied aanwezig. In de omgeving is op de oevers hiervan een laklaag aangetroffen. In het westen van het plangebied is mogelijk het Kanaal van Corbulo aanwezig (AMK-terrein), al lijkt het eerder om een IJzertijdgeul te gaan dan om het Kanaal van Corbulo. Laag Vroeg-Middeleeuwen-Nieuwe tijd Ligging in een veengebied dat niet aantrekkelijk voor bewoning was. Op historische kaarten vanaf 1647 ontbreken aanwijzingen voor bebouwing. Het zuiden van het plangebied ligt in een droogmakerij. Nederzettingen, huisplaatsen, sporen van landgebruik, water-gerelateerde resten Onbekend, vermoedelijk 500-2000 m2 (omvang huisplaats, algemeen) Kanaal van Corbulo is 10 tot 20 m breed. Indien aanwezig; Top duin (1 m -Mv/ -1,5 m NAP) Top laklagen oevers getijdekreek: 2,6 à 2,9 m -Mv (circa -4,3 m NAP) Top Kanaal van Corbulo: -2,3 m NAP +/Boven 50 à 120 cm -Mv zijn onverbrande organische vondsten vermoedelijk al gedegradeerd. Zie bijlage 14.
Vindplaatsen kenmerken zich naar verwachting door vondsten of grondsporen.
Bestaande bebouwing, kabels en leidingen (bijlage 14, 2e pagina).
23
10. Resultaten veldonderzoek Onderzoeksmethodiek Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het opgestelde Plan van Aanpak; Verboom-Jansen, 2024). De boringen zijn daarbij gebruikt om de landschappelijke ligging, de bodemopbouw en de mate van intactheid ervan te bepalen. In totaal zijn in het plangebied 41 boringen gezet (boring 1-41). De boringen hebben een diepte tot maximaal 500 cm –Mv (tot in de top van de Oude Duin- en Strandafzettingen of het Laagpakket van Wormer) en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Beneden de grondwaterspiegel (50-200 cm -Mv afhankelijk van de dikte van ophoging) is gebruik gemaakt van een gutsboor met een diameter van 3 cm. De boringen zijn gefotografeerd en vervolgens beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Deze foto’s en beschrijvingen zijn terug te vinden in bijlage 20 en 21. Na beschrijven is het opgeboorde sediment verbrokkeld/versneden en doorzocht op archeologische indicatoren. Boring 1-35 zijn gelijkmatig in het plangebied uitgezet, in vier raaien. De onderlinge afstand van de boringen is 40 m. De afstand tussen de raaien is 50 m.
Hierbij is rekening gehouden met de aanwezige bebouwing en kabels en leidingen (deze zijn opgenomen op de boorpuntenkaart). Om de mogelijke geul van het Gantelsysteem in het plangebied te kunnen karteren, zijn vooraf acht boringen gereserveerd. Wanneer deze geul in een verkennende boring is aangetroffen, is een boring gezet tussen de plekken waar deze wel en niet is aangetroffen. Vervolgens is deze zone verder verdicht om de geul te kunnen begrenzen. Hiervoor zijn boringen 36-42 gezet. De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 15. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is afgeleid van het AHN (bron: www.ahn.nl). Dertien boringen zijn na twee á drie herhaalpogingen (binnen 1 á 2 m rondom het oorspronkelijke boorpunt) gestaakt in een moderne puinlaag. Tot slot konden boring 18, 19, 28 en 29 niet worden gezet. Deze waren gepland op een weiland omringd met sloten. De enige toegang tot dit weiland was afgesloten met een bouwhek en een slot. Op de boorpuntenkaart zijn deze niet-geslaagde boringen aangegeven met een rode stip.
24
Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek is het plangebied ingericht als bedrijfsterrein met diverse kantoorpanden en (bovengrondse) parkeergarages. De rest van het terrein is ingericht als weg, parkeerplaats en groenstrook. Ter plaatse van boring 18, 19, 28 en 29 is een weiland aanwezig. Deze was afgezet met een hek en niet toegankelijk. Het uiterste zuidoosten van het plangebied is in gebruik als weiland doorsneden door enkele sloten. Dit gedeelte is vrij drassig en er liggen plassen. Het noorden van het plangebied (nabij de Vliet) ligt relatief hoog. Vermoedelijk is hier sprake van ophoging, die het natuurlijke reliëf (de overgang van strandwallen naar een droogmakerij) wat verder versterkt. Het maaiveld loopt verder af in zuidoostelijke richting. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (17 t/m 19-09-2024). Linksboven: gezien vanaf boring 26 in westelijke richting. Rechtsboven: vanaf boring 2 richting het zuiden. Linksonder: vanaf boring 20 richting het westen. Rechtsonder: vanaf boring 33 richting het zuiden.
25
Bodemopbouw en lithologie De bodemopbouw in het plangebied is inzichtelijk gemaakt in lithogenetische profielen 1-3. De ligging van de profielen is opgenomen in de boorpuntenkaart, de profielen zelf zijn te vinden in bijlage 16. In het zuidoosten van het plangebied (boring 32-35) bestaat de natuurlijke ondergrond hoofdzakelijk uit zwak zandige klei. Deze klei is lichtgrijs van kleur, kalkrijk en bevat veelal zandlaagjes. Het heeft een slappe consistentie. Plaatselijk zijn verspoelde plantenresten aanwezig. Dit betreffen wadafzettingen (Laagpakket van Wormer). De top hiervan ligt in deze boringen op 20-80 cm -Mv (4,3 – 4,95 m -NAP). Op een diepte van 220-250 cm -Mv (6,5 – 6,8 m NAP) is sprake van een laag sterk kleiig veen of zwak humeuze, bruine klei met plantenresten. Deze laag is circa 10-30 cm dik. Hieronder is sterk siltige, grijze klei aanwezig (eveneens Laagpakket van Wormer). De top van deze boringen bestaat uit een donkerbruingrijze laag sterk kleiig veen (al dan niet met zand- en kleibrokken). Dit betreft een bouwvoor, waarin een restant veen is vermengd met de eronder gelegen kleiige afzettingen. Ten noordwesten van deze zone zijn eveneens wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer aangetroffen (boring 11-13 en 20-21). In dit gedeelte van het plangebied liggen de afzettingen op 120180 cm -Mv (3,45 – 4,9 m -NAP).
De wadrafzettingen worden hier afgedekt met zwak tot matig siltig, matig fijn zand. Dit zand is kalkrijk, met uitzondering van boring 11. De top van deze zandlaag ligt op 60-100 cm -Mv (3,55 – 4,5 m -NAP). Dit betreffen Oude Duin- en Strandafzettingen (Laag van Rijswijk; Laagpakket van Zandvoort). In boring 13 en 21 wordt dit zand afgedekt met zwak zandig of sterk kleiig, donkerbruin veen met een dikte van 30-45 cm. De top van de bodemopbouw bestaat veelal uit een opgebrachte laag zand (al dan niet met zand- en veenbrokken) met een dikte van circa 40-90 cm. In het noordwestelijke deel van het plangebied bestaat de natuurlijke ondergrond uit zwak siltig, matig fijn zand. Dit zand is veelal grijs van kleur en kalkloos. Het betreffen Oude Duin- en Strandafzettingen (Laag van Rijswijk en Laag van Ypenburg). De diepteligging varieert in het gebied tussen 170-380 cm Mv (2,9 – 4,6 m -NAP). In boring 15 is op dit zand een dunne laag zwak zandige klei aanwezig (250 cm Mv; 3,85 m -NAP). In boring 25 is geen zand aangetroffen, maar ligt op 290 cm -Mv (3,3 m -NAP) sterk siltige, bruine slappe klei. Deze kleiige afzettingen betreffen strandvlakte-afzettingen. In boring 16, 17, 27, 36, 38, 39 en 41 is in de top van de Laag van Ypenburg sprake van een donkergrijze laag zand of sterk zandig veen (zie ook de detailfoto’s in bijlage 22). Dit betreft een vegetatieniveau.
De Oude Duinen Strandafzettingen zijn afgedekt met donkerbruin veen, waarin veelal sporen van riet aanwezig zijn (Hollandveen Laagpakket). De top van dit veen ligt op 135-340 cm -Mv (2,6 – 4,5 m -NAP). In boring 9 is in dit veen (tussen circa 340-360 cm -Mv; 3,8 – 4,0 m -NAP) sprake van ingestoven zand (zie bijlage 22). In boring 8, 16, 17, 27, 36, 39 en 40 ligt zwak tot matig zandige klei op het veen. Deze klei is lichtgrijs van kleur, kalkrijk en heeft veelal een slappe consistentie. Plaatselijk komen zandlagen voor of heeft de klei een wat geband uiterlijk. Ook zijn af en toe verspoelde plantenresten of kleine veenbrokjes aanwezig. De overgang naar het eronder gelegen veen is hier erosief. Dit betreffen geulafzettingen van de Gantel (Gantel Laag/Laagpakket van Walcheren). Het diepste punt van de geul ligt ter plaatse van boring 8 en boring 40. Hier is op een diepte van respectievelijk 410 en 340 cm -Mv (5,3 en 4,6 m -NAP) zand aangetroffen, met daarboven gelaagde/gebande lichtgrijze zandige klei. In boring 40 is hierboven nog een laagje veen aanwezig met een dikte van 10 cm. Vermoedelijk is dit zand en veen omgewerkt door de geul. In deze boring is in de top van de geulafzettingen sprake van een donkergrijze, matig humeuze laag siltige klei met humusvlekken. Dit betreffen waarschijnlijk afzettingen die gevormd zijn toen de geul verlandde (restgeulafzettingen).
In de overige boringen is de geul minder diep ingesneden en zijn de eronder gelegen strandwal en veenlaag nog intact. Aan weerszijden van de geul is zwak zandige tot sterk siltige klei afgezet. Dit betreffen oever- en komafzettingen van de Gantel. In boring 6 en 7 is het sediment zwak tot matig humeus en bevat het enkele humusvlekken. Dit betreft een laklaag. De top van de afzettingen van de Gantel ligt veelal tussen 50-215 cm -Mv (1,7 – 2,9 m NAP). De top van de bodemopbouw in dit gedeelte van het plangebied bestaat uit een omgewerkt dan 26
wel omgebracht pakket. Deze bestaat zowel uit omgewerkte klei en veen, maar ook uit ophoogzand met modern puin. De dikte van deze omgewerkte en opgebrachte lagen varieert tussen 50 en 215 cm (gemiddeld circa 120 cm). In boring 17 en 36 is een uitschieter wegens een lokale verstoring tot 310 en 270 cm -Mv (2,8 en 4,0 m -NAP). De verstoringsdiepte of de diepte waarop boringen zijn gestaakt (ten opzichte van maaiveld en NAP) is aangegeven in bijlage 18. Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn in het veld middels verbrokkeling/versnijding doorzocht op de aanwezigheid van archeologische en ecologische indicatoren. Er is uitsluitend modern baksteen waargenomen. Dit is niet verzameld, maar alleen genoteerd in de boorstaten. Interpretatie In bijlage 17 is een geomorfogenetische kaart opgenomen. Hier zijn de verschillende landschappelijke zones in het plangebied inzichtelijk gemaakt. Vastgesteld is dat het plangebied op de overgang van een waddengebied naar een strandwal ligt. In het oosten liggen wadafzettingen aan het maaiveld. Vermoedelijk is de top hiervan deels omgewerkt als gevolg van de ligging in een droogmakerij. Deze afzettingen zijn onder natte omstandigheden tot stand gekomen en zijn archeologisch gezien niet relevant. In deze zone van het plangebied geldt daarom een lage verwachting6.
Zoals in profiel 1 goed te zien is, zijn deze getijdenafzettingen vanuit het westelijke bedekt geraakt met een laag strandzand. Dit betreft de eerste verstuiving in het gebied vanaf het Neolithicum vanuit het RijswijkZoetermeersysteem. De verbreiding van dit zand blijkt in het plangebied iets zuidelijker te liggen dan op basis van het bureauonderzoek werd verwacht. Vooralsnog zijn in de omgeving van het plangebied geen resten hierop bekend, maar de aanwezigheid ervan in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Dit deel heeft in ieder geval een periode relatief hoog boven de wadafzettingen uit gestoken en is daarmee mogelijk aantrekkelijk geweest voor bewoning (gedurende het Neolithicum). Een deel van de strandafzettingen is nog met veen bedekt (boring 13 en 21). In dit gedeelte is de top van de strandwal naar verwachting grotendeels intact. Ter plaatse van boring 11, 12 en 20 ontbreekt de erboven gelegen laag veen. Mogelijk is een deel hier ook omgewerkt als gevolg van veenwinning in het gebied, maar in principe kunnen hier nog wel archeologische resten aanwezig zijn. In deze zone waar strandafzettingen op het Laagpakket van Wormer liggen, geldt daarom een verwachting op resten uit het Neolithicum. Een verwachtingskaart is opgenomen in bijlage 19.
Het uiterste noorden van het plangebied ligt in een ingesloten strandvlakte, getuige de aanwezigheid van kleiige, gelaagde afzettingen op het strandzand. In de rest van dit noordelijke deel ligt een strandwal. De strandwal is plaatselijk afgedekt met kleine duintjes (Laag van Ypenburg). In de top van deze duinafzettingen is veelal sprake van een vegetatieniveau. De aanwezigheid van dit niveau in het duinzand is aangegeven in bijlage 17. In hoeverre het aangetroffen duintje in het onderzoek van Weerheijm et al. (2022) doorloopt tot in het plangebied is onduidelijk. In boring 25 (het meest dichtbij deze duin ten oosten van het plangebied) zijn strandvlakte-afzettingen aangetroffen. Mogelijk loopt dit duintje nog iets door in het plangebied ten zuiden van boring 25. Aangezien boring 26 en aanvullende boring 42 hier in puin gestaakt zijn, kon het verloop van het duinzand in dit gedeelte niet goed in kaart worden gebracht. Gezien het aantreffen van een grotendeels intacte strandwal, met plaatselijk een duin met een vegetatieniveau is de verwachting op resten uit het Neolithicum in dit gebied hoog.
6
Een aantal boringen aan de zuidwestzijde van deze verwachtingszone zijn niet geslaagd. Op basis van boringen B30G4625, B30G2204 en B30G2232 uit het Dinoloket (TNO) worden geconcludeerd dat hier geen zandopduikingen meer aanwezig zijn. Deze gegevens zijn gebruikt voor de begrenzing van deze lage verwachtingszone.
27
Deze zone van de strandwal met opgestoven duintjes is doorsneden door een geul van het Gantel systeem. Het diepste punt van deze geul ligt in boring 8 en 40. Hier is de top van de duin- en strandafzettingen geërodeerd. In profiel 3 is de aanwezigheid van een klein duintje met name in boring 41 goed zichtbaar. De geul van het Gantel systeem lijkt op basis van dit profiel deels om het duintje heen te lopen. Vermoedelijk heeft de geul zich hier een weg tussen deze kleine duintjes gebaand. Ter plaatse van boring 40 is hierbij de top van het duin geërodeerd. In de overige boringen is de geul deels ingesneden in het veen, maar zijn de duin- en strandafzettingen eronder nog wel intact. De verwachte ligging van de geul is aangegeven in bijlage 17, waarbij het veronderstelde verloop van het diepste punt met een blauwe stippellijn is aangegeven. De ligging van deze geul komt goed overeen met de eerder aangetroffen beschoeiingen ten westen van het plangebied en met het eerder uitgevoerde onderzoek van Weerheijm e.a. (2022; bijlage 17). De beschoeiingen lijken op basis van bijlage 17 op de oevers van deze geul te liggen. Ter plaatse van de geul- en oeverafzettingen van de Gantel kunnen resten worden aangetroffen uit de periode IJzertijd - Romeinse Tijd.
Afhankelijk van de mate van erosie van de eronder gelegen duin- en strandafzettingen kunnen hier ook nog resten uit het Neolithicum aanwezig zijn.
28
11. Beantwoording onderzoeksvragen 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het zuiden van het plangebied ligt in een droogmakerij. De ondergrond bestaat hier uit getijdenafzettingen (Laagpakket van Wormer). Vanuit westelijke richting zijn deze afzettingen bedekt geraakt met strandafzettingen. Een deel van deze afzettingen is nog met een dunne laag veen bedekt, waaruit blijkt dat deze nog deels intact zijn. De aanwezigheid van deze strandafzettingen is verder zuidelijk dan vanuit het bureauonderzoek werd verwacht. In de noordelijke helft van het plangebied is eveneens een strandwal aanwezig, die deels bedekt is met duinzand. In het duinzand is in een aantal boringen sprake van een vegetatieniveau. In het uiterste noorden van het plangebied (bij de Vlietweg) gaat deze strandwal over in een ingesloten strandvlakte. Mogelijk ligt in dit gedeelte nog wel een uitloper van het duin die door Weerheijm e.a. (2022) is aangetroffen ten oosten van het plangebied. Wegens een aantal gestaakte boringen is het verloop hiervan nog niet helemaal in kaart gebracht. Het is daardoor onbekend of, en zo ja, in hoeverre dit duintje ten oosten aansluit op het duin die in het plangebied is aangetroffen. De strandwal in het noordelijke deel van het plangebied is doorsneden door een getijdegeul van het Gantel-systeem.
Deze heeft zich deels in de strandwal ingesneden, maar vermoedelijk alleen op het diepste punt. Aan weerszijden hiervan is de insnijding beperkt gebleven tot in het veen en zijn de strand- en duinafzettingen nog intact.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? De top van de Oude Duin- en Strandafzettingen vormt het relevante niveau voor het Neolithicum. In het gedeelte waar deze zijn bedekt met veen en klei ligt dit niveau op 170-380 cm -Mv (2,9 – 4,6 m -NAP). Het diepste voorkomen is veelal het gevolg van diepere verstoringen en/of insnijding door de Gantel. In het centrale gedeelte van het plangebied, waar sprake is van strandafzettingen op het Laagpakket van Wormer, ligt dit niveau op 60-100 cm Mv (3,55 – 4,5 m -NAP). De afzettingen van de Gantel vormen het relevante niveau voor de periode IJzertijd-Romeinse Tijd. Dit niveau ligt op 50-215 cm -Mv (1,7 – 2,9 m -NAP).
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De top van de Gantel is archeologisch gezien intact. Plaatselijk is sprake van een laklaag, waaruit de mate van intactheid van dit niveau blijkt. Uitzondering hierop is de aanwezigheid van enkele wat diepere verstoringen, bij boring 17 en 36. De aard van deze verstoring is onduidelijk, maar vermoedelijk is dit lokaal van aard. De top van de strandwal (en duinen) is in het noordelijke deel van het plangebied intact, met uitzondering van gebieden waar erosie door de Gantel heeft plaatsgevonden. Op basis van de boringen is dit uitsluitend op het diepste punt van de geul, elders is deze tot in het veen ingesneden. In het centrale deel van het plangebied, daar waar strandafzettingen op Wormer liggen, is een deel van de top mogelijk omgewerkt als gevolg van de ligging in een droogmakerij. Gezien de aanwezigheid van een restant veen in twee boringen is de kans wel aanwezig dat hier nog meer intacte delen aanwezig zijn. De mate van verstoring als gevolg van de huidige bebouwing is onbekend.
29
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Op basis van het veldonderzoek geldt in het plangebied een hoge verwachting op resten uit de IJzertijd – Romeinse Tijd ter plaatse van de Gantel. Bij de zone met strand- en duinafzettingen geldt een hoge verwachting op resten uit het Neolithicum. In het waddengebied in het zuidoosten geldt een lage verwachting. Een verwachtingskaart is opgenomen in bijlage 19 en 20. Een advieskaart is opgenomen in bijlage 21.
30
12. Conclusie en Advies Conclusie Op basis van het bureauonderzoek ligt het plangebied achter de oudste strandwal van Leidschendam, in het Hollands veen- en kleigebied. Op basis van het bureauonderzoek is de archeologische verwachting als volgt: • Duin (Laag van Ypenburg). In het noorden van het plangebied is op basis van onderzoek in de omgeving mogelijk een duin in de ondergrond aanwezig. Het duin is aantrekkelijk geweest voor bewoning in het Neolithicum, waarna het duin vermoedelijk overdekt geraakt is met veen. Bij de Westvlietweg in Den Haag is het duin met veen overdekt geraakt. Het veen op het duin is gedateerd (14C-methode) op 3100 à 3030 voor Chr. (Midden-Neolithicum; Mijle Meijer et al., 2010). In de directe omgeving zijn nog geen vondsten uit deze periode bekend, maar aan de Westvlietweg in Den Haag, ongeveer 1,3 km ten zuidwesten van het plangebied, zijn op een vergelijkbaar duin (dat op een kwelder ligt) wel resten uit het Midden en Laat-Neolithicum aangetroffen. De archeologische verwachting ter plaatse van een eventueel duin is daarom hoog. Circa 30 m ten oosten van het plangebied is de top van het duin rond 1 m-Mv (-1,5 m NAP) aangetroffen. • (Gantel-)getijdekreek. Ten zuiden van het duin, in het noorden van het plangebied, wordt een getijdegeul uit de IJzertijd verwacht.
In de omgeving van het plangebied is hierop een laklaag aangetroffen, die laat zien dat er een stilstandsfase in de sedimentatie was, waardoor de oever aantrekkelijk voor bewoning was. Voor de top van de oevers van de getijdekreek geldt daarom een hoge archeologische verwachting. Circa 30 m ten oosten van het plangebied is de laklaag tussen 260 en 295 cm -Mv aangetroffen (circa -4,3 m NAP). • AMK-terrein. In het noordwesten van het plangebied, in het verlengde van de verwachte ligging van de getijdekreek, is een kanaal aangetroffen dat is geclassificeerd als het Kanaal van Corbulo. Het betreft een terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het kanaal is 1,6 m diep en 14 tot 20 m breed. Bij een proefsleuvenonderzoek is de insteek van de geul vanaf -2,3 m NAP aangetroffen. Ook zijn er paaltjes in aangetroffen, die gedateerd zijn in de Late-IJzertijd (14C-methode). Daarmee zou het ook een IJzertijdkreek kunnen zijn in plaats van het Kanaal van Corbulo. Of beide watergangen bestaan naast elkaar. • Droogmakerij. De rest van het plangebied maakt deel uit van een drooggemaakte veenplas, die onderdeel was van het veen- en kleigebied. Hier is de archeologische verwachting laag. • Historische bebouwing. Hoewel het plangebied langs de middeleeuwse Vliet ligt, ontbreken op historische kaarten vanaf 1647 aanwijzingen voor bebouwing uit de Nieuwe Tijd.
De archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd is daarom laag. Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied op de overgang van een strandwal naar een getijdengebied ligt. Een verwachtingskaart op basis van het veldonderzoek is opgenomen in bijlage 19 en 20. In het zuidoosten van het plangebied liggen wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer aan het maaiveld. In dit gedeelte is de lage archeologische verwachting vanuit het bureauonderzoek bevestigd. Deze getijdenafzettingen zijn vanuit het westen deels bedekt geraakt met strandafzettingen. De verbreiding hiervan ligt verder zuidoostelijk dan vanuit het bureauonderzoek werd verondersteld. Het betreft de eerste vorming van de strandwallen in het kustgebied gedurende het Neolithicum. Een deel van deze strandafzettingen is nog bedekt met een dun restant veen. De top van de strandafzettingen ligt in dit gedeelte op 60-100 cm -Mv (3,55 – 4,5 m -NAP). In het noorden van het plangebied bestaat de natuurlijke ondergrond overwegend uit Oude Duin- en Strandafzettingen. Dit gedeelte ligt op een strandwal. Een klein hoekje in het noorden ligt in een strandvlakte. In een deel van de strandwal is sprake van duinzand met daarin een vegetatieniveau (Laag van Ypenburg). Getuige de aanwezigheid van een vegetatieniveau en een afdekkende veenlaag is dit duin nog intact. Dit 31
duintje ligt eveneens iets verder zuidelijk dan vanuit het bureauonderzoek werd verwacht. In de rest van deze strandwalzone ontbreekt dit vegetatieniveau, maar is de strandwal getuige een afdekkende laag veen en klei nog intact. Het is onduidelijk in hoeverre het duintje wat ten noordoosten van het plangebied op dit duin aansluit. Mogelijk betreffen het twee kleine geïsoleerde duinkopjes. Ter plaatse van deze strandwal en duin is sprake van een hoge verwachting op resten uit het Neolithicum. Gezien de onzekerheid over de aanwezigheid van duinzand in dit noordoostelijke deel geldt ter plaatse van de zone met een strandvlakte vooralsnog een archeologische verwachting. De aan- of afwezigheid van duinzand in dit gebied zal nog nader in kaart moeten worden gebracht. De strandwal is doorsneden door een getijdegeul van het Gantel-systeem. Plaatselijk is in de top van deze afzettingen sprake van een laklaag. Dit niveau is archeologisch gezien intact. Wegens aantreffen van de Gantel-geul geldt hier een hoge verwachting op resten uit de IJzertijd-Romeinse Tijd. Dit niveau ligt op 50-215 cm -Mv (1,7 – 2,9 m -NAP). De geul heeft zich plaatselijk tot in de Oude Duin- en Strandafzettingen ingesneden, maar dit is op basis van de boringen slechts zeer lokaal. Elders is de insnijding beperkt tot in het veen en zijn de eronder gelegen afzettingen nog intact.
Hier kunnen ook onder de afzettingen van de Gantel nog resten uit het Neolithicum aanwezig zijn. De top van de Oude Duin- en Strandafzettingen in dit gedeelte ligt op 170-380 cm -Mv (2,9 – 4,6 m -NAP). Het diepste voorkomen is veelal het gevolg van diepere verstoringen en/of insnijding door de Gantel. Advies Men heeft het voornemen om in de huidige bebouwing in het plangebied grotendeels te slopen, waarna nieuwbouw plaatsvindt. Hierbij vinden diverse (ondergrondse) sloopwerkzaamheden en graafwerkzaamheden plaats, die het archeologisch relevante niveau zullen verstoren. Voor deze ingrepen is een wijziging omgevingsplan (BOPA) noodzakelijk. Een advieskaart is opgenomen in bijlage 21. • In het zuidoostelijke gedeelte waar een lage verwachting geldt, is ons inziens geen bezwaar tegen eventuele bodemverstoringen. Geadviseerd wordt om in het nieuw op te stellen omgevingsplan aan deze zone een lage verwachting toe te kennen. Op het moment dat bij eventuele herontwikkeling onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 en 5.11, deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Leidschendam-Voorburg).
• In het gedeelte waar sprake is van een hoge verwachting (de zone met strandwal, duinen en Gantel-geul en de zone met de eerste strandwal), kunnen bij de herontwikkeling archeologische resten worden verstoord. Geadviseerd wordt om in deze verwachtingszones een vervolgonderzoek uit te voeren (karterende fase). Voor wat betreft de verwachtingszone strandwal kan dit middels een karterend booronderzoek of een proefsleuvenonderzoek. Indien gekozen wordt voor een booronderzoek, wordt wegens de aanwezige puinlagen en het aantal gestaakte verkennende boringen geadviseerd om dit mechanisch uit te voeren (met een avegaar). Een andere optie is om eerst deze puinlagen te verwijderen (bijvoorbeeld met een minigraver) om vervolgens handmatig verder te boren. Ter plaatse van de strandwal gaat de aandacht daarbij uit naar aanwezigheid van archeologische lagen (vegetatieniveaus, duinzand, eventuele cultuurlagen) en indicatoren in de top van de strandwal. Het is ook mogelijk om dit gebied middels een proefsleuvenonderzoek te karteren (en indien nodig te waarderen). • Wat betreft de verwachtingszone Gantel kan de karterende fase het beste worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. De verwachte resten in de geul en randzone bestaan vermoedelijk veelal uit beschoeiingen, afvaldumps en dergelijke.
Deze vindplaatsen zijn met een booronderzoek niet tot nauwelijks op te sporen en zijn beter te karteren middels een proefsleuf (IVO-P). Voor een proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen nodig, waarin de methodiek 32
en randvoorwaarden van dit onderzoek worden beschreven. Dit Programma van Eisen moet op voorhand worden goedgekeurd door de bevoegde overheid (in deze de gemeente LeidschendamVoorburg). De exacte wijze van uitvoering van de geplande ingrepen in het gebied is nog niet bekend. De bestaande bebouwing in het gebied zal worden gesloopt. Vermoedelijk zullen er ingrepen in het gebied plaatsvinden ten behoeve van het bouwrijp maken van het terrein. Deze zijn nog niet concreet. De locatie van de toekomstige bebouwing, toegangsweg en waterpartijen is wel bekend. Mogelijk zal het gebied gefaseerd ontwikkeld worden. In vrijwel het gehele plangebied zullen in meer of mindere mate ingrepen plaatsvinden. In een gedeelte van het plangebied geldt een advies tot vervolgonderzoek. Delen hiervan zijn momenteel nog niet bebouwd en in principe toegankelijk voor (gravend) vervolgonderzoek. Ons advies luidt om eerst de te verstoren gebieden te onderzoeken, die momenteel goed toegankelijk zijn (fase 1). Dit zijn met name de nog onbebouwde gebieden die nu in gebruik zijn als parkeerplaats, groenstrook of weiland. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek in deze delen kan mogelijk al een inschatting worden gemaakt van de risico’s voor de omliggende (nog bebouwde of ontoegankelijke) zones.
We adviseren om de verwachting en archeologische waardestelling van het terrein zoveel mogelijk duidelijk te hebben, voordat de eventuele ondergrondse sloop- en bouwwerkzaamheden starten. Onder de huidige, te slopen bebouwing kunnen ook nog archeologische resten worden verwacht. Wij adviseren om deze eerst bovengronds te slopen. Voor het verwijderen van de funderingen en heipalen wordt een archeologische begeleiding van deze ondergrondse sloopwerkzaamheden geadviseerd (fase 2). Indien er op basis van de resultaten van fase 1 blijkt dat in een bepaalde zone geen resten meer worden verwacht, kan mogelijk een deel van deze ondergrondse sloop worden vrijgesteld van onderzoek. Op basis van de resultaten van de onderzoeken in fase 1 en 2 kan worden bepaald wat de archeologische waardestelling van het terrein is. Met deze gegevens kunnen (indien nodig) zones worden geselecteerd voor een veiligstellende opgraving (al dan niet in de vorm van een begeleiding) of zones worden vrijgegeven voor de geplande ingrepen. De gebieden waar momenteel een riool- en waterleiding ligt, zijn gezien de verwachte aanlegdiepte van 2 á 2,5 m -Mv als verstoord te beschouwen. Hier is geen vervolg noodzakelijk. Bovenstaande vormt een advies.
Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Leidschendam-Voorburg) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
33
13. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • www.ikme.nl • https://omgevingswet.overheid.nl • Stedenbouwkundig plan (november 2023). • Archeologische waarden- en verwachtingenkaart Den Haag; https://ddh.maps.arcgis.com/apps/mapviewer/index.html?webmap=3c1219b29feb4e669eaecb21 dcd851b0 • https://www.canonvannederland.nl/nl/zuid-holland/leidschendam-voorburg/de-vliet-over-sluizenscheepv7583288#:~:text=De%20naam%20'de%20Vliet'%20kwam,Trekvliet%20was%20in%201345%20klaar • https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart# • https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ca21d4a75e94-4962-a573-a7d267e7b77f Lijst met afbeeldingen Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).
...................... 4 Figuur 2: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (17 t/m 19-09-2024). Linksboven: gezien vanaf boring 26 in westelijke richting. Rechtsboven: vanaf boring 2 richting het zuiden. Linksonder: vanaf boring 20 richting het westen. Rechtsonder: vanaf boring 33 richting het zuiden. .. 25
34
Literatuur Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Dalen, J.H. van/J.H.C. Deeben/D.P. Hallewas/R. Koopstra/Th.J. Maarleveld/J.H.M. Peeters/R. Wiemer, 2008:Indicatieve kaart van Archeologische Waarden 3e generatie, Amersfoort (RACM). Hessing, W.A.M., R. Schrijvers, 2021. Archeologische waarnemingen van het Kanaal van Corbulo tussen Leiden en Rijswijk. Bureaustudie ten behoeve van de waardering van het kanaal van Corbulo als onderdeel van het nominatie dossier Unesco Werelderfgoed, Amersfoort. Vestigia rapport V1721. Hijma, M.P., 2010. From river valley to estuary: the early-mid Holocene transgression of the RhineMeuse Valley, the Netherlands, Netherlands Geographical Studies, Issue 389. Utrecht University, Utrecht. Horssen, J., van, 2015. De archeologie van Zoetermeer. Een bureauonderzoek naar de prehistorie en de veertien archeologische monumenten in de gemeente Zoetermeer. Delftse Archeologische Rapporten 124. Archeologie Delft. Maas, G. J., W.M. van der Meij, S. P. J. v. Delft, A. H.
Heidema., 2019. Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000. http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Magdelijns, N., B. Rendering, 2020. Leidschendam, Dr. Van der Stamstraat 4, Triadome. Gemeente Leidschendam-Voorburg (ZH). Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende en karterende fase. Transect-rapport 2939. Magdelijns, N., B. Rendering, 2022. Leidschendam, Triadomelocatie. Gemeente LeidschendamVoorburg (ZH). Een archeologisch karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Transect-rapport 3779. Mijle Meijer, R.A., van der, E.E.B. Bulten, P.J.A. Stokkel, E.C. Rieffe, 2010. Westvlietweg, gemeente Den Haag, Archeologisch onderzoek naar bewoningssporen uit het midden- en laat neolithicum op een duintje achter de oudste strandwal. Afdeling Archeologie Dienst Stadsbeheer Rapport 0919. Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E. Wong 2003, De ondergrond van Nederland, Groningen. Peeters, D., K. Wink, 2021. Plangebied Project Tunnelrenovaties Zuid-Holland (PTZ). Onderzoeksgebied Tunnelrenovatie Sijtwendetunnel te 's-Gravenhage, Wassenaar, Leidschendam en Voorburg, gemeenten 's-Gravenhage, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-rapport 4922. Picard, E.R.J.G., W.J. Weerheijm, 2021.
Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en ieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek. Vestigia-rapport V21-4789 35
Pruissers, A.P./W. de Gans, 1988: De bodem van Leidschendam, in Daams, F.H.C.M./J.D. de Kort (red.): Over, door en om de Leytsche Dam, Leidschendam. Rendering, R.J., 2019. Leidschendam, Nieuwstraat-Damhouderstraat e.o. Gemeente LeidschendamVoorburg (ZH). Een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, variant Archeologische Begeleiding (IVO-P/AB). Transect-rapport 2493. Rensink, E/ H.J.T. Weerts/ M. Kosian/ H. Feiken/B.I. Smit, 2015. Archeologische Landschappenkaart van Nederland Methodiek en kaartbeeld. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Stouthamer, E., K.M. Cohen, W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het Land. Utrecht (Fysische geografie van Nederland). Achtste, geheel herziene druk. TNO, 2020. Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600 000. Valk, L., van der, 1996. Geology and sedimentology of Late Atlantic sandy, wave-dominated deposits near The Hague (South-Holland, the Netherlands): a reconstruction of an early prograding coastal sequence, in Coastal studies on the Holocene of the Netherlands (Beets, D.J., Fischer, M.M., en De Gans, W., red.), Mededelingen Rijks Geologische Dienst 57, p. 201-228. Verboom-Jansen, M., 2024. Plan van Aanpak, Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, Leidschendam, Fleetpark. Transect. Vos, P.C., E.C. Rieffe, E.E. B. Bulten, 2007. Nieuwe Geologische kaart van Den Haag en Rijswijk. Vos, P.C., 2015. Origin of the Dutch coastal landscape. Longterm landscape evolution of the Netherlands during the Holocene, described and visualized in national, regional and local palaeogeographical map series. PhD dissertation, Utrecht University, Barkhuis Groningen. Weerheijm, W.J., E.R.J.G. Picard, F.P.J. van Puijenbroek, 2022. Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam, gemeente LeidschendamVoorburg Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Vestigiarapport V21-4789. Zagwijn, W.H. en C.J.
van Staalduinen, 1975. Geologische overzichtskaarten van Nederland Toelichting. Rijks Geologische Dienst Haarlem 1975.
36
Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode
Deel-/subperiode
Recent
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe Tijd
Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.
450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.
IJzertijd
Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.
Bronstijd
Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd
1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.
800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.
Neolithicum
Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A
2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.
2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.
Mesolithicum
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum
6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.
5300 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.
Paleolithicum
Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -
8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP
37
Bijlage 2: Luchtfoto
38
Bijlage 3: Kadaster
39
Bijlage 4: Stedenbouwkundig plan Bron: Stedenbouwkundig plan Overgoo-Fleetpark (november 2023).
40
De rode zone zal worden opgehoogd. Bron: opdrachtgever.
41
42
Bijlage 5: Archeologische beleidskaart van de gemeenten
43
Zone zonder archeologische verwachting
44
Bijlage 6: Geo-archeologische kaart
45
46
Bijlage 7: Geomorfologie
47
Bijlage 8: Zanddiepte
48
Bijlage 9: Hoogtekaart
49
50
Bijlage 10: Bodemkaart
51
Bijlage 11: Archeologische informatie
52
Bijlage 12: Eerder onderzoek
53
Bijlage 13: Historische kaarten
54
55
56
57
58
59
60
61
Bijlage 14: Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek
62
63
Bijlage 15: Boorpuntenkaart en kabels en leidingen
64
65
66
Bijlage 16: Lithogenetische profielen veldonderzoek
67
68
69
Bijlage 17: Geomorfogenetische kaart
70
Bijlage 18: Verstoringsdiepte
71
72
Bijlage 19: Archeologische verwachtingskaart na het veldonderzoek
73
Bijlage 20: Verwachtingskaart en geplande ingrepen
74
Bijlage 21: Advieskaart
75
Bijlage 22: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van de boringen. De boorkernen zijn per blok van 50 cm van links naar rechts uitgelegd. Het diepste punt van de kernen wijst naar boven. Het diepste punt van de guts ligt aan de rechterzijde. Bij foto’s met meerdere gutsen ligt de diepste onderaan.
Boring 2.
Boring 9. Onderste foto: Detail instuiving in veen
76
Boring 11.
Boring 12.
77
Boring 16. Onderste foto: Detail erosieve grens geulafzettingen/veen (bovenste guts) en niveau in top strandwal (onderste guts)
Boring 20.
78
Boring 27: detail niveau in top strandwal.
Boring 36.
79
Bijlage 23: Boorbeschrijvingen
80
boring: 245021-1 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.705, Y: 454.855, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: -0,67, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect, opmerking: Inlopend zand
0 cm -Mv / 0,67 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkergrijs, zand- en kleibrokken, matig slap Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
90 cm -Mv / 1,57 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtblauwgrijs, matig stevig, kalkrijk
130 cm -Mv / 1,97 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtblauwgrijs, zand- en kleibrokken, matig stevig, kalkrijk Bodemkundig: interpretatie: verstoord
210 cm -Mv / 2,77 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, donkerbruin, veen (niet gedifferentieerd), normaal (alleen zand en veen)
230 cm -Mv / 2,97 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, lichtbruingrijs, zand- en kleibrokken, matig fijn
Einde boring op 300 cm -Mv / 3,67 m -NAP
1
boring: 245021-2 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.738, Y: 454.791, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: -0,55, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,55 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
10 cm -Mv / 0,65 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, geelgrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
50 cm -Mv / 1,05 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, geelgrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Rood baksteen (modern)
90 cm -Mv / 1,45 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijszwart, matig grof, weinig plantenresten Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
110 cm -Mv / 1,65 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, zand- en kleibrokken Bodemkundig: interpretatie: verstoord
180 cm -Mv / 2,35 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, bruingrijs, zand- en kleibrokken Bodemkundig: interpretatie: verstoord Opmerking: Veenbrokken, zand, brokjes lichblauwe klei
270 cm -Mv / 3,25 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, lichtgrijs, matig fijn, kalkloos
Einde boring op 310 cm -Mv / 3,65 m -NAP
boring: 245021-3 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.760, Y: 454.777, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: 0,43, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect, opmerking: Driemaal gestaakt in puin
0 cm -Mv / 0,43 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, matig grof Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
30 cm -Mv / 0,13 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern puin
Einde boring op 50 cm -Mv / 0,07 m -NAP
2
boring: 245021-4 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.772, Y: 454.748, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: -0,10, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect, opmerking: Driemaal gestaakt in puin
0 cm -Mv / 0,10 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, matig grof Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
30 cm -Mv / 0,40 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern puin
Einde boring op 50 cm -Mv / 0,60 m -NAP
boring: 245021-5 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.804, Y: 454.718, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: 1,62, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect, opmerking: Driemaal gestaakt in puin
0 cm -Mv / 1,62 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, matig grof Bodemkundig: interpretatie: bouwvoor
30 cm -Mv / 1,32 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, bruingrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern puin
Einde boring op 50 cm -Mv / 1,12 m +NAP
3
boring: 245021-6 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.752, Y: 454.878, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: 0,32, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,32 m +NAP Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Klinker
10 cm -Mv / 0,22 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
30 cm -Mv / 0,02 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak humeus, bruin, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Brokjes rood baksteen, grindjes
110 cm -Mv / 0,78 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, zwak grindig, grijs, matig grof Bodemkundig: enkele Fe-vlekken, interpretatie: opgebrachte grond
160 cm -Mv / 1,28 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruingrijs, stevig Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
200 cm -Mv / 1,68 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, lichtblauwgrijs, stevig, kalkloos
250 cm -Mv / 2,18 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, bruin, matig stevig, kalkrijk
310 cm -Mv / 2,78 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, sterk kleiig, donkerbruin, veen (niet gedifferentieerd), normaal (alleen zand en veen)
340 cm -Mv / 3,08 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, donkerbruin, bosveen, normaal (alleen zand en veen), spoor hout
360 cm -Mv / 3,28 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkloos
Einde boring op 370 cm -Mv / 3,38 m -NAP
4
boring: 245021-7 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.767, Y: 454.841, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: 0,32, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 0,32 m +NAP Algemeen: aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Klinker
10 cm -Mv / 0,22 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
30 cm -Mv / 0,02 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Zwak grindig, modern puin
100 cm -Mv / 0,68 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, matig humeus, donkergrijszwart, matig grof Bodemkundig: interpretatie: verstoord Archeologie: enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Rood baksteen
310 cm -Mv / 2,78 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, bruingrijs, matig slap, kalkrijk
340 cm -Mv / 3,08 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: veen, mineraalarm, donkerbruin, veen (niet gedifferentieerd), normaal (alleen zand en veen)
380 cm -Mv / 3,48 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof
Einde boring op 400 cm -Mv / 3,68 m -NAP
5
boring: 245021-8 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.803, Y: 454.821, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: -1,26, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect, opmerking: Eerste twee pogingen gestaakt in puin
0 cm -Mv / 1,26 m -NAP Algemeen: aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: niet benoemd, niet benoemd Bodemkundig: interpretatie: niet benoemd Opmerking: Klinker
10 cm -Mv / 1,36 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern puin
40 cm -Mv / 1,66 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, donkergrijs, matig grof Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: ondoordringbaar bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Modern puin
60 cm -Mv / 1,86 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, matig humeus, donkergrijs, stevig Bodemkundig: interpretatie: verstoord
80 cm -Mv / 2,06 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, matig slap, kalkrijk
170 cm -Mv / 2,96 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: diffuus (3-10 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, veenbrokken, matig slap, spoor plantenresten, kalkrijk
190 cm -Mv / 3,16 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, matig zandig, lichtgrijs, enkele zandlagen, spoor plantenresten, kalkrijk
410 cm -Mv / 5,36 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: zand, zwak siltig, grijs, matig fijn, kalkrijk
Einde boring op 420 cm -Mv / 5,46 m -NAP
6
boring: 245021-9 beschrijver: LJOL, datum: 17-9-2024, X: 86.816, Y: 454.772, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 30G, hoogte: -0,44, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 en guts-3 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: plantsoen, vondstzichtbaarheid: geen, provincie: Zuid-Holland, gemeente: Leidschendam-Voorburg, plaatsnaam: Leidschendam, opdrachtgever: Tauw, uitvoerder: Transect