CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4593-03 Ecologisch onderzoek Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam

Raadsvergadering 27 mei 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Nieuwe Vaartlaan 186.760 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

FLORA- EN FAUNAONDERZOEK NIEUWE VAARTLAAN 18 TE LEIDSCHENDAM

Opdrachtgever

:

Bio Quality Holding BV Veenweg 68 2631 CM Nootdorp

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Franse Akker 13 4824 AL Breda tel. +31 (0) 6 82 05 34 29

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL24-9232 Juni 2024 24 juni 2024

Veldmedewerker:

Mevrouw J.H.M. Roovers (Ecoloog)

Projectadviseur:

Mevrouw J.H.M. Roovers

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................................................... 3 1.2 Doel van het onderzoek .................................................................................................................. 3 1.3 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 3 2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK ............................................................................ 4 2.1 Bureaustudie ................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ................................................................................................................................ 4 2.3 Effectenbeoordeling ........................................................................................................................ 4 3.

BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ........................................................................................... 5 3.1 Ligging plangebied.......................................................................................................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .................................................................................... 6 3.3 Werkzaamheden........................................................................................................................... 10 4. WETTELIJK KADER ........................................................................................................................... 11 4.1 Besluit Activiteiten Leefomgeving, onderdeel soorten.................................................................. 11 4.2 Zuid-Hollandse omgevingsverordening ........................................................................................ 12 5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING HUIDIG ONDERZOEK .......................................... 13 5.1 Vleermuizen .................................................................................................................................. 13 5.2 Grondgebonden zoogdieren .........................................................................................................

14 5.3 Vaatplanten ................................................................................................................................... 15 5.4 Vogels ........................................................................................................................................... 16 5.5 Amfibieën en reptielen .................................................................................................................. 17 5.6 Overige beschermde soorten ....................................................................................................... 17 6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL ............................................................... 18 6.1 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ............... 18 6.2 Checklist groen bouwen ............................................................................................................... 18 LITERATUUR EN BRONVERMELDING ................................................................................................ 19 HUIDIGE NATUURWETGEVING: OMGEVINGSWET ........................................................................... 20 Artikel 11.37. Vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen ............. 20 Artikel 11.46.

Vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen ........... 20 Artikel 11.54. (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) .. 21 De (specifieke) zorgplicht zoals weergegeven in artikel 11.27........................................................... 21 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 11.37 ............................................................................ 21 RODE LIJST ........................................................................................................................................... 22 NDFF GEGEVENS ................................................................................................................................. 23

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

2/24

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding In opdracht van Bio Quality Holding BV is een flora- en faunaonderzoek uitgevoerd voor de locatie Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam. Zie afbeelding 1 voor het plangebied. Aanleiding voor het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen tot herontwikkeling in het plangebied. 1.2 Doel van het onderzoek Deze QuickScan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving, Omgevingswet, zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor de beschermde plant- en diersoorten genoemd in de Omgevingswet. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Omgevingswet beschreven. In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.

Afbeelding 1: Vooraanzicht plangebied.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

3/24

2. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek. Het veldbezoek is door een ecoloog uitgevoerd op 18 juni 2024 bij 16°C en bewolkt weer. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze rapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd. Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied.

De bevindingen van het bronnen- en literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een verkennend veldonderzoek wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Bij een verkennend veldonderzoek gaat het om een geschiktheidsbeoordeling van het plangebied. Deze beoordeling kan jaarrond worden uitgevoerd. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld welke natuurwaardes in het plangebied aanwezig zijn en wat hiervan de functies zijn. Wanneer negatieve effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Omgevingswet.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

4/24

3. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED 3.1 Ligging plangebied Het plangebied ligt in de Provincie Zuid-Holland tussen de steden Leiden en Zoetermeer. Op onderstaande kaart is te zien dat het plangebied (rood) geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (paars, NNN). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 49 meter van het plangebied. Het plangebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura2000 of belangrijk weidevogelgebied. Binnen een straal van 10 kilometer liggen de volgende Natura2000 gebieden: De Wilck 4,9 kilometer en Meijendel & Berkheide 6,9 kilometer.

Afbeelding 2: Ligging plangebied (rode markering) ten opzichte van de omgeving en Natuurnetwerk Nederland (paarse markering), Bron: Provincie Zuid-Holland.

Afbeelding 3: Afkadering plangebied (rood omlijnd).

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

5/24

3.2 Algemene beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit diverse biotopen zoals een paardenbak, grasland en meerdere schuren. In het plangebied zijn ook enkele struiken en bomen aanwezig. Het plangebied wordt omgeven door bebouwingen en grasland. Een watergang is in het plangebied niet aanwezig.

Afbeelding 3 en 4: Gebouw aan de achterzijde van het perceel.

Afbeelding 5 en 6: Gebouw aan de achterzijde van het perceel.

Afbeelding 7 en 8: Watergang aan de achterzijde van het perceel.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

6/24

Afbeelding 9 en 10: Vegetatie aan de achterzijde.

Afbeelding 11 en 12: Wei van de paarden.

Afbeelding 13 en 14: Bomen aangrenzend aan het perceel.

Afbeelding 15 en 16: Schuren in het plangebied met in de paardenstal boerenzwaluwnesten.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

7/24

Afbeelding 17 en 18: Paardenstal met boerenzwaluwnesten.

Afbeelding 19 en 20: Paardenstallen.

Afbeelding 21 en 22: Schuur en paddock.

Afbeelding 23 en 24: Paddock en rijbak.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

8/24

Afbeelding 25 en 26: Opslag met spullen en overkapping.

Afbeelding 27 en 28: Overzichtsfoto perceel en chalet.

Afbeelding 29 en 30: Chalet op het perceel.

Afbeelding 31 en 32: Chalet en tuin.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

9/24

Afbeelding 33 en 34: Tuin en voorkant chalet.

Afbeelding 35 en 36: Voorzijde Chalet en watergang aan de voorzijde van het perceel.

3.3 Werkzaamheden In het plangebied zijn de plannen voor het ontwikkelen van een nieuwe woning met bijgebouwen ten behoeve van paardenstalling en opslag voor tuingereedschap. De werkzaamheden bestaan hierbij uit het verwijderen van de huidige schuren en bouw gereed maken van het perceel. De werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben op beschermde soorten.

Afbeelding 37: Overzichtsfoto plangebied. Bron: Opdrachtgever. De geel gestreepte kaders geven de huidige bebouwingen weer en de bruin gemarkeerde gebieden de nieuwe bebouwingen.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

10/24

4. WETTELIJK KADER 4.1 Besluit Activiteiten Leefomgeving, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 11.37 – 11.45). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 11.46 – 11.53). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in bijlage IX van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (art. 11.54 – 11.59). Voor de zoogdier-, amfibie- en reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven.

De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd. Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 11.46 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; e. Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Uitbreiding verbodsbepalingen 11.54 1.

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; c. Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. 2. Het verbod geldt niet als: a. Het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b. Het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

11/24

4.2 Zuid-Hollandse omgevingsverordening Artikel 3.189 (aanwijzing vergunningsvrije gevallen andere soorten inrichting, ontwikkeling, beheer en onderhoud) 1. Het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving te verrichten, geldt niet voor de aangewezen andere soorten opgenomen in bijlage III, onder C1, voor zover de activiteit wordt verricht in het kader van: a. De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. Bestendig beheer of onderhoud in de land- of bosbouw; c. Bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; d. Bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. 2. Het eerste lid is ook van toepassing als geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit bestaat als bedoeld in artikel 8.74j, eerste lid, onder a van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage III, C1, genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de (specifieke) zorgplicht.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

12/24

5. RESULTATEN EN EFFECTENBEOORDELING HUIDIG ONDERZOEK 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek Volgens de verspreidingsgegevens komen de volgende vleermuissoorten voor rondom het plangebied: de laatvlieger (Eptesicus serotinus), ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii), gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), meervleermuis (Myotis dasycneme), rosse vleermuis (Nyctalus noctula), baardvleermuis (Myotis mystacinus), kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus), watervleermuis (Myotis daubentonii), bosvleermuis (Nyctalus leisleri) en tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus). In het plangebied staan enkele bomen en gebouwen die gecontroleerd dienen te worden op verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen voor vleermuizen geschikte verblijfplaatsen aanwezig. De schuren en chalet hebben geen spouwmuur of andere stabiele ruimtes waar vleermuizen kunnen verblijven. De metalenconstructies van de schuren warmen in de zon te snel op en koelen s ’avonds te veel af. In het plangebied is geen essentieel leefgebied aanwezig, zoals een foerageergebied. Hoog opgaande of lijnvormige elementen zijn niet in het plangebied aanwezig. Aangrenzend aan het plangebied staat een groene strook bestaande uit verschillende bomen.

Afbeelding 38 en 39: Gebouwen in het plangebied met metalen afwerking.

Conclusie vleermuizen In het plangebied zijn geen voor vleermuizen geschikte openingen of ruimtes die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. De metalenafwerkingen bieden geen stabiele ruimtes. In het plangebied is geen essentieel foerageergebied aanwezig. De groene strook aangrenzend aan het plangebied kan gebruikt worden door vleermuizen als foerageergebied. Door zonder kunstlicht te werken in de actieve tijd van vleermuizen (van april tot oktober) wordt voorkomen dat deze foerageerplaats wordt aangetast. Eveneens is het mogelijk om met kunstlicht te werken, zolang deze niet op de groenstrook schijnt. Op basis van het bovenstaande is het hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en essentieel foerageergebied van vleermuizen. Nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen is niet noodzakelijk.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

13/24

5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van de verspreidingsgegevens zijn de volgende beschermde zoogdieren te verwachten: boommarter (Martes Martes), steenmarter (Martes foina), eekhoorn (Sciurus vulgaris) en bever (Castor fiber). Boommarters komen bij uitstek voor in gemengde loof- en naaldbossen van allerlei leeftijden. Zo worden oude bossen bewoond maar ook jongere bossen zoals in de Flevopolders. Ze gebruiken als nestplaats oude spechten en/of eekhoornholen of in de grond bestaande holen van konijnen en vossen. Soms worden boommarters ook wel in huizen of schuren aangetroffen. Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. De voorkeur van eekhoorns gaat uit naar bos met een leeftijd van minimaal 20 jaar oud voor naaldbos en 40 tot 80 jaar voor loofbos. De boommarter en eekhoorn hebben grote arealen bos nodig voor hun leefgebied. De steenmarter is, in vergelijking tot andere grondgebonden zoogdieren, vaker te vinden rondom dorpen, steden en boerderijen. Wel zijn de aanwezigheid van groene elementen zoals struwelen, bosjes, bermen en greppels van belang. De steenmarter maakt meerdere schuilplaatsen zoals in boomholtes, takkenhopen, zolders, spouwmuren of onder dakbedekking. Hij kan door kleine openingen van 6 cm kruipen om zo huizen en boerderijen te betreden.

Bevers komen voor in overgangsgebieden van land naar water. Dit soort gebieden zijn moerassen, beken, rivieren en meren. Hierbij heeft de bever een voorkeur voor wateren omzoomd door bossen met bomen als wilg en populier. Naast bos is ook een waterdiepte van minimaal 50 centimeter een vereiste. In ondiep stromend water bouwt de bever een dam om de gewenste waterstand te creëren. Het territorium van de bever kan 100 meter tot drie kilometer langs waterlopen innemen. Dit kan variëren aan de hand van het voedselaanbod. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren of sporen daarvan waargenomen. Boommarters en eekhoorns hebben een groot areaal aan bos nodig voor hun leefgebied. Dit biotoop is niet in het plangebied aanwezig. De steenmarter is afhankelijk van voldoende dekking in de vorm van struiken, bomen en struweel. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit polderlandschap zonder dekking in de vorm van groenstroken. Tevens is in het plangebied veel verstoring door de aanwezigheid van de paarden. Verblijfplaatsen zoals holen of donkere ruimtes zijn niet aanwezig. Voor bevers is eveneens geen geschikt leefgebied aanwezig. De bever heeft een groot territorium van 100 tot enkele kilometers. De aanwezigheid van bossen langs wateren en overgangsgebieden zijn hierbij van belang. Dit biotoop komt niet in het plangebied voor.

Afbeelding 40 en 41: Watergangen zonder overgangsgebieden en beschoeiing.

Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren, of sporen hiervan, aangetroffen. Deze worden gezien het biotoop en omstandigheden ook niet verwacht in de toekomst. Voor aanwezige algemene zoogdieren geldt de specifieke zorgplicht (zie §6.1).

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

14/24

5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens komen dreps (Bromus secalinus), kartuizer anjer (Dianthus carthusianorum), muurbloem (Erysimum cheiri) en wilde ridderspoor (Consolida regalis) voor in de omgeving van het plangebied. Dreps komt voor op zonnige, open, matige voedselrijk en kalkarme grond. Standplaatsen zijn akkers, langs spoorwegen, braakliggende grond en ruderale plaatsen. Dreps was vroeger een veel voorkomend onkruid langs roggevelden. Tegenwoordig is dreps zeer zeldzaam en komt alleen nog aangevoerd of via akkerbloemmengsels voor. Kartuizer anjer komt voor op zonnige, matig voedsel- en stikstofarme, kalkhoudende grond. Standplaatsen zijn langs bermen, dijken en schrale kalkgraslanden. Kartuizer anjer is sterk afgenomen en wordt alleen vaak aangetroffen door inzaai van bloemmengsels. Muurbloem komt voor op oude, verweerde muren van kerken, ruïnes en forten. Deze muren zijn gevoegd met zachte kalkspecie waardoor uitspringende randen, scheuren en nissen idealen standplaatsen vormen. Wilde ridderspoor komt voor op matig voedselrijke kalkhoudende gronden. Standplaatsen zijn langs wintergraanakkers en ruderale omgewerkte terreinen op kalkgrond. In Nederland is wilde ridderspoor zeer zeldzaam geworden en komt alleen nog voor langs akkerranden op kalkrijke gronden. De meeste waarnemingen zijn ingezaaid of aangevoerd.

Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen beschermde of Rode lijst vaatplanten aangetroffen. De aanwezige vaatplanten bestaan uit diverse algemene soorten waaronder weegbree, smeerwortel, distels en verschillende grassen. Vanwege de aanwezigheid van paarden is door de mest een voedselrijk biotoop aanwezig. Matig voedselrijke standplaatsen zoals bermen, dijken en schrale graslanden zijn niet in het plangebied aanwezig. Oude muren van ruïnes, forten en stadsmuren komen niet voor in het plangebied. Het voorkomen van de muurbloem is daarom uitgesloten.

Afbeelding 42 en 43: Vegetatie in het plangebied en kort begraasd grasland.

Conclusie vaatplanten Een geschikt biotoop voor beschermde vaatplanten of soorten van de Rode Lijst is niet aanwezig. Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

15/24

5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Gebouwbewonende soorten zoals gierzwaluw (Apus apus) en huismus (Passer domesticus) komen ook in het gebied voor, net als uilen en roofvogels, waarvan het nest ook jaarrond beschermd is. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van of vogels van de Rode Lijst aangetroffen. De gebouwen bieden geen verblijfplaatsen zoals scheefliggende dakpannen of andere openingen. In de groene strook naast het plangebied zijn ook geen vogelnesten waargenomen die geschikt zijn voor roofvogels of uilen zoals de buizerd en ransuil. Een essentieel leefgebied zoals foerageergebied of schuilplaats is niet in het plangebied aanwezig door de ruime aanwezigheid van groen naast het plangebied. In de paardenstal zijn twee nesten van boerenzwaluwen aanwezig, zie afbeelding 16 en 17.

Afbeelding 44 en 45: Gebouwen zonder geschikte verblijfplaatsen voor kerkuil, huismus en gierzwaluw.

Conclusie vogels De gebouwen in het plangebied bieden geen geschikte verblijfplaatsen voor jaarrond beschermde nesten van vogels zoals de huismus en gierzwaluw. Een essentieel foerageergebied of schuilplaats is niet in het plangebied aanwezig door het ontbreken van functionele groene elementen en door de aanwezigheid van groen in de omgeving. Nader onderzoek naar het voorkomen van jaarrond beschermde vogelnesten is niet noodzakelijk. Nesten van boerenzwaluwen zijn niet standaard het gehele jaar beschermd. Indien er zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden gelden kan het nest wel jaarrond beschermd worden. Dit is echter niet het geval. In de omgeving zijn meerdere schuren aanwezig waarin een nest gemaakt kan worden, zoals in de schuur aan de Stompwijkseweg 92 te Leidschendam waar al meerdere waarnemingen dit jaar zijn van boerenzwaluwen. Tevens komt voor de huidige schuur een nieuwe paardenstal terug waar eveneens nestgelegenheid voor de boerenzwaluw wordt gecreëerd. Ook zijn in de omgeving veel waarnemingen van boerenzwaluwen zoals boven het vlietland meer. De tijdelijke verwijdering van twee nesten zal om die reden geen negatieve invloed hebben op de populatie boerenzwaluwen in de omgeving. De Omgevingswet biedt bescherming aan alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

De nestbescherming geldt voor alle in gebruik zijnde nesten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

16/24

5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Op basis van de verspreidingsgegevens komt de rugstreeppad (Epidalea calamita) voor in de omgeving van het plangebied. Rugstreeppadden overwinteren op hogere vorstvrije gronden of onder objecten. De rugstreeppad is vooral een soort van terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen aangebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, zand- en kleiafgravingen en duinen vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Tijdens het veldonderzoek moet onderzocht worden of mogelijke voortplantings- en/of overwinteringsplaatsen aanwezig zijn. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen amfibieën of reptielen waargenomen. Het plangebied biedt geen geschikt voortplantings- en overwinteringsbiotoop voor rugstreeppad. Ondiepe regenplassen zonder vegetatie komen niet voor in plangebied. De watergangen ten zuiden en noorden zijn vanwege de diepte en beschoeiing niet geschikt als voortplantingswater en vormen een barrière voor de rugstreeppad. Het zand in het plangebied is door de aanwezigheid van de paarden eveneens niet geschikt als overwinteringsplaats. Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van de aanwezige omstandigheden worden uitgesloten.

Vanwege de afwezigheid van beschermde soorten zijn nader onderzoek naar het voorkomen van en maatregelen met betrekking tot beschermde soorten niet noodzakelijk. Voor eventuele aanwezige soorten geldt de (specifieke) zorgplicht. 5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Van de verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Omgevingswet kunnen de heldenbok (Cerambyx cerdo), gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis), platte schijfhoren (Anisus vorticulus) en teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) voorkomen in de omgeving van het plangebied. De heldenboktor komt voor in zon beschenen eiken. De kever verpopt in het hout en vliegt na uitkomen op warme zomeravonden. De soort wordt soms aangetroffen op houtzagerijen. De gevlekte witsnuitlibel komt voor bij verlandingszones van laagveenmoerassen, bosplassen en verlandingszones van hoogveen- en heidevennen op hoge zandgronden en randzones van hoogveen. Het water moet helder, ondiep, matig voedselrijk en beschut gelegen zijn. Vegetatieloze wateren of wateren die zijn dichtgegroeid worden gemeden. De platte schijfhoren komt voor in zoete, heldere en schone wateren met een rijke begroeiing. De platte schijfhoren komt vaak voor in de buurt van draadalg-vegetaties maar ook bij krabbenscheer.

De meeste soortenrijke populaties zijn bekend uit laagveengebieden en het rivierengebied. De teunisbloempijlstaart komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Waardplanten zijn wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen, vlinders en andere beschermde soorten, vanwege het ontbreken van waardplanten en geschikte biotopen. De heldenbok heeft oude eiken nodig die door de zon worden beschenen voor de ontwikkeling van de larven. Dit biotoop komt niet in het plangebied voor. De gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren komen voor bij wateren met een goed ontwikkelde watervegetatie en het water moet van goede kwaliteit zijn. De watergangen naast het plangebied hebben geen goed ontwikkelde watervegetatie en zijn door de aanwezigheid van de paarden voedselrijk. De teunisbloempijlstaart is afhankelijk van de aanwezigheid van waardplanten zoals basterdwederik en wilgenroosje. Deze planten werden niet in het plangebied waargenomen. De vegetatie bestaat grotendeels uit korte en hoge grassen. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van de biotoop geen rekening gehouden te worden. Maatregelen met betrekking tot deze soortgroep hoeven niet te worden opgenomen.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

17/24

6. SAMENVATTING, CONCLUSIE EN OVERZICHTSTABEL Uit bureaustudie en het verkennend veldbezoek is naar voren gekomen dat het onaannemelijk is dat met de ingreep vaste rust- en verblijfplaatsen of andere functies van natuurwaarden worden aangetast van in de Omgevingswet beschermde en Rode Lijst soorten. Nadelige effecten op beschermde flora en fauna kunnen daarom worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 6.1 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Tabel 1: Overzicht soortgroepen. Soort(groep) Ingreep verstorend Vleermuizen Nee Grondgebonden Nee zoogdieren Vogels Nee* Amfibieën en Nee reptielen Vaatplanten Nee Overige soorten

Nee

Nader onderzoek Nee Nee

Omgevingsvergunning

Bijzonderheden / opmerkingen

Nee Nee

Nee Nee

Nee Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Aanwezigheid van vleermuizen is uitgesloten. Aanwezigheid van beschermde soorten of Rode Lijst soorten is uitgesloten. * Hou rekening met het broedseizoen. Aanwezigheid van beschermde soorten of Rode Lijst soorten is uitgesloten. Aanwezigheid van beschermde soorten of Rode Lijst soorten is uitgesloten. Aanwezigheid van beschermde soorten of Rode Lijst soorten is uitgesloten.

*De Omgevingswet biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen. Werkzaamheden waarbij mogelijk nesten verstoord of vernield kunnen worden dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden. Het broedseizoen loopt grofweg van half maart tot half augustus. Indien er wordt gestart in het broedseizoen, dan moet door een ecoloog voorafgaand aan de werkzaamheden worden nagegaan of verstoring van broedvogels plaatsvindt. Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. 6.2 Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

18/24

LITERATUUR EN BRONVERMELDING www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Stichting RAVON: www.ravon.nl Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, Versie 2.0, april 2024, BIJ12 Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, Versie 2.1, februari 2023, BIJ12 Kennisdocument Gierzwaluw, Apus apus, Versie 2.0, juli 2023, BIJ12 Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Stichting ANEMOON: Anemoon > ANEMOON Vereniging Vogelbescherming: www.vogelbescherming.nl Vlinderstichting: De Vlinderstichting | Home Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Nationale Databank Flora en Fauna, Verspreidingsatlas. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/ Zoogdier vereniging: Homepage | De Zoogdiervereniging

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

19/24

HUIDIGE NATUURWETGEVING: OMGEVINGSWET Artikel 11.37. Vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. 2. Het verbod geldt niet, als: a. Het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b. De activiteit uitvoering geeft aan: 1°. Een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°. Een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3.

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Artikel 11.46. Vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. 2. Het verbod geldt niet als: a.

Het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan artikel 16, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of b. De activiteit uitvoering geeft aan: 1°. Een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°. Een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3. Onder de soorten, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet begrepen de soorten, bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn. De (specifieke) zorgplicht van de Omgevingswet is altijd van toepassing. Hieronder wordt geadviseerd hoe aan deze zorgplicht invulling kan worden gegeven.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

20/24

Artikel 11.54. (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. 2. Het verbod geldt niet als: a. Het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden; b. Het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. De activiteit deel uitmaakt van: 1°.

Een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°. Een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. De (specifieke) zorgplicht zoals weergegeven in artikel 11.27 1. Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b tot en met g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Zie wettekst. Zodra een niet in de Omgevingswet beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied.

Vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen en dergelijke) moet gefaseerd worden verwijderd, waardoor aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren gelegenheid wordt gegeven te vluchten. Bij kap van de vegetatie in de winter dient men rekening te houden met zoogdieren in winterslaap, zoals de egel. Inachtneming van de zorgplicht betekent dat men het struikgewas handmatig en gefaseerd kapt, in plaats van met een bulldozer of graafmachine. De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 11.37 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; d. Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

21/24

RODE LIJST Artikel 11.27. (Specifieke zorgplicht) Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: d. Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 3°. Dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet. Tabel 2: Aanwezige Rode Lijst soorten in de omgeving van het plangebied. Nr. Soortnaam

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Knolsteenbreek (Saxifraga granulata [s.s.]) Koekoek (Cuculus canorus ssp. canorus) Steenuil (Athene noctua ssp. vidalii) Kleine zilverreiger (Egretta garzetta ssp. garzetta) Zomertortel (Streptopelia turtur ssp. turtur) Kerkuil (Tyto alba ssp. guttata) Spotvogel (Hippolais icterina) Paapje (Saxicola rubetra) Ransuil (Asio otus ssp. otus)

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

Status

Bedreigd Kwetsbaar Kwetsbaar Gevoelig Kwetsbaar Kwetsbaar Gevoelig Bedreigd Kwetsbaar

22/24

NDFF GEGEVENS Tabel 3: NDFF-gegevens van waargenomen soorten in de omgeving van het plangebied.

Soort Zoogdieren Egel Gewone dwergvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Haas Hermelijn Konijn Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Wezel Woelrat Baardvleermuis Bever Boommarter Bosmuis Bosvleermuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Huisspitsmuis Kleine dwergvleermuis Myoot (soort onbekend) Ree Rosse/Bos-/Tweekleurige vleermuis / Laatvlieger Rosse woelmuis Tweekleurige vleermuis Veldmuis Vos Watervleermuis Vaatplanten Dreps Kartuizer anjer Muurbloem Wilde ridderspoor Vogels Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomklever Boomkruiper Boomvalk Buizerd Ekster Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Ransuil Sperwer Spreeuw

Groep

Beschermingsregime

Afstand

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere wnb-hrl wnb-hrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-andere wnb-andere wnb-hrl wnb-hrl wnb-andere wnb-andere wnb-hrl wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-hrl wnb-hrl wnb-andere wnb-hrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

wnb-andere wnb-hrl wnb-andere wnb-andere wnb-hrl

1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten Vaatplanten

wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-andere

1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

23/24

Steenuil Tapuit Torenvalk Wespendief Zwarte kraai Zwarte roodstaart Bonte vliegenvanger Bosuil Brilduiker Draaihals Eider Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Kleine bonte specht Raaf Roek Slechtvalk Zeearend Zwarte mees Zwarte wouw Amfibieën en reptielen Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Groene kikker (Onb.) Kleine watersalamander Meerkikker Rugstreeppad Overige ongewervelden Heldenbok Gevlekte witsnuitlibel Platte schijfhoren Teunisbloempijlstaart

Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels

jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest jaarrond nest

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën

wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-andere wnb-hrl

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km

Geleedpotigen Libellen Weekdieren Nachtvlinders

wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl wnb-hrl

0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Flora- en faunaonderzoek, Nieuwe Vaartlaan 18 te Leidschendam, ANL24-9232

24/24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=10445ef3-b3f5-4c69-85d9-f36bf845fd60