CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4373 Bijlage 1 Uitgangspunten sterkere basis voor jeugd

Raadsvergadering 23 september 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief uitgangspunten sterkere basis voor jeugd642 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten sterkere basis voor jeugd 1. De pedagogische basis is leidend. De pedagogische basis is alles in de wereld om ons heen dat te maken heeft met opgroeien, opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het gaat over hoe volwassenen met kinderen omgaan, thuis, op school, bij de vereniging en op straat. Maar ook over alle andere plaatsen waar ouders en kinderen komen: van de bankjes in het park tot een wijkcentrum waar iedereen kan binnenlopen. Kinderen en ouders leren van verschillende mensen op deze verschillende plekken, waardoor ze sterker staan bij het opgroeien en opvoeden. Het is daarom belangrijk dat iedereen de kans krijgt om anderen te kunnen ontmoeten en ervaringen te delen. In de pedagogische basis ligt de focus daarom niet op interventies, maar op de relatie tussen opvoeder en kinderen en hoe opvoeders deze relaties op elkaar afstemmen. De gemeente ondersteunt ouders, scholen en buurten in het gezamenlijk opgroeien, opvoeden en ontwikkelen, maar neemt niets over van wat een gemeenschap of individu zelf kan. 2. Normaliseren boven problematiseren, medicaliseren en psychologiseren. Ontwikkelen en opvoeden gaan gepaard met groei, verbondenheid en trots, maar ook met onzekerheid, frictie en tegenslag. Dat is normaal en geen reden voor professionele hulp.

Onderzoeker Bert Wienen wijst op de ontwrichtende gevolgen van de medicalisering van opvoedvraagstukken. Ook in dit licht pleit hij voor het versterken van de pedagogische basis: de gemeenschap, ouders als collectief en het gewone leven als uitgangspunt. Bij normaliseren past ook het stoppen, op termijn stoppen en afremmen van aanbod en van alternatieve wegen die hiernaar kunnen leiden. 3. Zorg volgt op leven. Het gewone leven is leidend, meedoen en kunnen blijven meedoen is uitgangspunt. Onderwijs, sport en gemeenschap vormen de basis voor het gewone leven. De gemeente ondersteunt deze basis en focust zich op de onderlinge afstemming tussen ouders en het versterken van de ontmoeting tussen hen. Thuiszitten of afzondering vanwege ‘zorg’ is geen optie en wordt teruggedrongen. Want zorg is er om het gewone leven mogelijk te maken, niet andersom. 4. Kinderen zijn nooit het probleem. Kinderen ontwikkelen zich binnen hun context en beleid richt zich op het versterken van die context. Het belang van kinderen staat hierin centraal. We stoppen met kinderen ‘cliënt’ noemen en het gevoel te geven dat het aan hen ligt. In plaats daarvan stellen we ons de vraag wat we als samenleving in deze tijd belangrijk vinden voor kinderen. 5. Groepen en ontmoetingen als uitgangspunt van beleid. De focus op individuele problemen verschuift naar een focus op collectieve voorzieningen.

In plaats van iedereen een zorgprofessional, staat gezamenlijk opgroeien, opvoeden en ontwikkelen centraal (pedagogische basis). De gemeente richt zich op het faciliteren en versterken van die basis. Een voorbeeld van een collectieve voorziening is ‘centering parenting’. Ouders met kinderen die in dezelfde periode zijn geboren komen dan bij elkaar en praten samen met een jeugdarts of jeugdverpleegkundige over de ontwikkeling van hun kinderen.

6. Positief mensbeeld als uitgangspunt. Ouders en opvoeders willen het goede voor hun kinderen. Vertrouwen staat in dit uitgangspunt centraal. Professionals zijn op uitnodiging te gast in de pedagogische basis en werken relationeel vanuit gelijkwaardigheid en wederzijds respect. Diversiteit aan opvattingen over opvoeden wordt erkend en bespreekbaar gemaakt. 7. Kinderrechten verankeren in lokaal beleid. De jeugdhulpverordening sluit aan bij het VN-Kinderrechtenverdrag. Unicef benoemt hierbinnen vier leidende principes: non-discriminatie (Artikel 2), belang van het kind (Artikel 3), recht op leven en ontwikkelen (Artikel 6) en recht op participatie (Artikel 12). Deze principes komen terug in lokaal beleid door te zorgen voor gelijke toegang tot jeugdhulp, uit te gaan van het belang van het kind, ontwikkelingskansen te bevorderen (via passende hulp wanneer dat nodig is) en kinderen actief te betrekken bij beslissingen die hen aangaan. De gemeente ziet jeugdhulp dan ook niet als zorg, maar als hulp om het zelf te kunnen waar dat kan om het normale leven mogelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=fa749f73-222a-4151-85ce-1afb057f3d8e