CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4324 Bijlage 1c Beantwoording reactie Omgevingsvisie juni 2025 def

Commissie Omgeving 9 september 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief informeren ontwerp-Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 20507.864 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota Omgevingsvisie LeidschendamVoorburg 2050 (beantwoording ambtelijke reacties van collega-overheden en ketenpartners (versie 15 juli 2025)

Nummer Pagina 2/25

Artikel I.

Inleiding

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet is iedere gemeente verplicht om voor 1 januari 2027 een Omgevingsvisie te hebben. De Omgevingsvisie dient een visie te zijn op de toekomst van de fysieke leefomgeving van de gemeente op een bepaald moment (voor de gemeente Leidschendam-Voorburg is gekozen voor het jaar 2050). Vanuit de Omgevingswet staat integraliteit centraal. De Omgevingsvisie gaat dan ook in op samenhang tussen ruimte, milieu, natuur, water, landschap, infrastructuur, cultureel erfgoed, verkeer en vervoer. De Omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Bij de voorbereiding is op verschillende momenten overleg gevoerd met de collegaoverheden en ketenpartners. De concept-Omgevingsvisie van 22 mei 2025 is aan deze partijen aangeboden met het verzoek om uiterlijk 17 juni een ambtelijke reactie te geven. Daarmee hebben we voor de formele tervisielegging een goed beeld van de inzet van de betreffende partijen en kunnen we waar nodig/gewenst de Omgevingsvisie nog aanpassen. De voorliggende Reactienota omvat in hoofdstuk 2 een overzicht van de ingediende reacties. In hoofdstuk 3 wordt de ingediende reacties inhoudelijk behandeld en voorzien van een antwoord.

Nummer Pagina 3/25

Artikel II. Overzicht ontvangen reacties Nr, Naam 1

Omgevingsdienst Haaglanden (ODH)

2

Hoogheemraadschap Delfland

3

Provincie Zuid-Holland

4

Gemeente Den Haag

5

GGD Haaglanden

6

Gemeente Rijswijk

7

Veiligheidsregio Haaglanden (VRH)

8

Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH)

9

Hoogheemraadschap Rijnland (mondeling)

10

Artikel III. Beantwoording reacties In dit hoofdstuk is de ingebrachte zienswijze samengevat en voorzien van een reactie. Onder conclusie wordt aangegeven of de betreffende zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van Nota Reikwijdte en Detailniveau.

Artikel IV. Reactie Omgevingsdienst Haaglanden Algemeen De Omgevingsdienst heeft een zeer uitgebreide reactie geformuleerd met veel concrete verwijzingen naar beleid en regelgeving. Daar maken wij in zijn algemeenheid graag gebruik van bij de uitwerking van het Omgevingsplan. Waar nodig hebben we een aanpassing voor de Omgevingsvisie geformuleerd. Geluid Reactie: In hoofdstuk 5.1 Een hoogwaardig verblijfsklimaat, Gezonde en veilige leefomgeving, Er staat “geluidoverlast op gemeentelijke wegen” beter is “geluidoverlast langs of rondom gemeentelijke wegen”. Antwoord: Redactionele verbetering, overnemen Reactie: “Daarnaast worden passende bouwkundige maatregelen getroffen om een gezond geluidklimaat te waarborgen.” Het is van belang te benoemen dat zij ten goede komen aan alle inwoners. Antwoord: Spreekt voor zich, geen aanpassing. Reactie: In hoofdstuk 7.2 Lokaal-regionale agenda. Geluid afkomstig van bedrijven en horeca wordt echter slechts summier benoemd.

Nummer Pagina 4/25

Antwoord: Bespreekpunt, als dit een belangrijk vraagstuk is dan in de Omgevingsvisie aangeven dat we hier aandacht aan besteden in het Omgevingsplan? Bodem Reactie: Formulering over milieukwaliteit kan stelliger: een goede milieukwaliteit is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Antwoord: Dit is een beschrijvend hoofdstuk. Geen aanpassing. Reactie: Omgevingsdienst vraagt het beleid voor het verbeteren de bodemkwaliteit, bodemsanering en een klimaatbestendige gemeente te concretiseren. De vraag is welk beleid of acties zijn daarvoor nodig? Antwoord: Enkele ambities zijn voorzien van voorbeelden. Ambities voor bodemkwaliteit, sanering en klimaatbestendigheid krijgen aandacht via het programma Milieu en Klimaatbestendige leefomgeving. Geen aanpassing. Reactie: Voorkomen van verontreiniging. Voorgesteld wordt meer nadruk leggen op toezicht en handhaving op het voorkomen van bodemverontreiniging en op de zorgplicht. Antwoord: Toezicht en handhaving heeft beknopt aandacht gekregen in het uitvoeringshoofdstuk. Uitwerking ligt meer voor de hand in de programma's en het omgevingsplan. Geen aanpassing. Reactie: Op pag. 107 wordt het principe “Water en bodem sturend” (WBS) genoemd. Hierbij wordt uitgegaan dat het bij dit principe gaat om de gevolgen van een initiatief op de kwaliteit van water en bodem. Dit is geen juiste omschrijving van het principe. Ook op pag.

55 staat onder het kopje Bodem en water sturend dat via dit principe voor een betere bodemkwaliteit gezorgd wordt. Dit is niet gericht op het verbeteren van de bodemkwaliteit. Antwoord: In de paragraaf water en bodem sturend (p 54) is een uitgebreide en genuanceerde beschrijving gegeven van het belang van water en bodem. Het kan ook bijdragen aan verbetering van de bodemkwaliteit. Geen aanpassing. Omgevingsveiligheid. Reactie: Een eerdere conceptversie van de Omgevingsvisie is vanuit het oogpunt van omgevingsveiligheid reeds beoordeeld. Het advies om de RIVM-definitie van omgevingsveiligheid te formuleren is overgenomen. De rest van het advies in de brief wordt bij deze kort herhaald. Reactie: Energietransitie: In het OER komen de ambities omtrent de energietransities meerdere keren ter sprake. Daarbij ontbreekt vooralsnog de relatie met omgevingsveiligheid (b.v. risico's buurtbatterijen, windturbines, waterstoftank).

Nummer Pagina 5/25

Antwoord: Onder het kopje ‘energietransitie’ (pag 32) toevoegen “Bij de uitwerking van de energietransitie zullen we aandacht besteden aan omgevingsveiligheid”. Reactie: Aandachts- en voorschriftengebieden: De gemeente Leidschendam-Voorburg dient na te denken over de beleidsinvulling met betrekking tot de aanwezige brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden (artikel 5.14 (Bkl)). Afhankelijk van het ambitieniveau staat het de gemeente Leidschendam-Voorburg vrij om zeer kwetsbare gebouwen niet toe te staan binnen een brand- of explosie-aandachtsgebied. Antwoord: De aandachtsgebieden zijn al in kaart gebracht in het OER. De omgevingsvisie besteed op hoofdlijnen aandacht aan de risico's voor kwetsbare functies. Uitwerking ligt voor de hand in het Omgevingsplan. Geen aanpassing Reactie: Registratie kwetsbare gebouwen en locaties: In het Register Externe Veiligheidsrisico's (REV) dienen niet alleen risicovolle milieubelastende activiteiten geregistreerd te worden, maar ook de typen kwetsbare gebouwen en locaties (KGL). Naast de registratie, is het voor de Omgevingsvisie ook van belang om het huidige omgevingsveiligheidsniveau te bepalen. Antwoord: Dit is een goed aandachtspunt voor het Omgevingsplan en zullen we daarin meenemen. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Reactie: Toestaan nieuwe risicovolle activiteiten in het Omgevingsplan.

De gemeente Leidschendam-Voorburg wordt ook geadviseerd om af te wegen hoe wordt omgegaan met nieuwe risicovolle milieubelastende activiteiten. Gezien de ambitie die integraal wordt benoemd in de Omgevingsvisie, is het advies aan de gemeente om niet beleidsneutraal over te gaan met betrekking tot het toelaten van nieuwe risicovolle activiteiten. Antwoord: Dit is een goed aandachtspunt voor het Omgevingsplan en zullen we daarin meenemen. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Lichthinder In de Omgevingsvisie wordt lichthinder niet expliciet benoemd. Lichthinder is een milieuthema wat het circadiaanse ritme1 van de mens verstoort. Oftewel, negatieve gezondheidseffecten zijn te verwachten als binnen de gemeente meer lichthinder wordt ervaren. Gezondheid in het algemeen is daarentegen wel een integraal onderdeel van de Omgevingsvisie. Reactie: Er zijn meerdere soorten bronnen van lichthinder die ook voorkomen in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Voorbeelden daarvan zijn: Sportverlichting; Terreinverlichting; Reclameverlichting; Openbare verlichting; Verlichting uit gebouwen; Voertuigverlichting; Verkeersverlichting.

Nummer Pagina 6/25

Antwoord: Naar aanleiding van het OER wordt in de Omgevingsvisie aandacht besteed aan het beperken van lichthinder in de vorm van donkere gebieden en slimme verlichting. Geen aanpassing omgevingsvisie. Geurhinder Reactie: In de Omgevingsvisie wordt geurhinder niet expliciet benoemd. In de Omgevingsvisie kan de gemeente haar ambities voor de gemeente vastleggen voor de lange termijn en kan de gemeente ingaan op de leefkwaliteit dat zij graag zou willen. Antwoord: De geuroverlast is beperkt, dus de gemeente volgt de generieke regelgeving voor dit thema. Geen aanpassing. Luchtkwaliteit Reactie: De gemeente heeft veel voornemens die de luchtkwaliteit kunnen verbeteren, waaronder sturen op andere mobiliteit, inzetten op CO2-neutraal worden en houtstook verminderen. Op locaties waar een (dreigende) overschrijding van luchtkwaliteitsnormen optreedt, geldt vanuit wetgeving de plicht voor de gemeente om initiatief te nemen om het knelpunt op te lossen. De gemeente heeft voldoende aandacht voor het verbeteren van de luchtkwaliteit. De gemeente is deelnemer van SLA (Schone Lucht Akkoord) wat niet wordt genoemd in de Omgevingsvisie.

Antwoord: Het is goed om de deelname aan het SLA op te nemen in de Omgevingsvisie Duurzaamheid Reactie: De concept-Omgevingsvisie van de gemeente Leidschendam-Voorburg biedt een doordachte, evenwichtige en ambitieuze koers voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkeling richting 2050. De visie laat zien dat de gemeente niet alleen de urgente transities (klimaat, energie, wonen, mobiliteit, economie, leefomgeving) herkent, maar deze ook samenhangend wil aanpakken. Dat verdient waardering. Tegelijkertijd vraagt de complexiteit van deze transities om duidelijke keuzes en concrete instrumenten. Om deze visie daadwerkelijk leidend te maken in uitvoering en afwegingen, adviseren wij aandacht voor het volgende: 1. Uitvoerbaarheid en meetbaarheid. Maak van ambities meetbaar en toetsbare criteria (ODH geeft een aantal voorbeelden). 2. Ruimtelijke keuzes: De Omgevingsvisie ambieert een hoge mate van multifunctionaliteit in een krappe ruimte. Wij adviseren om nu al duidelijkheid te creëren over een aantal zaken: 3. Juridische verankering en beleidskaders: Op dit moment wordt er weinig gezegd over hoe de ambities omgezet worden in concrete, afdwingbare regels en richtlijnen. 4. Energie Er wordt aangegeven dat ‘alle nieuwbouw in de toekomst CO₂-neutraal moet zijn’ (p.56).

Overweeg hier het inzetten en specifiek benoemen van de doelstellingen voor energie neutrale nieuwbouw (ENG), lokaal en collectief eigendom bij de opwek van elektriciteit, laadpunten (type stroom) en b.v. een duidelijke doelstelling voor het minimaliseren van het totale energiegebruik (b.v. 50 kWh/m²/jr).

Nummer Pagina 7/25

5. Circulaire Economie: Overweeg het verplichten van circulariteit bij gemeentelijke aanbestedingen, een ‘materialenpaspoort’ voor nieuwbouw en sloopprojecten en circulaire KPI’s toe zoals: 6. Biodiversiteit: Voeg een biodiversiteitsmonitor toe. En formuleer harde eisen voor natuurinclusieve bouw, typen groen en groenbeheer (samen met waterschappen en natuurbeheerders) 7. Klimaatadaptatie: Maak keuzes explicieter. Welke gebieden zijn uitgesloten van (verdere) verharding? Waar zijn restricties op verdichting en voeg KPI’s . 8. Klimaatmitigatie: Benoem expliciet de term ‘klimaatmitigatie’ voor verduidelijking en koppeling aan nationaal beleid. 9. Mobiliteit: We zien mogelijkheid om de mobiliteitsstrategie expliciet te koppelen aan gemeentelijke of regionale klimaatdoelen. 10. Luchtkwaliteit: Wees expliciet over de manier waarop emissies en uitstoot van schadelijke stoffen worden teruggedrongen. Antwoord: In de reactie wordt herhaaldelijk gevraagd naar concretisering, meetbaar maken en afdwingbare regels. Dat klinkt in eerste instantie aantrekkelijk en we zullen op basis van de geformuleerde doelen en ambities een monitoringsysteem ontwikkelen om te bepalen of de ambities gerealiseerd worden dan wel dat bijsturing nodig is.

Maar bij het proces voor de omgevingsvisie is een sturingsfilosofie ontwikkeld die uitgaat van faciliteren, stimuleren en samenwerken met waar nodig een actievere rol voor de gemeente. De concretisering staat vaak op gespannen voet met de wens om een toekomstperspectief te schetsen dat langere tijd houdbaar is. De verwijzing naar veelal generieke regels geeft volgens ons voldoende richting. Het is goed de term klimaatmitigatie een plek te geven in de paragraaf over klimaatbestendigheid. Verder geen aanpassing omgevingsvisie. Gebiedsbescherming en stikstofemissie Reactie: Conclusie en Aanbevelingen van de Omgevingsdienst met betrekking tot gebiedsbescherming • Duurzame landbouw en veehouderij moeten verder worden onderzocht en gecentraliseerd binnen de omgevingsvisie. Er moet meer duidelijkheid komen over welke maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan een afname van stikstofemissies. • Stikstofdepositie van grote projecten zoals de woningbouw, WarmtelinQ en geothermiecentrales vereist extra aandacht. • Verkeersmaatregelen moeten zorgvuldig worden ingezet, met aandacht voor de negatieve effecten van snelheidsverlagingen op de stikstofdepositie. • Integratie van SEB en emissiearme technieken in de bouwsector is noodzakelijk voor een duurzame uitvoering en kan bijdragen aan de juridische onderbouwing van de effecten van stikstofdepositie.

Nummer Pagina 8/25

•

Stimulering van duurzame mobiliteit bij nieuwbouwlocaties door het verbeteren van fietspaden, laadpunten en openbaar vervoer kan helpen de stikstofemissies van verkeersaantrekkendewerking te mitigeren.

Antwoord: De sturingsmogelijkheden van gemeenten op vermindering van de stikstofemissie zijn beperkt, zeker na het vervallen van het NPLG. Het voortouw ligt bij het rijk en de provincie. Binnen die de beperkte mogelijkheden hebben we in de omgevingsvisie een aantal concrete voorstellen gedaan om verduurzaming van de agrarische sector te bevorderen. Ook via de implementatie van STOMP verwachten we een bescheiden bijdrage te kunnen leveren aan beperking van de stikstof-emissie. Tenslotte hebben we parallel aan het OER een Passende beoordeling laten uitvoeren met een aantal concrete aanbevelingen die leiden tot enkele aanpassingen in de omgevingsvisie. Plannen zullen op plan- of projectniveau nader beoordeeld moeten worden. De reactie van de ODH biedt daarvoor vele concrete aanbevelingen. Het convenant schoon- en emissieloosbouwen (SEB) is door de gemeente niet ondertekend. Verder geen aanpassing.

Artikel V. Hoogheemraadschap Delfland Reactie: We zien dat er al veel werk is verzet en er een mooie aanzet ligt voor de omgevingsvisie voor de gemeente. Daarbij waarderen we de wijze waarop Delfland wordt betrokken bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Antwoord: Dank voor de waardering. Reactie: We vinden het zeer positief dat er in de omgevingsvisie veel aandacht is voor thema's klimaatadaptatie, groen en biodiversiteit. We benadrukken graag dat groen en water onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. We vragen dan ook om op meerdere plaatsen het aspect water in combinatie met groen expliciet te maken. Antwoord: We hebben op een aantal plekken de samenhang tussen water en groen benoemd, bijvoorbeeld op pag 39: “Beleefbaar en kwalitatief groen en water is essentieel voor een hoogwaardig verblijfsklimaat.” We zullen aan de hand van de tekstuele opmerkingen van het Hoogheemraadschap (zie hierna) nader bepalen waar we de samenhang kunnen versterken. Geen directe aanpassing Omgevingsvisie. Reactie: De ambitie om groen in de stad te versterken is tevens een belangrijke klimaatadaptieve maatregel. Het helpt in de verdere uitwerking om de klimaatadaptieve maatregelen concreter uit te werken, Antwoord: De relatie tussen klimaatadaptatie en groen/biodiversiteit wordt op een heel aantal plaatsen in de Omgevingsvisie gelegd, ook buiten de ontwikkellocaties.

Wij denken dat we daarbij een goede balans hebben gevonden. Concrete maatregelen zullen we uitwerken in het programma Milieu en klimaatbestendige leefomgeving.

Nummer Pagina 9/25

Reactie: Biodiversiteit is een belangrijk thema in de omgevingsvisie. Graag zien we daarbij ook expliciet aandacht voor waternatuur. Natuurvriendelijke oevers dragen zowel bij aan biodiversiteit, waterkwaliteit en beleving van water in het gebied. Antwoord: Bij de laatste aanpassingen is een verwijzing opgenomen naar natuurvriendelijke oevers en de samenwerking met de Hoogheemraadschappen op dat vlak. Reactie: Procesmatig zien we graag dat de samenwerking met Delfland en andere regiopartners verder wordt beschreven en dat wij betrokken worden bij zowel de uitwerking van het omgevingsplan als een rol krijgen in de afwegingsleidraad. Antwoord: Op meerder plekken in de Omgevingsvisie wordt verwezen naar de samenwerking met andere overheden. Op pagina 75 en 95 wordt verwezen naar de samenwerking met waterschappen. We zullen waterschappen vervangen door hoogheemraadschappen. Verder geen aanpassingen Omgevingsvisie. Tekstuele punten bij tekst omgevingsvisie versie 16 mei • P 18 “ het water stroomt vanwege de landscheiding weg uit onze gemeente”

•

onduidelijke zin. Grens van de twee hoogheemraadschappen benoemen. Antwoord: We passen de redactie aan. P 18 Kaderrichtlijn water (let op hoofdletters) wordt hier voor de 1e keer gebruikt,

•

goed om dat toe te lichten of het te houden bij dat de waterkwaliteit nog niet voldoet. Antwoord: Inhoudelijk verwerkt. Hoofdletters aanpassen en (KRW) toevoegen P 27: Delfland is ook partij in Toekomstbeeld Vlietzone, de 5 dragende principes uit het toekomstbeeld zijn vastgesteld. Antwoord: Hoogheemraadschap toevoegen als partner. Vaststelling Toekomstbeeld

•

is al benoemd P27/28 Groene verbindingen uitbreiden naar groene en blauwe verbindingen. Er

•

wordt wel gesproken over waarde van groenblauwe structuren waarborgen, groene netwerken verder uitbreiden. Antwoord: Akkoord, overnemen. P29: bovenste afbeelding refereert naar leeftijd en geslacht, maar toon alleen

•

leeftijd. Antwoord: Geslacht schrappen uit titelt afbeelding P31: Water ook noemen bij ‘Toename meervoudig ruimtegebruik’, water en groen.

•

Valt deels onder klimaatadaptatie maar zien we ook graag expliciet. Antwoord: Water toevoegen in opsomming. P31, omgevingskwaliteit: water kan ook genoemd worden als bouwsteen. Antwoord: Water toevoegen in opsomming. P 32 klimaat effecten beschreven, volgorde onduidelijk. Wel dekkend, maar

•

samenhang en effecten klopt niet helemaal. Antwoord: Redactie is inmiddels aangepast. P 38 Titel groene leefomgeving, direct daaronder kwaliteit van groen en water.

•

Paragraaf bevat ook tekst over watervisie. Titel daarom “groene en blauwe leefomgeving?”

Nummer Pagina 10/25

•

Antwoord: Titel aanpassen Een kwalitatieve toename van groen; dit kun je lezen als dat er geen ambities zijn voor de hoeveelheid? Ik neem aan dat de bedoeling is om de hoeveelheid te laten toenemen, maar dat met hoge kwaliteit te doen? Op die manier kan groen (vergroten sponswerking stedelijk gebied) ook bijdragen aan voorkomen van wateroverlast. Antwoord: Algemene doelstelling is behoud en versterking. Er zijn ook concrete

•

voorstellen gedaan voor meer groen zoals van Parkweg naar PARKweg (schrappen busbanen) Aandacht voor beperken zoetwatervraag van openbaar gebied toevoegen. Sluit aan op wens groen versterken, meer ontharding kan grondwater aanvulling in natte perioden versterken. Tegelijkertijd aandacht voor droogtebestendige soortkeuze om watervraag tijdens droge periodes te beperken. Antwoord: Minder verspilling van drinkwater krijgt aandacht op pag 55. Op meerdere

•

plekken is aandacht voor beperken verharding. De “3-30-300 richtlijn (groen/bomennorm).” is niet voor iedereen bekend, graag

•

uitleggen Antwoord: Is een goed voorstel, wordt aangepast. Hier wordt impliciet verwezen naar een bestaande gemeentelijke watervisie. Goed

•

om expliciet te maken waar die vandaan komt (Water en rioleringsplan 2022-2027). Antwoord: Op pagina 90 is al een verwijzing opgenomen. Geen aanpassing. Suggestie om bij punt 1 ook de rol van een klimaatbestendige inrichting te benoemen voor het voorkomen van wateroverlast. Niet alleen het watersysteem is daarvoor belangrijk. Bij punt 2 waterkwaliteit ook natuurvriendelijke oevers laten terugkomen, die dragen zowel bij aan ecologische als chemische waterkwaliteit. Antwoord: Dit is een weergave van vastgesteld beleid. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

•

P39: Onder veilige omgeving nog iets over waterveiligheid (regionale

•

waterkeringen) toevoegen, of klimaatveiligheid verbreden naar water- en klimaatveiligheid. Antwoord: Na pag. 41 klimaatveiligheid verbreden naar water- en klimaatveiligheid P 46 zwemmen in oppervlaktewater, mooi beeld qua beleving van water. Uitdaging

• •

voor waterkwaliteit. Antwoord: Zeker een mooie uitdaging, geen aanpassing Omgevingsvisie. P 50/51 water- klimaat aspecten worden dekkend besproken. Antwoord: Helder, geen aanpassing Omgevingsvisie. Bij bodem wordt een link gelegd met het omgevingsplan, dat ook graag voor water doen. Antwoord: Link met Omgevingsplan wordt nu in meer algemene zin gelegd m.n. in

•

het uitvoeringshoofdstuk. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Er staat in fig. 10 een icoon “vergroenen en water vasthouden bebouwd gebied”, maar die staat (alleen) in het midden. Antwoord: Verduidelijken met meer iconen of in de legenda (hele stedelijk gebied)

Nummer Pagina 11/25

•

Verder staat in de tekst “We werken aan waterkwantiteit door te voorzien in extra

•

ruimte voor water en waterberging”. Goed om daar ook sponswerking/water vasthouden buiten het watersysteem te noemen. Antwoord: Water vasthouden toevoegen Bij waterkwaliteit kansen NEZ/ natuurvriendelijke oevers toevoegen, goede

• •

ecologische waterkwaliteit. Antwoord: Redactie is inmiddels gewijzigd, lijkt niet meer van toepassing. Reactie: Rioolsystemen i.r.t. woningbouwopgave? Antwoord: Opmerking is onduidelijk, geen aanpassing Omgevingsvisie Vanaf P 53 Afwegingsweb per deelgebied. Mooi systeem, we zijn wel benieuwd naar de doorwerking naar omgevingsplan en Bopa’s. Diagrammen zijn digitaal wat lastig leesbaar omdat je steeds terug moet naar het model om te zien hoe een onderdeel scoort. Kleuren komen ook niet overeen met figuur 11. Antwoord: Kleuren worden aangepast. Diagrammen zijn indicatief. De tekst is

•

genuanceerder en bepaald de richting. Geen aanpassing. Reactie: In algemene zin per deelgebied wel haakjes om water en klimaat verder uit

•

te werken, zij het dat het nog wat op hoofdlijnen is. We kunnen ons redelijk vinden in de keuzes de gemeente maakt, maar waar ambities hoog zijn, is het handelingsperspectief en de haalbaarheid niet altijd expliciet gemaakt. Antwoord: Constatering van overeenstemming, geen aanpassing Omgevingsvisie. Reactie: Klimaatbestendig inrichten krijgt alleen voor nieuwe ontwikkelingen prioriteit (meerwaarde). Ook in bestaande gebieden bestaat de wens verder te vergroenen en water langer vast te houden. Voorstel de ambitieniveaus te koppelen aan landelijke maatlat voor groene bebouwde omgeving om te komen tot concreter kader. Antwoord: Ambities gelden ook voor bestaand stedelijk gebied, maar kunnen pas

•

substantieel invulling krijgen bij herontwikkeling of herinrichting van de openbare ruimte Reactie: P66: ik mis bij suburbaan een goede ambitiebeschrijving, die is minder

•

duidelijk dan bij andere typologieën. Vanuit water scoort “water en bodem sturend” hoog. Graag een toelichting waarom (ik vermoed i.v.m. bodemdaling) en wat de ambities zijn. Antwoord: Korte toelichting opnemen. Reactie: P 86: Bij het maatwerk worden partners genoemd, waarna er ingezoomd wordt op inwoners en initiatiefnemers. Ik mis hier de samenwerking met andere overheden en uitvoeringsdiensten. Sowieso zou het mooi zijn om die groepen ook een duidelijkere rol te geven in de afwegingsleidraad. Nu worden we alleen genoemd op blz. 87 als regiopartner. Antwoord: Partners en andere overheden op andere plaatsen wel genoemd, ook het

•

hoogheemraadschap. Geen aanpassing Reactie: P 100 klimaatbestendig inrichten richtlijnen concreter maken helpt bij verdere uitwerking en geeft duidelijkheid aan initiatiefnemers (maatlat). Antwoord: Zullen we aandacht aan besteden bij de uitwerking van het programma Milieu en klimaatbestendige leefomgeving. Geen aanpassing Omgevingsvisie

Nummer Pagina 12/25

•

Reactie: P 100 WBS gaat niet alleen over water- en bodemkwaliteit. Ook bodemdaling robuust watersysteem etc. Antwoord: Is eerder in de Omgevingsvisie voldoende genuanceerd aan bod gekomen. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Artikel VI. Reactie provincie Zuid-Holland Economie, ruimte voor ondernemen Reactie: Wat betreft kantoren zou de Omgevingsvisie nog in moeten gaan op de mogelijkheid om kleinschalige lokale kantoren te realiseren. In de door MRDH vastgestelde kantorenvisie 2025-2030 zijn daar afspraken over gemaakt, waaronder: Antwoord: In de paragraaf “Ruimte voor nieuwe bedrijvigheid en commerciële voorzieningen op de juiste plek” (pag. 52) graag onderaan de volgende bullit toevoegen: • Ruimte voor bedrijfsverzamelgebouwen voor startups en scale ups. En ruimte kleinschalige zelfstandige kantoorruimte conform de regionale afspraken op basis van de Kantorenvisie MRDH 2025-2030.

-

-

Bereikbaarheid/mobiliteit Reactie: De Omgevingsvisie van Leidschendam-Voorburg is in lijn met de provinciale Omgevingsvisie wat betreft bereikbaarheid/mobiliteit. Wat kleine opmerkingen: Bereikbaarheid van belangrijke functies en voorzieningen binnen 15 min per deelauto (en dus privé-auto) klopt niet helemaal met de gedachte achter de 15-minuten stad en STOMP. Het is aan te bevelen om ook voor Stompwijk en het buitengebied te onderzoeken welke mogelijkheden er voor STOMP (andere modaliteiten dan de auto) zijn. Antwoord: De definitie van de 15 minutenstad is inderdaad niet helemaal goed toegepast en zullen we aanpassen en toespitsen op lopen en fietsen. De kanttekening voor het belang van de auto voor Stompwijk en het buitengebied is in de Omgevingsvisie gemaakt, juist vanuit de context dat STOMP het streven is. OP dat punt geen aanpassing. Energietransitie Reactie: Pag. 56. Er staat De conclusie van de uitgevoerde onderzoeken in het kader van de RES is dat er geen ruimte is voor grote windturbines in onze gemeente. Dat lijkt een voorbarige conclusie, want de regionale planMER is nog niet afgerond. • Is rekening gehouden met de verhoogde vraagt naar elektriciteit bij elektrificatie van de warmtevraag, waarop ingezet wordt volgens de visie, verhoogt de vraag naar elektriciteit.

• Is er voldoende ruimte voor zonne-energie? Of gaat de gemeente uit van een hoge import van elektriciteit van buiten de gemeente?

Nummer Pagina 13/25

•

Is in de visie rekening gehouden met de algehele congestie die door Tennet is afgekondigd in de provincie Zuid-Holland? Antwoord: We zullen de tekst aanpassen en op pag. 56 spreken van "Onze conclusie op basis van de voorlopige onderzoeken in het kader van de RES”. De uitdagingen die horen bij het streven naar een CO2-neutrale gemeente zijn bekend en zullen de komende jaren via de Lokale Energiestrategie verder uitgewerkt worden. Verder geen aanpassing. Erfgoed (beantwoording voor erfgoed volgt) Reactie 1: Samengevat: gedegen, integrale visie waarin erfgoed inclusief archeologie een prominentere plaats verdient en waarbij onlangs verschenen relevante documenten ter inspiratie kunnen worden gebruikt bij de uitwerking van de Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 2050. Antwoord 1: Dank voor de waardering. Reactie: Kaart ‘Invloed vanuit de regio’ (pagina 26): Graag aandacht voor de Limes Verwachtingszone zoals opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (ZHOV). Dat geldt ook voor de middels de ZHOV beschermde landgoed- en molenbiotopen (5 molens in de gemeente én 2 molens erbuiten). Antwoord: De kaart geeft op hoofdlijnen de kenmerken en kwaliteiten van de erfgoedwaarden weer. De Limes Verwachtingszone, beschermde landgoed en molenbiotopen zullen in het Omgevingsplan landen.

Evenals de door de Provincie ZuidHolland aangewezen terreinen van archeologisch belang en de Erfgoedlijnen Trekvaarten, Landgoederenzone en Limes, etc. Geen aanpassing Omgevingsvisie Reactie: Cultuur en Erfgoed (pagina 32): De algemene strekking van deze uitermate beknopte beschrijving graag uitbreiden met het belang van de bescherming, benutting en beleving van het in de gemeente aanwezige UNESCO Werelderfgoed NederGermaanse Limes. Hierbij verwijzen naar Limes Cluster Zuid-Holland en de Nederlandse Limes Samenwerking (NLS). Antwoord 3: De tekst Cultuur en Erfgoed uit het hoofdstuk De gemeente in een dynamische omgeving geeft omgevingsfactoren aan waar cultuur en erfgoed aan onderhevig zijn. Deze factoren worden benoemd. Voorstel is om Verdrag van Faro toe te voegen aan de tekst Het Verdrag van Faro stelt de mens en de samenleving centraal en hún relatie met erfgoed. De omschrijving van de waarden van cultuurhistorie en erfgoed staat eerder in de visie en worden hier niet uitgesplitst omdat de gemeente in haar wettelijke taken geen onderscheidt maakt hierin. De wettelijke taken van de gemeente bestaan uit het behoud, benutten en beleven. Een verwijzing naar het Limes Cluster en de NLS is een manier om hieraan bij te dragen en hoort niet in dit stuk van de Omgevingsvisie, maar kan landen in de uitwerking.

Nummer Pagina 14/25

Reactie: Villaparken (pagina 66): In het geval van ruimtelijke ontwikkelingen wijzen op het provinciaal belang van huidige landgoederen en de beschermingscategorieën die hiervoor zijn opgenomen in het Zuid-Hollandse omgevingsbeleid. Het gaat hierbij om het Kroonjuweel ‘Landgoederenzone Wassenaar/Voorschoten/Leidschendam-Voorburg’ en diverse op de Cultuur Historische Atlas begrensde landgoed- en molenbiotopen. Antwoord: De hier bedoelde villaparken, zoals aangegeven in bijbehorende kaart, zijn geen van allen gebouwd op (voormalige) buitenplaatsen die een bescherming hebben via de Kroonjuweel landgoederenzone, of via de landgoedbiotopen. Bovengenoemd provinciaal belang is dus juridisch niet relevant voor de hier bedoelde gebieden. Het noemen van het provinciale beleid wordt in deze context daarom niet nodig bevonden. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Reactie: Ontwikkellocaties (pagina 91): Waar is sprake van overlappingen met het erfgoedbeleid en hoe gaat de gemeente hier mee om in het vervolgtraject? Antwoord: In de Omgevingsvisie onderstrepen we in algemene zin het belang van behoud en het zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed. Via de afwegingsleidraad worden alle initiatieven, dus ook de ontwikkellocaties, bekeken vanuit de ambities die we hebben voor erfgoed. Geen aanpassing Omgevingsvisie

Bosuitbreiding Reactie: Er staat (o.a. op pag. 97) over de Leidschendammerhout dat er een verkenning komt naar de mogelijkheden om het natuurgebied, inclusief recreatieve functies, uit te breiden. Wat niet specifiek genoemd wordt en als opgave ontbreekt, is om -binnen die uitbreiding van natuur en recreatie- nieuw bos te realiseren. Antwoord: Bosuitbreiding zal aandacht krijgen in de uitwerkingen van het Gebiedsprogramma voor het Leidschendammerhout. We zullen in de Omgevingsvisie “bosuitbreiding” toevoegen aan de ambities voor het Leidschendammerhout. Recreatie Reactie: Let op provinciale regels voor verblijfsrecreatie. Kleinschalig aanbod is namelijk alleen als nevenactiviteit mogelijk. Verzocht wordt om hier rekening mee te houden. Antwoord: Kern van de omgevingsvisie is dat het accent ligt op kleinschalig aanbod. Bij herontwikkeling van (voormalige) agrarische erven kan discussie ontstaan over het begrip 'nevenactiviteit’ vanuit de ambitie die gericht is op behoud van de ruimtelijke kwaliteit van die erven. Daarover voeren we in voorkomende gevallen graag overleg met de provincie. Reactie: Fietsnetwerk blz. 52: Verzocht wordt het netwerk van routes goed te borgen en te koppelen met het hoofdnet recreatief fietsen van woonkern naar recreatiegebied(en). De criteria vanuit hoofdnetwerk recreatief fietsen zijn in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening vastgelegd.

Nummer Pagina 15/25

Antwoord: De doorfietsroutes zijn aangegeven op de visiekaart in de Omgevingsvisie. De overige fietsroutes worden vooral geborgd vanuit het STOMP-principe en worden concreet in het mobiliteitsprogramma. Reactie: Voor o.a. Vlietland en de Nieuwe Driemanspolder worden in de -visie de termen intensieve en extensieve recreatie gebruikt. De provincie maakt dit onderscheid niet en/of past geen zonering toe. De provincie heeft ook nog een recreatieperspectief wat in de bijlage meegestuurd is. Antwoord: Beide gebieden zijn verschillend van karakter, dat verschil laat zich kort en goed schetsen in het onderscheid van intensieve en extensieve recreatie. Waarbij in Vlietland sprake is van verblijfsrecreatie. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Circulariteit Reactie: Circulariteit is op pag. 32 goed, kernachtig verwoord waar de circulaire economie aan bijdraagt (nieuwe economische kansen, meer (grondstoffen)autonomie en schoner). Hier ontbreekt echter de link naar hoe dit van belang is voor de gemeente, haar inwoners en ondernemers. Dit kan verder worden uitgewerkt, met bijvoorbeeld de volgende positieve effecten: Antwoord: Dank voor de waardering. Het beleid voor circulariteit is nog in ontwikkeling en zal concreter uitgewerkt worden in het programma werken en werklocaties. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Reactie: Ruimtevragers duurzaamheid (p.28) Denk ook aan ruimte voor circulaire bedrijvigheid zoals reparatie, ambachtscentra, grondstoffenhubs, etc. Wel genoemd onder het kopje ‘circulariteit op p.32. Antwoord: Het kopje Ruimtevragers duurzaamheid dekt de lading niet, beter is de kop “Ruimtevrager duurzame energie”. Aanpassen in Omgevingsvisie Reactie: Duurzaam toekomstbestendig (p. 54 e.v.) Het noemen van praktijkvoorbeelden is slim. Punten die nog verwerkt/verduidelijkt kunnen worden: • Circulariteit is vaak deel van de oplossing en geen doel op zich. Niet alleen materialen en grondstoffen hergebruiken, maar – idealiter – juist ook producten langer gebruiken en hergebruiken. • De componenten ‘langer’ (hergebruik), ‘anders’ (biobased) en ‘opnieuw’ (recyclen) zitten in het stuk, ‘minder grondstoffen gebruiken’ door slimmer te consumeren en produceren ontbreekt. • Naast doelen ook (bestuurlijke) hulpmiddelen, instrumenten en interventies benoemen om die doelen te halen. En benoemen welke rol de gemeente voor zichzelf ziet en hoe de gemeente de samenwerking hierin ziet of wil aanvliegen (o.a. in het kader van hubs). • Het feit dat de overgang van een lineaire naar een circulaire economie een transitie is, en ontbreekt in het verhaal.

Nummer Pagina 16/25

Antwoord: Voorgestel wordt de zin op pag 56 aan te vullen met de cursief gedrukte woorden: Een manier van bouwen, wonen, ondernemen, produceren en consumeren waarin grondstoffen en materialen langer wordt gebruikt en slim worden hergebruikt, afval wordt geminimaliseerd en natuurlijke hulpbronnen behouden blijven. Overige aandachtspunten nemen we mee bij de uitwerking van het beleid in het programma werken en werklocaties. Glastuinbouw en lichte bedrijfslocatie Reactie: Op blz 51 en 90 staat Meeslouwerpolder als toekomstige glastuinbouw en lichte bedrijfslocatie. Dit suggereert dat het glastuinbouwgebied ingezet kan worden voor lichte bedrijven. Dit past niet in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Hier wordt het glastuinbouw gebied beschermd. Het deel dat nu nog glastuinbouwbedrijven kent, maar op verzoek van de gemeente niet meer op de glastuinbouwkaart in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening staat valt onder het buitengebied en heeft een beschermingscategorie 2 voor ruimtelijke kwaliteit. Het doel was de glasopstanden te verwijderen voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Lichte bedrijfslocaties lijken hier niet in te passen. Antwoord: De Meeslouwerpolder komt op meerder plaatsen terug in de Omgevingsvisie. Daarbij ligt steeds het accent op de glastuinbouwfunctie.

Maar er wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat glastuinbouw op termijn in mindere mate de drager kan zijn van het gebied. Recent zijn al enkele glastuinbouwbedrijven gesloopt in ruil voor de mogelijkheid van het bouwen van een woning. Om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen wordt ruimte geboden aan bedrijvigheid. Letterlijk: “Daar waar glastuinbouwbedrijven onvoldoende mogelijkheden voor verduurzaming en toekomstbestendigheid hebben, zien we ruimte voor andere bedrijvigheid.” Voor de Meeslouwerpolder wordt ook een aparte gebiedsvisie voorbereid. Daarover gaan we graag met de provincie in gesprek, mede in et licht van de recente uitspraak van de Raad van State. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Herziening 2025 van het Zuid-Hollandse Omgevingsbeleid Reactie: De provincie is voornemens om een aantal beleidsaanpassingen te doen die de Omgevingsvisie van de gemeente Leidschendam-Voorburg zullen raken. Zo zijn wij voornemens de onbebouwde ruimte te beschermen. Een aantal ontwikkellocaties (afbeelding pag 46 en 91) liggen buiten BSD. Als het beleid om de onbebouwde ruimte te beschermen vastgesteld wordt zijn deze ontwikkellocaties niet mogelijk. Overigens ook met het bestaande ruimtelijke kwaliteit zijn deze ontwikkelingen lastig uitvoerbaar omdat het gaat om bouwen in beschermingscategorie 2, waar alleen aanpassing in de structuur is toegestaan en geen transformatie.

Een ander beleidsvoornemen is het beter beschermen van de weidevogelgebieden en het beschermen van potentieel toekomstige weidevogelgebieden.

Nummer Pagina 17/25

Antwoord: De hoofdambitie van de Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg is de opgave qua woningbouw en werkgelegenheid zoveel mogelijk binnenstedelijk te realiseren. De contouren van de ontwikkellocaties zijn nog slechts globaal ingetekend en zullen vanuit die ambitie op een aantal plekken bij de uitwerking nog wijzigen. Voor een enkele lopende ontwikkeling zijn in het verleden al afspraken gemaakt over b.v. transformatie van glastuinbouw naar wonen en de Duivenvoordecorridor. Voor Stompwijk hebben we de ambitie voor behoud van de vitaliteit van het dorp – op basis van onderzoek – bepaald op 190 woningen voor de komende 10-15 jaar. Ook daar is de ambitie die zoveel mogelijk binnenstedelijk te realiseren. Maar we voorzien dat het ook noodzakelijk is ruimte te creëren voor woningbouw buiten de BSD. We gaan de komende periode graag het gesprek aan met de provincie over de inpassing van die ambitie. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Aanvullende reactie inzake NNN en weidevogelgebieden

Reactie: Hoofdstuk 3 kaart invloed vanuit de regio: Hierin wordt in oranje het zoekgebied voor wind aangeduid. De aangeduide oranje locatie is NNN en rood is grotendeels bestaand weidevogelgebied met enkele percelen nieuw cat. 2 weidevogelgebied. De opgave voor windenergie en de opgave voor weidevogels conflicteren met elkaar. Zoals aangegeven hierboven bij het kopje “Energietransitie” zal de regionale planMER moeten worden afgewacht, daar worden weidevogels ook meegenomen. Vervolgens is het uiteindelijk aan PS om de afweging te maken of daar windmolens kunnen komen in onze Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Antwoord: Het zoekgebied is op pag 29 in de Omgevingsvisie benoemd (zo), daar zou ‘wind’ toegevoegd moeten worden. Op basis van de voorlopige uitkomsten van de planMER trekken wij de conclusie dat er in onze gemeente geen ruimte is voor zonneweiden en grootschalige windturbines (zie pag 61, 90 en 93). Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Nummer Pagina 18/25

NNN Reactie: Hoofdstuk 5. De omcirkelde locaties (zie hieronder) zijn donkergroen. Volgens de legenda betekent dit; Groene leefomgeving bebouwde omgeving vergroten van de biodiversiteit, bewegen en ontmoeten en klimaatadaptatie. Bepaalde opties kunnen mogelijk niet samengaan met belangrijk weidevogelgebied. Rood is deels NNN en vigerend weidevogelgebied. Oranje is (mogelijk) toekomstig cat 2. Weidevogelgebied. Antwoord: De strekking van Omgevingsvisie komt overeen met de bedoeling van het NNN. Ook in het NNN is ruimte voor andere doelen mits deze de gebiedsdoelen niet onderdruk zetten. In de praktijk zal er bij de eventuele voorstellen voor NNN-gebieden altijd overleg zijn met de provincie. Geen aanpasing Omgevingsvisie.

Nummer Pagina 19/25

Artikel VII. Gemeente Den Haag Reactie: De Omgevingsvisie is een ‘mooi, evenwichtig document dat voortbouwt op de kwaliteiten en kracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg’. De aandacht voor regionale context wordt gewaardeerd. Antwoord: Dank voor de waardering. Enkele inhoudelijke suggesties Reactie: Soms wordt verwezen naar een document dat ingaat op de korte termijn. Dit doet afbreuk aan het lange termijnperspectief. Beter is het om, indien relevant, kort toe te lichten wat de kern van de beleidsinzet is en hoe dit wordt voortgezet. Antwoord: We kunnen ons de reactie voorstellen. Voor de lokale context is het echter soms prettig om de link te leggen met een actueel document. We denken dat de Omgevingsvisie op dit punt in balans is. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Reactie: Kaarten op A4 formaat opnemen Antwoord: Dit nemen we zoveel mogelijk over. Weerbaarheid en defensie Reactie: Weerbaarheid en defensie komen uit de lucht vallen. Mogelijk hier een aparte paragraaf van maken, en dan het begrip ‘maatschappelijke ontwrichting’ breder trekken dan alleen defensie/ oorlog. Ook weerssituaties kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Meer uitleg over dit onderwerp is wenselijk.

Nummer Pagina 20/25

Antwoord: Het gaat om recente ontwikkelingen die nog niet uitgekristalliseerd zijn. De onderwerpen zijn nu geagendeerd, uitwerking volgt in een later stadium. We zullen nog even kijken naar de redactie en waar nodig de onderwerpen inleiden met een korte tekst. Mobiliteit Reactie: Wat nog gemist wordt zijn uitspraken over het terugdringen van autogebruik en een parkeerregime. Antwoord: Met de aandacht voor het STOMP-principe wordt in de breedte aandacht besteed aan verduurzaming van de mobiliteit en terugdringing van het autogebruik. Dit is deels ook vertaald in concrete maatregelen, zoals het verlagen van de snelheid, het creëren van autoluwe gebieden en ook parkeerregulering en zal verder worden uitgewerkt in het programma mobiliteit. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Energietransitie Reactie: Den Haag benadrukt de wenselijkheid om warmtenetten aan te leggen. Vooral de mogelijkheid om restwarmte (uit geothermie) in de regio volledig te benutten is van belang. Antwoord: Onze analyses wijzen vooralsnog uit dat de mogelijkheden voor toepassing van (grootschalige, hoge temperatuur) warmtenetten beperkt zijn. Wel zien we mogelijkheden voor lokale benutting van geothermie.

We blijven de komende jaren de regionale ontwikkelingen volgen en werken samen met onze buurgemeenten om kansen voor gemeente overstijgende warmtenetten te signaleren (of in beeld te brengen) en te benutten als deze zich voordoen. De RES biedt mogelijkheden voor lokaal maatwerk. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Afwegingsleidraad Reactie: Den Haag adviseert om de afwegingsleidraad een meer prominente plek in de omgevingsvisie te geven door ‘voor te sorteren’ op de leidraad in de voorgaande hoofdstukken. Antwoord: Hier is inmiddels in voorzien door de leidraad een plek te geven in de samenvatting. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Uitwerking van gebiedsgerichte uitwerkingen Reactie: Meer aandacht voor de diagrammen en betere uitleg wat de diagrammen zeggen of specifieke deelgebieden. Antwoord: Het is belangrijk dat de afwegingleidraad en de toepassingen duidelijk zijn. We zullen bij de eindredactie nog kijken naar verduidelijking van de toepassing van de afwegingsleidraad en de diagrammen.

Artikel VIII.

Reactie GGD

Nummer Pagina 21/25

Voorzieningen zijn belangrijk, niet toereikend Reactie: Achterliggende oorzaken van kwetsbaarheid en gezondheidsverschillen zijn onderbelicht in de visie. Het zijn zowel technische omgevingsfactoren (zoals luchtkwaliteit) als sociaal en leefstijl gerelateerde factoren. Beide oorzaken moeten worden aangepakt om gezondheidsverschillen aan te pakken. De GGD verwijst naast de Handreiking Voorzieningen voor een gezonde leefomgeving. Antwoord: Op pagina 31 wordt beknopt de brede context van gezondheid beschreven. Gezondheid heeft daarnaast op veel plekken aandacht gekregen, waarbij inderdaad het accent ligt op de relatie met de fysieke leefomgeving, maar ook aandacht is voor de sociale aspecten en ook de link wordt gelegd met leefstijl. Wij zullen dit verder uitwerken in het programma gezonde leefomgeving. Daarbij zullen we graag gebruik maken van de Handreiking Voorzieningen voor een gezonde leefomgeving. Inkomensmix vraagt om aanvullende maatregelen Reactie: Het mengen van inkomensgroepen heeft veel potentie. Tegelijk is het belangrijk te voorkomen dat hiermee alleen het gemiddelde verbetert, terwijl de meest kwetsbare groep even kwetsbaar blijft. Antwoord: Ook hiervoor geldt dat kwetsbare groepen op diverse plekken in de Omgevingsvisie aandacht krijgen. Via het woningbouwprogramma kan het mengen van inkomensgroepen worden bevorderd.

De specifieke aandacht voor kwetsbare groepen krijgt aandacht via gebiedsgerichte programma's zoals voor Leidschendam-Noord. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Koppeling woningbouw en gezondheid Reactie: Woningbouw mag er niet toe leiden tot de technische omgevingsfactoren in toch al kwetsbare wijken verder verslechteren. Nieuwe woningen op deze locaties zouden daarom altijd gepaard moeten gaan met een verbetering van de leefomgeving voor álle inwoners in die wijk. Antwoord: Woningbouw zal plaatsvinden volgens de laatste inzichten en normen en dus per definitie leiden tot een verbetering van de technische omgevingsfactoren. De specifieke richtlijnen voor bijvoorbeeld groen en voorzieningen dragen direct bij aan het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving in die gebieden waar gebouwd en ontwikkeld wordt. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Gezondheidskundige normen als leidraad Reactie: Het doel is om te voldoen aan de wettelijke milieunormen. Gezondheidsschade kan echter al optreden onder deze wettelijke normen. Daarom het advies om per milieudomein op te nemen dat wordt gestreefd naar gezondheidsnormen (zoals GGDnormen of WHO-normen). Antwoord: Gezien de nabijheid van hoofdinfrastructuur is onze analyse dat het een grote uitdaging is om in Leidschendam-Voorburg te voldoen aan de generieke milieu- en gezondheidsnormen. De wens is er wel om verdergaande verbeteringen te

Nummer Pagina 22/25

bewerkstelligen, maar die wordt vooralsnog als niet realistische beschouwd. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Artikel IX. Reactie gemeente Rijswijk De reactie van Rijswijk bestaat uit twee onderdelen Algemeen en redactioneel Reactie: Benoemen van het ontwikkelperspectief NOVEX-ZR en de MRDH Visie Economisch Vestigingsklimaat/Strategie bedrijventerreinen Antwoord: De MRDH concludeert dat de Omgevingsvisie aansluit op de genoemde visie, die bovendien nog niet vastgesteld is. In het Uitvoeringshoofdstuk wordt meerdere keren de link gelegd naar het Ontwikkelingsperspectief. Geen aanpassing Omgevingsvisie

Reactie: Toekomstbeeld Vlietzone is niet vastgesteld door de gemeente Den Haag Antwoord: Voor de leesbaarheid wordt hier niet specifiek op ingegaan. Overige partijen hebben het Toekomstbeeld wel vastgesteld. Reactie: Goede inpassing van de Vlietlijn is essentieel, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk hebben hetzelfde belang; formulering van de ambitie aanscherpen om in lijn te komen met Rijswijk. Antwoord: Tekst op pagina 55: De Vlietlijn (een HOV-tramverbinding) aanvullen met ‘aandacht voor een goede inpassing’ tussen de haakjes. Reactie: Complimenten voor de afwegingsleidraad Antwoord: Dank voor de complimenten. Reactie: Naast warmteprogramma is binnenkort ook volkshuisvestingsprogramma verplicht (staat nu dubbel in de visie, zie pag. 98) Antwoord: Voorstel om de volgende zin te schrappen in par. 7.3.1. (pag.105): Het warmteprogramma (voorheen: transitievisie warmte) wordt verplicht zodra de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) van kracht is (naar verwachting 1 juli 2025). En bij tekst over het programma volkshuisvesting (pag. 105) toevoegen: “Het programma volkshuisvesting wordt waarschijnlijk verplicht op basis van de Wet Versterking Regie op de Volkshuisvesting.” Energietransitie Reactie: Op gebied van de energietransitie past de OV niet in de Regionale Energiestrategie waarin juist veel wordt ingezet op warmtenetten (zie ook reactie Den Haag).

Het heeft de voorkeur gebruik te maken van de grote potentie aan restwarmte en geothermie, dat in de regio aanwezig is. Elektrificatie van de warmtevraag in LV verergert en verlengt de huidige situatie van netcongestie. Dit heeft niet alleen

Nummer Pagina 23/25

consequenties in LV, maar heeft ook direct impact op omliggende gemeenten. De gemeente doet een beroep op Leidschendam-Voorburg om de prioriteit te verleggen naar het benutten van restwarmte uit WarmtelinQ+ en geothermie, beide aanwezig op uw grondgebied. Antwoord: Onze analyses wijzen vooralsnog uit dat de mogelijkheden voor toepassing van (grootschalige, hoge temperatuur) warmtenetten beperkt zijn. Wel zien we mogelijkheden voor lokale benutting van geothermie. We blijven de komende jaren de regionale ontwikkelingen volgen en werken samen met onze buurgemeenten om kansen voor gemeente overstijgende warmtenetten te signaleren (of in beeld te brengen) en te benutten als deze zich voordoen. De RES biedt mogelijkheden voor lokaal maatwerk. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Artikel X. Reactie Veiligheidsregio Haaglanden Vanuit de VRH zijn enkele opmerkingen ontvangen: Reactie: pag. 32 Het is wenselijk om te benadrukken dat een veilige klimaatadaptatie en energietransitie worden nagestreefd. Antwoord: Veiligheid heeft in brede zin aandacht gekregen in de paragraaf veilige leefomgeving en weerbaarheid op pagina 52. We geven de fysieke leefomgeving mede vorm volgens de ontwerpprincipes voor veiligheid (voorkomen, afstand houden, beschermen, vluchtmogelijkheden, toegang hulpdiensten, passende zorg bij crisis): daarmee wordt de reactie ondervangen. Geen aanpassing Omgevingsvisie. Reactie: pag. 41 Alinea “We zorgen voor een …een rol spelen” uitbreiden met de tekst: Om de fysieke veiligheid te bewaken zijn verschillende maatregelen mogelijk. Allereerst vergroot de afstand tot risico’s de veiligheid, waarbij speciaal aandacht moet zijn voor kwetsbare groepen. Er kan gedacht worden aan maatregelen in bouwwerken en omgeving die bescherming bieden, en er moeten mogelijkheden zijn om bouwwerken of gebieden snel en veilig te verlaten. De veiligheidsregio heeft bij ruimtelijke ontwikkelingen, programma’s en plannen een adviserende rol. Daarnaast maakt de omgeving snel en effectief optreden van de hulpdiensten mogelijk (bereikbaarheid, bluswatervoorziening) en zijn zorgvoorzieningen toegankelijk voor en afgestemd op inwoners en bezoekers (ook bij incidenten).

Ook bij de mobiliteitstransitie wordt rekening gehouden met de hulpdiensten en vroegtijdig met hen afgestemd, zodat snelle hulverlening gewaarborgd blijft. Om hiervoor te zorgen werken wij nauw samen met de regio. Antwoord: Zie hiervoor, met verwijzing naar paragraaf Veilige leefomgeving en weerbaarheid op pag. 52. Geen aanpassing Omgevingsvisie Reactie: pag 42. Alinea STOMP-principe aanvullen met: Op de hoofdroutes voor hulpdiensten blijft 50 km/u behouden, tenzij mitigerende maatregelen worden genomen

Nummer Pagina 24/25

die het tijdsverlies als gevolg van een lagere snelheid volledig compenseren. Andere wegen kunnen in afstemming met de hulpdiensten worden verlaagd naar (gebiedsontsluitingswegen met) 30 km/u. Dit maakt het veiliger, leefbaarder en verbetert de doorstroming. Antwoord: In de laatste versie van de Omgevingsvisie is opgenomen dat bij verlaging van de snelheid overleg zal worden gevoerd met de hulpdiensten en de OV-bedrijven. Dat ondervangt de reactie. Geen aanpassing Omgevingsvisie

Artikel XI. Reactie Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Reactie: De concept-visie sluit goed aan de Strategische Agenda van de MRDH, die we samen in 2023 hebben vastgesteld. En bij de uitgangspunten van zowel de Mobiliteitsvisie als de Visie op het Economisch Vestigingsklimaat van de MRDH, zoals we die nu gezamenlijk aan het opstellen zijn. De koppeling die wordt gemaakt tussen onderwijs en arbeidsmarkt, met gerichte opleidingen onderschrijven wij ten volle. We herkennen het belang van o.a. de retail voor de stadsverzorgende economie in Leidschendam-Voorburg. Antwoord: Dank voor de waardering. Reactie: Wij zien dat de ruimteclaim van niet-wonen functies, waaronder bedrijvigheid en voorzieningen, groter zijn dan het genoemde percentage van 5%. Wij stellen daarom voor om dit percentage te herzien. Antwoord: Wij beschouwen de benoeming van richtlijn (geen norm) voor een concreet percentage voor niet-wonen functies als een belangrijke stap vooruit. Het maakt het belang zichtbaar en tastbaar voor toekomstige locatie-ontwikkelingen. Per locatie zal maatwerk gezocht worden. Tegelijkertijd zien we de de definitie van een arbeidsplaats meer fluïde is geworden. Variërend van concrete vierkante meters op een bedrijventerrein tot gemengd wonen en werken door ZZP-ers en andere thuiswerkenden. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Mobiliteit Reactie: Ten aanzien van OV en Verkeer hebben wij een aantal specifieke opmerkingen: • M.b.t. het beschreven stomp-principe adviseren wij om bij de uitwerking te kijken

•

waar welke vorm van mobiliteit waar prioriteit verdienen. Verder zijn we benieuwd welk sturend beleid hiervoor zal worden ingezet? M.b.t het herinrichten van wegen naar 30 km/uur: belangrijk is dat het hoofdwegennet (50+ km/uur wegennet) dan vooraf op orde is, voordat wegen worden heringericht naar 30 km/uur. Zodat het hoofdwegennet het verkeer kan opvangen dat verschuift van het 30 km/uur net.

Nummer Pagina 25/25

•

Hoogwaardige fietsverbindingen en ov kunnen structurele kwaliteit toevoegen in de

•

openbare ruimte. Deze kansen benutten en benoemen M.b.t. de fietsroute parallel aan N14 hebben wij een vraag: de realisatie is sterk

afhankelijk van de A4 Haaglanden - N14 die nu gepauzeerd is. Hoe ziet LV de realisatie van de fietsroute N14 nu het project A4 Haaglanden - N14 is gepauzeerd? Antwoord: De tips en suggesties sluiten aan bij de koers die we met de Omgevingsvisie hebben willen uitzetten en kunnen we meenemen bij de uitwerking van het programma Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het zal duidelijk zijn dat ambities concreter worden en de haalbaarheid groter wordt naarmate er meegelift kan worden op regionale ontwikkelingen. Geen aanpassing Omgevingsvisie.

Artikel XII. Hoogheemraadschap Rijnland (mondeling) (gesprek op basis van de versie van 16 mei) Reactie: Pag 18, nu 19 (versie 16 mei). landscheiding aangeven in twee richtingen en graag aandacht bestedne aan de betekenis van het Rijn-Schiekanaal voor de afvoer Antwoord: Staat ook in reactie Delfland en zullen we verduidelijken. Reactie: Pag 32 nu 34; redactie passage over het weer wordt extremer Antwoord: Redactie is inmiddels aangepast. Reactie: Pag 32 nu 34 Bij passage over 20% diepstgelegen polder graag toevoegen: “ voor tijden van nood” Antwoord: Dat zullen we toevoegen, staat ook al op pag 91 Reactie: Pag 39 winning drinkwater toevoegen Antwoord: Verwijzing naar drinkwaterwinning is opgenomen op pag 91, 94 en 102. Reactie: Pag 51 (nu 60) vasthouden van water en waterberging Antwoord: Vasthouden van water wordt drie keer. Waar dit passend is zullen we waterberging toevoegen. Reactie: (Nu pag 91) Verzilting nog ergens invoegen Antwoord: Verzilting staat genoemd in de Omgevingsvisie. Geen verdere aanpassing Reactie: Pag 87 Verzwaring van de afvalwaterpersleiding in de Vlietzone graag benoemen. Antwoord: Persleiding is inmiddels opgenomen in de laatste versie van de Omgevingsvisie op pag 103.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=47863e6f-41ea-4073-b411-5f9b1f3e97bf