4213 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning
Tekst van het document
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING voor de activiteiten: Strijdig gebruik, artikel 2.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a.3o, Wabo (buitenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing).
Nr. 2001683 Aanvraag Op 21 december 2023 hebben wij een aanvraag om omgevingsvergunning ontvangen voor het plaatsen van geluidschermen (type ‘Noisereducer’, tracé 4) langs de A4 ter hoogte van het Duinwaterpad in Leidschendam. Bij aanvraag behorende gegevens en bescheiden Onderstaande gegevens en bescheiden hebben wij beoordeeld en maken integraal onderdeel uit van dit besluit: Algemeen - 01. aanvraagformulier publiceerbaar Strijdig gebruik - 02. R001_04_L230873_ruimtelijke onderbouwing 2025 - 03. Bespreekverslag_Gasunie d.d. 5-10-2023 - 04. Bespreekverslag_Dunea d.d. 3-10-2023 - 05. Overzichtstekening 51018820-SWECO-HML-34005-SI-CH-00001-03-P05 -
Situatie tracédeel 4 d.d. 29-11-2024 06. Digitale Watertoets_resultaat d.d. 3-10-2023 07. Rapportage_aanvullende_soortonderzoeken_Vlietland d.d. 20-11-2023 08. Archeologisch_bureauonderzoek d.d. 23-10-2023 09. Rapport
-
EARTH_Integrated_Archaeology_Rapport_281_definitief_incl_bijlage d.d. 6-122023 10. Rapport Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten EES1364NL-101_VO_OO
-
d.d. 22-11-2022 11. Rapport Milieuhygienisch vooronderzoek_Vlietland d.d. 15-12-2022 12. Notitie_AERIUS_berekening_Vlietland d.d. 30-11-2023 13. Rapport QS_Soorten_Wet_Natuurbescherming d.d.14-07-2023
Graag in uw antwoord datum en ons kenmerk vermelden.
2001683 Pagina 2/5
Ons kenmerk
Voorbereidingsprocedure Uitgebreide voorbereidingsprocedure Het ingediende bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’ en kan slechts worden vergund middels de uitgebreide Wabo-procedure met goede ruimtelijke onderbouwing en na afgifte van een verklaring van geen bedenkingen door de raad. Teneinde te voldoen aan het gestelde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht hebben wij ons voornemen tot medewerking aan de aanvraag om omgevingsvergunning op datum 2025 op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Hierbij is gelijktijdig mededeling gedaan van de vereiste terinzagelegging voor een periode van zes weken, ingaande op datum 2025. Ook hebben wij ons voornemen langs elektronische weg kenbaar gemaakt. Tevens is, voor zover noodzakelijk, een kennisgeving gestuurd naar de wettelijke adviseurs. Gedurende de periode van terinzagelegging kunnen zienswijzen omtrent de voorgenomen medewerking aan de aanvraag worden gemaakt. Na behandeling van (eventueel) ingekomen zienswijzen zal er een definitief besluit op de aanvraag worden genomen. Naar aanleiding van de terinzagelegging en kennisgevingen van de ontwerpbesluiten zijn wel / geen zienswijzen naar voren gebracht.
Beoordeling aanvraag – activiteit Strijdig gebruik De aanvraag hebben wij beoordeeld op de toetsingsgronden c.q. weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.12, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Wabo. Bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a) De aanvraag is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Landelijk Gebied". Het perceel waarop het ingediende bouwplan betrekking heeft, heeft de bestemming “Natuur” (artikel 11) en de dubbelbestemmingen “Leiding – Gas” (artikel 23) en “Waarde Archeologie lage verwachting” (artikel 27) De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. instandhouding, versterking en/of ontwikkeling van ter plaatse voorkomende natuurwaarden, bestaande uit onder meer graslandvegetaties, vegetatie van slootoevers en vogelkundige waarden; b. instandhouding, versterking en/of herstel van ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden en landschapswaarden, bestaande uit onder meer de openheid, het verkavelings-/slotenpatroon en landschapselementen; met daaraan ondergeschikt: c. de bedrijfsuitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven (gevestigd op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden), ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch'
2001683 Pagina 3/5
Ons kenmerk
(a), voor zover de bedrijfsuitoefening samengaat met natuurbeheer en aan de onder a. en b. genoemde waarden geen afbreuk wordt gedaan; d. extensieve recreatie en bijbehorende voorzieningen, ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' (r), voor zover deze functie wordt afgestemd op de onder a. en b. genoemdewaarden en aan deze waarden geen afbreuk wordt gedaan; Op deze gronden mogen, met in achtneming van het bepaalde lid 11.2.2, uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat: a. de bebouwing ruimtelijk dan wel landschappelijk goed dient te worden ingepast, met inachtneming van de in de Ruimtelijke kwaliteitsparagraaf beschreven ruimtelijke kwaliteit en karakteristiek van het gebied en de in lid 11.1.1 onder a. en b. genoemde waarden; b. burgemeester en wethouders over de landschappelijke inpassing van bebouwing advies kunnen inwinnen bij een natuur- en/of landschapsdeskundige. 11.2.2 Inrichting bestemmingsvlak en maatvoering bebouwing Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in lid 11.2.1 gelden de volgende regels: a. op de gronden als bedoeld in lid onder 11.1.1 a. en b.
mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd, die verband houden met de bescherming dan wel ontwikkeling van de daar genoemde waarden van het gebied, waarvan: - de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,5 m; - de oppervlakte niet meer bedraagt dan 3 m²; b. op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch' als bedoeld in lid 11.1.1. onder c. mogen tevens voor de agrarische bedrijfsvoering noodzakelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarvan: - de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,5 m; - de oppervlakte niet meer bedraagt dan 5 m², met inachtneming van het bepaalde in artikel 3; c. op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'recreatie' als bedoeld in lid 11.1.1 onder d. mogen tevens worden gebouwd: - een uitkijktoren, waarvan de hoogte niet meer bedraagt dan 3,5 m; - bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van extensieve recreatie, waarvan de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 1,5 m en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 5 m². Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aanvullend op het bepaalde in lid 11.2 nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en afmeting van bouwwerken, in verband met: a. een goede ruimtelijke dan wel landschappelijke inpassing van bebouwing op het (bouw)perceel dan wel in het gebied;
2001683 Pagina 4/5
Ons kenmerk
b. het behoud, herstel dan wel de versterking van de karakteristieken dan wel waarden van het gebied; c. de situering, gebruiksmogelijkheden en/of de (beperking van) bezonning van de aangrenzende gronden; d. geluidaspecten, milieuaspecten, verkeersveiligheid en/of andere veiligheidsaspecten. Het een ander met inachtneming van hetgeen in de Ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is beschreven. Conclusie Het plaatsen van een geluidsscherm staat niet ten dienste van de bestemming ‘Natuur’ zodat er functioneel sprake is van een strijdigheid. Ook de maatvoering is overigens, ook wanneer de functionele strijdigheid niet aan de orde zou zijn, niet in overeenstemming met de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die deel uitmaken van de bestemming ‘Natuur’. Op basis van art. 2.12, lid 1 Wabo kan in bepaalde gevallen de strijdigheid met een bestemmingsplan worden opgeheven via een omgevingsvergunning. Als de aanvraag past binnen het geldende beleid en ook verder voldoet aan een goede ruimtelijke ordening moet de omgevingsvergunning redelijkerwijs verleend worden. Bekeken is of de aanvraag hieraan voldoet. De aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit omgevingsplan en technisch wordt na afloop van de ruimtelijke afwijkingsprocedure separaat aangevraagd en maakt dan ook geen deel uit van dit besluit. Overwegingen m.b.t.
de ruimtelijke onderbouwing In de ruimtelijke onderbouwing zijn de relevante aspecten om af te wijken van het bestemmingsplan naar onze mening volledig toegelicht. Wij onderschrijven de inhoud van deze ruimtelijke onderbouwing. Eindconclusie De ruimtelijke onderbouwing, alsmede ons positieve advies, geven in voldoende mate aan waarom afwijken van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is. Ontwerpbesluit Gelet op artikel 2.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a.3o, van de Wabo besluiten wij: 1. aan de Provincie Zuid Holland omgevingsvergunning te verlenen om af te wijken van het gestelde van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied met bijbehorende Goede Ruimtelijke Onderbouwing voor het plaatsen van
2001683 Pagina 5/5
Ons kenmerk
geluidschermen (type ‘Noisereducer’, tracé 4) langs de A4 ter hoogte van het Duinwaterpad in Leidschendam toe te staan; 2. een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van geluidschermen (type ‘Noisereducer’, tracé 4) langs de A4 ter hoogte van het Duinwaterpad in Leidschendam, overeenkomstig de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte gegevens en bescheiden en met inachtneming van de in de bijlage genoemde verplichtingen.
Leidschendam, …2025 namens burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg /signature1/
Glenn Boere Afdelingshoofd Klantcontactcentrum