4166 Bijlage a Tarievenvoorstel 2026 NIEUW
Tekst van het document
Bijlage bij raadsvoorstel Tarievenvoorstel 2026 (iBabs 4166) 1.
Inleiding
In aansluiting op de paragraaf "Lokale heffingen" in de begroting 2026 wordt hieronder het tarievenvoorstel voor het jaar 2026 voor de diverse heffingen weergegeven. De bijbehorende belastingverordeningen zijn als concept raadsbesluiten toegevoegd. Ten opzichte van 2025 zijn in de belastingverordeningen 2026 de tarieven gewijzigd en technische en tekstuele wijzigingen aangebracht. De verordeningen en de bijbehorende tarieventabel zijn gebaseerd op de modelverordeningen zoals die door de VNG zijn opgesteld. Daar waar nodig zijn de verordeningen aangepast aan de situatie in Leidschendam-Voorburg. Het tarievenvoorstel betreft de volgende heffingen en belastingen: Retributies · Afvalstoffenheffing 2026 · Lijkbezorgingsrechten 2026 · Leges 2026 · Marktgelden 2026 · Riool- en Waterzorgheffing 2026 Belastingen · OZB 2026 . Reclamebelasting 2026 · Toeristenbelasting 2026
2.
De uitgangspunten voor het tarievenvoorstel 2026
a. de Kadernota 2026 - 2029 b. de indexatie van 3,7% conform het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP); c. maximaal 100% kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, marktgelden, begraafrechten en leges (conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); Onderbouwing toepassing CEP-index Om de gemeentelijke organisatie financieel gezond te houden is het zaak rekening te houden met de prijsontwikkeling bij het opstellen van een nieuwe begroting. De bestendige gedragslijn van de afgelopen jaren is de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkeling mee te nemen in de Kadernota. In de Kadernota is daarom rekening gehouden met het financiële effect van het verschuiven van prijspeil 2025 naar dat van 2026. Vanwege de hoge inflatie zijn sinds 2022 de recentere indexcijfers gehanteerd op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP). Het gehanteerde indexcijfer van 3,7% is opgenomen in de Kadernota 2026 – 2029. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad en is daarom het uitgangspunt bij de begroting 2026.
1
Geraamde totale opbrengsten en verklaring meeropbrengsten 2026 In Tabel 1 zijn de geraamde totale opbrengsten van de verschillende heffingen en belastingen voor 2026 weergegeven. Inhoudelijk worden deze in het voorstel hieronder toegelicht. Tabel 1 geraamde totale opbrengsten 2026 Opbrengsten: OZB Afvalstoffenheffing Riool- en waterzorgheffing Leges Lijkbezorgingsrechten Toeristenbelasting Reclamebelasting Marktgeld
2025 € 18.354.070 € 15.397.756 € 9.450.855 € 6.411.536 € 952.000 € 640.507 € 179.465 € 62.922
In % 35,7% 29,9% 18,4% 12,5% 1,9% 1,2% 0,3% 0,1%
2026 € 19.157.218 € 15.967.473 € 10.186.440 € 6.340.000 € 987.224 € 640.000 € 179.465 € 65.250
In % 35,8% 29,9% 19,0% 11,9% 1,8% 1,2% 0,3% 0,1%
Totaal
€ 51.449.111
100%
€ 53.523.070
100%
2
3. Retributies Dit Tarievenvoorstel gaat eerst in op de tarieven van de retributies. Dit zijn heffingen waar een aanwijsbare prestatie tegenover staat. Daarna worden de belastingen behandeld. Per onderdeel komen de ontwikkeling en de hoogte van de tarieven aan bod. De tarieven van de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing zijn deelbaar door 12 maanden gemaakt. Dit is omdat de belastingplicht kan aanvangen of eindigen aan het begin respectievelijk einde van elke kalendermaand als gevolg van verhuizing naar of vertrek uit deze gemeente. Begrotingsvoorschriften en kostenonderbouwing heffingen Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostprijstoerekening gehanteerd conform de Financiële verordening van de gemeente LeidschendamVoorburg. De gemeenteraad besluit voor het belastingjaar 2026, bij de behandeling van de Begroting 2026, welk bedrag daarbij aan overhead moet worden meegenomen. Het raadsbesluit is opgenomen in de Paragraaf lokale heffingen 2026, die onderdeel uitmaakt van de Begroting 2026. In deze Paragraaf lokale heffingen 2026 is een overzicht opgenomen van de raming van baten en lasten voor de heffingen.
3.1 Afvalstoffenheffing Voorgesteld wordt om vanaf 2026 een betaaltarief in te voeren voor het laten ophalen van grofvuil. Het tarief van € 12,50 zal voor ieder verzoek bij AVALEX in rekening worden gebracht en is opgenomen in de tarieventabel van de Verordening Afvalstoffenheffing 2026. Het college heeft de raad op 27 mei 2025 (iBabs 4188) inhoudelijk geïnformeerd middels “Raadsbrief informeren over invoering maatregelen ter vermindering restafval”.
3
Voorgesteld wordt om de tarieven van de afvalstoffenheffing voor 2026 te verhogen zoals hieronder is aangegeven. Lasten afvalstoffenheffing Aan de lastenkant is rekening gehouden met een wijziging van de kosten. Daarin zijn meegenomen: • • •
De stijging van de lasten van de Dienstverleningsovereenkomst met Avalex De indexering van de lasten van de gemeente op het gebied van afvalverwerking De BTW op de directe kosten
Door invoering van het ophaaltarief verwacht Avalex hogere inkomsten en lagere uitgaven. De lasten voor de dienstverleningsovereenkomst met Avalex dalen, zoals genoemd in Raadsbrief 4188. Hierdoor stijgt het tarief tot kostendekkendheid slechts met 1,9%. Baten afvalstoffenheffing Aan de batenkant is rekening gehouden met een stijging van het aantal nieuwbouwwoningen. De tarieven worden dan als volgt: Tarieven afvalstoffenheffing: Heffingsmaatstaf Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Ophalen grof huishoudelijk afval
Tarief 2025 € 374,04 € 452,40 N.v.t.
Tarief 2026 € 381.12 € 461,04 € 12,50
Verschil € 7,08 € 8,64 € 12,50
3.2 Lijkbezorgingsrechten De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn geïndexeerd met 3,7% conform de CEP-indexatie. De tarieventabel van de lijkbezorgingsrechten is als bijlage opgenomen bij de Verordening op de heffing en invordering van Lijkbezorgingsrechten 2026.
3.3 Leges De gemeente streeft naar kostendekkende tarieven. Bij het kostendekkend maken van de legestarieven wordt onder meer gekeken naar de tijdsbesteding per legesproduct en overheadkosten. De tarieventabel van de leges is als bijlage opgenomen bij de Verordening op de heffing en invordering van Leges 2026. 3.3.1 Algemene dienstverlening Legesverordening De maximum Rijkstarieven voor 2026, zoals van toepassing bij de identiteitskaart, paspoort en rijbewijs zijn op het moment van opstellen van dit Tarievenvoorstel 2026 nog niet bekend. De aanpassingen daarvan worden later in 2025 opgenomen in de 1e wijziging van de Legesverordening 2026. Bezoekersontheffingen in urensaldo Op 15 juli 2025 heeft het College van burgemeester en wethouders parkeermaatregelen vastgesteld voor parkeerschijfzones in Voorburg West en Voorburg Noord (1 uur). Eén van de maatregelen betreft het omzetten van de digitale bezoekerspas in een urensaldo voor bezoekers parkeren. Deze maatregel is al mogelijk onder het Uitgiftebeleid Parkeerontheffingen Leidschendam-Voorburg 2017, en wordt in 2026 geïmplementeerd in deze twee betreffende parkeerschijfzones.
4
Vergunningparkeren rond de Mall of the Netherlands Een voorstel voor bestuurlijke behandeling, inclusief een aparte belastingverordening, is niet opgenomen in dit Tarievenvoorstel 2026. Het is de bedoeling dit op een later moment aan de gemeenteraad aan te bieden. 3.3.2 Dienstverlening en besluiten i.h.k.v Omgevingswet Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging - de effecten laten nog op zich wachten Per 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) in werking getreden. De Omgevingswet heeft de huidige Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) vervangen. In de Wkb verschuift de controle op het door bouwers afgeleverde werk van gemeenten naar door de marktpartijen zelf aangedragen onafhankelijke kwaliteitsborgers. Dit betreft kleine vergunningaanvragen van woningen en kleine bedrijfspanden. Welke effecten de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb heeft zijn nog niet precies te zeggen. Mocht het nodig zijn dan zal dit worden opgenomen in de reguliere P & C producten. Bouwsom exclusief BTW Tot nu toe werd bij de berekening van de leges voor (grote) bouwprojecten uitgegaan van de bouwsom inclusief BTW. In de bouwaanvraag wordt echter uitgegaan van een bouwsom exclusief BTW. Door zowel bij de bouwaanvraag uit te gaan van de bouwsom exclusief BTW is er sprake van administratieve lastenverlichting voor de aanvrager.
Daarom wordt vanaf 2026 in de Legesverordening uitgegaan van een bouwsom exclusief BTW. Om dezelfde opbrengst te houden is het tarief verhoogd met 21%. 3.3.3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn Door vrijstellingsbepalingen niet kostendekkend In de Legesverordening zijn vrijstellingsbepalingen opgenomen voor o.a. niet-commerciële activiteiten van sportverenigingen, niet commerciële activiteiten door organisaties, zonder winstoogmerk, die een cultureel, sociaal of voor de gemeente promotioneel doel nastreven, kleinschalige, niet commerciële buurtgerichte activiteiten, niet-commerciële activiteiten van (sport)verenigingen waarbij de behartiging van een sociaal en/of sportief belang voorop staat en collectevergunningen van erkende goede doelen. Deze vrijstellingen blijven gehandhaafd. Hoofdstuk 3 is door de vrijstellingsbepalingen in de Legesverordening op dit moment daarom niet kostendekkend. Taakstelling gefaseerd realiseren Bij besluitvorming van de Nota van Wijzigingen 2021 is een taakstelling opgenomen van € 100.000. Deze taakstelling wordt vanaf 2023 gefaseerd over vier jaar met kostendekkende tarieven gerealiseerd. Algemeen Voorgesteld wordt om met het vaststellen van de Legesverordening 2025 de leges te verhogen met de CEP-indexatie van 3,7%, zoals eerder in dit voorstel onder het kopje “Onderbouwing toepassing CEP” is beschreven.
5
3.4 Marktgelden Voorgesteld wordt de tarieven van de marktgelden voor 2026 te verhogen met de CEP-indexatie van 3,7%. Het marktgeld bedraagt per standplaats of gedeelte daarvan: Heffingsmaatstaf Per dag of gedeelte daarvan Per kalenderkwartaal
Tarief 2025 € 20,05 € 200,30
Tarief 2026 € 20,80 € 207,70
Verschil € 0,75 € 7,40
3.5 Riool- en waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Om meer recht te doen aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken heeft de VNG de naam rioolheffing gewijzigd in riool- en waterzorgheffing. De heffing dekt gemeentelijke taken zoals onderhoud van riolering, aanpak van wateroverlast en verdroging, en klimaat adaptieve maatregelen in de openbare ruimte. Ook in het buitengebied worden voorzieningen getroffen zoals, infiltratiegreppels, afkoppeling van hemelwater en verbeterde afvoerstructuren. Door uitbreiding van het takenpakket nemen de kosten toe, wat leidt tot een stijging van de heffing. Waterzorg in buitengebied Hierdoor ontvangen ook percelen in het buitengebied een aanslag riool- en waterzorgheffing. Van de maatregelen in de publieke ruimte heeft immers iedereen profijt. Voor 2024 en 2025 zijn in het buitengebied een aantal aanslagen riool- en waterzorgheffing opgelegd. Het belastbaar feit in de Verordening Rioolheffing 2024 en 2025 miste de juiste juridische grondslag om in het buitengebied te kunnen heffen. Deze aanslagen zijn vernietigd. In samenwerking met de VNG is voor 2026 het belastbaar feit van de Verordening Riool- en waterzorgheffing tekstueel aangepast. Hierdoor kunnen er in het buitengebied nu wel aanslagen riool- en waterzorgheffing worden opgelegd.
Bij de belastingcampagne 2026 zullen inwoners die nog niet eerder een aanslag riool- en waterzorgheffing hebben ontvangen per brief worden geïnformeerd. De VNG heeft op hun website bij het onderdeel “Belastingkennis voor raadsleden” inhoudelijke informatie vermeld over de gemeentelijke taken bij de riool- en waterzorgheffing en het kunnen heffen daarvan bij belanghebbenden. Deze informatie is opgenomen in bijlage n. van dit Tarievenvoorstel 2026. Voorgesteld wordt om de tarieven van de riool- en waterzorgheffing voor 2026 aan te passen zoals hieronder is weergegeven. Lasten •
Aan de lastenkant is rekening gehouden met een stijging van de lasten die voortvloeien uit het Water- en rioleringsplan (WRP) 2022 – 2027.
Baten •
Aan de batenkant is rekening gehouden met een stijging van het aantal (nieuwbouw) woningen en niet-woningen zoals vastgelegd in het Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027.
6
Riool- en waterzorgheffing tarief: Heffingsmaatstaf Rioolheffing per perceel
Tarief 2025 € 244,92
Tarief 2026 € 264,48
Verschil € 19,56
4 Belastingen 4.1 Onroerende-zaakbelastingen In de conceptprogrammabegroting 2026-2029 is voor de hoogte van de OZB-opbrengsten rekening gehouden met nieuwbouw, sloop, leegstand, de inflatiecorrectie en de verwachte uitkomsten van de herwaardering 2026. Het verschil tussen de verwachte totale WOZ-waarde en de uiteindelijke definitieve WOZ-waarde kan leiden tot een verschil in gerealiseerde OZB-baten. Voor het belastingjaar 2026 worden alle onroerende zaken gewaardeerd naar een waardepeildatum van 1 januari 2025. De prognoses duiden op een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging ten opzichte van de waardepeildatum van 1 januari 2025 voor woningen en niet-woningen. Voor woningen is de gemiddelde waardestijging van 10% en bij niet-woningen een gemiddelde waardestijging van 1,5%. Dit is een gevolg van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. Eigenaren van woningen Door een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging van woningen met 10%, wordt voorgesteld het tarief van eigenaren van woningen te verminderen met 10% en daarna te verhogen met de CEP-indexatie van 3,7% en de uitgangspunten voor de begroting 2026 zoals opgenomen in de Kadernota 2026.
Eigenaren van niet-woningen Door een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging voor niet-woningen van 1,5%, wordt voorgesteld om het tarief van eigenaren van niet-woningen te verminderen met 1,5% en daarna te verhogen met CEPindexatie van 3,7% en de uitgangspunten van de begroting 2026 zoals opgenomen in de Kadernota 2026. Gebruikers van niet-woningen - Voor de gebruikers van niet-woningen wordt voorgesteld om het tarief in 2025 op 0% te houden. OZB-tarieven 2026 In de tarieven van de eigenaren van woningen en niet-woningen is rekening gehouden met: • • • • •
een percentage toegekende WOZ-bezwaarschriften, waardoor de OZB-aanslag wordt verminderd en de opbrengst van de OZB daalt; de nieuwbouw, sloop en leegstand; de CEP-indexatie van 3,7%; de verwachte uitkomsten van de herwaardering 2026; Kadernota 2026 (begroting 2026-2029.
Rekening houdend met alle hierboven genoemde factoren leidt dit voor 2026 tot de volgende OZB-tarieven: Percentage van de WOZ- Tarieven 2025 Voorgestelde waarde van: tarieven 2026 Woningen: - eigenaren 0,07079 % 0,06679% Niet-woningen: - eigenaren 0,48075 % 0,49117% - gebruikers 0% 0% Het te betalen bedrag aan OZB is de WOZ-waarde van het pand vermenigvuldigd met het tarief. 7
4.2 Reclamebelasting Een afgesproken opbrengst met de ondernemersfondsen De gemeente heft reclamebelasting op basis van de WOZ-waarde van niet-woningen. De belastingtarieven worden in de Verordening Reclamebelasting 2026 meegenomen. Er wordt jaarlijks met de ondernemersfondsen een opbrengst afgesproken. De opbrengsten van de reclamebelasting worden via een subsidie teruggegeven aan de ondernemersfondsen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de afzonderlijke convenanten met de ondernemersfondsen. Voor 2026 is met de ondernemersfondsen afgesproken om geen indexatie toe te passen. Voor Voorburg Huygenskwartier is voor 2025 een lagere opbrengst gerealiseerd dan begroot. In overleg met Ondernemersvereniging Voorburg Huygenskwartier wordt het tarief van de reclamebelasting verhoogd zoals weergegeven in onderstaande tarieventabel. Voor de reclamebelasting 2026 is de heffingsmaatstaf de WOZ-waarde naar een waardepeildatum van 1 januari 2025. De prognoses van augustus 2025 duiden op een gemiddelde waardestijging ten opzichte van de waardepeildatum van 1 januari 2024 voor niet-woningen van 1,5 %. Om de overeengekomen opbrengst voor de reclamebelasting te realiseren van € 59.565 voor Leidschendam-Centrum en € 119.900 voor Voorburg Huygenskwartier worden de tarieven voor 2026 daarom als volgt bepaald.
Tarieven reclamebelasting per € 1.000 van de WOZ-waarde: Reclamebelasting Leidschendam Centrum Huygenskwartier Voorburg
Tarief 2025 € 2,87 € 4,17
Tarief 2026 € 2,83 € 4,53
4.3 Toeristenbelasting Voorgesteld wordt de tarieven van de toeristenbelasting voor 2026 te verhogen met de CEP-indexatie van 3,7%. De Rijksoverheid heeft in het Belastingplan 2025 een maatregel opgenomen waarbij het btw-tarief voor logies vanaf 1 januari 2026 omhoog gaat van 9% naar 21%. Dit kan van invloed zijn op de geraamde opbrengst van de toeristenbelasting 2026. Voorgesteld wordt om de opbrengst van de toeristenbelasting 2026 niet verder te verhogen, omdat het aantal overnachtingen daardoor kan dalen. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: Toeristenbelasting In een hotel Camping, boerderij, bed & breakfast, Airbnb, Wimdu en andere vormen van short stay
2025 € 6,30 € 1,95
2026 € 6,55 € 2,00
8
5 Lastendruk voor huishoudens Ter vergelijking wordt in tabel 3 een woonlastenoverzicht weergegeven voor de belastingjaren 2025 en 2026. Deze woonlasten bestaan uit de tarieven voor de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing en de OZB. In het jaar 2025 wordt voor de bepaling van de OZB gerekend met de standaardwaarde van een woning van € 454.000. Voor het jaar 2026 is de standaardwaarde € 499.000. Tabel 3 Woonlastenoverzicht 2025 en 2026 Woonlasten
1. OZB woningen *) 2. Afvalstoffenheffing 3. Rioolheffing: Totaal *) Alleen voor eigenaren
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden StijgingsStijgings2025 2026 percentage 2025 2026 percentage € 321,38 € 333,28 3,70% € 321,38 € 333,28 3,70% € 374,04 € 381,12 1,89% € 452,40 € 461,04 1,91% € 244,92 € 264,48 7,99% € 244,92 € 264,48 7,99% € 940,34 € 978,88 4,10% € 1.018,70 € 1.058,80 3,94%
COELO - 2025 - Gemeente Leidschendam-Voorburg Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen maakt jaarlijks een "Atlas van de lokale lasten". Dit is een landelijk overzicht van de lokale lasten per gemeente. In tabel 4 zijn de lasten 2025 voor eigenaren van woningen van de omliggende gemeenten weergegeven. In de woonlasten zijn de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en de OZB meegenomen. Bij de OZB is door COELO uitgegaan van een gemiddelde landelijke WOZ-waarde 2025. In tabel 3 gaan we uit van actuele waardeontwikkeling voor 2026. De woonlasten in tabel 4 wijken daarom iets af van die in tabel 3. Tabel 4 Lasten voor eigenaren van woningen in 2025 (afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en OZB)1 Gemeentelijke Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Ranglijst COELO woonlasten 2024 2025 Den Haag € 867,00 € 960,00 86 Lansingerland € 984,00 € 1.014,00 154 Zoetermeer € 995,00 € 1.050,00 190 Pijnacker-Nootdorp € 939,00 € 1.050,00 191 Westland € 957,00 € 1.081,00 222 Leidschendam-Voorburg € 1.007,00 € 1.085,00 225 Rijswijk € 941,00 € 1.159,00 273 Delft € 1.036,00 € 1.192,00 289 Zoeterwoude € 1.195,00 € 1.214,00 301 Midden-Delfland € 1.126,00 € 1.225,00 304 Voorschoten € 1.441,00 € 1.539,00 340 Wassenaar € 1.589,00 € 1.842,00 345 Gemiddelde Zuid-Holland
€ 991,00
€ 1.090
Zoals in de tabel te zien is, zitten de gemeentelijke woonlasten in Leidschendam-Voorburg rond het regionaal gemiddelde en staat daarmee op de 6de plaats. Op het moment van het maken van een begroting 2026 en Tarievenvoorstel 2026 zijn de beleidsuitgangspunten van andere gemeenten niet bekend. COELO zal medio april 2026 een nieuwe ranglijst bekendmaken gebaseerd op de definitieve woonlasten van alle gemeenten. De stijging van de woonlasten in Leidschendam-Voorburg in 2025 is vooral het gevolg van hogere afvalstoffenheffing door 1 Atlas2025_rapport.pdf
9
gestegen inzamel- en verwerkingskosten en lagere opbrengsten uit grondstoffen, en een OZB-tarief dat in 2025 met 2% extra is verhoogd. Dit heeft geleid tot een lagere positie op de COELO-ranglijst.
10