4107 Ontwerpverordening vergunningparkeren 2026
Tekst van het document
ONTWERPVERORDENING VERGUNNINGPARKEREN 2026 De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van ... ; gelet op artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994, de art. 147, 149, 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, 216, 217, 219 en 225 van de Gemeentewet en de Regeling gehandicaptenparkeerkaart; gezien het advies van ...; besluit: vast te stellen de volgende VERORDENING VERGUNNINGPARKEREN 2026 AFDELING I. DEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bedrijf: een door één of meer natuurlijke personen gevoerd, daadwerkelijk activiteiten kennend bedrijf of beroep, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel of anderszins geregistreerd, waaronder in ieder geval wordt verstaan: naamloze vennootschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap, eenmanszaak, vrij beroep, overheidsinstelling, vereniging en stichting; b. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; c.
dag: de periode van 0.00 uur tot en met 23.59 uur, waarbij een gedeelte van die periode als hele dag wordt aangemerkt. d. eigen parkeergelegenheid: I. (een) parkeerplaats(en) op een terrein of in een garage waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur of ingebruikgeving; of II. (een) parkeerplaats(en) waarover de aanvrager kan beschikken op een terrein of in een garage waar in het kader van de verleende bouw- of omgevingsvergunning is overeengekomen dat deze is (zijn) bedoeld als parkeergelegenheid voor het gebouw waarvoor de bouw- of omgevingsvergunning is verleend; of III. (een) voormalige parkeerplaats(en) op eigen terrein die door of vanwege de aanvrager een andere bestemming dan die van parkeerplaats heeft gekregen. e. houder: degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; f. kampeermiddel: een middel op twee of meer wielen dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of gebruikt kan worden voor recreatief (nacht)verblijf; g. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; h.
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen
of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; i. RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990; j. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen; k. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; l. vergunninghoudersgebied: een aangewezen gebied in de gemeente Leidschendam-Voorburg dat bestaat uit één of meerdere weggedeelte(n) dat is of die zijn aangewezen als bestemd voor het parkeren door vergunninghouders; m. zelfstandige woning: een woning, welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, tenminste voorzien van: - een eigen (afsluitbare) voordeur; - een eigen toilet; - een eigen badkamer; en - een eigen keuken. AFDELING II. PLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN Artikel 2 Weggedeelten en tijdstippen 1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid. 2.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan. 3. Voorafgaand aan het nemen van een besluit in de zin van de leden 1 of 2 van dit artikel, informeert het college de raad. Artikel 3 Vergunningen 1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen. 2. Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. 3. Het college kan de volgende vergunningen verlenen: a. een bewonersvergunning; aan een bewoner van een zelfstandige woning, gelegen in een vergunninghoudersgebied, indien de bewoner in de Basisregistratie Personen is ingeschreven op een adres in een vergunninghoudersgebied én het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt aangevraagd op zijn naam staat; b. een bedrijfsvergunning; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een vergunninghoudersgebied en die aantoont dat het bedrijf in het Handelsregister is ingeschreven in het vergunninghoudersgebied en het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening, noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren; c.
bezoekersregeling bewoners: een vergunning voor bewoners van een zelfstandige woning gelegen in een vergunninghoudersgebied, ingeschreven in dat vergunninghoudersgebied die de bezoekers van deze bewoners of bedrijven in staat stelt hun motorvoertuig te parkeren; d. bezoekersregeling bedrijven: een vergunning een bedrijf, in het Handelsregister ingeschreven in dat vergunninghoudersgebied die de bezoekers van deze bewoners of bedrijven in staat stelt hun motorvoertuig te parkeren; e. mantelzorgregeling: een vergunning voor bewoners van een zelfstandige woning gelegen in een vergunninghoudersgebied, die mantelzorgers van deze bewoners in staat stelt hun motorvoertuig te parkeren.
f. een instellingsvergunning; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die werkzaam is voor een overheids- of onderwijsinstelling die is gelegen in een vergunninghoudersgebied; g. een sportverenigingsvergunning; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig, die werkzaam is voor een sportvereniging die is gelegen in een vergunninghoudersgebied; h. een autodeelvergunning; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig bestemd voor autodelen, waarvan de autodeelplaats is gelegen in een vergunninghoudersgebied; i. een zorgverlenersvergunning; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die zorg verleent, indien hij staat ingeschreven in het BIG-register en diens praktijk in LeidschendamVoorburg is gevestigd; j. een vergunning voor religieuze instellingen; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig van een religieuze instelling die gevestigd is in een vergunninghoudersgebied; k. een gehandicaptenvergunning; aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die binnen de gemeente woont en die beschikt over een gehandicaptenparkeerkaart; l. een tijdelijke vergunning: een vergunning voor maximaal 14 dagen. 4. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten. 5.
Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie en per adres vaststellen. 6. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 7. Aan een vergunning kan het college voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik. Artikel 4 Bezoekersregelingen 1. Een bezoekersregeling voor bewoners kan worden aangevraagd door een bewoner van een zelfstandige woning gelegen in een vergunninghoudersgebied en geldt uitsluitend in het vergunninghoudersgebied waar de zelfstandige woning van de bewoner is gelegen. 2. Een bezoekersregeling voor bedrijven kan worden aangevraagd door een bedrijf, in het Handelsregister ingeschreven in dat vergunninghoudersgebied en geldt uitsluitend in het vergunninghoudersgebied waar het bedrijf is gelegen. 3.
Een bezoekersregeling wordt aangegaan in de vorm van een maximaal tegoed ter waarde van het voor de bezoekersregeling geldende tarief, vastgelegd in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 5 Mantelzorgregeling 1. Een mantelzorgregeling kan worden aangevraagd door een bewoner die in de Basisregistratie Personen is ingeschreven in een zelfstandige woning gelegen in een vergunninghoudersgebied, die mantelzorg ontvangt. 2. Een mantelzorgregeling geldt uitsluitend in het vergunninghoudersgebied waar de zelfstandige woning van de bewoner of het bedrijf is gelegen. 3. Een mantelzorgregeling wordt aangegaan in de vorm van een maximaal tegoed ter waarde van het voor de mantelzorgregeling geldende tarief, vastgelegd in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 6 Bereikbaarheid en minimale grootte parkeergelegenheid op eigen terrein 1. De toegangsweg tot de parkeerplaats(en) op eigen terrein dient een minimale breedte te hebben van 2.75 meter. 2. Een parkeerplaats op eigen terrein dient ten minste 2,30 meter bij 5,50 meter en een parkeerplaats in een garage dient ten minste 2,65 meter bij 5,50 meter te zijn. 3.
Op een parkeerplaats, deel uitmakende van een bouw- of omgevingsvergunning, op een terrein of in een garage waarover de aanvrager kan beschikken waar in het kader van de verleende bouw- of omgevingsvergunning is overeengekomen dat deze is (zijn) bedoeld als parkeergelegenheid voor het
gebouw waarvoor de bouw- of omgevingsvergunning is verleend, zijn de in het eerste lid genoemde afmetingen van de parkeerplaats niet van toepassing. Artikel 7 Beslistermijn 1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. Artikel 8 Inhoud vergunning 1. Een vergunning wordt voor onbepaalde tijd of voor ten hoogste een jaar verleend. 2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de periode waarvoor de vergunning geldt; b. het gebied waarvoor de vergunning geldt; c. de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. Artikel 9 Intrekken of wijzigen Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend; c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen wordt gewijzigd of komt te vervallen; e.
wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; h. om redenen van openbaar belang; i. indien de aanvrager de beschikking heeft over eigen parkeergelegenheid; j. indien de aanvrager beschikt over een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats. AFDELING III. VERBODSBEPALINGEN Artikel 10 Verboden 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder geldige vergunning; b. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Artikel 11 Misbruik 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan op een belanghebbendenplaats. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. AFDELING IV. STRAFBEPALING Artikel 12 Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie.
AFDELING V. PARKEERBELASTING Dit besluit leent zich niet voor participatie van inwoners. Dit zijn bepalingen die over het innen van parkeerbelastingen gaan. Op belastingrecht is geen inspraak mogelijk. Voorstel is om deze artikelen en de tarieventabel (zonder tarieven) wel als vertrouwelijk te tonen aan de raad en raadscommissie Omgeving, maar niet in de versie voor inspraak. Artikel 13 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelasting' wordt een belasting geheven ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. Artikel 14 Belastingplicht De belasting bedoeld in artikel 13 wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 15 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 16 Wijze van heffing De belasting bedoeld in artikel 13 wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 17 Ontstaan van de belastingschuld De belasting bedoeld in artikel 13 is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Artikel 18 Termijnen van betaling De belasting bedoeld in artikel 13 moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 19 Kwijtschelding Bij de invordering van de belasting bedoeld in artikel 13 wordt geen kwijtschelding verleend. AFDELING VI. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 20 Handhaving Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen. Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening vergunningparkeren 2026. Artikel 22 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van …. [datum] De voorzitter, De griffier,
Tarieventabel Behorende bij de Verordening vergunningparkeren 2026 Tarieventabel 1 A
Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 10 bedraagt: een bewonersvergunning
B
een bedrijfsvergunning
C D E F
een bezoekersregeling bewoners een bezoekersregeling bedrijven een mantelzorgregeling een instellingsvergunning
G
een sportvergunning
H
een autodeelvergunning
I
een zorgverlenersvergunning
J
een vergunning voor religieuze instellingen
K
een gehandicaptenvergunning
L
Een tijdelijke vergunning
per [week OF maand OF jaar] per [week OF maand OF jaar] per uur per uur per uur per [week OF maand OF jaar] per [week OF maand OF jaar] per [week OF maand OF jaar] per [week OF maand OF jaar] per [week OF maand OF jaar] per [week OF maand OF jaar] per [week OF dag)]
€ [...]; € [...]; € [...];] € [...];] € [...];] € [...]; € [...]; € [...]; € [...];] € [...];] € [...];]