CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4060 Bijlage 2 Omgevingseffectrapportage Leidschendam-Voorburg

Gecombineerde Commissie 21 januari 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg 205038.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

6.7.2

Doelbereik alternatief 2

Tabel 6.15 Beoordeling doelbereik alternatief 2 Toekomstperspectief

Doelbereik

een hoogwaardig verblijfsklimaat

beperkte potentie

goed verbonden

beperkte potentie

een plek van en voor iedereen

geen potentie

economisch vitaal, passend bij een woongemeente

beperkte potentie

duurzaam toekomstbestendig

geen potentie

Een hoogwaardig verblijfsklimaat Er wordt in dit alternatief ingezet op een flinke uitbreiding van de woningvoorraad (8.000 woningen). Deze uitbreiding vindt grotendeels binnenstedelijk plaats. Dit kan ten koste gaan van het beschikbare openbare groen in de kernen. Het doel om het buitengebied onbebouwd te laten wordt mogelijk niet behaald omdat er wordt ingezet op een uitbreiding van 150 woningen in de kern Stompwijk. Het is niet duidelijk in hoeverre de uitbreiding in Stompwijk binnen of buiten de bestaande kern wordt gerealiseerd. De bouw van woningen in het buitengebied gaat ten koste van het onbebouwde gebied. Verdere inzet op de versterking van groen in het buitengebied of binnen de kernen komt in het alternatief niet aan de orde. Ook is het onduidelijk of en hoe er wordt ingezet op het onderhoud en beheer van de openbare ruimte. Naast woningbouw heeft de sterkere profilering op het gebied van recreatie en toerisme impact op de biodiversiteit en de leefgebieden van planten en dieren; deze nemen af. De sterkere profilering van recreatie en toerisme draagt wel bij aan een prettige leefomgeving. Vrijwel alle woningbouwlocaties liggen in gebieden met een hoge archeologische (verwachtings-)waarde. Ook is het onduidelijk of en hoe het alternatief het behoud van historische gebieden en gebouwen beter zichtbaar maakt.

De gemeente zet er op in om het voorzieningenaanbod mee te laten groeien met het aantal inwoners. Door de uitbreiding van de woningvoorraad ontstaat er ook een toenemende behoefte aan bijvoorbeeld ontmoetingsplekken en sportlocaties. Door de mate van uitbreiding bestaat er echter een lage potentie om het voorzieningenaanbod volledig mee te laten stijgen. De luchtkwaliteit gaat achteruit. De geconcentreerde stijging in woningen en arbeidsplaatsen zorgt voor een toename in verkeer en een toename in emissies. Door de toenemende woningvoorraad en het optoppen neemt de anonimiteit toe. Hierdoor gaat de veiligheid achteruit. In het alternatief worden geen concrete beleidsvoorstellen gedaan om dit te mitigeren. De mate waarin duurzame landbouw bijdraagt aan het doelbereik wat betreft water-, bodem- en luchtkwaliteit is onbekend, omdat niet duidelijk is wat de gemeente verstaat onder duurzame landbouw. De potentie van alternatief 2 voor het doelbereik van ‘een hoogwaardig verblijfsklimaat’ wordt als beperkt gezien. Goed verbonden De uitbreiding van de woningvoorraad vindt gedeeltelijk plaats rondom de OV-knooppunten binnen de kernen Leidschendam en Voorburg. Dit kan een impuls geven aan de bereikbaarheid van de locaties met het openbaar vervoer. Daarnaast wordt maximaal ingezet op het STOMP-principe.

Deze maximale inzet is niet uitgewerkt in dit alternatief, waardoor de effecten onzeker zijn. De concentratie van ontwikkelingen rondom de OV-knooppunten draagt bij aan een duurzame mobiliteit, wat de milieubelasting door geur, geluid en fijnstof kan beperken. Echter, de toevoeging van 8.000 woningen en 4.000 arbeidsplaatsen vindt voor respectievelijk 69 en 50 % plaats buiten de OV-knooppunten. Dit zal de verkeersintensiteit en daarmee de congestie voor gemotoriseerd verkeer verhogen. Zo vindt een deel van de uitbreiding plaats rondom de N14, waar nu al sprake is van congestie.

85 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

De milieubelasting van het verkeer (door geluid, geur en fijnstof) hangt af van de manier waarop en mate waarin invulling wordt gegeven aan het STOMP-principe. Het verlagen van de snelheid van 50 naar 30 km/u op bepaalde wegvakken vermindert de belasting van het verkeer op het milieu. Ook verbetert het verlagen van de snelheid de verkeersveiligheid. Door de toevoegingen van woningen en arbeidsplaatsen is het onduidelijk in welke mate het voorzieningenaanbod kan meegroeien. Daardoor is niet goed te beoordelen of aan het doel van voorzieningen in de nabijheid kan worden voldaan. Het concept van de 15-minutenstad is in de kern Stompwijk niet haalbaar. De potentie van alternatief 2 voor het doelbereik van ‘goed verbonden’ wordt als beperkt gezien. Een plek van en voor iedereen In alternatief 2 worden er 6.445 woningen toegevoegd ten opzichte van de referentiesituatie, het gaat in totaal om 8.000 woningen waarmee het doel van 6.000 woningen ruim wordt behaald. Het is echter onduidelijk wat voor type woningen er wordt gebouwd Voor de betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen zijn de richtlijnen uit de aangepaste Verordening sociale en middeldure woningbouw aangehouden. In de Koersnotitie staan geen richtlijnen voor de betaalbaarheid van nieuwbouwwoningen.

In de Verordening staat dat bij een bouwplan met 12 of meer woningen minimaal 2/3 betaalbare woningen, waarvan minimaal 30 % sociale huurwoningen, in het geplande woningbouwprogramma gerealiseerd moet worden. ‘Betaalbare woningen’ zijn sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en betaalbare koopwoningen. De aangepaste definitie van ‘betaalbare woningen’ en het verhogen van het aandeel betaalbare woningen lossen de huidige tekorten woningen niet op. De uitbreiding van de woningvoorraad draagt niet afdoende bij aan de ambitie om alle inwoners en in het bijzonder starters, jongeren, jonge gezinnen, senioren en urgente groepen een geschikte en betaalbare woning te bieden. Ook gaat het alternatief niet in op de mogelijkheden van woningsplitsing of kamerverhuur. De mate waarin de inwoners van de gemeente zich thuis kunnen voelen in de openbare ruimte gaat achteruit. De sociale veiligheid verslechtert in alternatief 2. Het tempo waarop de uitbreiding van de woningvoorraad op binnenstedelijke locaties wordt gerealiseerd, kan leiden tot een gevoel van anonimiteit. Wanneer de inbreiding in grote stappen plaatsvindt, bestaat de kans dat de anonimiteit onder de bewoners toeneemt omdat er dan niet voldoende tijd is om een sociale relatie te creëren. De ontwikkellocaties rondom OV-knooppunten zijn vanuit het gevoel van veiligheid een aandachtspunt.

In deze gebieden is de sociale controle tussen zonsondergang en zonsopkomst verminderd aanwezig omdat de bewegingen rondom OVknooppunten dan tot stilstand komen. De gemeente vindt het belangrijk dat er genoeg voorzieningen voor iedereen beschikbaar zijn en laat deze daarom meegroeien met het inwonertal. Op basis van de gestelde uitbreiding van het aantal woningen en arbeidsplaatsen is de kans echter klein dat er voldoende voorzieningen zijn. De uitbreiding van het voorzieningenaanbod kan bovendien ten koste gaan van de nog beschikbare binnenstedelijke openbare ruimte. Dit kan ervoor zorgen dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om elkaar te ontmoeten, te sporten of te bewegen. Daarnaast worden er in het alternatief geen uitspraken gedaan over het behoud en/of de versterking van monumenten, gebedshuizen of het aanbod van kunst en cultuur. Ook deze voorzieningen dragen eraan bij dat de gemeente een plek van en voor iedereen kan zijn. Het doelbereik voor ‘duurzaam toekomstbestendig’ heeft geen potentie om behaald te worden in alternatief 2. Economisch vitaal, passend bij een woongemeente In alternatief 2 worden er 4.000 arbeidsplaatsen gerealiseerd. Dit is een verdubbeling ten opzichte van het in het vigerend beleid gestelde doel van 2.000 arbeidsplaatsen in 2030.

Hiervan landt de helft rondom OVknooppunten en de andere helft wordt verspreid over de kernen Leidschendam en Voorburg toegevoegd. De toevoeging van arbeidsplaatsen rondom de OV-knooppunten in combinatie met de uitbreiding van de woningvoorraad vergroot de aantrekkelijkheid van de gemeente als woongemeente. Het alternatief maakt niet duidelijk op welke sectoren er voor deze arbeidsplaatsen wordt ingezet.

86 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Daarom is het lastig te beoordelen in welke mate dit bijdraagt aan de realisatie van arbeidsplaatsen in de dienstverlening, detailhandel en zorgsector. Daarnaast is het onduidelijk of en hoe de levendigheid, aantrekkelijkheid en bereikbaarheid van de 4 kernwinkelcentra worden verbeterd. Wel is het onwaarschijnlijk dat er tenminste 5 % van de ruimte van bouwprojecten voor voorzieningen en bedrijvigheid kan worden gereserveerd. In het alternatief wordt het oppervlak van de huidige bedrijventerreinen behouden en worden de bedrijventerreinen gerevitaliseerd. Dit draagt bij aan het doel om het bestaande terrein te behouden. Daarnaast wordt er in het alternatief ingezet op de profilering van de gemeente voor recreatie en toerisme. Dit draagt bij aan het doel om hierop verder te ontwikkelen. Er wordt ingezet op de uitbreiding van het aantal arbeidsplaatsen, maar het is onduidelijk in welke sectoren deze uitbreiding plaatsvindt. Het is daarom lastig te beoordelen in hoeverre deze uitbreiding de huidige werkloosheid onder praktisch geschoolden oplost. De potentie van het doelbereik voor ‘economisch vitaal, passend bij een woongemeente’ is beperkt. Duurzaam toekomstbestendig Het alternatief gaat niet in op de vraag hoe er wordt ingezet op de energie- en warmtetransitie. Wel is duidelijk dat er geen grootschalige zonne- of windenergie in het buitengebied van de gemeente landt.

Daarnaast is het onduidelijk in hoeverre er wordt ingezet op natuur inclusieve en/of circulaire bouw. Ook is het onduidelijk hoe er wordt ingezet op de verduurzaming van de huidige gebouwen. Dit maakt dat het doel om in 2050 CO2-neutraal te zijn niet behaald kan worden. Door de uitbreiding van de woningvoorraad en het aantal arbeidsplaatsen neemt de mate van verharding binnen de gemeente toe. Dit heeft effect op de mate van hittestress en het optreden van (lokale) wateroverlast. Het is onduidelijk in hoeverre er maatregelen worden doorgevoerd om in te spelen op de toename van hittestress. Hiervoor is geen formeel beleid vastgesteld. Om wateroverlast tegen te gaan wordt hemelwater zo veel mogelijk afgekoppeld naar bodem- of oppervlaktewater. Enkele woningbouwlocaties bevinden zich in gebieden met een kleine kans op overstroming. De verduurzaming van de bedrijventerreinen wordt niet specifiek benoemd. Er is in de gemeente weinig schuifruimte beschikbaar om ruimte te creëren voor bedrijven in bijvoorbeeld de circulaire economie. Dit zou bijdragen aan de realisatie van een circulaire economie maar is lastig haalbaar. Ook in de regio is hiervoor weinig ruimte beschikbaar. Dit vormt een knelpunt.

De mate waarin duurzame landbouw bijdraagt aan het behalen van de doelen voor ‘duurzaam toekomstbestendig’ is onbekend, omdat niet duidelijk is wat de gemeente verstaat onder duurzame landbouw. Het doelbereik voor ‘duurzaam toekomstbestendig’ heeft daarom geen potentie om behaald te worden.

87 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

7 HET VOORGENOMEN BELEID Dit hoofdstuk bevat een beschrijving van het voorgenomen beleid en de beoordeling van de omgevingseffecten en het doelbereik van het voorgenomen beleid. In paragraaf 7.1 staat de totstandkoming van het voorgenomen beleid. Paragraaf 0 bevat de beschrijving van het voorgenomen beleid. Paragraaf 7.2 tot en met 7.6 bevatten de effectbeoordelingen van het voorgenomen beleid. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met de beschrijving van het doelbereik (paragraaf 7.8) en een samenvatting van de effectbeoordeling (paragraaf 7.9).

7.1

Totstandkoming voorgenomen beleid

De ambities uit de omgevingsvisie hebben invloed op de leefomgeving van de gemeente LeidschendamVoorburg. Het doel van een omgevingseffectrapportage is om deze effecten te onderzoeken. In het OER zijn daarom de huidige situatie en de omgevingseffecten van de referentiesituatie (toekomst zonder vernieuwde omgevingsvisie) en van de 2 door de gemeente opgestelde alternatieven onderzocht en beoordeeld. Bij de effectbeoordelingen zijn ook mitigerende maatregelen meegegeven die de aangemerkte (negatieve) effecten kunnen beperken. De effectbeoordelingen en mitigerende maatregelen zijn zinvol omdat het opstellen van de ontwerpomgevingsvisie in samenhang met het opstellen van de OER verloopt. Dit is een iteratief proces dat heeft geleid tot de ontwerp-omgevingsvisie van de gemeente Leidschendam-Voorburg (ook wel het voorgenomen beleid). Door het geboden inzicht in de effecten en mitigerende maatregelen, kunnen de gemaakte keuzes worden onderbouwd. In onderstaande tabel 7.1 is aangegeven welke keuzes uit het voorgenomen beleid voortkomen uit een aanpassing ten opzichte van de alternatieven op basis van de omgevingseffecten. De aspecten uit het voorgenomen beleid die gelijk blijven aan de referentiesituatie zijn niet opgenomen in de tabel.

88 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Tabel 7.1 Onderdelen uit de ontwerp-omgevingsvisie die voortkomen uit aanpassingen van de alternatieven Onderdeel uit het voorgenomen beleid

Aanpassingen ten opzichte van de alternatieven

toename van +4.439 woningen

-

compromis tussen alternatief 1 en alternatief 2 wat betreft het aantal woningen, ontwikkellocaties en de impact op het landschap; in de alternatieven was het onduidelijk om wat voor woningtypen het gaat en in hoeverre er werd ingezet op diverse bouwconcepten. In het voorgenomen beleid is hier meer aandacht voor.

voorzieningen

in de alternatieven bestond er onduidelijkheid over de groei van voorzieningen wat betreft type en locatie. Het voorgenomen beleid hanteert ‘basisvoorzieningen’ en een evenwichtige verdeling hiervan over de gemeente. Ook bevat het voorgenomen beleid richtinggevende normen voor de basisvoorzieningen en aanvullende voorzieningen

aantal arbeidsplaatsen en vestigingsklimaat

-

het aantal arbeidsplaatsen uit de referentiesituatie is aangehouden. het type banen sluit beter aan op het opleidingsniveau; bredere ondersteuning van het vestigingsklimaat middels 5 % ruimtereservering voor nietwonen functies bij ruimtelijke ontwikkelingen.

mobiliteit

de ambitie voor het verlagen van de snelheden op bepaalde wegvlakken van 50 km/u naar 30 km/u is verder uitgewerkt en is aangevuld met de ambitie om te gaan verkennen waar dit kan worden verlaagd naar 15 km/u

sterkere profilering op gebied van recreatie en toerisme

In de alternatieven werd ook ingezet op een sterkere profilering maar was het onduidelijk wat hieronder werd verstaan. In het voorgenomen beleid is dit meer uitgewerkt in de vorm van wandel- en fietsroutes, de beleefbaarheid van de Vliet en de Trekvaart en het meewerken aan kleinschalige extensieve recreatie in het buitengebied

cultureel erfgoed

in de alternatieven was er geen aandacht voor het behoud van het religieus erfgoed. In het voorgenomen beleid is aandacht voor de mogelijkheden voor de herbestemming van het (religieus) erfgoed, met voorkeur voor een maatschappelijke bestemming

duurzame energieopwekking

in de alternatieven was de opwekking van zon- en windenergie in het buitengebied niet mogelijk. In het voorgenomen beleid bestaat de mogelijkheid voor wind-erfmolens en zonne-energie direct langs de A4, maar niet als zonnevelden

nadruk op vergroening

in de alternatieven kwam het belang van kwalitatieve en kwantitatieve groenblauwe structuren onvoldoende naar voren. In het voorgenomen beleid is het belang van groen herhaaldelijk benadrukt en is nadrukkelijker aangegeven waar de groenblauwe hoofdstructuur wordt uitgebreid. Het voorgenomen beleid bevat een groennorm (de 3/ 30/ 300-richtijn) en de ambitie voor 50 % meer stadsnatuur in 2050

klimaatadaptatie

in de alternatieven was klimaatadaptatie onvoldoende belicht. In het voorgenomen beleid is ruimte voor waterberging en vergroening opgenomen en krijgt het water- en bodemsysteem een sturende functie

luchtkwaliteit

in de alternatieven was het onduidelijk welke richtlijnen de gemeente hanteert voor de luchtkwaliteit. In het voorgenomen beleid is dit geconcretiseerd en is er aandacht voor de stimulering van duurzame mobiliteit en het terugdringen van de houtstook

bodemkwaliteit

in de alternatieven was de aandacht voor bodemkwaliteit onvoldoende, dit is wel opgenomen in het voorgenomen beleid

toegankelijkheid

in de alternatieven kwam het belang van toegankelijkheid niet aan bod. In het voorgenomen beleid is dit wel opgenomen

89 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

7.1.1

Beschrijving voorgenomen beleid

De afgelopen periode heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg haar concept-omgevingsvisie opgesteld. De omgevingsvisie bevat de ontwikkelrichtingen en ambities voor de gemeente tot 2050. De gemeente wil haar kenmerkende kwaliteiten behouden en versterken. De kenmerkende kwaliteiten van de gemeente zijn: - groen en rijk aan historie; - hoogstedelijk en hoogwaardig wonen; - hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels); - goede bereikbaarheid van de hele Randstad. Om deze kenmerkende kwaliteiten te behouden en versterken, hanteert de gemeente in haar conceptomgevingsvisie 5 toekomstperspectieven, met bijbehorende ingrepen en ambities. De 5 toekomstperspectieven in de omgevingsvisie zijn: 1 een hoogwaardig verblijfsklimaat; 2 goed verbonden; 3 een plek van en voor iedereen; 4 economisch vitale woongemeente; 5 duurzaam toekomstbestendig. De ingrepen en ambities per toekomstperspectief uit de omgevingsvisie worden in paragraaf 7.1.2 toegelicht. De ontwerp-omgevingsvisie bevat naast de ingrepen en ambities per toekomstperspectief, ook de vertaling van de gemeentebrede ambities naar gebiedsgerichte ambities per deelgebied. De deelgebieden zijn: 1 levendige centrumgebieden; 2 groene woonwijken; 3 bedrijventerreinen; 4 kern Stompwijk; 5 buitengebied; 6 ontwikkellocaties. De gebied specifieke ingrepen en ambities uit de omgevingsvisie staan in paragraaf 7.1.3.

90 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

7.1.2

Gemeentebrede ingrepen en ambities

Een hoogwaardig verblijfsklimaat De belangrijkste ingrepen en ambities voor het toekomstperspectief ‘een hoogwaardig verblijfsklimaat’ zijn: - in 2030 is er 10 % meer biodiversiteit, en in 2050 is er 50 % meer stadsnatuur. De gemeente draagt substantieel bij aan dit streven in gebieden waar zij zelf aan zet is. Bij grote ontwikkellocaties (meer dan 50 woningen) hanteert de gemeente de 3/ 30/ 300-richtlijn. Bij kleinere ontwikkelingen en in de bestaande gebieden wordt per gebied bekeken wat haalbaar en wenselijk is. - behouden en versterken van de hoofdgroenstructuur en meer ruimte en kwaliteit geven aan de natuur. Dit wordt afgemeten aan de 5 v’s (voedsel, voortplanting, veiligheid, verbinden en variatie). Tevens is het streven om overal te voldoen aan de condities voor de basiskwaliteit natuur (BKN) en in te zetten op ecoverbindingen en faunatunnels; - ontharden van de Parkweg en het maken van ruimte voor langzaam verkeer en groen op deze weg door stroken verharding te verwijderen. Hetzelfde geldt voor de Julianalaan en het tracé Heuvelweg Monseigneur van Steelaan; - beter zichtbaar maken van het (ondergrondse) erfgoed in de stedelijke structuur, door dit te combineren met routes en activiteiten op het gebied van winkelen, recreatie en natuurbeleving; - stand-still beleid voor geluid, en waar mogelijk de geluidsituatie verbeteren en nieuwe knelpunten voorkomen.

Bij een geluidbelasting boven de 53 dB worden maatregelen genomen of onderzoek gedaan; - proberen te voldoen aan de KRW en nationale stikstofdoelen; - veiligheid: · veiligheid medebepalend laten zijn voor de kwaliteit van de leefomgeving en hier met de regio aan werken door de ontwerpprincipes voor veiligheid te volgen (voorkomen, afstand houden, beschermen, vluchtmogelijkheden, toegang hulpdiensten, passende zorg bij crisis); · voldoende afstand bewaren tussen kwetsbare functies en risicobronnen en dit afstemmen op de brand- en explosieaandachtsgebieden. Ook met betrekking tot de energietransitie wordt dit gewaarborgd; - zorgen voor een gezonde voedselomgeving in de openbare ruimte waardoor de gezonde keuze de makkelijke en logische keuze is; - sportvoorzieningen behouden, intensiever benutten en efficiënter inrichten. Op plekken waar dit niet mogelijk is, wordt buiten de gemeente gezocht naar ruimte voor nieuwe voorzieningen; - sociale veiligheid een rol laten spelen bij het ontwerp van nieuw groen en het beheer van bestaand groen. Afbeelding 7.1 bevat de overzichtskaart voor dit toekomstperspectief.

91 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Afbeelding 7.1 Overzichtskaart ‘een hoogwaardig verblijfsklimaat’

92 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Goed verbonden De belangrijkste ingrepen en ambities voor het toekomstperspectief ‘goed verbonden’ zijn: - inzetten op het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a Service, Privéauto). · bij locatiekeuze voor nieuwe functies voor korte loopafstanden kiezen, of locaties die goed bereikbaar zijn per fiets of OV; · een evenwichtig netwerk aan doorgaande fietsverbindingen realiseren; · een nieuwe centrale noord-zuidroute voor fietsers door de woongebieden realiseren; · inzetten op de 15-minutenstad; · in wijken met een beperkter aanbod aan OV en grote afstand tot voorzieningen inzetten op fiets en deelmobiliteit; · voorzien in voldoende laadpunten, faciliteiten voor schone deelauto’s en flexibiliteit en maatwerk bieden in parkeernormen; · aan de randen van het bebouwd gebied inzetten op duurzame PenR-hubs; - verbeteren van het OV door de nieuwe Vlietlijn; - verlengen of toegankelijker maken van het metrostation Leidschendam-Voorburg vanuit LeidschendamZuid; - verlagen van de snelheid van 50 km/u naar 30 km/u op (met uitzondering van enkele hoofdwegen die aansluiten op de N14, N206, A12 en A4).

Alle andere verbindingen worden ingericht als 30 km/u gebieden (en woonerven 15 km/u); - verkennen in welke gebieden de snelheid van 30 naar 15 km/u verlaagd kan worden in combinatie met vergroening en verblijfskwaliteit; - beëindigen van de gedoogsituatie van half parkeren op de stoep door een afgestemde inrichting van de openbare ruimte bij herinrichting of herbestrating; - werkruimten in de wijk stimuleren; - het hoofdwegennet goed onderhouden en zorgen dat het geen barrière vormt voor langzaam verkeer. Afbeelding 7.2 bevat de overzichtskaart voor dit toekomstperspectief.

93 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Afbeelding 7.2 Overzichtskaart ‘goed verbonden’

94 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Een plek van en voor iedereen De belangrijkste ingrepen en ambities voor ‘een plek van en voor iedereen’ zijn: - het bouwen van +4.439 woningen ten opzichte van 01-01-2025. In combinatie met de referentiesituatie (waarin +1.555 woningen worden gebouwd ten opzichte van 01-01-2025), komt het totale aantal nieuwe woningen in de gemeente Leidschendam-Voorburg op 2.300 woningen tot 2030, 5.000 woningen tot 2040 en 6.000 woningen in 2050; - het hanteren van de betaalbaarheidsnormen van 2/3 betaalbaar, waarvan 30 % sociale huur; - realiseren van voldoende woningen voor de aandachtsgroepen: uitstromers (uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en jeugdzorg), statushouders, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, studenten en ouderen van 75+ met of zonder zorg- of ondersteuningsvraag. Binnen deze aandachtsgroepen hebben uitstromers en sociaal/medisch urgenten voorrang. Voor aandachtsgroepen wordt ingezet op betaalbare woningen en innovatieve woonconcepten in een hogere dichtheid; - het bouwen van veel betaalbare woningen voor kleinere huishoudens.

Grondgebonden woningen liggen minder voor de hand; - de gemeente staat open voor conceptuele en modulaire bouwconcepten; - actief en gebiedsgericht sturen op het woningbouwprogramma, zowel qua type en prijs als doelgroep; - in de bestaande woningvoorraad collectieve woningaanpassingen stimuleren, en de bestaande woningvoorraad uitbreiden door het faciliteren van optopping en woningsplitsing; - woningen en woongebouwen toegankelijk maken voor senioren en mindervaliden; - zorgen dat er een kwalitatief en kwantitatief goed aanbod aan basisvoorzieningen is door middel van een norm voor basisvoorzieningen. Basisvoorzieningen zijn basisscholen, ontmoetingscentra (buurt- en wijkcentra), huisartsenposten en supermarkten. Dit aanbod houdt in: 1 basisschool per 2.320 woningen, 125 m2 vloeroppervlakte voor ontmoetingscentra per 1.000 woningen, 1 huisarts per 2.095 inwoners en 1 (kleine) supermarkt per 4.000 inwoners. Richtlijnen voor aanvullende voorzieningen zoals kinderdagverblijven en sport- en speelplekken zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingsvisie. - het aantal voorzieningen evenwichtig mee laten groeien met het inwonertal en de voorzieningen toegankelijk en inclusief maken en evenwichtig verdelen over de gemeente.

in de wijken die achterblijven, wordt ingezet op extra voorzieningen; - reservering van 5 % van de ruimte voor economische en maatschappelijke voorzieningen bij grote nieuwbouwprojecten (vanaf 50 woningen); - intensiever gebruik van bestaande sportvoorzieningen en -complexen; - multifunctioneel gebruik van wijkcentra en sportvoorzieningen en verbreding van scholen tot integrale kindcentra. Afbeelding 7.3 bevat de overzichtskaart voor dit toekomstperspectief.

95 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Afbeelding 7.3 Overzichtskaart ‘een plek van en voor iedereen’

96 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Economisch vitale woongemeente De belangrijkste ingrepen en ambities voor ‘economisch vitale woongemeente’ zijn: - 2.000 extra banen creëren tot 2030 en daarna de werkgelegenheid mee laten groeien met het inwonertal; - inzetten op de sectoren dienstverlening, zorg en retail, in combinatie met stadsverzorgende, ambachtelijke praktische diensten en met een sterke agrarische sector in de vorm van melkveehouderij in het buitengebied en glastuinbouw in de Meeslouwerpolder; - opleidingen verzorgen voor praktische beroepen; - sterker profileren op het gebied van recreatie en toerisme; - duurzame landbouw: · het planologisch mogelijk maken van verbreding van functies, zoals het toevoegen van een boerenwinkel op het erf, of het herbestemmen van minder geschikte landbouwgrond voor waterberging, recreatie of natuurontwikkeling; · in samenspraak met boeren stimuleringsplannen opstellen om te bepalen wat de (economisch) duurzame opties zijn richting de toekomst; · het ondersteunen van kavelruil ten behoeve van efficiëntie. Hierdoor is de afstand tussen boerenkavels en opslagplaatsen kleiner en neemt het aantal vervoers- en reisbewegingen af. Afbeelding 7.4 bevat de overzichtskaart voor dit toekomstperspectief.

97 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Afbeelding 7.4 Overzichtskaart ‘economisch vitale woongemeente’

98 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Duurzaam toekomstbestendig De belangrijkste ingrepen en ambities voor ‘duurzaam toekomstbestendig’ zijn: - water en bodem zijn sturend bij de inrichting van de leefomgeving: · bodem: · bodemdaling tegengaan; · bovengronds ruimtegebruik afstemmen op ondergronds ruimtegebruik; - water: · ruimte voor waterberging; · verbeteren waterkwaliteit; · beleefbaar maken van water (Parkway De Vliet); · inzetten op minder verspilling van drinkwater; - hanteren van de 3 principes van meerlaagsveiligheid: preventie, duurzame ruimtelijke planning, calamiteitenmanagement; - CO2-neutraal zijn in 2050: · huidige bebouwing verduurzamen, nieuwe bebouwing CO2-neutraal realiseren; · toewerken naar een energiesysteem waarbij beschikbare bronnen zo goed mogelijk benut worden, maar import van duurzaam gas en elektriciteit geaccepteerd wordt; · de lokale bron voor elektriciteit is zonne-energie (opwek langs de A4 en A12); · de gemeente staat erfmolens toe. Provincie Zuid-Holland staat momenteel windmolens op boerenerven van maximaal 15 meter toe en gemeente Leidschendam-Voorburg sluit zich hierbij aan1.

· verzwaren elektriciteitsnetten en dit samen met extra elektriciteitshuisjes en nieuwe verdeelstations integraal en landschappelijk inpassen in de openbare ruimte; · gemeentelijk wagenpark volledig elektrisch in 2029; - zoveel mogelijk circulair zijn in 2050: · biobased isoleren; · biobased en modulair optoppen; · transitie landbouw naar biobased materialen; · circulair slopen; · gemeentelijk vastgoed als voorbeeld; · voorzien in voldoende ruimte voor circulaire hubs; · zoveel mogelijk gesloten watercyclus, waarbij in droge perioden zo min mogelijk water hoeft te worden aangevoerd. Afbeelding 7.5 bevat de overzichtskaart voor dit toekomstperspectief.

1

De mogelijkheid voor het plaatsen van erfmolens tot 15 meter is opgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. De milieueffecten van erfmolens zijn reeds beschreven door Provincie Zuid-Holland en opgenomen in de Omgevingseffectrapportage Herziening Omgevingsbeleid 2025. Dit OER ligt momenteel ter inzage en wordt naar verwachting vastgesteld in kwartaal 2 van 2026.

99 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

Afbeelding 7.5 Overzichtskaart ‘duurzaam toekomstbestendig’

7.1.3

Gebiedsspecifieke ambities en ingrepen

De gemeente specificeert in het voorgenomen beleid 6 gebiedstypen: levendige centrumgebieden, groene woonwijken, bedrijventerreinen, kern Stompwijk, buitengebied en ontwikkellocaties. Hieronder worden de ambities en ingrepen per gebiedstype uiteengezet.

100 | 166

Witteveen+Bos | 145515/25-018.190 | Definitief 03

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=2a7c4508-a735-4faa-a7aa-55e2e2ba4c9c