4. Begroting VRH 2025 versie 1.0 GETEKEND
Tekst van het document
ONTWERP MEERJARENBEGROTING 2025 – 2028
‘verbindend vakmanschap in veiligheid en zorg’
Bezoekadres Dedemsvaartweg 1 - 2545 AP Den Haag / Postbus 52155 - 2505 CD Den Haag
Inhoudsopgave
1 1.1 1.2 1.3
Algemeen (blz 3) Inleiding Doelstelling Taken
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Beleidsmatige ontwikkelingen (blz 5) De veiligheidsregio Brandweer Rampenbestrijding en crisisbeheersing GHOR Meldkamers (GnkM en MKB) Gemeentelijke crisisbeheersing
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Programma Veiligheid (blz 9) Raming van lasten en baten Toelichting op grondslagen Financiële ontwikkelingen Financiën in hoofdlijnen
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Paragrafen (blz 15) Gemeentelijke bijdrage Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7
Overzicht van baten en lasten en toelichting van programmaonderdelen (blz 29) Brandweerzorg Crisisbeheersing en rampenbestrijding Meldkamer brandweer (MKB) Geneeskundige meldkamer (GnkM) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeentelijke crisisbeheersing Overhead
6
Vaststelling meerjarenbegroting (blz 47)
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9
Bijlagen (blz 48) Kostenverdeelstaat Verdeling naar taakvelden Inkomensoverdracht van het Rijk Investeringsplan Liquiditeitsplanning Reserves en voorzieningen Geprognotiseerde balans EMU saldo Afkortingenlijst
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
1
Voorwoord De VRH voert als wettelijk verplichte gemeenschappelijke regeling taken uit op het gebied van brandweerzorg, regionale rampenbestrijding en crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. Als uitvoeringsdienst – die voor het grootste deel uit de brandweer bestaat – heeft de begroting van de VRH vrijwel volledig betrekking op personele en materiele lasten. Gemeenten hebben bij gemeenschappelijke regelingen aandacht gevraagd voor het gemeentelijk financieel perspectief vanaf 2026. Dit perspectief is zorgelijk en in dit kader zijn gemeenschappelijke regelingen gevraagd om geen nacalculatie van de trend toe te passen. Helaas is dit op deze korte termijn en gelet op de verwachte loonontwikkeling niet opportuun. Dit neemt niet weg dat ook de VRH een verantwoordelijkheid voelt om een wezenlijke bijdrage te leveren aan de financiële uitdaging waarvoor gemeenten staan gesteld. Ten behoeve hiervan heeft het bestuur besloten om het voordelig resultaat over 2023 – via een bestemmingsreserve – te gebruiken om de gemeentelijke bijdragen in 2026 te verlagen. Dit bespaart de gemeenten in 2026 in totaal € 3,3 miljoen. Het resterende deel van het voordelig resultaat (€ 1,1 miljoen) kan niet worden gebruikt om de gemeentelijke bijdragen te verlagen. Dit deel van het resultaat is namelijk ontstaan door extra rijksfinanciering die is geoormerkt voor specifieke doelen.
De financieel krappe tijden zullen naar verwachting echter ook na 2026 aanhouden. In dit kader heeft het bestuur van de VRH besloten om in 2024 scenario’s te ontwikkelen voor bezuinigingsvoorstellen. Deze scenario’s worden in het derde kwartaal van 2024 besproken in het algemeen bestuur van de VRH. De uitkomst van deze bespreking wordt vervolgens verwerkt in de financiële kaders (kaderbrief VRH) voor de periode 2026 – 2029. Deze financiële kaders worden uiterlijk begin 2025 in het algemeen bestuur vastgesteld. De bespreking in het derde kwartaal van 2024 helpt om inzicht te verkrijgen in de bijdrage die de VRH ook na 2026 zou kunnen leveren én in wat het (maatschappelijk) effect is van deze bijdrage. Hoewel de bezuinigingsvoorstellen nog concreet moeten worden uitgewerkt, is helder dat aanvullende bezuinigingen niet zonder merkbare gevolgen kunnen worden doorgevoerd bij een uitvoeringsdienst zoals de VRH. Temeer omdat de overhead van de VRH laag is en de VRHbegroting voor circa 2/3e uit personeelslasten bestaat en voor 1/3e uit vaste kosten die samenhangen met brandweermaterieel (o.a. tankautospuiten, redvoertuigen en hoogwerkers) en brandweerkazernes. Deze bezuinigingen zullen om deze reden dus met name de brandweerzorg raken, die op dit moment al onder druk staat.
Dit vraagt – gelet op de maatschappelijke impact – scherpe keuzes die (het bestuur van) de VRH samen met de gemeenten in Haaglanden op een zorgvuldige en doordachte wijze wil maken. Daarbij staan gezond verstand, de praktijk en het waarborgen van de slagkracht en veiligheid van onze hulpverleners altijd voorop in het belang van de veiligheid voor onze inwoners.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
2
1. 1.1
Algemeen Inleiding
Voor u ligt de meerjarenbegroting 2025-2028 van de gemeenschappelijke regeling GR Veiligheidsregio Haaglanden (VRH). De VRH is een door de Wet Veiligheidsregio’s verplichte gemeenschappelijke regeling. Nederland telt in totaal 25 veiligheidsregio’s, waarbij elke regio anders is georganiseerd en andere taken kent. Voor de VRH geldt dat deze regionaal de belangen behartigt op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. Brandweerzorg In Haaglanden is sprake van één regionaal korps: Brandweer Haaglanden. Binnen de gehele regio ontvangt elke gemeente vergelijkbare brandweerzorg. Voor het 24/7 bestrijden van incidenten bestaat de operationele dienst uit beroepsmedewerkers en vrijwilligers, verdeeld over 23 kazernes. Beiden worden ingezet voor de dagelijkse brandweerzorg, waarbij specialistische taken bij beroeps zijn belegd. De vrijwilligers zijn van groot belang voor het borgen van de slagkracht die nodig is voor de bestrijding van grote en langdurige incidenten. Naast incidentbestrijding is ook risicobeheersing een hoofdtaak. Jaarlijks wordt hiervoor een uitvoeringsprogramma vastgesteld in overleg met de gemeenten. Ook worden de taken van de meldkamer brandweer uitgevoerd.
Geneeskundige hulpverlening De ‘kolom’ Geneeskundige hulpverlening van de VRH bestaat uit de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) en de geneeskundige meldkamer (GnkM), die ook de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) omvat. De GHOR is o.a. verantwoordelijk voor de inzet en coördinatie van het optreden van de geneeskundige (hulp)diensten bij incidenten. Dat betreft onder meer ambulancediensten, ziekenhuizen, huisartsen en GGD. De geneeskundige meldkamer omvat mede de MKA die, op basis van een SLA met de Regionale Ambulancevoorziening (RAV), de ambulancemeldingen verwerkt. Naast een gemeenschappelijke regeling is de VRH ook een regionaal samenwerkingsverband met betrekking tot gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding en crisisbeheersing (‘multidisciplinaire samenwerking’). Gemeentelijke crisisbeheersing Sinds 2010 zijn de gemeentelijke processen zoveel mogelijk geüniformeerd, waardoor de 9 gemeenten als één kolom (de ‘oranje’ kolom genoemd) optreden m.b.t. bevolkingszorg. Hoewel deze ‘kolom’ geen deel uitmaakt van de VRH als gemeenschappelijke regeling, is deze activiteit wel in deze begroting opgenomen omdat deze kolom via de VRH-begroting wordt gefinancierd.
Rampenbestrijding en crisisbeheersing In regionaal verband werken de brandweer, geneeskundige kolom, gemeentelijke crisisbeheersing en de eenheid Den Haag van de Nationale Politie samen op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hierbij wordt de focus primair gelegd op het dagelijkse werk van de hulpdiensten (“99% van het werk”), en vindt de voorbereiding op rampen en crises als een afgeleide daarvan plaats. Op deze manier wordt voorkomen dat de voorbereiding op rampen en crises op zichzelf staat en onvoldoende aansluit bij het werk van de hulpdiensten. De 4 kolommen vormen de vaste kern van de multidisciplinaire samenwerking, maar deze samenwerking wordt waar nodig per onderwerp verbreed met andere partners, zoals waterschappen. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
3
1.2
Doelstelling
Verbindend Vakmanschap in Veiligheid en Zorg Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week klaar voor veiligheid en zorg in de regio. Zij bundelt hiervoor de krachten van verschillende partners om samen goed voorbereid te zijn op dagelijkse, maar ook op grootschalige incidenten en deze slagvaardig te bestrijden. Daarbij treedt de VRH op als regisseur bij het organiseren en uitvoeren van de hulpverlening. De doelstelling is verwoord in artikel 2, lid 4 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR). De Veiligheidsregio Haaglanden behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening.
1.3
Taken
De taken van de VRH staan benoemd in artikel 3 van de GR. Aan het Algemeen Bestuur worden de taken overgedragen zoals genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. In aanvulling op de taken die de Veiligheidsregio op het basisniveau voor gemeenten verricht op grond van artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s en het Besluit veiligheidsregio’s (basispakket), kan per gemeente worden overeengekomen dat de Veiligheidsregio ten aanzien van deze taken een hoger voorzieningenniveau levert (pluspakket). In artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s staan de volgende taken: a. het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; c. het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); d. het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. het instellen en in stand houden van een brandweer; f. het instellen en in stand houden van een GHOR; g. het voorzien in de meldkamerfunctie; h. het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i.
het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
4
2
Beleidsmatige ontwikkelingen
2.1
De veiligheidsregio
De beleidsmatige ontwikkelingen binnen de VRH spelen zich af binnen de kolommen (brandweer, geneeskundige hulpverlening, gemeentelijke crisisbeheersing en in het verlengde daarvan de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing, alsook de gemeenschappelijke meldkamer). In de hierna volgende paragrafen worden deze ontwikkelingen nader toegelicht. 2.2
Brandweer
Maatschappelijk gezien vinden in hoog tempo ontwikkelingen plaats die leiden tot nieuwe risico’s en een veranderende hulpvraag vanuit de samenleving. Twee concrete ontwikkelingen waarmee de brandweer in dit kader te maken heeft, zijn ‘verdichting’ en ‘energietransitie’. Deze twee ontwikkelingen zijn daarom als speerpunt opgenomen in het meerjarenbeleidsplan 2020-2025. Binnen de brandweer is – regionaal maar ook in landelijke samenwerking – onderzocht wat concreet de risico’s en effecten van deze ontwikkelingen zijn en hoe deze kunnen worden vertaald naar (operationele) handelingsperspectieven. Hoewel verdichting en de energietransitie de komende jaren onverminderd de aandacht blijven vragen, moeten deze activiteiten richting het einde van deze beleidsperiode steeds meer “business as usual” worden en dus ingebed raken in het werk van de brandweer. Dit is en blijft een gezamenlijke opgave vanuit zowel incidentbestrijding als risicobeheersing. De verdichting en energietransitie leiden ertoe dat het bestrijden van incidenten en de gevolgen daarvan “op straat” steeds complexer worden. Daarom wordt steeds meer van belang dat risico’s “aan de voorkant” worden beheerst, waarbij de brandweer in toenemende mate risicogericht in plaats van regelgericht aan gemeenten adviseert.
Een meer risicogerichte aanpak is daarnaast nodig omdat wet- en regelgeving niet gelijk lopen met de snelheid waarmee ontwikkelingen plaatsvinden. Doel van deze advisering is niet alleen een veilige fysieke leefomgeving te bereiken en/ of in stand te houden, maar ook een veilige en effectieve inzet van de brandweer mogelijk te maken. Het Regionaal Uitvoerings-programma Risicobeheersing blijft hiervoor het handvat. Daarnaast is in het kader van de inmiddels in werking getreden Omgevingswet een regionale werkwijze1 afgesproken en geïmplementeerd. Deze werkwijze zal de komende jaren – in samenwerking met gemeenten en andere ketenpartners – aan de hand van de opgedane praktijkervaring worden geactualiseerd. Een meer intern speerpunt uit het meerjarenbeleidsplan heeft betrekking op duurzame inzetbaarheid: het op een veilige en gezonde wijze inzetbaar blijven van personeel. Dit geldt voor het operationeel personeel, maar ook voor overige personeel zoals bij risicobeheersing. Immers, over de hele breedte wordt brandweerwerk complexer, waardoor ook op dit vlak gewerkt moet worden aan duurzame inzetbaarheid. Daarnaast heeft de brandweer – net als veel andere uitvoeringsorganisaties – te maken met een toenemende druk op de capaciteit. Hier liggen verschillende oorzaken ten grondslag, zoals ruimere (landelijke) verlofregelingen, krapte op de arbeidsmarkt en een hogere personeelsverloop.
Duurzame inzetbaarheid blijft daarom een belangrijke pijler voor de komende jaren. De huidige maatregelen zijn momenteel afdoende om het zorgniveau te waarborgen. Echter, de komende periode zal Brandweer Haaglanden moeten gaan verkennen welke structurele maatregelen – zoals veranderingen in het bedrijfsmodel – noodzakelijk zijn om aan het gewenste zorgniveau te kunnen blijven voldoen. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
5
2.3
Rampenbestrijding en crisisbeheersing
In regionaal verband zetten de brandweer, de GHOR, de gemeenten en de Politie Eenheid Den Haag zich samen in voor de veiligheid van iedereen die in Haaglanden woont, werkt of de regio bezoekt. Het individuele vakmanschap van de disciplines vormt een stevig fundament voor de multidisciplinaire samenwerking. Door regionaal samen te werken, wordt ervoor gezorgd dat de hulpdiensten en gemeenten zo effectief mogelijk reageren op een ramp of crisis. Als basis voor de voorbereiding op de incidenten en crises die een multidisciplinair en veelal grootschalig optreden vergen, beschikt de VRH over een regionaal risicoprofiel, een regionaal beleidsplan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing en een regionaal crisisplan. Deze plannen zijn begin 2023 door het Algemeen Bestuur van de VRH vastgesteld. De huidige beleidsperiode van deze plannen loopt tot en met 2026. Diverse ontwikkelingen hebben effect op de risico’s in de regio en daarmee op het dagelijks werk en de multidisciplinaire samenwerking. Om de kwaliteit van het werk te blijven garanderen moet de veiligheidsregio blijven inspelen op (toekomstige) maatschappelijke trends, ontwikkelingen en wijziging van wet- en regelgeving. In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s zijn landelijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie landelijk te versterken.
Onderdeel van deze afspraken is een geleidelijk opbouwende structurele toevoeging in de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDUR) die veiligheidsregio’s van het Rijk ontvangen. De VRH ontvangt in dit kader ingaande 2023 € 1,6 mln. extra BDUR (ca. 1,4% van de VRH-begroting) specifiek bestemd voor de versterking van de (toekomstige) crisisbeheersing en de informatiepositie. Leidend is dat de versterking recht moet doen aan de uitdagingen waarvoor zowel de nationale als de regionale crisisbeheersing gesteld staat. De middelen worden ingezet om de slagkracht, flexibiliteit, veerkracht en robuustheid van de regionale crisisorganisatie verder te versterken. Voor 2024 en verder wordt momenteel bezien hoe de extra rijksgelden in dit kader worden ingezet. Door het Rijk is ten aanzien hiervan nadrukkelijk aangegeven dat het niet de bedoeling is dat de gemeentelijke bijdragen aan veiligheidsregio’s – als effect van de ophoging van de BDUR – worden verlaagd.
GHOR De GHOR is integraal onderdeel van het systeem van veiligheidszorg in Nederland. Voor een goede hulpverlening moet zij zorg dragen voor een effectieve en efficiënte samenwerking tussen de zorgketen en de fysieke veiligheidspartners: brandweer, politie en gemeenten. Deze publieke taak wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Bestuur en het opperbevel van de burgemeester (lokale rampen en crises) of de voorzitter van de Veiligheidsregio (bovenlokale rampen en crises). Hiermee is de GHOR hét aanspreekpunt voor het Openbaar Bestuur bij kwesties op het gebied van opgeschaalde acute en publieke zorg. De GHOR houdt overzicht over de partijen die hierin een rol spelen en monitort zorgcontinuïteit in de regio. Tijdens crisis regisseert de GHOR de opgeschaalde zorg en stemt af met veiligheidspartners. Zij doet dit met oog voor het belang van de groep. De GHOR heeft hiermee een publieke taak in de semipublieke omgeving van de gezondheidszorg. De samenleving verandert snel en is complexer aan het worden. Dit geeft uitdagingen die invloed hebben op de wijze waarop de GHOR invulling geef taan haar opdracht. Belangrijk, de komende jaren, voor de positie van de GHOR zijn de wijzigingen in de Wet Veiligheidsregio’s.
In 2022 is de contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg uitgekomen en is er gewerkt aan de uitwerking hiervan in de vorm van de Two pager Positie en taken GHOR in het stelsel. Daarin is op hoofdlijnen de positie van de GHOR en DPG in het landschap van crisisbeheersing beschreven. Er wordt beschreven dat Geneeskundige hulpverlening in het kader van de Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 6 AB 12 april 2024 – versie 1.0
rampenbestrijding en crisisbeheersing en de voorbereiding daarop een wezenlijk onderdeel zijn van de publieke veiligheidstaken. De GHOR, als onderdeel van de Veiligheidsregio en onder aansturing van de DPG, vervult hierin een onafhankelijke en noodzakelijke regiefunctie. Het gaat hierbij niet alleen om de rol van de GHOR/DPG tijdens rampen en crises, maar ook bij de voorbereiding daarop. Een belangrijk uitgangspunt is dat is opgenomen in de Contourennota dat er samenhang moet zijn tussen de drie wettelijke kaders waar de DPG-rol op de GHOR is omschreven (zijnde: WPG-Wvr-AMvB Acute Zorg). Op dit moment zijn we in afwachting van de vervolgstappen van het kabinet met betrekking tot consultaties op de contournota, die zal leiden tot een vernieuwing van de Wet Veiligheidsregio’s. Thema’s voor de volgende beleidsperiode De GHOR zal in 2024 haar meerjarenbeleidsplan aanpassen voor de nieuwe beleidsperiode 20252028. Naar verwachting zal de focus op de thema’s uit eerdere beleidsperiodes niet helemaal komen te verleggen. De implementatie van het nieuwe meerjarenbeleid vindt plaats in 2025, belangrijke thema’s blijven dan nog steeds informatiemanagement, netwerkmanagement en bovenregionale samenwerking. De GHOR blijft het netwerkmanagement dan ook vormgeven en uitbreiden de komende beleidsperiode.
Met het thema “verbreden van het netwerk” richt de GHOR zich de komende jaren op het aansluiten bij bestaande en nieuwe netwerken, het vormen van nieuwe samenwerkingsverbanden en het verrichten van onderzoek naar dynamische samenwerkingsverbanden over (regio)grenzen heen. Om flexibel te kunnen reageren op wat zich voordoet, is het noodzakelijk dat reeds proactief, in de koude fase, geïnvesteerd wordt in relevante netwerken, zodat stevige relaties zijn opgebouwd. Vanuit het feit dat de maatschappij digitaliseert en er een overvloed aan data op instellingen af komt, is het de ambitie van de GHOR om deze data om te zetten in bruikbare integrale informatie die tijdens crisis of gebruikt wordt bij de sturingsvraagstukken of prospectief inzicht biedt. De verandering in soorten crises, zoals de COVID-19 crisis en (vluchtelingen)opvangcrises, heeft de behoefte aan een 24/7 actueel en gedeeld geneeskundig beeld meer dan bevestigd. Met het thema “de GHOR creëert een actueel en gedeeld (geneeskundig) beeld” heeft de GHOR als doel te groeien naar excellente informatiepositie door aan te sluiten op bestaande en toekomstige informatiesystemen in de zorg en veiligheidsregio’s om zodoende een actueel en gedeeld geneeskundig beeld te creëren en proactief te monitoren en waar mogelijk te beïnvloeden.
Landelijk is dit dan ook een onderwerp dat hoog op de beleidsagenda staat, dan in de vorm van meer en beter informatie-uitwisseling tussen Rijk en regio’s (KCR2, Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk). Dit geldt niet alleen voor de GHOR maar voor de hele VRH. Daarnaast kan het omzetten van data naar een voorspellende waarde voor belangrijke stakeholders inzicht verschaffen om uitspraken te kunnen doen over mogelijke scenario’s en trends. De GHOR participeert in het regionale project om te komen, in gezamenlijkheid met Veiligheidsregio Hollands Midden, tot een Veiligheidsinformatieknooppunt. 2.5
Meldkamers (GnkM en MKB)
De samenleving wordt complexer. In het verlengde daarvan groeit de complexiteit en verbondenheid van de (potentiële) dreigingen met een groeiende maatschappelijke impact. Om onze rol als veiligheidsregio in de samenleving te kunnen blijven vervullen, is een sterke informatiepositie essentieel. De complexiteit vraagt om meer, betere en diepere kennis over de effecten/gevolgen van dreigingen. Eén van de aspecten van deze kennis betreft organisatieoverstijgende informatiedeling tijdens de verschillende fasen van incidentbestrijding en crisismanagement/ -beheersing. Een gezamenlijk en actueel veiligheidsbeeld zorgt ervoor dat – samen met partners – gericht keuzes gemaakt kunnen worden. De Meldkamer speelt in deze ontwikkelingen een cruciale rol. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 7 AB 12 april 2024 – versie 1.0
Het Transitieakkoord (TA) ‘Meldkamer van de Toekomst’ uit 2013 is nu in de eindfase beland. De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) is in de afronding van de ‘bouwplaats’ periode (2020 – 2024). De Gemeenschappelijke meldkamer Den Haag zal naar verwachting in 2024 worden aangesloten op de landelijke netwerkomgeving van de LMS. De laatste voorbereidingen hiervoor zijn in volle gang. Tevens is begonnen met het herinrichten van de multidisciplinaire opschalingsruimten in Haaglanden. De overgang naar de nieuwe netwerkomgeving van de LMS zal nog de nodige rafelranden tot gevolg hebben. De VRH heeft middelen gereserveerd voor zowel de afhechting van de rafelranden als voor het optimaliseren van de meldkamerfunctie. In dit kader krijgt bij de Geneeskundige meldkamer (GnkM) het ambulance coördinatie centrum vorm. Met betrekking tot de Meldkamer Brandweer (MKB) hebben de veiligheidsregio’s Haaglanden en Hollands Midden een convenant afgesloten over de intensivering van de samenwerking in de gezamenlijke brandweermeldkamer. Sinds 1 januari 2021 is de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen in werking getreden. Op dit moment voert de geneeskundige meldkamer van de VRH meldkamertaken uit in opdracht van de (coöperatie) Regionale Ambulance Voorziening (RAV) Haaglanden. De afspraken over deze uitvoering zijn vastgelegd in een Service Level Agreement (SLA).
Feitelijk fungeert de VRH hiermee als onderaannemer van het RAV. Als gevolg van de nieuwe Wet ambulancevoorzieningen is het voor RAV’s echter niet meer toegestaan om voor de meldkamerfunctie een onderaannemer in te schakelen. De RAV en VRH hebben sinds 2021 aan een oplossing gewerkt die voor beide organisaties passend is. Het algemeen bestuur heeft 10 november 2023 het principebesluit genomen de geneeskundige meldkamer over te dragen aan de GGD Haaglanden – Gemeente Den Haag (het publieke lid van de RAV Haaglanden). Ook de overige betrokken partijen (RAVH en College van B&W van Gemeente Den Haag) zijn in principe akkoord met de voorbereiding op de herpositionering. Na ambtelijke afronding van de herpositionering zal een definitief besluit over de herpositionering worden voorgelegd aan de betrokken besturen. Tot aan de formele overdracht blijft de VRH de geneeskundige meldkamertaak uitvoeren. Naast dit organisatorische proces zal in 2024 het Ambulance Coördinatie Centrum (ACC) ingericht worden. In het ACC vindt nauwere samenwerking plaats met zorgketenpartners, zoals huisartsen, GGZ en verloskundigen en zijn er meer mogelijkheden voor het optimaliseren van patiëntstromen naar de verschillende regionale ziekenhuizen.
2.6
Gemeentelijke crisisbeheersing/bevolkingszorg
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren en voorbereiden van de gemeentelijke crisisorganisatie, bevolkingszorg en crisiscommunicatie. Het nieuw vastgestelde kader en plan gemeentelijke crisisbeheersing wordt in 2024 geïmplementeerd. Waar nodig en mogelijk worden de verschillende onderdelen de komende jaren doorontwikkeld in lijn met het landelijke programma implementatie ‘uniform kwaliteitsniveau bevolkingszorg’ en het wijzigingstraject van de Wet en het Besluit veiligheidsregio’s.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
8
2
Programmabegroting Veiligheid
3.1
Raming van lasten en baten
Meerjarenraming van lasten en baten
(bedragen in duizenden euro's) Rekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten
119.738
125.868
130.352
130.352
130.252
130.252
Baten
122.268
125.226
130.252
126.940
130.252
130.252
Saldo lasten en baten
-2.530
642
100
3.412
0
0
Mutatie reserves
2.111
642
100
3.412
0
0
Resultaat
-4641
0
0
0
0
0
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
Resultaat na belasting
-4641
0
0
0
0
0
Raming lasten en baten programma-activiteiten jaarschijf 2025
(bedragen in duizenden euro's) Mutatie
Lasten
Baten
Reserve
Brandweerzorg
93.917
93.917
Rampenbestrijding en crisisbeheersing
3.758
Meldkamer/MKB
3.693
Meldkamer/GnkM
Saldo 0
0
3.758
0
0
3.593
100
0
4.574
4.574
0
0
GHOR
2.403
2.403
0
0
Gemeentelijke crisisbeheersing
1.121
1.121
0
0
Overhead
20.682
20.682
0
0
204
204
0
0
130.352
130.252
100
0
Bedrijfsvoering onvoorzien Totaal
Financiële ontwikkelingen
(bedragen in duizenden euro's) Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
120.320
120.077
120.077
119.977
119.977
Interne verschuiving tussen producten
0
0
0
0
0
Voorcalculatie trend 2025
0
4.412
4.412
4.412
4.412
Nacalculatie trend voorgaande jaren
3.915
3.915
3.915
3.915
3.915
Overige ontwikkelingen
1.633
1.948
1.948
1.948
1.948
125.868
130.352
130.352
130.252
130.252
Verloopstaat lasten 2024 naar 2025 Begroting 2024
Totaal
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
9
De VRH heeft voor het jaar 2025 € 100.000 aan incidentele baten. Het betreft de vrijval van specifieke reserves voor incidentele lasten. Structureel begrotingssaldo
(bedragen in duizenden euro's) begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
Saldo baten en lasten
642
100
3.412
0
0
Vrijval reserves
642
100
3.412
0
0
Dotatie reserves
0
0
0
0
0
Begrotingssaldo na bestemming
0
0
0
0
0
Overzicht incidentele baten en lasten
(bedragen in duizenden euro’s) begroting 2024
begroting 2025
begroting 2026
begroting 2027
begroting 2028
Incidentele baten: Vrijval reserves
642
100
3.412
0
0
Frictiekosten OMS
54
0
0
0
0
Programma gemeentelijke crisisbeheersing
35
0
0
0
0
Uitgaven realistisch oefenen
153
0
0
0
0
Bouwfase LMS
100
100
100
0
0
300
0
0
0
0
0
0
3.312
0
0
642
100
3.412
0
0
0
0
0
0
0
Versterking crisisbeheersing en informatiepositie Verlaging gemeentelijke bijdrage Incidentele lasten Saldo incidentele baten en lasten
3.2
Toelichting op grondslagen
De grondslagen zijn gebaseerd op het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). De grondslagen zijn van toepassing voor begroting en jaarrekening. Niet alle grondslagen zijn direct relevant voor de begroting. Algemeen Algemeen uitgangspunt is dat het stelsel van baten en lasten wordt toegepast. Hoofdregel is dat als prijsgrondslag de historische kostprijs inclusief BTW wordt gehanteerd. Op basis van de Wet markt en overheid is getoetst dat de VRH niet als ondernemer voor de vennootschapsbelasting moet worden aangemerkt. Materiële vaste activa Voor de investeringen en kapitaallasten in deze begroting geldt: - De post materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut. - De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de oorspronkelijke verkrijgingof vervaardigingprijs en worden als regel annuïtair (panden) of lineair (overig) afgeschreven. - Afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte technische of economische levensduur. Waardeverminderingen worden onafhankelijk van het resultaat van het begrotingsjaar in aanmerking genomen. De afschrijving vangt aan het eerste boekjaar na ingebruikname van het actief.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
10
Vlottende activa en passiva - Vlottende activa en passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vorderingen worden gewaardeerd onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. Reserves De VRH kent (naast specifieke bestemmingsreserves) een aantal reserves. - Algemene reserve betreft het eigen vermogen (weerstandscapaciteit) van de VRH. Overheadtoerekening en vernieuwing BBV De meerjarenbegroting is vervaardigd volgens het vernieuwde Besluit Begroting Verantwoording (BBV). De wijzigingen richten zich met name op: - de opname van uniforme taakvelden (zie bijlage 7.2); - meer inzicht in de kosten van overhead (zie 5.7 overzicht overhead); - opnemen van een geprognotiseerde balans en het EMU-saldo (zie bijlagen 7.7 en 7.8).
en
In deze begroting is een overzicht Overhead opgenomen. Een gevolg van de voorschriften is dat er tussen de producten een andere verrekening ontstaat. De PIJOFACH-kosten (Personeel, Informatievoorziening, Juridisch, Organisatie, Financiën, Automatisering, Communicatie en Huisvesting) worden niet verdeeld over de producten, maar verantwoord op het overzicht overhead. De kazernes worden conform landelijke richtlijnen toegerekend aan het primair product. Daarnaast worden leidinggevenden volgens de BBV als overhead aangemerkt. Ook deze lasten staan gerubriceerd onder het overzicht Overhead. 3.3
Financiële ontwikkelingen
Jaarschijf 2025 De jaarschijf 2025 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2024 - 2027 met € 10.275.000 gestegen van € 120.077.000 tot € 130.352.000. De wijzigingen: Trend gemeentelijke bijdrage 2025 € 7.627.000 De trendsystematiek voor de VRH is volledig in lijn met de kaderbrief voor gemeenschappelijke regelingen van de gemeenten. De begroting van de VRH bestaat voor circa 65% uit personeelskosten. Om aan te sluiten bij de opbouw van de begroting, baseert de VRH de indexatie op een gecombineerde loon-/prijsindex. Dit zijn de index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ en ‘nationale consumentenprijsindex’. Het trendpercentage voor 2025 bedraagt 4,10% ( € 4.412.000). De trend voor voorgaande jaren is met 3,08% naar boven bijgesteld (€3.215.000). De bijstelling van de trend betreft in hoofdzaak de looncomponent voor 2024. Dit geeft het volgende overzicht: Tabel 1. Trend Trend Begroting 2024 CPB indexcijfers
(bedragen in duizenden euro's) 2022 (%)
2023 (%)
2024 (%)
8,31% *8,31%
3,33% **3,71%
2,73% **5,43%
t/m 2024
Nacalculatie 0,00% 0,38% 2,70% Begroting 2025 3,08% 3.215 *CEP maart 2023 /**MEV sept 2023 /***(c)MEV aug 2023 conform kaderbrief gemeenten
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
11
2025(%)
2025
***4,10% 4,10%
4.412
RAV bijdrage voor ambulance coördinatiecentrum (ACC) € 958.000 In de geneeskundige meldkamer wordt in 2024 het ACC ingericht. In het ACC vindt nauwere samenwerking plaats met zorgketenpartners, zoals huisartsen, GGZ en verloskundigen en zijn er meer mogelijkheden voor het optimaliseren van patiëntstromen naar de verschillende regionale ziekenhuizen. De meldtafels worden gefinancierd door de LMS. De extra formatie (8,5fte) komt voor rekening van de RAV. Overige ontwikkelingen € 1.690.000 Het betreft onder meer de trendmatige verhoging (voor 2023) van de reguliere BDUR € 711.000. Het ministerie kent de trend pas in de loop van het kalenderjaar toe zodat deze structureel een jaar later in de begroting wordt verwerkt. Ook is de extra BDUR voor de versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie verhoogd met € 389.000 tot € 2.013.000. Tot slot nog de raming van rente-inkomsten € 300.000 en een toename van de inwonerbijdrage vanwege de groei van het aantal inwoners € 289.000. Jaarschijf 2024 De jaarschijf 2024 in deze begroting is ten opzichte van de voorgaande begroting 2024 - 2027 met € 5.548.000 gestegen van € 120.320.000 tot € 125.868.000. De wijzigingen: Trend 2024 € 3.215.000 De nacalculatie op de trend is conform de CPB cijfers van september 2023 met € 3.215.000 bijgesteld. De nacalculatie betreft vooral de looncomponent.
De huidige loonafspraken in de CAR/UWO lopen tot 1 mei 2024. De verwachting is dat de trendbijstelling nodig zal zijn voor de bekostiging van de lonen. RAV bijdrage voor ambulance coördinatiecentrum (ACC) € 634.000 Zoals hiervoor al toegelicht wordt in de geneeskundige meldkamer in 2024 het ACC ingericht. Voor de financiering van de extra formatie (8,5fte) is met de RAV een groeimodel afgesproken. Voor 2024 wordt € 634.000 ontvangen. Overige ontwikkelingen € 1.699.000 Het betreft onder meer de trendmatige verhoging (voor 2023) van de reguliere BDUR € 711.000. Het ministerie kent de trend pas in de loop van het kalenderjaar toe zodat deze structureel een jaar later in de begroting wordt verwerkt. Ook is de extra BDUR voor de versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie verhoogd met € 389.000 tot € 2.013.000 en wordt € 300.000 van de reserve versterking crisisbeheersing aangewend. Tot slot nog de raming van rente-inkomsten € 300.000.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
12
3.4
Financiën in hoofdlijnen
Om snel inzicht te geven in de geldstromen van de VRH twee grafieken. Aan welke producten geven we het uit? De grafiek geeft weer dat 72% van het geld naar brandweerzorg gaat. De overige producten krijgen samen 28%. Grafiek 1. Aandeel uitgaven producten
Aandeel uitgaven producten 16% 72%
1%
Brandweerzorg
3%
Crisisbeheersing
3%
GHOR
2%
MKB
3%
GnkM Gemeentelijke crisisbeh. Overhead
En wat voor kosten betreft het? De personeelskosten (incl. FLO) zijn met 67% de grootste post. De kosten van de 2e loopbaan als onderdeel van de overgangsregeling zijn hier nog niet begroot. De overige 33% betreft kapitaallasten en goederen en diensten. Grafiek 2. Aandeel uitgaven kostensoorten
Aandeel uitgaven kostensoorten 27%
63% Personeelskosten Overgangsregeling FLO Kapitaallasten Goederen en diensten
6% 4%
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
13
4
Paragrafen
4.1
Gemeentelijke bijdrage
De gemeentelijke bijdrage is veruit de grootste inkomstenbron voor de VRH. Grafiek 3 geeft weer dat in totaal 86% van de inkomsten door de gemeenten wordt betaald. Ook het Rijk draagt bij via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR). Deze bedraagt in totaal 9% waarvan 6% de bijdrage voor rampenbestrijding en 3% voornamelijk BTW compensatie betreft. Grafiek 3. Aandeel inkomsten stakeholders
Aandeel inkomsten stakeholders 3%
2%
9%
Rijk
86%
Gemeenten RAV Overigen
De gemeentelijke bijdrage is voor 2025 geïndexeerd met 4.10% (€4.412.000). De trend voor voorgaande jaren is met 3,08% (€ 3.215.000) bijgesteld, met name voor de looncomponent. Dit houdt per saldo in een stijging van € 7.627.000. In de begroting 2025 is sprake van een bijdrage per inwoner variërend tussen € 68.68 voor Midden Delfland en € 104,87 voor Den Haag. De inwonerbijdrage van Delft bedraagt met € 96,61 ongeveer het gemiddelde van de inwonerbijdrage. De bijdrage van de gemeenten volgt de ontwikkeling van het aantal inwoners. De stijging van het aantal inwoners in Haaglanden bedraagt 1,04% (11.967 inwoners). Het AB heeft bij de vaststelling van het verdeelmodel besloten dat hiervan 75% structureel wordt bezuinigd en 25% wordt doorberekend om regionale ontwikkelingen te bekostigen. Dit resulteert in een stijging van de bijdrage met € 289.000.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
14
De verdeelsystematiek De onderliggende verdeelsystematiek, die leidt tot de bijdrage per inwoner, heeft de VRH in de bestuursvergadering in december 2022 herbevestigd. De VRH-kosten van de gemeenten bestaan grofweg uit drie onderdelen, boxen genoemd: Box 1
Brandweerzorg De kosten van box 1 worden toegerekend naar brandveiligheidsrisico’s en de mate van verstedelijking. Deze kosten hebben betrekking op de regionale basis brandweerzorg, specialistische brandweerzorg en brandweer Multi kosten. Deze kosten behelzen circa 80% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.
Box 2
Algemene kosten De kosten van box 2 zijn gebaseerd op algemeen nut en zijn een gelijk bedrag per inwoner. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor bedrijfsvoering, meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en gemeentelijke crisisbeheersing. Deze kosten behelzen circa 20% van de gemeentelijke bijdragen in totaal.
Box 3
Aanvullend maatwerk De kosten van box 3 worden per gemeente afgerekend met de individuele gemeenten. Deze kosten hebben betrekking op de kosten voor de overgangsregelingen (FLO) en een gemeentelijk pluspakket (strandveiligheid in Den Haag).
Tabel 2. Bijdrage per inwoner per gemeente Gemeente
2024
(bedragen in duizenden euro's) Inwoners t.b.v begroting 2025
2026
2027
2028
2024
2025
101,54 104,87
104,87
104,87
104,87
562.416
566.221
Zoetermeer
89,18
92,11
92,11
92,11
92,11
127.052
128.434
Delft
93,18
96,23
96,23
96,23
96,23
106.083
109.577
Leidschendam-Voorburg
91,50
94,49
94,49
94,49
94,49
77.759
78.229
Rijswijk
99,25 102,46
102,46
102,46
102,46
58.004
59.642
Westland
72,99
75,39
75,39
75,39
75,39
114.915
115.941
Pijnacker Nootdorp
75,23
77,70
77,70
77,70
77,70
57.683
57.932
Wassenaar
88,38
91,27
91,27
91,27
91,27
27.106
27.100
Midden Delfland
66,50
68,68
68,68
68,68
68,68
19.468
19.377
Gemiddelde bijdrage gemeenten
93,54
96,61
96,61
96,61
96,61
Categorie grootstedelijk Den Haag Categorie stedelijk
Categorie kleinstedelijk
Categorie landelijk
1.150.486 1.162.453
* De bepaling van de aantallen inwoners wordt altijd begin maart uitgevoerd op basis van de laatste gegevens van het CBS over het aantal inwoners per 1 januari 2024. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
15
In de volgende tabel is de bijdrage per gemeente weergegeven. Tabel 3. Bijdrage per gemeente Gemeente
(bedragen in duizenden euro's) 2024
2025
2026 reserve
2026
2027
2028
Categorie grootstedelijk Den Haag
57.109
59.381
-1.751
59.381
59.381
59.381
Zoetermeer
11.331
11.830
-349
11.830
11.830
11.830
Delft
9.884
10.544
-311
10.544
10.544
10.544
Leidschendam Voorburg
7.115
7.392
-218
7.392
7.392
7.392
Rijswijk
5.757
6.111
-180
6.111
6.111
6.111
Westland
8.388
8.741
-258
8.741
8.741
8.741
Pijnacker Nootdorp
4.340
4.501
-133
4.501
4.501
4.501
Wassenaar
2.396
2.474
-73
2.474
2.474
2.474
1.295
1.331
-39
1.331
1.331
1.331
107.613
112.305
-3.312
112.305
112.305
112.305
Categorie stedelijk
Categorie kleinstedelijk
Categorie landelijk Midden Delfland Totale bijdrage gemeenten
Een bedrag van ruim € 0,15 per inwoner (€ 204.000) voor de post onvoorzien wordt niet op voorhand in rekening gebracht. Het Algemeen Bestuur heeft in deze opzet de ruimte om eigenstandig te besluiten voor onvoorziene zaken tot maximaal € 204.000 extra te heffen. 4.2
Weerstandsvermogen en beheersing van risico’s
Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op potentiële risico’s en de vertaling van deze risico’s tot een acceptabel weerstandsvermogen. Risicomanagement is het bewust worden, identificeren, kwantificeren en beheersen van relevante risico’s. De risico’s worden twee keer per jaar geïnventariseerd en geactualiseerd. Vervolgens wordt bepaald of het hier afgedekte, of niet afgedekte risico’s betreft. Voor de niet afgedekte risico’s dient een weerstandscapaciteit te worden aangehouden. Weerstandscapaciteit Op basis van risico-identificatie en de risicomatrix is de benodigde weerstandscapaciteit berekend. Uitgangspunt hierbij is de statische benadering die ervan uitgaat dat de risico’s zich niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang voor zullen doen. De weerstandscapaciteit binnen de VRH bestaat uit de algemene reserve. Deze reserve dient ter dekking van geïdentificeerde risico’s van materiële aard. Risico’s met een beperkt financieel beslag worden gedekt uit de lopende exploitatie en de post onvoorzien. De toevoeging van een voordelig resultaat aan de algemene reserve is regel tot de algemene reserve het maximum heeft bereikt van 1% van de begrotingsomzet. Het Algemeen Bestuur kan besluiten tot een hogere algemene reserve. De post onvoorzien, groot € 204.000, is gebaseerd op € 0,15 per inwoner.
Daarnaast wordt de weerstands-capaciteit gevormd door de deelnemende gemeenten die garant staan voor de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
16
Verloop van reserves en voorzieningen De VRH heeft een algemene reserve en een aantal bestemmingsreserves. Het verloop tot en met 2024 is in onderstaande tabel zichtbaar. Voor het verdere verloop wordt verwezen naar bijlage 7.6. Tabel 4. Reserves Toename
Rekening
Onttrekking
2023
(bedragen in duizenden euro's) ToeOntEindstand name trekking Eindstand
2024
Algemene reserve
1.682
56
Algemene reserve VRH
2025 0
1.738
0
0
1.738
1.682
56
0
1.738
0
0
1.738
OMS
54
0
54
0
0
0
0
Bestemmingsreserve LMS
300
0
100
200
0
100
100
Gemeentelijke crisisbeheersing
35
0
35
0
0
0
0
Realistisch oefenen
153
0
153
0
0
0
0
1.078
300
778
0
0
778
Versterking crisisbeheersing 0
3.312
0
3.312
0
0
3.312
542
4.390
642
4.290
0
100
4.190
Te bestemmen resultaat 2023
4.641
-4.641
0
0
0
0
0
Totaal reserves
6.865
-195
642
6.028
0
100
5.928
Verlaging gemeentelijke bijdrage Bestemmingsreserves VRH
Bestemmingsreserve OMS De VRH heeft in 2020 de exploitatie van het OMS aan de markt overgedragen. Het OMS is aangepast zodat abonnees via meerdere aanbieders kunnen aansluiten. Abonnees kunnen hun eigen aanbieder kiezen. Op termijn zullen ook deze aansluitingen overgaan naar het LMS platform in de loop van de ‘bouwplaats’ periode. De bestemmingsreserve zal deels gebruikt worden om de VRH frictiekosten te dekken. Bestemmingsreserve LMS Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgegaan naar de LMS. De LMS geeft in de ‘bouwplaats’ periode 2020 – 2024 verder gestalte aan de gezamenlijke meldkamers. In deze periode worden rafelranden als gevolg van de overgang afgehecht. Het ministerie van JenV heeft op basis van de afspraken landelijk ‘Uitwerkingskader Meldkamer’ € 0,5 mln. voor achterblijvende kosten overgemaakt (instemming AB 30 mei 2018). Met de vorming van deze reserve kunnen kosten als gevolg van de transitie worden opgevangen. Reserve gemeentelijke crisisbeheersing (bevolkingszorg) De reserve gemeentelijke crisisbeheersing is bij het vaststellen van de jaarrekening 2014 (AB 8 juli 2015) ontstaan. Ter implementatie van het regionale plan gemeentelijke crisisbeheersing zou in 2020 een programma starten van twee jaar. Vanwege Corona is dit traject opgeschoven.
Dit programma geeft gemeenten een gezamenlijk referentiekader voor onderdelen die elke gemeente lokaal vorm moet geven. Zo kunnen gemeenten kiezen bij welke activiteit zij actief betrokken zijn en bij welke zij alleen gebruik maken van uitwerkingen door en/of ervaringen van andere gemeenten (best practices/ kennisdeling). Realistisch oefenen Bij de vaststelling van de jaarrekening 2018 (AB april 2019) is een reserve ingesteld voor realistisch oefenen. Eén maal per twee á drie jaar wordt het gehele repressieve personeel realistisch geoefend. Via deze bestemmingsreserve worden de kosten geëgaliseerd over de jaren. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
17
Vanaf 2024 gaat de VRH ieder jaar met een deel van het personeel realistisch oefenen. De reserve zal worden afgebouwd. Bestemmingsreserve versterking crisisbeheersing In navolging van de evaluatie van de Wet Veiligheidsregio’s zijn landelijk bestuurlijke afspraken gemaakt om de crisisbeheersing en de informatiepositie te versterken. De VRH ontving in dit kader in 2023 € 1,6 mln extra BDUR specifiek bestemd voor de versterking van de toekomstige crisisbeheersing en de informatiepositie. De VRH heeft in overleg met politie en gemeenten gekozen voor versterking van de formatie voor crisisbeheersing en informatievoorziening. Invulling van deze extra aan te trekken formatie heeft met name in het laatste kwartaal van het jaar plaatsgevonden waardoor over 2023 een positief financieel resultaat is ontstaan van € 1,1 mln. Deze geoormerkte middelen worden gereserveerd voor besteding aan het doel versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie. Te bestemmen resultaat 2024 Het bestuur van de VRH resultaatbestemming.
zal
april
2024
in
haar
vergadering
besluiten
over
de
Risico’s De VRH onderkent een aantal niet afgedekte risico’s. Hieronder is aangegeven welke risico’s de VRH onderkent en in hoeverre, indien dit risico zich voordoet, een beroep wordt gedaan op de weerstandscapaciteit. Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst Per 1 januari 2006 is de FLO afgeschaft en vervangen door verplicht loopbaanbeleid voor personeel in bezwarende functies. Essentie van het loopbaanbeleid is dat medewerkers twintig jaar werkzaam zijn in een bezwarende functie en daarna overstappen naar een andere functie. Om dit mogelijk te maken investeren medewerker en werkgever in een passende beroepsopleiding. Vanaf 2021 worden er binnen de Veiligheidsregio verschillende initiatieven ontplooid om medewerkers in de operationele dienst hierbij te faciliteren. Indien de cao-afspraken in overleg met de vakbonden tussentijds niet worden aangepast zal hier vanaf nu rekening mee worden gehouden. Daarnaast kan de uitkomst van het Periodiek Preventief Medisch Onderzoek (PPMO) aangeven dat het voor een brandweermedewerker verstandig is eerder naar een nietbezwarende functie door te stromen. Tot nu toe is gebleken dat het percentage uitval door de PPMO zeer beperkt is. Het risico is berekend op € 116.000. Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) De Wnra regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde status krijgen als werknemers in het bedrijfsleven.
In dit kader komen bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten in de plaats van de huidige eenzijdige aanstellingen en zullen er cao’s moeten worden afgesloten in plaats van eenzijdig vastgestelde rechtspositieregelingen. De regeling is voor de brandweer nog niet van kracht. Binnen de brandweer wordt gewerkt met zowel beroepsmedewerkers als vrijwilligers. Vrijwilligers hebben momenteel een ambtelijke aanstelling, maar onderscheiden zich van andere ambtenaren doordat zij zijn uitgezonderd van veel wettelijke en rechtspositionele bepalingen. De Wnra kan leiden tot het (gedeeltelijk of volledig) einde van het huidige systeem van brandweervrijwilligers en een kostenstijging van 30% tot 50%. Voor de VRH met ruim 300 vrijwilligers zou dit circa € 600.000 per jaar bedragen. De veiligheidsregio’s hebben uitstel verkregen voor invoering van de Wnra om een oplossing te zoeken voor het knelpunt. Inmiddels hebben in opdracht van de Brandweerkamer van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van JenV onderzoeken Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
18
plaatsgevonden die zich richten op Europese en internationaalrechtelijke regels in relatie tot de huidige rechtspositie van de brandweervrijwilliger. Uit de onderzoeken blijkt dat, om een onderscheid in rechtspositie tussen vrijwilligers en beroepsbrandweermensen te handhaven, er ook onderscheid dient te zijn in aard van het werk, opleiding en arbeidsomstandigheden. De Minister van JenV doet samen met het Veiligheidsberaad vervolgonderzoek naar de mogelijkheden voor herinrichting van de brandweerzorg in Nederland waardoor het rechtspositionele onderscheid tussen beroepsbrandweermensen en vrijwilligers gehandhaafd kan blijven. Het berekende risico komt onveranderd uit op € 503.000. Structurele risico’s Niet verzekerbare risico’s Verzekeraars zijn steeds minder bereid om bepaalde risico’s te verzekeren. Zo zijn verzekeraars bijvoorbeeld gestopt met het aanbieden van de verzekering ter dekking van de predispositie voor brandweervrijwilligers. Predispositie is het risico dat een medewerker onder diensttijd letsel oploopt of overlijdt, zonder dat aangetoond kan worden dat dit veroorzaakt wordt door een dienstongeval. Ook is groot molest bijvoorbeeld voortkomend uit terrorismegevolgbestrijding niet verzekerbaar in Nederland.
In geval van schade (uitval van materieel en nazorg nabestaanden en personeel) kan een beroep worden gedaan op de Nederlandse Herverzekering maatschappij voor Terrorismeschade (NHT). Buiten dit heeft de veiligheidsregio een financiële buffer nodig om, indien er claims volgen die niet gedekt zijn door een verzekering, deze uit haar eigen middelen te kunnen dragen. Landelijk ontwikkelt de brandweer de mogelijkheid dergelijke risico's gezamenlijk af te dekken. De VRH volgt deze ontwikkelingen. Vooralsnog houdt de VRH rekening met een te dragen financieel restrisico. Het risico is berekend op € 260.000. Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers De VRH hecht er aan de brandweerzorg in Haaglanden te blijven verzorgen door een beroepsbezetting in combinatie met vrije-instroomvrijwilligers. De beschikbaarheid van de vrijwilligers in de dag-situatie wordt een steeds grotere uitdaging. Om de paraatheid te kunnen blijven garanderen wordt het verloop van de vrijwilligers permanent gemonitord en daar waar mogelijk beïnvloed. Naast wervingscampagnes wordt ook het bedrijfsleven actief benaderd. Zij kunnen medewerkers stimuleren toe te treden tot de brandweer om zodoende de beschikbaarheid te vergroten.
Daarnaast zijn vier posten opgeleid om te werken met variabele voertuigbezetting en wordt dagdienstpersoneel opgeleid als brandweervrijwilliger om overdag vanuit de Westlandse kazernes in de voertuigbezetting te kunnen voorzien. Dit vergroot onze flexibiliteit. Gezien de landelijke terugloop in aantallen vrijwilligers onderkent de VRH dat ondanks de inspanningen de werving niet volledig zal slagen. Het risico is berekend op € 315.000. Aansprakelijkheid dienstverlening De dienstverlening van de VRH is vastgelegd in procedures. Zo zijn kwaliteit en kwantiteit van de dienstverlening geborgd. Mocht de kwaliteit van de dienstverlening onverhoopt tekortschieten, dan is dit risico deels afgedekt via een WA-verzekering. De ervaring leert dat er sprake is van een restrisico (juridische kosten etc.). In het geval van een grieppandemie is de kwantiteit een risico. In dat geval wordt enerzijds de zorgvraag groter, anderzijds valt veel personeel wegens ziekte uit. Het risico is deels afgedekt door bijvoorbeeld het Draaiboek Grieppandemie en Afschaalmodel Brandweer. Het restrisico wordt geraamd op € 149.000 Cyberdreiging/digitale dreiging Organisaties binnen verschillende overheidslagen zijn slachtoffer geworden of hebben last ondervonden van een cyberaanval. De kans op een cyberaanval op de VRH wordt als reëel ingeschat.
De VRH beperkt dit risico door het nemen van technische en organisatorische maatregelen, onder andere middels afspraken met medewerkers, leveranciers en ketenpartners. Het risico van een aanval, waardoor gegevens mogelijk openbaar, ontoegankelijk of Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 19 AB 12 april 2024 – versie 1.0
onbetrouwbaar worden, is echter nooit volledig te voorkomen. We zien in de afgelopen jaren dat aanvallen complexer worden, waardoor het ontdekken van een lek en het uitvoeren van herstelwerkzaamheden meer capaciteit en expertise vraagt van een organisatie. Financiële gevolgen van een aanval, die ontstaan uit onder andere het doen van onderzoek, het aanschaffen van vervangend apparatuur en het herstellen van de omgeving, worden hiermee groter ingeschat dan voorgaande jaren. Daarnaast bestaat het risico dat er een datalek optreedt. Bij een datalek, dat veroorzaakt kan worden door een cyberaanval maar ook andere oorzaken kan hebben, kunnen persoonsgegevens in handen vallen van derden die geen recht hebben op toegang tot deze gegevens. Het vervolg risico voor de personen kan bestaan uit stigmatisering, schade aan de gezondheid, financiële schade of (identiteit)fraude. Dit kan ook gevolgen hebben voor de VRH. Dit risico legt een beslag op het weerstandsvermogen van € 279.000. Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW Voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid van medewerkers, het werkgeversrisico WGA (Wet Gedeeltelijke Arbeidsongeschiktheid), is de VRH eigen risicodrager. Dit is financieel voordeliger dan het volledig te verzekeren. Met ingang van 2017 is de regelgeving gewijzigd en omvat het eigen risicodragerschap ook de WGA–flex en de ZW.
Ook voor de gevolgen van de werkeloosheidswet is de VRH verplicht eigen risicodrager, dit betreft zowel tijdelijke als vaste medewerkers. In de budgetten is hier rekening mee gehouden. Echter deze keuze brengt wel een restrisico met zich mee. Het totale beslag op het weerstandvermogen is berekend op € 116.000 . Overgangsregeling FLO Begin 2018 is het akkoord “Reparatie FLO-overgangsrecht Brandweerpersoneel” door werkgevers en werknemers definitief ondertekend. Een nadere uitwerking van het akkoord betrof nog een tweetal zaken: ”loopbaanbeleid voor de ambtenaar met minder dan 20 dienstjaren op 1 januari 2006” en “verrekening van de door de werkgever opgebouwde levensloop tegoeden”. Het akkoord is in het voorjaar van 2019 definitief afgerond. Belangrijke essenties van de regeling is dat er in 2020 en 2021 versneld wordt gespaard (gebruik makend van de levensloopregeling) zodat zoveel mogelijk de fiscale boete van 52% wordt voorkomen. Daarnaast is sprake van een netto garantie voor de werknemer. De netto garantie en de complexe regeling maken de uitgaven lastig voorspelbaar. Wijzigingen in (fiscale) regels, maar ook de individuele keuzes van medewerkers (eerder of later uittreden, spaartegoed verdelen over of aan het einde van de FLO-periode) hebben direct effect op de uitgaven.
Recent heeft de werkgeversvereniging WVSV de veiligheidsregio's bericht dat de brandweer landelijk wordt geconfronteerd met een gewijzigde opstelling van de belastingdienst over FLO-spaarbedragen. Inmiddels zijn de gemeenten geïnformeerd over de RVU-heffing voor 2022 en 2023 van in totaal € 2 mln. Naar aanleiding van deze wijziging zijn de landelijke afspraken over het FLO-sparen herzien. De deelnemende gemeenten dragen individueel zorg voor een voorziening voor deze kosten en zijn separaat geïnformeerd over de indicatieve financiële effecten. In die zin is er voor de VRH geen sprake van een financieel risico. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle gekwantificeerde risico’s waarvoor geen bestemmingsreserves of voorzieningen zijn gevormd en die van materiële betekenis kunnen zijn. Deze ratio bedraagt nu 0,97 (1.682/1.738). De ratio is lager dan 1,00 (= precies voldoende) en dit betekent dat het weerstandsvermogen matig is. Voorgesteld wordt om € 56.000 toe te voegen vanuit het resultaat 2023 zodat het weerstandsvermogen voldoende is. Volledigheidshalve de toevoeging dat als risico’s zich onverhoopt tegelijkertijd voordoen en in de maximale omvang, deze de gewenste weerstandscapaciteit te boven gaan. Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
20
Tabel 5 Risicoberekening
(bedragen in duizenden euro's)
Risico’s versus weerstandscapaciteit Incidentele risico’s Loopbaanbeleid operationele dienst
116
Wet normering rechtspositie ambtenaren
503
Structurele risico’s Niet verzekerbare risico's
260
Ontwikkelingen vrije instroom vrijwilligers
315
Aansprakelijkheid dienstverlening
149
Cyberdreiging / digitale veiligheid
279
Gemiddeld werkgeversrisico WGA/WW
116
Geïdentificeerde niet afgedekte risico’s – gewenste weerstandscapaciteit
1.738
Beschikbare weerstandscapaciteit Voorstel toevoeging uit voordelig resultaat
1.682 56
Weerstandscapaciteit na voorgestelde resultaatbestemming
1.738
1.682 +56 (voorstel verhoging) Ratio weerstandsvermogen = ---------------------------------------------1.738 Tabel 6. Ratio weerstandvermogen
= 1,00
(x) betekenis
Betekenis
Ratio weerstandsvermogen
Uitstekend
> 2,0
Ruim voldoende
1,4 < x < 2,0
Voldoende
1,0 < x < 1,4
Matig
0,8 < x < 1,0
Onvoldoende
0,6 < x < 0,8
Ruim onvoldoende
< 0,6
Het rijk heeft een regeling gepubliceerd over financiële kengetallen. Deze kengetallen moeten de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen in de begroting en jaarverslag opnemen. Er worden in dit besluit zes kengetallen benoemd. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn voor de VRH niet van toepassing. De overige zijn in onderstaande tabel opgenomen. Tabel 7. Financiële kengetallen rekening 2023
begroting 2024
begroting 2025
Netto schuldquote
43,9%
56,6%
61,6%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
43,9%
56,6%
61,6%
Solvabiliteitsratio
5,5%
4,3%
4,0%
Structurele exploitatieruimte
3,7%
0,0%
0,0%
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
21
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de netto schuldenlast van de VRH ten opzichte van de baten. Het niveau van de netto schuldquote is gemiddeld. De quote stijgt vanwege de financiering van de vervanging van brandweermaterieel. De solvabiliteitsratio geeft aan in hoeverre de VRH aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De veiligheidsregio zelf heeft een beperkt eigen vermogen, omdat gemeenten garant staan voor eventuele risico’s. Als gevolg hiervan is een ratio van < 10% aanvaardbaar. De structurele exploitatieruimte geeft aan in hoeverre de VRH tegenvallers kan opvangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. De flexibiliteit is beperkt. 4.3
Onderhoud kapitaalgoederen
Panden De VRH heeft een 24-tal panden in gebruik. De kazernes in Den Haag (6), Delft (1), Rijswijk (1), Leidschendam-Voorburg (1), Pijnacker-Nootdorp (1), Wassenaar (1) en Zoetermeer Oosterheem (1) zijn in eigendom van de VRH. De overige kazernes in Midden-Delfland (3), Westland (7) en Zoetermeer Stadshart (1) worden net als de Yp (1) gehuurd. Op 4 locaties zijn flexibele kantoor werkplekken beschikbaar. Op diverse kazernes in Midden-Delfland en Westland zijn werkplekken beschikbaar voor opstappers en ondersteuners. Op basis van het in 2020 geactualiseerde duurzame meerjarige onderhoudsplan (DMJOP), is de dotatie vastgesteld op € 1.071.000. De activiteiten in het onderhoudsplan garanderen dat de panden op het onderhoudsniveau 3 (voldoende) blijven. Hierbij is gedacht aan lange termijn functionaliteit, veiligheid, maar ook aan duurzaamheid en reductie van energieverbruik. Bij het gunnen van langjarige onderhoudscontracten voor installatieonderhoud is verduurzaming een speerpunt. In 2024 wordt het DMJOP geactualiseerd. Veranderingen in wet- en regelgeving maken dat er extra uitgaven verwacht worden in groot onderhoud om te voldoen aan de Erkende Maatregelenlijst (EML) en Energie Efficiency Richtlijn (EED) verplichtingen. De fluctuatie in de uitgaven wordt opgevangen via de voorziening groot onderhoud. Hiervoor geldt een ondergrens van € 25.000 per activiteit.
Overig onderhoud valt onder de reguliere exploitatie. Het verloop tot en met 2025 is in onderstaande tabel weergegeven. De dotatie (toename) aan de voorziening is trendmatig verhoogd. Voor het verdere verloop tot 2028 wordt verwezen naar bijlage 7.7. Tabel 8. Voorziening groot onderhoud
(bedragen in duizenden euro's)
Rekening 2023
Begroting 2024 Toename
Onttrekking
Begroting 2025 Eindstand
Toename
Onttrekking
Eindstand
Voorziening groot onderhoud
3.982
1.100
1.045
4.037
1.145
1.203
3.979
Voorzieningen VRH
3.982
1.100
1.045
4.037
1.145
1.203
3.979
Overige kapitaalgoederen De VRH heeft ook voor het voertuigenbestand, waaronder 73 1e-lijns voertuigen zoals tankautospuiten, en de overige repressieve middelen een meerjarig investeringsplan en een onderhoudsplanning vastgesteld. De onderhoudsplanning omvat ook de verplichte keuringen en certificeringen van het operationeel materiaal. Het onderhoudswerk wordt grotendeels in eigen beheer gedaan. In tegenstelling tot panden zijn de jaarlijkse kosten redelijk stabiel en worden de kosten gedekt uit de jaarlijkse exploitatiebudgetten onderhoud voertuigen en materiaal.
Meerjarenbegroting VRH 2025-2028 AB 12 april 2024 – versie 1.0
22
4.4
Financiering
Voor de financiering van de investeringen in materiële vaste activa trekt de VRH langlopende leningen aan. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare eigen middelen. Per eind 2023 is de stand van de lening portefeuille van de VRH € 41,0 mln. Voor de financiering worden de kaders vanuit het Treasurystatuut gevolgd. Het statuut heeft rekening gehouden met de laatste ontwikkelingen. Het treasurybeleid van de VRH is gebonden aan richtlijnen, die aangeven dat alle overtollige liquide middelen dagelijks afgestort moeten worden op de rekening bij de Rijks schatkist. In bijlage 7.5 liquiditeitsplanning is de liquiditeitsverwachting berekend. De interne rentetoerekening van de VRH is in 2025 gebaseerd op 3,0%. Tabel 9. Renteschema