CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3913 bijlage 3. Toelichting GR VRH 2025

Commissie Samenleving 23 september 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel zienswijze op ontwerp wijziging GR Veiligheidsregio Haaglanden 20254.014 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025 Op grond van artikel 8 en verder van de Wet veiligheidsregio’s, zijn de colleges van burgemeester en wethouders in de regio Haaglanden ertoe verplicht om een veiligheidsregio in het leven te roepen die belast is met taken op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in 2022 maakt actualisering van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk. Zo dient een gemeenschappelijke regeling vanaf 2024 te regelen: -

of en hoe participatie van burgers mogelijk is bij besluitvorming binnen een gemeenschappelijke regeling; over welke voorgenomen besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling zienswijzen bij de gemeenteraden ingewonnen worden; hoe aan de actieve informatieplicht van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling naar deelnemende gemeenten invulling gegeven wordt; dat termijnen voor het inwinnen van zienswijzen bij de gemeenteraden over de conceptbegroting zijn verruimd; of, en hoe de regeling geëvalueerd wordt; dat gevolgen van uittreding uit de gemeenschappelijke regeling inzichtelijk worden.

In 2022 is besloten om de verwerking van de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling die nodig zijn in verband met de wijziging van de van de Wet gemeenschappelijke regelingen, gelijk te laten oplopen met de wijziging van de gemeenschappelijke regeling die noodzakelijk is in verband met de bestuurlijke herpositionering van de Meldkamer Ambulance zorg (zie hieronder) . Daarnaast is extern juridisch advies ingewonnen over de gemeenschappelijke regeling. Naar aanleiding van dit advies wordt voorgesteld ook enkele andere aanpassingen in de regeling door te voeren. Zo wordt voorgesteld om de indeling van de regeling te wijzigen, de formulering van bepalingen te herzien en redactionele wijzigingen met betrekking tot het gebruik van lidwoorden en hoofdlettergebruik door te voeren. Alle artikelen zijn weer voorzien van doorlopende nummering en verwijzingen naar artikelen elders in de tekst zijn bijgewerkt.

Overgang meldkamer ambulancezorg naar de gemeente Den Haag - GGD Haaglanden Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ambulancezorgvoorzieningen (art. 6, lid 3) op 1 januari 2021 dient de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) juridisch belegd te zijn bij de regionale vergunninghouder. Voor deze regio is deze vergunninghouder de Regionale Ambulancevoorziening Haaglanden (RAVH). De RAVH is een coöperatie bestaande uit het Witte Kruis, Ambulancezorg Zoetermeer en de Gemeente Den Haag-GGD Haaglanden. De MKA voldoet op dit punt niet aan deze gewijzigde wetgeving, aangezien deze meldkamertaak in Haaglanden niet door de RAVH wordt uitgevoerd maar door de VRH. De VRH doet dit op basis van een service level agreement met de RAVH. Om te voldoen aan de nieuwe Wet ambulancezorgvoorzieningen, zijn de VRH, RAVH en Gemeente Den Haag-GGD Haaglanden overeengekomen de meldkamertaak per xxx over te dragen aan de Gemeente Den Haag-GGD Haaglanden als onderdeel van de RAVH. Met deze overdracht wordt voldaan aan de nieuwe wettelijke eis, maar ook aan de wens van het algemeen bestuur van de VRH om publieke sturing op deze meldkamer te borgen. Immers, de Gemeente Den Haag-GGD Haaglanden is het publieke lid van de RAVH. De overdracht laat onveranderd dat de directeur publieke gezondheid ambtelijk verantwoordelijk is voor de aansturing van de meldkamer ambulancezorg.

Daarmee blijft ook een goede aansluiting tussen ‘zorg’ (via de GGD) en ‘veiligheid’ (via de Veiligheidsregio en veiligheidsdirectie) op ambtelijk niveau behouden. 1

In de nieuwe gemeenschappelijke regeling zijn in verband met de overgang, het oude artikel 18 over de directeur publieke gezondheid en het onderdeel van artikel 28 waarin als inkomstenbron voor de veiligheidsregio een bijdrage van de RAVH vermeld stond, geschrapt. Ook een verwijzing naar de Wet klachtrecht cliënten zorginstellingen is om deze reden achterhaald en geschrapt.

Toelichting per onderdeel Aanhef van de gemeenschappelijke regeling In de aanhef van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2016 wordt verwezen naar wetten die inmiddels niet meer bestaan, zoals de Tijdelijke wet ambulancezorg en de Wet toelating zorginstellingen. Omdat de Veiligheidsregio Haaglanden in de toekomst niet langer de meldkamer ambulancezorg onder haar hoede zal hebben, is het niet noodzakelijk in de aanhef de opvolger van deze wetgeving (de Wet ambulancezorgvoorzieningen) te benoemen. Verder wordt de gemeenschappelijke regeling hernoemd: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2025. Artikel 1. Begripsbepalingen De deelnemende gemeenten aan de gemeenschappelijke regeling zijn opgesomd. De gemeenten die deelnemen zijn niet veranderd. Een verwijzing naar een andere bepaling uit de gemeenschappelijke regeling waarin de deelnemende gemeenten werden omschreven, was niet meer correct. Er zijn definities van de begrippen “raden” en “colleges” toegevoegd zodat duidelijk is dat wanneer in de tekst verwezen wordt naar deze begrippen, het gaat om raden en colleges van de deelnemende gemeenten. Voorts is het begrip “wet” toegevoegd. Het begrip “brandweerkamer” is geschrapt omdat deze niet meer bestaat.

De werkgeversrol bij de totstandkoming van arbeidsvoorwaarden wordt namelijk sinds 2022 ingevuld door de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s. Artikel 2. Instelling, plaats van vestiging en belang Met deze regeling wordt overeenkomstig artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam in het leven geroepen. Op grond van artikel 10 van de Wet gemeenschappelijke regelingen vermeldt een gemeenschappelijke regeling het belang ter behartiging waarvan zij getroffen is en de plaats van vestiging. In het derde lid is tot uitdrukking gebracht dat de Veiligheidsregio Haaglanden op haar taakgebied het regionale, gezamenlijke belang behartigt van de deelnemende gemeenten. Voor het overige is de bepaling ongewijzigd. Artikel 3. Overdracht van taken en bevoegdheden De hoofdtaak van Veiligheidsregio Haaglanden staat omschreven in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. Het opdragen van deze taken is wettelijk voorgeschreven in de Wet veiligheidsregio’s. Deze bepaling is ongewijzigd. Het tweede lid van deze bepaling gaat over de mogelijkheid van het overdragen van extra taken. In de oude bepaling stond dat het bestuur diende in te stemmen met de overdracht van de extra taak. Dit is echter niet correct.

Op grond van artikel 10, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen kunnen gemeentebesturen namelijk eenzijdig besluiten om bevoegdheden aan een gemeenschappelijke regeling over te dragen. De zinsnede over de instemming door het algemeen bestuur is daarom verwijderd. Een overdracht laat echter onverlet dat het algemeen bestuur vervolgens gaat over de invulling en de financiële consequenties van de (extra) taakuitvoering. Bij het algemeen bestuur ligt immers het budgetrecht (art. 34 Wgr).

2

Naast een overdracht van taken kunnen één of meerdere gemeenten en de VRH ook de uitvoering van een taak overeenkomen. Dit is het geval in Den Haag: de VRH voert hier namens deze gemeente de taak op het gebied van strandveiligheid uit. De overeenkomst tussen de betreffende gemeente(n) en de VRH ziet onder andere toe op de financiering van de extra taak. De uitvoering van deze taak betreft dus lokaal maatwerk. Artikel 4. Vergaderingen algemeen bestuur Deze bepaling beschrijft in grote lijnen de samenwerking binnen het algemeen bestuur. In artikel 11, lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s is dwingend bepaald dat het bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten. In artikel 4 van deze gemeenschappelijke regeling is vastgelegd hoe vaak het bestuur minimaal bijeenkomt, hoe de leden van de vergadering worden uitgenodigd en dat de stukken met de uitnodiging verzonden worden. Aan de vergadering nemen ook leden van de Veiligheidsdirectie (zie art. 20) deel. Deze leden nemen deel als adviseur en hebben dus geen stemrecht. Op grond van artikel 12 van de Wet veiligheidsregio’s worden ook de hoofdofficier van Justitie en de voorzitter van het waterschap (dijkgraaf) uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van het bestuur. Hierbij bepalen de voorzitters van de inliggende waterschappen wie van hen deelneemt aan de vergaderingen.

Op grond van artikel 13 van de Wet veiligheidsregio’s wordt ook (een vertegenwoordiging van) de Commissaris van de Koning uitgenodigd om bij de vergaderingen aanwezig te zijn. De bepaling is gewijzigd doordat een onderdeel dat voorheen in het artikel over de voorzitter stond, is ingevoegd als tweede lid in deze bepaling. Dit omdat hierin geregeld is hoe de vergaderingen van het algemeen bestuur worden geïnitieerd. Artikel 5. Besloten vergadering Op grond van artikel 4 zijn de vergaderingen van het algemeen bestuur in beginsel openbaar. In deze bepaling is aangegeven dat over een aantal onderwerpen geen besluiten worden genomen in beslotenheid. Het betreffen met name de vaststelling van de begroting en de rekening en de besluitvorming over verordeningen. In de oude bepaling stond een aantal besluiten opgesomd dat niet tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoort, maar berust bij het dagelijks bestuur of zelfs bij de deelnemende colleges. Deze bevoegdheden zijn geschrapt. Artikel 6. Stemverhouding Het gewicht van de stemmen van de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling verschilt en is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeenten. Conform de Wet veiligheidsregio’s heeft bij stakende stemmen de voorzitter de doorslaggevende stem.

Uiteraard kan in een voorkomend geval, door middel van een ordevoorstel, de stemming worden aangehouden tot een nader moment. Deze bepaling is ongewijzigd ten opzichte van de vorige gemeenschappelijke regeling. Artikel 7. Quorum Op grond van artikel 22, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen j° artikel 20 van de Gemeentewet kan een vergadering van het algemeen bestuur alleen doorgaan als de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is. In aanvulling hierop bepaalt artikel 9 van deze regeling dat deze helft ook minimaal het stemgewicht moet vertegenwoordigen. De vorige versie van de gemeenschappelijke regeling bevatte de mogelijkheid om wanneer in de vergadering te weinig leden bijeen waren om het quorum te halen, een schriftelijke

3

besluitvormingsronde te laten plaatsvinden. Deze mogelijkheid is echter in strijd met de Wet gemeenschappelijke regelingen en is derhalve geschrapt. Artikel 8. Oprichten en deelnemen in privaatrechtelijke rechtspersonen De Veiligheidsregio Haaglanden is bevoegd om privaatrechtelijke rechtspersonen op te richten en er in deel te nemen. Deze bevoegdheid laat onverlet dat raden – overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regelingen – eerst worden uitgenodigd om wensen en bedenkingen ten aanzien van deze oprichting of deelname kenbaar te maken. Van deze bestaande bevoegdheid is gebruik gemaakt bij de recente deelname van de veiligheidsregio in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s en bij de deelname aan het landelijk expertisebureau risicomanagement voor veiligheidsregio’s. De bepaling is alleen vernummerd. Artikel 9. Zienswijzen Op grond van wettelijke bepalingen dienen de volgende voorgenomen besluiten van het bestuur te worden voorgelegd aan de gemeenteraden van de inliggende gemeenten: -

-

Voorstellen tot wijzigen van de gemeenschappelijke regeling (art. 1, lid 3 Wet gemeenschappelijke regelingen); Het ontwerp van de begroting (art. 35 Wet gemeenschappelijke regelingen); Oprichten of deelnemen in rechtspersoon (art. 31a Wet gemeenschappelijke regelingen); Instellen van adviescommissies met raadsleden op grond van artikel 24a Wet gemeenschappelijke regelingen of commissies op grond van artikel 25 Wet gemeenschappelijke regelingen; Het beleidsplan op grond van art. 14, lid 2a Wet veiligheidsregio’s; Risicoprofiel op grond van artikel 15, lid 3 Wet veiligheidsregio’s

Artikel 10, lid 5 van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft nu voor dat een gemeenschappelijke regeling in aanvulling hierop dient te bepalen welke andere besluiten voor het inwinnen van zienswijzen of bedenkingen aan de gemeenteraden dienen te worden voorgelegd. In deze regeling wordt bepaald dat het aan het algemeen bestuur is om te besluiten of in aanvulling op de wettelijke verplichte voorbereidingsprocedures waarbij de raden worden betrokken ook andere voorgenomen besluiten aan de raden voor een zienswijze worden voorgelegd. Artikel 10. Participatie Deze bepaling is nieuw en geeft invulling aan de nieuwe verplichting op grond van artikel 10, lid 7 van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen om aan te geven hoe ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid betrokken worden. De ontwerp-bepaling draagt het algemeen bestuur op om in haar reglement van orde vast te leggen wanneer en op welke wijze inspraak voor burgers mogelijk wordt gemaakt. Artikel 11. Samenstelling dagelijks bestuur Op grond van artikel 14 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat het dagelijks bestuur uit de voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, met inachtneming van het daaromtrent in de regeling bepaalde.

Deze bepaling stond in de vorige versie van de gemeenschappelijke regeling in het hoofdstuk over het algemeen bestuur. De huidige plaats is logischer. De gemeenschappelijke regeling is aangevuld met de bepaling dat de portefeuillehouder financiën en de portefeuillehouder personeelszaken lid zijn van het dagelijks bestuur. De bepaling laat ruimte voor meer leden. Deze bepaling betekent in de huidige praktijk dat – aanvullend op bovenvermelde leden – ook de vaste plaatsvervangend voorzitter van de Veiligheidsregio Haaglanden lid is van het dagelijks bestuur.

4

Voorts is een storende fout gecorrigeerd: de laatste zinsnede (“na een besluit daartoe van het algemeen bestuur”) was ten onrechte als onderdeel c. in een opsomming opgenomen. Artikel 12. Vergaderingen van het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur is vrij om te bepalen hoe vaak zij bijeenkomt. In de praktijk wordt een vergadering van het algemeen bestuur vooraf gegaan door een vergadering van het dagelijks bestuur. De bepalingen over de goedkeuring van het reglement van het dagelijks bestuur zijn geschrapt. Het algemeen bestuur heeft hierover geen zeggenschap omdat daarvoor geen wettelijke grondslag als bedoeld in artikel 10:26 Algemene wet bestuursrecht is. Het verstrekken van inlichtingen door het bestuur aan de raden en colleges is in de artikelen 12 en 13 geregeld. De bepaling dat het verstrekken van inlichtingen door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur in het reglement van het dagelijks bestuur staat, is geschrapt. Een dergelijke bepaling hoort naar zijn aard thuis in het reglement van het algemeen bestuur. Artikel 13 en 14. Informatie en verantwoording aan de gemeenteraad De artikelen 13 en 14 regelen de informatie en verantwoording door zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur aan raden en colleges van de deelnemende gemeenten.

Op grond van artikel 17 van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen dient in een gemeenschappelijke regeling te worden vastgelegd op welke wijze door de raad gevraagde inlichtingen worden verstrekt. In artikel 14 van deze regeling is daarom bepaald dat in het reglement van orde van het algemeen bestuur wordt omschreven hoe de procedure is. Artikel 15. De voorzitter De voorzitter van het bestuur wordt, gehoord het algemeen bestuur, bij koninklijk besluit benoemd uit de burgemeesters van de gemeenten in de regio. De voorzitter kan ook alleen bij koninklijk besluit worden geschorst en ontslagen. De commissaris van de Koning wordt om advies gevraagd. In de gemeenschappelijke regeling is in aanvulling op de Wet gemeenschappelijke regelingen vastgelegd dat hij stukken die uitgaan van het algemeen of het dagelijks bestuur, ondertekent. Ten opzichte van de vorige versie van de gemeenschappelijke regeling zijn de bepalingen geschrapt waarbij de voorzitter belast was met de uitvoering van besluiten van het algemeen bestuur. De voorzitter is niet verantwoordelijk voor uitvoering van besluiten van het algemeen bestuur, noch van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is op grond van artikel 33b, lid 1 onder b van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoordelijk voor de uitvoering van besluiten van het algemeen bestuur.

De bepalingen over de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het uitnodigingen voor de vergaderingen van het bestuur zijn verplaatst naar artikel 4 van de regeling. Artikel en 16 en 17. Taak en aansturing secretaris De positie van de secretaris is enigszins vergelijkbaar met die van een gemeentesecretaris. Binnen de Veiligheidsregio Haaglanden wordt de positie van secretaris vervuld door de commandant brandweer. Plaatsvervangend secretaris is de directeur publieke gezondheid. Onder de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2016 wordt de secretaris aangewezen door het algemeen bestuur. Omdat de werkgeversrol in artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen is toegewezen aan het dagelijks bestuur en niet aan het algemeen bestuur, zijn de artikelen 16 en 17 aangepast. Artikel 18. Organisatieonderdelen In dit artikel zijn de organisatieonderdelen, de belangrijkste functionarissen en samenwerkingsverbanden van de veiligheidsregio opgesomd. In de volgende bepalingen van de regeling worden deze verder behandeld. 5

Deze bepaling is aangepast in verband met de wijziging van artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s. De veiligheidsregio is daardoor niet langer verantwoordelijk voor instandhouding van de gemeenschappelijke meldkamer. Die verantwoordelijkheid ligt thans bij de Nationale Politie. Dit onderdeel van deze bepaling kan daarmee vervallen, net als de functie ‘directeur van de meldkamer’. Artikel 19. Regelen van de organisatie Binnen de Veiligheidsregio Haaglanden geldt een organisatieverordening. In de organisatieverordening worden de verhouding tussen de verschillende onderdelen vastgelegd en de verantwoordelijkheden van de diverse functionarissen uitgewerkt. Uit de regeling is de bepaling over de directeur van de meldkamer geschrapt omdat veiligheidsregio’s op grond van de wet niet langer verantwoordelijk zijn voor instandhouding van de meldkamer. Voor het overige is deze bepaling ongewijzigd. Artikel 20. Dienstverlening (niet wettelijke taken) Een voorbeeld van de uitvoering van niet wettelijke taken door de brandweer ten behoeve van derden, is het assisteren van ambulances bij het vervoer van personen. Voor dergelijke diensten kunnen de kosten op contractbasis bij degene die deze diensten afnemen, in rekening worden gebracht. Deze bepaling is ongewijzigd ten opzichte van de voorgaande gemeenschappelijke regeling. Artikel 21.

De veiligheidsdirectie De taak van de veiligheidsdirectie (bestaande uit commandant brandweer, directeur publieke gezondheid, de coördinerend functionaris, en de chef van de politie-eenheid Den Haag) is om op het hoogste ambtelijke niveau afstemming te bewerkstelligen over de voorbereiding op grootschalig en/ of bijzonder optreden van hulpdiensten, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De veiligheidsdirectie is op dit punt de eerste adviseur van het algemeen bestuur. Van de punten die in de Wet veiligheidsregio’s genoemd worden waarop samenwerking of overleg tussen politie en veiligheidsregio verplicht is, is in deze gemeenschappelijke regeling bepaald dat de voorbereiding van de bestuurlijke besluitvorming en de afstemming rond de uitvoering van deze onderwerpen loopt via de veiligheidsdirectie. De veiligheidsdirectie houdt zich in de praktijk bezig met alle onderwerpen die vanuit de verschillende hulpdiensten inbreng vergen. Ten opzichte van de vorige versie is de bepaling over de directeur meldkamer geschrapt in verband met de eerder genoemde wijziging van artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s. De verschillende crisispartners zoals het OM, defensie en waterschappen zijn uit oogpunt van flexibiliteit niet meer afzonderlijk benoemd. Artikel 22. Instelling commissies De artikelen 24, 24a en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen gaan over commissies.

Deze bepalingen bevatten het kader voor de bevoegdheid tot instelling van adviescommissies en commissie die belangen behartigen. Nieuw is artikel 24a van deze wet. Op grond van deze bepaling kunnen adviescommissies samengesteld worden op voorstel van raden van deelnemende gemeenten. De Veiligheidsregio Haaglanden beschikte al over een dergelijke commissie, te weten de adviescommissie financiën (zie artikel 23). In deze bepaling is artikel 24a Wet gemeenschappelijke regelingen nu mede als grondslag opgenomen. Artikel 23. Adviescommissie financiën Binnen Veiligheidsregio Haaglanden is al bij de oprichting een commissie, bestaande uit raadsleden van de deelnemende gemeenten in het leven geroepen. De commissie heeft tot taak om aan de hand van de jaarrekening, het jaarverslag, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de begroting het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Haaglanden te adviseren over het financiële beheer en beleid. Daarnaast adviseert de commissie het algemeen bestuur over uit te voeren

6

doelmatigheidsonderzoeken. Het gaat om een commissie die voldoet aan de omschrijving van het nieuwe artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ten opzichte van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Haaglanden 2016 is het eerste lid van de bepaling over de instelling van de commissie redactioneel verbeterd. Deze wijziging heeft echter geen invloed op taken en bevoegdheden van de commissie. Artikel 24. Commissie van advies voor de rampenbestrijding Deze commissie bestaat uit de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten en adviseert het bestuur over de voorbereiding en uitvoering van de gemeentelijke processen bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing, en over de aansluiting van deze processen op die van de hulpdiensten. De bepaling is verduidelijkt. Artikel 25. Begroting De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 34 dat de begroting jaarlijks voor 15 september aan de raden van de deelnemende gemeente dient te worden toegezonden. Dat was in het verleden 1 augustus. Daaraan voorafgaand wordt een ontwerpbegroting gemaakt (o.g.v. artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Deze gaat vergezeld van de voorlopige jaarrekening en de algemene financiële kaders naar de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen bij het dagelijks bestuur van de regio over de ontwerpbegroting een zienswijze indienen.

In het verleden hadden de raden hiervoor 8 weken de tijd. Op grond het gewijzigde artikel 35 hebben de raden thans 12 weken gelegenheid voor het geven van een zienswijze. Deze bepaling is ten opzichte van de vorige versie van de gemeenschappelijke regeling tekstueel aanmerkelijk versimpeld. De oude bepaling bevatte bijna louter herhalingen van regels uit de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het voordeel van het inkorten is dat toekomstige wijzigingen in de hogere regelgeving, minder snel wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk maken. De aanpassing van de termijnen uit de wet rond de voorbereiding van de begroting hoeven op deze wijze niet meer in de tekst van de regeling te worden verwerkt. Inhoudelijk heeft deze wijziging geen consequenties voor de procedure in het kader van de vaststelling van de begroting. Artikel 26. Rekening Ook deze bepaling is aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. De rekening dient op grond van artikel 34, vierde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen voor 15 juli aan Gedeputeerde Staten te worden gezonden. Omdat deze uiterste datum al in de Wet gemeenschappelijke regelingen genoemd is, is het niet nodig om de datum in deze bepaling te vermelden. Artikel 27. Baten en lasten Dit artikel bevat een overzicht van de inkomsten van Veiligheidsregio Haaglanden.

Met de overgang van de Meldkamer ambulancezorg naar de Gemeente Den Haag-GGD Haaglanden, zijn er geen reguliere inkomsten meer van de RAVH. Deze zijn daarom uit het overzicht verwijderd. Het artikel is verder ongewijzigd. Artikel 28. Financiële voorschriften Deze bepaling spreekt voor zich en is ongewijzigd. Artikel 29. Archief In dit artikel is een regeling getroffen voor het archiefbeheer van de Veiligheidsregio Haaglanden. Daarmee is invulling gegeven aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Archiefwet 1995. Voorts is een voorziening opgenomen om ervoor te zorgen dat er voor bepaalde archiefstukken beperkingen aan de openbaarheid kunnen worden gesteld. 7

Verwacht wordt dat binnen afzienbare tijd een nieuwe Archiefwet van kracht zal zijn. Anticiperend daarop wordt het beheer van het archief opgedragen aan het dagelijks bestuur in plaats van aan het algemeen bestuur. De verwijzing naar de Archiefwet 1995 wordt daarom geschrapt. Voorts is een foute verwijzing naar artikelleden binnen de bepaling gecorrigeerd. Artikel 30. Behandeling van klachten De verplichting om klachten te behandelen berust op zowel het dagelijks als het algemeen bestuur. De tekst van het eerste lid is daarom opnieuw geformuleerd waarbij aansluiting bij artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht is gezocht. Het tweede lid bevatte in de vorige versie van de gemeenschappelijke regeling een verwijzing naar de Wet klachtrecht cliënten zorginstellingen. Met de overgang van de meldkamer ambulancezorg naar de gemeente Den Haag-GGD Haaglanden kan deze verwijzing vervallen. Artikel 31. Toe- en uittreding Deelnemen van colleges aan de veiligheidsregio’s is een bij wet opgelegde verplichting. Het uittreden kan derhalve alleen als de bijlage bij artikel 8 van de Wet veiligheidsregio wordt aangepast. De voorbereiding van het regelen van de gevolgen in deze bijzondere situatie, kan het beste worden overgelaten aan de het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio in overleg met de uittredende gemeente.

Hierover vooraf zaken vastleggen is praktisch onmogelijk omdat de deelnemers en hun inbreng aan de gemeenschappelijke regeling zeer van elkaar verschillen. In de leden 1 en 2 is in de tekst duidelijker tot uitdrukking gebracht dat het om een verplichte gemeenschappelijke regeling gaat. In het vierde lid is expliciet tot uitdrukking gebracht dat de gevolgen voor het vermogen in het voorstel voor de financiële afwikkeling worden meegenomen. In het oude vijfde lid was ten onrechte bepaald dat de meerderheid van de colleges dienen in te stemmen met uittreding. Dat is juridisch onjuist. Alleen over de gevolgen dient overeenstemming te worden bereikt. Wanneer partijen daar niet in slagen wordt het geschil overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regeling aan gedeputeerde staten voorgelegd. Artikel 32. Evaluatie, wijziging of opheffing Op grond van artikel 11a van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt een gemeenschappelijke regeling bepalingen in omtrent de evaluatie van de regeling. Ter uitvoering van deze verplichting is in artikel 32, lid 1 van de gemeenschappelijke regeling de bepaling opgenomen dat het algemeen bestuur kan besluiten tot evaluatie van de regeling. Artikel 33 en 34. Inwerkingtreding en bekendmaking en citeertitel Deze bepalingen behoeven geen toelichting en spreken voor zich.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=42a631ea-6b50-418c-bf11-ad8a88d525e2