CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3898 Visie op de Sociale Basis

Commissie Samenleving 25 november 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Visie op de sociale basis10.417 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Visie op de Sociale Basis

1

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Inhoud Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5 Hoofdstuk 1: Wat is de sociale basis?........................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2: Situatieschets ..............................................................................................................................................................11 Hoofdstuk 3: Wat te versterken in de sociale basis?.......................................................................................................15 Hoofdstuk 4: Hoe de sociale basis te versterken? ........................................................................................................... 21 Hoofdstuk 5: De huidige koers ....................................................................................................................................................... 25

2

3

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Inleiding Werken aan een sterke sociale basis: dat is misschien wel de kern van de missie die de gemeente heeft te vervullen in het sociaal domein. Maar wat is nu precies “de sociale basis”, hoe kan deze worden versterkt en wat merken de inwoners daarvan in hun dagelijks leven? Wat is de rol van de inwoner? Hoe stuurt de gemeente op het versterken van de sociale basis en hoe krijgt de samenleving zelf ruimte om haar gemeenschapskracht in te zetten? En in welke context moet de sociale basis worden geplaatst?

sociale netwerk (samenredzaamheid) • De inwoner heeft het gevoel dat hij de baas is over zijn eigen leven (zelfregie) Daarbij geldt dat, als het de inwoner zelf (even) niet lukt en ook niet met behulp van zijn sociale netwerk, er een rol weggelegd is voor de (lokale) overheid om de nodige ondersteuning te bieden. Het streven naar zelfredzaamheid, samenredzaamheid en zelfregie staat náást het plichtsbesef dat de gemeente adequate professionele hulp moet bieden als inwoners dat nodig hebben. Het streven van de gemeente is daarmee dus ook een toekomstbestendig vangnet bieden dat inwoners helpt om mee te (blijven) doen in de samenleving en het beste uit zichzelf te blijven halen.

Maatschappelijke ontwikkelingen vragen om het maken van keuzes en om een meer effectieve gemeentelijke sturing op de doelen die zijn gesteld voor het sociaal domein. Het beroep op ondersteuning neemt toe, bijvoorbeeld als gevolg van vergrijzing en individualisering. Ook de omvang en ernst van problematiek nemen toe. De hulpverlening staat onder druk en het stelsel dreigt onhoudbaar te worden. Om inwoners nu en in de toekomst goed te kunnen blijven ondersteunen, is het noodzakelijk dat de gemeente meer regie voert en sterker stuurt op het ondersteuningsaanbod. Daar hoort bij dat de gemeente ook de maatschappelijke kracht van de gemeenschap meer aanboort en dit ook uitdraagt.

Om een in relatief korte tijd een hanteerbare visie te kunnen maken, is als scope het geheel van vrij toegankelijke voorzieningen in het sociaal domein gekozen. Dit neemt niet weg dat ook bijvoorbeeld het maatschappelijk vastgoed, de ruimtelijke ontwikkeling en de openbare ruimte ertoe doen voor een sterke sociale basis. Die krijgen aandacht in beleidsdocumenten die nog volgen. In de visie wordt beschreven hoe het lokale stelsel van vrij toegankelijke ondersteuning eruit ziet, hoe de huidige koers en het huidige aanbod eruit ziet, hoe de gemeente hier in de toekomst op wil sturen en welke keuzes en uitgangspunten hieraan ten grondslag liggen. Zo wordt meer richting gegeven aan het toekomstig aanbod van voorzieningen en de rol van de gemeente, zodat een meer toekomstbestendig ondersteuningsstelsel ontstaat.

Visie op de sociale basis Bij de vaststelling van de startnotitie over de herziening van de systematiek voor maatschappelijke subsidies (3769), heeft de gemeenteraad in het amendement sociale basis (ID 288) bepaald dat, voor het kunnen vaststellen van een subsidieverordening die een sterke sociale basis als uitgangspunt heeft, een separaat visiedocument noodzakelijk is.

Leeswijzer In het eerste hoofdstuk van deze visie wordt vooral ingegaan op wat de sociale basis nu eigenlijk is, maar ook wat het vooral niet is. Daarbij wordt ook ingegaan op de relatie tussen de visie en de andere beleidsplannen binnen het sociaal domein. In hoofdstuk 2 wordt een situatieschets gegeven van de huidige staat van de sociale basis in de gemeente, om zo een beeld te schetsen van een aantal relevante cijfers en ontwikkelingen. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de leidende principes achter de sociale basis beschreven.

De visie is gemaakt door te reflecteren op de sturende rol van de gemeente in het sociaal domein. Die reflectie ligt in het verlengde van het Sociaal Kompas uit 2017 (1821889) en het aangescherpte Sociaal Kompas uit 2021 (2217), waarin het volgende streefbeeld centraal staat: • Het lukt de inwoner om zichzelf te redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg (zelfredzaamheid) • De inwoner redt zich met behulp van zijn

4

5

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Hoofdstuk 1: Wat is de sociale basis?

Hoofdstuk 2: Situatieschets

Hoofdstuk 1: Sociale basis

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

In dit hoofdstuk wordt omschreven wat de sociale basis is (en wat het niet is), uit welke sferen de sociale basis bestaat, wat de scope van deze visie is en hoe de visie zich verhoudt tot ander beleid in het sociaal domein. Dit om de context te schetsen waarbinnen dit stuk gelezen moet worden.

Hoofdstuk 3: Leidende principes en keuzes

Hoofdstuk 4: Versterken van de sociale basis

Daarnaast wordt een doorkijk gegeven naar de ontwikkelingen die nodig zijn om de sociale basis te kunnen versterken. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op hoe deze versterking verder vorm kan krijgen. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 aangegeven hoe de huidige koers met betrekking tot de vrij toegankelijke voorzieningen eruit ziet. Dit dient meerdere doeleinden: allereerst is het van belang voor de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek. Daarnaast dient het tevens als een soort uitgangspunt, bedoeld om meer gevoel te geven bij de consequenties van keuzes.

Hoofdstuk 5: Huidige koers

De hoofdstukken van deze visie hebben onderliggende verbanden en doorwerkingen die schematisch zijn weergegeven in de afbeelding hierboven. De context (aanleiding en doorwerking) is met bruin aangegeven. De sociale basis, keuzes en gewenste ontwikkeling (het kader dat deze visie schetst) is met blauw aangegeven. De pijlen symboliseren de invloed van het ene hoofdstuk op het andere.

wordt dan ook bedoeld: alle vrij toegankelijke voorzieningen in de directe leefomgeving van inwoners, die bijdragen aan hun welzijn, zelfen samenredzaamheid, en zelfregie. In de visie wordt verder gebruik gemaakt van het model dat het Verwey-Jonker Instituut heeft ontwikkeld. Zij onderscheiden 3 lagen of sferen binnen de sociale basis: de persoonlijke (of individuele) sociale basis, de gemeenschappelijke sociale basis en de institutionele sociale basis. Belangrijk om in gedachten te houden, is dat dit een theoretisch model is. Het is een manier waarop de werkelijkheid naar papier vertaald kan worden om zo een effectief sociaal beleid op te kunnen stellen, gericht op het behouden en versterken van de maatschappelijke kracht die al in de gemeente aanwezig is. In de praktijk is er geen onderscheid te maken tussen sferen – inwoners bewegen zich, afhankelijk van hun persoonlijke situatie en zonder zich ervan bewust te zijn, van de ene sfeer naar de ander. Ook organisaties kunnen in meerdere sferen thuishoren, elkaar over sferen heen ondersteunen en binnen en buiten ‘hun’ sfeer samenwerken.

1.1 Wat is de sociale basis en wat is het niet? Er bestaan evenveel beelden als definities bij de term sociale basis. In algemene zin gaat de sociale basis om de sociale samenhang in een gemeenschap en het hiermee samenhangende vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt. Maar het gaat ook over de maatschappelijke kracht van de gemeenschap zelf. De sociale basis als geheel is niet alleen van de gemeente, maar van alle inwoners, buurten, groepen, verenigingen, netwerken, organisaties van Leidschendam, Stompwijk en Voorburg, en zorgt voor het vergroten van zelf- en samenredzaamheid. De sociale basis is niet nieuw. Het is ook geen beleid, sturingsmiddel of uitvoeringsinstrument. Het is een organisch geheel dat altijd in beweging en ontwikkeling is, geen statisch iets. De sociale basis laat zich dan ook niet makkelijk definiëren.

1.2 De 3 sferen Hieronder worden de 3 sferen inhoudelijk kort beschreven, waarbij ook in wordt gegaan op de rol van de gemeente per sfeer. Daarna wordt ingegaan op hoe de sferen zich tot elkaar verhouden en welke sferen tot de scope van deze visie behoren:

In de voorliggende visie is ervoor gekozen om de sociale basis toe te spitsen op de maatschappelijke context. Met ‘sociale basis’

6

Persoonlijke sociale basis

Gemeenschappelijke sociale basis

Institutionele sociale basis

Individu/ netwerk

Verenigingen/ wijkactiviteiten

(toegang tot) Maatwerkvoorzieningen

7

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Persoonlijke sociale basis De persoonlijke sfeer draait om de inwoner zelf en om diens netwerk, en focust zich enerzijds meer op relaties tussen personen (partner, kinderen, familie, vrienden) en anderzijds op wat de inwoner op eigen kracht kan bereiken. De rol van de gemeente ziet daarbij vooral toe op de realisatie van de daarvoor noodzakelijke voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan wonen of onderwijs. Ook als het (even) zelf niet lukt, kunnen inwoners terugvallen op hun eigen omgeving of netwerk en - waar nodig - op steun van de gemeente, dichtbij huis. Het uitgangspunt is daarbij altijd dat mensen zoveel mogelijk eigen regie houden over hun leven.

meer formeel georganiseerde verbanden. De gemeente heeft hier geen sturende, maar veel meer een stimulerende en faciliterende rol. Zo worden kaders gesteld en activiteiten mogelijk gemaakt, maar wordt niet tot in detail bepaald hoe ze moeten worden ingevuld of georganiseerd. Op die manier kunnen inwoners meedoen, zich verenigen en sociale contacten opbouwen op een manier die bij hen past. De kern van de gemeenschappelijke sociale basis wordt gevormd door de participatie en inzet van inwoners, vaak ook op vrijwillige basis. De gemeente heeft dan ook een belangrijke rol in het waarderen, ondersteunen en faciliteren hiervan. Institutionele sociale basis Op het institutionele deel van de sociale basis, bestaande uit georganiseerde, professionele inzet en voorzieningen, is de gemeente sturend. Deze sfeer ondersteunt de andere 2 sferen namelijk. De voorzieningen in deze sfeer moeten beschikbaar en bereikbaar zijn, en ervoor zorgen dat de rest van de sociale basis kan floreren. Daarom wordt ook gestuurd op de benodigde samenwerking tussen partners. Deze samenwerking is van belang

Gemeenschappelijke sociale basis De persoonlijke sociale basis is van groot belang voor de sociale basis, omdat juist inwoners een belangrijke rol spelen in het versterken van de maatschappelijke kracht in de gemeenschappelijke sociale basis. In de gemeenschappelijke sfeer zit het meedoen: inwoners zoeken elkaar op, verenigen zich en bouwen sociale contacten op. Dit kan variëren van informele gezelschappen tot

Regie Organisaties

•

•

Niet-vrij toegankelijke zorg Sociaal professionals Consulenten gemeente

€ en opdracht

•

Gemeente

€ en opdracht

Institutionele sociale basis (toegang tot) Maatwerkvoorzieningen

Vrij toegankelijke voorzieningen

• • • • • • • •

Sociaal netwerk Woonsituatie Huishouden Alledaagse verplichtingen Mobiliteit Financiën Daginvulling Functioneren

Persoonlijke sociale basis Individu / netwerk

Huisartsen POH-ers Welzijnswerk Preventie (bijv. GGZ) Cliëntondersteuning Sociaal professionals

• • • • • •

Regie

Gemeenschappelijke sociale basis Verenigingen / wijkactiviteiten

Samenredzaamheid

Regie Zelfredzaamheid

• • • • • •

8

Sport- en wijkverenigingen Scouting Cultuurclubs Mantelzorgers en vrijwilligers Religieuze organisaties Bibliotheken

Organisaties

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

In een gemeenschap van bijna 80.000 inwoners spelen veel verschillende ondersteuningsvragen en behoeften, en wat ervoor nodig is om deze mensen te kunnen ondersteunen of om anderen te helpen hen te ondersteunen, verschilt per situatie. Daar komt bij dat niet iedere inwoner een ondersteuningsvraag heeft, laat staan op hetzelfde moment of onder dezelfde omstandigheden, en dat geen enkele inwoner of situatie hetzelfde is. Eén enkel perspectief op de rol van de inwoner is er dus niet.

voor een optimaal aanbod aan activiteiten en voorzieningen en voor de aansluiting op andere onderdelen van het sociaal domein.

1.3 Relatie tussen de sferen en scope Zoals eerder aangegeven, is er sprake van een wisselwerking tussen de 3 sferen. Inwoners bewegen zich vrijelijk tussen de persoonlijke, gemeenschappelijke en institutionele sfeer, afhankelijk van hun behoefte op dat moment. Op de afbeelding op pagina 8 is een schematische weergave van deze wisselwerking, waarbij bij iedere sfeer is benoemd wat er in die sfeer thuishoort. Daarbij is ook stilgestaan bij de plek van organisaties in de sferen. Simpel gezegd bevinden vrij toegankelijke voorzieningen en activiteiten, zoals verenigingen of een bibliotheek, zich in de gemeenschappelijke sfeer en de niet-vrij toegankelijke voorzieningen, zoals geïndiceerde hulpverlening, zich in de institutionele sfeer. Ook hierbij is het belangrijk om in gedachten te houden dat dit een theoretisch model is; in de praktijk zullen er altijd uitzonderingen zijn ten aanzien van wat waar thuishoort.

Wel kan er in algemene zin iets over worden gezegd. Alleen met elkaar vormen inwoners een gemeenschap. Dat vraagt een zekere mate van betrokkenheid, bij een ander en bij de samenleving als geheel. Het vraagt ook om acceptatie en elkaar de ruimte geven, zonder daarbij te discrimineren naar achtergrond, sociaaleconomische positie, voorkeuren, et cetera. Tegelijkertijd is onderdeel uitmaken van een gemeenschap niet zonder wederkerigheid. Ook als het even tegen zit, kijken mensen naar elkaar om. Waar mogelijk helpen ze elkaar. Als er professionele ondersteuning nodig is, dan is deze in principe tijdelijk. Mensen gaan zo snel en goed mogelijk op eigen kracht verder, of kunnen dit dankzij de maatschappelijke kracht die in hun netwerk en hun gemeenschap aanwezig is.

De positie van de gemeente in de afbeelding is slechts bedoeld om de rol als opdrachtgever te illustreren. Het betekent dan ook niet dat de gemeente zich buiten de sociale basis bevindt of er geen rol in heeft. Integendeel!

1.5 Hoe verhoudt de visie zich tot ander beleid?

Scope De lichtblauwe ‘vlek’ in de afbeelding op pagina 8, die de persoonlijke en gemeenschappelijke sfeer plus de vrij toegankelijke voorzieningen omvat, vormt de scope van deze visie. Deze visie gaat dus niet over geïndiceerde voorzieningen in het sociaal domein, zoals jeugdhulp of dagbesteding. Wel kent deze visie daar een samenhang mee; voor uitdagingen die dankzij de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is (al dan niet in combinatie met lichte ondersteuning), kunnen worden opgelost, hoeft immers geen zwaardere ondersteuning vanuit de institutionele sfeer te worden ingezet.

Het (aangescherpt) Sociaal Kompas vormt de leidraad voor sociaal beleid in de gemeente. De uitgangspunten die hierin zijn uitgewerkt, staan nog steeds. Onderliggend aan het (aangescherpt) Sociaal Kompas zijn de beleidsplannen die voor de diverse deeldomeinen (Jeugd, Zorg, Werk en Inkomen, et cetera) uitgewerkt. Deze visie vormt een brug tussen het (aangescherpt) Sociaal Kompas en de diverse beleidsplannen. Zoals eerder aangegeven vragen maatschappelijke ontwikkelingen, die elkaar vaak ook versterken, om het maken van keuzes en om een meer effectieve sturing. Op die manier blijft ondersteuning beschikbaar voor de meest kwetsbare inwoners c.q. de inwoners die deze ondersteuning het hardst nodig hebben.

1.4 De rol van de inwoner In de sociale basis – en überhaupt in de gemeentelijke dienstverlening – staat de inwoner centraal. Maar wat betekent dat in deze context? En wat betekent het om een inwoner te zijn van de gemeente Leidschendam-Voorburg?

De volgende afbeelding illustreert de onderlinge samenhang:

9

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Hoofdstuk 2: Situatieschets Om een beeld te geven van het vertrekpunt en om de context mee te geven voor de te maken keuzes die in het volgende hoofdstuk zijn omschreven, wordt in dit hoofdstuk kort stilgestaan bij de huidige situatie. Daarbij gaat het als het ware om een ‘staat van de sociale basis’.

een afstand tot de arbeidsmarkt) aan de slag gaat Alle wetten zijn uiteindelijk vangnetten voor inwoners die ondersteuning nodig hebben en het niet zelf meer kunnen oplossen. Naast bovenstaande wetten voert de gemeente ook andere taken uit binnen het sociaal domein, zoals de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (curatieve en preventieve ondersteuning) en de Wet inburgering (begeleiding van nieuwkomers).

2.1 Decentralisaties Sinds de decentralisaties hebben gemeenten een groot aantal taken en verantwoordelijkheden binnen het sociaal domein. Te denken valt aan het bieden van hulp bij het huishouden of vervoersvoorzieningen, de inzet van jeugdhulp en de ondersteuning van nieuwkomers bij hun inburgering. Veel van de wetgeving die hiermee gemoeid gaat, draagt gemeenten ook op om preventieve ondersteuning te bieden. Recentelijk is een aantal nieuwe beleidsplannen voor het sociaal domein vastgesteld, of zit de ontwikkeling hiervan in de pijplijn. Denk bijvoorbeeld aan de Lokale Educatieve Agenda, de Cultuurvisie, het Re-integratie en Participatiebeleid ,het Dynamisch Minimabeleid en het Wmobeleid. Daarnaast zijn ontwikkelingen als

het fundamentele gesprek over opvoeden, opgroeien en ontwikkelen in gang gezet. In al deze trajecten speelt de sociale basis een rol. Inzichten uit recente beleidsplannen zijn dan ook ingebracht in deze visie; omgekeerd krijgen inzichten uit deze visie een plek in de beleidsplannen die in de toekomst worden ontwikkeld.

10

2.2 Algemeen beeld van de gemeente Op basis van de SES-scores uit 2022 kan worden gesteld dat de gemeente als geheel positief scoort, zowel totaal als op de 3 deelgebieden (financiële welvaart, opleidingsniveau en arbeidsverleden). Op wijkniveau zijn er 3 wijken met een negatieve score: Prinsenhof, De Heuvel/Amstelwijk en Bovenveen. Op buurtniveau zijn negatieve scores echter niet beperkt tot deze 3 wijken:

Concreet gaat het om: • De Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, met als hoofddoel inwoners zo lang mogelijk, prettig en veilig thuis te laten wonen en te laten participeren in de maatschappij • De Jeugdwet, gericht op het gebruik maken van de eigen kracht van jongeren, ouders en hun sociale netwerk. Het is belangrijk dat zij zelf de regie blijven houden over hun leven • De Participatiewet, die stimuleert dat iedereen die kan werken (ook mensen met

Hoe kleiner het bolletje in een buurt en hoe lichter van kleur, hoe lager de score. Te zien is dat de buurten Duivenvoorde, Prinsenhof Hoog, Leidschendam-Zuid De Tol/’t Hert, Leidschendam-Zuid De Oude Bleijck, Amstelwijk, De Heuvel noord, Voorburg Midden noord, Bovenveen noord en Bovenveen midden laag (negatief) scoren op alle deelgebieden.

11

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

In de paragrafen hierna volgt een korte weergave van (een deel van) de beschikbare data per sfeer van de sociale basis. Daarbij moet de kanttekening worden geplaatst dat de cijfers afkomstig zijn uit openbare bronnen (CBS en Wijkatlas) en, wegens bijvoorbeeld verschillen in definitie, niet geheel overeenkomen met bijvoorbeeld de cijfers uit de monitor sociaal domein die jaarlijks naar de gemeenteraad wordt verzonden. Deze documenten laten zich dan ook niet onderling met elkaar vergelijken.

2.3 Situatieschets persoonlijke sfeer In de persoonlijke sociale basis gaat het onder andere om het hebben van een sociaal netwerk, de woonsituatie, financiën en het hebben van een daginvulling. In deze paragraaf wordt op een aantal van deze punten ingegaan. Deelname aan de gemeenschap valt of staat met het daadwerkelijk mee kunnen doen. In de bewonersenquête van de Wijkatlas hebben inwoners ook aangegeven in welke mate zij mee kunnen doen in de samenleving. Het percentage inwoners dat heeft aangegeven (vrijwel) nooit voldoende mee te kunnen doen, was in 2023 gemiddeld 9%. Een mogelijke verklaring hiervoor ligt in de financiële situatie van deze huishoudens. In LeidschendamVoorburg waren er in 2022 circa 3.300 huishoudens die ten minste 1 jaar een inkomen tot 110% van het sociaal minimum. Dit betrof in totaal zo’n 5.200 personen (7,1% van het totaal aantal inwoners). Er zijn zo’n 1.339 kinderen uit gezinnen tot 110% bekend bij de gemeente. De inschatting is dat de totale groep 1.706 is. Het hoogste percentage inwoners dat aangeeft vaak eenzaam te zijn, woont in De Heuvel/Amstelwijk, gevolgd door De Prinsenhof, Voorburg Noord en ’t Lien/De Rietvink (5% of meer). Wijken waar inwoners het welbevinden als slecht ervaren, zijn De Heuvel/Amstelwijk, Prinsenhof, De Zijde en ’t Lien/De Rietvink (10% of meer).

En met name in de wijken Prinsenhof en De Heuvel/Amstelwijk geven inwoners aan meestal moeite te hebben met het zorgen voor zichzelf/het huishouden. Wijken waarbij meer dan 5% van de respondenten aangeeft de eigen gezondheid als (zeer) slecht te ervaren, zijn De Zijde, Prinsenhof, De Heuvel/Amstelwijk en Voorburg Midden. Met name in De Heuvel/Amstelwijk, Essesteijn en Voorburg Noord geven inwoners aan een (zeer) ongezonde leefstijl te hebben.

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

2.4 Situatieschets gemeenschappelijke sfeer De gemeenschappelijke sfeer heeft betrekking op onder andere de maatschappelijke kracht die in de gemeente aanwezig is en de mate waarin inwoners elkaar opzoeken en zich verenigen. Een belangrijke drijfveer van maatschappelijke kracht is de inzet van individuele inwoners. In 2023 gaf 17% van de respondenten van de bewonersenquête (Wijkatlas) aan intensief mantelzorg te verlenen. 62% gaf aan vrijwel nooit mantelzorg te verlenen. Van de mantelzorgers geeft 29% aan zich hier soms of vaak belemmerd door te voelen als het gaat om dagelijkse activiteiten en bezigheden. Als het om hulp aan buren gaat, doet 13% dit intensief en doet 57% dit incidenteel. 30% doet dit nooit. Gaat het om aandacht aan buren in een zorgsituatie, dan verschuiven de percentages iets: 12% doet dit intensief, 46% incidenteel en 43% vrijwel nooit. De verwachting is dat de vraag naar mantelzorgers onder inwoners van 65 jaar en ouder de komende jaren met 70% zal stijgen. Van degenen die de bewonersenquête hebben ingevuld, was in 2023 17% intensief aan de slag als vrijwilliger. 19% voerde incidenteel vrijwilligerswerk uit, en 64% vrijwel nooit. Deze cijfers zijn door de jaren heen redelijk stabiel. Op de vraag of ze vrijwilligerswerk willen (blijven) doen, antwoordde 37% van niet. In totaal 45% wil zeker of misschien vrijwilligerswerk (blijven) doen.

In 2023 wilde 21% van de respondenten van de bewonersenquête zich inzetten voor de buurt. 34% wilde dit niet. 9% heeft aangegeven zich vaak voor de buurt te hebben ingezet, 40% soms en 52% (bijna) nooit. Een andere belangrijke drijfveer van maatschappelijke kracht is de sociale cohesie. Daarmee wordt ook wel bedoeld, de onderlinge verbondenheid die een gemeenschap echt tot gemeenschap maakt. De bevordering ervan is een wettelijke taak van de gemeente (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015) en zorgt ervoor dat er minder snel een beroep op formele zorg wordt gedaan. Op het moment van schrijven wordt de sociale cohesie bevorderd door onder andere:

12

2.5 Situatieschets institutionele sfeer

dat gebruik maakt van een voorziening, is toegenomen.

De institutionele sfeer bestaat uit georganiseerde, professionele voorzieningen. Een deel van de ondersteuning die in de institutionele sociale basis wordt geboden, verloopt via de gemeentelijke toegang en betreft daarmee de geïndiceerde voorzieningen in het sociaal domein.

Het aantal bijstandsuitkeringen is de afgelopen jaren afgenomen. Ook het aantal inwoners met een schuldsaneringstraject (op basis van de Wet schuldsanering natuurlijke personen) is afgenomen. Tegelijkertijd waren er begin 2023 3.160 huishoudens in de gemeente met problematische schulden (gebaseerd op betalingsachterstanden bij 1 of meerdere instanties).

Wat betreft Wmo en Jeugd kan gesteld worden dat het gebruik van voorzieningen door de jaren heen is toegenomen. Voor Wmo geldt daarnaast dat ook het aandeel inwoners (dus de verhouding ten opzichte van het totaal)

13

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Hoofdstuk 3: Wat te versterken in de sociale basis? belangrijk om eerst stil te staan bij wat er naar verwachting gebeurt als er geen keuzes worden gemaakt en niet daadwerkelijk in wordt gezet op een versterking:

Met het versterken van de sociale basis wordt toegewerkt naar het versterken en beter benutten van de maatschappelijke kracht in de gemeente. Door het verstevigen van de persoonlijke en gemeenschappelijke sferen, wordt ernaar gestreefd het beroep op de voorzieningen in de institutionele sfeer te verminderen, waardoor deze sfeer impliciet ook versterkt wordt en inwoners die het nodig hebben beter kan bedienen. Daarmee ziet de gewenste beweging er als volgt uit:

De maatschappij verandert de laatste jaren snel, en daarmee neemt de urgentie om de sociale basis te versterken, toe. Denk bijvoorbeeld aan de coronapandemie, de stijging van de energieprijzen en de kosten voor huur en levensonderhoud, of

Institutionele sociale basis (toegang tot) Maatwerkvoorzieningen Versterken zelfredzaamheid

Versterken samenredzaamheid

Vangnet

Persoonlijke sociale basis Individu / netwerk

Vangnet

Versterken maatschappelijke kracht

De vraag is alleen, wat moet er dan worden versterkt? Daar wordt in dit hoofdstuk verder op ingegaan. Het volgende hoofdstuk gaat vervolgens in op hoe deze versterking in gang kan worden gezet.

de vergrijzing en de daarmee verbonden tekorten op de arbeidsmarkt. Door deze ontwikkelingen zijn de verschillen gegroeid. Inwoners in een kwetsbare positie worden hierdoor het hardst geraakt. Bij hen is vaak sprake van een stapeling van de effecten van deze ontwikkelingen. Een deel van de inwoners heeft moeite om de eindjes aan elkaar te knopen en kampt met schulden, met verstrekkende gevolgen. Dagelijkse zorgen

3.1 Wat gebeurt er als er geen keuzes worden gemaakt? Om het belang van het versterken van de sociale basis te benadrukken, is het

14

Gemeenschappelijke sociale basis Verenigingen / wijkactiviteiten

15

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

over geld veroorzaken stress, wat weer directe gevolgen heeft op de gezondheid en op het doen- en denkvermogen. De eenzaamheid neemt toe en de mentale gezondheid verslechtert. Zonder digitale vaardigheden is het regelen van dagelijkse zaken vrijwel onmogelijk, terwijl digitalisering ervoor zorgt dat fysieke ontmoeting en contact minder vanzelfsprekend zijn. Digitalisering vraagt ook om extra aandacht voor digitale weerbaarheid. En als ouders en opvoeders onder grote druk staan, heeft dat ook gevolgen voor het opgroeien van kinderen. Dit zijn slechts enkele voorbeelden, die niet zonder gevolgen zijn gebleven. In de afgelopen jaren is een groeiend beroep op geïndiceerde ondersteuning te zien, met uitzondering van het beroep op de bijstandsuitkeringen. Maar ook daar geldt dat de problematiek van inwoners complexer wordt en de begeleiding meer tijd vraagt. Worden er geen maatregelen genomen, dan is het aannemelijk dat de ontwikkelingen zoals hierboven geschetst in omvang en impact toenemen, dat de vraag om en druk op ondersteuning blijft stijgen, en dat het stelsel uiteindelijk onhoudbaar wordt. Op een aantal terreinen is dit al merkbaar, bijvoorbeeld in de vorm van wachtlijsten en personele en/of financiële tekorten.

3.2 Leidende principes Voor het nemen van maatregelen, oftewel het maken van keuzes, is het van belang dat duidelijk is op basis waarvan deze keuzes gemaakt worden. Voor een deel voorziet het (aangescherpt) Sociaal Kompas hierin. Daarin is bijvoorbeeld al opgenomen dat ondersteuning bij inwoners terecht komt die deze het hardst nodig hebben, dat er in wordt gezet op normalisering, dat gekeken wordt naar de eigen mogelijkheden van inwoners en dat in wordt gezet op het versterken van zwakke netwerken. Ook als het gaat om de samenwerking met maatschappelijke partners, zijn een aantal uitgangspunten opgenomen. Denk daarbij aan het stellen van heldere doelen of een betere verbinding tussen het voorliggend en het geïndiceerde veld. Wat nog ontbreekt, is een (overkoepelende) uitwerking. Om meer vorm te geven aan de uitgangspunten van het (aangescherpt) Sociaal Kompas, zijn in deze visie een aantal leidende principes opgenomen die dienen als aanvullende richtlijnen bij het maken van keuzes en op basis waarvan een verdere uitwerking vorm kan krijgen. De principes zijn gericht op het versterken van de sociale basis. Daarbij is het van belang dat de sociale basis

en het sociaal domein als geheel vanuit een ander denkkader wordt benaderd dan tot nu toe gedaan is. Immers, door steeds hetzelfde te doen krijgt men ook steeds hetzelfde resultaat. Dat komt de verdere ontwikkeling van de sociale basis niet ten goede. De leidende principes in deze visie zijn gebaseerd op bewegingen die al in gang zijn gezet. Denk daarbij aan de koersnotitie Omgevingsvisie, waarin het belang van ontmoeten is benadrukt, of het fundamentele gesprek over jeugdhulp waarin een start is gemaakt met anders kijken naar niet alleen de hulpvraag van ouders en/of jeugdigen, maar ook de samenwerking in de gehele keten en ieders aandeel hierin. De leidende principes zijn: • Positief en realistisch mensbeeld • Het belang van elkaar ontmoeten • Perspectief • De sociale basis is van iedereen • Anders kijken • Verbinden van domeinen • Vergroten van de maatschappelijke kracht • Bereikbaar voor iedereen De versterking van de sociale basis, met onderliggend deze leidende principes, biedt tegenwicht aan maatschappelijke ontwikkelingen als individualisering en heeft uiteindelijk als doel het aanzwengelen van de maatschappelijke drive. Positief en realistisch mensbeeld Er wordt gewerkt op basis van een positief mensbeeld, zowel vanuit de gemeente als de welzijnsorganisaties.

Dat betekent enerzijds uitgaan van de gedachte dat iedereen deel uitmaakt van de maatschappij, en anderzijds de gedachte dat iedereen een bijdrage kan leveren aan de maatschappij. De inwoner en zijn of haar potentieel staan dus centraal. Tegelijkertijd wordt binnen de dienstverlening ook uitgegaan van een realistisch mensbeeld. Dat wil zeggen, geen aannames of irreële verwachtingen van inwoners als het gaat om hun problematiek c.q. ondersteuningsbehoefte en hoe zij hiermee omgaan. Het belang van elkaar ontmoeten Ontmoeten is de kernfunctie van de sociale basis; zonder deze functie bestaat de sociale basis niet. Het belang van ontmoeten zit in het voorkomen van eenzaamheid, het vergroten van de sociale cohesie en oog hebben voor elkaar. Onderlinge verbondenheid en sociaal

16

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

andere deeldomeinen. Bij Wmo bijvoorbeeld is evengoed sprake van een toenemend beroep op ondersteuning en schaarste. Belangrijk in deze discussies is dat er niet alleen terug of vooruit, maar vooral anders wordt gekeken.

contact vormen een essentieel onderdeel van een gezonde leefomgeving. Ontmoeting heeft een maatschappelijke waarde: sociaal contact met mensen met bijvoorbeeld een andere achtergrond of leefstijl vervaagt scheidslijnen, zorgt voor wederzijds begrip en onderlinge solidariteit. Ontmoetingsplekken kunnen gebouwen als een bibliotheek, kindcentrum/ school of wijkgebouw zijn, maar bijvoorbeeld ook plekken in de openbare ruimte zoals een park.

Verbinden van domeinen Inwoners denken niet in domeinen. Ze maken geen onderscheid tussen het sociaal en het ruimtelijk domein, noch tussen deeldomeinen als Jeugd en Onderwijs, Zorg of Werk en Inkomen. Ook hun hulpvragen zijn vaak niet sectoraal. Dat betekent dat de gemeente niet alleen in het eigen denken en handelen inzet op domeinoverstijgend werken, maar ook in de uitvoering van vrij toegankelijke voorzieningen en activiteiten inzet op de verbinding van sociaal professionals over deeldomeinen heen.

Perspectief Iedere inwoner kent ergens in zijn of haar leven een periode van kwetsbaarheid. Per inwoner kan dit iets anders betekenen. De één heeft inkomensondersteuning nodig na ontslag, de ander een traplift zodat hij langer zelfstandig kan wonen, en weer een ander een duwtje in de rug om mensen te ontmoeten. Wanneer inwoners ondersteuning nodig hebben in welke vorm dan ook, is het van belang dat zij verder geholpen worden en onzekerheden waar mogelijk worden weggenomen zodat rust en ruimte ontstaat om naar de toekomst te kijken. Dit geldt voor alle soorten dienstverlening binnen de sociale basis.

Daarbij is het van belang om in gedachten te houden dat sociale basis zich weliswaar focust op het sociaal domein, maar ook een sterke samenhang kent met andere domeinen zoals het veiligheidsdomein en het ruimtelijk domein (de Omgevingsvisie). Denk bijvoorbeeld aan het belang van elkaar ontmoeten: ontmoetingsplekken (zoals wijkgebouwen maar ook plekken in de openbare ruimte) zijn daarvoor essentieel. Ook dragen zaken als (bij elkaar) wonen en de inrichting van gebouwen bij het versterken van de sociale cohesie. In de manier van bouwen moet dus ook rekening gehouden worden met het sociale aspect, bijvoorbeeld door een inrichting die gebruik voor meerdere activiteiten mogelijk maakt.

De sociale basis is van iedereen De sociale basis als geheel is niet alleen van de gemeente, maar van alle inwoners, buurten, groepen, verenigingen, netwerken, organisaties van Leidschendam, Stompwijk en Voorburg, en zorgt voor het vergroten van zelfen samenredzaamheid. De gemeente heeft er wel een rol in, maar ook zonder gemeentelijke bemoeienis bestaat de sociale basis.

Vergroten van de maatschappelijke kracht Het toenemend aantal zorg- en ondersteuningsvragen die de komende jaren worden verwacht, zullen niet met alleen zorgprofessionals opgelost kunnen worden. Dit, omdat de groep werkende mensen de komende jaren afneemt. Maatschappelijke kracht wordt daarom steeds belangrijker. Hoe meer inwoners een ander ondersteuning kunnen bieden, hoe meer zorg- en ondersteuningsvragen er samen opgelost kunnen worden.

Anders kijken Binnen het domein Jeugd en Onderwijs is gestart met het fundamentele gesprek over opgroeien, opvoeden en ontwikkelen. Dit vloeit voort uit de Hervormingsagenda 2023-2028. Kern van het gesprek is een gedeeld probleem (een toenemend beroep op jeugdhulp dat heeft geleid tot een onhoudbaar stelsel) veroorzaakt door gedeeld handelen (niet alleen de gemeente heeft hier een aandeel in, maar bijvoorbeeld ook scholen, jeugdzorgaanbieders, huisartsen en ouders/ opvoeders zelf). Alleen met een gedeeld besef is het mogelijk samen toe te werken naar een oplossing. Bewustwording, (zelf)reflectie en een gezamenlijke verantwoordelijkheid staan daarbij centraal. Dit vraagstuk is echter niet alleen relevant voor dit domein, maar kan breder getrokken worden naar de

Bereikbaar voor iedereen De gemeente faciliteert fysieke ontmoetingsplekken zoals een wijkcentrum, buurthuis of bibliotheek, inlooppunten zoals het Sociaal Servicepunt, en laagdrempelige ondersteuning elders. Het is dan ook belangrijk dat deze voorzieningen voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn, zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten,

17

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Vraagstuk 1: sociale cohesie in wijken bevorderen Het versterken van de maatschappelijke kracht in de gemeente valt samen met het versterken van de sociale cohesie. De ontmoetingsfunctie van de sociale basis staat daarbij centraal. Ontmoetingen kunnen overal plaatsvinden; op straat, in een park, in een buurthuis of in een museum, om maar wat plekken te noemen. Soms wat verder weg, maar vaak ook gewoon dichtbij. Wijken en buurten zijn dan ook geen plekken waar toevallig huizen staan. Het zijn levendige gebieden waar inwoners zich veilig, welkom en thuis moeten voelen en waar ze zich kunnen ontwikkelen. Voorzieningen in de wijk zijn daarvoor essentieel.

relaties kunnen opbouwen, informatie kunnen uitwisselen en deelnemen aan activiteiten die de samenhang en betrokkenheid binnen de buurt versterken. Bovendien hebben organisaties die laagdrempelige ondersteuning bieden (al dan niet via een inlooppunt) een belangrijke functie in de sociale basis, namelijk het waar nodig toeleiden van inwoners naar de juiste hulp.

3.3 Vraagstukken Om de sociale basis te versterken, moet eerst een aantal keuzes worden gemaakt. Deze keuzes bepalen bijvoorbeeld welke inwoners met welke problematiek in ieder geval bereikt moeten worden en waar de gemeentelijke verantwoordelijkheid begint en eindigt. De keuzes die gemaakt worden, brengen dilemma’s met zich mee. Een keuze om de ene doelgroep wel te ondersteunen, kan betekenen dat de andere doelgroep niet of minder wordt ondersteund. Daarom is een zorgvuldige afweging noodzakelijk, één die meer tijd vraagt dan de periode waarin deze visie is ontwikkeld.

Wijkverenigingen hebben lange tijd een belangrijke bijdrage geleverd in het versterken van de sociale cohesie in de wijken. In de gemeente zijn wijkverenigingen actief die exclusief gebruik maken van de wijkgebouwen. Een deel van deze verenigingen functioneert niet optimaal; daarmee is ook het gebruik van de gebouwen niet optimaal. Er is weinig vernieuwing in activiteiten. Het is lastig nieuwe vrijwilligers en leden te vinden; daarnaast lopen kosten op en lopen inkomsten terug. De meeste wijkverenigingen en -gebouwen vormen daarom niet meer het kloppend hart van de wijk en zorgen niet langer voor de verbinding in de wijk. Daarvoor komen er te weinig bewoners naar binnen en de bewoners die er komen zijn geen afspiegeling van de wijk.

Op het moment van schrijven is een aantal vraagstukken in beeld. Deze opsomming is niet limitatief; het zijn de onderwerpen die nu relevant en/of urgent zijn. Omdat deze visie geen statisch document is en in ontwikkeling blijft, kunnen er na verloop van tijd ook andere vraagstukken bijkomen. Onderstaande vraagstukken moeten ook niet los van elkaar worden gezien; ze kennen samenhang en zijn van invloed op elkaar. Daarnaast zijn ze ook niet binnen één domein te vatten, maar juist overstijgend.

Vraagstuk • Hoe kunnen locaties in de wijk meer c.q. beter bijdragen aan het bewerkstelligen van ontmoetingen tussen inwoners? • Hoe kunnen de wijkgebouwen breder worden ingezet zodat ook andere partijen kunnen beschikken over deze locaties? • Wordt hierbij gekozen voor één benadering, of wordt er gedifferentieerd per wijk?

Als laatste is een aanvullend onderwerp opgenomen dat niet zozeer een vraagstuk is als wel iets dat op een zelfde wijze moet worden uitgewerkt, te weten de aanscherping van opdrachten aan partners. Veel vraagstukken werken hier namelijk in door, daarom is dit onderwerp afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Binnen de toekomstige uitwerking van de vraagstukken is het belangrijk dat ze op een uniforme manier doorontwikkeld en geïmplementeerd worden. Dit kan bijvoorbeeld zijn in de diverse beleidsplannen die al in de maak zijn. Daarbij gaat het er vooral om dat de denkwijze en -beelden die in deze visie zijn geschetst, zoals de leidende principes, worden overgenomen in deze plannen.

Vraagstuk 2: normaliseren Normaliseren gaat in essentie om het versterken van de zelf- en samenredzaamheid van inwoners, zodat zij op eigen kracht of met behulp van hun netwerk problemen het hoofd kunnen bieden. Het gaat om minder problematiseren en minder medicaliseren, met meer aandacht voor het normale leven

18

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

en wat daarin ‘goed genoeg’ is. De uitwerking van hoe normaliseren eruit ziet, verschilt per domein. Binnen Jeugd en Onderwijs kan het betekenen dat opgroeien met vallen en opstaan gaat, en dat een dag verdrietig zijn ‘erbij hoort’ en niet gelijk verholpen hoeft te worden. Bij ouderen kan gedacht worden aan reablement. Dit is een manier om samen met een oudere te werken aan herstel van zijn leven en zelfredzaamheid. Binnen een domein als Werk en Inkomen kan het betekenen dat bijvoorbeeld een familielid helpt met het betalen van een dierenartsrekening als het de inwoner zelf even niet lukt, zonder dat dit gevolgen heeft voor de bijstandsuitkering. Vraagstuk • Betekent normaliseren simpelweg de gemeentelijke dienstverlening afbakenen? Of gaat dit hand in hand met het versterken van en investeren in laagdrempelige, vrij toegankelijke ondersteuning om zo de zelfen samenredzaamheid van inwoners te versterken? • Is normaliseren uitsluitend een verantwoordelijkheid van de gemeente? Is het een gezamenlijke verantwoordelijkheid? Als het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is: hoe kan de gemeente hierop sturen? En hoe gaan we het brede maatschappelijke debat hierover aan? Vraagstuk 3: prioriteren Op dit moment draait een deel van de sociale basis op tijdelijke financiering.

Denk bijvoorbeeld aan het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) of het Integraal Zorgakkoord (IZA), beide programma’s bekostigd met tijdelijke middelen vanuit het Rijk. Hoewel deze middelen in de toekomst naar verwachting structureel worden, neemt de omvang ervan mogelijk wel af. Daarnaast spelen andere ontwikkelingen, zoals loonstijgingen, die ook invloed hebben op de mate waarin de financiering nog toereikend is. Dit betekent dus keuzes maken in waar de beschikbare middelen op in worden gezet (zoals hetzelfde doen met minder waardoor alle voorzieningen in omvang afnemen, of bijvoorbeeld minder doen met minder waardoor het aantal voorzieningen afneemt maar het niveau van de overgebleven voorzieningen wel gehandhaafd wordt).

Vraagstuk • Kan de sociale basis zodanig worden versterkt, dat niet alle onderdelen c.q. voorzieningen (zoals uit GALA en IZA) nodig zijn tegen de tijd dat de financiering afneemt? Wat is daarvoor nodig? Vraagstuk 4: maatschappelijke kracht meer aanboren Het toenemend aantal zorg- en ondersteuningsvragen dat de komende jaren wordt verwacht, zal niet met alleen zorgprofessionals opgelost kunnen worden. De groep werkende mensen neemt de komende jaren af. Maatschappelijke kracht wordt daarom steeds belangrijker. Hoe meer inwoners een ander ondersteuning kunnen bieden, hoe meer zorg- en ondersteuningsvragen er samen opgelost kunnen worden. Vrijwilligers en mantelzorgers zijn daarbij van onschatbare waarde. Maatschappelijke kracht zit natuurlijk ook in alle inwoners die geen mantelzorg of vrijwilligerswerk uitvoeren. Iedere inwoner die zich wil inzetten voor iemand in zijn of haar wijk, buurt of straat draagt hieraan bij. Inwoners kunnen via Vlietwensen cofinanciering krijgen voor activiteiten die ten goede komen van de gemeenschap. Dit stelt inwoners in staat verantwoordelijkheid te nemen voor sociale cohesie in hun omgeving.

Vraagstuk • Hoe kan de maatschappelijke kracht worden versterkt? En welke ondersteuning is daar (in het begin) voor nodig? • Welke rol heeft de gemeente in het behouden en versterken van de maatschappelijke kracht? En is het behoud/de versterking van de maatschappelijke kracht geheel afhankelijk van de ondersteuning van de gemeente hierin, of blijft er ruimte om de maatschappelijke kracht zelf te laten bewegen en ontwikkelen? Vraagstuk 5: beantwoording op hulpvragen nabij en toegankelijk organiseren Inwoners hebben naast gemeentelijke loketten ook behoefte aan toegankelijke plekken, dichtbij huis, waar ze informatie en advies

19

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

kunnen krijgen en makkelijk om hulp kunnen vragen. Dat kan gaan om hele praktische hulp bij het invullen van formulieren, maar ook om vragen over eenzaamheid of het doorverwijzen naar zwaardere zorg. Dit soort plekken met inloopspreekuren zijn er in de gemeente via het Sociaal Servicepunt. Deze punten zijn sinds augustus 2016 operationeel. Inwoners kunnen er terecht voor informatie, advies, onafhankelijke cliëntondersteuning en vragen dan wel lichte ondersteuning op sociaal gebied. Hoewel er geïnvesteerd is in de dienstverlening, informatievoorziening en positionering, weten inwoners het Sociaal Servicepunt nog onvoldoende te vinden.

Aanvullend: opdrachten voor (gesubsidieerde) voorzieningen aanscherpen Op basis van de uitkomsten van de in dit hoofdstuk opgenomen vraagstukken, maatschappelijke ontwikkelingen en opgedane ervaringen, kunnen de opdrachten aan partners steeds gerichter worden uitgezet. Daarbij kan het zowel om inkoop als subsidie gaan, en kan het zowel om lokale als regionale voorzieningen gaan. Dit is niet zozeer een vraagstuk als wel een doorlopende actie waarop blijvend ingezet moet worden, bijvoorbeeld als onderdeel van toekomstige beleidsontwikkeling.

Tegelijkertijd is de vraag waar inwoners behoefte aan hebben. Zijn dit een paar punten in de gemeente waar ze met allerlei vragen terecht kunnen, wordt het aanbod meer afgestemd op het gebied of moet er juist een netwerk in de gemeente zijn van allerlei punten (inlooppunten maar bijvoorbeeld ook scholen, huisartsen, bibliotheken et cetera) waar informatie te vinden is en waar inwoners terecht kunnen met vragen?

Acties • Aanscherpen opdrachten subsidieregelingen en inkoop op basis van monitoring, verantwoording en evaluatie • Aanscherpen opdrachten subsidieregelingen en inkoop op basis van uitkomsten vraagstukken ontwikkelagenda • Implementeren aangescherpte opdrachten (eventueel via aanpassen subsidieregelingen)

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Hoofdstuk 4: Hoe de sociale basis te versterken? Naast het ‘wat’ moet ook stil worden gestaan bij het ‘hoe’. Voor het versterken van de sociale basis heeft de gemeente een aantal instrumenten ter beschikking. Daarbij gaat het om het versterken van de eigen rol (zowel de faciliterende als de regierol), strategisch partnerschap, de beweging naar vraaggericht denken en het positioneren van de inlooppunten voor inwoners, en tot slot de monitoring en het (tussentijds) bijsturen.

4.1 Versterken van de faciliterende rol Zonder inzet van inwoners zou er geen sociale basis zijn. Juist datgene wat zij veelal op vrijwillige basis voor en met elkaar organiseren, maakt dat er sterke netwerken ontstaan in buurten en wijken. Het overgrote deel van deze initiatieven betreft de gemeenschappelijke sociale basis en bestaat zonder enige bemoeienis van de overheid. Daarnaast subsidieert de gemeente een aantal activiteiten binnen de sociale basis, met name in de gemeenschappelijke sfeer. Dit kan om kleine initiatieven gaan, maar ook om grotere interventies. Zoals aangegeven bij de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek, wordt voortaan onderscheid gemaakt naar gelang de grootte van de subsidie die wordt verstrekt. Voor kleine subsidies geldt een licht verantwoordingsregime en, hoewel kaders worden gesteld waarbinnen subsidie verleend kan worden, heeft de gemeente vooral een faciliterende rol. Dit betekent ook dat de gemeente zich de kunst van het loslaten eigen moet maken.

Vraagstuk • Wat is nodig om de inlooppunten stap voor stap door te laten groeien naar een laagdrempelige voorpost van de gemeentelijke dienstverlening? • Hoe kan de stap van aanbodgericht naar vraaggericht denken worden gemaakt? • Wordt hierbij gekozen voor één benadering (zoals een aantal uniforme inlooppunten in de gemeente), of wordt er gedifferentieerd per wijk (bijvoorbeeld verschillende soorten punten waar mensen terecht kunnen, meer gericht op bepaalde problematiek in de wijk)?

4.2 Versterken van de regierol In tegenstelling tot kleinschalige subsidies, geldt voor grote subsidies een zwaarder verantwoordingsregime. Daarbij treedt de gemeente ook meer sturend op. Onderdeel van deze regierol is dat er ook meer wordt gestuurd op de relatie met gesubsidieerde organisaties. Daarbij wordt uitgegaan van strategisch partnerschap. De samenwerking tussen organisaties wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door te werken met hoofd- en onderaannemerschap. Ook meerjarige subsidiëring van voorzieningen draagt hieraan bij. In combinatie met goed

20

opdrachtgeverschap en accounthouderschap kan de gemeente op deze manier werken aan de opbouw c.q. versteviging en verduurzaming van de relatie met strategische partners en kunnen zij op hun beurt, vanuit de hen geboden zekerheid, duurzaam investeren in de maatschappij. Naast de maatschappelijke subsidies en de daarin aangebrachte clustering, beschikt de gemeente ook over andere sturingselementen. Denk aan de sturing op de ingekochte voorzieningen en op de toeleiding/toegang naar deze voorzieningen. Deze 3 instrumenten vertalen zich naar verschillende niveaus waarop de gemeentelijke sturing versterkt kan worden. Daarin moeten keuzes gemaakt moeten, die per thema kunnen verschillen: • De toekenningswijze van financiële middelen: klassieke subsidieverlening (1 op 1), subsidietender (beoordeling van aanvragen aan de hand van verdelingsregels), inkoop of inbesteding • De samenhang tussen ingekochte en gesubsidieerde activiteiten, alsook de wijze waarop de samenwerking tussen beide vorm krijgt • De inhoudelijke opdrachten voor ingekochte activiteiten (al dan niet via een aanbesteding) en voor gesubsidieerde activiteiten (neergelegd in de subsidieregelingen).

In sommige gevallen kan de sturing zowel via inkoop als via subsidie versterkt worden, bijvoorbeeld als het gaat om taalonderwijs voor (kinderen van) nieuwkomers • De doelgroepen en toekenningscriteria voor gesubsidieerde activiteiten, eveneens neergelegd in de subsidieregelingen • De gemeentelijke uitvoeringspraktijk van de subsidiecyclus (actief toezicht op uitvoering conform subsidievoorwaarden, gebruik van subsidieverantwoordingen over voorbije jaren voor aanscherping van subsidieregelingen in komende jaren) • De relatie tussen de gemeente en de governance van de gesubsidieerde organisaties • De sturing op de relaties tussen de gemeente en de gesubsidieerde organisaties, voor specifieke situaties

21

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

hadden om activiteiten zodanig op te stellen en in te richten dat deze aan zouden sluiten op de behoefte van de inwoners, omdat de welzijnsorganisaties hier meer zicht op zouden hebben. Bij de evaluatie van de huidige systematiek hebben ze echter nadrukkelijk de wens gedeeld, dat de gemeente de regie hierin neemt. Dit betekent dat er in de nieuwe subsidiesystematiek veel steviger wordt ingezet op een cyclus van monitoring en (tussentijds) bijsturen:

misschien zelfs verruiming van het aantal ‘verbonden partijen’ (directe formele invloed)

4.3 Vraaggericht denken Om voorzieningen gerichter in te kunnen zetten, moet in ieder geval in de gemeenschappelijke sfeer vraaggericht in plaats van aanbodgericht worden gedacht. Mogelijk voorzien de bestaande voorzieningen niet of niet geheel in de behoeften van inwoners. Dit vraagt om een actieve houding van alles spelers in de sociale basis, waarin de behoefte van de inwoner dus centraal wordt gezet. Welzijnsorganisaties en andere partijen kunnen signalen opvangen over de vragen en kwetsbaarheden van inwoners; door meer en beter gebruik te maken van deze informatie, wordt duidelijk(er) welke ondersteuning nodig is en hoe deze bij de inwoners komt.

Monitoring en (tussentijds) bijstellen Om te kunnen beoordelen of de voorzieningen voldoen aan de behoefte van de inwoners en of de maatschappelijke kracht inderdaad wordt versterkt, is het belangrijk om de effectiviteit van activiteiten c.q. voorzieningen te monitoren. Deze monitoring vindt plaats op meerdere niveaus: • Output: lukt het om de gemaakte afspraken na te komen? • Inhoudelijke gesprekken met partners over wat zij zien: zien ze bepaalde problematiek toenemen? Welke doelgroep bereiken ze niet, maar zouden ze wel willen bereiken? Wie zien zij als meest kwetsbare inwoners? Welke elementen maken dat zij het meest kwetsbaar zijn? Hebben ze ander aanbod overwogen? Is er op dit moment een vraag waar geen aanbod voor is? Hoe verloopt het hoofd- en onderaannemerschap? Hoe gaat het met de verdeling van het budget? Hoe verloopt de samenwerking? Hoe gaat het met innovatie? Deze gesprekken zijn bedoeld om te leren, te ontwikkelen en te innoveren met strategische partners. De uitkomst van deze gesprekken zijn input voor een bijeenkomst met alle partners om hier verder op door te akkeren. • Diepgaand monitoren en evalueren van 1 onderwerp/thema, om bij te kunnen sturen. Dit gebeurt gedurende 1 jaar. Na het jaar kan dan worden gezegd of iets werkt of niet en of er wordt doorgegaan

4.4 Flexibel stelsel Het verstevigen van inlooppunten is niet de enige manier waarop meer vraaggericht kan worden gedacht en gewerkt. In de huidige subsidiesystematiek was 1 van de uitgangspunten dat, door een brede uitvraag te doen, welzijnsorganisaties de ruimte

Fase

Wat

Hoe

Plan

Bepalen en vaststellen van de kaders

Via de koersen en overzichten in hoofdstuk 5

Do

Uitwerken en implementeren

Via de nieuwe subsidieregelingen

Check

Monitoren en evalueren

Via jaarlijkse en 2-jaarlijkse cyclus (zie verderop)

Act

Reflecteren en indien nodig bijstellen

Via het bijstellen van de kaders (plan) of de uitwerking ervan (do), vervolgens implementeren

22

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

met dit aanbod. Na een jaar komt een nieuw onderwerp/thema op deze manier aan bod. Monitoring op output gebeurt jaarlijks, op basis van informatie die de welzijnsorganisaties aanleveren, op basis van gesprekken met de organisaties en op basis van eigen en openbare data. Om ervoor te zorgen dat de sociale basis aan blijft sluiten bij de behoefte van de inwoners en er een passend aanbod aan voorzieningen is, is het van belang dat er meebewogen wordt met maatschappelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat er flexibiliteit moet zijn, zowel in de uitvoering als in het stelsel zelf. In hoofdstuk 5 van deze visie is een aantal maatschappelijke koersen opgenomen.

Deze zijn niet in beton gegoten en hoewel ze voor onbepaalde tijd gelden, gelden ze niet voorgoed. Daarom wordt ingezet op het in ieder geval elke 2 jaar herijken van de koersen en bijbehorende voorzieningen. Als er echter aanleiding toe is, is het niet de bedoeling dat wordt gewacht met het herijken of bijstellen tot de 2 jaar verstreken zijn; ook tussentijds moet dit mogelijk zijn. De monitoring van de effectiviteit van voorzieningen wordt nog nader uitgewerkt. Dit krijgt met name vorm in de nieuwe subsidiesystematiek.

23

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

Hoofdstuk 5: De huidige koers In dit hoofdstuk wordt de huidige koers toegelicht. Dit vormt het kader voor de vrij toegankelijke voorzieningen, die de gemeente via de nieuwe subsidiesystematiek en onderliggende subsidieregelingen subsidieert.

elementen toegevoegd, om een eerste grote stap te zetten naar een integrale benadering van maatschappelijke vraagstukken. Deze stap gaat over de grenzen van sectoren binnen het sociaal domein heen. De doorontwikkeling van maatschappelijke subsidies is een doorlopend proces, waarbij de regelingen en clustering gaandeweg kunnen worden aangepast. In dat opzicht is het een flexibel stelsel. Daaraan liggen 3 redenaties ten grondslag: • Ervaringen die worden opgedaan via de uitvoering van de nieuwe subsidieregelingen (en dus de koersen zoals beschreven in paragraaf 5.3) dienen als input het steeds verder aanscherpen van de koers en de daarbij horende voorzieningen. Ook de uitwerking van de vraagstukken die zijn opgenomen in hoofdstuk 3, draagt hieraan bij • De nieuwe subsidiesystematiek brengt een andere manier van werken met zich mee, zowel voor organisaties als voor de gemeente, alsook een nieuwe verstandhouding met organisaties door bijvoorbeeld het meerjarig subsidiëren van voorzieningen (strategisch partnerschap). Dit vraagt al een omschakeling • De huidige subsidiepartners kennen elkaar, zijn op de hoogte van elkaars aanbod en werken al samen. Hoewel de toekomstige subsidieregelingen ook openstaan voor nieuwe organisaties, heeft de nieuwe subsidiesystematiek onder andere als doel de onderlinge samenwerking te stimuleren en synergie tussen organisaties te bevorderen.

De stap die nu wordt gezet, is ambitieus maar nog steeds uitvoerbaar

5.1 Clustering en relatie met de nieuwe subsidiesystematiek Het vrij toegankelijke aanbod is onderverdeeld in 7 clusters van voorzieningen en activiteiten, gebaseerd op de maatschappelijke uitdagingen van dit moment. Dit zijn: • Sterke pedagogische basis: de huidige koers met betrekking tot opgroeien en opvoeden • Fysiek en mentaal fit: de huidige koers met betrekking tot (mentale) gezondheid • Samen redzaam: de huidige koers met betrekking tot zelfredzaamheid en inclusie • Meedoen: de huidige koers met betrekking tot bestaanszekerheid en kansengelijkheid (taal, inkomen en arbeidsparticipatie) • Ontmoeten en ontwikkelen: de huidige koers met betrekking tot talentontwikkeling, cultuur en sociale cohesie • Actief burgerschap: de huidige koers met betrekking tot mantelzorg, vrijwilligerswerk en de waardering hiervan, maatschappelijk verantwoord verenigen • Mogelijk maken: randvoorwaarden zoals informatievoorziening en locaties Deze 7 clusters en de beleidskoersen van elk cluster zijn opgenomen in dit hoofdstuk om een beeld te geven van het huidige aanbod aan vrij toegankelijke voorzieningen, maar ook om meer gevoel te geven bij eventuele consequenties van keuzes die gemaakt worden naar aanleiding van de vraagstukken zoals opgenomen in hoofdstuk 3.

Zo kan bijvoorbeeld de doelgroep wijzigen, maar kan een activiteit of voorziening bijvoorbeeld ook (inhoudelijk) wijzigen door afbakening van de gemeentelijke taken.

Om een voorbeeld te geven van een verandering die al wel is aangebracht: in plaats van het cluster Sterke Pedagogische Basis, is aandacht voor de mentale gezondheid van jongeren onderdeel van het cluster Fysiek en Mentaal Fit. De redenatie hierachter is dat een dergelijk onderwerp niet altijd gebonden is aan leeftijdsgrenzen. Hoewel een leeftijdsgerichte benadering mogelijk is en blijft, is de kans op deze manier groter dat, door soortgelijk aanbod bij elkaar te brengen, er een doorlopende lijn van

Voor het opstellen van de subsidieregelingen wordt uitgegaan van dezelfde 7 clusters. Voor het bepalen van de clusters zijn de huidige thema’s van de subsidietafels als vertrekpunt genomen. Daaraan zijn enkele nieuwe

24

25

Visie op de Sociale Basis oktober 2024

activiteiten en voorzieningen ontstaat die gericht is op laagdrempelige ondersteuning bij of voorlichting rondom uitdagingen op het gebied van mentale gezondheid. Door specifieke activiteiten te benoemen in de uiteindelijke subsidieregeling kan tevens de samenwerking met organisaties die hoofdzakelijk in andere clusters actief zijn, zoals bijvoorbeeld organisaties die veel met het onderwijs samenwerken, worden gestimuleerd. Tot slot kan er binnen het cluster zelf een combinatie gemaakt worden met activiteiten en voorzieningen gericht op lichamelijke gezondheid, waarvan bekend is dat deze ook een positieve uitwerking hebben op de mentale gezondheid en activiteiten elkaar op die manier dus kunnen versterken. De clusters staan dus niet los van elkaar, maar hebben ook onderling verbinding. Activiteiten uit verschillende clusters kunnen elkaar versterken.

5.2 Huidige koers van elk cluster De overzichten in dit hoofdstuk hebben uitsluitend betrekking op het vrij toegankelijke aanbod van voorzieningen in het sociaal domein. Geïndiceerde hulpverlening, bijvoorbeeld jeugdhulp of huishoudelijke hulp, valt hier dus buiten. De overzichten zijn als volgt opgebouwd: 1. Opsomming van de op dit moment geldende beleidskaders 2. Verwijzing naar de huidige koers in het Sociaal Kompas 3. Opsomming van voorzieningen, uitgesplitst naar: a. Wat: het doel waarnaar toegewerkt wordt b. Hoe: het soort activiteiten dat hieronder valt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=c6d326a9-6b6d-4886-8e17-a4b1be7b087d