CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3898 Verslag en advies van de Adviesraad Sociaal Domein

Commissie Samenleving 25 november 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Visie op de sociale basis3.736 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag Bespreking concept Visie op de Sociale Basis met de Adviesraad Sociaal Domein Leidschendam-Voorburg 3898

Nummer 3898 Pagina 2/11

Inleiding Op 19 september 2024 is een eerste versie van de visie op de sociale basis besproken met een aantal leden van de Adviesraad Sociaal Domein Leidschendam-Voorburg (hierna: Adviesraad). Omdat er bijzonder weinig tijd voor advisering was, is afgesproken dat de Adviesraad zelf geen uitgeschreven advies uitbrengt. In plaats daarvan is een verslag gemaakt van de bespreking met daarin de vragen en opmerkingen van de Adviesraad. Daarbij is ook gelijk (onderbouwd) aangegeven of en zo ja, tot welke aanpassing de reactie van de Adviesraad heeft geleid. Het college is de leden van de Adviesraad dankbaar voor de tijd die zij op korte termijn hebben kunnen investeren in de advisering, en voor hun gedegen advies.

Verslag en reactie Omwille van de leesbaarheid, ook ten opzichte van de visie op de sociale basis, zijn de reacties van de Adviesraad per hoofdstuk van de visie weergegeven. Het verslag is een samenvoeging van het met de Adviesraad gevoerde gesprek en een vooraf ontvangen schriftelijke reactie.

Algemeen 1.

Het stuk lijkt meer een instrumenteel stuk dan een visie. Reactie college Dit klopt deels en wordt veroorzaakt door de samenhang met de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek. Die is namelijk veel instrumenteler en is afhankelijk van de visie op de sociale basis. Denk bijvoorbeeld aan de clustering van voorzieningen.

2.

Een aantal definities is bepalend voor het stuk. Allereerst het positief mensbeeld. Gaan we uit van de goede intentie van mensen, of gaan we er bijvoorbeeld vanuit dat iedereen een bijdrage kan leveren aan de maatschappij? Hier kan ook de link naar inclusie worden gemaakt: iedereen is onderdeel van de maatschappij. In het verlengde hiervan: wat wordt verstaan onder menskracht? Het volledig uitgaan van eigen kracht van inwoners is een brug te ver, zoals wanneer inwoners met problematische schulden kampen. Dan kan misschien wel uit worden gegaan van een versterkt beroep op eigen kracht of de kracht van het netwerk. Daarbij wordt wel aandacht gevraagd van de rol van de gemeente. Uitgaan van genoeg eigen kracht kan afstotend werken. Als gemeente heb je een regierol, kan je inwoners stimuleren en tegelijkertijd een vinger aan de pols houden. Met alleen zeggen dat inwoners het zelf moeten doen, kom je er niet.

Nummer 3898 Pagina 3/11

Reactie college Met een positief mensbeeld wordt bedoeld dat iedereen erbij hoort en dat iedereen bij kan dragen aan de maatschappij, maar ook dat iedereen wel eens een periode van kwetsbaarheid kent. Waar mogelijk wordt dan een beroep gedaan op de eigen kracht of de kracht van het eigen netwerk. Als dit niet tot de mogelijkheden behoort, wordt passende ondersteuning geboden. Het stuk is hierop aangepast. Het klopt dat dit echter meer vraagt dan alleen woorden; het vraagt een sterkere regierol en een sterkere stimulerende rol van de gemeente, binnen de eigen dienstverlening, in het opdrachtgeverschap richting (subsidie)partners en richting inwoners. Tegelijkertijd geldt dat een dergelijke beweging tijd kost. 3.

Een ander aspect is samenredzaamheid. Het goed en consistent definiëren en faciliteren hiervan is van groot belang. Mensen zijn tot veel in staat maar hebben soms sturing of ondersteuning nodig, bijvoorbeeld door een onafhankelijke procesbegeleider. Ook een klankbord vanuit de gemeente kan helpen als mensen even vastlopen, of een doorverwijzing naar mensen die kunnen helpen. Of de gemeente kan zelf iets doen. Het draait erom dat mensen in hun kracht worden gezet, zodat ze iets met hun eigen netwerk op kunnen pakken. Daarvoor is het van belang dat ze inzien dat het zin heeft, dat er iets is om naar toe te werken. Hoe kan in worden gezet op duurzame netwerken? En welke rol hebben subsidiepartners hierin? Dit kan ook onafhankelijk. Reactie college Samenredzaamheid betekent dat inwoners in staat zijn om met elkaar een probleem het hoofd te bieden. Dit kan zijn binnen het eigen huishouden of gezin, maar kan net zo goed binnen een familie of vriendengroep. Er zijn al veel vrijwilligers, mantelzorgers en organisaties actief in de gemeenschappelijke sociale basis, maar er is meer nodig. De verwachting is dat het beroep op vrijwilligers en mantelzorgers in de toekomst alleen maar toeneemt. Enerzijds draait het om een stuk bereidheid van inwoners om zich voor elkaar in te zetten, anderzijds om het bestendigen en duurzaam maken hiervan door het bieden van de juiste ondersteuning.

Dit betekent dat initiatieven goed en makkelijk gefaciliteerd moeten worden en dat er meerdere organisaties c.q. plekken zijn waar inwoners terecht kunnen als zij (of het netwerk) (tijdelijk) steun nodig hebben.

4.

Waar is de inwoner in het stuk? Die mist in de sfeer van het stuk en herkent zich hier waarschijnlijk ook niet in. Ook het interculturele aspect is hierbij een aandachtspunt. Reactie college De sociale basis valt of staat met de inwoner. In dat opzicht heeft deze dus een centrale rol. Het stuk kent, zoals eerder opgemerkt, een instrumentele kant. In de nu voorliggende versie is de rol van de inwoner echter meer benadrukt, om het belang ervan beter te uit te lichten.

Nummer 3898 Pagina 4/11

Hoofdstuk 1: wat is de sociale basis? 5.

Ten aanzien van de positie van de gemeente in de ‘blauwe vlek’ (de afbeelding op bladzijde 7): staat de overheid naast de inwoner? De gemeente lijkt zich te plaatsen naast scholen, jeugdhulpaanbieders etc. Hoe is de cohesie? Het lijkt teveel wij/zij. Reactie college De positie van de gemeente in het betreffende schema heeft geen achterliggende gedachte. Dit is verduidelijkt in de visie.

6.

Wat betekent de sociale basis voor de gemeente Leidschendam-Voorburg? Het model van het Verwey-Jonker Instituut is een gespreksmodel. Kijk bijvoorbeeld naar de visie van de gemeente Amsterdam, die veel meer toegespitst is op de problematiek die in verschillende wijken speelt. Reactie college Iedere gemeente en iedere organisatie heeft eigen beelden en verwachtingen bij de sociale basis. Zo is het model van het Verwey-Jonker Instituut inderdaad een gespreksmodel en geen middel is om keuzes te maken. Het college heeft, enerzijds ingegeven door de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek en anderzijds door een behoefte aan verduidelijking/aanscherping van het (aangescherpt) Sociaal Kompas, ervoor gekozen om een eigen invulling te geven aan de visie. De visie schetst de sociale context, de bewegingen die hierin plaatsvinden en hoe de gemeente zich daartoe verhoudt. Niet alles wordt in de visie op de sociale basis uitgewerkt, zoals het geval lijkt te zijn in het Beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030. In plaats daarvan biedt de visie richting voor toekomstig beleid, bijvoorbeeld door leidende principes mee te geven en door vraagstukken te benoemen die hierin doorontwikkeld moeten worden.

Hoofdstuk 3: wat te versterken in de sociale basis? 7.

Bij de versterking van de sociale basis wordt uitgegaan van 8 leidende principes, onder andere positief mensbeeld, elkaar ontmoeten en verbinden van domeinen. Waarom deze 8 principes? Reactie college De leidende principes komen voort uit bewegingen die al in gang zijn gezet, zowel op landelijk als op lokaal niveau. Denk bijvoorbeeld aan een overheid die dichterbij de inwoners wil staan en integraal werken. De leidende principes komen ook voort uit reflectie op het (aangescherpt) Sociaal Kompas, alsook op maatschappelijke ontwikkelingen zoals een vergroot beroep op ondersteuning en de eigen rol en het eigen aandeel hierin (denk bijvoorbeeld aan het fundamenteel gesprek over jeugdhulp).

Nummer 3898 Pagina 5/11

8.

De leidende principes komen uit de lucht vallen. Mensen moeten het zelf doen, niet alles is een probleem, niet alles vraagt hulp – dit lijkt een politiek uitgangspunt en een reactie op de stijgende kosten voor jeugdhulp. De tekst onder ‘anders kijken’ zou ook anders geformuleerd kunnen worden. Kijk bijvoorbeeld naar het rapport “Zien, luisteren en helpen” van het Sociaal Plan Bureau, waarin gesproken wordt over verdringing door een groep die het loket goed weet te vinden. Reactie college De leidende principes zijn voorzien van meer toelichting. Het rapport waarnaar verwezen wordt is het college welbekend. Het is mogelijk dat een deel van de ondersteuning terecht komt bij mensen die de weg goed weten te vinden; ook dit is onderdeel van de beweging waar het college met dit vraagstuk op aanstuurt, te weten een gedragsverandering. Deze moet echter op meerdere plekken plaatsvinden, zowel bij organisaties als bij inwoners zelf. Dit geldt bovendien niet voor één deeldomein, maar voor het gehele sociaal domein. Daarom is de tekst breder geformuleerd.

9.

De vraagstukken zijn actueel maar liggen in dezelfde lijn (zie bovenstaande opmerking). Zaken worden gepresenteerd als middel om de sociale basis te versterken, maar ze vereisen wel dat er een sociale basis is. Dit terwijl de actieve burgerparticipatie laag is. Hoe groot is de sociale basis nu echt? Zeker in bepaalde wijken waar men niet snel bij elkaar aanbelt? Tegelijkertijd geldt dat tijdens de coronapandemie, er bijzonder snel en geheel onafhankelijk een sterkere sociale cohesie ontstond. Sociale cohesie is overigens gezondheidsbevorderend en helpt een positieve mindset te creëren. Het heeft dus een duidelijke meerwaarde. Reactie college De sociale basis en sociale cohesie ontwikkelen zich deels ook onafhankelijk van de gemeente. Daarom kan ook maar een beperkt beeld worden geschetst van de huidige staat van de sociale basis. Tijdens de coronapandemie toonden inwoners grote bereidheid elkaar te helpen, op welke manier dan ook. Het college heeft hier veel bewondering en waardering voor. Het is dus niet de vraag of een dergelijke maatschappelijke kracht in aanwezig is in de gemeente; de vraag is hoe deze weer kan worden aangeboord. Dat is waar de sociale basis en de verdere uitwerking ervan zich op richten.

10. Zijn er plannen om de gemeenschap meer te activeren om elkaar op te zoeken, zodat zij zich meer gaan verenigen? En heeft de gemeenschap wel een goed beeld van wat er nodig is om elkaar te ondersteunen en waar de behoeften liggen? Wat is er nodig om mensen over de streep te trekken? Reactie college Het college wil via de versterking van de sociale basis de gemeenschap inderdaad stimuleren elkaar meer op te zoeken. In een gemeenschap van bijna 80.000

Nummer 3898 Pagina 6/11

inwoners spelen echter veel verschillende ondersteuningsvragen en behoeften, en wat ervoor nodig is om deze mensen te kunnen ondersteunen of om mensen te activeren om hen te ondersteunen, verschilt per situatie. Hier kan dus geen eenduidig antwoord op worden gegeven. Wel houdt het college oog voor een verscheidenheid aan voorzieningen en het zo laagdrempelig mogelijk maken hiervan, om zo zoveel mogelijk inwoners over de streep te kunnen trekken. 11. De vraagstukken hebben te maken met meer overhevelen naar de inwoner, minder doen door de professionals en meer nadruk op lokale voorzieningen. Dit lokaal leggen en houden wijst eerder op bestuurlijke vraagstukken dan op problemen van inwoners. Reactie college Als het stelsel onhoudbaar wordt en nagenoeg op slot komt te zitten als gevolg van bijvoorbeeld groeiende personeelstekorten en wachtlijsten, is uiteindelijk niemand geholpen. Tegelijkertijd geldt dat er sprake is van schaarste en kunnen de beschikbare middelen maar 1 keer worden besteed. Daarmee is het inderdaad een bestuurlijk vraagstuk: hoe kan ondersteuning zo worden ingezet, dat deze altijd beschikbaar is voor de meest kwetsbare inwoner? 12. Bestaat sociale cohesie alleen uit gebouwen en voorzieningen? Reactie college Sociale cohesie bestaat uit veel meer dan alleen gebouwen of voorzieningen. Ze zijn echter wel van groot belang.

Gebouwen bieden inwoners een ontmoetingsplek, er worden activiteiten georganiseerd en talenten en vaardigheden kunnen er worden beoefend. Voorzieningen (in de brede zin van het woord, van huisartsen tot sportverenigingen en van toneel tot jongerenwerk) bieden inwoners hulp, ondersteuning en begeleiding als zij dit nodig hebben, omdat zij er baat bij hebben of omdat zij zich in georganiseerd verband verder kunnen en willen ontplooien. Maar in alles staat de inwoner centraal: een gebouw zonder inwoners is leeg, een toneelstuk zonder inwoners heeft geen publiek en misschien zelfs geen acteurs. Sociale cohesie valt of staat dus met de inwoner. Het college heeft het belang van ontmoeting dan ook meer benadrukt in het betreffende vraagstuk. 13. Ten aanzien van ontmoetingsplekken: er zou meer lokaal gewerkt moeten worden, met meer steunpunten/wijkcentra. Daarbij gaat het om multifunctionele gebouwen dan wel ontmoetingsplekken. Denk bijvoorbeeld aan een locatie waar een veelvoud aan maatschappelijke functies aanwezig is, zoals het Sociaal Servicepunt, de gemeente, huisartsen en schuldhulpverlening, zonder aparte plekken voor aparte doelgroepen in de hand te werken. Er moet altijd mogelijkheid zijn tot inloop. Op die manier kan iets ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het gemeentehuis van Rijswijk. Of zoals ziekenhuizen, waarbij vanuit het principe van gastvrijheid geredeneerd is.

Nummer 3898 Pagina 7/11

Reactie college In de visie zijn in ieder geval 2 vraagstukken opgenomen die hiervoor van belang zijn (bevorderen van de sociale cohesie en inlooppunten/gebiedsgericht werken). Het college neemt deze input mee in de uitwerking daarvan. 14. Is het denken alleen in loketten het antwoord? Of moet in het kader van preventie ook meer outreachend gewerkt worden? Hoe kunnen we inwoners met complexe gestapelde problematiek het beste op het spoor komen? Hoe wordt de vraag achter de vraag inzichtelijk? Kan dit scherper verwoord worden in het stuk? Reactie college Vraaggericht denken strekt verder dan alleen de loketten. Het focust zich op hoe beter aangesloten kan worden bij de behoefte van inwoners. Outreachend werken kan daarbij een instrument zijn. Vraaggericht denken is opgenomen in de visie en raakt aan het vraagstuk inlooppunten/gebiedsgericht werken; deze input wordt meegenomen in de uitwerking ervan. 15. Er gaat veel aandacht uit naar het ondersteunen van kwetsbare wijken en inwoners, maar er wordt weinig ingegaan op wat van de ‘sterken’ gevraagd wordt. Iedereen heeft een rol in de sociale basis en het versterken ervan. In het verlengde hiervan moet ervoor worden gewaakt dat er niet uit wordt gegaan van aannames; er zijn bijvoorbeeld ook veel mensen die werken die het zwaar hebben.

Initiatieven moeten ook voor hen toegankelijk zijn, en bijvoorbeeld niet altijd tijdens werktijd worden georganiseerd. Reactie college De toegankelijkheid van voorzieningen is een aandachtspunt dat mee wordt genomen in de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek. In de visie is een toelichting op de rol van de inwoner opgenomen waarin de wederkerigheid die in deze opmerking geschetst wordt, is verwerkt. 16. Geadviseerd wordt om de verbinding met de Omgevingsvisie duidelijk te leggen (en vice versa). Denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als een gezonde leefomgeving en de indeling van buurten. Reactie college De verbinding met de Omgevingsvisie is explicieter gemaakt in de doorkijk naar de uitwerking van de vraagstukken (zie het raadsvoorstel). 17. Zijn er paralellen te maken met positieve gezondheid? Reactie college De gemeente ontvangt in het kader van het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorgakkoord middelen om hierop in te zetten. Dit is echter tijdelijk geld. De vraag is hoe deze inzet in de toekomst geborgd kan worden. Als er bij het

Nummer 3898 Pagina 8/11

structureel maken van deze middelen een korting wordt toegepast door het Rijk, dan moet een heroverweging gemaakt worden. Voorzieningen kunnen immers niet op hetzelfde niveau gehandhaafd worden met minder budget.

Hoofdstuk 4: hoe de sociale basis te versterken? 18. Zijn subsidies de enige knoppen waar je als gemeente aan kan draaien? Of zijn er andere? Hoe meet je de effectiviteit? Hoe kan je het beste inspelen op ontwikkelingen in de wijk? En wie heeft daarbij welke verantwoordelijkheid? Om antwoord te kunnen geven op een aantal van deze vragen, moet vanuit de inwoner worden gekeken in plaats van vanuit het systeem. Reactie college Subsidies zijn niet het enige middel waarmee de gemeente op een vrij directe manier invloed kan uitoefenen op wat zich in de sociale basis afspeelt, maar wel een belangrijke. Andere instrumenten zijn zaken als inkoop, inbesteding en het ontwikkelde of nog te ontwikkelen beleid. Ongeacht het sturingsmiddel is monitoring van groot belang. Hier wordt rekening mee gehouden bij de inrichting ervan. Gebiedsgericht werken is 1 van de onderwerpen die verder worden uitgewerkt. Daarin heeft iedereen die in de wijk actief is, een eigen verantwoordelijkheid. De gemeente voert echter de regie en stuurt aan. Maar ook hier geldt dat de behoefte van de inwoner centraal staat; deze moet dan ook actief worden opgehaald. 19.

Ten aanzien van de nieuwe subsidiesystematiek: hoe concreet wordt het? En wat prevaleert, landelijke of lokale standpunten van organisaties versus die van de gemeente? Is het wenselijk om juist meer lokale en/of kleinere organisaties in de gemeente te hebben in plaats van landelijke en/of grotere? Reactie college De nieuwe subsidiesystematiek wordt concreter dan deze visie. In de subsidieregelingen staat uiteindelijk welke voorzieningen geboden worden in de gemeente, in welke vorm ze gefinancierd worden (van incidenteel tot meerjarig) en hoe het continue proces van monitoring en bijsturing eruit ziet. Lokale uitgangspunten zijn daarbij leidend. Het college hecht er daarbij waarde aan dat er in de gemeente organisaties actief zijn die goed geworteld zijn in de lokale samenleving, weten wat er leeft en hier proactief op inspelen. Dit kunnen zowel lokale als landelijke en zowel grote als kleine organisaties zijn. 20. Hoe wordt, in het kader van vraaggericht werken, omgegaan met organisaties die niet altijd snel aanpassingen kunnen doen in hun dienstverlening (in korte tijd maar met hetzelfde geld etc.)? Reactie college Aanpassingen in voorzieningen krijgen vorm in onder andere prioriteren en het uitzetten van scherpere opdrachten die door organisaties worden uitgevoerd. Deze

Nummer 3898 Pagina 9/11

aanpassingen kunnen vaak niet per direct worden uitgevoerd. Het college verwacht dit ook niet. Wel verwacht het college dat, als bijvoorbeeld tijdig een aanscherping in de subsidieregelingen (en daarmee de opdrachten) wordt aangebracht, deze met ingang van het volgende tijdvak (zoals het volgende kalenderjaar) wordt uitgevoerd. 21. Het stuk lijkt zichzelf soms tegen te spreken; er wordt uitgegaan van de sociale basis als organisch geheel, maar er wordt bijvoorbeeld wel een mechanistisch stuurmodel als een PDCA-cyclus benoemd. Zijn er andere manieren om de sociale basis te beïnvloeden? Reactie college Het college maakt in de visie gebruik van een aantal theoretische mechanismen om concepten toe te lichten. Zo ook het model van het Verwey-Jonker Instituut, dat uiteindelijk ook een theoretisch model is waarmee een organisch concept (de sociale basis) wordt omschreven. De PDCA-cyclus is een welbekend mechanisme gericht op ontwikkeling, monitoring, evaluatie en eventueel bijsturing. Het college hanteert dit model om zo te waarborgen dat beleidsontwikkeling en (bij)sturing weloverwogen is. Het is zeker niet het enige model en ook niet de enige manier om de sociale basis te beïnvloeden. Maatschappelijke ontwikkelingen en initiatieven van inwoners of organisaties, om maar een paar dingen te noemen, hebben net zo goed invloed op de sociale basis. 22.

Ten aanzien van de monitoring: wat is de samenhang met monitoring van bestaand beleid? Als aandachtspunt wordt meegegeven dat de monitoring van de sociale basis in de toekomst wel van waarde moet zijn, zodat er goede conclusies uit getrokken kunnen worden. Voor organisaties die meer dan € 100.000 aan subsidie ontvangen wordt het verplicht om een cliënttevredenheidsonderzoek uit te voeren. Dit moet geen onderzoek van duizenden euro’s worden. Kunnen er op voorhand vragenlijsten voor subsidiepartners worden opgesteld? Reactie college Het college stelt op voorhand een aantal formats voor subsidiepartners op, ook voor het cliënttevredenheidsonderzoek. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat dit grootse, meeslepende onderzoeken worden van vele duizenden euro’s. Het moet juist laagdrempelig zijn. De monitoring van de sociale basis en de subsidiesystematiek kan niet los worden gezien van de monitoring van ander beleid.

Hoofdstuk 5: 23. Hoe verhoudt dit hoofdstuk zich tot de voorgaande hoofdstukken? Kan er in het begin een schema worden opgenomen waarin weer wordt gegeven hoe het stuk in elkaar zit en hoe de onderdelen in elkaar doorwerken? Dit helpt de lezer.

Nummer 3898 Pagina 10/11

Reactie college Het college heeft een schema opgenomen. De clusters zijn een weergave van het huidige aanbod en de huidige inzet in het voorliggend veld. De toekomstige subsidieregelingen worden hierop gebaseerd. Tegelijkertijd geeft het hoofdstuk een beeld van de huidige situatie en kan er met deze informatie een beeld gevormd worden van mogelijke gevolgen van keuzes die in de visie worden benoemd. 24. Waar ligt de verbinding binnen de clustering (integraliteit)? Dit wordt in het begin wel aangehaald maar komt in het laatste hoofdstuk nergens terug. Het is instrumenteel beschreven, maar daardoor is het minder een visiestuk. Reactie college De onderlinge verbinding tussen de clusters is benadrukt in de visie. De clustering is op dit moment nog vrij sectoraal, maar is ook deels integraal. In de uitvoering ervan is het nadrukkelijk niet bedoeling dat clusters niet samenwerken of elkaar niet versterken. Een nog te ontwikkelen overlegstructuur waar mogelijk ook over clusters heen de verbinding wordt gelegd, kan hierbij ondersteunen. Het college wil hier wel een kanttekening bij plaatsen: integraliteit binnen en tussen clusters kan op meerdere manieren worden aangebracht. De ene manier is niet per se beter dan de andere; ook voor de clusters geldt dat ze uiteindelijk belanden in een financieringsinstrument en daarmee theoretisch van aard zijn, maar in praktijk minder statisch zijn.

25. Als het gaat om de opdrachten aan organisaties, moet rekening worden gehouden met regionale samenwerking en de invloed ervan. Sommige afspraken liggen vast, zoals bij de WEB-gelden. Ook de rol van de arbeidsmarkt ontbreekt. Wel geldt dat uitgangspunten in de toekomst mee kunnen worden genomen in de toekomst (bij het herijken van deze afspraken), of kan bijvoorbeeld extra aandacht worden gevraagd voor een bepaalde doelgroep. Reactie college Op sommige vlakken is het college inderdaad gebonden aan regionale afspraken. Bij het herijken hiervan zal het college deze input meenemen.

Tot slot 26. Hoe houdt deze visie rekening met veranderende omstandigheden, zoals maatschappelijke ontwikkelingen of een gewijzigde politieke koers? Hoe standvastig is het stuk? En hoe wordt er dan gezorgd voor continuïteit? Moet bij een gewijzigde politieke koers bijvoorbeeld de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek opnieuw worden doorlopen?

Nummer 3898 Pagina 11/11

Reactie college De visie is een dynamisch stuk. Ook de subsidiesystematiek wordt een flexibel stelsel. Beide zijn onderhevig aan maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, wat nu eenmaal de realiteit is. Bij een gewijzigde koers hoeft de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek echter niet geheel opnieuw doorlopen te worden; de inhoud kan gewijzigd worden zonder het systeem te herzien. 27. Dit stuk helpt nog niet bij het maken van keuzes, zoals afwegingen tussen domeinen (jeugdhulp of zorg) of activiteiten (liever schuldhulpverlening of ondersteuning aan eenzame ouderen). Hoe kan het stuk hierbij helpen? Hoe kunnen keuzes gemaakt worden bij schaarste? Wellicht kunnen voorbeelden of paralellen hierbij helpen. Reactie college Naarmate de visie en de vraagstukken verder worden uitgewerkt, wordt de aangebrachte lijn steeds scherper en kunnen steeds beter keuzes worden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=dafbc257-75db-4a11-801a-9a90047dc9c6