CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3814 Aanvraagformulier BUIG

Raadsvergadering 9 juli 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel instemmen met aanvraag vangnetregeling BUIG8.797 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 20231 Versie: basisverzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Bekostiging door en verantwoording aan andere gemeenten Met de verklaring verantwoordt u zich als college niet alleen naar de gemeenteraad, maar ook naar andere gemeenten. Deze gemeenten dragen financieel bij aan de vangnetuitkering waarop uw gemeente een beroep doet. Het gaat dus om solidariteit tussen gemeenten. De vangnetuitkeringen worden bekostigd uit het macrobudget (voor alle gemeenten) van twee jaar na het tekortjaar. Daarom moet het college inzicht geven in de maatregelen die het heeft getroffen om het tekort te reduceren.

Wat wordt verwacht van het college en de gemeenteraad? Bij het indienen van het verzoek moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen. Deze verklaring moet de instemming hebben van de gemeenteraad. Ook moet deze verklaring worden toegelicht, zoals gevraagd in het aanvraagformulier (op het formulier de onderdelen A, B en C).

Wat is de autonome rol van de gemeenteraad t.a.v. de vangnetuitkering? Het college vraagt de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college. Met deze instemming bevestigt de gemeenteraad dat het college inzicht heeft gegeven in de maatregelen die zijn getroffen om het tekort te reduceren. De gemeenteraad moet in staat worden gesteld om de verklaring van het college adequaat te kunnen beoordelen. Het gaat hierbij dus om een gelijkwaardige informatiepositie van de gemeenteraad ten opzichte van het college. Daarom moet het college een samenvatting van de verklaring maken. De toetsingscommissie heeft een checklist voor raadsleden gemaakt, waarmee raadsleden de verklaring inhoudelijk kunnen controleren Deze checklist wordt tezamen met andere informatie door VNG aangeboden op de website van VNG, zie link website VNG-pagina raadsleden.

1 Versie aanvraagformulier d.d. 17 november 2022

1

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Een belangrijke veronderstelling bij het vangnet is dat gemeenteraad en college regelmatig in gesprek zijn over ontwikkelingen in het bijstandsvolume (bijv. middels kwartaalrapportages). Op dit niveau wordt inhoudelijk gesproken over maatregelen (beleid en uitvoering) om eventuele tekorten te reduceren. Het college wordt verzocht te beschrijven op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Dit onderdeel is opgenomen na de samenvatting.

Wat mag de gemeenteraad van het college verwachten? • •

•

•

• •

Het college en de gemeenteraad moeten een gelijkwaardige informatiepositie hebben, daarom maakt het college een samenvatting van de toelichting. Het college beschrijft op welke wijze de gemeenteraad is betrokken vanaf het moment dat het tekort door het college wordt gesignaleerd tot en met het treffen van de maatregelen en de monitoring daarvan. Onderdeel A: Het college geeft de gemeenteraad via een analyse inzicht in de oorzaken van het tekort op de gebundelde uitkering (ook wel BUIG genoemd). Deze analyse kan zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen bevatten. Onderdeel B: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de (interne en externe) maatregelen, met een kwantitatieve en kwalitatieve toelichting waarom die naar verwachting leiden tot een reductie van het tekort. Onderdeel C: Het college geeft de gemeenteraad inzicht in welke mate (interne en externe) maatregelen beogen bij te dragen aan het (verder) reduceren van het tekort. Het college geeft de gemeenteraad inzicht in de planning en control-cyclus ten aanzien van het vangnet.

Bovenstaande informatie staat ook op de website van de VNG2.

Op welke wijze wordt de gemeenteraad gefaciliteerd? De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG. De gemeenteraad heeft de mogelijkheid om in de aanvraag vangnetuitkering zijn opvattingen te geven over de verklaring van het college (in de verklaring staan de oorzaken van het tekort, de maatregelen om het tekort te reduceren, etc.). In het formulier zal op hoofdlijnen het proces worden

2 Vangnetuitkering Participatiewet: informatie voor raadsleden | VNG

2

beschreven hoe de gemeenteraad betrokken is. Dit is vanaf het moment van signalering van het tekort en het daaropvolgend proces van treffen van maatregelen waar de raad bij betrokken is voordat de raad instemt met de verklaring van het college. De voorzitter van de gemeenteraad en de griffier tekenen voor de juistheid hiervan en worden in de gelegenheid gesteld om dit overzicht aan te vullen.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2024 hebben ontvangen. De aanvraag dient met behulp van dit, door de minister vastgestelde aanvraagformulier, voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt naar ondertekening aangeboden aan de commissie via de website. De Toetsingscommissie beoordeelt de aanvraag procedureel. Dit betekent dat wordt beoordeeld of het college en de gemeenteraad een aantal processtappen hebben doorlopen: het tekort is groter dan de drempelwaarde; het college heeft in de verklaring toegelicht dat maatregelen zijn getroffen om het tekort te reduceren en de gemeenteraad heeft ingestemd met de verklaring. De commissie geeft dus geen inhoudelijk oordeel over de aanvraag. Vervolgens adviseert deze commissie de Minister. Deze adviezen worden in beginsel overgenomen. Gemeenten die interesse hebben in de maatregelen van andere gemeenten, kunnen terecht op de website van het vangnet. Hier zijn alle aanvragen gepubliceerd en gerubriceerd naar type maatregel, omvang van de gemeente en omvang van het tekort. Aan het eind van het aanvraagformulier is een uitgebreide toelichting per vraag opgenomen voor de ambtelijke ondersteuning van het college.

Voor een verdere toelichting op dit formulier wordt verwezen naar de informatie op de website: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2023

3

1. Verklaring college bij een basisverzoek

Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

4

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal twee A4. Het ligt voor de hand dat een gemeenteraadslid de antwoorden op de checklist (zie achteraan dit formulier) terug kan vinden in de samenvatting. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Gemeente Leidschendam-Voorburg kampt sinds 2015 met een tekort op het BUIG-budget.

Dit tekort is voornamelijk te wijden aan het landelijke verdeelmodel, dat structureel nadelig uitvalt voor Leidschendam-Voorburg.3 Ook wordt de parameter ‘werken onder niveau’ in dit verdeelmodel niet geheel accuraat gemeten, waardoor Leidschendam-Voorburg geconfronteerd wordt met een forse budgetdaling. De laatste oorzaak van het tekort is dat inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt voor lange tijd niet duurzaam kunnen uitstromen naar werk. De gemeente zet actief in op maatregelen om deze laatste oorzaak aan te pakken. Vanuit Rijksoverheid is de vraag naar Leidschendam-Voorburg gekomen om in 2024 een aanvraag te doen voor de vangnetuitkering BUIG. Met dit aanvraagformulier geeft de gemeente LeidschendamVoorburg hier vorm en inhoud aan. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken. Gemeente Leidschendam-Voorburg neemt al een aantal jaren maatregelen om het tekort op het BUIG-budget te reduceren. Sinds 2022 hanteert de gemeente een drie-sporen beleid, waarbij zij inzet op drie verschillende actielijnen om het tekort te reduceren: onderzoek en analyse (1), interne acties

3 Bron: Rapportage BUIG-tekort Leidschendam-Voorburg: Oorzaken, opvallendheden en handelingsperspectief.

5

en instrumenten (instrumentenmix) (2), en contact met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (3).4 Zo heeft de gemeente een uitgebreid onderzoek naar de oorzaken van het tekort laten uitvoeren. Dit onderzoek toont aan hoe het tekort ontstaat en welke handelingsperspectieven er zijn voor de gemeente. Ook heeft het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg met haar raad een ‘instrumentenmix’ ontwikkeld in 2022. Deze instrumentenmix bevat instrumenten om het tekort op de BUIG terug te dringen. In 2024 is de instrumentenmix verwerkt in het volledig vernieuwde reintegratie en participatiebeleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Onderstaande maatregelen zijn allen te relateren aan deze instrumentenmix. 1. Meer persoonlijke aandacht voor de participatiegroep; 2. Inzet op loonkostensubsidie (LKS); 3. Consulenten Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ); 4. Matchingsevenementen; 5. Handhaving; 6. Welzijnsgesprekken; 7. Anticiperen op veranderingen in de economie; 8. Parttime werken stimuleren; 9. Inzet op Individuele Plaatsing en Steun trajecten (IPS); 10. Inzet op praktijkonderwijs; 11. Communicatie werkgeversbeleid. C.

Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Bovenstaande maatregelen worden in gezamenlijkheid ingezet. Het merendeel van deze maatregelen is gericht op het bieden van meer en persoonlijke aandacht aan en ondersteuning voor inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Ook bieden de maatregelen nieuwe manieren om inwoners in aanraking te laten komen met (betaald) werk. Zo wordt het voor deze groep mogelijk om duurzaam uit de bijstand uit te stromen en zal het tekort op het BUIG-budget verkleinen. Onderdeel C geeft per maatregel een kwalitatieve of kwantitatieve onderbouwing.

4 Bron: Raadsbrief informeren over ontwikkelingen BUIG-budget 2022 & Raadsbrief Informeren over Definitief

BUIG-budget 2022

6

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Eerste- en tweede Turap en jaarrekening.

X

Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties.

X

Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.

X

Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

X

Monitor sociaal domein.

7

1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

A. Analyse van de oorzaken van het tekort Gemeente Leidschendam-Voorburg kampt sinds 2015 met een tekort op het BUIG-budget. Dit tekort is met name te wijden aan het landelijke verdeelmodel, dat structureel nadelig uitvalt voor Leidschendam-Voorburg.5 De gemeente is actief in gesprek met het Ministerie om aandacht te vragen voor dit onderwerp en te zoeken naar mogelijke oplossingen. Hoewel het verdeelmodel vanaf 2024 al deels is aangepast om dit te ondervangen, heeft gemeente Leidschendam-Voorburg over 2023 nog steeds een flink tekort. Tot het moment dat dit is opgelost, doet gemeente LeidschendamVoorburg daarom een beroep op de vangnetuitkering om het tekort op het BUIG-budget te kunnen opvangen. Dit jaar vraagt de gemeente, mede op verzoek van de Rijksoverheid, een vangnetuitkering aan ter waarde van €384.355 om het tekort uit 2023 op te vangen. Dit bedrag is als volgt berekend: 1. 2.

Netto lasten BUIG budget 2023 Definitief BUIG budget 2023

3.

Tekort op BUIG budget 2023

€ 29.674.104 € 26.888.738 -

€ 2.785.366 -

Tekort in %

10,4%

4.

Getrapte vergoeding

Deel van het tekort:

Waarvan vergoed:

Totale vergoeding:

4a . 4b . 5.

Tekortdeel 0%-7.5%

€28.905.393

0%

€0

Tekortdeel 7.5%-12,5%

€768.711

50%

€384.355

Omvang vangnetuitkering 2023

€ 384.355

5 Bron: Rapportage BUIG-tekort Leidschendam-Voorburg: Oorzaken, opvallendheden en handelingsperspectief.

8

De resultaten op het BUIG-budget waren in 2021, 2022 en 2023 als volgt: Jaar Netto-uitkeringen

2021

2022

2023

€26.829.109

€ 27.002.373

€29.674.104

BUIG rijksmiddelen

€27.066.229

€25.219.990

€26.888.738

Tekort Gecumuleerd tekort

€237.121 X

€ - 1.782.383 X

€ - 2.785.366 € - 4.330.629

Hiermee voldoet gemeente Leidschendam-Voorburg aan de eerste twee gestelde voorwaarden van de vangnetuitkering, namelijk: - Over 2023 moet sprake zijn van een tekort dat meer bedraagt dan 7,5% van de definitief over dat jaar toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet; - Over 2021, 2022 en 2023 moet sprake zijn van een gecumuleerd tekort dat meer bedraagt dan 7,5%, berekend over de in 2022 toegekende gebundelde uitkering als bedoeld in artikel 69 Participatiewet. Analyse van het tekort Gemeente Leidschendam-Voorburg kampt de laatste jaren met een tekort op het BUIG-budget. In 2023 heeft een extern bureau onderzocht wat de oorzaken van het BUIG-tekort in LeidschendamVoorburg zijn.5 Hieronder worden de grootste oorzaken van het tekort toegelicht. 1. Het verdeelmodel is nadelig voor Leidschendam-Voorburg De eerste oorzaak voor het tekort ligt in de landelijke verdeelsleutel voor het BUIG-budget. De verdeelsystematiek die sinds 2015 wordt gehanteerd, werkt voor gemeente Leidschendam-Voorburg nadelig. Deze systematiek gaat uit van de statistische kans dat iemand in Leidschendam-Voorburg in de bijstand geraakt, op grond van bijvoorbeeld bevolkingssamenstelling, samenstelling van huishoudens en inkomens-/opleidingsniveau.

In de praktijk blijkt dat er in Leidschendam-Voorburg jaarlijks meer mensen een bijstandsuitkering ontvangen dan het verdeelmodel voorspelt. Dit leidt tot een tekort op het BUIG-budget. In 2023 is een uitgebreid onderzoek gedaan naar de werking van het verdeelmodel voor gemeente Leidschendam-Voorburg.6 Dit onderzoek toont aan dat het structurele tekort van de gemeente Leidschendam-Voorburg grotendeels te wijten is aan de nadelige werking van het verdeelmodel, en niet aan het beleid dat Leidschendam-Voorburg voert rondom uitkeringen. Zo zijn er enkele structuurkenmerken die ervoor zorgen dat Leidschendam-Voorburg vaak een tekort heeft op het BUIG-budget (zo ook dit jaar), maar die niet worden meegenomen in de berekening van het BUIG-budget. Voorbeelden hiervan zijn het hoge aantal opgeleiden en het lage aantal

6 Bron: Rapportage BUIG-tekort Leidschendam-Voorburg: Oorzaken, opvallendheden en handelingsperspectief.

9

conjunctuurgevoelige banen. Ook wordt de parameter ‘werken onder niveau’ in het verdeelmodel niet accuraat gemeten, waardoor gemeente Leidschendam-Voorburg geconfronteerd wordt met een forse budgetdaling. Bovenstaande laat zien dat het verdeelmodel nadelig uitpakt voor gemeente LeidschendamVoorburg. 2. De parameter ‘werken onder niveau’ is niet realistisch voor gemeente LeidschendamVoorburg Het BUIG-budget voor Leidschendam-Voorburg daalde fors tussen 2022 en 2023 (zie onderdeel A). Dit kwam door een grote daling in de parameter ‘werken onder niveau’, die aangeeft hoeveel hoogopgeleide inwoners laaggeschoolde banen hebben, waardoor lager opgeleiden sneller in de bijstand komen. Dit wordt ook wel verdringing op de arbeidsmarkt genoemd. Onderzoek toont aan dat deze parameter niet geheel accuraat gemeten wordt voor gemeente Leidschendam-Voorburg, waardoor de bijbehorende forse daling in het BUIG-budget niet realistisch is.5 3. Inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt vinden lastig hun weg naar werk In Leidschendam-Voorburg wonen relatief veel mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Dit wordt ook wel de participatiegroep genoemd (ongeveer 50% van het bijstandsbudget). Voor deze inwoners duurt het doorgaans langer dan twee jaar vordat zij duurzaam kunnen uitstromen naar werk. Deze groep blijft dus relatief lang in de bijstand.

Dit draagt substantieel bij aan het tekort op het BUIG-budget.

10

B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. Gemeente Leidschendam-Voorburg neemt al een aantal jaren maatregelen om het tekort op het BUIG-budget te reduceren. Dit doet zij volgens het 3-sporen beleid waarin ingezet wordt op de drie sporen van onderzoek en analyse, interne instrumenten, en lobby bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.7 Allereerst heeft de gemeente een onderzoek laten uitvoeren naar de oorzaken van het tekort in gemeente Leidschendam-Voorburg en welke handelingsperspectieven er zijn voor de gemeente.8 Ook is het voormalige re-integratie en participatiebeleid uitgebreid geëvalueerd en zijn vanuit daar ook adviezen gegeven waar de gemeente mee verder kon. Wat betreft het tweede spoor, heeft het college van de gemeente Leidschendam-Voorburg met haar raad een ‘instrumentenmix’ ontwikkeld in 2022. Deze instrumentenmix bevat instrumenten om het tekort op de BUIG terug te dringen. In 2024 is de instrumentenmix verwerkt in het volledig vernieuwde re-integratie en participatiebeleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg, dat expliciet door de gemeenteraad is vastgesteld om actief mee in te zetten op re-integratie en participatie van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Onderstaande maatregelen zijn allen te relateren aan deze instrumentenmix. De effecten van de getroffen maatregelen in de voorgaande jaren zijn verder verduidelijkt onder onderdeel C. 1. Meer persoonlijke begeleiding voor de participatiegroep Gemeente Leidschendam-Voorburg vindt het belangrijk dat ieder individu kan meedoen aan de samenleving, en dat elke inwoner wordt gestimuleerd om te participeren.9 Daarom is er veel oog voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In eerdere jaren besteedde de gemeente Leidschendam-Voorburg veel aandacht aan mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt.10 Dit is onder andere gedaan door extra inzet van participatieconsulenten. De inzet van participatieconsulenten heeft geleid tot veel uitstroom bij mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Onderzoek toont aan dat de participatiegroep, oftewel inwoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt, meer aandacht van de gemeente nodig hebben.7 Voortbouwend op dit onderzoek ziet de gemeente dan ook grote waarde in structurele en persoonlijke ondersteuning van mensen met een lange afstand tot de arbeidsmarkt. Om dit te kunnen realiseren is een aantal maatregelen genomen.

7 Bron: Raadsbrief informeren over ontwikkelingen BUIG-budget 2022 & Raadsbrief Informeren over Definitief

BUIG-budget 2022

8Bron: Rapportage BUIG-tekort Leidschendam-Voorburg: Oorzaken, opvallendheden en handelingsperspectief. 9 Bron: Coalitieakkoord gemeente Leidschendam-Voorburg 2022-2026. Zie pijler 7: Onderwijs, kansengelijkheid,

werk & inkomen.

10 Bron: Evaluatie participatie- en re-integratiebeleid 2019-2022. Zie o.a. pagina 20.

11

•

1A: Inzet participatieconsulenten

In de periode van 2021-2023 is een pilot gedaan om meer participatieconsulenten in te zetten dan voorheen. Medio 2021 startte de eerste participatieconsulent en in 2022 kwamen daar twee tijdelijke participatieconsulenten bij. Dit bleek een positief effect te hebben. Gemeente Leidschendam-Voorburg heeft op basis hiervan besloten om vanaf 2024 één vaste participatieconsulent aan te stellen. Ook zijn er twee tijdelijke participatieconsulenten voor 20242025 aangesteld. Deze participatieconsulenten kunnen een deel van de participatiegroep (structureel) begeleiden. Zo krijgt deze groep een grotere kans om deel te nemen aan de samenleving. In de wijk Leidschendam-Noord wonen veel huishoudens in armoede en zijn er gezinnen waar generatie op generatie geen werk is. Werken is in deze wijk niet altijd de norm. Daarom is het programma ‘Sterk voor Noord’ (2021-2041) opgericht, dat als doel heeft om de achterstanden in Leidschendam-Noord op het gebied van onderwijs, wonen en financiële zelfredzaamheid te verminderen. Onder deze laatste pijler zet dit programma zich in om meer bewoners van de wijk Noord aan het werk te krijgen of actief mee te laten doen aan de samenleving.11 Vanuit dit programma zijn twee tijdelijke participatieconsulenten aangesteld.

Ook zet het programma in op loopbaan oriëntatie en begeleiding voor jongeren (bijvoorbeeld met bliksemstages, loopbaangesprekken, proefstuderen).12 •

1B: Inzet van matchmakers en leerwerkmakelaar

Om statushouders beter te kunnen begeleiden naar werk, worden matchmakers ingezet. In 2023 werden uit regionale middelen twee tijdelijke matchmakers bekostigd. Daarbij is er vanaf april 2024 vanuit het re-integratie en participatiebeleid één matchmaker structureel aangesteld. De matchmaker coacht statushouders en klanten binnen de banenafspraak richting werk en werkt samen met andere consulenten. Ook is de consulent statushouder en de consulent inburgering in januari 2024 samengevoegd tot één functie. Zo hebben statushouders nog maar één aanspreekpunt en kan de betrokken consulent de inwoner gerichter begeleiden. Verder werkt de gemeente aan het integreren van de startklas voor statushouders, waarin de focus ligt op het leren kennen van de inwoner om tot een beter onderbouwd Plan Inburgering en Participatie (hierna: PIP) te komen. Hiermee wordt de link gelegd tussen participatie en inburgering en kunnen statushouders sneller en beter integreren in de samenleving. Voor jongeren zonder startkwalificatie wordt de leerwerkmakelaar ingezet. De leerwerkmakelaar begeleidt jongeren tot en met 27 jaar bij het vinden van werk of scholing en helpt bij het realiseren van een duurzame plaatsing. De gemeente werkt samen met werkgevers om jongeren zonder startkwalificatie aan een baan te helpen.

11 Bron: Programmaplan Sterk voor Noord 12 Bron: Uitvoeringsplan Financiële zelfredzaamheid 2022-2025

12

2. Extra inzet op loonkostensubsidie (LKS) Gemeente Leidschendam-Voorburg zet meer in op loonkostensubsidie. Dit doet zij onder andere door meer administratieve ondersteuning te bieden om de inzet van LKS eenvoudiger te maken voor de consulent. Zo is de inzet van LKS vanuit de gemeente efficiënter ingericht. Ook bevordert de invoering van het breed offensief het gebruik van LKS, bijvoorbeeld omdat werknemers nu ook zelf LKS kunnen aanvragen. 3. Consulenten Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (BBZ) Leidschendam-Voorburg spendeert een deel van het BUIG-budget aan BBZ-uitkeringen. Zo worden consulenten BBZ ingezet: zij ondersteunen inwoners richting zelfstandig ondernemerschap door te zorgen dat inwoners de juiste kennis en kunde hebben voordat zij zelfstandig ondernemer worden. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een begeleidingsplan of een BBZ voorbereidingsjaar. Zorgvuldige begeleiding van iemand uit de bijstand naar het ‘zelfstandig ondernemerschap’ draagt ook bij aan uitstroom uit de bijstand. Ook gevestigde zelfstandigen met financiële uitdagingen, zelfstandigen die hun bedrijf willen beëindigen of ouderen met een niet levensvatbaar bedrijf worden ondersteund vanuit de Bbz. Naast het verstrekken van BBZ aan zelfstandig ondernemers, kan de gemeente LeidschendamVoorburg zelfstandig ondernemers ook helpen met een lening.

Deze lening kan ervoor zorgen dat een zelfstandig ondernemer blijft bestaan en niet in de bijstand beland. 4. Matchingsevenementen Regio Zuid-Holland Centraal vindt het belangrijk om inwoners bestaanszekerheid te bieden door een duurzame invulling van banen in de regio te realiseren. Gemeente Leidschendam-Voorburg onderschrijft dit belang en werkt actief samen met partners in de regio. Zowel vanuit het Werkgeversservicepunt (WSP) als in de regio worden evenementen georganiseerd waar inwoner en werkgever elkaar kunnen ontmoeten. Ook is er vanuit de regio een evenementenkalender opgesteld om duidelijk inzicht te geven in deze evenementen. 5. Handhaving Gemeente Leidschendam-Voorburg vindt het belangrijk dat inkomensondersteuning bij de juiste inwoners belandt. De consulenten van de afdeling inkomen zijn getraind om te handhaven conform landelijke richtlijnen. 6. Welzijnsgesprekken Om inwoners met een bijstandsuitkering goed te ondersteunen, vindt gemeente LeidschendamVoorburg het belangrijk de doelgroep te kennen. Daarom investeert de gemeente LeidschendamVoorburg flink in het voeren van welzijnsgesprekken, waarbij de gemeente alle inwoners met een bijstandsuitkering uitnodigt voor een persoonlijk welzijnsgesprek. Dit past bij het coalitieakkoord waar staat dat de gemeente regelmatig contact houdt met alle mensen die een bijstandsuitkering 13

ontvangen. Tijdens dit gesprek bekijkt gemeente Leidschendam-Voorburg of de inwoner krijgt waar hij recht op heeft, en kijkt de gemeente of de inwoner recht heeft op andere regelingen en of er aanvullende hulp of ondersteuning nodig is. 7. Anticiperen op veranderingen in de economie Gemeente Leidschendam-Voorburg anticipeert op marktontwikkeling. Het is steeds moeilijker om goed gekwalificeerd personeel te vinden en er is hoge uitstroom uit de arbeidsmarkt wegens vergrijzing van de gemeente.13 Ook kampen de sectoren zorg, onderwijs en bouw met grote tekorten. Om op dit tekort in te spelen, is de gemeente Leidschendam-Voorburg bezig met het maken van afspraken met het UWV, de werkgevers en andere gemeenten in de regio om scholing naar sectoren met tekorten mogelijk te maken (zoals de zorg, het onderwijs en de bouw). Daarbij kijken het Werkgeverservicepunt, consulenten, matchmakers en de leerwerkmakelaar ook actief welke kansrijke sectoren er zijn om mensen zonder werk naartoe te begeleiden. Hiermee kunnen bijstandsgerechtigden sneller aan het werk worden geholpen. 8. Parttime werken stimuleren Inwoners ervaren de overstap van de bijstand naar een fulltimebaan vaak als een grote stap. De impact van een stap richting werk is kleiner wanneer inwoners de kans hebben om te beginnen met parttime werken. Daarom stimuleert gemeente Leidschendam-Voorburg parttime werken. 9.

Individuele Plaatsing en Steun trajecten (IPS-trajecten) In gemeente Leidschendam-Voorburg heeft ongeveer een derde van de inwoners met een bijstandsuitkering te maken met psychische problemen.14 Voor GGZ-cliënten in de bijstand, is het vaak moeilijk om uit te stromen naar (betaald) werk. Middels de subsidieregeling van het UWV biedt biedt de gemeente IPS-trajecten aan om deze cliënten intensief te kunnen begeleiden naar werk. Deze trajecten worden vergoed door het Rijk. Actieve inzet op het aanbieden van IPS-trajecten zorgt ervoor dat inwoners sneller en duurzamer uitstromen uit de bijstand. 10. Inzetten op praktijkonderwijs Gemeente Leidschendam-Voorburg zet in op praktijkonderwijs om jongeren sneller en duurzamer aan werk te helpen. Praktijkonderwijs richt zich op het ontwikkelen van praktische vaardigheden die direct toepasbaar zijn op de werkvloer. Ook bereidt het jongeren voor op zelfstandig leven en werken. Deze maatregel kan inwoners helpen sneller hun weg naar werk te vinden, waardoor ze sneller en duurzamer kunnen uitstromen uit de bijstand. Om praktijkonderwijs te stimuleren,

13 Bron: Risico's en exogene ontwikkelingen | 1e Turap 2022 (bestuursrapportage.nl) 14 Bron: Raadsbrief startnotitie re-integratie en participatiebeleid Leidschendam Voorburg

14

begeleidt de leerwerkmakelaar jongeren (met of zonder startkwalificatie) richting praktijkonderwijs. De leerwerkmakelaar zet daarbij in op BBL en BOL-opleidingen. 11. Communicatie werkgeversbeleid De gemeente Leidschendam-Voorburg zet actief in op communicatie over regelingen en ontwikkelingen rondom werk. Hiervoor wordt het bestaande Werkgeverservice punt benut. Ook maakt de gemeente gebruik van instrumentengids Dennis, die online te raadplegen is.15 Deze gids bevat instrumenten die werkgevers kunnen raadplegen. Het bijhouden van deze instrumentengids wordt regionaal opgepakt.

15 Dennis (instrumentengids-dennis.nl)

15

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. 1. Meer persoonlijke begeleiding voor de participatiegroep •

1A: Inzet participatieconsulenten

De inzet van participatieconsulenten heeft veel opgebracht. In 2022 heeft één participatieconsulent een groep van 64 mensen benaderd. Deze groep is onderverdeeld in vier categorieën: Groep A (wel willen werken, wel kunnen werken)

43

Groep B (wel willen werken, niet kunnen werken)

16

Groep C (niet willen werken, wel kunnen werken)

2

Groep D (niet willen werken, niet kunnen werken)

3

Van deze groep lukt het om 42% weer actief te laten participeren in de samenleving. Daarnaast doet 21% door de begeleiding van de participatieconsulent nu aan vrijwilligerswerk en stroomde 8% zelfs uit naar een vaste baan. Ook kwam ongeveer de helft van de inwoners die in eerste instantie niet dachten te kunnen participeren in de samenleving, alsnog in beweging.16 De structurele en intensieve begeleiding van participatieconsulenten zorgt ervoor dat inwoners uit de participatiegroep (meer) meedoen in de samenleving. Door één participatieconsulent vanaf 2024 structureel in te zetten, krijgen nog meer inwoners de kans om te participeren en uit te stromen uit de bijstand. Ook worden er, naar aanleiding van het eerdere succes, vanuit het re-integratie en participatiebeleid middelen beschikbaar gesteld voor twee participatieconsulenten. Dit verkleint het tekort op het BUIG-budget. De versterkte inzet van de participatieconsulent heeft eveneens een positief effect gehad op de uitstroom in Leidschendam-Noord, waar veel huishoudens in armoede leven en waar gezinnen van

16 Bron: Participatie onderzoek 2021-2022 (Andrea Bon)

16

generatie op generatie geen werk hebben. Werken is in deze wijk niet altijd de norm. Binnen het programma ‘Sterk voor Noord’ (2021-2041) waren participatieconsulenten een belangrijke pijler. •

1B: Inzet van matchmakers en leerwerkmakelaar

De inzet van matchmakers en leerwerkmakelaar is in het verleden succesvol gebleken. Matchmakers hebben meer focus op statushouders en meer tijd voor de bemiddeling naar werk. Ook zorgen zij ervoor dat er meer aandacht komt voor tussenstapjes naar werk (denk aan proefplaatsing, leerwerktrajecten of parttime werk). De inzet van twee tijdelijke matchmakers heeft in 2022 tot 62 (proef-) plaatsingen geleid en in 2023 tot 46 (proef-) plaatsingen. Door vanaf 2024 één matchmaker structureel in te zetten naast de twee tijdelijke matchmakers die medio 2021 zijn gestart, verwacht de gemeente dat er meer inwoners uit de participatiegroep (statushouders en inwoners met een indicatie banenafspraak) kunnen uitstromen naar (betaald) werk. Dit leidt tot een verkleining van het tekort op het BUIG-budget. Naast de inzet van de matchmaker, zet de gemeente Leidschendam-Voorburg ook in op het gebruik van de leerwerkmakelaar. Deze makelaar helpt studenten met een passende opleiding om werk te kunnen vinden. In 2023 is deze leerwerkmakelaar 78 keer benaderd (verdeeld over de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten). In 70 gevallen leidde het gebruik van de leerwerkmakelaar tot een succesvolle match met een opleiding of (betaald) werk.17 2. Extra inzet op loonkostensubsidie (LKS) Gemeente Leidschendam-Voorburg zet in op het gebruik van LKS.

Het gebruik van LKS is in de afgelopen jaren enorm toegenomen (zie tabel hieronder). Jaartal

Aantal LKS cliënten

Bedrag

2021

77

€563.638,06

2022

97

€744.441,64

2023

118

€1.019.852,45

Door meer administratieve ondersteuning te bieden wordt de inzet van LKS eenvoudiger voor de consulent, waarmee de inzet van LKS vanuit de gemeente efficiënter is ingericht.

17 Bron: Rapportage cijfers leerwerk makelaar 2023

17

3. Consulenten Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ) De inzet van consulenten BBZ heeft een positieve invloed op het tekort op het BUIG-budget. Deze BBZ-consulenten helpen zelfstandig ondernemers bij het uitstromen uit de BBZ en bij het inrichten van de zelfstandig onderneming. Ook gevestigde zelfstandigen met financiële uitdagingen, zelfstandigen die hun bedrijf willen beëindigen of ouderen met een niet levensvatbaar bedrijf worden ondersteund vanuit de Bbz. In het corona-jaar (2022) was het eenmalig negatieve effect op de BBZ een bedrag van € 500.000,00. Inmiddels zien we dat het aantal personen met een BBZuitkering levensonderhoud ongeveer gelijk is aan de aantallen waar het Rijk rekening mee houdt in de financiering van de BUIG. Gemeente Leidschendam-Voorburg werkt met een speciale consulent voor BBZ. Opvallend is dat er in 2023 99 mensen zijn geholpen met een gesprek. Dat zijn er 21 meer dan in 2022. 4. Evenementen Matchingsevenementen worden georganiseerd om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen hun weg naar werk te vinden. Er is nog geen compleet beeld van het aantal uitgestroomde kandidaten, omdat sommige gesprekken tussen werkgevers en kandidaten nog lopen. Verder organiseert de gemeente Leidschendam-Voorburg in samenwerking met de arbeidsmarktregio ook banenmarkten.

Onderstaande tabel laat zien hoeveel plaatsingen er zijn gerealiseerd door een aantal grote evenementen in 2023: Wanneer (2023)

Evenement

Aantal plaatsingen

14 februari

Netwerkcafé detailhandel

3-5 kandidaten aangenomen in de detailhandel

11 april

Netwerkcafé participatiekandidaten

10-15 kandidaten aangenomen op leerwerkplekken

14 april

Banenmarkt XL

6-8 kandidaten aangenomen in diverse branches

20 april

Banenmarkt Mall of the Netherlands

16-18 kandidaten aangenomen in de detailhandel/horeca

September

Praktijkleren zorg

4 kandidaten aangenomen in de thuiszorg

10 oktober

Banenmarkt The Mall

11-13 kandidaten aangenomen in diverse branches

18

12 oktober

Banenmarkt XL

5-7 kandidaten aangenomen in diverse branches

November

Meet and Greet Banenafspraak

Cijfers niet bekend, maar verschillende kandidaten vanuit het doelgroepregiseter aangenomen tijdens/na de meet & greet banenafspraak.

Bovenstaand is slechts een greep uit de evenementen die worden georganiseerd. Ook in 2024 staat een aantal evenementen gepland. Zo wordt een netwerkcafé georganiseerd waar werkgevers in gesprek gaan met geïnteresseerden over openstaande vacatures. Voor 50-plussers wordt een ‘Pitch and Match’ evenement georganiseerd, waarbij deelnemers een training krijgen over hoe zij zichzelf kunnen pitchen, waarna ze dit ook in praktijk mogen brengen. Tot slot is er een Meet and Greet voor inwoners in de banenafspraak, waar werkgevers uitgenodigd zijn die openstaan voor kandidaten met een (arbeids)beperking. 5. Handhaving Gemeente Leidschendam-Voorburg vindt het belangrijk dat inkomensondersteuning bij de juiste inwoners belandt. De consulenten van de afdeling inkomen zijn daarom getraind in actuele handhavingsperspectieven binnen de landelijke ontwikkelingen. Handhaving, met oog voor de menselijke maat, zorgt ervoor dat bijstand rechtmatig verstrekt wordt. Dit kan leiden tot een verkleining van het bijstandsbestand, omdat alleen inwoners die recht hebben op bijstand deze nog ontvangen. 6. Welzijnsgesprekken Het voeren van welzijnsgesprekken kan leiden tot een vermindering van de uitgaven aan bijstandsuitkeringen. Met deze gesprekken wordt namelijk gecontroleerd op rechtmatigheid van uitkeringen, wat kan leiden tot uitstroom uit het bijstandsbestand.

Ook worden inwoners geïnformeerd over hulp en ondersteuning die vanuit andere domeinen geboden kan worden. In de gemeentelijke begroting is een raming voor budgettaire gevolgen opgenomen die deze effecten weergeeft. 18 7. Anticiperen op veranderingen in de economie De gemeente maakt afspraken met het UWV om scholing naar sectoren met tekorten mogelijk te maken. Om goed te kunnen anticiperen op economische veranderingen, maakt de gemeente Leidschendam-Voorburg gebruik van interventies zoals de leerwerkmakelaar en matchmakers.

18 Bron: Raadsbrief informeren over de start van de welzijnsgesprekken

19

Om deze veranderingen zo goed mogelijk vorm te geven en regionaal aan te pakken, is de gemeente Leidschendam-Voorburg onderdeel van de arbeidsmarktregio Zuid-Holland Centraal en draagt zij hier actief aan bij. 8.

Parttime werken stimuleren

In Nederland is ongeveer 19% van het onbenutte arbeidspotentieel in beeld. Een groot gedeelte hiervan zijn deeltijdwerkers. In het samenwerkingsverband tussen gemeenten LeidschendamVoorburg, Wassenaar en Voorschoten werkt zo’n 8% van de inwoners in de bijstand parttime naast de bijstandsuitkering die zij ontvangen. Door parttime werken te stimuleren, wordt de drempel om te gaan werken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt verlaagd. Gemeente Leidschendam-Voorburg stimuleert inwoners door per inwoner te kijken hoeveel diegene aan kan. In het bijzonder is hiervoor het project “Van deel naar heel” in 2023 opnieuw gestart. Op basis van bevindingen uit de eerste periode van dit project, wordt nu direct een gesprek gevoerd met klant, kandidaat en consulent, waardoor de inwoner gerichter en persoonlijker begeleid kan worden. Uit dit project zijn tot nu toe 2 inwoners uitgestroomd naar fulltime werk en is 1 inwoner als zelfstandige aan de slag gegaan. Naast deze uitstroom was er eveneens één kandidaat die meer uren kon gaan werken bij zijn huidige werkgever. 9. Individuele Plaatsing en Steun trajecten (IPS) Door actief in te zetten op IPS-trajecten voor GGZ-cliënten, kunnen ook deze inwoners sneller en duurzamer uitstromen uit de bijstand. Het aanbieden van deze trajecten kost de gemeente geen budget, en het leidt tot een grotere uitstroom uit de bijstand.

Dit helpt daarom om het tekort op het BUIG-budget te verminderen. Sinds de start van de subsidieregeling (maart 2023) zijn er tot op heden 5 IPS-trajecten ingezet. Ook is de inzet van IPS-trajecten in het gehele domein werk extra onder de aandacht gebracht. De verwachting is daarom dat het aantal IPS-trajecten in de komende maanden verder toe neemt, waarmee meer inwoners zullen uitstromen uit de bijstand. 10. Inzetten op praktijkonderwijs Gemeente Leidschendam-Voorburg zet in op praktijkonderwijs. Om jongeren toegang te geven tot praktijkonderwijs, is de leerwerkmakelaar actief en heeft gemeente Leidschendam-Voorburg contact met het REA-college. Voor inwoners van andere leeftijden organiseert gemeente LeidschendamVoorburg praktijkleren in de zorg, en worden mogelijkheden voor praktijkleren in retail uitgewerkt. In de zorgsector zijn 6 inwoners gestart met praktijkonderwijs, waarvan 4 inwoners (deels) zijn uitgestroomd naar betaald werk in die sector. De inzet op praktijkonderwijs helpt inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt dus om aan werk te komen. 11. Communicatie werkgeversbeleid Extra communicatie over regelingen en ontwikkelingen rondom werk richting werkgevers leidt tot meer aandacht voor de doelgroep uit de bijstand. Hier wordt op verschillende manieren aan gewerkt: bijvoorbeeld via instrumentengids Dennis en de ontwikkeling van een regionaal 20

werkcentrum waarin werkgevers en inwoners terecht kunnen voor hun vragen over werk en opleiding.

21

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

22

2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht. Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces

X

Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien

X

Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. 23

Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. X

Verzoek om extra informatie over maatregelen

X

Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen

X

Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente.

Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.

De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

24

Naam van de ondertekenaar: ___________

25

Toelichting op het aanvraagformulier bij het basis verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • •

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2023 dient uiterlijk op 15 augustus 2024 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken die na 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. U vindt onderaan dit formulier meer achtergrondinformatie over de aanvraagprocedure, de wet- en regelgeving, de relatie met jaarcijfers (SiSa verantwoording) en de ondersteuning vanuit Divosa. Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de aanvraagprocedure en de deadline voor het indienen van een complete aanvraag. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •

indien uw gemeente zowel over 2021 als over 2022 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.

•

indien uw gemeente over 2021 en/of over 2022 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.

De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 26

2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit. Waarom is er een samenvatting in het aanvraagformulier opgenomen? Uit het onderzoek naar de rol van de gemeenteraad is duidelijk geworden dat raadsleden behoefte hebben aan beknopte informatie op hoofdlijnen, zodat de rol van de gemeenteraad om in te stemmen met de verklaring van het college beter uitvoerbaar wordt.

Waarom is er een procesvraag in het aanvraagformulier opgenomen over de wisselwerking tussen het college en de gemeenteraad? In het aanvraagformulier is de volgende vraag opgenomen: ‘op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college?’ Onder deze vraag is een korte checklist opgenomen met een zestal punten die kunnen worden aangevuld. Vanaf de invoering van de vangnetuitkering in 2015 heeft de gemeenteraad een inhoudelijkbeoordelende ten aanzien van de vangnetuitkering; deze rol lag voorheen bij de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Uit een onderzoek door de Toetsingscommissie bleek dat gemeenteraden slechts beperkt de vangnetaanvragen inhoudelijk beoordeelden. De beantwoording van de procesvraag geeft inzicht in de mate waarin de raad is betrokken bij de processtappen van signalering tot reductie van het tekort. Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord.

De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2023 wordt een en ander eveneens toegelicht.

27

Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.

Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven. Onder een analyse van de oorzaken van het tekort wordt verstaan: ‘de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Een algemene analyse, die niet ingaat op de situatie in de eigen gemeente of arbeidsmarktregio, volstaat niet als analyse van de oorzaken van het tekort. Suggesties bij de beantwoording van A • • •

• •

Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat een tekort zal ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 2023i en/of de Benchmark van Divosaii. U kunt in de analyse ook beschrijven wat het effect is van getroffen maatregelen in voorgaande jaren.

Onderdeel B De maatregelen kunnen worden getroffen vanaf het moment dat het tekort bekend is of dat men vanuit een prognose het tekort ziet aankomen, tot uiterlijk de datum van indiening van het verzoek. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘het treffen van maatregelen’. •

•

Wat wordt verstaan onder een maatregel? o Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. Wat wordt verstaan onder het treffen van maatregelen. 28

Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen door het college en waarvan de uitvoering in gang is gezet voor het tijdstip van indiening van de aanvraag. Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn? o Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of, in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen ten einde het tekort verder te reduceren. Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven. o

•

Suggesties bij de beantwoording van B • • •

• •

•

Geef waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen. U kunt in uw antwoord verwijzen naar eerder genomen maatregelen. Indien mogelijk kunt u de effecten van eerder genomen maatregelen betrekken bij de maatregelen die u nu treft. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO o de benchmark Divosa o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt in uw antwoord bij voorkeur onderscheid maken tussen eerder getroffen maatregelen (voorafgaande jaren) en nieuwe (nog te treffen, lopende het jaar tot indiening). U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten in het sociale domein benoemen.

Onderdeel C De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate van effectiviteit van de maatregelen. Bij deze vraag wordt verwacht dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen treft waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan een reductie van het tekort.

29

Suggesties bij de beantwoording van C •

• •

U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U kunt aangeven op welke wijze het college de effecten van de maatregelen monitort.

30

Achtergrondinformatie bij dit formulier Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e). Aanvraagprocedure De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen.

Verdere toelichting op de aanvraagprocedure en de vangnetuitkering 2023 kunt u vinden op: www.toetsingscommissievp.nl Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren. Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven. Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.

i https://atlasresearch.shinyapps.io/rekentool-bijstandsverdeelmodel/ iiwww.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=727bb5d6-5809-4ec9-833b-90ecc7e0ec23