CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3800 Ontwerpbegroting MRDH 2025

Commissie Omgeving 26 juni 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen zienswijze Ontwerpbegroting 2025 MRDH34.189 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Westland: MFR Westland - Honselersdijk - Den Haag MFR Westland - Monster - Den Haag MFR Westland - Midden Delfland - Delft Greenport 3.0 Move - Gebiedsuitwerking Overig Move - Studiekosten MIRT projecten Move - Binckhorst Move - Binckhorst Rijksbijdrage Move - Stadsbrug & HOV Stadsbrug Rotterdam HOV Maastunnel Algeracorridor Move - Oude Lijn en Knooppunten Programma kleine projecten Plan toekomstvast tramnet Rotterdam Beatrixlaan fase 2 P+R Kralingse Zoom en Meijersplein HOV Ridderkerk fase 2 Movv ZoRo HOV-verkenning Den Haag-Naaldwijk-Maassluis-Delft-Rotterdam Movv Koningscorridor oost (excl Binckhorst) Movv Koningscorridor west (CS - Madurodam) Movv Koningscorridor west (Telderstracé) Complexe schakels MFR Westland-Rotterdam Faciliteren groei Openbaar vervoer

MRDH bijdrage Fase 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 na 2043 16 Realisatie 2 411 Realisatie 2 65 Realisatie 9 9 68 Realisatie 7 1 5 Realisatie 2 2 1 8 Realisatie 1 1 1 0 6 Realisatie 2 1 130 Realisatie 40 29 23 4 8 Realisatie 4 10 Realisatie 5 1 7 Realisatie 3 4 5 Realisatie 1 0 3 Realisatie 2 0 9 Uitwerking 8 0 1 11 Uitwerking 9 0 2 7 Uitwerking 4 3 10 Uitwerking 2 1 1 1 1 1 1 100 Uitwerking 4 10 20 20 10 10 25 90 Verkenning* 2 1 4 10 10 10 10 11 11 11 11 21 Uitwerking 6 6 6 1 1 16 Uitwerking 4 5 7 20 Planstudie* 5 5 5 5 26 Planstudie* 1 4 10 5 6 18 Verkenning* 7 6 5 9 Planstudie* 1 4 4 24 Planstudie* 6 6 6 6 7 Planstudie* 4 3 11 Planstudie* 3 6 2 7 Planstudie* 3 4 14 Verkenning* 3 4 4 3 19 Verkenning* 4 5 5 5 12 Verkenning* 3 3 3 3 4 Verkenning* 1 1 1 1 23 Verkenning* 6 6 6 5 2 Verkenning* 1 1 116 Planstudie* 4 2 28 28 28 26 13 Planstudie* 6 7 211 Planstudie* 3 3 3 3 14 50 50 50 35 8 Verkenning* 1 0 3 4 13 Uitwerking 2 3 4 3 1 44 Verkenning* 2 5 5 5 5 3 3 3 3 3 3 2 1 1 565 Uitwerking 20 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 30 Planstudie Verkenning Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief Onderzoek/Initiatief

* In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Daardoor kan het voorkomen dat projecten die feitelijk nog in de verkenning- of planstudiefase zitten toch onderdeel worden van de begroting. 74

Bijlage 3 Investeringsprogramma Vervoersautoriteit 2025

75

Inhoudsopgave 1.

Inleiding, achtergronden en kaders .......................................................................................... 77 1.1

Inleiding ................................................................................................................. 77

1.2

Werkgebied van de Vervoersautoriteit ................................................................... 78

1.3

Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................... 79

1.4

Budgetten .............................................................................................................. 81

2.

Integrale programma’s ............................................................................................................. 82

3.

Afspraken BO MIRT .................................................................................................................. 83

4.

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren ............................ 88

5.

4.1

Programma’s Investeren in bereikbaarheid ............................................................ 88

4.2

Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid .............. 91

4.3

Planstudies Investeren in bereikbaarheid ............................................................. 100

4.4

Planuitwerkingen Investeren in bereikbaarheid .................................................... 102

4.5

Realisatie Investeren in bereikbaarheid ................................................................ 103

Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren ......................................................... 106 5.1

6.

7.

Programma’s Actieve en collectieve vormen van mobiliteit................................... 107

Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .................................................................... 112 6.1

Programma’s versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk ............................. 112

6.2

Onderzoeken en verkenningen versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .. 117

6.3

Planuitwerkingen versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk....................... 122

6.4

Realisatie versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk .................................. 123

Vanaf medio 2023 in gebruik genomen projecten .................................................................. 128

Bijlagen: Bijlage A Bijlage B1 Bijlage B2 Bijlage B3 Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G

Grote projecten Kleine projecten: openstaande verplichtingen per subsidieontvanger Kleine projecten: aanmeldingen 2024 In 2023 en 2024 afgeronde projecten R-net Prioritaire Metropolitane Fietsroutes Doorstromingsmaatregelen OV Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio Afkortingenlijst

76

1.

Inleiding, achtergronden en kaders

1.1

Inleiding

De bestuurscommissie Vervoersautoriteit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) voert de verkeer- en vervoerstaken binnen de metropoolregio uit, waaronder het ontwikkelen van beleid en het realiseren en subsidiëren van investeringsmaatregelen binnen de begrotingsprogramma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVa) is het overzicht van projecten en programma’s die bij de MRDH in voorbereiding of uitvoering zijn, gericht op het begrotingsprogramma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer. De begroting is op basis van de voortgang van werkzaamheden. De bijlagen van het IPVa blijven gestoeld op beschikkingen, betalingen en het te verwachten kasritme. Hiermee beogen we duidelijkheid te verschaffen aan subsidieaanvragers of er al een voorschot is aangevraagd en wat de omvang is van de resterende financiële verplichting. Het IPVa beschrijft waar we de beschikbare investeringsruimte aan besteden: in de vorm van te verlenen subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten. Hiervoor zijn met name de 21 gemeenten, het waterschap Hollandse Delta en de provincie Zuid-Holland geconsulteerd. Op 26 mei 2023 heeft het algemeen bestuur de Strategische Agenda 2023 – 2026 (SA) vastgesteld. In deze SA zijn vier opgaven benoemd: groei, vernieuwen, kwaliteit en herstel van het OV in de regio.

Uit deze vier opgaven zijn zes opdrachten voortgekomen: 1. Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van het OV-systeem Opdrachten 2 en 4 zijn voornamelijk het werkgebied van Economisch Vestigingsklimaat. Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden en daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2025. In de hoofdstukken 4, 5 en 6 zijn de programma’s en projecten gerubriceerd naar de respectievelijke opdrachten uit de Strategische Agenda: “Investeren in bereikbaarheid om de groei van bewoners op te vangen”, “Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren” en “Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk”. Ieder hoofdstuk begint met de programma’s die onder de opdracht vallen en vervolgens een beschrijving per project per fase. In november 2022 zijn in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO MIRT) door het Rijk en de regio afspraken gemaakt over ontsluiting van de NOVEX woningbouwlocaties en voor regionale OV-maatregelen en mobiliteitspakketten.

Voor de Zuidelijke Randstad, waar de metropoolregio Rotterdam Den Haag in ligt, heeft het Rijk circa € 2,6 miljard gereserveerd, plus maximaal € 171 miljoen voor de mobiliteitspakketten. Hoofdstuk 3 geeft daar een korte beschrijving van. Een aantal van de projecten en programma’s is ondertussen verder gebracht inclusief de voorwaarden wie van de overheden welk deel van de benodigde budgetten levert. 77

Hoofdstuk 7 geeft het beeld van grote of bijzondere projecten die in 2023 en 2024 zijn opgeleverd en in gebruik genomen. De kleine projecten zijn opgenomen in de bijlagen, zodat het IPVa compact en leesbaar blijft.

1.2

Werkgebied van de Vervoersautoriteit

De geografische grenzen en gemeenten zijn op onderstaand kaartje aangegeven. Het werkgebied van de MRDH omvat 21 gemeenten.

78

1.3

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Wat we willen bereiken is dat het IPVa inzicht geeft in de belangrijkste projecten en de relevante wijzigingen. We houden het leesbaar door ons in de tekst te beperken tot de hoofdlijnen. In de bijlagen worden de investeringen en bestedingen gedetailleerder weergegeven. De exploitatiekosten openbaar vervoer, beheer en onderhoud railassets, jaarlijkse bijdragen aan gelieerde partijen, beleidsonderzoek en apparaatslasten worden betaald vanuit de BDU-gelden, maar zijn geen projectmatige investeringen. Om die reden maken deze geen onderdeel uit van het IPVa. Het IPVa heeft een basis in de Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH en de bijbehorende Uitvoeringsregeling. In het IPVa worden de bedragen voor verkenningen en planstudies van (grote) infrastructurele projecten niet altijd, of hooguit indicatief, genoemd. Voor de fasering houden we aan: Onderzoek/ Initiatief: er is een probleem geconstateerd. In de onderzoeksfase komen beoogde effecten op de regionale bereikbaarheid, een globale scope en inschatting van de kosten en mogelijke periode van uitvoering aan de orde; Verkenning: er is een probleem geconstateerd, waarbij in een verkenning het nut en de noodzaak van mogelijke oplossingen wordt onderzocht; Planstudie: na een afgeronde verkenning is een potentiële oplossing voorhanden. De effecten en kosten zijn indicatief bekend, maar er is geen dekking.

De planning heeft een bandbreedte van enige jaren en er is nog geen aangewezen projectorganisatie; Uitwerking: voor het project heeft de MRDH een aanmelding van de wegbeheerder getoetst en opgenomen in het IPVa. De planning is tot 1 à 2 jaar nauwkeurig. Het project kan eventueel afvallen als blijkt dat er (nog) geen of onvoldoende geld beschikbaar is om het project uit te voeren en af te ronden; Realisatie: het project is getoetst en (bijna) beschikt in overeenstemming met de verordening. De planning en uitvoeringstermijn zijn bekend; Vaststelling: het project is afgerond en de eindafrekening wordt ingediend. OV-projecten gaan daarbij onderdeel uitmaken van een concessie met afspraken en middelen voor exploitatie en beheer- en onderhoud. In het onderstaande plaatje is deze volgordelijkheid schematisch aangegeven, met daarbij de momenten dat er budget wordt opgenomen in het meerjarenbeeld of in de begroting. Iedere fase eindigt met een besluit van de BcVa of en hoe een project naar een volgen de fase gaat. Voor het opnemen van budget in de begroting is een besluit van het algemeen bestuur vereist.

79

In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRT-project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Dat kan bijvoorbeeld omdat het Rijk de twee fases Verkenning en Planstudie in hun eigen faseringsmethodiek samenvoegt tot alleen Verkenning.

80

1.4

Budgetten

De projecten en de organisatie van de Vervoersautoriteit MRDH worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage, de zogenaamde Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Voor de gehele regio hanteren we voor 2025 een subsidieplafond van € 30 miljoen voor het programma Kleine projecten. Kleine projecten kennen een subsidiegrens van € 5 miljoen subsidiabele kosten voor OV-projecten en € 10 miljoen subsidiabele kosten voor overige projecten. Kleine projecten kunnen uit de gehele range van auto, fiets, ketenmobiliteit, verkeersveiligheid en kleine OVprojecten komen. In het budget zijn ook de reserveringen begrepen voor verkeerseducatie en investeringen in infrastructuur die door de MRDH zelf worden geïnitieerd. In de financiële administratie van de MRDH is de bron van diverse geldstromen en fondsen vastgelegd, zoals extra bijdragen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in het kader van het MIRT (gebiedsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe)) en nog lopende bijdragen voor programma’s. Daarnaast kunnen er ook bijdragen van andere overheden of derden via de MRDH worden ingezet. In dit IPVa zal dat alleen zichtbaar zijn wanneer het relevant is voor de programma’s waar budget voor wordt gevoteerd. Afgeronde subsidieprogramma’s waar geen nieuwe subsidie meer uitvloeit, worden niet meer vermeld.

Voor het IPVa 2025 gelden de volgende randvoorwaarden: - binnen het jaarlijkse budget voor Kleine projecten is er geen aparte oormerking voor fiets- en ketenmobiliteit, verkeerseducatie, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur en openbaar vervoer; - als er ruimte ontstaat binnen enig programma omdat een subsidie niet wordt aangevraagd of lager wordt beschikt, dan blijft deze financiële ruimte gedurende de looptijd van het programma beschikbaar.

81

2.

Integrale programma’s

Een programma is een geheel van samenhangende projecten, dat op een bepaald beleidsterrein van het verkeer- en vervoerbeleid betrekking heeft. Een programma wordt opgenomen in het IPVa nadat de bestuurscommissie Vervoersautoriteit besloten heeft tot het instellen daarvan. Een programma hoeft niet automatisch van een budget te zijn voorzien. Voorwaarden voor het instellen van een programmabudget zijn een besluit van de bestuurscommissie Vervoersautoriteit inclusief een dekkingsvoorstel dat past binnen de begroting die door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. Er zijn ook diverse samenwerkingsprogramma’s. Een samenwerkingsprogramma is een geheel van projecten gebaseerd op een samenwerkingsovereenkomst van de MRDH met meerdere partijen, met als doel het realiseren van dat programma. Een voorbeeld daarvan zijn de afspraken naar aanleiding van het BO MIRT over de Stadsbrug, HOV en station Stadionpark, Bereikbaarheid CIDBinckhorst en de verkenning Oude Lijn & knooppunten tussen Leiden en Dordrecht. Naast bovenstaande programma’s heeft de MRDH eigen programma’s. Het programma Kleine Projecten is gevuld met projecten waarvan de omvang van de subsidie kleiner is dan € 5 miljoen. Deze projecten vallen onder fiets- en ketenmobiliteit, verkeersveiligheid, verkeersmanagement en wegenstructuur, of openbaar vervoer.

Vanwege de relatief beperkte omvang zijn gedragsbeïnvloeding/educatie verkeersveiligheid, de ombouw van VRI tot iVRI’s (intelligente Verkeersregelinstallaties) en aanpassingen infra na wijziging OV-lijnen, financieel ondergebracht in het programma Kleine projecten. De metropolitane fietsroutes zijn gebundeld in het programma MFR. Voor het versnellen van het openbaar vervoer en het verbeteren van overstappunten is het programma “OV doorstroming en ketenmobiliteit”. Voor het opwaarderen van OV-lijnen is het programma R-net opgezet.

82

3.

Afspraken BO MIRT

Het kabinet heeft in het BO MIRT van 2022 een bedrag van € 7,5 miljard beschikbaar gesteld voor ontsluiting van nieuwe woningen in de NOVEX-verstedelijkingsgebieden en voor de versnelling van grootschalige woningbouwlocaties. Hiervan is € 6 miljard vanuit het Mobiliteitsfonds voor hoofdinfrastructuur en € 1,5 miljard voor kleine bereikbaarheids- en infrastructuurmaatregelen. NOVEX staat voor Nationale Omgevingsvisie Extra. Een van de gebieden is de Zuidelijke Randstad, waarvoor in 2019 een verstedelijkingsakkoord is gesloten. Afgesproken is 70.000 woningen en ruimte voor 80.000 arbeidsplaatsen te realiseren op toplocaties langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) en 100.000 woningen op goed bereikbare plekken, waaronder de woningbouwlocaties CID-Binkhorst Den Haag en Oostflank Rotterdam. Rijk en regio hebben in het BO MIRT van 2022 besloten om te starten met een MIRT-verkenning voor de Oude Lijn en knooppunten en stelden daarvoor een Startbeslissing vast. Daarnaast start de regionale planstudie HOV corridors RandstadRail/Metronet en de regionale verkenning Bus Rapid Transit (BRT) Leiden-Zoetermeer (LeiZo). Het Rijk heeft, als een van de afspraken in het BO MIRT van 2023, € 1 miljard vanuit het Nationaal Groeifonds overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds. Deze middelen zijn bedoeld voor de Oude Lijn en knooppunten.

Samen met eerder in het Mobiliteitsfonds gereserveerde middelen ter hoogte van € 680 miljoen en € 466 miljoen aan regionale financiering is er € 2,145 miljard inclusief btw, prijspeil 2022, beschikbaar voor de Oude lijn, knooppunten en de regionale HOV-corridors. Voor de middelen die zijn toegekend aan programma’s en projecten in onze regio, zijn ondertussen nadere afspraken gemaakt of bestuurlijke overeenkomsten gesloten. Om die reden zijn deze programma’s en projecten waar mogelijk in dit IPVa ondergebracht onder de hoofdstukken “Investeren in bereikbaarheid” en “Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk”, met daarbinnen een plaatsing in de fase waarin het project of programma zich bevindt. Om de verbinding met oorspronkelijke besluiten te houden zijn hieronder kort de projecten en programma’s genoemd met verwijzing naar de nieuwe indeling binnen het IPVa. Ook is aangegeven of de MRDH meebetaalt of dat een volledig project door het Rijk of andere (semi)overheden wordt getrokken.

83

Oeververbindingen en HOV Oostflank Rotterdam In de Oostflank (het gebied tussen Prins Alexander en Zuidplein) van de Rotterdamse regio moeten tot en met 2030 circa 19.000 woningen worden gebouwd, daarna komen er mogelijk nog circa 16.000 woningen extra. In het BO MIRT zijn besluiten genomen over de onderstaande deelprojecten en -programma’s met de nieuwe benamingen: 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Stadsbrug, HOV en station Stadionpark Voor dit project is in december 2023 een bestuurlijke overeenkomst (BOK) gesloten. Een verdere duiding van de inhoud staat in hoofdstuk 4.2. A16 Van Brienenoordcorridor Het Rijk werkt aan het slimmer inrichten van de weg, het toevoegen van een extra rijstrook op delen van de A16 en het aanpassen van het weefvak bij aansluiting Feijenoord. Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel De korte termijn maatregelen, waaronder de aanleg van een vrije busbaan, zijn in april 2024 opgeleverd. De maatregelen voor de middellange termijn zijn beschreven in hoofdstuk 6.2. Station Stadionpark Dit station viel eerst onder de maatregelen van de Oude Lijn, maar is daar weggehaald. Het Rijk en de gemeente Rotterdam bouwen het station om van evenementenstation tot regulier station waar 6x per uur sprinters halteren. Dit station is gevoegd bij het programma Stadsbrug, HOV en station Stadionpark. Algeracorridor De maatregelen Algeracorridor worden door de regionale partijen uitgewerkt en valt dus uit dit programma. Een beschrijving van de planuitwerking Algeracorridor en verkenning naar een langzaam verkeerverbinding vindt u terug in hoofdstuk 4.4. Kralingseplein Rijk en regio onderkennen dat het Kralingseplein in de toekomst een knelpunt vormt en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossingsrichtingen.

84

Bereikbaarheid Central Innovation District (CID)-Binckhorst In CID-Binckhorst moeten tot 2030 ruim 20.000 woningen gebouwd worden, daarna komen er mogelijk nog 15.000 woningen extra. Afspraken hierover worden vastgelegd in het Verstedelijkingsakkoord (2019), de regionale woondeals (2022-2023) en het Woon-werkakkoord (2022). In het MIRT zijn besluiten genomen over de onderstaande deelprojecten- en programma’s, en zijn er bestuursovereenkomsten getekend: 1. No Regret CID-Binckhorst Voor dit programma aan maatregelen is in 2019 een bestuursovereenkomst getekend. De scope van het programma is gedeeltelijk overgeheveld naar de planuitwerking “Bereikbaarheid CID Binckhorst”. De resterende maatregelen van het No Regret-pakket hebben zijn voornamelijk op fiets gericht; het programma is daarmee ondergebracht in hoofdstuk 4.1. 2. Bereikbaarheid CID-Binckhorst Dit betreft de planuitwerking voor een tramverbinding in Binckhorst plus een set aan mobiliteitsmaatregelen. De tramverbinding is verder toegelicht in hoofdstuk 4.1.

Oude Lijn, knooppunten, Metronet/RandstadRail en LeiZo Langs de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) moeten tot 2030 circa 54.000 woningen gebouwd worden op 11 toplocaties. Daarna komen er mogelijk nog eens circa 23.000 extra woningen. In het BO MIRT van 2023 is besloten dat vier onderdelen, inclusief het Station Stadionpark, los van elkaar kunnen worden gerealiseerd. Dit leidt tot de volgende projecten en programma’s: 1. Oude Lijn en knooppunten Voor dit programma loopt een verkenning. De inhoudelijke activiteiten staan beschreven in hoofdstuk 4.2 2. LeiZo De provincie Zuid-Holland en de gemeente Zoetermeer werken aan een verkenning voor Openbaar Vervoer Leiden - Zoetermeer, waar de MRDH later kennis van zal nemen. 3. Station Stadionpark Dit station is geschaard onder de maatregelen van de Stadsbrug en maakt geen onderdeel meer uit van dit pakket. 4. Metronet/RandstadRail Dit onderdeel krijgt vier programma’s en projecten die de MRDH verder verkent, uitwerkt en realiseert: • Programma Metronet lijnen C en E • Project Beurs • Programma RandstadRail, gekoppeld Rijden • Project vervangen spoorbeveiliging

Gebiedsuitwerking Greenport 3.0. Westland De gebiedsuitwerking is gericht op slimme combinaties van verschillende mobiliteitsmaatregelen. Een belangrijk deel van het pakket bestaat uit de realisatie van de Metropolitane Fietsroutes Naaldwijk - Den Haag CID, Naaldwijk – Monster - Den Haag (on hold) en Naaldwijk – MiddenDelfland – Delft, verder beschreven in hoofdstuk 5.1. Een onderzoek voor de (middel)lange termijn naar hoogwaardig openbaar vervoer is beschreven in hoofdstuk 4.2. 85

MIRT Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten en haven Rotterdam Het Maatregelenpakket Bereikbaarheid Voorne-Putten Haven Rotterdam is door Rijk en regio vastgesteld in november 2022. Echter, vanwege financiële beperkingen en het ontbreken van personele capaciteit heeft het Rijk nog geen kans gezien om procedures te starten. De projecten waar de MRDH bij betrokken is en die zonder het Rijk kunnen worden opgepakt zijn: maatregel 8 Doortrekken fietsroute langs de Hartelweg (inclusief fietsbrug); maatregel 10 Opwaarderen fietsroute Hellevoetsluis - Zuidland – Spijkenisse; maatregel 11 Studie naar een rechtstreeks fietspad Hellevoetsluis - Rockanje/Brielle Maasvlakte; maatregel 12 Extra vrijliggende busbanen Spijkenisse; maatregel 13 + 14 Studie naar verbetering OV tussen Voorne-Putten en Haven Rotterdam en studie naar buslijn via de Blankenburgtunnel (in relatie tot de concessie). Uit de door de regio uit te voeren studie moet blijken of infrastructurele maatregelen of maatregelen in de lijnvoering mogelijk zijn. De fietsroute Hellevoetsluis-Zuidland-Spijkenisse is aangemeld als aan te vragen subsidie in 2024.

Mobiliteitspakketten Het Rijk stelt via specifieke uitkeringen budget beschikbaar voor mobiliteitspakketten. Deze omvatten kleine maatregelen zoals aanpassingen van (regionale) wegen, mobiliteitshubs, fietspaden, rotondes en verkeersveiligheidsmaatregelen en worden door het Rijk én gemeenten in de regio bekostigd. De rijksbijdrage betreft dus een bijdrage aan regionale en lokale maatregelen. Het Rijk geeft hiervoor de volgende voorwaarden mee: • • • • •

50% cofinanciering door de regio; voor de mobiliteitspakketten is de rijksbijdrage taakstellend met een jaarlijkse indexatie conform de IBOI tot het moment van uitbetaling; afdracht van het btw-deel van de rijksbijdrage aan het btw-compensatiefonds; de bijdrage van het Rijk komt beschikbaar via een specifieke uitkering aan gemeenten; de risico’s blijven voor de regio.

Het Rijk reserveert inclusief btw en op prijspeil 2022 de volgende budgetten. Oeververbindingen € 0 miljoen (betrokken bij planuitwerking voorkeursalternatief) Binckhorst € 59 miljoen Oude lijn € 90,5 miljoen (€ 12,5 miljoen overgeheveld naar traverse station Stadionpark) In de komende periode werken Rijk en regio aan de uitwerking van deze mobiliteitspakketten en vullen de volgende voorwaarden in: • concreet zicht op maatregelen en doeltreffendheid voor ontsluiting woningbouw; • effect van deze maatregelen op nationale netwerken; • mate waarin de maatregelen een nationale aanpak vragen (wat is nationaal nodig om mobiliteitstransitie te ondersteunen); • de bijdrage van de regio. Deze middelen worden uitgekeerd via een specifieke uitkering. Kostenverhogende scopewijzigingen en verdere risico’s zijn voor rekening van de gemeente dan wel mede-bekostigende partners zoals provincie, vervoerregio, marktpartijen, et cetera. 86

Als een gemeente een project uit een mobiliteitspakket aanmeldt voor extra subsidie bij de MRDH, dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek. Nota bene: een aantal gemeenten kan bij het Rijk subsidie aanvragen in het kader van woningbouwversnellingsafspraken. Deze afspraken kennen waarschijnlijk dezelfde voorwaarden en kaders als de mobiliteitspakketten. De in de woningbouwversnellingsafspraken opgenomen infrastructurele projecten kunnen eventueel ook in aanmerking komen voor extra subsidie bij de MRDH. Ook dan volgen we ons reguliere proces voor grote en kleine projecten en hanteren de in de subsidieverordening opgenomen systematiek.

87

4.

Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren

4.1 Programma’s Investeren in bereikbaarheid No Regret CID Binckhorst Fase : Planuitwerking tot en met realisatie Planning : Realisatie 2020-2025 Investering : € 77,8 miljoen Subsidie MRDH : € 17,4 miljoen, plus Rijk via BDU € 13,7 miljoen Rol MRDH : Subsidieverlener In november 2019 is een bestuursovereenkomst ondertekend over de No-Regret maatregelen voor het Central Innovation District (CID)-Binckhorst. Het Rijk, de MRDH, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland en de gemeente Leidschendam-Voorburg hebben zich gecommitteerd aan bijdragen, planning en het oprichten van een uitvoeringorganisatie om de No Regret-maatregelen te realiseren. Een belangrijk onderdeel is de ombouw en aanpassing van spoorviaducten voor een nieuwe trambaan. Omdat dit onderdeel niet los kan worden gezien van de totale realisatie trambaan, is een budget van € 72,0 miljoen inclusief btw uit het No Regret-pakket gehaald en toegevoegd aan de planstudie Bereikbaarheid CID Binckhorst. De tijdelijk busbaan is in aanleg, zodat er in het programma alleen nog fietsmaatregelen overblijven. De resterende lijst projecten wordt uitgevoerd tot 2027. De financieel omvangrijkste projecten zijn de snelfietsroute Verlengde Velostrada en de fietsroute Trekvliettracé.

Verder is budget geoormerkt aan een tijdelijke uitbreiding van de meerlaagse fietsenstalling bij station Laan van NOI en het herinrichten van de Waldorpstraat tussen station HS en de Binckhorst. De lijst van projecten is beschreven in het rapport van 16 juli 2019, vastgesteld in het BO MIRT van november 2019. In 2020 is een verdere toedeling van de gemaximeerde budgetten per verstrekker gemaakt. Na overheveling van het budget Sporendriehoek naar de planstudie, zijn de maximale bijdragen: - IenW € 13,7 miljoen - MRDH € 17,4 miljoen - Den Haag € 34,9 miljoen (inclusief € 7,1 miljoen reserve van alle partijen) - provincie Zuid-Holland € 8,9 miljoen - Leidschendam-Voorburg € 3 miljoen

88

Bereikbaarheid CID Binckhorst Opdracht SA : Investeren in bereikbaarheid om de inwonersgroei in de regio te faciliteren Fase: : Planstudie Planning : Uitvoering 2029 - 2033 Investering : € 575 miljoen inclusief btw op prijspeil 2022, inclusief € 72 miljoen overheveling No Regret en inclusief € 45,88 miljoen inclusief btw voor Basispakket Mobiliteit Subsidie MRDH : € 116,3 exclusief btw maar inclusief overheveling No Regret Rol MRDH : Mede-opdrachtgever planstudie, subsidieverlener realisatie In de Bestuurlijke Overleggen Leefomgeving 2023 hebben Rijk en regio de afspraken vastgelegd in een definitief voorkeursbesluit en een bestuursovereenkomst. Deze overeenkomst bevat concrete afspraken over de verdere uitwerking en realisatie van de tramverbinding CID Binckhorst, plus afspraken over organisatie, financiële risico’s en kostenbeheersing. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het kader van de landelijke afspraken woningbouw en mobiliteit: “Risicoverdeling, beheersing, programmasturing en monitoring”. Op basis van bovenstaande starten de partijen de planstudiefase. In de uitwerking van deze fase zet de regio zich in voor verdere stimulering van de mobiliteitstransitie. Denk aan een samenhangende aanpak gericht op fietsen en lopen, en de inzet van flankerend beleid op deelmobiliteit en een stringent parkeerbeleid.

HTM en MRDH voeren samen met de betrokken gemeenten een studie uit naar de mogelijke OV-lijnvoering in en rond de Binckhorst. De volgende fase van de stedelijke ontwikkeling dient gelijk op te lopen met de uitwerking en realisatie van het voorgenomen voorkeursalternatief. Dat bestaat uit een hoogwaardige tramverbinding door de Binckhorstlaan via de Maanweg richting station Voorburg en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft. Dit in combinatie met het aanpassen van de spoorviaducten in de sporendriehoek en een pakket aan bereikbaarheidsmaatregelen. Ter dekking van deze kosten heeft het Rijk € 268 miljoen, de gemeenten € 132,5 miljoen en de MRDH € 102,5 miljoen gereserveerd, plus € 72 miljoen overheveling vanuit het No Regret-pakket. Al deze bedragen zijn inclusief btw en prijspeil 2022. Nota bene: de railinfrastructuur betreft een deel van de zogenoemde Koningscorridor.

89

De flankerende maatregelen die in het pakket zijn opgenomen hebben een omvang van € 45,88 miljoen inclusief btw:

90

4.2 Onderzoeken, initiatieven en verkenningen Investeren in bereikbaarheid MIRT-verkenning Oude Lijn en knooppunten Fase : Verkenning Planning : Afronding verkenning eind 2025 Investering : € 2.145 miljoen inclusief 18,2% btw (inclusief Metronet en RR 3 en 4) Subsidie MRDH : € 275,4 miljoen inclusief 18,2% btw (waarvan € 20,7 miljoen voor station Laan van NOI en Schiedam Rol MRDH : Participant Het Rijk en de regio zijn een MIRT-verkenning gestart voor de Oude Lijn. Daarin worden verschillende alternatieven voor een schaalsprong tussen Leiden en Dordrecht onderzocht: • • • •

frequentie van minimaal acht sprinters per richting per uur tussen Den Haag en Dordrecht; toevoeging van vier nieuwe stations: Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel, Rotterdam Van Nelle en Dordrecht Leerpark; de upgrade van station Stadionpark naar City-sprinterstation; capaciteitsmaatregelen op de stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam Centrum en Dordrecht en gebiedsgerichte maatregelen rondom de stations in samenhang met de daar geplande woningbouw en andere ruimtelijke ontwikkelingen.

91

Partijen stellen tijdens de verkenningsfase een bestuursovereenkomst op met afspraken over de integrale ontwikkeling van de knooppunten en de nieuwe stations op basis van het Voorkeursalternatief en de financiële bijdragen van verschillende partijen aan een integrale knooppunt- en stationsontwikkeling: stationsgebouw, buitenruimte, last-mile, gerelateerde gebiedsen vastgoedontwikkeling. Deze bestuursovereenkomst wordt samen met het besluit over het Voorkeursalternatief vastgesteld.

92

Stadsbrug, HOV en station Stadionpark Fase Planning Investering

: Verkenning : 2024 – eind 2027 verkenning gereed : € 1.288 miljoen inclusief btw (prijspeil 2022, plus € 197,4 miljoen voor station Stadionpark) Subsidie MRDH : € 198,3 miljoen exclusief btw, geen bijdrage voor station Stadionpark Rol MRDH : Subsidieverlener, mede opdrachtgever De Bestuursovereenkomst voor een nieuwe stadsbrug in Rotterdam heeft betrekking op het voorkeursalternatief Oeververbinding en OV. Daarin zijn concrete afspraken opgenomen over de verdere uitwerking en realisatie van de nieuwe multimodale brugverbinding met een nieuwe HOVverbinding met tramkwaliteit van Zuidplein naar Kralingse Zoom en station Stadionpark. Het onderdeel Hoogwaardige busverbinding van Centraal Station naar Zuidplein via de Maastunnel voeren de gemeente Rotterdam en de MRDH verder uit in het regionale OV-programma regio Rotterdam en maakt geen onderdeel uit van deze bestuursovereenkomst. De brug moet ruimte bieden aan een nieuwe HOV-verbinding met tramkwaliteit, fietsers en voetgangers en een autoluwe wegverbinding, die ook geschikt is voor (deel)mobiliteitsconcepten en nood- en hulpdiensten. Uit het in de MIRT-Verkenning uitgevoerde onderzoek blijkt dat de onderzochte brugvarianten niet vlot en veilig te passeren zijn door de scheepvaart. Tegelijkertijd blijkt uit aanvullend onderzoek dat er optimalisaties mogelijk zijn die kunnen leiden tot een veilig passeerbare brug.

Partijen stellen de bestuurlijke voorkeur vast voor een nieuwe brug op de locatie 'Bocht A' Nesserdijk – Olympiaweg. De regio doet de planuitwerking in samenwerking met partijen zoals RWS, het Havenbedrijf Rotterdam en de omgeving om een vlot en veilig te passeren brug te ontwerpen. De rollen en verantwoordelijkheden van partijen worden nog nader uitgewerkt. De uit te werken uitgangspunten zijn onder meer: de oeveraanpassingen, maatregelen op de vaarweg, de dimensionering van het vaste deel en het beweegbare deel, de kosten en de effecten op de corridor. De gemeente Rotterdam en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor station Stadionpark. In de laatste afspraken is € 25 miljoen van mobiliteitspakketten overgeheveld naar dit project. Dat extra budget wordt aangewend voor de zogenaamde traverse. Partijen streven er naar de planning en studiefase uiterlijk voor het BO-MIRT van najaar 2027 af te ronden met een Projectbeslissing inclusief een exploitatiebesluit voor het HOV. In de eerste fase van de planning en studiefase worden inhoudelijke onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van een stabiele scope.

Hiertoe streven opdrachtgevers zo snel mogelijk een besluit te nemen over: - een systeem en techniekkeuze voor de HOV-verbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein met tramkwaliteit; - een vlotte en veilige brug inclusief de inzet van optimalisatiemogelijkheden (zoals oeveraanpassingen, maatregelen op de vaarweg, de dimensionering van het vaste deel en het beweegbare deel, de kosten en de effecten op de corridor) die kunnen leiden tot een veilig passeerbare brug; - invulling van de term ‘autoluwe wegverbinding’.

93

94

RandstadRail lijnen 3 en 4 gekoppeld rijden (valt binnen noordelijk en middendeel (voorheen Leyenburgcorridor) ZuidWestlandcorridor) Fase : Verkenning Planning : Uitvoering verkenning 2024-2025 Investering : € 117,6 miljoen inclusief 18,2% btw prijspeil 2022 (MIRT 2023) Subsidie MRDH : € 49,7 miljoen exclusief btw prijspeil 2022 : inclusief Rijk € 117,6 miljoen inclusief 18,2% btw prijspeil 2022 Rol MRDH : Bevoegd gezag in het kader van de Wet Lokaal Spoor, subsidieverlener De lightraillijnen 3 en 4 tussen Zoetermeer en Den Haag Zuidwest groeien jaarlijks met 3% per jaar. In Den Haag Zuidwest en centraal Den Haag vindt eveneens een substantiële verstedelijking plaats. Om deze groei door te kunnen zetten, is allereerst een verlenging van de lightrailvoertuigen op deze OV-lijnen nodig (Leyenburgcorridor). De verlenging bestaat uit het koppelen van voertuigen. Daarmee moet er ook iets gedaan worden aan het geschikt maken van perrons en infrastructuur voor de lengte van deze gekoppelde voertuigen. De scope bestaat uit: - aanpassen sporen, wissel, beveiliging en seinen; - vergroten tractie en stroomvoorziening; - aanpassen haltes en tramwaarschuwingsinstallaties; - ombouw van kruisingen; - aanpassen voertuigen en nieuwe voertuigen.

Het bestuur van de gemeente Den Haag heeft een beslisdocument nodig om te bepalen op welke lijnen van RandstadRail verlenging van de perrons haalbaar en effectief is. Naast lijn 3 en 4 betrekt de gemeente ook lijn 2 in die verkenning.

Net als het project Beurs en het deelprogramma Metronet C en E, maakte Gekoppeld rijden RandstadRail deel uit van de propositie Nationaal Groeifonds, waarover in het BO MIRT 2023 een besluit is genomen. De MRDH had daartoe € 90 miljoen gereserveerd, inclusief spoorbeveiliging. 95

Spoorbeveiliging Samenloopdeel (valt binnen noordelijk deel ZuidWestlandcorridor) Fase : Verkenning Planning : Start verkenning 2024, looptijd realisatie tot 2035 Investering : € 124,3 miljoen inclusief 18,2% btw prijspeil 2022 (MIRT 2023) Subsidie MRDH : € 52,6 miljoen exclusief btw prijspeil 2022 Rol MRDH : Opdrachtgever, subsidieverlener Het Samenloopdeel betreft het tracé waar zowel trams van RandstadRail lijnen 3 en 4 als de metro’s van de E-lijn rijden. Het samenloopdeel ligt tussen de metro/tramstations Laan van NOI en Leidschenveen. Indien de vervoersvraag in de metro en de lightrail regio Haaglanden structureel met 3% per jaar groeit, zullen eind 2030, ook na een frequentieverhoging, het metrosysteem en de RandstadRail hun maximumcapaciteit bereiken. Een systeemsprong naar (deels) automatische metro’s en een upgrade van de spoorbeveiliging van RandstadRail is dan de enige optie om het systeem verder te laten groeien. Deze verkenning krijgt vorm op het zogeheten ‘Samenloopdeel’ in de regio Haaglanden. Via het Nationaal Groeifonds zijn in het BO MIRT van 2023 middelen overgeheveld naar het Mobiliteitsfonds en aan de MRDH toegekend om een innovatie aan de spoorbeveiliging door te voeren tussen 2030-2035.

Https://hovm.nl/wp-content/uploads/2021/05/T201605-0071.jpg

Net als het project Beurs en het deelprogramma Metronet C en E, maakte Spoorbeveiliging Samenloopdeel deel uit van de propositie Nationaal Groeifonds, waarover in het BO MIRT 2023 een besluit is genomen. De MRDH had daartoe € 90 miljoen gereserveerd, inclusief gekoppeld rijden.

96

Onderzoeken Middendeel ZuidWestlandcorridor Fase : Onderzoek Planning : Afronding onderzoek in 2024 Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Mede opdrachtgever

De gemeente Den Haag heeft samen met de HTM en MRDH opdracht gegeven voor een zestal min of meer afzonderlijk uit te voeren onderzoeken. Het gaat om: 1. Onderzoek naar de mogelijkheden voor pilot tariefmaatregelen OV voor de doelgroepen met een kleine portemonnee. 2. Participatietraject fietsstimulering; wat is de onderliggende oorzaak van het verminderde fietsgebruik in Zuidwest? 3. Integraal onderzoek naar de corridor Den Haag centrum – Leyenburg. Bekeken moet worden waarbij naast een andere inrichting ook ongelijkvloerse oplossingen zoals een onderdoorgang bij de Zevensprong en een korte of lange tramtunnel, onderzocht kunnen worden. 4. Integraal onderzoek naar OV-bereikbaarheid Bouwlust/Vrederust in relatie tot de verstedelijkingsopgave: locatiekeuze van de verstedelijkingsopgave en versnelling lijn 9. 5. Onderzoek naar stad-regio-overstap. De rol van station Moerwijk (Oude Lijn), de functie en omvang van eventuele hubs Uithof, Erasmusweg/De Dreef, eindpunt lijn 9, en Leyenburg. 6. Onderzoek naar een nieuwe tangentiële OV-corridor Kijkduin - Leyenburg - Moerwijk/HS Rijswijk - Delft. Met nadrukkelijke aandacht voor aantakking op TU Delft en het strand van Kijkduin (en de relatie met lijnen 23 en 26).

Het resultaat en eindproduct van deze onderzoeken zullen bestaan uit een rapportage en alle documenten die nodig zijn om een startbeslissing voor een MIRT-verkenning te kunnen nemen.

97

HOV Westland (Zuidelijk deel van ZuidWestlandcorridor) Fase : Onderzoek/initiatief Planning : Afronding verkenning in 2024 Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Mede opdrachtgever

De MRDH geeft samen met de mede-opdrachtgevers gemeenten Westland, Den Haag en Maassluis een vervolg aan het, in 2021 afgeronde, onderzoek HOV Den Haag – Naaldwijk Maassluis – Delft - Rotterdam. Onder leiding van de gemeente Westland is een verkenning gestart die onder meer inzicht moet geven in een mogelijk tracé en de kosten van het beoogde BRT systeem (Bus Rapid Transit, een hoogwaardig bussysteem).

98

Verkenning Koningscorridor Fase : Onderzoek/Initiatief, verkenning Planning : Investering : Nader te bepalen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Mede opdrachtgever De MRDH heeft samen met de HTM en de gemeente Den Haag onderzocht op welke manier de OV-corridors Scheveningen – Binckhorst - Delft/Zoetermeer (Koningscorridor) stapsgewijs zouden kunnen worden ontwikkeld tot volwaardige en hoogfrequente lightrailverbindingen. Het onderzoek richtte zich op infrastructurele ingrepen als kruisingen, vrijliggende tracés, kunstwerken, tunnels, haltes enzovoort, met het doel om de reistijd en de capaciteit op deze corridor te verbeteren.

De onderzoeken zijn eind 2022 afgerond, maar de resultaten zijn nog niet behandeld in de BcVa. Vooruitlopend kan worden gesteld dat de corridor Zoetermeer-Binckhorst buiten de tijdshorizon van 2040 ligt. De keuze om lijn 1 of lijn 19 in Delft door te zetten tot in de TU-wijk of Tanthof, is een keuze zonder infrastructurele gevolgen. Het gedeelte Binckhorst tot en met Den Haag Centraal Station is nu onderdeel van het programma Bereikbaarheid CID Binckhorst. Een eventuele eerste verhoging van de vervoerscapaciteit tussen Den Haag Centraal Station en Scheveningen kan desgewenst op korte termijn binnen het programma “Slim en Schoon naar Stad en Strand” worden gerealiseerd. Met een zogenaamde tailtrack naast Centraal Station kan de tram snel keren, zodat de vervoerscapaciteit wordt verhoogd. De onderdelen Telderstracé en Den Haag CS- Madurodam worden verder verkend wanneer daar bestuurlijk opdracht voor wordt gegeven.

99

4.3 Planstudies Investeren in bereikbaarheid Plan Toekomstvast Tramnet Rotterdam Fase : Planstudie Planning : Planstudie in 2024, looptijd realisatie tot 2030 Investering : Schatting € 50 miljoen Subsidie MRDH : Nader te bepalen Rol MRDH : Subsidieverlener/opdrachtgever Het Plan Toekomstvast Tramnet is een verkenning voor de middellange termijn en geeft het eindbeeld op lijnniveau weer voor het toekomstige tramnetwerk voor 2030 inclusief nieuwe alternatieven voor busroutes. Het plan vormt het kader voor tramgemeenten, RET en MRDH voor beslissingen in de toekomst voor vervoerplannen van de RET, over de (vervangings)-investeringen in sporen, voertuigen én voor herinrichting van straten waar de tram rijdt. Het doel is om het tramnet zodanig te optimaliseren dat het, net als het metronet, een substantiële bijdrage gaat leveren aan de stedelijke ontwikkeling en leefbaarheid van de regio Rotterdam. In juli 2023 is het plan vastgesteld waarna in 2024 nadere uitwerking plaatsvindt, inclusief de financiële aspecten die worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst in 2024. De eerste veranderingen aan het tramnet worden doorgevoerd per 2025.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=7cbb5bd3-e3d5-4c3a-9c32-5cc40108e7da