CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3790 Inspraakverslag Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026

Commissie Samenleving 25 november 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Algemene subsidieverordening maatschappelijke subsidies Leidschendam-Voorburg 20268.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inspraakverslag Ontwerp Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026 3790

Nummer 3790 Pagina 2/26

Inhoudsopgave 1.

Inspraakproces.....................................................................................................3

2.

Schriftelijk ingediende inspraakreacties en reactie college ..................................4 2.1

Inspraakreactie 1 ..........................................................................................4

2.2

Inspraakreactie 2 ..........................................................................................4

2.3

Inspraakreactie 3 ..........................................................................................5

2.4

Inspraakreactie 4 ..........................................................................................6

2.5

Inspraakreactie 5 ..........................................................................................6

2.6

Inspraakreactie 6 ..........................................................................................7

2.7

Inspraakreactie 7 ..........................................................................................8

2.8

Inspraakreactie 8 ..........................................................................................8

2.9

Inspraakreactie 9 ..........................................................................................9

2.10

Inspraakreactie 10 ........................................................................................9

2.11

Inspraakreactie 11 ......................................................................................15

3.

4.

Verslag van de inspraakbijeenkomst .................................................................17 3.1

Gestelde vragen .........................................................................................17

3.2

Mondelinge inspraakreacties ......................................................................21 Overzicht aanpassingen.....................................................................................25

Nummer 3790 Pagina 3/26

1.

Inspraakproces

Het college heeft op 9 juli 2024 besloten de ontwerp Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2026 vrij te geven voor inspraak. De inspraakperiode liep van 1 augustus tot en met 8 september 2024 en is voorafgaand hieraan aangekondigd in het Gemeenteblad en in de Gemeenterubriek van Het Krantje. Op 31 juli 2024 hebben de huidige subsidietafelpartners een verzoek tot het geven van een inspraakreactie ontvangen. Daarbij zijn zij ook uitgenodigd voor een inspraakbijeenkomst op 29 augustus 2024. Inspraak kon dus op 2 manieren plaatsvinden: 1. Gedurende de hele periode kon een schriftelijke inspraakreactie worden ingediend, via de gemeentelijke website of door een schrijven te versturen aan het college 2. Tijdens de inspraakbijeenkomst op 29 augustus, waar zowel mondeling als schriftelijk inspraakreacties konden worden ingediend Op 19 augustus hebben de genodigden een reminder ontvangen met betrekking tot de inspraakbijeenkomst, met daarin ook weer de link naar de gemeentelijke website. Uiteindelijk zijn er 11 inspraakreacties ontvangen, waarvan 1 inspraakreactie die niet op de hierboven aangegeven manieren is ingediend. Veruit de meeste inspraakreacties zijn tijdens de inspraakbijeenkomst ingediend. Het college is dankbaar voor alle ontvangen reacties en de bereidheid van organisaties om mee te denken in de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de ontvangen inspraakreacties opgenomen, alsook de reactie van het college hierop. Tijdens de inspraakbijeenkomst zijn niet alleen inspraakreacties ingediend maar is ook een aantal vragen gesteld. Veel van deze vragen hebben geen betrekking op de voorliggende ontwerp Algemene subsidieverordening, maar sommigen neigen naar een inspraakreactie. Ook kunnen sommige vragen dan wel de beantwoording erop ten grondslag hebben gelegen aan de uiteindelijke ingediende inspraakreacties. Daarom is in hoofdstuk 3 ook een verslag van de inspraakbijeenkomst opgenomen. In hoofdstuk 4 is tot slot een samenvatting opgenomen van de inspraakreacties en of deze geleid hebben tot een aanpassing in de ontwerp Algemene subsidieverordening.

Nummer 3790 Pagina 4/26

2.

Schriftelijk ingediende inspraakreacties en reactie college

De ontvangen inspraakreacties zijn hieronder weergegeven. Iedere inspraakreactie is tevens voorzien van een reactie van het college. Daarbij wordt ook aangegeven of de inspraakreactie leidt tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026. In hoofdstuk 3 wordt hier verder op ingegaan en is omschreven welke aanpassing er is gedaan en waarom. Alle inspraakreacties zijn afkomstig van huidige subsidietafelpartners. De inspraakreacties zijn in willekeurige volgorde verwerkt in dit verslag. Daarbij is ook aangegeven welke inspraakreactie van welke specifieke organisatie afkomstig is. Wanneer een inspraakreactie betrekking heeft op meerdere onderwerpen, is de reactie uitgesplitst in deelreacties.

2.1

Inspraakreactie 1

Reactie van: Follow Your Sun. We denken dat het prettig is om in de nieuwe systematiek alsnog een x aantal keer per jaar samen te komen met partners (zij het om ‘huishoudelijke mededelingen’ te delen en/of in te gaan op de inhoud om de binding met elkaar te behouden en elkaar te blijven vinden). Daar staan wij in ieder geval altijd open voor, ook als het af en toe tijd kost. Reactie college Het kan inderdaad belangrijk zijn voor de samenwerking dat organisaties een aantal keer per jaar samenkomen. Vanuit de gemeente wordt, als onderdeel van de implementatie van de nieuwe subsidiesystematiek, dan ook een voorstel uitgewerkt voor netwerk- dan wel themabijeenkomsten die in 2026 en verder plaatsvinden. Het college zal deze inspraakreactie daarbij in gedachten houden, maar ziet geen aanleiding om de ontwerp ASV 2026 hierop aan te passen.

2.2

Inspraakreactie 2

Reactie van: Woej. 2.2.1 Deelreactie 1 Duidelijke spelregels bij aanvang van de subsidieverordening lijkt mij belangrijk. Op basis waarvan vindt toetsing/beoordeling van de subsidie plaats? Reactie college Subsidieaanvragen worden beoordeeld op basis van verdelingsregels. Deze zijn opgenomen in artikel 6, vierde lid van de ontwerp ASV 2026. Het college kan in de subsidieregelingen afwijken van, of nadere bepalingen dan wel criteria opnemen ten

Nummer 3790 Pagina 5/26

aanzien van, deze verdelingsregels. Deze inspraakreactie leidt dan ook niet tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026.

2.2.2 Deelreactie 2 Het is een subsidie m.i. geen aanbesteding waar je op basis van de beste offerte wordt beoordeeld. Reactie college Er zijn 2 manieren waarop het college voorzieningen in het voorliggend veld kan financieren: een aanbesteding en een subsidie. Voor een subsidie geldt dat deze op verschillende manieren kan worden verstrekt, waaronder via een subsidietender. Deze vorm, waarvoor de verdelingsregels zoals genoemd in de reactie op deelreactie 1 de basis vormen, komt centraal te staan in de toekomstige subsidieregelingen. Een subsidietender is niets meer dan een manier om subsidieaanvragen beter tegen elkaar af te kunnen wegen, iets dat in de huidige subsidiesystematiek ook gebeurt. Op dit moment ontbreekt het echter aan duidelijke richtlijnen. Met de subsidietender wordt de werkwijze transparant en uniform, zowel voor subsidieaanvragers als voor de gemeente. Het college ziet op basis van deze inspraakreactie daarom onvoldoende aanleiding om de ontwerp ASV 2026 aan te passen.

2.2.3 Deelreactie 3 Advies om voor subsidies boven de € 100.000,- in samenspraak met de accountants van verschillende organisaties te komen tot een gezamenlijk controleprotocol/Programma van Eisen. Leidend hierin zou toetsbaarheid/haalbaarheid moeten zijn. Reactie college Het controleprotocol wordt in eerste instantie door het college opgesteld, in overleg met de eigen accountant. Daarbij zullen toetsbaarheid en haalbaarheid aandachtspunten zijn. Een Programma van Eisen is niet van toepassing bij subsidies. Het college ziet geen aanleiding om de ontwerp ASV 2026 aan te passen op basis van deze inspraakreactie.

2.3

Inspraakreactie 3

Reactie van: Kwadraad, MEE, Sport en Welzijn en Woej, namens de partners van het Sociaal Servicepunt. We vragen ons af wat voor specifieke subsidieverordening het gaat worden (inkoop, subsidietender, onderhands etc.). En wat zijn de criteria qua toetsing? Reactie college De ASV 2026 richt zich enkel op subsidies. De vorm waarin deze subsidies worden verstrekt, wordt opgenomen in de subsidieregelingen. De ASV 2026 en de

Nummer 3790 Pagina 6/26

onderliggende subsidieregelingen vormen samen het kader waarbinnen aanvragen worden beoordeeld. Als bepaald aanbod via een aanbesteding wordt uitgevraagd, dan is het inkoopkader hierop van toepassing. De ontwerp ASV 2026 hoeft naar oordeel van het college niet te worden aangepast op basis van deze inspraakreactie.

2.4

Inspraakreactie 4

Reactie van: Bibliotheek aan de Vliet. Wanneer is duidelijk hoe de Sociale basis eruit komt te zien, welke organisaties daartoe behoren en met welke Sociale basis taken? Reactie college De visie op de sociale basis wordt gelijktijdig met de definitieve versie van de ASV 2026 behandeld door het college. Voor beide is de verwachting dat deze vóór het einde van het jaar worden aangeboden aan de gemeenteraad. In de subsidieregelingen wordt opgenomen welke activiteiten in aanmerking komen voor subsidiëring. Daarbij worden geen organisaties vermeld. Er worden ook geen organisaties genoemd in de visie op de sociale basis, noch in de ASV 2026. Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026.

2.5

Inspraakreactie 5

Reactie van: TRIAS 2.5.1 Deelreactie 1 Organisaties die geen basissubsidie (wettelijk en niet wettelijke taken) aanvragen dienen ook in de gelegenheid gesteld te worden om penvoerder c.q. hoofdaannemer te zijn. Reactie college Het staat alle organisaties vrij om penvoerder te worden. Er zijn of worden geen bepalingen opgenomen in de ontwerp ASV 2026 om organisaties buiten te sluiten. De ontwerp ASV 2026 wordt hierop dan ook niet aangepast.

2.5.2 Deelreactie 2 Duidelijke regels/kaders voor ‘penvoerder’ formuleren (op inhoud en financiën). Reactie college Het college heeft in de ontwerp ASV 2026 een aantal regels opgenomen ten aanzien van het penvoerderschap. Het betreft:

Nummer 3790 Pagina 7/26

•

Artikel 8, tweede lid onder a sub vi: de afspraken die organisaties onderling maken (hoe wordt er samengewerkt, wie is verantwoordelijk voor welk deel van de activiteit(en) en de daarmee te behalen resultaten, hoe zijn de taken en rollen verdeeld, hoe wordt het budget onderling verdeeld), worden vastgelegd in een door alle organisaties ondertekend document

•

Artikel 8, vijfde lid: het college beschouwt de penvoerder als aanspreekpunt. De

•

penvoerder stuurt de andere partijen aan als het gaat om de uitvoering van de activiteit(en) Artikel 13, tweede en derde lid: de penvoerder is verantwoordelijk voor de

•

naleving van de in de verordening en de van toepassing zijnde subsidieregeling(en) opgenomen verplichtingen. De subsidie wordt verleend aan de penvoerder Artikel 14, tweede lid onder c: de penvoerder moet het college informeren over wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden

Op basis van artikel 4:37 en artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college bovenstaande kaders nader uitwerken in de subsidieregelingen, of andere c.q. aanvullende verplichtingen opleggen. Het college is van mening dat de ontwerp ASV 2026 opgenomen kaders voldoende duidelijkheid bieden en doet op basis van deze inspraakreactie dan ook geen aanpassingen.

2.5.3 Deelreactie 3 Nieuwe aanbieders: ook kansen geven, gaat om bijdrage op maatschappelijke opgaves. Reactie college De subsidieregelingen staan te zijner tijd ook open voor nieuwe organisaties. Daarvoor is geen aanpassing van de ontwerp ASV 2026 nodig.

2.6

Inspraakreactie 6

Reactie van: Florence. Beoordelingscriterium/innovatie: verbeteren in kwaliteit, commerciële partijen uitsluiten van deelname, geen winstbejag, lokale partijen, duurzaam connecten en stimuleren om samen te werken, elkaar te leren kennen door bijvoorbeeld 4 jarig contract. Reactie college Het verbeteren van de kwaliteit van het aanbod aan activiteiten wordt onder andere gestimuleerd door een versterkt systeem van monitoring en verantwoording. Dit stelt het college in staat om, samen met de uitvoerende organisaties, activiteiten tussentijds bij te sturen en optimaal aan te laten sluiten op de behoefte van de inwoners.

Nummer 3790 Pagina 8/26

Commerciële partijen zijn niet per definitie uitgesloten van deelname. Wel is in artikel 12, vierde lid onder i opgenomen dat het college de subsidie kan weigeren als er redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager met de uitvoering van de activiteiten beoogt winst te maken. Het is ons voornemen om in de verdelingsregels (artikel 6, vierde lid van de ontwerp ASV 2026) een criterium op te nemen over lokale binding, de wijze waarop onderzoeken we nog. De subsidieregelingen worden te zijner tijd ook opengesteld voor nieuwe organisaties. Het college wil daarbij alle organisaties die een aanvraag indienen een kans geven, zonder op voorhand organisaties uit te sluiten. Het college beoogt met de nieuwe subsidiesystematiek de onderlinge samenwerking tussen organisaties te versterken. Dit door bijvoorbeeld de mogelijkheid tot penvoerderschap te faciliteren en door subsidies meerjarig toe te kennen, zodat samen met deze organisaties duurzaam geïnvesteerd kan worden in het aanbod aan voorzieningen, de onderlinge verbondenheid en de gemeenschap. Deze inspraakreactie leidt naar oordeel van het college tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026, in de vorm van een aanvullend criterium over lokale binding.

2.7

Inspraakreactie 7

Reactie van: Parnassia Groep. Ja, graag tussentijds evalueren, maar niet met alle aanbieders; de producten die worden geleverd zijn daarvoor te divers. Reactie college De manier van evalueren is onderdeel van de implementatie van de nieuwe subsidiesystematiek en wordt in 2025 nader uitgewerkt. De diversiteit van producten zal hierbij een aandachtspunt zijn. Hiervoor is geen aanpassing van de ontwerp ASV 2026 nodig.

2.8

Inspraakreactie 8

Reactie van: Vluchtelingenwerk. Hierbij het verzoek om in de subsidiebeschikking duidelijk aan te geven of de accountverklaring een organisatie brede betreft of dat er een gemeentelijke separatieverklaring wordt gevraagd.

Nummer 3790 Pagina 9/26

Reactie college In artikel 20, derde lid onder c en artikel 21, derde lid onder d van de ontwerp ASV 2026 is aangegeven welk soort accountantsverklaring het college vraagt. Als er sprake is van meerdere subsidieaanvragen die op grond van artikel 8, zevende lid van de ontwerp ASV 2026 zijn samengevoegd, wordt de zwaarte van de accountantsverklaring afgestemd op het totale bedrag dat aan subsidie is verleend. Welke accountantsverklaring van toepassing is, wordt te zijner tijd in de subsidiebeschikking vermeld. Daarbij is het van belang dat inzichtelijk is hoe de subsidie die specifiek vanuit deze gemeente is ontvangen, is besteed. Dit zal worden verduidelijkt in de ontwerp ASV 2026.

2.9

Inspraakreactie 9

Reactie van: Sport en Welzijn. Graag opnemen als eis: lokale borging. Reactie college Het is ons voornemen om in de verdelingsregels (artikel 6, vierde lid van de ontwerp ASV 2026) een criterium op te nemen over lokale binding, de wijze waarop onderzoeken we nog. De subsidieregelingen worden te zijner tijd ook opengesteld voor nieuwe organisaties. Het college wil daarbij alle organisaties die een aanvraag indienen een kans geven, zonder op voorhand organisaties uit te sluiten. Zie ook inspraakreactie 6. Daarom wordt de ontwerp ASV 2026 hierop aangepast.

2.10 Inspraakreactie 10 Reactie van: Stichting Arm in Arm. 2.10.1 Deelreactie 1 Een goede beoordeling van het nieuwe subsidiestelsel zonder de bijbehorende regelingen is niet mogelijk. Hoe specifiek worden die regelingen? Komt er een regeling voor financiële zelfredzaamheid of voor schuldhulpverlening? Bij de inspraakbijeenkomst op 29 augustus kon die vraag niet worden beantwoord. Wanneer worden de nieuwe regelingen afgestemd met en getoetst bij de subsidietafelpartners? In de ‘Presentatie doorontwikkeling subsidiesystematiek’ staat vermeld dat in de periode juli – oktober regelingen worden opgesteld en afgestemd. Van die periode is de helft intussen voorbij. Reactie college Ten tijde van de presentatie waarnaar wordt verwezen (d.d. 2 mei 2024), verwachtte het college de subsidieregelingen in november 2024 vast te stellen. Tijdens de behandeling van de startnotitie nieuwe subsidiesystematiek (iBabs 3769) heeft de gemeenteraad echter een amendement aangenomen, waarin het college de opdracht heeft gekregen

Nummer 3790 Pagina 10/26

een visie op de sociale basis te ontwikkelen. Hierdoor is een wederzijdse afhankelijkheid tussen de subsidiesystematiek en de visie op de sociale basis ontstaan met beperkte gevolgen voor de planning. De ontwerp ASV 2026 vormt het kader waarbinnen de subsidieregelingen worden uitgewerkt en kan gezien worden als een uniforme basis. De subsidieregelingen worden in vergelijking specifieker. De invulling van de subsidieregelingen wordt gebaseerd op clusters (een thematische groepering van voorzieningen), die op dit moment nog niet definitief zijn. De clusters worden opgenomen in de visie op de sociale basis (iBabs 3790), die gelijktijdig met de ASV 2026 door de gemeenteraad wordt behandeld. Als de gemeenteraad de visie op de sociale basis vaststelt, staan ook de clusters vast. Vervolgens koppelt het college activiteiten aan de clusters, en verwerkt het college deze in de subsidieregelingen. Gelet op het bovenstaande streeft het college ernaar de subsidieregelingen vóór het einde van het jaar, uiterlijk in december 2024, vast te stellen. Voorafgaand aan de vaststelling door het college, worden de subsidieregelingen getoetst bij de huidige subsidietafelpartners. Wanneer dit precies zal zijn en in welke vorm, is nog niet bekend. De huidige subsidietafelpartners worden hier tijdig van op de hoogte gesteld. Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026.

2.10.2 Deelreactie 2 Per subsidieregeling komt een subsidieplafond. Voor de verdeling van de financiële middelen worden verdelingsregels opgenomen op basis waarvan activiteiten worden vergeleken en beoordeeld. Dus een soort ranking van de activiteiten. Deze werkwijze kan tot gevolg hebben dat slechts enkele (vaak) grote (professionele) organisaties met activiteiten die een groot subsidiebedrag vragen de subsidiepot snel leegtrekken als zij hoog scoren. Dit kan worden ondervangen door voor vrijwilligersorganisaties een eigen regime op te zetten. Reactie college De verdelingsregels zien toe op vergelijking en beoordeling van aanvragen, niet van activiteiten. De activiteiten waarvoor subsidie kan worden aangevraagd, worden opgenomen in de subsidieregelingen en staan vast. Daarnaast is het college voornemens om de subsidieregelingen niet alleen te voorzien van een subsidieplafond, maar ook van een budgetverdeling. Door een bepaald gedeelte van het subsidieplafond toe te wijzen aan een activiteit (of een groep activiteiten, bijvoorbeeld vanwege een soortgelijke aard of doelgroep), wordt voorkomen dat 1 of enkele aanvragen een onevenredig groot beroep doen op het beschikbare budget. Feitelijk ontstaan hiermee een soort subplafonds binnen het subsidieplafond.

Het college verwacht dat deze werkwijze een goede verdeling van het budget over de verschillende aanvragen en activiteiten binnen een subsidieregeling in de hand werkt, en acht een aanpassing van de ontwerp ASV 2026 dan ook niet nodig.

Nummer 3790 Pagina 11/26

2.10.3 Deelreactie 3 Er komt een controleprotocol; tot nu toe werden er jaarlijks andere eisen gesteld en moesten er telkens andere gegevens worden verstrekt op andere formulieren. Zorgt de gemeente voor een meerjarige eenduidige en eenvoudige wijze van verantwoording? Reactie college Het college zorgt, ook met het oog op het meerjarig verlenen van subsidies, voor een eenduidige en eenvoudige wijze van verantwoording. De basis hiervoor is opgenomen in de ontwerp ASV 2026 en kan waar nodig worden aangevuld in de subsidieregelingen. Deze inspraakreactie leidt naar oordeel van het college dan ook niet tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026.

2.10.4 Deelreactie 4 In het Raadsvoorstel Vaststellen startnotitie subsidiesystematiek maatschappelijke organisaties (iBabs 3769, toevoeging college) staat o.a. het volgende bij de opsomming van uitgangspunten: “Verlagen van de administratieve lasten: maatschappelijke partners verantwoorden hun subsidies op een manier die past bij het type organisatie en de omvang van de opdracht”. Drie alinea’s verder staat dat het college wil differentiëren naar aard en omvang van de opdracht en de uitvoerende partij: hoe groter de opdracht en het budget hoe meer eisen en kaders en verantwoordingsverplichtingen. In de ASV wordt onderscheid gemaakt tussen drie verantwoordingsregimes afhankelijk van de grootte van het subsidiebedrag: licht voor activiteiten met subsidie tot € 5.000, gemiddeld voor activiteiten met een subsidiebedrag tussen € 5.000 en € 100.000 en zwaar voor activiteiten boven de € 100.000. In de huidige subsidieverordening is er ook een driedeling, maar ligt de grens van het middensegment bij € 50.000. Juist in het gemiddelde regime zal veel variatie zitten in het soort organisatie (klein – groot, professioneel – vrijwillig) maar ook in de omvang van het bedrag. Nu lijkt het erop dat de verantwoording van bijv. € 10.000 vrijwel gelijk is aan die van bijv. € 80.000 (m.u.v. de accountantsverklaring).

Wat is de ratio achter deze indeling? Opvallend is dat het lichte regime slechts tot € 5.000 loopt en het middenregime een enorme omvang heeft nu het is uitgebreid tot € 100.000. Waarom het lichte regime niet uitbreiden tot bijvoorbeeld € 20.000? Het bedrag van € 5.000 lijkt willekeurig gekozen. Hoe strookt de verantwoordingsverplichting uit het gemiddelde regime met bovenstaand uitgangspunt: verlaging van de administratieve lasten? Reactie college Na een hoogte van € 50.000 wordt er onder de huidige subsidieverordening (uit 2019) geen onderscheid meer gemaakt en zijn alle subsidies onderhevig aan dezelfde verantwoording, of het nu om een subsidie van € 51.000 gaat of om, in uitzonderlijke gevallen, subsidies van € 500.000 voor een enkele activiteit. Dit vindt het college onwenselijk. Door de grens van het middensegment te verschuiven naar € 100.000, is

Nummer 3790 Pagina 12/26

de verantwoording voor organisaties die een subsidie tussen € 50.000 en € 100.000 ontvangen daarom versoepeld. Voor de grens van € 5.000 is gekozen omdat subsidieaanvragen onder dit bedrag in beginsel gelijk worden vastgesteld, tenzij het college anders besluit. Dit gebeurt ook zo in de huidige systematiek. Het college wil deze grens handhaven en hiermee kleine initiatieven stimuleren door het subsidieproces voor hen zo laagdrempelig mogelijk maken. Door de grens op te hogen naar bijvoorbeeld € 20.000 zouden, tenzij in de subsidiebeschikking anders wordt besloten, ook grotere subsidies/organisaties hiervoor in aanmerking komen. Dat brengt een (financieel) risico voor de gemeente met zich mee, waardoor het college meer monitorings- en verantwoordingselementen zou moeten inbouwen om toezicht te kunnen houden op de doel- en rechtmatigheid van de subsidie. Tenzij er allerlei uitzonderingen in de ontwerp ASV 2026 worden ingebouwd, waardoor het stelsel in ogen van het college onnodig ingewikkeld en onoverzichtelijk wordt, zou dit ten koste gaan van eerdergenoemde kleine initiatieven. De verlaging in de administratieve lasten uit zich niet alleen in de verantwoording. Zo brengt het meerjarig financieren van activiteiten bijvoorbeeld ook een lastenverlaging met zich mee.

Gedurende de looptijd van de subsidie hoeft bijvoorbeeld niet ieder jaar een uitgebreide aanvraag in te worden gediend. Ook door niet langer steeds andere eisen te stellen (zoals door de indiener aangegeven in deelreactie 3) maar in plaats daarvan op voorhand duidelijk aan te geven welke gegevens verlangd worden en hier niet van af te wijken, hoopt het college de administratieve druk te verlagen.

2.10.5 Deelreactie 5 Penvoerderschap: als er sprake is van één aanvraag voor meer partijen is voor de gemeente de penvoerder het aanspreekpunt, verantwoordelijk voor de aansturing van de andere partners en het nakomen van de verplichtingen t.a.v. de subsidieverstrekking. Bij de inspraakbijeenkomst is uitdrukkelijk gezegd dat het samen indienen van een aanvraag een optie is die wordt geboden, geen harde eis. Het streven van de gemeente om het samen indienen van een subsidieaanvraag te bevorderen kan leiden tot concurrentie en lijkt ingegeven te worden door de wens het aantal contactpersonen voor de gemeente te beperken. De artikelen 8 en 13 geven enkele regels voor de rechten en plichten van de penvoerder. In hoeverre zijn de andere partijen ‘beschermd’ als de penvoerder niet voldoet aan zijn verplichtingen en daarmee de andere partijen benadeelt? Reactie college Zoals opgenomen in artikel 8, tweede lid onder a sub vi, worden de afspraken die organisaties onderling maken (hoe wordt er samengewerkt, wie is verantwoordelijk voor welk deel van de activiteit(en) en de daarmee te behalen resultaten, hoe zijn de taken en rollen verdeeld, hoe wordt het budget onderling verdeeld), vastgelegd in een door alle organisaties ondertekend document.

Nummer 3790 Pagina 13/26

Als de penvoerder zich niet houdt aan de in dit document gemaakte afspraken of zich anderszins zich niet aan zijn verplichtingen houdt, zal het college hierover met de penvoerder in gesprek gaan. Dit kan zowel op basis van signalen die het college hierover ontvangt (bijvoorbeeld van de andere organisaties waar de penvoerder mee samenwerkt), alsook op basis van eigen constateringen. Het college acht een aanpassing van de ontwerp ASV 2026 vooralsnog niet nodig.

2.10.6 Deelreactie 6 Zoals bekend is Arm in Arm Schuldhulpmaatje een stichting, waar uitsluitend vrijwilligers werken. Arm in Arm is lid van de landelijke organisatie Vereniging Schuldhulpmaatje Nederland (VSN). De ASV lijkt daarvoor niet te zijn geschreven met een ‘one size fits all gedachte’. Hoe wordt in de hele subsidiesystematiek omgegaan met (kleine vrijwilligers)organisaties die onderdeel zijn van een grote landelijke organisatie, waarbij de doelstellingen, werkwijze en standaards van de landelijke organisatie uitgangspunt voor de lokale organisatie dienen te zijn? VSN is betrokken bij de Alliantie Vrijwillige Schuldhulp, die streeft naar goed partnerschap tussen de gemeenten en vrijwillige schuldhulporganisaties. De Alliantie heeft een Gids Effectief Partnerschap uitgebracht, die onder meer is aangeboden aan de Algemeen Directeur van de VNG, de heer Geluk, die daaraan zijn adhesie heeft betuigd. Is de gemeente bekend met die Gids? In die Gids is onder meer het uitgangspunt te vinden dat vrijwillige schuldhulporganisaties een meerjarige subsidie zouden moeten ontvangen om te waarborgen dat ze niet tezamen met grote professionele organisaties met betaalde werknemers in ‘aanbestedings-procedures’ worden betrokken. Een aanbesteding past immers niet bij de aard van een vrijwilligersorganisatie.

Reactie college De ontwerp ASV 2026 beoogt een uniforme basis voor alle organisaties die te zijner tijd subsidie ontvangen, te creëren. In dat opzicht is de verordening inderdaad geschreven met een ‘one size fits all’ gedachte. De subsidieregelingen die hieruit voortvloeien alsook de activiteiten die hierin worden opgenomen, worden inhoudelijk gebaseerd op het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Denk bijvoorbeeld aan het beleidsplan Schuldhulpverlening. De doelstellingen, uitgangspunten et cetera in het gemeentelijk beleid zijn voor het college leidend. Wanneer doelstellingen, werkwijze of standaards van een landelijke organisatie hiermee verenigbaar zijn of hier in positieve zin van afwijken (i.e. aanvullend zijn), kunnen ook deze organisaties een subsidieaanvraag indienen. Het college heeft kennis genomen van de Gids Effectief Partnerschap. Het college is niet voornemens om vrijwilligersorganisaties in aanbestedingsprocedures te betrekken. Wel beoogt het college met de nieuwe subsidiesystematiek alle organisaties die een subsidieaanvraag indienen, een kans te geven. Dit zonder op voorhand organisaties uit

Nummer 3790 Pagina 14/26

te sluiten of onderscheid te maken naar de aard ervan. Zie ook inspraakreacties 6 en 9. Het college vindt een aanpassing van de ontwerp ASV 2026 dan ook niet noodzakelijk. 2.10.7 Deelreactie 7 Uitgangspunt van de ASV is dat basisvoorzieningen meerjarig worden gesubsidieerd; maar wat zijn basisvoorzieningen en hoe worden die aangewezen? Ook hierover kwam geen duidelijkheid in de inspraakbijeenkomst. Verwezen werd naar de nader te bepalen regelingen. Reactie college In de startnotitie doorontwikkeling subsidiesystematiek (iBabs 3769) heeft het college toegelicht wat onder een basisvoorziening wordt verstaan. Het betreft wettelijk verplichte voorzieningen (landelijk kader) en voorzieningen die in een beleidsplan of -kader zijn opgenomen (lokaal kader). Het college werkt dit nader uit in de subsidieregelingen; deze inspraakreactie leidt dan ook niet tot een aanpassing van de ontwerp ASV 2026.

2.10.8 Deelreactie 8 Wat betreft de artikelen 6 en 7 merkt Arm in Arm het volgende op. Gesteld dat de vrijwillige schuldhulpverlening, zoals die op professionele wijze geboden wordt door de schuldhulpmaatjes van Arm in Arm, als basisvoorziening in aanmerking komt voor meerjarige subsidie, dan roepen enkele criteria vragen bij ons op: • 1e Artikel 6, lid 4 f: innovatie. De kern van de activiteit van Arm in Arm is het individueel begeleiden van mensen met financiële problemen. Binnen die activiteit kan een nieuw project worden opgezet, maar voor verdere innovatie laten ook de spelregels van de VSN geen ruimte. Schuldhulpmaatje biedt continuïteit, betrouwbaarheid en vertrouwen en dat is waaraan de inwoners, die in de schulden zitten, behoefte hebben • 2e Artikel 7 lid 1 a en c. Wat wil zeggen dat de subsidie voor maximaal 48 maanden kan worden verstrekt? Is een nieuwe aanvraag na die periode voor dezelfde activiteit mogelijk of is dat na vier jaar niet meer mogelijk? Het college bepaalt of een jaarlijkse subsidie voor minimaal 12 of maximaal 48 maanden wordt toegekend. In de artikelsgewijze toelichting wordt o.a. als argument genoemd ‘zekerheid, waardoor ruimte ontstaat voor innovatie en investeringen in de dienstverlening’.

Kan continuïteit van een maatschappelijk relevante activiteit als waar Arm in Arm, Schuldhulpmaatje voor staat en waarvan sinds de oprichting van SHM de noodzaak is gebleken, en van wie de subsidieaanvragen dan ook telkens door de gemeente zijn gehonoreerd, ook een criterium zijn voor meerjarige financiering? Reactie college Inzake artikel 6, vierde lid onder f: innovatie is een breed begrip en kan door verschillende organisaties op verschillende wijzen worden ingevuld. Het is als criterium opgenomen om organisaties te stimuleren, niet als verplichting. Wat betreft artikel 7, eerste lid onder a en c: een subsidie mag per keer voor maximaal 48 maanden worden verleend. Een nieuwe aanvraag is na het aflopen van het tijdvak

Nummer 3790 Pagina 15/26

waarop de subsidie betrekking heeft, weer mogelijk. De enige kanttekening die hierbij geldt, is dat een incidentele subsidie slechts eenmaal kan worden aangevraagd. Als de activiteit hierna wordt voortgezet, moet in het vervolg een jaarlijkse subsidie worden aangevraagd. Het college zal dit verduidelijken in de toelichting op artikel 7. Het college hecht verder grote waarde aan continuïteit binnen de dienstverlening aan inwoners. Door middel van meerjarige subsidiëring beoogt het college dit stelsel dan ook te verduurzamen. Continuïteit kan echter geen criterium zijn voor meerjarige financiering; in dat geval zouden immers alle huidige activiteiten (zelfs de incidentele) in aanmerking komen voor meerjarige financiering. Het college houdt dan ook vast aan de categorisering van voorzieningen zoals vastgesteld door de gemeenteraad via de startnotitie doorontwikkeling subsidiesystematiek (iBabs 3769).

2.11 Inspraakreactie 11 Reactie van: Stichting IBCE (ontvangen voorafgaand aan de inspraakbijeenkomst op 29 augustus 2024). Op 9 juli 2024 heeft wethouder van Veller een eerste concept van de nieuwe subsidieverordening 2026 voor de inspraak vrijgegeven met de raadsbrief (3788). De inspraakperiode is van 1 augustus – 8 september. Op 29 augustus wordt een inspraakbijeenkomst gehouden. Dit is in een raadsbrief toegelicht. In die raadsbrief (3788) wordt verwezen naar de evaluatie van de subsidietafels (3470), de contouren van de subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies (3532) en de startnotitie subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies (3769). Met het oog op de bijeenkomst van 29 augustus stuur ik u hierbij mijn commentaar dat ik toespits op één punt. Dat betreft artikel 8, tweede lid onder a vi, waarin sprake is van een ondertekend document waaruit in ieder geval blijkt op welke wijze de verschillende partijen samenwerken en hoe het budget verdeeld wordt. In artikel 8, vijfde lid is de introductie van een penvoerder opgenomen. Artikel 8 werkt door in artikel 13, waarin is opgenomen de verantwoordelijkheid van de penvoerder, waaraan de subsidieverlening plaats vindt. Ik verwacht dat hiertegen veel bezwaren zullen worden ingebracht van zowel grote als kleine subsidieontvangers. Met name de verdeling van het budget vormde een minpunt voor de subsidietafels.

Dat was aanleiding de regierol van de gemeente te versterken, zoals geformuleerd in punt 3 van de raadsbrief Contouren subsidiesystematiek (3532). In de startnotitie (3769) staat dan ook bij de uitgangspunten dat de maatschappelijke partners niet langer het budget zullen verdelen. Maar artikel 8, tweede lid onder a vi van de ASV 2026 is hiermee in strijd. De gemeente mag dan de samenwerking willen stimuleren en faciliteren, zoals één van de uitgangspunten in de startnotitie weergeeft, de vrijblijvendheid voor de partners lijkt in het concept van de ASV 2026 nog bovenaan te staan. Kleine subsidieontvangers

Nummer 3790 Pagina 16/26

ervaren misschien een ondergeschikte rol; grote subsidieontvangers ervaren misschien een uitbreiding voor hun verantwoordelijkheid, die primair bij de gemeente hoort. N.B. De versterking betreft zowel het proces als de inhoud, maar met de introductie van een verantwoordelijke penvoerder wordt die versterking onderuit gehaald. Dat roept ook de vraag op welke partijen betrokken zijn bij de uitvoeringsovereenkomst die in artikel 13, vierde lid wordt geïntroduceerd? En een vraag in het verlengde hiervan is, wat er terecht komt van het punt van de partners: “Voer ook één op één gesprekken met partners over de voortgang van de activiteiten”? Dit staat in de hoofdlijnen van de contouren van de subsidiesystematiek. Aanleiding de ASV 2026 van toepassing te doen zijn op het integraal aanbod en daarmee rekening te houden met de verbreding van de sociale basis, ligt het inderdaad voor de hand het sociaal kompas aan te scherpen. Maar dan ligt het dan ook niet voor de hand om het uitvoeringsplan 2024 te verbeteren? Reactie college Het college is van mening dat de introductie van een penvoerder niet tegenwerkt als het gaat om de verdeling van het budget. Als meerdere organisaties besluiten tot samenwerking, zal 1 organisatie de aanvraag in moeten dienen. Dat is de penvoerder. In het artikel 8, tweede lid onder a sub vi, genoemde document moet een verdeling van het budget worden opgenomen.

Dit betekent dat de penvoerder hierover vooraf het gesprek met de samenwerkingspartners gevoerd moet hebben en dat zij het allen eens moeten zijn met de aanvraag, getuige de ondertekening van het document. Dit betekent niet dat het college de verdeling van het budget geheel aan de penvoerder overlaat. Zo stelt het college per subsidieregeling een subsidieplafond vast. Daarnaast is het college voornemens om de subsidieregelingen niet alleen te voorzien van een subsidieplafond, maar ook van een verdeling van het budget over de diverse activiteiten. Daarmee neemt het college nog steeds de verantwoordelijkheid als het gaat om de verdeling van middelen. Zie ook inspraakreactie 10, deelreactie 2. In de nieuwe systematiek voert het college één op één gesprekken met de uitvoerende organisaties. Als zij verenigd zijn in een samenwerking met aan het hoofd een penvoerder, voert het college dit gesprek met de penvoerder. Dit vraagt dat de penvoerder goed op de hoogte is van het reilen en zeilen rondom de activiteiten en de organisaties waarmee wordt samengewerkt. Als er aanleiding toe is, kan het college ook in gesprek met de organisaties die onder aanvoering van een penvoerder hun activiteiten uitvoeren.

Tot slot de vraag inzake het uitvoeringsplan 2024: het college heeft eerder uitgesproken oog te houden voor stabiliteit voor de inwoners en de subsidietafelpartners gedurende de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek (zie bijvoorbeeld de raadsbrief over de evaluatie van de subsidietafels, iBabs 3470). Wijzigingen doorvoeren vooruitlopend op de implementatie van de nieuwe systematiek, kan deze stabiliteit negatief beïnvloeden.

Nummer 3790 Pagina 17/26

Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van de ASV 2026.

3.

Verslag van de inspraakbijeenkomst

Tijdens de inspraakbijeenkomst van 29 augustus 2024 is ook een aantal vragen gesteld en zijn mondeling inspraakreacties gedeeld, die ter plekke zijn beantwoord. Deze zijn in onderstaand verslag opgenomen. De vragen staan in de volgorde waarin ze gesteld zijn, met de antwoorden eronder. Omdat een aantal organisaties elkaar aanvulden tijdens de bijeenkomst, is geen duidelijk onderscheid meer te maken naar welke organisatie welke vraag heeft gesteld. Dit is er dan ook niet bij vermeld. De bijeenkomst bestond uit 2 delen: in het eerste deel konden verduidelijkende vragen worden gesteld, in het tweede deel konden mondelinge inspraakreacties worden gedeeld. In praktijk bleken de delen elkaar te overlappen.

3.1

Gestelde vragen

Vraag organisatie Alles staat en valt met de nieuwe subsidieregelingen. Is al bekend welke regelingen dit zullen zijn, hoe specifiek ze zijn en voor welke werksoorten zij gaan gelden? Reactie gemeente De subsidieregelingen die er komen, zijn redelijk vergelijkbaar met de verdeling zoals we die nu op de subsidietafels hebben. In de subsidieregelingen komt te staan aan welke doelen wordt gewerkt en welke activiteiten daaraan bijdragen, en mogelijk een doorkijk naar een budgetverdeling. Vraag organisatie De subsidietafel FIT wordt als voorbeeld genoemd, waar eigenlijk een tweedeling is (financiële zelfredzaamheid en taalvaardigheid). Worden dit 2 aparte regelingen? Reactie gemeente Vooralsnog vallen deze activiteiten in dezelfde regeling. Er worden nog geen al te grote wijzigingen aangebracht, zodat er geen grote versnippering over meerdere regelingen ontstaat. Opmerking

Een knip tussen beide onderwerpen heeft de voorkeur. Het gaat

organisatie

om verschillende soorten organisaties.

Reactie gemeente De subsidieregelingen zijn qua indeling redelijk vergelijkbaar met de subsidietafels, maar het is niet gezegd dat een subsidieregeling automatisch weer een subsidietafel wordt. Het kan ook zijn dat hier een andere overlegstructuur onder komt, waarbij deze knip wel kan worden doorgevoerd. De regeling op

Nummer 3790 Pagina 18/26

zich is alleen een middel om een aantal activiteiten weg te zetten en integraliteit in de uitvoering ervan te borgen. Opmerking

De subsidieregeling bepaalt welke aanvragen tegen elkaar

organisatie

worden afgewogen. Dan maakt het dus uit onder welke regeling een activiteit valt.

Vraag organisatie Hoe en wanneer wordt besloten over hoe penvoerdschap eruit komt te zien en wat kan je als partner doen om de gemeente daarover te adviseren? Reactie gemeente In de subsidieregelingen komen alle activiteiten te staan. Deze worden nog getoetst bij de subsidietafelpartners. Wat betreft het penvoerderschap ligt de bal eigenlijk bij de organisaties. De gemeente biedt het als optie maar dwingt partijen niet elkaar op te zoeken. Het heeft natuurlijk wel een meerwaarde. Vraag organisatie Er moet toch ook inzichtelijk gemaakt worden welke rechten en plichten gekoppeld zijn aan penvoerderschap? Wanneer wordt dit bekend? Reactie gemeente Voor de penvoerder zijn al diverse relevante voorwaarden opgenomen in de ontwerp ASV 2026. Zie bijvoorbeeld artikel 8, tweede en vijfde lid, en artikel 13, tweede en derde lid. Vraag organisatie Wordt er nog een verschil gemaakt tussen bedragen of verschillende soorten subsidies voor wat betreft penvoerderschap? Denk hierbij aan meerjarig, eenjarig en incidenteel. Reactie gemeente Hier wordt geen onderscheid in gemaakt. Ongeacht de omvang of het soort subsidie zou er gewerkt kunnen worden met een penvoerder. Vraag organisatie In 2026 zijn de subsidietafels er niet meer en vragen we individueel aan.

Is het al duidelijk op basis waarvan de subsidiegelden zullen worden verdeeld? Is dat op basis van wat een organisatie nu al krijgt of gaat alles op de schop? Reactie gemeente Dit wordt op dit moment uitgewerkt. Het uitgangspunt is het huidige aanbod en de budgetten die daaraan hangen. Door een wijziging in indeling (van subsidietafel naar subsidieregeling) moeten de budgetten wel worden herverdeeld over de regelingen, waarbij het huidige standpunt dus is om uit te gaan van de historische uitgaven. En bezuinigen is geen doelstelling. Opmerking

Wat wel gebeurt, is dat meerdere partijen een aanvraag in kunnen

organisatie

dienen en daarbij wordt heroverwogen wat gehonoreerd wordt.

Reactie gemeente Dat kan.

Nummer 3790 Pagina 19/26

Vraag organisatie Komt er per subsidieregeling een subsidieplafond? Reactie gemeente Ja. Vraag organisatie Hoe groter de subsidie, hoe groter de verantwoordingseisen. Komt er een controleprotocol en welke eisen hangen hieraan vast? Reactie gemeente Het controleplan wordt uitgewerkt in de implementatie van de nieuwe systematiek. Opmerking

Accountants van organisaties hierop mee laten kijken.

organisatie Vraag organisatie Er zit een groot onderscheid tussen de bedragen in de verantwoording, tussen € 5.000 en € 100.000. Hier zit eigenlijk niets tussen. Is dit op basis van organisaties die hier werkzaam zijn, uitgezocht? Wat is de ratio hierachter? Reactie gemeente We hebben vooral gekeken naar de omliggende gemeentes en hun verantwoordingsprotocol. Deze range komt bij meerdere gemeenten terug. Tot € 5.000 kunnen we werken met een steekproef, tussen de € 5.000 en € 100.000 geldt een lichte verantwoording. Boven de € 100.000 willen we weten of een organisatie financieel gezond is, en of we erop kunnen vertrouwen dat het geld goed wordt besteed. Latere aanvulling: in de categorie € 5.000 tot € 100.000 wordt nog wel een onderverdeling gemaakt in de ontwerp ASV 2026. Onder de € 50.000 hoeft geen accountantsverklaring te worden aangeleverd, daarboven wel. Opmerking

Tussen € 20.000 en € 95.000 zit een groot verschil. Dat zijn ook

organisatie

hele verschillende organisaties, die wel in hetzelfde regime vallen.

Reactie gemeente Ja, dat kan. Vraag organisatie De verklaring is niet dat andere gemeenten dit ook hebben. Waarom wordt dit in deze gemeente goed gevonden? Reactie gemeente We hebben in eerste instantie gekeken naar andere gemeenten. Ook is onze eigen concern controller betrokken geweest. Tot € 100.000 is een lichtere vorm van controle acceptabel. Bij de hogere subsidiegelden willen we weten of de organisatie ook financieel gezond is. Vraag organisatie Stel, een organisatie ontvangt meerdere subsidies. Moeten alle subsidies apart verantwoord worden, of in één keer? Reactie gemeente In één keer.

Nummer 3790 Pagina 20/26

Vraag organisatie Tellen meerdere kleine subsidies (al dan niet in verschillende regelingen) bij elkaar op? Reactie gemeente Ja. Vraag organisatie Is het de bedoeling dat basisvoorzieningen meerjarig worden gesubsidieerd? Reactie gemeente Dit werken we uit in de subsidieregelingen. Daarin komt te staan welke activiteiten meerjarig, eenjarig of incidenteel worden gesubsidieerd. De meerjarige subsidies kunnen gezien worden als basisvoorziening. Vraag organisatie Is het niet logisch dat de penvoerders ook de partners zijn die de subsidies voor basisvoorzieningen ontvangen, waaraan de kleinere/incidentele opdrachten aan worden gekoppeld? Dan krijg je een logisch geheel. Reactie gemeente Als gemeente leggen we penvoerderschap niet verplicht op. We geven niet aan door welke organisaties de basisvoorzieningen uitgevoerd moeten worden. Vraag organisatie Zijn kleinere organisaties die geen subsidie ontvangen voor een basisvoorziening, genoodzaakt om aan te sluiten bij een penvoerder? Er moet ook voor de kleine organisaties gelegenheid zijn om zelf de penvoerder te zijn. Reactie gemeente (niet gegeven, de discussie ging verder) Vraag organisatie Inzake artikel 7 – er wordt een onderscheid gemaakt tussen eenjarige en meerjarige subsidies. Bij 1a staat dat het gaat om eenmalige activiteiten, vervolgens dat het meerdere jaren kan duren.

Eenmalig is toch niet 48 maanden? Reactie gemeente Een eenmalige activiteit zou ook kunnen zijn een project van 18 maanden. Er zit een maximum aan. Opmerking

Het gaat om het onderscheid tussen a en b. Het één is eenmalig,

organisatie

het ander meerjarig maar beide is 48 maanden.

Reactie gemeente In de tijd af te bakenen, zou ervan gemaakt moeten worden. Vraag organisatie De voorzieningen op de subsidietafels komen terug, maar er worden ook uitgaven gedaan die niet onder de subsidietafels vallen. Daar kunnen ook uitgaven tussen zitten die een wettelijke basis hebben. Waar ligt dan het onderscheid tussen basis- en niet-basisvoorzieningen? En kan er een onderscheid zijn tussen specifieke uitkeringen aan de gemeente en uitgaven waar de gemeente toe verplicht is, maar wat uit de algemene middelen moet komen?

Nummer 3790 Pagina 21/26

Reactie gemeente Het streven is om binnen de subsidieregelingen een zo compleet mogelijk beeld neer te zetten van alle activiteiten, ook die buiten de subsidietafel om verstrekt worden. Dat betekent niet dat iedereen een aanvraag in kan dienen voor bijvoorbeeld een begrotingssubsidie, dat wordt afgeschermd en blijft onveranderd. Het komt dan wel onder één paraplu te hangen, in plaats van allerlei separate stromen. Vraag organisatie Betreft dit alleen het sociaal domein of subsidies over de gehele gemeente? Reactie gemeente Het sociaal domein.

3.2

Mondelinge inspraakreacties

Vraag organisatie Hoe worden organisaties op de hoogte gebracht van de uitvoeringsregels en in welk kader kunnen zij daar wat van vinden? Reactie gemeente Wanneer wij een gedegen concept hebben, kunnen we weer een bijeenkomst organiseren of schriftelijk om reactie vragen. Hoe dit er precies uit komt te zien, weten we nog niet. Organisaties ontvangen hier nog bericht over. Vraag organisatie Gaat dit weer via de subsidietafels? Die zijn er nog wel, en zeker als er regelgeving per tafel wordt gemaakt ligt het voor de hand ze bij elkaar te roepen. Reactie gemeente De regelingen zijn niet geheel overeenkomstig de tafels zoals we die nu hebben, dus de vraag is of dit een handig moment is. Als het zover is en we kunnen de regelingen voorleggen, dan laten we dit weten en ook gelijk in welke vorm. Vraag organisatie Nieuwe partners die zich voordoen, hoe wordt daar rekening mee gehouden? Dat wil zeggen, als een nieuwe organisatie subsidie vraagt, dan kan het zijn dat er ook andere organisaties zijn die dezelfde doelgroep benaderen. Misschien zegt de gemeente dat zij onder één penvoerder gebracht horen te worden. Kan zo’n nieuwe organisatie dan van de gemeente als antwoord krijgen dat de subsidie wordt vastgesteld onder voorwaarde dat er wordt samengewerkt met de penvoerder? De gemeente wil samenwerking stimuleren en faciliteren.

De vraag is dus eigenlijk, op welke wijze wil de gemeente dat vooral doen? Reactie gemeente In een dergelijk scenario kan de gemeente 2 dingen doen, de aanvragen tegen elkaar afwegen en de beste aanvraag honoreren, of aansturen op samenwerking. Daarmee wordt de bal in eerste instantie weer teruggelegd bij de nieuwe organisatie. Als

Nummer 3790 Pagina 22/26

de nieuwe organisatie hier niet voor openstaat, is dat ook een antwoord. Dit is ook niet afwijkend van hoe het nu gaat. Vraag organisatie Kan het dan zo zijn dat voor de subsidieaanvragen 2026 de hele markt weer open ligt? En dat iedereen, dus ook organisaties die niet in het huidige aanbod zitten, aanvragen kunnen doen binnen hetzelfde budget als we nu hebben? Reactie gemeente Ja, de regelingen staan straks ook open voor nieuwe organisaties. Ook dit is niet afwijkend van de huidige systematiek bij een nieuwe cyclus. Vraag organisatie Maar anders is dat de aanvraag nu bij de gemeente binnenkomt en vroeger op de subsidietafel, en de partners die daar zaten hoorden dat. Dus nu weet alleen de gemeente of er door verschillende organisaties een aanvraag wordt ingediend. Het zou fijn zijn om de partners die al een subsidie ontvangen van de gemeente op de hoogte te stellen van de aanvragen van een nieuwe aanbieder die een soortgelijk product aanbiedt. Hoe ga je dat anders weten? Wij dienen een aanvraag in, een andere organisatie doet het ook, wij krijgen een afwijzing omdat de gemeente heeft besloten dat het aanbod van de ander beter is. En dan is het een slag bij heldere hemel. Hoe gaan we dat organiseren? Reactie gemeente Hier is helaas nog geen antwoord op, maar dit is goede input voor de subsidieregelingen. Opmerking

Het zou nuttig zijn om mensen die in dezelfde ‘pot’ zitten, wel 2

organisatie

keer per jaar bij elkaar te zetten zodat organisaties van elkaar weten wat ze doen en er een volgende keer misschien gezegd kan worden dat organisaties beter bij elkaar aan kunnen sluiten. Niet dat dit een verplichting is. Dit kan in de verordening opgenomen worden, bijvoorbeeld als een organisatie een aantal activiteiten uitvoert of een bepaald bedrag aan subsidie ontvangt als voorwaarde stellen dat ze 1 of 2 keer per jaar aanwezig zijn bij een soort uitwisselingsbijeenkomst.

Reactie gemeente Dit roept wel de vraag op hoe om te gaan met een organisatie die in meerdere regelingen valt, daar zit de zoektocht. Opmerking

Het kan ook een netwerkbijeenkomst zijn.

organisatie Reactie gemeente We willen een balans hierin zoeken en organisaties ook niet teveel belasten, maar ook dat wordt samengewerkt en dit faciliteren. In eerdere sessies is ook input opgehaald en zijn bijvoorbeeld themabijeenkomsten genoemd. Dit input wordt ook meegenomen.

Nummer 3790 Pagina 23/26

Opmerking

Vanuit onze ervaring en gekeken naar vergelijkbare gemeenten,

organisatie

bijvoorbeeld naar Katwijk waar ze een soort maatschappelijke agenda hebben, worden contracten wel voor 4 jaar aangegaan. Dit kan de gemeente ook helpen om duurzaam iets te gaan bouwen. Dit willen we meegeven, ook voor de subsidieverordening vanaf 2026. Welke opgave staan we voor en wat kunnen partijen brengen? Het is niet onlogisch dat er dan wordt gekeken en afgevinkt op basis van het aanbod, waarbij wordt gekeken welke partijen hierin faciliterend kunnen zijn.

Vraag organisatie Als aanvulling – de spelregels zijn heel belangrijk. Een controleprotocol of programma van eisen sluit bepaalde partijen misschien uit of juist in. Een eis kan zijn dat vooral lokale partijen meedingen. Het is geen aanbesteding. Reactie gemeente Het is inderdaad geen aanbesteding. Tegelijkertijd wordt een partij van ver buiten de gemeente ook niet snel verwacht. Opmerking

Bij een aanbesteding kan dit wel.

organisatie Reactie gemeente Ja. Opmerking

Vernieuwing en verandering is best goed, maar onze ervaring is

organisatie

dat partijen die langer ervaring hebben ook in het samenwerken met elkaar en daar een gat valt waar een andere partij inspringt, je veel moet investeren om dit weer op te bouwen. Dat is best zonde van het beperkte budget dat we hebben. Er zijn best veel organisaties die alleen maar afhankelijk zijn van subsidies. Dit geeft de gemeente geen plicht om deze organisaties maar overeind te houden, maar je ziet soms wel dat als daar wijzigingen in zijn en je hebt het over subsidies van 1 jaar, het best risicovol is voor organisaties om daarop in te schrijven. Als je spreekt over hogere subsidies en meerjarig, geeft dit meer stabiliteit voor de uitvoerders en de organisaties.

Reactie gemeente Dat is ook het idee achter de sociale basis en het meerjarig financieren. Opmerking

Dit gaat vooral over de procedures, terwijl de regierol van de

organisatie

gemeente ook gericht zou zijn op het versterken van de inhoud. Dit betekent in onze voorstelling dat de gemeente ook een oordeel vormt over de resultaten. Het kan zijn dat de doelgroep groter is dan bereikt. Er mag dan een plafond zijn voor een regeling, maar dat er toch sprake moet zijn van een uitbreiding van de regeling omdat er een nieuwe kandidaat is die wil bijdragen aan het vergroten van het bereik. Zonder te willen pleiten voor een open einde-regeling.

Nummer 3790 Pagina 24/26

Opmerking

Ter aanvulling – binnen de subsidietafels probeerden we altijd een

organisatie

budget over te houden voor innovatie of een doorontwikkeling. Misschien moeten we dit budget wel vrij blijven houden, voor het geval dat. Daarop moeten we kunnen blijven anticiperen en in kunnen investeren. Dus niet alles al opmaken.

Opmerking

Dat is een rol van de gemeente.

organisatie Reactie gemeente Uitbreiden is één ding, misschien kunnen we ook andere keuzes maken naar gelang maatschappelijke ontwikkelingen hierom vragen. Opmerking

Dat betekent terugkijken naar het Sociaal Kompas.

organisatie Reactie gemeente Ja. We zijn bezig met een visie op de sociale basis die hier ook van invloed op gaat zijn. Dat is ook iets waar de gemeenteraad om heeft gevraagd, om hierop mee te denken en kaders op te stellen. Vraag organisatie Komt er halverwege 2026 nog een evaluatie? Wordt er teruggekeken op alles wat tot stand is gekomen, ook omdat het nieuw is? Reactie gemeente Het idee is dat er een evaluatie komt, misschien is dat moment alleen nog te vroeg. Daarbij wordt ook gekeken naar de systematiek, niet alleen de inhoud.

Nummer 3790 Pagina 25/26

4.

Overzicht aanpassingen

In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de naar aanleiding van de inspraakprocedure aangebrachte wijzigingen in de ontwerp ASV 2026: Reactie Omschrijving

Aanpassing

1

Geen

Benadrukken waarde van en bereidheid om te investeren in een toekomstige overlegstructuur

2.1

Hoe worden subsidies getoetst c.q. beoordeeld?

Geen

2.2

Subsidie, geen aanbesteding

Geen

2.3

Controleprotocol opstellen i.s.m. accountants

Geen

organisaties 3

Wat wordt de financieringsvorm en wat worden de Geen toetsingscriteria?

4

Hoe komt de sociale basis eruit te zien en welke

Geen

organisaties met welke taken behoren hiertoe? 5.1

Alle organisaties moeten penvoerder kunnen

Geen

worden 5.2

Duidelijke regels/kaders voor penvoerder

Geen

formuleren 5.3

Nieuwe aanbieders ook een kans geven

Geen

6

Verbeteren in kwaliteit, commerciële partijen

De ontwerp ASV 2026

uitsluiten van deelname, geen winstbejag, lokale partijen, duurzaam connecten en stimuleren om samen te werken, elkaar leren kennen door bijvoorbeeld 4-jarig contract

wordt aangevuld met een criterium over lokale binding

7

Tussentijdse evaluatie

Geen

8

In subsidiebeschikking aangeven welke soort

De ontwerp ASV 2026

accountantsverklaring gevraagd wordt

wordt hierop verduidelijkt

Lokale borging opnemen als eis

De ontwerp ASV 2026

9

wordt aangevuld met een criterium over lokale binding 10.1

Hoe specifiek worden de subsidieregelingen?

Geen

Komt er een regeling voor financiële zelfredzaamheid of voor schuldhulpverlening? Wanneer worden de regelingen getoetst bij de subsidietafelpartners? 10.2

Kan voor vrijwilligersorganisaties een eigen

Geen

regime worden opgesteld t.a.v. de per regeling beschikbare middelen? 10.3

Meerjarige eenduidige en eenvoudige wijze van verantwoording

Geen

Nummer 3790 Pagina 26/26

Reactie Omschrijving

Aanpassing

10.4

Geen

Wat is de redenatie achter de drempelbedragen m.b.t. de verantwoording? En hoe strookt dit met het uitgangspunt ‘verlaging van de administratieve lasten’?

10.5

In hoeverre zijn de andere partijen ‘beschermd’ als Geen de penvoerder niet voldoet aan zijn verplichtingen?

10.6

Hoe wordt in de nieuwe systematiek omgegaan

Geen

met (kleine vrijwilligers)organisaties die onderdeel zijn van een grote landelijke organisatie? Daarnaast past een aanbesteding niet bij de aard van een vrijwilligersorganisatie 10.7

Wat zijn basisvoorzieningen en hoe worden deze

Geen

aangewezen? 10.8

Innovatie en maximale doorlooptijd subsidies

11

Introductie penvoerder en mogelijke negatieve

De ontwerp ASV 2026 wordt hierop verduidelijkt Geen

uitwerking op budgetverdeling, verhouding tot één op één gesprekken met partners over de voortgang en aanscherping uitvoeringsplan 2024 N.v.t.

N.v.t.

Uit het inspraakverslag: de doorlooptijd van de

De ontwerp ASV 2026

subsidie versus het karakter (eenmalig en meerjarig)

wordt hierop verduidelijkt

Uit het inspraakverslag: het verplicht stellen van

Geen

deelname aan (netwerk)bijeenkomsten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=89714ae9-513f-4f8a-9df5-0cea1b7cf256