3783 Bijlage Toelichting septembercirculaire 2024
Tekst van het document
Bijlage Toelichting Septembercirculaire 2024 Inleiding De gemeentelijke financiën zijn voor een groot deel afhankelijk van de inkomsten uit het gemeentefonds. Deze inkomsten zijn niet direct beïnvloedbaar door ons als individuele gemeente, maar worden door het Rijk bepaald. Op drie tijdstippen in het jaar publiceert het Rijk informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. De effecten van de septembercirculaire op het structurele begrotingssaldo zijn in beeld gebracht. Hieronder wordt nader ingegaan op deze effecten.
Inhoudelijke toelichting Deze circulaire bevat informatie over het vervallen van besparingsverlies jeugd, de indexatie Wmo demografie en de actualisatie van het volume accres en LPO accres op basis van de Miljoenennota 2025. In de onderstaande tabel is het verschil tussen de uitkering van het gemeentefonds op basis van de septembercirculaire 2024 en de meicirculairecirculaire 2024 inzichtelijk gemaakt. Daarnaast heeft de gemeente een afrekening ontvangen betreffende extra inkomsten uit voorgaande jaren. Dit is hoofdzakelijk ontstaan door een aanpassing van de uitkeringsfactor en een correctie in de loonkostensubsidie. Een groot deel van de toename van het gemeentefonds zal direct ingezet moeten worden voor de bijstelling van lastenbudgetten wat betreft indexaties, taakmutaties en decentralisatie en integratie uitkeringen.
Het geactualiseerde structureel begrotingssaldo, rekening houdend met de financiële mutaties als gevolg van de septembercirculaire 2024, is opgenomen in het onderstaande tabel.
Toelichting op de mutaties in het gemeentefonds De mutaties vanuit de septembercirculaire 2024 bestaan uit een aantal onderdelen. Het gemeentefonds kent een algemene uitkering en decentralisatie-uitkeringen (waaronder ook integratie-uitkeringen). De algemene uitkering wordt jaarlijks geïndexeerd. Die indexatie bestaat uit het accres, waaronder ook aanvullende niet-taakgebonden kortingen en toevoegingen aan de algemene uitkering. Het accres exclusief deze kortingen en toevoegingen is te splitsen in een volume-accres en een prijs-accres die volgens een vastgestelde methodiek worden berekend. Door taakmutaties vinden wijzigingen van de algemene uitkering plaats. In onderstaande tabel wordt per onderdeel toegelicht wat de mutatie is ten opzichte van de begrotingstand na de 2e Tussentijds rapportage en de Programmabegroting 2025-2028.
A.
Accresontwikkeling (loon en prijsontwikkeling)
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. Met accres wordt de loon en prijsontwikkeling bedoeld. Het accres bestaat uit twee onderdelen. Het betreft hier het volume accres en het LPO (loon en prijsontwikkeling) accres. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2025 en verder. Het accres, gebaseerd op de Miljoenennota 2024, stijgt vanaf 2025 afgerond met € 0,6 miljoen, aflopend naar 2028.
Het volume accres wordt vanaf 2024 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). In de septembercirculaire is een nieuwe raming voor het accres 2025 en verder opgenomen. Deze raming is gebaseerd op de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB; MEV25). Voor de jaren 2025 tot en met 2029 is de raming van het volume deel neerwaarts bijgesteld. Het LPO accres, ofwel de indexatie voor inflatie, volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld. Een punt van aandacht is dat de ramingen voor de ontwikkeling van de prijs bbp structureel te laag lijkt te zijn. Zo is als voorbeeld het percentage van de prijs bbp voor het jaar 2024 vastgezet in de meicirculaire 2024 op basis van de CEP24 op 4%. Op basis van de werkelijke cijfers bedraagt de werkelijke ontwikkeling op basis van de MEV25 5,1%. Er vindt in deze circulaire geen compensatie voor de hogere prijsontwikkeling plaats. In verband met de verwachte algemene prijsstijgingen en de gemeentelijke CAO stijging wordt het accres vanaf 2025 op de stelpost Loon en prijsontwikkelingen gereserveerd.
B.
Ontwikkeling uitkeringsfactor en uitkeringsbasis
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Deze componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Deze wijzigingen leiden tot jaarafhankelijke correcties en zijn in bovenstaande tabel verwerkt.
C.
Afrekening BTW-compensatiefonds 2023 en hogere raming
Gemeenten kunnen de btw die ze moeten betalen declareren bij het Rijk (het BTW-compensatiefonds). Dit fonds kent echter een plafond. In 2024 bedraagt het BCF-plafond voor gemeenten € 4,3 miljard. Declareren de gezamenlijke gemeenten méér dan er in het BTW-compenstatiefonds beschikbaar is, dan moet het gemeentefonds bijpassen. Blijft er geld over in het BTW-compensatiefonds, dan vloeit dit terug naar het gemeentefonds. Bij Miljoenennota 2024 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Dit overschot wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg leidt dit tot een incidenteel voordeel van afgerond € 1,0 miljoen in 2024. In de meicirculaire van het volgende jaar volgt dan de definitieve afrekening. Vanaf 2025 volgt de gemeente Leidschendam-Voorburg het advies van de VNG en raamt de onderuitputting voor maximaal 100%. Deze raming is in de begroting verwerkt.
D.
Taakmutaties
In de septembercirculaire zijn verschillende taakmutaties opgenomen. Tegenover deze (veelal) extra inkomsten staan vaak ook gemeentelijke lasten staan om deze taken uit te voeren. Waar de taakmutatie niet neutraal verloopt wordt dit specifiek aangegeven in de toelichting. Onderstaande tabel geeft de taakmutaties weer.
Besparingsverlies jeugd Het kabinet Schoof zet de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd door en laat de besparing Jeugdzorg vanaf 2026 structureel vervallen. In de septembercirculaire 2024 is dit verwerkt door een toevoeging aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd van € 500 miljoen in 2026 en € 511 miljoen vanaf 2027. Dit verloopt voor gemeenten budgettair neutraal, omdat zij in de begroting voor Jeugdzorg voor de jaren 2026 tot en met 2028 rekening mochten houden met de voorgenomen besparing en een lagere raming van de uitgaven. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg gaat het vanaf 2026 om een bedrag van afgerond € 1,73 miljoen. Indexatie Wmo demografie Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten voor de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm is in de septembercirculaire 2024 vanaf 2026 een jaarlijks bedrag € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029 opgenomen. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg gaat het in 2026 om een bedrag van € 0,3 miljoen. Dit bedrag loopt op naar € 0,9 miljoen in 2028 en € 1,2 miljoen vanaf 2029.
Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget verhoogd met € 24.000 structureel. Wet op de lijkbezorging De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg betekent dat in die periode, afgerond € 15.000 per jaar.
Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21-minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg betekent dit vanaf 2026 een uitname uit het gemeentefonds naar de algemene bijstand van afgerond € 36.000.
Toezicht en handhaving aanpassing kwaliteitseisen kinderopvang In de Voorjaarsnota 2024 zijn middelen vrijgemaakt voor incidentele meerkosten voor toezicht en handhaving op aangepaste kwaliteitseisen in de kinderdagopvang, buitenschoolse opvang en meertalige opvang voor 2024 en 2025. De middelen hebben een beperkte omvang.
E.
Decentralisatie en integratie uitkeringen
Tot slot zijn er ook diverse mutaties opgenomen wat betreft de decentralisatie en integratie uitkeringen. De verdeling van de decentralisatie en integratie uitkeringen zijn niet gekoppeld aan de regels van de verdeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. Anders dan bij de integratie-uitkering, waar de termijn van overheveling naar de algemene uitkering van tevoren vaststaat, ontbreekt bij de decentralisatie-uitkering een dergelijke termijn. Dat maakt dat het hier vaak gaat om overheveling van specifieke uitkeringen of dat het gebruikt wordt voor middelen die slechts tijdelijk beschikbaar zijn. Onderstaande tabel geeft de wijzigingen in de Decentralisatie en integratie uitkeringen weer.
Tabel 5
Decentralisatie en integratie uitkeringen Openbare bibliotheken Wet Betaalbare huur Overige mutaties Totaal decentralisatie en integratie uitk.
2024 52 85 137
2025 231 97 41 369
2026 231 83 43 357
2027
2028
46 43 89
37 43 80
bedragen * € 1.000
Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering om zich op de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Voor deze decentralisatie-uitkering Openbare bibliotheken is in 2025 en 2026 € 59,3 miljoen beschikbaar. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg gaat het in 2025 en 2026 om een bedrag van afgerond € 0,23 miljoen. Wet betaalbare huur Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De bijdrage is jaarafhankelijk.
Overige mutaties Vanaf 2024 ontvangt onze gemeente voor een aantal kleinere activiteiten een vergoeding. Het betreft hier een vergoeding voor participatie, einde lening inburgeringsplichtig, Landelijke Aanpak Adreskwaliteit en de alleenverdienersproblematiek 2023-2024. In 2024 gaat het in totaal over € 85.000 en om afgerond € 43.000 structureel in de jaren daarna.