3769 Raadsvoorstel startnotitie doorontwikkeling subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 23 april 2024 Nummer 3769 Onderwerp Raadsvoorstel Vaststellen startnotitie subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies Portefeuillehouder Wethouder Van Veller
1. Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit: a. De startnotitie subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies vast te stellen b. In te stemmen met het inspraakvoorstel voor de nieuw te ontwikkelen algemene subsidieverordening
2. Aanleiding In 2023 is de gemeenteraad geïnformeerd over de evaluatie van de subsidietafels (ID 3470) en over de contouren van de subsidiesystematiek (ID 3532). Uit deze evaluatie is gebleken dat de subsidietafels niet bijdragen aan de beoogde effectievere en efficiëntere sturing op de uitvoering van activiteiten. Daarmee worden ook de doelen uit het Sociaal Kompas onvoldoende gerealiseerd. Daarom stelt het college een nieuwe systematiek voor. Op hoofdlijnen heeft het college in de raadsbrief over de contouren het volgende aangegeven: -
Er wordt een nieuwe subsidiesystematiek ontwikkeld voor maatschappelijke subsidies Deze systematiek is gereed in 2025, zodat maatschappelijke partners volgens de nieuwe
-
methode subsidie aan kunnen vragen voor de periode erna (2026 en verder) De gemeentelijke regierol in het subsidieproces wordt versterkt Er wordt een relatie gelegd tussen de vernieuwing van de subsidiesystematiek en enkele aangrenzende ontwikkelingen, waaronder de sociale basis
Daarnaast heeft het college op 21 september 2023 een bijeenkomst voor maatschappelijke partners georganiseerd om de doorontwikkeling van de subsidietafels en -systematiek te bespreken. De input die tijdens deze bijeenkomst is opgehaald, wordt meegenomen in deze doorontwikkeling. Via deze startnotitie neemt het college de gemeenteraad conform de Participatieverordening Leidschendam-Voorburg 2023 (hierna: Participatieverordening) mee in de stappen die de komende tijd worden gezet. Ook doet het college een voorstel voor de nog te doorlopen inspraakprocedure ten behoeve van de nieuwe subsidieverordening.
Datum 23 april 2024 Nummer 3769 Pagina 2/6
Voor nadere informatie wordt verwezen naar de eerdere iBabs-dossiers: 3470 Evaluatie subsidietafels 3532 Contouren subsidiesystematiek maatschappelijke subsidies
3. Afwegingen De afgelopen tijd is gewerkt aan het in beeld brengen van het huidige aanbod aan gesubsidieerde maatschappelijke activiteiten. Dit aanbod wordt in breder perspectief geplaatst door ook ingekocht aanbod en subsidies die niet via een subsidietafel verstrekt worden, in beeld te brengen. Zo kan het aanbod integraal worden bekeken en afgewogen. Het totaal aan activiteiten is uitgesplitst naar de volgende categorieën: •
Basisvoorziening landelijk kader: wettelijk
•
verplichte voorziening Basisvoorziening lokaal kader: voorziening die in
•
een beleidsplan of -kader is opgenomen Wenselijke voorziening: een voorziening die
•
wenselijk wordt geacht vanuit de maatschappij. Dit kan bijvoorbeeld een bewonersinitiatief zijn Overig: voorziening die wel geboden wordt en
•
geen duidelijke oorsprong kent in bijvoorbeeld beleid of ontstaan is vanuit een bewonersinitiatief, maar wel van meerwaarde is Elders: een voorziening die nu geboden wordt,
•
maar eigenlijk elders thuishoort (dit kan zowel binnen als buiten de gemeente zijn) Randvoorwaarden: een activiteit die andere voorzieningen faciliteert, zoals de huur van een locatie
Deze categorisering kijkt met name naar de mate waarin de gemeente verplicht is een activiteit c.q. voorziening te treffen, bijvoorbeeld op basis van wet- en regelgeving (landelijke basisvoorzieningen) of eigen beleid (lokale basisvoorzieningen). Op deze manier wordt afgewogen welke activiteiten meerjarig gefinancierd kunnen worden (zie ook het kopje ‘uitgangspunten’). Uitgangspunten Op basis van de evaluatie van de subsidietafels, de opgehaalde input en eigen bevindingen, heeft het college de volgende uitgangspunten opgesteld: 1. Continuïteit voor de inwoner staat te allen tijde voorop: wijzigingen in de subsidiesystematiek leiden niet tot abrupte onderbrekingen in de dienstverlening aan de inwoner
Datum 23 april 2024 Nummer 3769 Pagina 3/6
2. Nadruk op de regierol van de gemeente: de gemeente werkt met duidelijke opdrachten aan maatschappelijke partners. Daarbij gaat de gemeente uit van strategisch partnerschap en geeft zij vorm aan goed accounthouderschap. De gemeente stuurt meer op resultaat, onder andere door monitoring, evaluatie en tussentijdse bijstelling 3. Stimuleren van samenwerking tussen maatschappelijke partners: maatschappelijke partners verdelen niet langer zelf het subsidiebudget. Gesprekken gaan echt over de inhoud en worden op gelijkwaardig niveau gevoerd. Onderlinge samenwerking tussen partners wordt onlosmakelijk onderdeel van de opdracht 4. Verlagen van de administratieve lasten: maatschappelijke partners verantwoorden hun subsidies op een manier die past bij het type organisatie en de omvang van de opdracht. Ook worden activiteiten die voor de gemeente wettelijk verplicht zijn om te organiseren of die verplicht zijn op basis van het eigen beleid, meerjarig gefinancierd. Zo worden maatschappelijke partners en de gemeente zelf beter in staat gesteld een duurzame, toekomstbestendige relatie op te bouwen en te investeren in de maatschappij 5. Flexibiliteit: in het nieuwe stelsel is ruimte voor innovatie en kan snel worden ingespeeld op veranderende omstandigheden. Het nieuwe stelsel wordt ook periodiek geëvalueerd Binnen deze kaders geeft het college vorm aan de nieuwe subsidiesystematiek.
Deze systematiek moet uiteindelijk eenvoudiger, overzichtelijker en beheersbaarder zijn. Daarbij gelden enkele aandachtspunten: Differentiatie De (regie)rol van de gemeente is tweeledig: enerzijds is de gemeente verantwoordelijk voor de vormgeving en werking van het nieuwe stelsel (proces), anderzijds is de gemeente ook onderdeel van het stelsel (inhoud). De rol van maatschappelijke partners is in het nieuwe stelsel ook niet altijd hetzelfde. Procesmatig wordt niet iedere partij hetzelfde behandeld. Zo zijn er in het huidige stelsel subsidies van enkele duizenden euro’s waarvoor een kleine organisatie een activiteit uitvoert, en grote subsidies van honderdduizenden euro’s – in sommige gevallen zelfs miljoenen euro’s – waarvoor grote organisaties vaak meerdere activiteiten uitvoeren. Ondanks de grote verschillen, zijn de kaders vooraf en eisen aan de verantwoording achteraf in het huidige stelsel voor elke organisatie gelijk. In het nieuwe stelsel wil het college differentiëren naar aard en omvang van de opdracht en de uitvoerende partij: hoe groter de opdracht of hoe groter het totaal aan budget dat een partij ontvangt, hoe meer eisen worden gesteld aan bijvoorbeeld de kaderstelling vooraf en de verantwoording achteraf. Het omgekeerde is in de toekomst ook waar: hoe kleiner de opdracht en hoe kleiner het budget, hoe minder eisen.
Ook de mate waarin de gemeente in het nieuwe stelsel betrokken is bij een organisatie, hangt af van de omvang van de organisatie en diens opdracht: hoe groter, hoe nauwer de samenwerking. Samenwerking In het huidige systeem wordt gewerkt met subsidietafels. Deze systematiek wordt niet meegenomen in het nieuwe stelsel. Positieve punten van de huidige systematiek blijven uiteraard
Datum 23 april 2024 Nummer 3769 Pagina 4/6
wel behouden, zoals het stimuleren en faciliteren van samenwerking tussen de maatschappelijke partners. In toekomstige opdrachten aan partners c.q. binnen de uitvoering van maatschappelijke opgaven wordt onderlinge samenwerking dan ook een vereiste, zodat activiteiten optimaal op elkaar aansluiten en overlap tegen wordt gegaan. Daarbij is het van belang dat de onderlinge gesprekken tussen partners op gelijkwaardig en gelijksoortig niveau gevoerd worden. Dit in tegenstelling tot de huidige systematiek, waarin subsidietafeloverleggen vaak gevoerd worden tussen een combinatie van bestuurders, vrijwilligers en alle functies ertussenin. Onderzocht wordt welke overlegstructuur het meest geschikt is voor de nieuwe werkwijze. Inhoud versus organisatie In het huidige stelsel geeft een veelvoud aan maatschappelijke partners uitvoering aan honderden activiteiten. Binnen de ontwikkeling naar het nieuwe stelsel is de maatschappelijke opgave leidend en wordt gewerkt vanuit de huidige situatie, met het huidige aanbod aan activiteiten. Daarbij wordt gekeken hoe het stelsel eenvoudiger en efficiënter kan worden ingericht. De activiteiten vormen hierbij het uitgangspunt, niet per se de organisaties die de huidige activiteiten uitvoeren.
Het kan zijn dat een bepaalde organisatie nu uitvoering geeft aan een activiteit, maar dat deze activiteit onder het nieuwe stelsel door een andere organisatie wordt uitgevoerd. Ook kan het zijn dat een activiteit nu gesubsidieerd wordt, in de nieuwe systematiek op een andere manier gefinancierd wordt en bijvoorbeeld wordt aanbesteed (inkoop). Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de invoering van de nieuwe subsidiesystematiek géén bezuinigingsdoelstelling heeft. Verordening De huidige verordening, de Algemene subsidieverordening Leidschendam-Voorburg 2019, is vrij algemeen en is nader uitgewerkt in de Nadere regels subsidieverstrekking gemeente Leidschendam-Voorburg 2019. In deze nadere regels ligt de nadruk op de subsidietafelsystematiek en de uitvoeringsplannen die per tafel moeten worden opgesteld. In de uitvoeringsplannen worden de activiteiten per tafel vastgesteld en wordt het beschikbare budget hierover verdeeld. Ook is een aantal regelingen, zoals de subsidieregeling voor de peuteropvang en die voor restauratie van monumenten, opgenomen in de nadere regels. Een aantal elementen is echter onvoldoende uitgewerkt, zoals de monitoring. Om de overstap naar de nieuwe systematiek te kunnen maken, wordt onder andere een nieuwe subsidieverordening opgesteld.
Daarnaast worden in de loop van het jaar maatschappelijke opgaven uitgewerkt en doorvertaald naar onder andere nieuwe subsidieregelingen c.q. opdrachten aan maatschappelijke partners. De subsidieregelingen komen in plaats van de huidige nadere regels. In de nieuwe verordening en regelingen worden de nodige grondslagen opgenomen die eerdergenoemde zaken als meerjarige financiering, flexibiliteit en (tussentijdse) monitoring mogelijk maken. Sociale basis De samenleving verandert. Het beroep op ondersteuning neemt toe, bijvoorbeeld als gevolg van vergrijzing en individualisering. Ook de omvang en ernst van problematiek nemen toe. Om inwoners nu en in de toekomst goed te kunnen blijven ondersteunen, is het noodzakelijk dat de
Datum 23 april 2024 Nummer 3769 Pagina 5/6
gemeente meer regie voert en sterker stuurt op het ondersteuningsaanbod maar ook dat de maatschappelijke kracht van de gemeenschap meer wordt aangeboord. Beide met als doel het vergroten van zelf- en samenredzaamheid. Dit geheel wordt ook wel ‘de sociale basis’ genoemd. De doorontwikkeling van de subsidiesystematiek kent een stevige samenhang met de versterking van de sociale basis. De sociale basis geeft duiding aan de gemeentelijke sturing op de keuzes in het (aangescherpt) Sociaal Kompas. Het omschrijft hoe het geheel aan vrij toegankelijke ondersteuning (waar de activiteiten die nu op de subsidietafels liggen onderdeel van uitmaken) eruit ziet, hoe de gemeente hierop stuurt en welke keuzes en uitgangspunten hieraan ten grondslag liggen. Het is een instrument dat meer richting geeft aan het toekomstig aanbod aan voorzieningen en de inzet van de gemeente, zodat een meer toekomstbestendig ondersteuningsstelsel ontstaat. Van Sociaal Kompas naar gemeentelijk stuurwiel.
4. De financiële gevolgen van het besluit Het gevraagde besluit brengt geen financiële gevolgen met zich mee. Zoals genoemd kent de nieuwe subsidiesystematiek geen bezuinigingsdoelstelling.
5. Hoe worden inwoners/belanghebbenden betrokken De nieuwe subsidiesystematiek gaat in per 1 januari 2026. Daarbij geldt dat 2025 een implementatiejaar is, waarin maatschappelijke partners en de gemeente zelf de tijd krijgen om de nodige aanpassingen door te voeren. Ze vragen in 2025 immers de subsidie aan voor activiteiten die in 2026 plaatsvinden. Dit maakt dat de verordening in 2024 vastgesteld moet zijn. Inspraakvoorstel Uit de evaluatie van de subsidiesystematiek is gebleken dat maatschappelijke partners behoefte hebben aan een sterkere regierol van de gemeente. Zoals eerder aangegeven, is de regierol van de gemeente tweeledig en ziet toe op zowel inhoud als proces. Het college neemt daarom ook de regie op de vormgeving van het nieuwe stelsel. Partners worden gevraagd om mee te denken. Hun input wordt meegewogen bij de beslissingen die de gemeente uiteindelijk neemt. In de inspraakprocedure is de kern de nieuwe verordening. In de nieuwe subsidieverordening worden zaken opgenomen als de aanvraagprocedure, verantwoording en verplichtingen van subsidieontvangers. De inspraak op deze verordening is met name gericht op de uitvoerbaarheid ervan. Dit betekent dat de inspraak niet gaat over zaken als de hoogte van het subsidieplafond of indexatie.
Datum 23 april 2024 Nummer 3769 Pagina 6/6
Het college stelt voor om de voor de verordening benodigde inspraakprocedure (met bijbehorende tussenstappen) als volgt vorm te geven: Maand
Mijlpaal
April 2024 Mei 2024
Kennisbijeenkomst voor maatschappelijke partners en de Adviesraad Sociaal Domein Leidschendam-Voorburg
Juni 2024 Juli 2024
Vaststellen 1e concept verordening (en mogelijk subsidieregelingen) door het college ten behoeve van inspraak
Augustus 2024
Inspraakperiode 1e concept verordening
September 2024 Oktober 2024
Vaststellen 2e concept verordening (en mogelijk subsidieregelingen) door het college inclusief inspraakreactie en -verslag
November 2024
Bespreken 2e concept verordening inclusief inspraakreactie en -verslag door de Commissie Samenleving
December 2024
Vaststellen verordening door gemeenteraad
Volgens bovenstaande planning legt het college een 1e concept van de verordening in de maand augustus 2024, met indien mogelijk een kleine uitloop in de eerste week van september 2024, ter inspraak voor aan inwoners, organisaties en de gemeenteraad. De inspraakperiode duurt 1 maand en wordt op verschillende manieren vormgegeven: er kunnen schriftelijke reacties in worden gediend en er wordt in ieder geval 1 bijeenkomst georganiseerd voor maatschappelijke partners waarin reacties kunnen worden meegegeven. Op deze manier geeft het college zoveel mogelijk ruimte om te reageren. Na de inspraakperiode verwerkt het college de reacties en geeft hier zelf ook een reactie op. Als reacties leiden tot een aanpassing in de verordening, dan onderbouwt het college deze met de gemaakte afwegingen. De definitieve versie van de verordening wordt vervolgens aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Documenten behorend bij dit raadsvoorstel: 3769
Bijlage 1: concept raadsbesluit