3713 - Raadsvoorstel vaststellen 'TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a'
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Onderwerp Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a Portefeuillehouder Wethouder Bremer
1. Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit: a. te bepalen dat voor het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ geen plan-MER noodzakelijk is respectievelijk geen milieueffectrapport wordt gemaakt; b. de ‘Zienswijzennota/Nota van wijzigingen TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ vast te stellen; c. het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ gewijzigd ten opzichte van het ontwerp van dat plan vast te stellen; d. in het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ geen publiekrechtelijke regels omtrent kostenverhaal op te nemen, aangezien het kostenverhaal door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst is verzekerd.
2. Aanleiding 2.1 Algemeen Ontwikkelaar Wibaut is in 2018 gestart met het jongerenhuisvestingsconcept ‘1828’. Hierbij worden woningen voor een vooraf bepaalde periode verhuurd aan jongeren tussen 18 en 28 jaar. Dit concept wordt op verschillende plaatsen in Nederland gebouwd. In Leidschendam heeft Wibaut hiervoor het perceel Vlietweg 3 aangekocht. Het bouwplan voorziet in 138 huurwoningen voor jongeren: 120 kleine studio’s in het sociale huursegment en 18 grotere studio’s/appartementen met middeldure huur. Daarnaast worden gemeenschappelijke ruimten, 153 m2 commerciële ruimte en bijbehorende voorzieningen zoals een fietsenstalling, parkeerplaatsen en dergelijke gerealiseerd. Tijdens beeldvormingen op 21 februari en 3 oktober 2023 is de raad geïnformeerd over het project en de daarover georganiseerde participatie met de omgeving. Volgens het ‘Omgevingsplan gemeente Leidschendam-Voorburg’ is Vlietweg 3 bedoeld voor de functie Bedrijf. Woningen voor jongeren passen daar niet in. Om het bouwplan mogelijk te maken is een wijziging nodig van het Omgevingsplan. Hiervoor is het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ opgesteld. Dit plan maakt niet alleen de verwezenlijking van het bouwplan op Vlietweg 3 zelf mogelijk. Ook de planologisch maximaal toegelaten milieucategorie van het naastgelegen perceel Vlietweg 8a wordt in overeenstemming gebracht met het feitelijk gebruik van dat perceel.
Daardoor vormt de planologisch nu nog geldende maximale milieucategorie geen belemmering voor de beoogde woningbouw. Het ontwerp van het TAM-omgevingsplan heeft van 23 februari tot en met 4 april 2024 ter inzage gelegen. In deze periode konden zienswijzen over het ontwerp worden ingediend bij de raad. In totaal zijn 49 zienswijzen ontvangen, alle schriftelijk. Daarvan kunnen er 9 als ‘unieke zienswijze’ worden gezien. Een unieke zienswijze is een zienswijze die inhoudelijk als één zienswijze kan worden beschouwd, ook wanneer die als gelijkluidende zienswijze door meerdere personen of instanties is ingediend. Het college heeft de ingediende zienswijzen beoordeeld en afgewogen en van een concept-beantwoording voorzien.
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Pagina 2/7
2.2 Wettelijke grondslag en bevoegdheid Met ingang van 1 januari 2024 vormt niet langer de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) maar de nieuwe Omgevingswet de wettelijke basis voor wijzigingen of afwijkingen van het Omgevingsplan. Een besluit tot het wijzigen van het Omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. Dat geldt ook voor het vaststellen van de beantwoording van zienswijzen die over het ontwerp van zo’n besluit zijn ingediend. Nog niet alle met de nieuwe Omgevingswet samenhangende voorzieningen voor het bekendmaken en beschikbaar stellen van (wijzigingen) van omgevingsplannen werken na de invoering van de wet al goed. Daarom kunnen nog niet alle nieuwe planstandaarden al gebruikt worden. De wetgever heeft dit onderkend en de Tijdelijke Alternatieve Maatregel (hierna: TAM) vastgesteld. In deze tijdelijke situatie kan een wijziging van het omgevingsplan, die na 1 januari 2024 in procedure komt, nog volgens de oude (IMRO) standaarden worden opgesteld en bekendgemaakt en beschikbaar gesteld worden op de tot 1 januari 2024 gangbare manier. Zo’n zogenoemd TAMomgevingsplan ziet er grotendeels uit als een ‘oud’ bestemmingsplan onder de Wro, maar voldoet inhoudelijk-juridisch wel aan de eisen van de Omgevingswet. Voor het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ is gebruik gemaakt deze TAM-IMRO mogelijkheid.
Zowel het ontwerp als het vastgestelde plan wordt bekend gemaakt door publicatie in het Gemeenteblad en de gemeenterubriek en beschikbaar gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. 2.3 Raadsbesluit en vervolg Het college stelt, kort samengevat, de raad voor om de zienswijzennota/nota van wijzigingen en het ten opzichte van het ontwerp zowel naar aanleiding van de zienswijzen als ambtshalve gewijzigde ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ vast te stellen. Wanneer de raad conform het collegevoorstel tot vaststelling besluit, kunnen belanghebbenden die het met dat besluit niet eens zijn hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op grond van artikel 16.78, lid 1, van de Omgevingswet treedt het TAM-omgevingsplan vier weken na de bekendmaking van het vaststellingsbesluit in werking. Zie ook onder 5.3.2. Na inwerkingtreding van het plan kunnen in beginsel omgevingsvergunningen worden verleend voor bouw- en overige activiteiten die met het plan in overeenstemming zijn.
3. Afwegingen 3.1 Geen plan-MER of milieueffectrapport Bij een (wijziging van het) omgevingsplan die een ruimtelijke ingreep mogelijk maakt moeten de mogelijke nadelige effecten van die ingreep op het milieu inzichtelijk worden gemaakt. De aard en omvang van het plan ‘1828’ is gelet op de wettelijke drempelwaarden relatief zodanig beperkt, dat er op voorhand geen sprake is van een verplichte milieueffectrapportage (hierna: MER). Artikel 16.36, vierde en vijfde lid, van de Omgevingswet bepaalt wel dat moet worden nagegaan of een plan zodanig belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu, dat daarom alsnog een plan-MER moet worden opgesteld. In paragraaf 4.2 van de plantoelichting en de daarbij behorende bijlage is een milieueffectrapportage in de vorm van een (vormvrije) MER-beoordeling opgenomen. Alle relevante omgevingsaspecten zijn daarin beoordeeld en afgewogen. Hieruit komt naar voren dat de effecten van het plan op de omgeving en het milieu objectief bezien beperkt zijn. Er zullen naar gemotiveerde verwachting geen belangrijke nadelige gevolgen optreden voor het milieu. Het opstellen van een plan-MER of milieueffectrapport kan daarom achterwege blijven. 3.2 Vaststellen zienswijzennota/nota van wijzigingen In de zienswijzennota worden alle ingediende zienswijzen beoordeeld, afgewogen en van een beantwoording voorzien.
Voor de volledige beantwoording en een overzicht van de aanpassingen in het plan naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen, maar ook ambtshalve, wordt verwezen naar de zienswijzennota zelf.
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Pagina 3/7
Uit de zienswijzen komt in elk geval een aantal hoofdthema’s naar voren, namelijk: a) de schaal en maatvoering van de nieuwe bebouwing, op zichzelf en in relatie tot de omgeving, is te groot; b) de toch al hoge parkeerdruk in de omgeving zal onaanvaardbaar toenemen; c) het is niet correct dat gemeentegrond kan worden gebruikt voor het plan terwijl er ook andere gegadigden zijn om deze grond over te nemen; d) het verlagen van de milieucategorie van Vlietweg 8a is onrechtmatig en alleen bedoeld om de eigenaar van dit perceel te beperken in zijn mogelijkheden; e) feitelijk is er geen sprake geweest van serieuze participatie, alle plannen stonden al vast. In aanvulling op de integrale beantwoording in de nota merkt het college over deze specifieke thema’s nog het volgende op: 3.2.1 Schaal en maatvoering bebouwing Het toevoegen van sociale huurwoningen, specifiek voor de doelgroep jongeren, aan de woningvoorraad is in de huidige woningmarkt van groot belang. Dit is alleen haalbaar wanneer een bouwplan van voldoende omvang kan worden gemaakt. De kosten van zo’n bouwplan moeten immers terugverdiend kunnen worden. Daarom ligt nu een ontwerp voor met voldoende volume om een economisch rendabel plan te bouwen, maar dat objectief bezien ook kwalitatief-ruimtelijk inpasbaar is op deze plek. De beoogde bouwhoogte is in hoofdlijnen 14 meter (vier bouwlagen).
Daar bovenop komt gedeeltelijk een vijfde bouwlaag, tot een bouwhoogte van 16,5 meter. Deze vijfde bouwlaag heeft een gevel die terugspringt ten opzichte van de gevel van de gevel van de vier overige bouwlagen. Een terugliggende bouwlaag wordt kwalitatief-ruimtelijk gezien als een goede manier om de uitstraling en het effect van de bouwhoogte in relatie tot de omgeving te verzachten. Een terugliggende bouwlaag zorgt voor meer bezonning en lucht in de omgeving. De beoogde bouwhoogte past hier daarom als een schakel tussen enerzijds de toekomstige bebouwing van Overgoo en anderzijds de meer beperkte bestaande bouwhoogte van de omgeving Nieuwstraat/Leidschendam-Zuid. Zoals ook uit de zienswijzennota blijkt zijn er objectief gezien geen zwaarwegende redenen om alleen aan een kleiner bouwvolume medewerking te verlenen. Dit zeker ook gelet op het grote maatschappelijke belang dat met de beoogde woningen wordt gediend. 3.2.2 Parkeerdruk De parkeerberekening voor een ruimtelijke ingreep vindt in beginsel altijd plaats aan de hand van de parkeernormen, die gelden voor het soort ontwikkeling dat met die ingreep mogelijk wordt gemaakt. Ten tijde van het opstellen van het ontwerp van het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ gold nog de ‘Nota Parkeernormen 2012’. Daarin waren geen parkeernormen specifiek voor jongerenwoningen opgenomen.
Daarom is gebruik gemaakt van een maatwerkberekening om te onderbouwen dat het plan zal voorzien in een passende parkeerbalans en niet tot een onaanvaardbare verslechtering van de parkeersituatie zal leiden. Inmiddels heeft de raad op 26 september 2023 de ‘Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023’ vastgesteld. Deze nieuwe Nota voorziet wel in een parkeernormering voor jongerenwoningen. Mede naar aanleiding van de zienswijzen is een nieuwe parkeerberekening gemaakt op basis van de toepasselijke normen uit de nieuwe Nota. Daaruit komt naar voren dat voor het beoogde bouwvolume nieuwe extra parkeerplaatsen moeten worden toegevoegd om te voldoen aan de geldende parkeernormen. Het bouwplan voorziet ook in deze benodigde nieuwe parkeerplaatsen, plus nog enkele parkeerplaatsen extra bovenop de norm. Bovendien worden alle parkeerplaatsen openbaar toegankelijk zodat dubbelgebruik mogelijk is en deze nieuwe plaatsen kunnen helpen om de bestaande parkeerdruk in het gebied te verlagen. Dat alles rechtvaardigt de conclusie dat het plan voorziet in een passende en adequate parkeeroplossing, ook volgens de geldende actuele normen.
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Pagina 4/7
3.2.3 Inzet gemeentegrond voor het plan De gemeente verkoopt een kavel grond, waarop een deel van het bouwplan wordt gerealiseerd, voor een marktconforme prijs aan ontwikkelaar Wibaut. Daarnaast stelt de gemeente, tegen een eveneens marktconforme prijs, een kavel grond beschikbaar zonder deze te verkopen. Daarop komen openbaar toegankelijke parkeerplaatsen die niet alleen bedoeld zijn voor het plan maar die ook door middel van dubbelgebruik in het algemeen kunnen bijdragen aan het verlagen van de parkeerdruk. De gemeente heeft gemeend de te verkopen kavel uitsluitend aan ontwikkelaar Wibaut te kunnen aanbieden en niet ook andere mogelijke gegadigden de kans heeft hoeven geven een bod te doen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft in een uitspraak in kort geding bevestigd dat deze opvatting juist is. De gemeente mocht op goede gronden, vooral ook vanwege het grote maatschappelijke belang van de bouw van de beoogde jongerenwoningen, aannemen dat alleen ontwikkelaar Wibaut als serieuze gegadigde voor deze grond kon worden gezien en hoefde de grond niet ook aan anderen aan te bieden. 3.2.4 Verlagen milieucategorie Vlietweg 8a In de op grond van het ‘Omgevingsplan gemeente Leidschendam-Voorburg’ nu nog voor Vlietweg 8a geldende functie is bepaald dat op dit perceel bedrijvigheid tot maximaal milieucategorie 3.2 is toegestaan.
Deze relatief zware milieucategorie ligt op een groot aantal percelen met bedrijfsbestemming in Leidschendam-Zuid. Dit is in veel gevallen niet gebaseerd op het feitelijke gebruik van de gronden of een milieutechnische beoordeling, maar op een ongelukkige omzetting van een oude categorie-indeling uit een bestemmingsplan uit medio jaren ’80 naar de huidige systematiek op basis van de zogenaamde VNG-lijst. Ook in het geval van Vlietweg 8a doet dit zich voor. De aan het perceel toegekende milieucategorie is fors zwaarder dan nodig is voor de uitoefening van het daar gevestigde garagebedrijf. Dat hoort in hoofdzaak thuis in milieucategorie 2. Uitzondering hierop is de aanwezige spuitcabine die in beginsel onder categorie 3.1 valt, maar door de beperkte omvang en gebruik daarvan qua feitelijke milieuhinder kan worden gelijkgesteld aan een inrichting in categorie 2. De huidige planologisch vastgelegde, maar dus niet met de feitelijk bestaande bedrijfsactiviteiten overeenkomende en daarvoor ook niet noodzakelijke milieucategorie van het perceel vormt een belemmering voor het plan 1828. Daarom is gekeken of een verlaging van de milieucategorie van het perceel mogelijk is. Door een externe deskundige op het gebied van bedrijvigheid en milieuzonering is hiervoor onderzoek gedaan.
Uit dat onderzoek blijkt in de eerste plaats dat het garagebedrijf geen onaanvaardbare hinder voor de beoogde nieuwe woningen in het plan 1828 zal veroorzaken. Daarnaast komt naar voren dat wijziging (verzwaring) van de bedrijvigheid naar activiteiten, die daadwerkelijk in categorie 3.2 vallen, ook nu al niet mogelijk is vanwege de nabijheid van al bestaande woningen. Met andere woorden: ook zonder het bouwplan 1828 is het benutten van de planologisch maximale milieucategorie 3.2 op Vlietweg 8a dus al geen optie. De verlaging van de milieucategorie van 3.2 naar 2 met een maatwerkaanduiding voor de spuitcabine is daarom op goede gronden en een zorgvuldige afweging gebaseerd. De eigenaar van het perceel en het daarop gevestigde garagebedrijf is over de ontwikkelingen op het naastgelegen perceel én over de voorgenomen verlaging van de milieucategorie vroegtijdig geïnformeerd. Dat de eigenaar het met de voorgenomen wijziging niet eens is maakt dit niet anders. En overigens is nog van belang dat de eigenaar voor een beperking van zijn gebruiksmogelijkheden, voor zover die zich aantoonbaar toch zou voordoen, een financiële tegemoetkoming in de vorm van nadeelcompensatie kan aanvragen. 3.2.5 Participatietraject Over het plan heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden met de omgeving. Bij de plantoelichting is een verslag van het participatieproces gevoegd.
Daaruit komt naar voren dat het traject in totaal zo’n 21 maanden heeft geduurd. Er zijn algemene informatiebijeenkomsten
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Pagina 5/7
gehouden. Daarnaast is een klankbordgroep ingesteld waarin vertegenwoordigers uit de omgeving en stakeholders deel konden nemen. Zowel de gemeente als de initiatiefnemer hebben een rol in dit participatieproces gehad. Objectief gezien kan worden geconstateerd dat het participatieproces voor belangrijke aanpassingen in het bouwplan heeft gezorgd. De onderdoorgang in het gebouw 1828 naar het naastgelegen perceel Vlietweg 8a en het parkeren onder het gebouw zijn uit het plan gehaald. De ontsluiting voor Vlietweg 8a komt nu naast de nieuwbouw en het parkeren wordt buiten het bouwperceel van de nieuwbouw opgelost. Daardoor kan het gebouw (1) lager worden en (2) verder naar achteren op het perceel worden geschoven. Dit alles zorgt voor meer afstand en meer lucht tussen het nieuwe gebouw 1828 en bestaande woningen en voor een ruimere ontsluiting voor Vlietweg 8a zonder hoogtebeperking. En ten slotte zorgen deze aanpassingen ervoor dat er meer openbare, voor dubbelgebruik geschikte parkeerplaatsen worden aangelegd zodat het plan een positieve bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de parkeersituatie in het gebied. Nu het participatietraject aantoonbaar heeft geleid tot verbeteringen in het plan, is het niet terecht dat traject als niet serieus en betekenisloos af te doen.
Hoewel met deze aanpassingen zeker niet alle bezwaren tegen het plan zijn weggenomen, hebben de doorgevoerde aanpassingen in elk geval een positief effect op zowel de ruimtelijke inpassing van het bouwplan 1828 als de borging van de belangen van de omgeving. Voor het overige verwijst het college ten aanzien van het thema participatie nog naar paragraaf B4.1 van de bij dit voorstel behorende zienswijzennota/nota van wijzigingen. 3.3 Geen kostenverhaal in het TAM-omgevingsplan Op grond van artikel 13.11 van de Omgevingswet is een bestuursorgaan verplicht de plankosten die gemaakt worden door dat bestuursorgaan te verhalen op degene voor wie een planologische procedure wordt doorlopen. In beginsel moet dit kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg plaatsvinden, door middel van het opnemen van regels voor dit kostenverhaal in het TAMomgevingsplan. Daarvan mag worden afgeweken als er een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten tussen het bestuursorgaan en de ontwikkelende partij. Voor de herontwikkeling van Vlietweg 3 heeft de gemeente op 15 februari 2024 een anterieure overeenkomst gesloten met ontwikkelaar Wibaut/1828. Zie ook onder 4. Kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg kan op grond van artikel 13.13 van de Omgevingswet achterwege blijven, wanneer het verhalen van de plankosten is verzekerd door middel van een privaatrechtelijke overeenkomst.
Dat is hier het geval door middel van de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en Wibaut/1828. Daarom kan worden afgezien van het opnemen van een publiekrechtelijke kostenverhaalsregeling in het TAM-omgevingsplan.
4. De financiële gevolgen van het besluit Het voorliggende besluit tot het vaststellen van het ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’ heeft op zichzelf geen financiële gevolgen voor de gemeente. Er is daarnaast, zoals ook onder 3.3 vermeld, op 15 februari 2024 een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente en ontwikkelaar Wibaut/1828. Deze overeenkomst regelt ten aanzien van de financiële afwikkeling tussen de gemeente en de ontwikkelaar twee hoofdzaken: a) het verhaal van de plankosten die de gemeente maakt voor het regulier begeleiden en in procedure brengen van het TAM-omgevingsplan, waarbij de hoogte van deze kosten is berekend door middel van een zogenoemde plankostenscan; b) het verhaal van eventuele door de gemeente aan derden uit te keren tegemoetkomingen in de vorm van nadeelcompensatie op grond van Afdeling 15.1 van de Omgevingswet.
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Pagina 6/7
Daarmee zijn de plankosten en eventueel door de gemeente te maken kosten vanwege uitkeringen in het kader van nadeelcompensatie door middel van verhaal op de ontwikkelaar gedekt. Voor het overige betreft de met het TAM-omgevingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling een volledig particulier initiatief, waarvan de kosten door de initiatiefnemer worden gedragen.
5. Hoe zijn inwoners / belanghebbenden betrokken 5.1 Burgerparticipatie Het bouwplan 1828 is onderwerp geweest van een participatietraject. Dit traject is gestart in januari 2022 in de vorm van gesprekken met omwonenden en andere belanghebbenden. In de periode tot en met september 2023 zijn er verschillende buurtbijeenkomsten geweest. Daarnaast is er een intensief proces met een klankbordgroep doorlopen. Een en ander heeft geleid tot aanpassingen in het plan. Tijdens een slotbijeenkomst op 18 september 2023 is het resultaat van het participatietraject teruggekoppeld. Het eindverslag van het participatietraject maakt (als Bijlage 18) onderdeel uit van de toelichting van het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan. Voor het participatietraject is een website (Vlietweg 3 | In gesprek met LV) gemaakt, waar informatie over het doorlopen proces en verslagen van bijeenkomsten te vinden zijn. Deze website blijft online staan en kan ook in het vervolg van het planproces gebruikt worden voor informatievoorziening. Verder kunnen belanghebbenden en andere geïnteresseerden zich aanmelden voor een nieuwsbrief van Wibaut/1828. Daarmee kunnen zij ook van verdere ontwikkelingen op de hoogte blijven. De mogelijkheid om zienswijzen in te dienen over het ontwerp van het TAM-omgevingsplan ligt in het verlengde van het participatietraject.
Weliswaar is de zienswijzenmogelijkheid een onderdeel van de formeel-juridische planprocedure, maar ook hiermee kunnen burgers en andere betrokken partijen invloed uitoefenen op de inhoud van het plan en het proces voordat de raad een besluit neemt. 5.2 Betrekken andere instanties en stakeholders Zoals wettelijk voorgeschreven is het concept-ontwerp van het plan voorgelegd aan relevante overheidsinstanties, nutspartijen en andere stakeholders. Geen van de ontvangen overlegreacties geeft aanleiding om af te zien van de vaststelling van het plan. Ook hebben de overlegreacties, afgezien van enkele kleine details, niet geleid tot planaanpassingen. In de toelichting van het TAMomgevingsplan zijn alle ontvangen overlegreacties en de beantwoording daarvan weergegeven. 5.3 Communicatie 5.3.1 Communicatie voorafgaand aan de raadsbehandeling Na behandeling in het college en voorafgaand aan de behandeling van het plan door de commissie Omgeving ontvangen de indieners van zienswijzen bericht over de conceptbeantwoording van hun zienswijze, informatie over de vindplaats van de verschillende planstukken en het vervolgproces. Uiteraard kunnen alle betrokkenen ook gebruik maken van de reguliere mogelijkheden om over het bestemmingsplan en de zienswijzennota/nota van wijzigingen in te spreken in de commissie Omgeving.
5.3.2 Formele communicatie na de raadsbehandeling Op grond van artikel 16.77b van de Omgevingswet wordt het (besluit tot het vaststellen van het) TAM-omgevingsplan, na vaststelling door de raad en na het in acht nemen van de wettelijk verplichte wachttermijn van twee weken, voor een periode van zes weken ter inzage gelegd voor beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad. De terinzagelegging en de beroepstermijn worden bekend gemaakt door middel van een publicatie in het Gemeenteblad, in de gemeenterubriek in de plaatselijke media (’t Krantje) en op de gemeentelijke website. De
Datum 27 augustus 2024 Nummer 3713 Pagina 7/7
terinzagelegging omvat ook de (verplichte) elektronische beschikbaarstelling van het TAMomgevingsplan via de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Degenen die gerechtigd zijn om beroep in te stellen kunnen ook (al dan niet gedurende de beroepstermijn) aan de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzoeken het TAM-omgevingsplan geheel of gedeeltelijk te schorsen. Anders dan onder het regime van de Wro heeft een verzoek om voorlopige voorziening, ook wanneer dat verzoek wordt ingediend binnen de beroepstermijn, nooit van rechtswege schorsende werking.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Documenten behorende bij dit raadvoorstel 3713
Zienswijzennota/nota van wijzigingen ‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’
3713
‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’: verbeelding
3713
‘TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a’: toelichting, regels en bijlagen (in totaal 24 bestanden)
3713
Raadsbesluit (concept)