3713 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 7 Bodemonderzoek
Tekst van het document
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam
BuroS/L
Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Buro SL B.V. Breedveldsingel 70 3055 PL Rotterdam tel: 010 - 841 48 82 www.buro-sl.nl info@buro-sl.nl IBAN: NL62 RABO 0122 6483 58 BTW nr: NL857970860B01 KvK nr: 69694281
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam
Opdrachtgever:
Wibaut B.V. Buiksloterdijk 240 1025 WE Amsterdam Contactpersoon: de heer H. Kleintjens
Rapport: Versie: Datum:
2020054/RAP01 1.0 30 november 2020
Auteur: Gecontroleerd:
Drs. E.P. van Leeuwen Drs. J.P. de Lange
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 3
1.2
Aanleiding en doel ............................................................................................................................... 3
1.3
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4
2 Vooronderzoek........................................................................................ 5 2.1
Algemeen ............................................................................................................................................ 5
2.2
Locatiegegevens en huidig gebruik ..................................................................................................... 5
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie ........................................................................................................ 6
2.4
Historische informatie .......................................................................................................................... 6
2.5
Bodemkwaliteitsgegevens ................................................................................................................... 8
2.6
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese ......................................................................... 9
3 Onderzoeksstrategie ............................................................................ 10 4 Veldonderzoek ...................................................................................... 12 4.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 12
4.2
Uitvoering .......................................................................................................................................... 12
4.3
Resultaten ......................................................................................................................................... 12
5 Laboratoriumonderzoek....................................................................... 14 5.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 14
5.2
Uitvoering .......................................................................................................................................... 14
5.3
Resultaten ......................................................................................................................................... 15
6 Interpretatie ........................................................................................... 16 6.1
Toetsingskader .................................................................................................................................. 16
6.2
Toetsing analyseresultaten ................................................................................................................ 17
6.3
Interpretatie ....................................................................................................................................... 18
7 Samenvatting en conclusies ............................................................... 20 7.1
Algemeen .......................................................................................................................................... 20
7.2
Resultaten en conclusies ................................................................................................................... 20
7.3
Aanbevelingen ................................................................................................................................... 21
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 1 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlagen 1.
Kadastrale gegevens
2.
Fotoreportage
3.
Overzicht beschikbare bodeminformatie
4.
Boorprofielen
5.
Analysecertificaten
6.
Overschrijdingstabellen
7.
Rekenblad asbest
Tekeningen 1.
B
Situatie met posities boringen, asbestgaten en peilbuis
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 2 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
1 Inleiding 1.1
Algemeen
In opdracht van Wibaut B.V. is door Buro SL B.V. een historisch en verkennend bodemonderzoek (inclusief verkennend onderzoek naar asbest en PFAS in de grond) uitgevoerd voor een planlocatie aan de Vlietweg 3 te Leidschendam. Dit in het kader van de voorgenomen nieuwbouwontwikkeling op de locatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725:2017. Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens NEN 5740:2016 (regulier bodemonderzoek) en NEN 5707:2017 (asbest in bodem). Op grond van het Tijdelijk handelingskader PFAS is het noodzakelijk om bij grondafvoer ook onderzoek naar PFAS (poly- en perfluoralkyl-verbindingen) in de grond uit te voeren. Omdat vermoedelijk grondverzet en mogelijk afvoer van grond gaat plaatsvinden is ook onderzoek uitgevoerd naar PFAS in de grond. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 1.743 m2 en is grotendeels bebouwd (timmerfabriek) en deels verhard (stelconplaten en betontegels). De ligging van de locatie is aangegeven op de onderstaande luchtfoto. Figuur 1: Situering locatie
Bron: Google Earth
1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele kwaliteit van de grond (inclusief asbest en PFAS) en het grondwater op de onderzoekslocatie.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 3 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
1.3
Leeswijzer
In de volgende hoofdstukken worden de resultaten van het onderzoek beschreven, geïnterpreteerd en geëvalueerd. Het vooronderzoek wordt behandeld in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de onderzoeksstrategie. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitvoering en de resultaten van het veldonderzoek. Hoofdstuk 5 beschrijft de uitvoering van het laboratoriumonderzoek. De toetsing van de analyses en de interpretatie hiervan worden behandeld in hoofdstuk 6. De samenvatting en conclusies zijn beschreven in hoofdstuk 7.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 4 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725:2017. Dit ten behoeve van het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725). Voor het verzamelen van relevante bodeminformatie over de locatie is een terreininspectie uitgevoerd en is aan de hand van de gegevens op bodemloket.nl informatie opgevraagd bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). Verder zijn diverse (digitale) archieven geraadpleegd. De volgende bronnen/archieven zijn geraadpleegd: • • • • • • • •
Kadaster (kadastrale kaart en administratieve gegevens); Bodemloket.nl (uitgevoerde bodemonderzoeken en verdachte activiteiten); Bodeminformatiepunt ODH (uitgevoerde bodemonderzoeken, bodemkwaliteitskaart); CE-bodembelastingkaart gemeente Leidschendam-Voorburg (niet-gesprongen explosieven); Archief Buro S/L (uitgevoerde bodemonderzoeken); Geo-loket Provincie Zuid-Holland (grondwaterbeschermingsgebieden, bedrijven, kwel/infiltratie); Dinoloket.nl en bodemdata.nl (bodemopbouw en geohydrologische gegevens); Topotijdreis.nl (oude kaarten).
Afbakening onderzoekslocatie Als afbakening van de onderzoekslocatie ten behoeve van het vooronderzoek is de te onderzoeken locatie plus de direct aangrenzende percelen tot maximaal 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie in beschouwing genomen.
2.2
Locatiegegevens en huidig gebruik
Kadastrale gegevens De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Stompwijk, sectie H, nr. 2381 (geheel). De Rijksdriehoekscoördinaten van de locatie zijn: X: 86.930 en Y: 454.870. De kadastrale gegevens (kadastrale kaart en eigendomsinformatie) van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 1. Locatiebeschrijving en huidig gebruik De te onderzoeken locatie is gelegen aan de Vlietweg 3 te Leidschendam en heeft een oppervlakte van 1.743 m2. De locatie is grotendeels bebouwd (timmerfabriek), het buitenterrein is grotendeels verhard (stelconplaten en betontegels). De onderzoekslocatie wordt globaal aan de noordzijde begrensd door de toerit naar het westelijk gelegen perceel (Vlietweg 8a), aan de oostzijde door een toerit naar het parkeerterrein, aan de zuidzijde door een watergang en aan de westzijde door een sloot (perceel aan de Vlietweg 8a). Terreininspectie Op 5 november 2020 is een terreininspectie uitgevoerd. Hiervan is een fotoreportage gemaakt, die opgenomen is in bijlage 2. Hieruit zijn geen bijzonderheden of aanvullende gegevens naar voren gekomen.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 5 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
2.3
Bodemopbouw en geohydrologie
Onderstaande informatie is afkomstig van DINOloket van TNO Geologische Dienst Nederland. De regionale bodemopbouw is aangegeven in onderstaand model (GeoTOP v1.3). De maaiveldhoogte op de locatie ligt globaal op NAP -1,25 m. De globale bodemopbouw is aangegeven in onderstaand profiel. Figuur 2: Regionale bodemopbouw
Bron: www.dinoloket.nl
De slecht doorlatende holocene deklaag op de locatie heeft een dikte van circa 12 meter en bestaat uit klei, veen en fijne zandlagen. De horizontale stromingsrichting van het grondwater in het freatisch pakket is niet eenduidig en wordt beïnvloed door lokale factoren als watergangen, drainage en riolering. Het grondwater bevindt zich op circa NAP -0,9 (circa 0,35 m-mv). De regionale stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket is landinwaarts (zuidoostelijk) gericht. Het doorlaatvermogen van het eerste watervoerend pakket bedraagt naar verwachting circa 1.000 m2/dag. De verticale stromingsrichting van het grondwater is vermoedelijk neerwaarts gericht (infiltratie). De locatie bevindt zich niet in een beschermingsgebied voor grondwater. Het dichtstbijzijnde grondwaterbeschermingsgebied ligt globaal 5,5 km ten noordwesten van de onderzoekslocatie. Antropogene ophooglaag Op de locatie is volgens de informatie uit DINOloket sprake van een antropogene ophooglaag tot een diepte van circa 1,5 m-mv.
2.4
Historische informatie
Ontstaansgeschiedenis Onderstaande informatie is ontleend aan historisch kaartmateriaal (uit de periode 1950-2019, zie figuur 3) en de op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken (zie paragraaf 2.5). De onderzoekslocatie is tot medio twintigste eeuw in gebruik geweest als weiland. Vervolgens is het gebied ten zuiden van de Vlietweg ontwikkeld. De locatie is sinds 1951 in gebruik als timmerfabriek. Ten oosten van de onderzoekslocatie bevond zich van 1885 tot 1965 een gasfabriek aan de Nieuwstraat 2-22 (voorheen Stompwijkse Achterweg).
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 6 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Figuur 3: Historisch kaartmateriaal
1950
2019
1990
1970
Bron: www.topotijdreis.nl
Bedrijfsactiviteiten en ondergrondse tanks Informatie over de (voormalige) bedrijfsactiviteiten en ondergrondse opslagtanks op en in de directe omgeving van de locatie is ontleend aan historisch kaart- en fotomateriaal en de informatie op bodemloket.nl (historisch bodembestand). Op de locatie is sprake geweest van (beperkt) potentieel bodembedreigende activiteiten. Het gaat om een timmerfabriek. Op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is, voor zover bekend, geen sprake geweest van ondergrondse tanks. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is direct ten oosten van de onderhavige onderzoekslocatie in het verleden (1885 – 1965) sprake geweest van een gasfabriek. Bekend is dat de activiteiten op het voormalig gasfabrieksterrein geleid hebben tot bodemverontreiniging op die locatie (zie ook bijlage 3). Ophogingen, dempingen, stortingen Bij het ontwikkelen van het gebied medio 20e eeuw zijn diverse sloten gedempt en is het gebied waarschijnlijk opgehoogd met grond/zand. Voor demping van de sloten en ophoging van het gebied is vermoedelijk dezelfde (mogelijk puinhoudende) grond gebruikt. De herkomst van deze grond is niet bekend. Voor zover bekend hebben er verder geen ophogingen met puin of stortingen plaatsgevonden op de locatie. Wel is op de locatie waarschijnlijk sprake van een antropogene ophooglaag met een dikte van circa 1,5 m.
Ongewone voorvallen/calamiteiten Voor zover bekend hebben op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie nimmer calamiteiten plaatsgevonden waardoor de bodem verontreinigd zou kunnen zijn geraakt. Asbest Op de locatie is, voor zover bekend, geen sprake (geweest) van: -
Een demping met bouw/sloopafval of voormalige stortplaats; Halfverhardingen van puin; Opslagdepots van puin of puinhoudende grond; Bedrijven die asbesthoudende producten vervaardigden, toepasten en/of verwerkten; Asbesthoudende beschoeiingen langs watergangen of asbesthoudende afscheidingen in tuinen; Door brand verwoeste gebouwen met asbesthoudende bouwmaterialen; Gesloopte gebouwen/boerderijen met asbestdaken of andere asbesttoepassingen.
Wel wordt in dit deel van Leidschendam (lichte) bijmenging met puin in de toplaag van de bodem verwacht. Op grond hiervan wordt de locatie beschouwd als (beperkt) verdacht voor het voorkomen van asbest in de
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 7 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
grond. PFAS Op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen specifieke bronnen voor PFAS (zoals brandweeroefenplaatsen, brandweerkazernes, productielocaties voor PFAS, stortplaatsen) bekend. Wel kunnen PFAS door (atmosferische) depositie in de bovengrond en geroerde ondergrond voorkomen op de onderzoekslocatie. Voormalige verdedigingswerken/tankgracht Op of nabij de onderzoekslocatie zijn geen verdedigingswerken (tankgracht) aanwezig geweest. Explosieven Volgens de CE-bodembelastingkaart van de gemeente Leidschendam-Voorburg (AVG, kenmerk 1462056VO-04, d.d. 4 februari 2016) ligt de onderzoekslocatie niet in een voor explosieven verdacht gebied. Archeologie Volgens de Archeologische Verwachtingenkaart van de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt de onderzoekslocatie in de zone met een hoge verwachtingswaarde. Dit betekent dat er een vrijstelling is voor bodemingrepen tot 100 m2 en tot 30 cm diepte. Voorafgaande aan herontwikkeling dient derhalve waarschijnlijk archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Geadviseerd wordt om hierover contact op te nemen met de gemeente Leidschendam-Voorburg.
2.5
Bodemkwaliteitsgegevens
Onderstaande informatie is ontleend aan de bodemkwaliteitskaart van Leidschendam-Voorburg (zoals opgenomen in de nota bodembeheer gemeentes Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar (versie 2013) en de op en in de directe omgeving van de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken. In bijlage 3 is een samenvatting gegeven van de bevindingen. Diffuse bodemverontreinigingen De locatie bevindt zich in zone 1 (bovengrond en ondergrond klasse Industrie) van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Dat betekent dat lichte tot matige verontreinigingen kunnen worden verwacht. Incidenteel kan sprake zijn van sterke verontreinigingen. Dit wordt bevestigd door de op de locatie uitgevoerde bodemonderzoeken. In 1997 is voor het laatst bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Vlietweg 3. Hieruit is gebleken dat er op de locatie over het algemeen ten hoogste sprake is van lichte verontreinigingen. In de strook tussen de industrieplaten en de terreinafrastering zijn destijds in de bovengrond diffuse lichte tot sterke verontreinigingen met lood en zink aangetoond.
Uit grondwatermonitoring (2018), die in het kader van het nazorgplan is uitgevoerd, is gebleken dat op de onderzoekslocatie (zie bijlage 3) geen sprake is van verontreinigingen tot boven de streefwaarde, direct ten oosten van de locatie (maar buiten de damwand) is sprake van licht verontreinigingen met fenantreen en fluoranteen. Lokale bodemverontreinigingen Uit de in de omgeving van de onderzoekslocatie uitgevoerde onderzoeken is gebleken dat op het naastgelegen voormalig gasfabrieksterrein (direct ten oosten van de onderzoekslocatie) tot een diepte van maximaal 6,0 m-mv sprake is van ernstige verontreiniging met PAK en cyanide, plaatselijk zijn verhogingen met minerale olie aanwezig. Deze verontreinigingen zijn in de periode 1998 – 2000 geïsoleerd (cementbentonietwand en bovenafdichting). De wand (van cementbentoniet) bevindt zich net buiten (direct ten oosten van) de onderhavige onderzoekslocatie. De locatie van de wand is weergegeven in bijlage 3.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 8 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Ter plaatse van de gedempte Goo (direct ten zuidoosten van de onderzoekslocatie) is tot een diepte van 3,0 m-mv een sterke restverontreiniging met zware metalen (lood en zink) achtergebleven in de grond. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geschat op 20 m2 met een volume van circa 50 m3. De verontreiniging is volledig geïsoleerd door een houten damwand en de cementbentoniet wand en is afgedekt met bentonietmatten en afgewerkt met 0,30 tot 0,40 m teelaarde. Nabijgelegen grootschalige mobiele gevallen van ernstige bodemverontreiniging Nabij de onderzoekslocatie zijn, buiten de mobiele verontreiniging ter plaatse van de voormalige gasfabriek, geen grootschalige mobiele gevallen van ernstige bodemverontreiniging aanwezig.
2.6
Conclusies vooronderzoek en onderzoekshypothese
Op basis van het vooronderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: •
Op de onderzoekslocatie worden (diffuse) verontreinigingen met zware metalen, minerale olie, PAK en PCB verwacht in de toplaag van de bodem. De meest verdachte laag is de bovengrond tot 0,5 m-mv, maar ook in de ondergrond kunnen verontreinigingen voorkomen. In de strook tussen de industrieplaten en de terreinafrastering aan de oostzijde van de onderzoekslocatie kunnen in de bovengrond heterogeen diffuus lichte tot sterke verontreinigingen met lood en zink voorkomen. De onderzoekslocatie wordt beschouwd als verdacht voor diffuse bodemverontreiniging met zware metalen, minerale olie, PAK en PCB.
•
Op de onderzoekslocatie kan asbest worden aangetroffen in de (puinhoudende) toplaag van de bodem. De locatie wordt beschouwd als (beperkt) verdacht voor verontreiniging met asbest in de (puinhoudende) toplaag van de bodem.
•
Op de onderzoekslocatie kunnen verhoogde gehalten aan PFAS voorkomen in de (boven)grond. De locatie wordt beschouwd als (beperkt) verdacht voor verontreiniging met PFAS in de (boven)grond.
•
Er kan niet worden uitgesloten dat de bodem op de onderzoekslocatie in het verleden negatief beïnvloed is door de activiteiten op het naastgelegen sterk verontreinigde gasfabrieksterrein.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 9 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
3 Onderzoeksstrategie Verkennend bodemonderzoek (reguliere stoffen) Op basis van het vooronderzoek en de gestelde onderzoekshypothese is het verkennend onderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740:2016, volgens de strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HENL). Bij de uitvoering van het onderzoek is rekening gehouden met de activiteiten van de voormalige gasfabriek. Er zijn dan ook meer diepe boringen en meer analyses uitgevoerd dan volgens de norm strikt noodzakelijk is. Er is een diepe boring (tot 4 m-mv) langs de zuidoostelijke terreingrens (ter plaatse van de kleine loods) uitgevoerd, omdat direct ten oosten hiervan de grote gashouder van de gasfabriek heeft gestaan en hier de hoogste gehalten tot grotere diepte (circa 6 m-mv) zijn vastgesteld. In onderstaande tabel is de gehanteerde onderzoekstrategie aangegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie algemene bodemkwaliteit Locatie
Oppervlakte
Gehele onderzoekslocatie 1.743 m2
Maximale onderzoeksdiepte
Onderzoeksstrategie
Verdachte stoffen
4,0 m-mv
VED-HE-NL
Grond: zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van de vermoede verontreinigende stoffen in de grond en het grondwater boven de achtergrondwaarden, respectievelijk streefwaarden worden aangetroffen. Verkennend onderzoek asbest Op basis van het vooronderzoek en de gestelde onderzoekshypothese is het onderzoek naar asbest in grond uitgevoerd conform de NEN 5707:2017, volgens de strategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE), zie onderstaande tabel. Tabel 2: Onderzoeksstrategie Locatie
Oppervlakte
Gehele onderzoekslocatie 1.743 m2
Maximale onderzoeksdiepte Onderzoeksstrategie
Verdachte stoffen
1,0 m-mv
Asbest
VED-HE
Het doel van het verkennend onderzoek asbest is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en om een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Het onderzoek naar asbest is uitgevoerd in combinatie met het reguliere onderzoek. Verkennend onderzoek PFAS Op basis van het vooronderzoek en de gestelde onderzoekshypothese is het onderzoek naar PFAS uitgevoerd conform de NEN 5740:2016, volgens de strategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HO), zie onderstaande tabel. Tabel 3: Onderzoeksstrategie Locatie
Oppervlakte
Gehele onderzoekslocatie 1.743 m2
Maximale onderzoeksdiepte
Onderzoeksstrategie Verdachte stoffen
2,0 m-mv
VED-HO
PFAS (28 stoffen uit tijdelijk handelingskader)
Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de aard van een homogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de concentraties van
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 10 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
de vermoede verontreinigende stoffen in de grond boven de achtergrondwaarden (detectiegrenzen) worden aangetroffen. Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd in combinatie met het reguliere onderzoek.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 11 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
4 Veldonderzoek 4.1
Algemeen
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer J. Brussee van Brussee Milieukundig Veldwerkbureau (B-MKV) volgens de BRL SIKB 2000 – Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, protocollen 2001, 2002 en 2018. B-MKV, alsmede de veldmedewerker, zijn hiervoor gecertificeerd en erkend. De monstername en monsteropslag met betrekking tot het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd volgens de Handreiking PFAS bemonsteren (versie 1.0 d.d. 25-06-2020), opgesteld door het Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB.
4.2
Uitvoering
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 5 november 2020. De bemonstering van het grondwater uit de peilbuis heeft plaatsgevonden op 12 november 2020. In onderstaande tabel zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden samengevat. De situering van de boringen, inspectiegaten en peilbuis is weergegeven op tekening 1. Tabel 4: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Veldwerk
Meetpunten
Verkennend bodemonderzoek (reguliere parameters) 7x boring tot 1,0 m-mv
07 t/m 13
4x boring tot 2,0 m-mv
03 t/m 06
1x boring tot 4,0 m-mv
02
1x boring met peilbuis
01
Verkennend onderzoek asbest in grond 10x boring/inspectiegat tot 0,5 m-mv
01, 02, 04 t/m 09, 11 t/m 13
2x boring/inspectiegat tot circa 1,0 m-mv
03, 10
De opgeboorde/uitgegraven grond is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige samenstelling en eventuele verontreinigingskenmerken en beschreven in bijlage 4 (boorprofielen). Met behulp van olie-watertesten is de opgeboorde grond beoordeeld op het voorkomen van olieachtige stoffen. De grond uit de inspectiegaten is conform NEN 5707 gezeefd, geïnspecteerd en bemonsterd. Van de uitkomende grond zijn in het veld drie grond(meng)monsters ten behoeve van de analyse op asbest samengesteld.
4.3
Resultaten
Bodemopbouw Het omhoog gebrachte bodemmateriaal is in het veld geclassificeerd (zie de boorprofielen in bijlage 4). De bodem bestaat tot 4,0 m-mv (=maximaal verkende diepte) wat betreft de toplaag (circa 30 - 50 cm) over het algemeen uit (opgebracht) zand. Ter plaatse van de groenstroken bestaat de toplaag over het algemeen uit klei. Onder de toplaag is op de locatie sprake van een circa 1 m dikke kleilaag. Vanaf circa 1,5 m-mv is er sprake van veen. Bij de diepe boring is vanaf 3,5 m-mv zand aangetroffen. Afwijkingen aan de grond Tijdens de veldwerkzaamheden is bij alle boringen bodemvreemd materiaal (puin, baksteen, slak) aangetroffen in de grond. Deze afwijkende bodemkenmerken kunnen duiden op (niet-mobiele)
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 12 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
bodemverontreiniging. De afwijkende waarnemingen zijn samengevat in onderstaande tabel. Tussen haakjes is weergegeven in welk grondmengmonster (AMM…) de betreffende bodemlaag is opgenomen in het kader van het onderzoek naar asbest in de grond. Tabel 5: Afwijkingen aan de grond Boring
Diepte (m-mv)
Grondsoort
Zintuigelijke waarneming
01
0,00 - 0,09
-
Volledig beton
02
0,30 - 0,50
Zand
Sterk puinhoudend, zwak baksteenhoudend (AMM2)
03
0,25 - 0,50
Zand
Sterk puinhoudend, zwak baksteenhoudend (AMM2)
05
0,00 - 0,11
-
Volledig beton
06
0,05 - 0,25
Zand
Brokken baksteen, sterk puinhoudend (AMM2)
07
0,00 - 0,50
Klei
Zwak puinhoudend, brokken baksteen (AMM1)
08
0,00 - 0,10
-
Volledig beton
10
0,00 - 0,50
Zand
Matig puinhoudend, matig baksteenhoudend, matig slakhoudend, zwak glashoudend (AMM3) asbest verdacht plaatmateriaal aangetroffen
12
0,00 - 0,12
-
Volledig beton
13
0,40 - 0,55
Klei
Matig baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak slibhoudend (AMM1)
Asbest De onderzoekslocatie is voor een groot deel bebouwd of verhard, zodat daar geen maaiveldinspectie kon plaatsvinden. Op basis van de weersomstandigheden (droog), goed zicht en de conditie van het inspecteerbare deel van het maaiveld (zwak bedekt met onkruid, losse, natte kleiige en zandige grond) gedurende de maaiveldinspectie is de inspectie-efficiëntie voor het inspecteerbare deel door de veldwerkers ingeschat op 70-90%. Tijdens de maaiveldinspectie is op het maaiveld geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Tijdens de veldwerkwerkzaamheden is in één inspectiegat (nr. 10) asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen in de uitgegraven grond. In de overige gaten is geen asbestverdacht materiaal gevonden. Het asbestverdachte materiaal is beoordeeld en gewogen. In onderstaande tabel zijn de resultaten weergegeven. Tabel 6: Verzameld asbestverdacht materiaal Monster
Inspectiegat
Soort materiaal
Aantal stukken
Gewicht (gram)
Hechtgebonden
AVM1
10
Plaatmateriaal
5
76
Ja
Grondwater Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU-waarde) gemeten en is de grondwaterstand (GWS) ten opzichte van het maaiveld bepaald. Een overzicht van de in het veld uitgevoerde metingen is weergegeven in onderstaande tabel. Tabel 7: Resultaten grondwatermonstername Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
GWS (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU-waarde)
Bijzonderheden
PB01
1,30 – 2,30
0,35
6,9
1.619
11,3
-
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en het geleidingsvermogen van het grondwater (EC) zijn normaal te noemen voor dit type bodem en deze regio. De troebelheid van het grondwater is licht verhoogd (< 10), zodat het grondwater als licht troebel kan worden beschouwd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de licht verhoogde troebelheid niet van invloed is geweest op de betrouwbaarheid van de resultaten. Er is daarom geen aanleiding voor herbemonstering van het grondwater.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 13 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
5 Laboratoriumonderzoek 5.1
Algemeen
De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de AS3000 door Eurofins Omegam Laboratoria te Amsterdam. Eurofins Omegam is geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC17025:2005 en aangewezen als erkend laboratorium voor de uitvoering van analyses in het kader van de AS3000.
5.2
Uitvoering
Grondanalyses (reguliere parameters) Aan de hand van de veldwaarnemingen zijn mengmonsters geselecteerd/samengesteld en chemischanalytisch onderzocht op het standaardpakket voor grond. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses op de (meng)monsters van de grond. Tabel 8: Analyses grond (Meng)monster
Deelmonsters
Diepte (m-mv)
Analyses (meng)monsters
Opmerkingen
MM01
2-2 + 3-2 + 6-1
0,05 – 0,50
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Sterk puinhoudend zand, verspreid over locatie
MM02
10-1
0,00 – 0,50
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Matig slak-, puin- en baksteenhoudend zand, westelijke deel locatie (groenstrook)
MM03
7-1 + 13-2
0,00 – 0,55
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Zwak puin-, baksteenhoudende klei, (lokaal zwak slibhoudend), verspreid over locatie
MM04
4-1 + 9-1 + 11-1 0,00 – 0,50
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Zintuigelijk schone klei t.p.v. verdachte (lood, zink) strook, verificatie
MM05
4-2 + 9-2 + 11-2 0,30 – 1,00
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Zintuigelijk schoon zand t.p.v. verdachte (lood, zink) strook, verificatie
MM06
1-2 + 1-3 + 2-3
0,30 – 1,30
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Zintuigelijk schone kleiige ondergrond, nabij voormalige gashouder, verificatie
MM07
3-3 + 4-4 + 6-3 + 10-2
0,50 – 1,70
Droge stof, organische stof, lutum, zware metalen, PAK, minerale olie, PCB
Zintuigelijk schone kleiige ondergrond, verdeeld over locatie
Aanvullende analyses naar aanleiding van de initiële resultaten (uitsplitsen MM01) -
2-2
0,30 – 0,50
Droge stof, organische stof, lutum, lood, zink, PCB
Sterk puin-, zwak baksteenhoudend zand
-
3-2
0,25 – 0,50
Droge stof, organische stof, lutum, lood, zink, PCB
Sterk puin-, zwak baksteenhoudend zand
-
6-1
0,05 – 0,25
Droge stof, organische stof, lutum, lood, zink, PCB
Sterk puinhoudend zand met brokken baksteen
Aanvullende analyses naar aanleiding van resultaten uitsplitsing MM01 (verticale afperking) -
6-2
0,25 – 0,70
Droge stof, organische stof, lutum, lood, PCB
Zintuigelijk schone klei, verticale afperking
-
10-2
0,50 – 1,00
Droge stof, organische stof, lutum, koper, lood, nikkel, zink, PAK
Zintuigelijk schone klei, verticale afperking
Grondanalyses (PFAS) Aan de hand van de veldwaarnemingen zijn mengmonsters geselecteerd/samengesteld, die in het laboratorium geanalyseerd zijn op PFAS. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 14 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Tabel 9: Analyses PFAS in grond (Meng)monster
Deelmonsters
Diepte (m-mv)
Analyses (meng)monsters
Opmerkingen
MM-PFAS1
2-2 + 3-2 + 10-1 + 13-1
0,00 – 0,50
Droge stof, organische stof, PFAS Bovengrond, (puinhoudend) zand
MM-PFAS2
4-1 + 7-1 + 8-1 + 11-1
0,00 – 0,50
Droge stof, organische stof, PFAS Bovengrond, (puinhoudende) klei
Asbestanalyses grond In het veld zijn drie grond(meng)monsters samengesteld, die in het laboratorium geanalyseerd zijn op asbest. In de onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 10: Analyses asbest in grond (Meng)Monster
Gaten
Diepte (m-mv)
Analyses Mengmonsters
Opmerkingen
AMM1
7 + 13
0,00 – 0,55
Asbest (NEN 5898)
Zwak puinhoudende klei
AMM2
2+3+6
0,00 – 0,50
Asbest (NEN 5898)
Sterk puinhoudend zand
AMM3
10
0,00 – 0,50
Asbest (NEN 5898)
Matig slak-, puin- en baksteenhoudend, asbestverdacht materiaal aangetroffen
Daarnaast is het visueel in inspectiegat 10 aangetroffen asbest onderzocht op het gehalte aan asbest. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 11: Analyses materiaalmonsters Monster
Inspectiegat
Diepte (m-mv)
Materiaal
Analyses
AVM1
10
0,00 – 0,50
Plaatmateriaal
Asbest (NEN-5896)
Grondwateranalyses Het monster van het grondwater uit de peilbuis is chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses op het monster van het grondwater. Tabel 12: Analyses grondwater Peilbuis
Filterdiepte (m-mv)
GWS (m-mv)
Analyses
Opmerkingen
PB01
1,30 – 2,30
0,35
Zware metalen, minerale olie, BTEXN, VOCl
-
5.3
Resultaten
De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn opgenomen in bijlage 5 (analysecertificaten). De toetsing van de analyseresultaten en de interpretatie worden behandeld in hoofdstuk 6.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 15 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
6 Interpretatie 6.1
Toetsingskader
Reguliere stoffen De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) uit de Regeling bodemkwaliteit en de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gehanteerd: • niet verontreinigd • licht verontreinigd
: gehalte kleiner dan de streefwaarde (S) of achtergrondwaarde (AW2000) : gehalte groter dan de streefwaarde (S) of achtergrondwaarde (AW2000) maar kleiner dan de tussenwaarde (T) • matig verontreinigd : gehalte groter dan de tussenwaarde (T) maar kleiner dan de interventiewaarde (I) • sterk verontreinigd : gehalte groter dan de interventiewaarde (I) Asbest De analyseresultaten zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering. De interventiewaarde voor asbest in grond is vastgesteld op 100 mg/kg ds gewogen (het gehalte aan serpentijnasbest, vermeerderd met tienmaal het gehalte aan amfiboolasbest). Bij een gewogen gehalte van meer dan 100 mg/kg ds is sprake van sterke verontreiniging met asbest in de grond. Indien in een verkennend onderzoek een gewogen gehalte van meer dan de helft van de interventiewaarde wordt vastgesteld (meer dan 50 mg/kg ds), is dit reden om een nader onderzoek asbest uit te voeren. PFAS Op 8 juli 2019 is het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd. Op 29 november 2019 is een aangepaste versie van het tijdelijk handelingskader gepubliceerd, waarop op 1 juli 2020 aanpassingen zijn gemaakt. Hierin zijn landelijke normen voor hergebruik van PFAS-houdende grond vastgelegd.
Hiermee is echter nog geen invulling gegeven aan de interventiewaarden (waarboven sprake is van ernstige verontreiniging) voor grond en grondwater. Wel zijn door het RIVM (15 januari 2020) zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreiniging (INEV’s) afgeleid voor onder andere PFOS en PFOA, om gevallen van bodemverontreiniging te kunnen beoordelen op ernst en spoedeisendheid volgens de Circulaire Bodemsanering. Deze waarden hebben echter nog geen formele status. Zolang er nog geen interventiewaarden zijn vastgesteld, worden de door het RIVM afgeleide INEV’s op het niveau van de interventiewaarde gehanteerd. Boven deze grenzen is sprake van sterke verontreiniging. Het volgende toetsingskader wordt gehanteerd. Tabel 13: Gehanteerd toetsingskader voor grond in µg/kg ds Omschrijving
PFOS (totaal)
PFOA (totaal)
Overige PFAS
Detectiegrens
0,1
0,1
0,1
Maximale waarde Landbouw/natuur
1,4
1,9
1,4
Maximale waarde Wonen/Industrie
3
7
3
INEV (niveau interventiewaarde)
110
1.100
-
Bodemtypecorrectie De toetsingswaarden voor grond zijn bodemtype-afhankelijk en gebaseerd op een standaardbodem met een organische stof percentage van 10% en een lutum-percentage van 25%. Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 16 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
standaardbodem. Voor asbest wordt geen bodemtypecorrectie uitgevoerd. Voor PFAS behoeft bij een organisch stofgehalte tot 10% ook geen bodemtypecorrectie toegepast te worden (dit is overeenkomstig de systematiek zoals die ook voor PAK geldt).
6.2
Toetsing analyseresultaten
Grond (reguliere parameters) De resultaten van de toetsing van de grondmonsters aan de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6 (overschrijdingstabellen) en samengevat in onderstaande tabel. Tabel 14: Overschrijdingen grond (Meng)monster
Deelmonsters
Diepte (m-mv)
Waarnemingen
> AW2000
>T
>I
MM01
2-2 + 3-2 + 6-1
0,05 – 0,50
Sterk puinhoudend zand, verspreid over locatie
Kwik, minerale olie, PAK
Lood, zink
PCB
MM02
10-1
0,00 – 0,50
Matig slak-, puin- en baksteenhoudend zand, westelijke deel locatie
Cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie, PCB
-
Koper, lood, nikkel, zink, PAK
MM03
7-1 + 13-2
0,00 – 0,55
Zwak puinhoudende en baksteenhoudende klei, verspreid over locatie
Kwik, lood, zink, minerale olie, PAK, PCB
-
-
MM04
4-1 + 9-1 + 11-1 0,00 – 0,50
Zintuigelijk schone klei t.p.v. verdachte (lood, zink) strook, verificatie
Lood, zink, PCB
-
-
MM05
4-2 + 9-2 + 11-2 0,30 – 1,00
Zintuigelijk schoon zand t.p.v. verdachte (lood, zink) strook, verificatie
-
-
-
MM06
1-2 + 1-3 + 2-3
0,30 – 1,30
Zintuigelijk schone kleiige ondergrond, nabij voormalige gashouder, verificatie
-
-
-
MM07
3-3 + 4-4 + 6-3 + 10-2
0,50 – 1,70
Zintuigelijk schone kleiige ondergrond, verdeeld over locatie
Lood, PAK
-
-
Aanvullende analyses naar aanleiding van de initiële resultaten (uitsplitsen MM01) -
2-2
0,30 – 0,50
Sterk puin-, zwak baksteenhoudend zand
Lood, zink, PCB
-
-
-
3-2
0,25 – 0,50
Sterk puin-, zwak baksteenhoudend zand
PCB
-
-
-
6-1
0,05 – 0,25
Sterk puinhoudend zand met brokken baksteen
Zink
-
Lood, PCB
Aanvullende analyses naar aanleiding van resultaten uitsplitsing MM01 (verticale afperking) -
6-2
0,25 – 0,70
Zintuigelijk schone klei, verticale afperking
Lood
-
-
-
10-2
0,50 – 1,00
Zintuigelijk schone klei, verticale afperking
Lood, zink, PAK
-
-
PFAS in grond In onderstaande tabel zijn de resultaten van de analyses van de grond en de toetsing ervan aan de hiervoor genoemde toetsingswaarden samengevat. De verhoogde concentraties (in µg/kg ds) zijn tussen haakjes weergegeven. Aangezien MM-PFAS1 een zandige bodem met een organisch stofgehalte < 10% betreft, is hiervoor geen bodemtypecorrectie toegepast. Voor het kleiige MM-PFAS2 is wel een correctie toegepast.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 17 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Tabel 15: Toetsingsresultaten PFAS in grond (Meng)monster
Bodemtraject (m-mv)
Grondsoort
> Detectiegrens
> Landbouw/natuur
> Wonen/Industrie
> INEV
MM-PFAS1
2-2 + 3-2 + 10-1 + 13-1
Zand
PFPeA (0,2) PFOS (0,3)
-
-
-
MM-PFAS2
4-1 + 7-1 + 8-1 + 11-1
Klei
PFPeA (0,45) PFHxA (0,36) PFNA (0,09) PFDA (0,18) PFUnDA (0,09) PFDoDA (0,09) PFOA (0,36)
PFOS (2,32)
-
-
Asbest in grond De resultaten van het asbestonderzoek in grond zijn opgenomen in bijlage 5 (analysecertificaten). Onderstaand zijn de resultaten van de analyses en de toetsing ervan aan de restconcentratienorm/ interventiewaarde samengevat. Het rekenblad voor de bepaling van het gewogen asbestgehalte in inspectiegat 10 is in bijlage 7 opgenomen. Tabel 16: Toetsingsresultaten asbest in grond (Meng)Monster
Deelmonsters
Diepte (m-mv)
AVM
Gewogen gehalte in fractie > 20 mm (mg/kg ds)
Gewogen gehalte in fractie < 20 mm (mg/kg ds)
Totaal gewogen gehalte (mg/kg ds)
Toetsing
AMM1
7 + 13
0,00 – 0,55
-
0,0
< 0,8
< 0,8
-
AMM2
2+3+6
0,00 – 0,50
-
0,0
< 0,6
< 0,6
-
AMM3
10
0,00 – 0,50
AVM1
35,3
117,6
152,9
>I
Grondwater De resultaten van de toetsing van het grondwatermonster aan de streef-, tussen- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6 (overschrijdingstabellen) en samengevat in onderstaande tabel. Tabel 17: Overschrijdingen grondwater Monster
Diepte (m-mv) GWS
>S
>T
>I
PB01
1,30 – 2,30
Barium
-
-
6.3
Interpretatie
0,35
Grond (reguliere parameters) Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat in de sterk puin- en baksteenhoudende zandige bovengrond (MM01), naast lichte verontreinigingen met kwik, minerale olie en PAK, matige tot sterke verontreinigingen met lood, zink en PCB zijn vastgesteld. Na het uitsplitsen van MM01 en analyse op lood, zink en PCB is gebleken dat ter plaatse van de boringen 2 en 3 ten hoogste sprake is van lichte verontreinigingen. Ter plaatse van boring 6 zijn in de sterk puinhoudende toplaag (0,00 – 0,25 m-mv) sterke verontreinigingen met lood en PCB vastgesteld. Uit aanvullende analyse van de onderliggende zintuigelijk schone kleilaag (0,25 – 0,70 m-mv) is gebleken dat in deze bodemlaag ten hoogste sprake is van lichte verontreiniging met lood. De sterke verontreinigingen zijn daarmee aan de onderzijde afgeperkt. Er is nader onderzoek nodig om de omvang van de verontreiniging in horizontale richting vast te stellen. In de matig slak-, puin en baksteenhoudende zandige bovengrond ter plaatse van boring 10 (MM02) zijn, naast lichte verontreinigingen met zware metalen (cadmium, kobalt, kwik, molybdeen), minerale olie en PCB, sterke verontreinigingen met koper, lood, nikkel, zink en PAK aangetoond.
Uit aanvullende analyse van de onderliggende zintuigelijk schone kleilaag (0,50 – 1,00 m-mv) is gebleken dat in deze bodemlaag ten hoogste sprake is van lichte verontreinigingen met lood, zink en PAK. De sterke verontreinigingen zijn
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 18 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
daarmee aan de onderzijde afgeperkt. Er is nader onderzoek nodig om de omvang van de verontreiniging in horizontale richting vast te stellen. In de zwak puin- en baksteenhoudige kleiige bovengrond op de locatie (MM03) is sprake van lichte verontreinigingen met zware metalen (kwik, lood, zink), minerale olie, PAK en PCB. Ter plaatse van de strook waar tijdens voorgaand onderzoek (1997) tot sterk verhoogde concentraties aan lood en zink zijn vastgesteld (MM04 en MM05), zijn in onderhavig onderzoek ten hoogste lichte verontreinigingen met lood, zink en PCB aangetoond. De sterke verontreinigingen zijn dus niet meer aangetroffen. De zintuigelijk schone kleiige ondergrond nabij de voormalige gashouder van de voormalige gasfabriek (MM06) is niet verontreinigd met de geanalyseerde stoffen. De bodem op de onderzoekslocatie is niet negatief beïnvloed door de activiteiten op het naastgelegen ernstig verontreinigde gasfabrieksterrein. In de zintuigelijk schone kleiige ondergrond op het resterende deel van de onderzoekslocatie (MM07) zijn lichte verontreinigingen met lood en PAK vastgesteld. PFAS in grond In het mengmonster van de zandige toplaag zijn gehalten aan PFOS en PFPeA aangetroffen tot boven de detectiewaarde, maar onder de toetswaarde voor klasse Landbouw/natuur.
De zandige toplaag op de onderzoekslocatie wordt als zeer licht verontreinigd beschouwd en voldoet volgens het tijdelijk handelingskader indicatief aan klasse Landbouw/natuur. In het mengmonster van de kleiige toplaag is PFOS aangetroffen tot boven de toetswaarde voor klasse Landbouw/natuur, maar onder de toetswaarde voor klasse Wonen/industrie. Daarnaast zijn diverse PFAS (PFPeA, PFHxA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoDA en PFOA) aangetroffen tot boven de detectiewaarde, maar onder de toetswaarde voor klasse Landbouw/natuur. De kleiige toplaag op de onderzoekslocatie wordt als licht verontreinigd beschouwd en voldoet volgens het tijdelijk handelingskader indicatief aan klasse Wonen/industrie. Hierbij moet worden opgemerkt dat voor een definitief oordeel over de toepassingsmogelijkheden een partijkeuring conform het Besluit bodemkwaliteit nodig is. Asbest in grond Uit de resultaten van het asbestonderzoek is gebleken dat in de actuele contactzone (in onderhavig onderzoek is de bovenste 0,5 meter van de bodem beschouwd) over het algemeen geen sprake is van verontreiniging met asbest. Op één plaats (inspectiegat 10) is als gevolg van de aanwezigheid van 5 stukjes asbestcement plaatmateriaal in de grove fractie (>20 mm, AVM1) en voornamelijk niethechtgebonden (brandwerend board) asbest in de fijne fractie (< 20 mm, AMM3) een sterk verhoogd gehalte aan asbest vastgesteld.
Er is nader onderzoek nodig om de ernst (en omvang) van de verontreiniging met asbest vast te stellen. Grondwater In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium vastgesteld. De herkomst van deze lichte verontreiniging is niet bekend.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 19 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
7 Samenvatting en conclusies 7.1
Algemeen
In opdracht van Wibaut B.V. is door Buro SL B.V. een historisch en verkennend bodemonderzoek (inclusief verkennend onderzoek naar asbest en PFAS in de grond) uitgevoerd voor een planlocatie aan de Vlietweg 3 te Leidschendam. De onderzoekslocatie heeft oppervlakte van 1.743 m2 en is grotendeels bebouwd (timmerfabriek), het buitenterrein is grotendeels verhard (stelconplaten en betontegels). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele kwaliteit van de grond (inclusief asbest en PFAS) en het grondwater op de onderzoekslocatie. Uit het vooronderzoek is het volgende gebleken: • De onderzoekslocatie is verdacht voor diffuse bodemverontreiniging met zware metalen, minerale olie, PAK en PCB in de (toplaag van de) bodem. In de strook tussen de industrieplaten en de terreinafrastering kunnen in de bovengrond heterogeen diffuus lichte tot sterke verontreinigingen met lood en zink voorkomen. • De locatie is (beperkt) verdacht voor verontreiniging met asbest in de (puinhoudende) toplaag van de bodem; • De locatie is (beperkt) verdacht voor verontreiniging met PFAS in de bovengrond. • Er kan niet uitgesloten worden dat de bodem op de onderzoekslocatie in het verleden negatief beïnvloed is door de activiteiten op het naastgelegen ernstig verontreinigde gasfabrieksterrein.
7.2
Resultaten en conclusies
Grond (reguliere parameters) Uit het onderzoek is gebleken dat de sterk puin- en baksteenhoudende zandige bovengrond op de locatie over het algemeen licht verontreinigd is met zware metalen, minerale olie, PAK en/of PCB. Ter plaatse van boring 6 is de sterk puinhoudende toplaag (0,00 – 0,25 m-mv) sterk verontreinigd met lood en PCB. De onderliggende zintuigelijk schone kleilaag (0,25 – 0,70 m-mv) is licht verontreinigd. De sterke verontreinigingen zijn daarmee aan de onderzijde afgeperkt. Er is nader onderzoek nodig om de omvang van de verontreiniging in horizontale richting vast te stellen. Ter plaatse van boring 10 is de matig slak-, puin en baksteenhoudende zandige bovengrond, licht (cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, minerale olie, PCB) tot sterk (koper, lood, nikkel, zink en PAK) verontreinigd. De onderliggende zintuigelijk schone kleilaag (0,50 – 1,00 m-mv) is licht verontreinigd. De sterke verontreinigingen zijn daarmee aan de onderzijde afgeperkt. Er is nader onderzoek nodig om de omvang van de verontreiniging in horizontale richting vast te stellen. De zwak puin- en baksteenhoudige kleiige bovengrond op de locatie is licht verontreinigd met zware metalen (kwik, lood, zink), minerale olie, PAK en PCB.
Ter plaatse van de strook waar tijdens voorgaand onderzoek (1997) tot sterk verhoogde concentraties aan lood en zink zijn vastgesteld, zijn in onderhavig onderzoek ten hoogste lichte verontreinigingen met lood, zink en PCB aangetoond. De sterke verontreinigingen zijn dus niet meer aangetroffen.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 20 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
De zintuigelijk schone kleiige ondergrond nabij de voormalige gashouder van de voormalige gasfabriek is niet verontreinigd met de geanalyseerde stoffen. De bodem op de onderzoekslocatie is niet negatief beïnvloed door de activiteiten op het naastgelegen ernstig verontreinigde gasfabrieksterrein. De zintuigelijk schone kleiige ondergrond op het resterende deel van de onderzoekslocatie is licht verontreinigd met lood en PAK. De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese verdacht voor diffuse bodemverontreiniging. Omdat lokaal sterke verontreiniging in de bovengrond is vastgesteld, is een nader onderzoek nodig. PFAS in grond Uit onderzoek naar PFAS in de grond is gebleken dat de zandige toplaag tot boven de detectiewaarde, maar onder de toetswaarde voor klasse Landbouw/natuur verontreinigd is met PFOS en PFPeA. De zandige toplaag op de onderzoekslocatie wordt als zeer licht verontreinigd beschouwd en voldoet volgens het tijdelijk handelingskader indicatief aan klasse Landbouw/natuur. De kleiige toplaag is tot boven de toetswaarde voor klasse Landbouw/natuur, maar onder de toetswaarde voor klasse Wonen/industrie verontreinigd met PFOS. Daarnaast zijn PFPeA, PFHxA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFDoDA en PFOA) aangetroffen tot boven de detectiewaarde, maar onder de toetswaarde voor klasse Landbouw/natuur.
De kleiige toplaag op de onderzoekslocatie wordt als licht verontreinigd beschouwd en voldoet volgens het tijdelijk handelingskader indicatief aan klasse Wonen/industrie. De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese (beperkt) verdacht voor verontreiniging met PFAS in de grond. Omdat maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond zijn vastgesteld worden sanerende maatregelen of een nader onderzoek niet nodig geacht. Asbest in grond Uit de resultaten van het asbestonderzoek is gebleken dat de actuele contactzone (de bovenste 0,5 meter van de bodem) over het algemeen indicatief niet verontreinigd is met asbest. Op één plaats (inspectiegat 10) is als gevolg van de aanwezigheid van 5 stukjes asbestcement plaatmateriaal in de grove fractie (>20 mm, AVM1) en voornamelijk niet-hechtgebonden (brandwerend board) asbest in de fijne fractie (< 20 mm, AMM3) een indicatief sterk verhoogd gehalte aan asbest vastgesteld. De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese (beperkt) verdacht voor verontreiniging met asbest in de grond. Er is indicatief sprake van sterke verontreiniging met asbest. Er is nader onderzoek nodig om de ernst (en omvang) van de verontreiniging vast te stellen. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De herkomst van deze lichte verontreiniging is niet bekend. Nader onderzoek is echter niet nodig.
7.3
Aanbevelingen
Aanbevolen wordt om een nader asbestonderzoek uit te voeren naar de ernst en omvang van de verontreiniging met asbest die is aangetroffen ter plaatse van inspectiegat 10. Verder wordt aanbevolen om een nader bodemonderzoek uit te voeren ter vaststelling van de ernst en horizontale omvang van de sterke verontreinigingen in de bovengrond ter plaatse van boring 6 (lood en PCB) en boring 10 (koper, lood, nikkel, zink en PAK). Bij herontwikkeling en/of grondverzet op de locatie moet rekening gehouden worden met de Wet bodembescherming, de regels uit de Regeling bodemkwaliteit en de Nota Bodembeheer van de Gemeente Leidschendam-Voorburg. Eventueel vrijkomende grond is niet zondermeer overal vrij toepasbaar.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 21 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Daarnaast moet bij werkzaamheden in verontreinigde bodem tevens aandacht besteed worden aan de veiligheids- en gezondheidseffecten (volgens CROW-publicatie 400). Aanbevolen wordt om ruim voorafgaande aan herontwikkeling en/of grondverzet de veiligheidsklasse (vermoedelijk rood niet-vluchtig ter plaatse van boring 06 en zwart niet-vluchtig ter plaatse van boring 10) volgens CROW-400 definitief vast te stellen en, indien van toepassing, de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond (middels partijkeuring) te bepalen.
B
u
r
o
Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam 2020054/RAP01, 30 november 2020
S
/
L Pagina 22 van 22
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlagen 1.
Kadastrale gegevens
2.
Fotoreportage
3.
Overzicht beschikbare bodeminformatie
4.
Boorprofielen
5.
Analysecertificaten
6.
Overschrijdingstabellen
7.
Rekenblad asbest
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlage 1:
Kadastrale gegevens
Kadastrale kaart
Uw referentie: 2020054
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 1000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Stompwijk H 2381
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 8 oktober 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BETREFT
Stompwijk H 2381 UW REFERENTIE
2020054 GELEVERD OP
PRODUCTIEORDERNUMMER
08-10-2020 - 10:25
S11076636243
VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M
VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M
07-10-2020 - 14:59
07-10-2020 - 14:59
BLAD
1 van 1
Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Stompwijk H 2381 Kadastrale objectidentificatie : 024640238170000
Locatie Vlietweg 3
2266 KA Leidschendam Locatiegegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen Verblijfsobject ID: 1916010000082159
Kadastrale grootte 1.743 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 86910 - 454891 Omschrijving Bedrijvigheid (industrie)
Erf - Tuin Koopsom € 430.000
Koopjaar 2019
AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB. Landelijke Voorziening
RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Afkomstig uit stuk Hyp4 77170/64
Ingeschreven op 31-12-2019 om 12:56
Overdracht (eigendom en/of beperkt recht) Naam gerechtigde Timmerfabriek Groenewegen B.V. Adres Vlietweg 3
2266 KA LEIDSCHENDAM Statutaire zetel LEIDSCHENDAM KvK-nummer 27180679 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het Handelsregister
Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlage 2:
Fotoreportage
Foto 1: Zuidwestelijke deel locatie in westelijke richting
Foto 2: Zuidelijk deel gebouw aan zuidoostzijde locatie in oostelijke richting
Foto 3: Noordelijk deel gebouw aan zuidoostzijde locatie in oostelijke richting
Foto 4: Oostelijke deel locatie in noordelijke richting
Foto 5: Noordelijke deel locatie in westelijke richting
Foto 6: Westelijke deel locatie in zuidelijke richting
Inspectiegat 03
Inspectiegat 10
Inspectiegat 13
BuroS/L Adviesbureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu
Bijlage 3:
Overzicht beschikbare bodeminformatie
De volgende bodemloketcodes zijn relevant voor de onderzoekslocatie: • •
AA191600604 HBB GROENEWEGEN, L.M. Vlietweg 3; AA191600002 VM GASFABRIEK NIEUWS ZH054800002.
Uit eerstgenoemde dossier is gebleken dat er op de onderzoekslocatie sinds 1951 sprake is van een timmerfabriek. Uit laatstgenoemde dossier zijn de volgende documenten relevant voor de onderzoekslocatie: Nazorgplan voormalig gasfabrieksterrein Nieuwstraat 2-22 te Leidschendam, BK Ingenieurs, kenmerk 122749, d.d. 7 augustus 2014 Uit het nazorgplan is gebleken dat op het naastgelegen voormalig gasfabrieksterrein (direct ten oosten van de onderzoekslocatie) tot een diepte van maximaal 6,0 m-mv sprake is van sterke verontreiniging met PAK en cyanide. Plaatselijk zijn verhogingen met minerale olie aanwezig. Het grondwater is sterk verontreinigd met PAK en plaatselijk verontreinigd met cyanide, vluchtige aromaten en minerale olie. De verontreinigingen bevinden zich in het ondiepe en in het middeldiepe grondwater (tussen NAP -3,5 m tot NAP -14,0 m). Er heeft op de locatie in de periode 1998 tot 2000 sanering plaatsgevonden. De sanering heeft primair niet als doel gehad de aanwezige verontreinigingen in zowel grond als grondwater te verwijderen. Door middel van verticale en horizontale afscherming wordt voorkomen dat regenwater in de grondwal kan infiltreren, zijn de aanwezige verontreinigingen geïsoleerd en zijn contactmogelijkheden met verontreinigingen niet meer mogelijk. Plaatselijk zijn enkele verontreinigingsspots verwijderd.
De verontreinigingen zijn geïsoleerd door middel van een cementbentoniet wand en bovenafdichting. De wand (van cementbentoniet) bevindt zich net buiten (direct ten oosten van) de onderhavige onderzoekslocatie. De locatie van de wand is weergegeven op de tekening in de annex bij deze bijlage. Ter plaatse van de gedempte Goo (direct ten oosten van de onderzoekslocatie, gearceerd in de annex weergegeven) is tot een diepte van 3,0 m-mv een sterke restverontreiniging met zware metalen (lood en zink) achtergebleven in de grond. De oppervlakte van de verontreiniging wordt geschat op 20 m2 met een volume van circa 50 m3. De verontreiniging is volledig geïsoleerd door een houten damwand en de cementbentoniet wand en is afgedekt met bentonietmatten en afgewerkt met 0,30 tot 0,40 m teelaarde. Er is tevens een matige verontreiniging met lood aanwezig waar de grote gashouder gesitueerd was. Uit een vergelijking tussen oude (1944, links) en recente (2013, rechts) luchtfoto’s is gebleken dat de grote gashouder van de gasfabriek direct ten oosten van de onderzoekslocatie heeft gestaan (de onderzoekslocatie is rood omlijnd en de voormalige gashouder van de gasfabriek is blauw omlijnd weergegeven). Aldaar zijn de hoogste gehalten tot grotere diepte (circa 6 m-mv) vastgesteld.
De overige verhoogde gehalten lood en zink op het terrein betreffen overschrijdingen van de achtergrondwaarde. Alle verontreinigingen worden gerelateerd aan de voormalige activiteiten op de locatie, te weten een gasfabriek. Briefrapport nazorg en grondwatermonitoring 2018 Nieuwstraat 2-22 te Leidschendam, BK Ingenieurs, kenmerk JOBE/173174.05/JOTE, d.d. 11 september 2018 In het kader van de nazorg is sprake van grondwatermonitoring. Uit de grondwatermonitoring (2018) is gebleken dat ter plaatse van peilbuis 154 (op de locatie) geen sprake is van verontreinigingen boven