3713 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 16 Ecologisch onderzoek Nieuwstraat 2 - 2a
Tekst van het document
Strijkviertel 30 3454 PM De Meern 030 - 666 1746 info@vandijktech.nl
IBAN: NL26 RABO 0156884186 BIC: RABO NL 2U KvK Utrecht: 30128364 BTW nr: NL 803.844.451.B01
Datum:
04-09-2023; versie 1 (definitief)
Opdrachtnummer:
153459a
QUICKSCAN WET NATUURBESCHERMING Project:
Opdrachtgever:
herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
1828-VIII b.v. Overschiestraat 63 1062 XD Amsterdam
Uitgevoerd: Veldbezoek:
22-08-2023 (mevr. E.J. van den Berg MSc en dhr. M. van den Akker BSc)
Ecologisch adviseur: Projectleider:
mevr. E.J. van den Berg MSc dhr. ing. R.I. Satinover
www.vandijktech.nl Voor al onze werkzaamheden geldende V.O.T.B. Voorwaarden zoals vermeld op onze website en gedeponeerd bij de KvK Utrecht ondernr. 40476246.
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING................................................................................................................................................... 3 2. BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................. 3 2.1 Omgeving ................................................................................................................................................. 3 2.2 Onderzoekslocatie..................................................................................................................................... 3 2.3 Voorgaand onderzoek ............................................................................................................................... 4 3. VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING......................................... 4 3.1 Voorgenomen herontwikkeling ................................................................................................................ 4 3.2 Relevante wetgeving ................................................................................................................................. 4 4. ONDERZOEKSMETHODE .........................................................................................................................
5 4.1 Soortbescherming ..................................................................................................................................... 5 4.2 Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden ............................................................................... 6 5. TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN ............................................... 6 5.1 Vaatplanten ............................................................................................................................................... 6 5.2 Grondgebonden zoogdieren ...................................................................................................................... 7 5.3 Vleermuizen.............................................................................................................................................. 7 5.4 Reptielen en amfibieën ............................................................................................................................. 8 5.5 Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren .................................................... 8 5.6 Vogels ....................................................................................................................................................... 8 6.
TOETSING SOORTBESCHERMING ......................................................................................................... 9 6.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 9 7. TOETSING GEBIEDSBESCHERMING ................................................................................................... 11 7.1 Natura 2000 ............................................................................................................................................ 11 7.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................................................... 11 8. CONCLUSIE ............................................................................................................................................... 12 9. SLOTOPMERKINGEN .............................................................................................................................. 12
BIJLAGEN 1.1 Regionale situatie (niet op schaal) 1.2 Situatietekening (1:500; A4) 1.3 Foto-overzicht 2 Overzichtskaart Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland (NNN) 3 Wettelijk kader 4 Overzicht vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ provincie Zuid-Holland
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 2
1.
INLEIDING In opdracht van 1828-VIII b.v. (d.d. 24-07-2023) is door van Dijk geotechniek en milieu een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd aangaande een verruigd terrein met een grondwal ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam. Aanleiding voor het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming betreft het verwijderen van de vegetatie en de grondwal op het terrein, waarna de realisatie van een parkeerterrein is voorzien. Op basis van een literatuuronderzoek, een veldbezoek en expertkennis wordt de voorgenomen herontwikkeling getoetst aan de vigerende natuurbeschermingswetgeving. Inzake de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming is tussen van Dijk geotechniek en milieu en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.
2.
BESCHRIJVING OMGEVING EN ONDERZOEKSLOCATIE
2.1
Omgeving Onderhavig terrein (gemeente Stompwijk, onderdeel van kadastraal perceel sectie H, nr. 4812 ten zuidoosten van sectie H, nr. 4697) is gelegen in het zuidelijke deel van de bebouwde kom van Leidschendam. Op circa 800 m ten westen ligt het Sytwendepark en circa 1,3 km ten noordoosten ligt Leidschendammerhout. Het Sytwendepark is een waterrijk park met gazon en enkele bomen. Leidschendammerhout is een recreatiegebied van Staatsbosbeheer met grasland, bos en vijvers. Het terrein grenst ten noorden direct aan het gebouw 2-2A aan de Nieuwstraat. Een kleine parkeerplaats is aanwezig ten noordoosten. De oostzijde grenst aan tuinen van de woningen Schans 2-14. Ten zuidoosten is een groenstrook aanwezig tussen het terrein en het Goopad 1-19. Deze groenstrook bestaat uit hoge bomen en dichte begroeiing. Ten zuidwesten grenst het terrein aan openbaar groen met hoge bomen en een vijver. De ligging van de onderzoekslocatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen als Bijlage 1.1.
2.2
Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een terrein zonder gebouwen met begroeiing en een grondwal van 3 à 4 m hoog langs de noordzijde van het terrein. De grondwal beslaat het grootste deel van het terrein en de hoogste rand loopt langs het gebouw 2-2A aan de Nieuwstraat. Dit is een gebouw met een plat dak, dichte dakrand en Trespa-beplating tegen de gevel die geen toegang biedt tot een spouw. Sporadisch zijn laag bij de grond grotere kieren tussen deze platen (foto 5). Op de grondwal staan enkele bomen en is begroeiing aanwezig in de vorm van bramen en riet. Het terrein is omheind met hekwerk, waar langs de oost- en zuidzijde van het hek goten aanwezig zijn voor drainage. Het terrein wordt 1 à 2 keer per jaar ontdaan van begroeiing, met uitzondering van de bomen op het terrein. De situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 3
2.3
Voorgaand onderzoek In 2021 is door econsultancy een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd op het nabijgelegen terrein Vlietweg 3 te Leidschendam (rapportnummer 16161.001; 06-07-2021 d.d.). Hierin werd geconcludeerd dat nader onderzoek nodig was naar het voorkomen van winter-, kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaatsen van vleermuizen in de bestaande bebouwing. In 2022 is dit nader onderzoek uitgevoerd door Van Dijk Geotechniek en Milieu (opdrachtnummer 153459; 03-11-2022 d.d.). Dit nader onderzoek constateerde de aanwezigheid van twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in een vrijstaande loods. Tevens zijn vliegroutes en foerageergebieden nabij het plangebied vastgesteld, waarvan één gelegen is ten zuiden van huidig onderzoeksterrein. Naar aanleiding van de resultaten van het nader onderzoek naar vleermuizen is een ontheffing Wet Natuurbescherming voor de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden aangevraagd (zaaknummer Omgevingsdienst Haaglanden: 01072700).
3.
VOORGENOMEN HERONTWIKKELING EN RELEVANTE WETGEVING
3.1
Voorgenomen herontwikkeling In de nabije toekomst zal de grondwal en het opgaand groen binnen het hekwerk worden verwijderd waarna een parkeerterrein zal worden aangelegd. De groene strook met bomen en lagere beplanting tussen het terrein en het Goopad zal ongemoeid worden gelaten.
3.2
Relevante wetgeving De voorgenomen herontwikkeling dient getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming (2017). Deze wet vervangt en bouwt voort op drie wetten, gericht op soortbescherming (Flora- en Faunawet), gebiedsbescherming (Natuurbeschermingswet 1998) en de bescherming van houtopstanden (Boswet). In deze paragraaf is een beknopte beschrijving opgenomen van de natuurbeschermingswetgeving waaraan de voorziene herontwikkeling moet worden getoetst. In Bijlage 3 is een uitgebreidere beschrijving opgenomen. Voor de Wet natuurbescherming is de provincie het bevoegd gezag met betrekking tot de handhaving en het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen. Soortbescherming Vanuit de soortbescherming wordt een aantal dier- en plantensoorten streng beschermd. Al het handelen dat schadelijk is voor deze soorten is in beginsel verboden. Hierbij gaat het niet enkel om het doden of verstoren van individuen van deze soorten, maar tevens om vernietiging of verstoring van essentiële onderdelen van hun functionele leefomgeving (bijvoorbeeld voortplantings- en verblijfplaatsen). De streng beschermde soorten staan vermeld in drie onderdelen van de Wet natuurbescherming: - Vogelrichtlijn (artikel 3.1), - Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5), - Lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten (artikel 3.10).
Voor deze soorten geldt geen vrijstelling in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Uitzondering hierop betreft een aantal soorten van de ‘lijst nationaal beschermde dier- en plantensoorten’, waarvoor elke provincie afzonderlijk een soortenlijst heeft opgesteld. Desbetreffende lijst voor de provincie Zuid-Holland is opgenomen in Bijlage 4.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 4
Tevens geldt voor alle in het wild levende planten en dieren een zorgplicht: schadelijke handelingen zoals het doden of opzettelijk verstoren van wilde dieren en het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten is in principe verboden. Dit houdt in dat eenieder zorg dient te dragen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving en dus niet enkel voor de eerder besproken streng beschermde soorten. Gebiedsbescherming Het doel van de gebiedsbescherming is het behouden van terreinen en wateren met bijzondere natuuren landschapswaarden. Indien het plangebied nabij een dergelijk gebied is gelegen, dient vastgesteld te worden of de voorziene herontwikkeling mogelijk een effect heeft op de beschermde natuur. De beschermde gebieden in kwestie vormen samen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN liggen gebieden die onderdeel uitmaken van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, de Natura 2000-gebieden, waarvoor strengere beschermingseisen gelden. Bescherming houtopstanden Het doel van de bescherming van houtopstanden is het in stand houden van het areaal aan bos en houtopstanden.
Onder een houtopstand wordt in de Wet natuurbescherming een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend bedoeld, gelegen buiten de bebouwde kom met een minimale oppervlakte van tien are, of bestaande uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen gerekend over het totaal aantal rijen. Bomen in een tuin vallen per definitie niet onder de houtopstanden. Sommige gemeenten hebben de bescherming van hun bomenbestand verder vastgelegd in een boomverordening. Hierin wordt soms een andere definitie voor een houtopstand gehanteerd en staan regels over herplanting of compensatie bij kap. Derhalve kan het voorkomen dat er, ondanks dat er volgens de Wet natuurbescherming geen vergunningsplicht is, toch een vergunning noodzakelijk is. Deze kan worden aangevraagd bij de gemeente. Dit rapport richt zich op houtopstanden zoals deze worden gedefinieerd in de Wet natuurbescherming.
4.
ONDERZOEKSMETHODE
4.1
Soortbescherming Literatuuronderzoek Op basis van verspreidingsgegevens wordt bepaald welke streng beschermde soorten in en/of nabij het plangebied zijn waargenomen. De gebruikte verspreidingsgegevens zijn afkomstig van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en andere gerenommeerde bronnen, zoals Soortenbank, Floron, Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, Ravon en Sovon.
Veldbezoek
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 5
Op 22-08-2023 is door een tweetal ecologen (mevr. E.J. van den Berg MSc en dhr. M. van den Akker BSc) een veldbezoek uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is bepaald of binnen dan wel direct nabij onderhavig plangebied biotopen aanwezig zijn die geschikt zijn voor streng beschermde soorten welke op basis van het literatuuronderzoek in de directe omgeving van het plangebied worden verwacht. Tevens is de onderzoekslocatie globaal geïnventariseerd op het voorkomen van levende organismen of sporen (zoals resten, uitwerpselen of nesten) van streng beschermde flora en fauna. Vanwege het veldbezoek in de maand augustus sluit het niet aantreffen van individuen en/of sporen van beschermde soorten de aanwezigheid van deze soorten niet direct uit. Voor enkele soorten, zoals trekvogels en éénjarige planten, geldt dat deze seizoensgebonden zijn en derhalve niet jaarrond kunnen worden aangetroffen. Tijdens het veldbezoek wordt daarom tevens gekeken naar de aanwezigheid van specifiek habitat van beschermde soorten. Het veldbezoek betreft een oriënterende inspectie. Benadrukt wordt dat dit geen volledige inventarisatie betreft. Het onderzoek geeft een verwachting van het al dan niet voorkomen van beschermde soorten in het plangebied.
Toetsing Op basis van literatuur en ecologische deskundigheid wordt afgewogen of de voorziene ruimtelijke ingrepen mogelijkerwijs significant negatieve effecten hebben op het voorkomen van streng beschermde soorten. Wanneer dergelijke effecten niet vallen uit te sluiten zal geadviseerd worden over benodigd vervolgonderzoek. 4.2
Gebiedsbescherming en bescherming houtopstanden Met behulp van Atlas Leefomgeving wordt vastgesteld wat de afstand is van de onderzoekslocatie tot de dichtstbij gelegen Natura 2000 en NNN-gebieden. Op basis van de afstand tot de gebieden en de aard van de herontwikkeling wordt afgewogen of er mogelijk sprake is van significante aantasting of vermindering van het oppervlak of van de samenhang binnen de gebieden. Indien dit niet uit te sluiten valt zal advies worden gedaan over benodigd vervolgonderzoek. Voorts is op basis van het veldbezoek bepaald dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een houtopstand. Toetsing aan de bescherming van houtopstanden wordt derhalve achterwege gelaten.
5.
TE VERWACHTEN EN AANGETROFFEN BESCHERMDE SOORTEN In onderstaande paragrafen 5.1 t/m 5.6 worden per soortgroep de resultaten van het literatuuronderzoek en veldbezoek beschreven.
5.1
Vaatplanten Op basis van verspreidingsgegevens komen geen beschermde planten voor in de directe omgeving van het plangebied (binnen 1 km). Tijdens het bezoek zijn voornamelijk algemene planten waargenomen zoals bramen, riet, es, spaanse aak en amerikaans krentenboompje. Er zijn geen exemplaren of resten van streng beschermde vaatplanten aangetroffen.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 6
5.2
Grondgebonden zoogdieren Op basis van verspreidingsgegevens komen de streng beschermde steenmarter, bever, boommarter, damhert, eekhoorn, otter en waterspitsmuis voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen en holen en/of sporen van streng beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen. De steenmarter komt vooral voor in en nabij landelijke dorpen en rond boerderijen met kleinschalige landbouw, maar wordt ook in grote steden waargenomen. Typisch habitat bestaat uit parklandschap, steengroeven en rotsige hellingen. De soort is sterk afhankelijk van landschapselementen als groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen als corridors en als foerageergebied. De steenmarter maakt van oorsprong gebruik van stenige holen en spleten als verblijfplaats. Holtes in bebouwing, zoals in spouwmuren en dakruimtes worden ook gebruikt (Verkem et al., 2003). Er zijn enkele kleine holtes in en langs het gebouw direct grenzend aan het plangebied aangetroffen, echter zijn deze holtes niet groot genoeg voor steenmarter. Op basis hiervan kan het voorkomen van verblijfplaatsen van de steenmarter binnen het plangebied derhalve worden uitgesloten. Gezien de ligging van het plangebied te midden van de bebouwde kom kan het voorkomen van de overige streng beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden uitgesloten.
5.3
Vleermuizen In Nederland komen rond de achttien vleermuissoorten voor die allen streng beschermd zijn. Bomen en gebouwen zijn essentiële elementen voor vliegroutes, foerageergebied en/of als verblijfplaats. Op basis van verspreidingsdata komen diverse soorten vleermuizen voor in de omgeving van het plangebied. Foerageergebied en vliegroutes De locatie bestaat uit de gevel van een gebouw, terrein wat dicht begroeid is met bramen en riet, gecombineerd met enkele bomen en open water in de directe omgeving (het kanaal de Zuidvliet) en wordt derhalve geschikt geacht als jachtterrein (foerageergebied) voor vleermuizen. De bebouwing en bomen maken tevens mogelijk onderdeel uit van vliegroutes. Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen van vleermuizen bevinden zich in holtes in bomen (voornamelijk oude spechtengaten) en ruimtes in gebouwen zoals in spouwmuren, in ruimtes tussen dakbedekking en het dakbeschot, achter vensterluiken en in andere ruimtes die bereikbaar zijn door openingen (kieren, scheuren etc.) in het bouwwerk. Door het jaar heen worden verblijfplaatsen op verschillende manieren gebruikt. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen, waarbij vleermuizen andere eisen stellen aan ieder type verblijfplaats (Vleermuiswerkgroep Nederland).
In de bomen op en direct nabij onderhavig plangebied zijn geen holten en is geen loszittende schors waargenomen. Op basis van bovenstaande kunnen winter-, kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaatsen in de aanwezige bomen worden uitgesloten. Het gebouw, Nieuwstraat 2-2A, heeft een plat dak met gesloten dakrand. De gevel grenzend aan het plangebied is bekleed met Trespa-beplating met hiertussen kleine ruimtes die toegang geven tot een smalle ruimte achter de platen.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 7
De ruimte tussen deze platen is niet groot genoeg voor vleermuizen om achter de platen te komen. Op enkele plekken laag bij de grond zijn de openingen groter, echter is dit niet geschikt voor vleermuizen door de locatie dicht bij de grond. Op basis van het bovenstaande kan het voorkomen van winter-, kraam-, zomer-, en/of paarverblijfplaatsen in de bestaande bebouwing worden uitgesloten. 5.4
Reptielen en amfibieën Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde alpenwatersalamander, boomkikker, kamsalamander, rugstreeppad, vinpootsalamander, vroedmeesterpad, vuursalamander, hazelworm, muurhagedis, ringslang en zandhagedis voor in de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of amfibieën binnen het plangebied waargenomen. Er is water nabij het terrein, echter is dit sterk geëutrofieerd en volledig dichtbegroeid met eendenkroos waardoor het geen geschikt leefgebied vormt voor de hierboven genoemde soorten. Gezien het terrein tevens is gelegen te midden van een drukke woonwijk met veel verkeer kan het voorkomen van genoemde streng beschermde soorten worden uitgesloten.
5.5
Dagvlinders, libellen en kevers, vissen, kreeftachtigen en weekdieren Op basis van verspreidingsdata komen de streng beschermde grote vos, grote weerschijnvlinder, heldenbok, gevlekte witsnuitlibel, oostelijke witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel voor in de omgeving van de planlocatie. Er zijn geen individuen van streng beschermde soorten van in hoofde genoemde soortgroepen waargenomen. Gezien de ligging van het plangebied te midden van de bebouwde kom en het ontbreken van geschikt water (de vijver naast het terrein is stilstaand, sterk eutroof en volledig dichtbegroeid) en de afwezigheid van waardplanten, kan het voorkomen van de bovengenoemde soorten in het plangebied worden uitgesloten.
5.6
Vogels Naast algemene vogelsoorten, waarvan de nesten enkel in het broedseizoen beschermd zijn, zijn er ook vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Deze vogelsoorten zijn opgedeeld in vijf categorieën (1 t/m 5). Nesten van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd omdat de vogelsoorten uit deze categorieën het nest buiten het broedseizoen in gebruik nemen als vaste rust- en verblijfplaats, de soort erg honkvast is en afhankelijk is van bebouwing of biotoop, de (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar zijn of omdat de soort niet of nauwelijks in staat is zelf een nest te bouwen. Vogelsoorten uit categorie 5 zijn soorten die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed (of de directe omgeving er van), maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Nesten van vogelsoorten uit de categorie 5 zijn enkel jaarrond beschermd wanneer zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden (zoals onvoldoende alternatieven) dat rechtvaardigen. Daarnaast zijn vanuit de Wet natuurbescherming alle broedvogels, nesten en eieren beschermd.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 8
Algemene vogelsoorten Tijdens het veldbezoek zijn oude nesten en eischalen, mogelijk van algemene vogelsoorten waargenomen. Deze nesten zijn aanwezig in de bramen in het plangebied en de begroeiing aan de hekken rondom het terrein. Mogelijk broeden algemene vogelsoorten in de struiken en/of bomen en hagen op en/of nabij het plangebied en maken zij gebruik van de locatie als foerageergebied. Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 Vogelsoorten uit categorieën 1 t/m 4 die op basis van verspreidingsgegevens in de omgeving van de planlocatie voor komen zijn boomvalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en zwarte wouw. Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen, nesten en/of sporen van vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 4 waargenomen binnen het plangebied. Wegens het ontbreken van geschikte nestlocaties (zoals rustige omgeving, hoge dichtheid van hoge bomen, oude open en hoge schuren/gebouwen, openingen tussen dakpannen of tussen dakranden en stenen muren) kunnen nesten van genoemde vogelsoorten binnen onderhavig plangebied worden uitgesloten. Mogelijk maken gierzwaluw, ransuil en huismus gebruik van onderhavig plangebied als foerageergebied. Soorten uit categorie 5 Tijdens het veldbezoek zijn geen individuen van vogelsoorten uit de categorie 5 waargenomen.
Mogelijk broeden/foerageren vogelsoorten uit de categorie 5, zoals koolmees en pimpelmees, in of nabij het plangebied.
6.
TOETSING SOORTBESCHERMING
6.1
Algemeen In dit hoofdstuk worden de effecten (verstoring en/of vernietiging) van de voorgenomen herontwikkeling beschreven op streng beschermde soorten die (mogelijk) voorkomen in en/of nabij het plangebied. Deze effecten kunnen tijdelijk of permanent van aard zijn. Een tijdelijke effect bestaat bijvoorbeeld uit verstoring ten gevolge van geluid, trillingen en licht (bouwlampen) tijdens sloop- en/of nieuwbouwwerkzaamheden. Permanente effecten bestaan bijvoorbeeld uit het verdwijnen dan wel aanbrengen van begroeiing, bebouwing, verlichting, bestrating of tuinen. Aan de hand van deze effecten wordt aangegeven of de Wet natuurbescherming een belemmering vormt voor de voorgenomen werkzaamheden. Voor specifieke situaties zal worden beschreven hoe overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen. Indien het voorkomen van overtredingen niet mogelijk is, zal het uitvoeren van een nader onderzoek naar de desbetreffende soort(en) en/of een aanvullend onderzoek gericht op beschermde natuurgebieden worden geadviseerd. Vleermuizen Foerageren en vliegroutes Onderhavig plangebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van vleermuizen. De bomen en/of bebouwing maken mogelijk onderdeel uit van vliegroutes.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 9
Met de geplande herinrichting veranderd de bestaande groenstructuur door het verwijderen van bomen op de grondwal. Omdat er in de directe omgeving van het plangebied voldoende (al dan niet betere) opgaande structuren (in de vorm van bebouwing en bomen) aanwezig zijn, zal er geen sprake zijn van significante aantasting van eventuele essentiële vliegroutes en wordt niet verwacht dat het huidige terrein een essentieel onderdeel uitmaakt van foerageergebied. Wel dient er tijdens de werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) rekening te worden gehouden met vleermuizen. Vleermuizen kunnen bijvoorbeeld verstoord worden door verlichting. Vleermuizen vliegen en foerageren bij schemer en in het donker. Derhalve zullen werkzaamheden bij daglicht geen verstoring veroorzaken. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende groenstructuren optreedt. Vogels Foerageren Onderhavig plangebied maakt mogelijk deel uit van foerageergebied van algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorieën 1 t/m 5. Met de geplande herinrichting wordt de aanwezige groenstructuur verwijderd waardoor er verlies van foerageergebied is.
Echter, gezien de beperkte omvang van het plangebied en de gelijkwaardige foerageeralternatieven in de directe omgeving wordt aangenomen dat het plangebied geen essentieel onderdeel uitmaakt van het foerageergebied van algemene vogelsoorten en soorten uit de categorieën 1 t/m 5. Broeden algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5 Mogelijk broeden binnen of nabij het plangebied algemene vogelsoorten en vogelsoorten uit de categorie 5. Voor algemene soorten geldt een vrijstelling in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Voor de meeste soorten uit de categorie 5 die binnen het plangebied kunnen voorkomen geldt dat er geen sprake is van een afnemende trend in het voorkomen (sovon.nl). Voorts blijven na de herinrichting nog voldoende alternatieven voor genoemde soorten over in de directe omgeving van het plangebied. Er is dan ook geen sprake van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden voor vogelsoorten uit categorie 5. Alle vogels Vanuit de Wet natuurbescherming zijn alle broedvogels, nesten en eieren beschermd. Indien de werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd worden mogelijk nesten verstoord of vernietigd. Derhalve dient rekening te worden gehouden met broedvogels in het algemeen. Geadviseerd wordt met de start van de werkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen met voorkeur in de winter aan te vangen.
De meeste vogels broeden in de periode van circa 15 maart tot 15 juli. Echter wordt benadrukt dat alle broedvogels beschermd zijn ook als zij buiten het reguliere broedseizoen broeden. Indien de aanvang van de werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie kort voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Aanwezigheid van eventuele nesten kan er toe leiden dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden tot na het broedseizoen.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 10
7.
TOETSING GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt de voorziene ruimtelijke ingreep getoetst aan de gebiedsbescherming van Natura-2000 en het NNN. Een kaart van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000 en het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 2.
7.1
Natura 2000 De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen 1: Meijendel & Berkheide, 2: Westduinpark & Wapendal, 3: De Wilck, respectievelijk gelegen op circa 5,5 km ten noordwesten, 9 km ten zuidwesten en 11 km ten noordoosten. In de beheerplannen van deze Natura 2000-gebieden zijn diverse doelstellingen opgenomen met betrekking tot specifieke habitattypes (o.a. behoud oppervlakte en kwaliteit of uitbreiding oppervlakte en verbetering kwaliteit). Gezien de ligging van de onderzoekslocatie (temidden van de bebouwde kom) en de afstand tot de Natura 2000-gebieden worden geen negatieve mechanische, fysische en direct menselijke effecten verwacht op de instandhoudingsdoelstellingen van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden Meijendel & Berkheide en Westduinpark & Wapendal behoren echter wel tot de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, waarbij voor diverse habitattypes (grijze duinen, vochtige duinvalleien en duinbossen) geldt dat deze gevoelig tot zeer gevoelig zijn voor verzuring en/of vermesting door stikstofdepositie (en daarmee het verdwijnen van deze habitattypes en de bij de habitattype behorende doelsoorten). Echter, gezien de tijdelijkheid van de geplande werkzaamheden worden geen negatieve effecten van stikstofdepositie verwacht op de eerder benoemde Natura 2000gebieden.
7.2
Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie ligt op circa 1,6 km ten zuidwesten van het dichtstbijzijnde gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit betreft een groenstrook met verruigde akkers en jong bos (gelegen tussen Leidschendammerhout en de Starrevaartse Plas). Een kaart van de ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het NNN in de omgeving is opgenomen als Bijlage 2. Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand tussen de planlocatie en het NNN wordt niet aannemelijk geacht dat de voorziene ruimtelijke ingreep zal leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.
04-09-2023 versie 1 (definitief)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 11
8.
CONCLUSIE Aan de hand van de bevindingen van het literatuuronderzoek en het veldbezoek kan worden geconcludeerd dat er binnen de locatie geen sprake is van vaste verblijfplaatsen, jaarrond beschermde nesten of essentieel leefgebied van beschermde soorten. Tevens zijn er vanuit de bescherming houtopstanden geen bezwaren tegen de voorziene herontwikkeling. Wel dient voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden rekening te worden gehouden met: vleermuizen (foerageren en vliegroutes); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen, i.v.m. verstoring door kunstlicht, bij daglicht uitgevoerd te worden. Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits de bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt, broedvogels in het algemeen; met de start van de werkzaamheden dient buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) met voorkeur in de winter te worden aangevangen. Indien de start van de geplande werkzaamheden toch gepland staat tijdens het broedseizoen, dient de planlocatie voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd te worden op broedgevallen. Benadrukt wordt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht.
Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.
9.
SLOTOPMERKINGEN Er is gestreefd naar het verkrijgen van een goede inschatting van het voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Echter kan op basis van de bevinding en resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming niet worden uitgesloten dat er binnen het plangebied incidenteel streng beschermde soorten voorkomen die redelijkerwijs niet op de onderzoekslocatie worden verwacht. Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat de uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming een momentopname is. Hierdoor zijn de waarnemingen tijdens het veldwerk beperkt houdbaar (3 tot 5 jaar; afhankelijk van het beschermingsregime van de betreffende soort). In vertrouwen u hiermede van dienst te zijn geweest, verblijven wij, hoogachtend, van Dijk geotechniek en milieu
dhr. drs. M.R. Hanraads (directeur)
04-09-2023 versie 1 (definitief)
dhr. ing. R.I. Satinover (projectleider Milieu)
Quickscan Wet natuurbescherming herontwikkeling, terrein ten zuidoosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam
153459a Pagina 12
Bijlage 1
1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Foto-overzicht
REGIONALE SITUATIE
Deze kaart is noordelijk georiënteerd
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern
Legenda onderzoekslocatie
Bijlage 1.1
Project:
Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl
herontwikkeling, perceel ten zuid(oost)en van Nieuwstraat 2-2A
Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:
Leidschendam 153459a niet op schaal augustus ’23
af af
af
af af
af af af r
af k
r
r
k
af
af k k
2 r
4
k
2-2A af af
6 k k k
k
cai
r
af
8
af
ud
af
tal
10
3
4
r r
12
C
k
5
k
htss
c Amba
14
k
19A
1
de Schans
2 rio
bk
k
r r bk
r
k
Goopad
r
Goopad
af
r
r k
0 bk
foerageergebied gewone dwergvleermuis
19 17 Legenda: nieuw plangebied foto
15
13
11
9
7
5
3
straat
af
5
10
15 r
r Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN k k
1
20
de25Schans 30
Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl
Project: Herontwikkeling perceel ten (zuid) oosten van Nieuwstraat 2-2A te Leidschendam 11 9 Gewijzigd: Opdrachtnr.: 153459a Gewijzigd: Schaal: 1:500 (A4) Gewijzigd: Datum: 30-08-2023 Controle: Getek.: A.Demir
7
FOTOREPORTAGE Foto 1
grondwal tegen de gevel van Nieuwstraat 2-2A
Foto 2
oostzijde van het plangebied
Foto 3 bomenrij bovenop de grondwal
Foto 4
dichte dakrand
Foto 5 openingen laag bij de grond
Foto 6
vogelnest boven het omheiningshek
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl
herontwikkeling, perceel ten (zuid)oosten van Nieuwstraat 2-2A
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
Leidschendam 153459a augustus ’23 1/1
Bijlage 2
Natura 2000-gebieden & Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Natura 2000 en NNN-gebieden rondom het plangebied
Meijendel en Berkheide (5,5 km)
De Wilck (11 km)
Westduinpark en Wapendal (9 km)
Deze kaart is noordelijk georiënteerd bron: Atlas Leefomgeving
Legenda Natura-2000 gebied NNN-gebied onderzoekslocatie
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern
Project:
Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl
herontwikkeling, perceel ten zuid(oost)en van Nieuwstraat 2-2A
Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:
Leidschendam 153459a niet op schaal augustus ’23
Bijlage 3
Wettelijk kader
NATUURBESCHERMINGSWETGEVING
Algemeen De natuurwetgeving in Nederland bestaat uit drie onderdelen, te weten soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet), gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) en bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet) die per 1 januari 2017 allen vallen onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Soortbescherming De Wet Natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. Het uitgangspunt van de soortenbescherming is 'Nee, tenzij'. Dit houdt in dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten in beginsel verboden is. Met behulp van een ontheffing of vrijstelling kan van dit verbod worden afgeweken. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen opgesomd. De Wet Natuurbescherming verdeelt soorten over drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten (incl. Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn) en andere soorten. Soorten Vogelrichtlijn Hier onder vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Voor activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.1: Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels 1.
levende vogels opzettelijk te doden of te vangen 2. nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Vogels opzettelijk te verstoren. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.5: Verboden ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoelt in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen
5.
Het is verboden planten van deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Naast de bescherming van vogels middels de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is door de RVO een aanvullend beschermingsregime opgesteld. Binnen dit beschermingsregime geldt voor alle broedvogels een gelijke bescherming. Hierdoor is het vaak noodzakelijk dat werkzaamheden buiten het broedseizoen (over het algemeen van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Ook vogels die buiten het reguliere broedseizoen broeden zijn beschermd. Aanvullend zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Deze vogelsoorten zijn ingedeeld in de volgende vijf categorieën: 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De nesten van vogelsoorten opgenomen in categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd; de nesten van vogelsoorten uit categorie 5 zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Om te bepalen of er voldoende alternatieven zijn kan een inventarisatie of omgevingscheck te worden uitgevoerd. Voor de aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Soorten van de lijst ‘andere soorten’ Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Elke provincie geeft middels een vrijstellingsverordening aan welke soorten uit artikel 3.10 binnen de betreffende gemeente een vrijstelling genieten voor het verrichten van handelingen in het kader van ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en bestendig gebruik. De lijst met beschermde soorten binnen dit beschermingsregime is dus per provincie verschillend. Art 3.10: Verboden ten aanzien van de soorten van de lijst ‘andere soorten’. Het wetsontwerp bestaat uit twee lijsten waarvan één met diersoorten (bijlage; onderdeel A) en één met plantensoorten (bijlage; onderdeel B). 1. Het is verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen. 2.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te vernielen. 3. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De beschermingsregimes met de daarin beschreven beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming zijn te vinden op de website van de RvO (www.rvo.nl). Daarnaast geldt de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de Wet Natuurbescherming wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Gebiedsbescherming Met behulp van de Wet Natuurbescherming (de voormalige Natuurbeschermingswet 1998) worden Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden) beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden algemene en gebiedsspecifieke doelstellingen. Verder zijn gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voormalige EHS) planologisch beschermd. Deze wettelijke bescherming van het NNN verloopt niet via de natuurwetgeving maar via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In of in de nabijheid van de beschermde gebieden zijn handelingen verboden die de waarden, kenmerken of functies van het gebied kunnen aantasten. Voor nadere informatie met betrekking tot gebiedsbescherming wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).
Bescherming van houtopstanden Vanuit de Wet Natuurbescherming (de voormalige Boswet) geldt dat het vellen van een (deel van een) houtopstand van te voren gemeld moet worden. Na het vellen geldt de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000doel.
Bijlage 4
Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten' provincie Zuid-Holland
Vrijgestelde soorten beschermingsregime ‘andere soorten’ Provincie Zuid-Holland Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Amfibieën
bruine kikker
Rana temporaria
Amfibieën
gewone pad
Bufo bufo
Amfibieën
kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Amfibieën
meerkikker
Pelophylax ridibundus
Amfibieën
middelste groene kikker/bastaardkikker
Pelophylax kl. esculentus
Zoogdieren-landzoogdieren
aardmuis
Microtus agrestis
Zoogdieren-landzoogdieren
bosmuis
Apodemus sylvaticus
Zoogdieren-landzoogdieren
bunzing
Mustela putorius
Zoogdieren-landzoogdieren
dwergmuis
Micromys minutus
Zoogdieren-landzoogdieren
dwergspitsmuis
Sorex minutus
Zoogdieren-landzoogdieren
egel
Erinaceus europeus
Zoogdieren-landzoogdieren
gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
Zoogdieren-landzoogdieren
haas
Lepus europeus
Zoogdieren-landzoogdieren
hermelijn
Mustela erminea
Zoogdieren-landzoogdieren
huisspitsmuis
Crocidura russula
Zoogdieren-landzoogdieren
konijn
Oryctolagus cuniculus
Zoogdieren-landzoogdieren
ree
Capreolus capreolus
Zoogdieren-landzoogdieren
rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Zoogdieren-landzoogdieren
veldmuis
Microtus arvalis
Zoogdieren-landzoogdieren
vos
Vulpes vulpes
Zoogdieren-landzoogdieren
wezel
Mustela nivalis
Zoogdieren-landzoogdieren
woelrat
Arvicola terrestris