3713 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 15 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
5.
RESULTATEN Gedurende de eerste onderzoeksronde van het voorjaarsonderzoek is een kraamverblijfplaats vastgesteld op circa 35 m afstand ten noorden van het plangebied. Tijdens de telling zijn tientallen gewone dwergvleermuizen uitvliegend vanuit het gebouw aan de Nieuwstraat waargenomen. Deze vleermuizen gebruikten de loodsen binnen het plangebied als vliegroute naar de ruigte achter het plangebied en de bomenrij aan de westzijde van het plangebied. Gedurende de tweede en derde ronde van het voorjaarsonderzoek is de aanwezigheid van twee zomerverblijfplaatsen in de vrijstaande loods geconstateerd. Het betrof in beide gevallen een verblijfplaats van gewone dwergvleermuis. De invliegopeningen bevinden zich onder de daklijst aan de kopse kant van het gebouw en ter hoogte van de schuifdeur aan de zuidzijde van het pand. Daarnaast doen de loodsen dienst als vliegroute van en naar de waterloop en achterliggende ruigte aan de achterzijde van het plangebied. Rondom de waterloop en bomenrij achter geschakelde loodsen werd tijdens de onderzoeksrondes actief gefoerageerd. Daarnaast zijn overvliegende individuen van de rosse vleermuis, laatvlieger, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen, deze vleermuizen hadden geen binding met het plangebied.
Belangrijke waarnemingen (zoals verblijfplaatsen, vliegroutes of territoriumgedrag) zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 1.2. Foto’s van aangetroffen verblijfplaatsen worden weergegeven in het foto-overzicht in Bijlage 1.3.
6.
CONCLUSIES Binnen het plangebied zijn twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. De vaste verblijfplaatsen bevinden zich beiden in de vrijstaande loods, onder de daklijst en ter hoogte van de schuifdeur. Daarnaast worden de loodsen intensief gebruikt als vliegroute om bij de ruigte en groenstructuren rondom het plangebied te komen, welke dienst doen als foerageergebied. Echter zijn er in de nabije omgeving van het plangebied voldoende alternatieve lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van opgaand groen en bebouwing zodat het foerageergebied bereikbaar blijft. Buiten het plangebied (op 35 m afstand) is een kraamkolonie van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. De kraamverblijfplaats bevindt zich in de bebouwing tegenover het plangebied. Gezien de ruime afstand tot onderhavig plangebied valt deze verblijfplaats buiten de invloedssfeer van de voorziene herontwikkeling.
03-11-2022 versie 1 (definitief)
Nader ecologisch onderzoek herontwikkeling, Vlietweg 3 te Leidschendam
153459 Pagina 6
Bij de voorziene sloop van de op het perceel aanwezige loodsen zullen twee verblijfplaatsen ter plaatse van de vrijstaande loods, vernietigd worden. Tevens kan aantasting (doden) van individuen door de geplande sloop niet worden uitgesloten. Vleermuizen genieten een strikte bescherming onder de Wet natuurbescherming. Zowel vernietiging/verstoring van verblijfplaatsen, als het (opzettelijk) doden van een individu betekend een overtreding van de verbodsbepalingen zoals die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Teneinde de werkzaamheden te kunnen realiseren dient een aanvraag tot ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden ingediend bij de provincie Zuid-Holland. Algemeen Pas ná het verkrijgen van een ontheffing Wet natuurbescherming kan (op basis van een ecologisch werkprotocol) met de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden/herontwikkeling worden aangevangen. Voorts dienen de overige aanbevelingen in acht genomen te worden: • vleermuizen (foerageren en vliegroutes); werkzaamheden in de actieve periode van vleermuizen (van april/mei tot oktober/november) dienen bij daglicht uitgevoerd te worden.
Eventueel kunnen werkzaamheden ook bij schemer en in het donker worden uitgevoerd mits bouwlampen goed worden gericht zodat geen verlichting van de omliggende structuren optreedt, • broedvogels in het algemeen; geadviseerd wordt met de start van de werkzaamheden buiten het reguliere broedseizoen (van circa 15 maart tot 15 juli) aan te vangen; bij voorkeur in de winter. Indien de start van de werkzaamheden toch is voorzien in het reguliere broedseizoen wordt geadviseerd om ruim voor de start van het broedseizoen de locatie onder begeleiding van een ecoloog ongeschikt te maken voor (algemene) broedvogels. Op deze manier wordt de kans op broedgevallen voor of tijdens de werkzaamheden vermindert. Indien er tijdens de werkzaamheden alsnog actieve nesten worden aangetroffen dienen hiervoor passende maatregelen te worden genomen. Benadrukt wordt dat ten allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving.
7.
SLOTOPMERKINGEN Wellicht ten overvloede wordt er op gewezen dat het uitgevoerde nader ecologisch onderzoek naar vleermuizen een momentopname is. Hierdoor zijn de waarnemingen tijdens het veldwerk beperkt houdbaar (circa 3 jaar). hoogachtend, van Dijk geo- en milieutechniek b.v.
dhr. drs. M.R. Hanraads (algemeen directeur)
03-11-2022 versie 1 (definitief)
mevr. N.J. van Pelt (junior projectleider Milieu/ecoloog)
Nader ecologisch onderzoek herontwikkeling, Vlietweg 3 te Leidschendam
153459 Pagina 7
Bijlage 1
1.1 Regionale situatie 1.2 Situatietekening 1.3 Fotoreportage
REGIONALE SITUATIE
Deze kaart is noordelijk georiënteerd
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM De Meern
Legenda onderzoekslocatie
Bijlage 1.1
Project:
Tel. : 030 - 666 1746 E-mail : teken@vandijktech.nl
herontwikkeling, vlietweg 3 te Leidschendam
Plaats: Opdrachtnr.: Schaal: Datum:
Leidschendam 153459 niet op schaal oktober ’22
m
5
-4 43
et
r
1C-1H
44
cai k
hm
k
5
1-1B
7-7A
11
13
m
15
k wl wl
bk k
r
k
wl
wlwl
af
k
k
k wl wl
wl
k
wl
k k
wl wl
r
k
m r et
Nieuwstraat
k
af
af
r
k k k
rb
af
k
k af r
g twe
Vlie
k
af
bk
k
r r k
r k
k
k
cai
k
4-20B
k bk r
k
af r
k
k
8
r
cai
9
r k r
bk
af
af
af af
af af
af
af af
af af
af af af
af
af
af af
af af af
af
af af
af af
af
af af af af
10 r
k k
k
k
r
r k
rio r
k
2-2A af af
k
A
9A
r
+B
af af
3
C
8A
3
bk
0
Legenda: onderzoekslocatie kraamkolonie gewone dwergvleermuis zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis foerageergebied gewone dwergvleermuis vliegroute
5
10
15
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30, 3454 PM DE MEERN
20
25
30
Tel. : 030 - 666 17 46 E-mail : info@vandijktech.nl
Project: herontwikkeling, Vlietweg 3 te Leidschendam Gewijzigd: 03-11-2022 AD Opdrachtnr.: 153459 Gewijzigd: Schaal: 1:500 (A3) Gewijzigd: Datum: 15-02-2022 Controle: Getek.: M.R
FOTOREPORTAGE Foto 1
Noordelijke gevel geschakelde loodsen (Econsultancy).
Foto 2
Noordelijke gevel losstaande loods (Econsultancy).
Foto 3 Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis onder daklijst van losstaande loods.
Foto 4
Zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis achter schuifdeur losstaande loods.
Adviesbureau voor geotechniek en milieu Strijkviertel 30 3454 PM DE MEERN
Project:
Bijlage 1.3
projectnaam, straatnaam
Plaats: Opdrachtnr.: Datum: Volgnummer:
plaatsnaam 15XXX oktober ’22 1/1
Tel. : 030 - 666 17 46 Fax : 030 - 666 48 54 E-mail : teken@vandijktech.nl
Bijlage 2
Wettelijk kader
NATUURBESCHERMINGSWETGEVING
Algemeen De natuurwetgeving in Nederland bestaat uit drie onderdelen, te weten soortbescherming (voormalige Flora- en faunawet), gebiedsbescherming (voormalige Natuurbeschermingswet 1998) en bescherming van houtopstanden (de voormalige Boswet) die per 1 januari 2017 allen vallen onder de nieuwe Wet Natuurbescherming. Soortbescherming De Wet Natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkomende wilde dier- en plantensoorten. Het uitgangspunt van de soortenbescherming is 'Nee, tenzij'. Dit houdt in dat alles wat schadelijk is voor bedreigde soorten in beginsel verboden is. Met behulp van een ontheffing of vrijstelling kan van dit verbod worden afgeweken. Onderstaand zijn de verbodsbepalingen opgesomd. De Wet Natuurbescherming verdeelt soorten over drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten (incl. Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn) en andere soorten. Soorten Vogelrichtlijn Hier onder vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). Voor activiteiten zoals ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.1: Verboden m.b.t. van nature in Nederland in het wild levende vogels 1.
levende vogels opzettelijk te doden of te vangen 2. nesten, rustplaatsen en eieren opzettelijk te vernielen of te beschadigen of nesten van vogels weg te nemen. 3. Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Vogels opzettelijk te verstoren. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Voor activiteiten als ruimtelijke ontwikkelingen of het bestendig beheren of onderhouden van watergangen, bermen, natuurterreinen en dergelijke zijn geen provinciale vrijstellingen mogelijk. Art. 3.5: Verboden ten aanzien van soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoelt in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen
5.
Het is verboden planten van deze soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Naast de bescherming van vogels middels de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is door de RVO een aanvullend beschermingsregime opgesteld. Binnen dit beschermingsregime geldt voor alle broedvogels een gelijke bescherming. Hierdoor is het vaak noodzakelijk dat werkzaamheden buiten het broedseizoen (over het algemeen van 15 maart tot 15 juli) worden uitgevoerd. Ook vogels die buiten het reguliere broedseizoen broeden zijn beschermd. Aanvullend zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Deze vogelsoorten zijn ingedeeld in de volgende vijf categorieën: 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
De nesten van vogelsoorten opgenomen in categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd; de nesten van vogelsoorten uit categorie 5 zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Om te bepalen of er voldoende alternatieven zijn kan een inventarisatie of omgevingscheck te worden uitgevoerd. Voor de aangepaste lijst jaarrond beschermde nesten wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Soorten van de lijst ‘andere soorten’ Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Elke provincie geeft middels een vrijstellingsverordening aan welke soorten uit artikel 3.10 binnen de betreffende gemeente een vrijstelling genieten voor het verrichten van handelingen in het kader van ruimtelijke ingrepen, bestendig beheer en bestendig gebruik. De lijst met beschermde soorten binnen dit beschermingsregime is dus per provincie verschillend. Art 3.10: Verboden ten aanzien van de soorten van de lijst ‘andere soorten’. Het wetsontwerp bestaat uit twee lijsten waarvan één met diersoorten (bijlage; onderdeel A) en één met plantensoorten (bijlage; onderdeel B). 1. Het is verboden om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet opzettelijk te doden of te vangen. 2.
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te vernielen. 3. Het is verboden vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
De beschermingsregimes met de daarin beschreven beschermde soorten van de Wet Natuurbescherming zijn te vinden op de website van de RvO (www.rvo.nl). Daarnaast geldt de zorgplicht voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende dieren en planten en hun leefomgeving. Voor nadere informatie met betrekking tot de Wet Natuurbescherming wordt verwezen naar de website van de RvO (www.rvo.nl). Gebiedsbescherming Met behulp van de Wet Natuurbescherming (de voormalige Natuurbeschermingswet 1998) worden Natura 2000-gebieden (habitat- en vogelrichtlijngebieden) beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden algemene en gebiedsspecifieke doelstellingen. Verder zijn gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Nederland (NNN; voormalige EHS) planologisch beschermd. Deze wettelijke bescherming van het NNN verloopt niet via de natuurwetgeving maar via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In of in de nabijheid van de beschermde gebieden zijn handelingen verboden die de waarden, kenmerken of functies van het gebied kunnen aantasten. Voor nadere informatie met betrekking tot gebiedsbescherming wordt verwezen naar de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (www.rvo.nl).
Bescherming van houtopstanden Vanuit de Wet Natuurbescherming (de voormalige Boswet) geldt dat het vellen van een (deel van een) houtopstand van te voren gemeld moet worden. Na het vellen geldt de plicht om hetzelfde areaal te herplanten. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. De herplantplicht vervalt voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000doel.
Bijlage 4
Stukken t.b.v. onderbouwing alternatievenafweging en belang
Samen werken aan goed wonen Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
Inhoud Samen werken aan goed wonen
3
1. Een miljoen toekomstbestendige woningen erbij in 10 jaar
6
2. Een betaalbaar huis voor iedereen
11
3. Samen werken aan vitale en leefbare buurten
13
4. Versnellen verduurzamen gebouwde omgeving
16
5. Financiële paragraaf Wonen
19
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
2
Samen werken aan goed wonen Iedereen in Nederland moet in een huis kunnen wonen dat bij hem of
buurt, maar krijgen niet altijd de zorg of ondersteuning
haar past. Jong of oud, alleenstaand of samenwonend, autochtoon of
die ze nodig hebben. Door gebrek aan sociale infra-
nieuwkomer. Wonen is voor iedereen een noodzakelijke basis in zijn
structuur en de uitdagingen in de fysieke infrastructuur
of haar leven.
staat de leefbaarheid onder druk in zowel steden als in dorpen, niet alleen in de Randstad maar ook daarbuiten. Helaas is er om verschillende redenen een groot
Krimpregio’s hebben behoefte aan maatwerkoplossingen
woningtekort ontstaan. Eerdere prognoses voorzagen
als transformaties en woningen die passen bij de ont-
onvoldoende de effecten van een groeiende bevolking,
wikkeling van dorpen en gemeenschappen. Daarnaast
kleiner wordende huishoudens, langer zelfstandig
ligt er de opgave om de Nederlandse woningvoorraad te
wonende ouderen en immigratie (statushouders en
verduurzamen en we willen de ambities van het Klimaat-
arbeidsmigranten). Meer mensen die eerder in instel-
akkoord realiseren.
lingen verbleven, wonen nu zelfstandig. Bezuinigingen en beleidswijzigingen leidden er tijdens de kredietcrisis
Het kan beter!
toe dat de vraag naar woningen tijdelijk sterk terugviel.
De urgentie is hoog, te veel mensen ervaren het
Plannen werden geschrapt, waardoor bouwcapaciteit
dagelijks. Kortom: er liggen flinke opgaven om ervoor
wegvloeide. Daardoor moeten nu veel mensen lang
te blijven zorgen dat iedereen in Nederland goed kan
wachten op een huis. Starters komen in de knel omdat
wonen. Er zijn voldoende analyses van oorzaken. Die
ze geen betaalbaar huis kunnen vinden. De doorstroming
hoeven we niet over te doen. Wij willen nu vooruitkijken.
stokt, waaronder ouderen die hun woning niet doorgeven
Deze Actieagenda Wonen is bedoeld om die uitdagingen
aan de jongere generatie bij gebrek aan passende
aan te pakken. Een goed functionerende woningmarkt is
woningen. De schaarste heeft een prijsopdrijvend effect.
van groot belang voor de Nederlandse economie. Een
Noodgedwongen worden levensbeslissingen uitgesteld.
goed woonklimaat is cruciaal voor het welzijn van iedereen.
Doorstroom vanuit zorgorganisaties stuit op lange wachtlijsten. Voor kwetsbare mensen met psychische
Wij, dat zijn 34 organisaties, die allemaal actief zijn op
problematiek stagneert hun herstel. Het aantal dak- en
het brede werkveld van het wonen, bouwen en op het
thuislozen verdubbelde in de afgelopen tien jaar.
werkveld van zorg en ondersteuning. Wij willen al die mensen weer perspectief bieden. Perspectief op een
Maar dat is nog niet alles. Wijken en buurten in heel
koop- of huurhuis dat bij hen past in een buurt waarin
Nederland gaan achteruit, waardoor onveiligheid, ver-
ze zich thuis en welkom voelen. Een huis dat ze kunnen
loedering en ondermijning op de loer liggen. Kwetsbare
betalen en dat energiezuinig is. Maar het gaat niet alleen
bewoners en ouderen wonen vaker zelfstandig in de
om de stenen, maar ook om het sociale aspect. We willen ook perspectief bieden op de aandacht en zorg thuis in de wijk. Op een leefbare, zorgzame en veilige buurt. Natuurlijk zijn we het niet overal over eens: allemaal behartigen we een specifiek belang. Bewoners moeten erop kunnen rekenen dat hun woonlasten betaalbaar
De urgentie is hoog, te veel mensen ervaren
blijven. Beleggers, ontwikkelaars en de bouw willen redelijke investeringsvoorwaarden om aan de vraag naar
het dagelijks. Kortom: er liggen flinke opgaven
woningen te kunnen voldoen. Gemeenten en provincies
om ervoor te blijven zorgen dat iedereen
willen op regionaal niveau afspraken kunnen maken
in Nederland goed kan wonen.
ties willen ruimte om volkshuisvester te kunnen zijn.
over de brede aanpak van het wonen. Woningcorpora-
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
3
Maar in domeindiscussies kan niemand wonen. We zijn
tijd investeren we gezamenlijk honderden miljarden euro’s
allemaal doordrongen van de noodzaak om aan de slag
in wonen en woonomgeving. Dat leidt tot een forse
te gaan en resultaten te bereiken. We voelen ons allen
economische impuls en direct en indirect tot aanzienlijke
verantwoordelijk voor de toekomst van het wonen in
werkgelegenheidsgroei. Hoognodig na de coronacrisis.
Nederland. Versnelling van de woonopgave kan alleen plaatsvinden als er samenspel is tussen alle partijen en
Dit zijn onze ambities. We denken dat die onder de juiste
tussen regionale kennis, regionale en provinciale regie,
omstandigheden haalbaar zijn. Daar gaan we graag het
nationale regelgeving, voldoende instrumenten en finan-
gesprek met de politiek en een nieuw kabinet over aan.
ciële investeringen. Een gezamenlijke aanpak brengt met
Zonder maatregelen aan rijkszijde kan dit bod immers
zich mee dat er op de hele woningmarkt wat gebeurt. In
maar gedeeltelijk werkelijkheid worden; we hebben
samenhang. Er is voor ons allemaal meer dan genoeg te
elkaar hard nodig bij deze opgaven. We beschouwen
doen. Laten we de mouwen opstropen.
elkaar en het Rijk als partners, samen dragen we de verantwoordelijkheid om iedereen in Nederland goed te
Vanuit die gedachte is deze Actieagenda Wonen tot
laten wonen. Gelet op de urgentie van deze agenda is
stand gekomen. Met een ambitieus maar haalbaar
versterking van de uitvoeringskracht noodzakelijk.
woningbouwprogramma. Met stevige investeringen in
Dit is wat ons betreft dan ook de start van een langdurige
verduurzaming. Met meer samenwerking van instanties,
samenwerking waarin we continu blijven zoeken naar
zorgprofessionals en vrijwilligers in kwetsbare wijken.
verbetering in de uitvoering. Ieder kwartaal willen we
Meer mogelijkheden om woonwensen te realiseren.
met elkaar de stand opnemen en bijsturen waar nodig.
Meer keuzemogelijkheden voor ouderen en startmoge-
Dat doen we in het belang van de bewoners in alle wijken
lijkheden voor jonge mensen. En met extra maatregelen
en buurten in Nederland.
zodat woonlasten betaalbaar zijn voor mensen. In 10 jaar
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
4
Wij ondertekenen de Actieagenda Wonen: Aannemersfederatie Nederland (AFNL)
Nederlandse Ondernemersvereniging
ActiZ
voor Afbouwbedrijven (NOA)
Aedes
Nederlandse Vereniging van Banken
ANBO
Nederlandse Vereniging Toeleverende
Centrum Hout
Bouwmaterialenindustrie (NVTB)
Energie-Nederland
NEPROM
De Bouwagenda
Netbeheer NL
de Nederlandse ggz
Romazo Professionals
Divosa
Sociaal Werk Nederland
FME
Techniek Nederland
G40
Valente
Interprovinciaal Overleg (IPO)
Vastgoedmanagement Nederland
Kences
Verbond van Verzekeraars
Koninklijke Bouwend Nederland
Vereniging Eigen Huis
Koninklijke Hibin
Vereniging Nederlandse Gemeenten
Koninklijke NLingenieurs
Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed,
Koninklijke OnderhoudNL
Nederland (IVBN)
Nederlandse Coöperatieve Vereniging van Makelaars
WoningBouwersNL
en Taxateurs (NVM)
Woonbond
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
5
1. Een miljoen toekomstbestendige woningen erbij in 10 jaar Het woningtekort is opgelopen tot meer dan 300.000 woningen.
• Vanaf de huidige productie van ongeveer 71.000
Door de grote schaarste stegen prijzen sterk in grote delen van het
woningen per jaar groeien we hier naartoe. Om het
land, zowel in de huur- als de koopsector. Wonen dreigt voor veel
gemiddelde te halen moeten we daarna doorgroeien
mensen onbetaalbaar te worden. Als we niet rigoureus ingrijpen wordt
tot misschien wel 120.000 woningen per jaar. Dat is
het alleen maar erger. De sleutel ligt in meer aanbod, vooral in het
een uiterst ambitieuze doelstelling die alleen haalbaar
middensegment. Om weer naar gezonde regionale woningmarkten
is als overheden, marktpartijen en maatschappelijke
te groeien, moet de woningbouwproductie in alle prijssegmenten
organisaties alles uit de kast halen om dit mogelijk
verhoogd worden. Daarvoor is nodig dat alle overheden, maat-
te maken.
schappelijke organisaties en marktpartijen zich gezamenlijk inzetten. • We bouwen in alle segmenten, waarbij met name het Een stevig nieuwbouw- en transformatieprogramma
middensegment een impuls krijgt. Naast woningen voor
• In het komende decennium komen er een miljoen
starters bouwen we ook om doorstroming te stimuleren
nieuwe woningen bij door nieuwbouw, herstructure-
en verhuisketens in gang te zetten. Zo kunnen zoveel
ring en transformatie. Daarmee dringen we het
mogelijk huishoudens hun woonwensen realiseren en
woningtekort terug tot onder de 2%. Gemiddeld
voorkomen we dat we nu te veel kleine, in de toekomst
bouwen we jaarlijks 100.000 nieuwe woningen in
niet-courante, woningen bouwen. Doorstroming vanuit
de komende 10 jaar.
de sociale huursector naar het middensegment creëert ook in de bestaande woningvoorraad meer ruimte.
• De onderstaande verdeling (figuur 1) is indicatief en
Studenten en starters komen daar dan sneller aan de
afhankelijk van de regionale en lokale behoefte en de
beurt. De reguliere verkoop van sociale huurwoningen
specifieke tekorten in die regio. Het bouwprogramma
geeft huurders de kans om door te stromen naar het
van jaarlijks 100.000 woningen moet leiden tot
koopsegment en zorgt in combinatie met nieuwbouw
gezonde gemixte wijken en financieel haalbaar zijn.
van sociale huurwoningen voor verversing van het corporatiebezit. Door woningen voor ouderen te bouwen, verleiden we hen om hun eengezinswoning te verlaten
Figuur 1
en komen deze woningen vrij voor gezinnen. Regionaal maatwerk en vraaggericht bouwen zijn uitgangspunten.
Indicatieve verdeling nieuwbouw Totale gemiddelde woningproductie = 100.000
• De investeringsimpuls in de woningbouw willen wij Sociale huur Vrije sector (koop en huur)
tevens benutten om een grote en vernieuwende kwaliteitsslag te maken. Nieuwe woonwijken en gebieden moeten werkelijk toekomstbestendig
25%
worden, door slimme, duurzame gebiedsontwikkeling
35%
met ruimtelijke kwaliteit en innovatie in de woning10%
Middeldure huur
30%*
bouw. Opdrachtgevers streven binnen de gegeven financiële kaders naar energieneutraliteit, optimale bereikbaarheid met hoogwaardig OV en de fiets, klimaatadaptief, natuurinclusief en zo veel mogelijk circulair.
Koop tot NHG
• Woningcorporaties richten zich de komende jaren * Waarvan 10.000 woningen onder € 260.000 en 10.000 woningen die gebouwd worden in de vrije sector en via Koopstartregeling beschikbaar kunnen
primair op de bouw en exploitatie van sociale (gereguleerde) huurwoningen. De middeldure huurwoningen die woningcorporaties bouwen zijn altijd aanvullend op Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
6
hun sociale bezit en commercieel gefinancierd.
• Er zijn ook regio’s waar de bouwopgave zich minder
Beleggers en ontwikkelaars zijn primair verantwoorde-
richt op een grotere woningvoorraad. Ook daar is
lijk en aan te spreken op het bouwen van woningen in
herstructurering en transformatie van de voorraad
het middensegment en de vrije sector.
nodig om te blijven inzetten op een woningvoorraad die past bij de vragen van deze tijd.
• Woningcorporaties moeten hun huidige productie verdubbelen, daarom is uitgegaan van een realistisch opbouwpad. De huidige productie van 14.000 woningen
Wat is daarvoor nodig?
moet aan het einde van de kabinetsperiode verhoogd
• Voldoende woningbouwlocaties: een absoluut
zijn tot 28.500. Gemiddeld gaat het in de komende tien
noodzakelijke voorwaarde is de beschikbaarheid
jaar om een productie van zo’n 25.000 woningen .
van locaties op korte en lange termijn. Rijk,
1
provincies en gemeenten zijn primair verant• Daarnaast realiseren woningcorporaties meer flex-
woordelijk tijdig voldoende locaties beschikbaar
woningen en groeien naar minimaal 3.500 per jaar.
te stellen zodat minimaal 130% plancapaciteit
Flexwoningen zijn primair geschikt om mensen in
beschikbaar is, voor zover het woningtekort in
acute noodsituaties snel te helpen. We benutten vooral
de betreffende regio/gemeente meer dan 2%
locaties die in afwachting zijn van een definitieve
bedraagt. De 130% is daarbij een middel om te
bestemming. Flexwoningen zijn nadrukkelijk tijdelijke
borgen dat de benodigde productie gehaald kan
oplossingen in afwachting van een volwaardige woning
worden en dat er flexibiliteit en adaptiviteit is om
met een volwaardige bestemming.
plannen bij te stellen. Met het oog op het versneld opvoeren van de
• In het middensegment huur (tot 1.000 euro per maand,
woningbouwproductie zijn voor 1 januari 2022
prijspeil 2020) verhogen beleggers, woningcorporaties
extra woningbouwlocaties verzekerd - met een
en ontwikkelaars de productie naar gemiddeld 10.000
bouwcapaciteit van minimaal 200.000 woningen.
huizen per jaar. En ontwikkelaars schroeven de productie
Noodzakelijk is dat de woningbouwplannen van
van koopwoningen tot de NHG-grens (€ 325.000 in
gemeenten voldoende realistisch zijn (financieel,
2021) op tot 30.000 per jaar. We streven ernaar daarvan
maatschappelijk haalbaar en gewenst), zodat er
10.000 woningen onder de € 260.000 op de markt te
een reële kans is dat aan het einde van de
brengen. Van de 30.000 middensegment koop-
kabinetsperiode jaarlijks gemiddeld minimaal
woningen bouwen we 10.000 woningen op het niveau
100.000 woningen gerealiseerd worden.
van de vrije sector, maar brengen we de verkoopprijs
De keuze voor locaties en de daaraan gekoppelde
via een Koopstartregeling onder de NHG-grens. In de
investeringen wordt versneld en gestroomlijnd,
vrije sector (koop en huur) verhogen marktpartijen
zoals nu in een aantal regio’s onder de noemer
hun inspanningen om de productie op te voeren naar
Regionale Investeringsagenda (RIA) wordt vorm-
35.000 woningen per jaar.
gegeven. Deze aanpak vereist een integrale benadering van alle partijen. Ontschotting van
• Nieuwe buurten en wijken worden zoveel mogelijk
middelen en samenwerking op complexe gebieds-
toegankelijk voor alle doelgroepen en inkomensgroepen.
ontwikkelingen tussen ministeries, bijvoorbeeld
Bouwprogramma’s zijn daarom gemengd samen-
in de vorm van een Landelijke Investeringsagenda
gesteld met daarin sociale huur en koop, woningen in
(LIA), zijn hierbij randvoorwaardelijk.
het middensegment en woningen in de vrije sector,
Locaties kunnen binnen- en buitenstedelijk zijn,
afgestemd op de lokale en regionale behoeften.
overheden hanteren daarbij de voorkeursvolgorde uit de Novi. Woningbouwlocaties moeten altijd
1
Dit gaat om sociale huurwoningen, waaronder ook ongeveer 3.000 studenteneenheden en
klimaatbestendig en goed ontsloten zijn of worden
3.500 eenheden in geclusterde woonvormen (inclusief ontmoetingsruimten), en sociale koop.
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
7
voor openbaar vervoer, fiets en auto. De benodigde
krijgen moeten we met elkaar alles op alles zetten
(rijks)investeringen in de noodzakelijke infrastructuur
om plannen sneller tot ontwikkeling te brengen en
moeten tijdig worden gedaan. Als er voor specifieke
goedkoper te bouwen, anders redden we het niet.
segmenten een tekort ontstaat, zoeken het Rijk,
Het is nodig om fors te investeren in professionali-
provincies, gemeenten, en andere grondeigenaren
teit van procesmanagement (mensen), daadkracht
gezamenlijk naar een oplossing om voldoende
(besluitvorming) en outputsturing (realisatie) bij
bouwlocaties beschikbaar te krijgen.
gemeenten, marktpartijen, woningcorporaties en samenwerkingsorganisaties. Daar spreken we elkaar
• Heldere verdeling van verantwoordelijkheden
op aan.
tussen overheden: er komt een minister met een verantwoordelijkheid voor wonen, ruimte en leefom-
• Snellere en voorspelbare besluitvorming en
geving. Deze minister coördineert de woningbouw-
procedures: de tijd tussen een eerste initiatief en
opgave en de ruimtelijke ordening. Er worden in
de bouw van woningen is nu gemiddeld zeven jaar.
regionale investeringsagenda’s afdwingbare afspraken
Veel te lang. Partijen maken samen met het Rijk
gemaakt met gemeenten, provincies, marktpartijen
een plan om te bevorderen dat het sneller kan. In
en woningcorporaties over de verdeling van de te
de bestuurlijke afwegingen, die voorafgaand aan de
bouwen woningen (nieuwbouw en herstructurering/
RO-procedure (het voortraject van de gebiedsont-
transformatie). Daar waar afspraken niet worden
wikkeling), dient sturing op voortgang en realisatie
nagekomen, wordt sneller geëscaleerd en worden
de belangrijkste graadmeter te zijn. We zoeken naar
waar nodig door het Rijk, provincies en gemeenten
optimaal verloop van planologische procedures en
doeltreffende en noodzakelijke maatregelen getroffen
inkorting daarvan met behoud van bescherming van
om de productie van 100.000 woningen per jaar te
de belangen van burgers en omgeving.
verzekeren. De minister stelt, samen met andere betrokken
• Tijdige nutsaansluiting: er zijn te weinig vakkrachten
ministeries, de medeoverheden in staat om de taken
om het toenemende aantal aanvragen voor nutsaan-
te vervullen die nodig zijn voor deze woningbouw-
sluitingen tijdig af te wikkelen. Dit kan leiden tot
opgave. Dat gebeurt in samenhang met andere
oplopende aansluittermijnen voor nieuwe aansluitin-
opgaven: bereikbaarheid, leefbaarheid, wonen en
gen, zoals voor nieuwbouwbuurten en nieuwe zon-
zorg, energietransitie, circulariteit, stikstof, PFAS,
en windparken. Er is samenwerking nodig tussen
klimaatadaptatie en natuurbescherming. Daarnaast
decentrale overheden, netbeheerders, woningbouw-
wordt de ontwerpende, ontwikkelende en bouwen-
corporaties, projectontwikkelaars en aannemers.
de sector ondersteund om tot schaalvergroting te
Gezamenlijk kan input gegeven worden aan de nog
komen. Het ministerie zorgt voor voorspelbare en
op te stellen ministeriële regeling behorend bij de
uitvoerbare eisen voor de markt.
Energiewet over de verschillende aansluitcategorieën
Provincies zien erop toe dat de regionale woon-
en bijbehorende doorlooptijden.
agenda’s optellen tot de nationaal afgesproken taakstelling. Zij coördineren tussen regio’s en zorgen
• Industrialisatie woningbouw: woningen kunnen
zo voor het behalen van nationale doelen.
sneller, goedkoper en duurzamer geproduceerd worden door meer standaardisatie en industrialisatie.
•S neller en goedkoper bouwen: een miljoen
Het Rijk start in samenwerking met medeoverheden en
woningen bouwen met een hoog aandeel betaalbare
marktpartijen een meerjarig stimuleringsprogramma,
woningen is een enorme opgave. Om structureel het
dat voortbouwt op de huidige Bouwagenda en zich
aantal nieuwbouwwoningen op 100.000 per jaar te
onder meer richt op kennis- en innovatieprogramma’s,
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
8
digitalisering, industrialisering, circulair en emissie-
houdend ten aanzien van extra bouwtechnische en
loos bouwen. Overheden spannen zich in om wette-
kwaliteitseisen bovenop het Bouwbesluit ten aanzien
lijke en lokale belemmeringen voor geïndustrialiseerd
van gebouwen en openbare ruimte. Partijen consta-
bouwen zoveel mogelijk uit de weg te ruimen.
teren een spanningsveld tussen de legitieme wens
Uniformering van eisen en regels aan nieuwbouw
van gemeenten om lokale ambities te verwezenlijken
is hierbij een van de voorwaarden voor succes.
en bij te stellen op grond van nieuwe inzichten en de
Woningcorporaties en marktpartijen spannen zich in
noodzaak tot kostenbesparing en versnelling. Zij han-
om gebruik te maken van industriële woningbouw,
teren als uitgangspunt dat gemeenten hun eisen pas
zonder daarbij aan architectonische en stedenbouw-
aanpassen of uitbreiden nadat met marktpartijen en
kundige kwaliteit in te boeten.
(lokale) woonconsumentenorganisaties is overlegd. Met het Rijk, de decentrale overheden, markpartijen
•P assende grondprijzen en kostenreductie:
en woonconsumenten wordt onderzocht hoe het
Gemeenten en ontwikkelaars hanteren passende
omgaan met lokale (kwaliteits-) eisen beter geregeld
grondprijzen op basis van een residuele grond-
kan worden.
waardeberekening. Op projectniveau zijn nadere afspraken nodig over de wijze waarop de parameters
• Minder risico ontwikkelaars: ontwikkelaars kunnen
hiervoor bepaald worden bij woningen met een
met lagere rendementen genoegen nemen als de
gereguleerde huur- of koopprijs; uitgangspunt daarbij
risico’s beperkt zijn. Dat kan door de bovenstaande
is een haalbare businesscase voor de investeerder.
maatregelen of door in tijden van economische neer-
We streven ernaar dat woningen in het sociale en
gang de productie te steunen en door het trackrecord
middensegment met lagere (residuele) grondprijzen
van partijen mee te wegen in tenders en samen-
als gevolg van beperkingen aan de exploitatie en
werkingen.
verkoop langjarig voor de doelgroep beschikbaar blijven.
• Meer aanbod voor koopstarters: het Rijk,
Het vergt grote inspanningen van alle partijen
gemeenten en ontwikkelaars roepen een Nationaal
om het ambitieuze woningbouwprogramma, met
Koopstartfonds in het leven. Dit wordt gebruikt
aanzienlijk meer betaalbare woningen dan op dit
om aanbod voor koopstarters te realiseren. Doel is
moment gebruikelijk is, te realiseren, omdat projecten
om jaarlijks circa 10.000 nieuwe koopwoningen te
zo veel mogelijk ‘vanuit de mix worden rondgerekend’.
bouwen in het segment tot de NHG-grens, met een
De vrije sector bekostigt deels de grondkosten van
korting die op termijn terugbetaald moet worden.
het sociale en middensegment, waarvoor lagere
Projectontwikkelaars dragen er zorg voor dat mini-
grondprijzen gelden. Om dit ambitieuze programma
maal 50% van de Koopstartwoningen bij voorrang
te realiseren, is het nodig de kosten in de grond-
worden verkocht aan starters en/of huishoudens
exploitatie te beperken en/of die via een bijdrage te
die doorstromen vanuit de gereguleerde huursector
verlagen, zodat er lagere grondprijzen ontstaan. Het
en aan andere voorrangsgroepen, die de gemeente
tekort op de grondexploitatie kan via de Woningbouw-
aanwijst. Om starters en jongeren financieel te onder-
impuls worden gedekt. Overheden en marktpartijen
steunen, kan daarnaast gedacht worden aan het
spannen zich gezamenlijk in om de kosten zo veel
ruimer beschikbaar stellen van startersleningen door
mogelijk te beheersen en zij bieden elkaar over en
het Rijk en gemeenten.
weer inzicht in de financiële onderbouwing. • Nationale Woningbouwmonitor: voortbouwend op Ten behoeve van de industrialisatie en standaardisatie
de afspraken die er al zijn tussen de minister van BZK
van het bouwproces zijn gemeenten uiterst terug-
en de provincies/IPO ontwikkelt het Rijk samen met
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
9
medeoverheden en de markt een Nationale
• Revolverend Rijksontwikkelfonds (c.q. grond-
Woningbouwmonitor om de voortgang van de plan-
investeringsfonds): marktpartijen en gemeenten
vorming en realisatie te volgen en om vertragingen
kunnen niet altijd zelfstandig de nodige langjarige
en belemmeringen snel te traceren en op te lossen.
en omvangrijke voorinvesteringen doen om nieuwe
De monitor bevat nieuwbouw, herstructurering en
woningbouwlocaties te ontwikkelen en bouwrijp te
transformatie: van alle woningbouwplannen in Ne-
maken. In die gevallen investeert het Rijk via een
derland verzamelen gemeenten, woningcorporaties
revolverend Rijksontwikkelfonds tijdelijk risicodra-
en ontwikkelaars tot op locatie- en projectniveau
gend mee in actief gemeentelijk grondbeleid en in
aantallen woningen, woonprogramma inclusief prijzen,
gebiedsontwikkelingen of geeft daarvoor garanties
planning, voortgang, knelpunten, vergunningsstatus
af. De investeringen worden terugverdiend uit de
en oplevering. Provincies rapporteren op regionaal
grondexploitatie.
niveau aan de minister. Cijfers en indicatoren zijn uniform, worden op project-, lokaal, regionaal en
• Aanpassen overdrachtsbelasting: zodanig dat
nationaal schaalniveau gerapporteerd en bevatten
transformatie van bijvoorbeeld kantoren naar
voldoende sturingsinformatie. Uiteraard is een
betaalbare woningen mogelijk blijft.
koppeling nodig met reeds bestaande monitors. • Betaalbare financiering voor projectontwikkeling: •N OVI-financiering en Woningbouwimpuls: het
banken spelen een belangrijke rol als financier van
ontwikkelen van nieuwbouwlocaties vergt flanke-
zowel de vraagzijde (financiering particuliere koop-
rende investeringen in stedelijke infrastructuur (dat
woningen) als de aanbodzijde (bouw- en project-
is een noodzakelijke voorwaarde voor het ontsluiten
ontwikkeling). Basel IV leidt ertoe dat banken meer
van nieuwe woningbouwlocaties), saneren van hin-
kapitaal moeten aanhouden bij het verstrekken
derlijke bedrijvigheid en in de (natuurlijke) kwaliteit
van kredieten, vooral voor kredieten met een lager
van het landschap en recreatief groen. Gemiddeld
risicoprofiel als woningen. Dit heeft nadelige gevol-
gaat het om investeringen van zo’n 20.000 euro per
gen voor (financiering van de) woningbouwopgave
woning (sterk afhankelijk van de specifieke lokale
en gebiedsontwikkeling. Het nieuwe kabinet zal in
omstandigheden) die niet gedekt kunnen worden
Europa onder de aandacht moeten brengen dat de
uit de grondexploitatie. Het Rijk stelt daartoe een
kosten van de financiering hierdoor omhoog gaan en
ontschot budget beschikbaar van € 1 miljard per jaar
dat daarmee de haalbaarheid van projecten onnodig
gedurende tien jaar, ten behoeve van de NOVI-uit-
extra onder druk komt te staan.
voering gericht op de realisatie van de 1 miljoen nieuwe woningen, in samenhang met het structureel maken van de Woningbouwimpuls op een niveau van nog eens € 1 miljard. Dit budget wordt beschikbaar gesteld op basis van Regionale Investeringsagenda’s (RIA’s), waarin gemeenten, provincies, marktpartijen en maatschappelijke organisaties hun eigen investeringen zichtbaar maken.
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
10
2. Een betaalbaar huis voor iedereen Veel mensen zijn onzeker of ze hun huis nog wel kunnen betalen.
beter bij hen passende woningen, waaronder koop-
De woonlasten maken een groot deel van het inkomen uit. In deze
woningen, zorgwoningen en geclusterde woonvormen.
tijd is het de vraag hoe zeker dat inkomen is. Voor veel huishoudens
Daarbij kijken ze naar woonwensen, toegankelijkheid
in verschillende inkomenscategorieën is het moeilijk een woning te
en betaalbaarheid. Woningcorporaties zijn bereid om
vinden die goed bij hun budget past. Een start maken op de woning-
een verhuiskostenvergoeding voor doorstromers af te
markt is een opgave op zich. Een goed functionerende woningmarkt
spreken (landelijk).
moet mensen juist zekerheid, flexibiliteit en mogelijkheden voor vermogensopbouw geven. Mede daarom is het van belang dat woonlasten
• Woningcorporaties maken het met huurgewenning
– ook in de koopsector – betaalbaar en voorspelbaar blijven.
mogelijk dat huishoudens financieel de stap naar een
Met onderstaande maatregelen zoeken we een balans tussen enerzijds
andere, meer passende, woning kunnen maken.
het creëren van een toegankelijke woningmarkt en anderzijds (tijdelijke)
• Banken blijven hypothecaire financiering verstrekken
regulering, conform Initiatiefvoorstel-Nijboer, om de ongewenste
tot 100% van de woningwaarde. Zo blijft doorstroming
gevolgen van schaarste te bestrijden.
van huur- naar koopwoningen en tussen koopwoningen mogelijk. Gematigd huurbeleid
Woonstarters en doorstroom
Sociale huur
Goede toegang voor starters en doorstroming is cruciaal
• Woningcorporaties houden zich de komende jaren aan
voor een goed functionerende woningmarkt. Daartoe zijn
een huursomontwikkeling van niet meer dan inflatie,
de volgende maatregelen noodzakelijk.
zoals ook in het huidige Sociaal Huurakkoord. Wel zien woningcorporaties af van de bestaande mogelijkheid
• Beleggers en ontwikkelaars verhuren/verkopen 25%
om lokaal een hogere huursom af te spreken.
van hun nieuwbouwwoningen in het middensegment
De huursombenadering geeft woningcorporaties
(waaronder de Koopstartwoningen) bij voorrang aan
de wettelijke ruimte om op individueel niveau
starters en/of huishoudens die doorstromen vanuit de
de juiste huurontwikkeling toe te passen, zoals
gereguleerde huursector. Daarnaast verhuren/verkopen
inkomensafhankelijke huurverhoging (om goedkope
ze 25% aan andere voorrangsgroepen, die de gemeente
scheefheid tegen te gaan), dan wel huurmatiging.
aanwijst. • Het specifieke maatwerk (individuele huuraanpassing • Van de koopstartwoningen wordt minimaal 50% aan
bij huurders) wordt door woningcorporaties
starters toegewezen. Goedkope nieuwbouwwoningen
gecontinueerd. Huurders die relatief te weinig inkomen
(onder € 260.000) worden toegewezen aan huishoudens
hebben ten opzichte van hun huurprijs, krijgen
met een laag inkomen. Partijen wensen deze woningen
huurbevriezing en/of huurverlaging. Het blijft mogelijk
langjarig beschikbaar en betaalbaar te houden voor
dit maatwerk lokaal in te vullen en af te spreken.
de doelgroep, zodat niet alleen de eerste bewoner hiervan profiteert. Zij onderzoeken welke instrumenten
• De precieze invulling van betaalbaarheid komen
zij hiervoor kunnen (ontwikkelen en) inzetten, waarbij
woningcorporaties, gemeenten en huurdersorganisatie
een balans wordt gezocht tussen voldoende afdwing-
lokaal in jaarlijkse prestatieafspraken overeen.
baarheid en zo beperkt mogelijke verstoring van de
Woonbond en Aedes willen in een nieuw sociaal
marktwerking.
huurakkoord verdergaande maatregelen overeenkomen die de woonlasten betaalbaar maken en houden.
• Woningcorporaties zetten meer doorstroom/senioren-
Woningcorporaties zorgen dat hier middelen voor
makelaars in om (oudere) huurders te begeleiden naar
beschikbaar zijn. Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
11
Middenhuur
• Huurders in de vrije sector krijgen toegang tot de Huur-
• Ook voor middeldure huurwoningen worden afspraken
commissie. Woonbond en de IVBN komen voorwaarden
gemaakt over gematigde huurontwikkeling. Uitbreiding
daarvoor overeen, waaronder een adequate verdeling
van het middenhuursegment tussen € 750 en € 1.000
van de kosten per zaak, en zullen daartoe gezamenlijk
is cruciaal: het zorg dragen voor redelijke investerings
in overleg treden met de minister voor Wonen.
voorwaarden moet dus hand in hand gaan met afspraken over een beheerste (aanvangs)huurontwik-
• Gemeenten, woningcorporaties en nutsbedrijven
keling zodat de ambitie van 10.000 nieuwe woningen
intensiveren hun schuldhulpverlenings- en signalerings-
in het gereguleerde middensegment te realiseren is.
beleid. Er wordt intensiever samengewerkt om het op-
Zo waarborgen we de balans tussen investeren en
lopen van betalingsachterstanden en huisuitzettingen
betaalbaarheid.
te voorkomen.
• De gematigde huurontwikkeling in het middensegment wordt geregeld door het initiatiefvoorstel-Nijboer Wet
Wat is daarvoor nodig?
maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde
• Robuuste inkomensondersteuning: betaalbaar-
huurovereenkomsten.
heid voor huurders komt voort uit het vinden van een goede balans tussen het inkomen van de
• Woningcorporaties zorgen dat nieuwe huurwoningen in
huurder, de huurprijs van de verhuurder en in-
het middensegment minimaal 25 jaar in het middeldure
komensondersteuning vanuit de overheid. Voor
segment blijven, deze zijn commercieel gefinancierd.
betaalbaarheid in de huursector blijft robuuste
Institutionele en andere beleggers zijn bereid deze
inkomensondersteuning via de huurtoeslag nood-
middenhuurwoningen 20 jaar in het middeldure seg-
zakelijk. De huurtoeslag blijft financieel en beleids-
ment te realiseren; mits sprake is van passende grond-
matig de verantwoordelijkheid van de Rijksover-
prijzen. De huurontwikkeling voor nieuwbouw in het
heid. Vereenvoudiging van de regeling, met behoud
middensegment gedurende deze tijd wordt conform
van aanspraken, en directe betaling aan woning-
voorgenomen wetgeving gemaximeerd. Bij hernieuwde
corporaties kunnen de uitvoering verbeteren.
verhuringen van deze nieuwbouwwoningen in deze periode blijft de huurprijs onveranderd.
• Starters en hypotheken: het moet voor starters mogelijk blijven om de koopwoningmarkt te
• Verhuurders in het middeldure huursegment wer-
betreden. Ook voor de doorstroming is dat belang-
ken volledig onder marktomstandigheden en met
rijk. Daarvoor is het noodzakelijk dat de huidige
voldoende rendement op hun investeringen. Om dit
maximale loan-to-value (LTV)-eis van 100% in stand
aanbod mogelijk te maken, zijn passende grondprijzen
blijft en onderzocht wordt wat de financierings-
noodzakelijk en redelijke, op de lange termijn gerichte
mogelijkheden en -onmogelijkheden zijn van
investeringscondities.
starters. • Splitsen van woningen en hypotheken moet makkelijker worden gemaakt. Dan kan het bestaande woningaanbod beter worden benut voor betaalbare huur en koop (waaronder collectieve woonvormen).
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
12
3. Samen werken aan vitale en leefbare buurten Goed wonen in leefbare wijken vraagt om het combineren van sociale
heid. Het doel is een leefbare wijk met sterke sociale
maatregelen en fysieke ingrepen. Wonen, zorg, welzijn, veiligheid en
cohesie en zo zelfredzaam mogelijke bewoners.
de fysieke leefomgeving zijn onlosmakelijk met elkaar en met leefbaar-
De sleutel daarvoor zijn een gedeelde visie en weder-
heid verbonden. Mensen krijgen meer perspectief als ze in een draag-
kerige afrekenbare prestatieafspraken. Die afspraken
krachtige omgeving wonen met een goede sociale en fysieke infra-
gaan bijvoorbeeld over voldoende woningen en woon-
structuur en als ze voldoende mogelijkheden hebben tot laagdrempelige
vormen voor bijzondere doelgroepen, een goede ruim-
participatie. Dit geldt bij uitstek voor mensen die kwetsbaar zijn of een
telijke en sociale basisinfrastructuur en laagdrempelige
zorgbehoefte hebben. Zo maken we wijken leefbaar, bevorderen we
beschikbaarheid van ondersteuning (schuldhulpverle-
sociale cohesie en voorkomen we veel zorg- en hulpvragen. In veel
ning, wijkteams, Wmo- en werkvoorzieningen).
wijken vraagt leefbaarheid extra aandacht. • Deze afspraken worden onder regie van de gemeente opgesteld. Bestuurders van de betrokken organisaties Fysieke omgeving: gemengde wijken
en vertegenwoordigers van wijkbewoners vormen een
• Draagkrachtige buurten, waar ook in Nederland,
‘board voor de sociale ontwikkeling van wijken en
beginnen bij een goede mix van bewoners en
buurten’. Gemeenten nemen verantwoordelijkheid
woningen. Evenwichtige spreiding van specifieke
voor de uitwerking van afspraken in gebiedsgerichte
groepen voorkomt eenzijdig samengestelde buurten.
aanpakken, liefst vanuit één gebiedsteam met één
Gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties zorgen
budget. De gemeenten geven gebiedsteams voldoende
daarom voor gemengde bouw- en herstructurerings-
mandaat en instrumenten om direct en vanuit het
programma’s en gerichte toewijzing van bewoners.
belang van bewoners te handelen. Werken vanuit één
Dat wordt onderdeel van hun prestatieafspraken.
team borgt samenwerkingsafspraken over delen van
Er worden ook afspraken gemaakt over sociale voor-
informatie, ondersteuning op alle levensgebieden, sociale
zieningen in de wijk (ontmoeting en dagbesteding)
ontmoetingen, ambulante zorg en vroegsignalering.
en het vastgoed en de fysieke ingrepen die daarvoor nodig zijn.
• Wijkbeheerders vormen samen met wijkteams de basisondersteuning voor de burgers in de wijk. Het
• Wijkbeheer en andere interventies zijn effectief
aantal wijkbeheerders wordt uitgebreid. Zij werken in
gebleken voor de leefbaarheid in wijken. Gemeenten
de gebiedsteams samen met politie en met welzijns-
en woningcorporaties werken samen aan een schone,
en zorginstellingen.
veilige, toegankelijke en gezonde openbare ruimte en leefomgeving. Woningcorporaties verhogen hiertoe hun
Wonen en zorg
budget van € 203 miljoen naar € 279 miljoen per jaar.
• Wonen en zorg horen steeds vaker onlosmakelijk bij elkaar. Gemeenten, woningcorporaties en zorg- en
• Woningcorporaties besteden jaarlijks € 250 miljoen
welzijnsinstellingen nemen samen de verantwoorde-
extra aan woningverbetering en aan een versnelde en
lijkheid om voldoende en passende woningen
risicogestuurde aanpak van schimmel, lood, asbest en
beschikbaar te stellen voor kwetsbare inwoners.
brandveiligheid in hun woningen (Gezond Wonen).
Daar hoort het faciliteren van de zorg en ondersteuning aan huis voor mensen die dat nodig hebben bij.
Sociale infrastructuur: gebiedsgerichte aanpak • Voor de sociale component van leefbaarheid is een
• Woningcorporaties zorgen ervoor dat er in de komen-
gezamenlijke aanpak van gemeente, woningcorpora-
de 15 jaar 50.000 eenheden worden gerealiseerd in
ties, welzijns-, hulp- en zorginstellingen nodig. Goede
geclusterde woonvormen, speciaal voor ouderen uit de
participatie van bewoners is daarbij een noodzakelijk-
doelgroep van woningcorporaties. Deze zijn voorzien Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
13
van in ieder geval een gezamenlijke ontmoetingsruim-
en statushouders. Gemiddeld gaat het tot 2035 over
te, die ook een functie voor de wijk kan vervullen.
jaarlijks 3.500 flexwoningen.
• Woningcorporaties investeren jaarlijks € 40 miljoen
• Intermediaire verhuur aan kwetsbare groepen (zoals
in het levensloopbestendig maken van bestaande
ex-dakloze mensen en ggz-cliënten) is een gezamen-
woningen om het mogelijk te maken dat mensen
lijke taak en verantwoordelijkheid van woningcorpo-
langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen.
raties en zorgaanbieders. Ze maken de komende jaren afspraken over taakverdeling, kosten en risico’s.
• Ontwikkelaars en beleggers zullen ook een substantieel deel van hun nieuwbouwwoningen specifiek voor ouderen realiseren.
• De verschillende overheden maken een financiële paragraaf voor de huisvesting van alle bijzondere doelgroepen, conform de afspraak aan de Landelijke
• Niet alle zorg kan aan huis worden geleverd. Daarom
Regietafel Asiel.
moet de verpleeghuiscapaciteit voor 2025 worden uitgebreid met 25.000 verpleeghuisplaatsen, een vast-
• Duidelijk is dat de verbetering van de leefbaarheid in
goedopgave van € 5 miljard. Verpleeghuizen en oude-
kwetsbare wijken een investeringsinspanning vergt
renzorginstellingen hebben daarvan 15.000 plaatsen in
(gemengd vastgoed, openbare ruimte, zorg- en wel-
de planvorming/projectontwikkeling staan, waarvoor
zijnscapaciteit), maar ook een samenwerkingsinspan-
financiële afspraken met de lokale zorgkantoren een
ning van organisaties met verschillende achtergrond,
randvoorwaarde zijn. Voor de aanvullende 10.000 plek-
belangen en financiering. Het succes daarvan is
ken is verdere ondersteuning van de overheid nodig,
niet zozeer afhankelijk van nieuwe (gedetailleerde)
waaronder meerjarige afspraken en reële tarieven.
regelgeving, maar juist van ‘ontregeling’: meer ruimte
Tot 2040 zijn nog eens 75.000 tot 120.000 aanvullen-
voor instellingen om lokaal en regionaal maatwerk te
de verpleeghuisplaatsen nodig ten opzichte van de
kunnen bieden. Elke stad, dorp of regio kan afspraken
capaciteit in 2018. De investeringen hiervoor komen uit
maken over welke doelen op het terrein van wonen,
het macrokader van VWS - deze volgt (bij ongewijzigd
zorg, welzijn en veiligheid in samenhang worden
beleid) de demografische groei.
nagestreefd. Dat vereist dan wel transparantie over en meten van bereikte resultaten. Partijen maken
• Kwetsbare mensen bieden we in de wijk naast een dak
lokaal gebruik van de beschikbare instrumenten om
boven hun hoofd ook voorzieningen om te kunnen partici-
deze monitoring te realiseren en succesvol gebleken
peren in de wijk. Het gaat om sociaal vastgoed met
strategieën te delen.
ontmoetingscentra, dagbesteding en werkvoorzieningen. • Bij de toewijzing van een woning aan mensen uit een zorg- of opvanginstelling wordt, in overleg met de corporatie, meteen geregeld dat hij of zij de juiste zorg en ondersteuning krijgt om zelfredzaamheid te
Wat is daarvoor nodig?
ondersteunen. De zorg wordt meer ambulant geleverd
• Zonder belemmeringen sectoroverschrijdend
en verhuist als het ware met de cliënt mee van de
samenwerken: Om de beschreven gebiedsgerichte
instelling naar de wijk.
aanpak te laten werken moeten gemeenten, woningcorporaties, instellingen en marktpartijen
• Woningcorporaties zorgen de komende twee jaar voor 10.000 flexwoningen voor mensen die dringend een
gebiedsgericht en sector-overschrijdend kunnen samenwerken.
woning nodig hebben, zoals (dreigend) daklozen, mensen die een instelling verlaten, arbeidsmigranten Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
14
Randvoorwaarden daarvoor zijn: 1. Voldoende middelen voor het sociaal domein
• Bevoegdheden huisvestingswet: meer bevoegdheden in de Huisvestingswet om woonoverlast,
voor gemeenten en voldoende middelen binnen
malafide verhuurders en discriminatie aan te pakken
de Wet langdurige zorg voor de benodigde extra
en goed verhuurderschap af te dwingen. In overleg
verpleeghuiscapaciteit en dekkende afspraken met
met verhuurders wordt ingezet op toegespitste maat-
de zorgkantoren.
regelen die malafide verhuurders raken, maar goede
2. Ambulante behandeling stimuleren en preventie mogelijk maken in de Zorgverzekeringswet 3. Versoepeling van regels: er is wettelijke
verhuurders ontziet. • Positie stuurgroep Zorg en Veiligheid: de stuurgroep Zorg en Veiligheid functioneert als landelijk
experimenteerruimte nodig om effectief te opereren
platform voor afstemming tussen zorg- en veilig-
en daarvoor moeten budgetten ontschot worden.
heidspartners en het Rijk.
Daarnaast moeten meer mogelijkheden gecreëerd worden om maatwerk toe te passen bij passend
• Aanpassing voorwaarden vervreemding vastgoed
toewijzen in het belang van een evenwichtige
Wlz: het College Sanering Zorginstellingen past de
samenstelling van wijken en buurten.
voorwaarden voor vervreemding van vastgoed uit de
• Structureel Volkshuisvestingsfonds: een structurele
Wet langdurige zorg aan. Het behoud van vastgoed
rijksbijdrage aan verbetering van leefbaarheid: het
en grond voor de zorg en haalbare samenwerkings-
Volkshuisvestingsfonds. Het leefbaar maken en hou-
projecten moet zwaarder wegen dan de hoogste
den van wijken in steden en dorpen vergt een lange
financiële opbrengst.
adem, tijdelijke rijksbetrokkenheid sorteert te weinig effect. Alle gemeenten moeten gebruik kunnen ma-
• Minder belemmeringen voor woningdelen: aan-
ken van een structureel volkshuisvestingsbudget van
passen van de Participatiewet en de AOW zodat er
€ 300 miljoen per jaar.
geen belemmeringen zijn om woningen te delen. Het stimuleren van hospitaregelingen waardoor
• Makkelijker informatie delen: meer mogelijkheden
ouderen langer zelfstandig kunnen wonen.
om informatie te delen (binnen privacyregels) voor adequate ondersteuning van kwetsbare bewoners. Dan kunnen goede samenwerkingsafspraken worden gemaakt.
Actieagenda Wonen - 17 februari 2021
15
4. Versnellen verduurzamen gebouwde omgeving In het Klimaatakkoord (gebouwde omgeving) zijn ambities en af-
op een alternatieve warmtebron (aardgasvrij-klaar).
spraken vastgelegd over de verduurzaming van de volledige woning-
Aansluiting op een alternatieve warmtebron gebeurt
voorraad. Deze zijn ook de basis voor deze Actieagenda. Nieuwbouw
al waar dat mogelijk is binnen of vooruitlopend op de
bouwen we duurzaam, zonder aardgasaansluiting. De bestaande
wijkgerichte aanpak. Woningen waarvoor een aard-
woningvoorraad wordt in de komende 30 jaar aardgasvrij gemaakt.
gasvrij alternatief voorlopig nog niet beschikbaar is,
We kunnen de wijkgerichte aanpak met als einddoel 2050 niet voor
krijgen een hybride oplossing. De nog aanwezige circa
ons uitschuiven, daarom is het ook noodzakelijk ons te richten op
285.000 woningen met een slecht energielabel (E, F, G)
tussenstappen en het behapbaar maken van de transitie. We werken
worden met voorrang verduurzaamd, met uitzondering
gefaseerd: van makkelijke ingrepen (laaghangend fruit) en no-regret-
van de woningen die binnen 10 jaar in aanmerking
maatregelen naar opschaling. Dit alles is gericht op een aanpak
komen voor sloop-nieuwbouw en monumenten.
die aansluit bij de wensen van bewoners naar comfortabele, betaalbare en toekomstbestendige woningen. Ontzorgen, verleiden en serieuze participatie van bewoners zijn daarbij cruciale uitgangspunten.
• De afschaffing van de verhuurderheffing is mede noodzakelijk om de benodigde opschaling van verduurzaming door woningcorporaties sneller van de grond te krijgen. Ze kunnen deze verduurzaming dan
• Een aantal wijken kan nu al collectief worden verduur-
woonlastenneutraal voor hun huurders uitvoeren. Van
zaamd, bijvoorbeeld via een warmtenet. Maar ook via
belang is dat hiermee de markt wordt aangejaagd
ingrepen aan individuele woningen, zoals isolatie en
en op termijn betere en betaalbaardere oplossingen
de installatie van een (hybride) warmtepomp, wordt
beschikbaar komen.
de komende jaren al CO2 bespaard. Kostenreductie en innovatie worden door opschaling en collectieve
• Woningcorporaties bieden in wijken waar veel
aanpakken bereikt. Alleen afspraken maken op papier
corporatiebezit wordt verduurzaamd aan dat particu-
is niet genoeg, daarom spreken we af duurzaam samen
liere eigenaren kunnen meedoen in de wijkgerichte
te werken bij de uitvoering, bij te sturen en waar nodig
aanpak. De Rijksoverheid zorgt dat financiële instru-
afspraken te hernieuwen.
menten voor particulier bezit aansluiten bij deze aanpak. Randvoorwaardelijk is dat er optimale
• Veel bouwstenen staan (bijna) klaar om de volgende stap richting CO2-neutraliteit in de gebouwde omgeving
condities gecreëerd zijn voor huiseigenaren om van het aardgas af te gaan.
te maken; opschaling van de aanpak blijft daarbij cruciaal. Aan de andere kant is de focus tot nu sterk
• Bouwpartijen zorgen voor voldoende uitvoerings-
op ‘harde’ instrumenten gericht - techniek, kosten,
capaciteit voor deze versnelling. Voorwaarde daarbij