CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3713 - Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 11 Geuronderzoek

Raadsvergadering 8 oktober 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a1.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie betreft:

Woningbouw Vlietweg 3 te Leidschedam; Onderzoek naar de kans op geurhinder ten gevolge van autobedrijf W. van den Berg aan de Vlietweg 8a

datum:

16 november 2023

referentie:

KvdN/ EV/ / O 16641-12-NO-001

van:

ir. P.P.A. van Vugt

1 Inleiding

In opdracht van Wibaut is een onderzoek verricht naar de kans op geurhinder ter hoogte van geprojecteerde woningbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam. Relevant in dit kader zijn de spuitwerkzaamheden bij autobedrijf W. van den Berg, gevestigd aan de Vlietweg 8a te Leidschendam (het autobedrijf ). Het autobedrijf beschikt over een relatief kleine spuitcabine waar af en toe spuitwerkzaamheden plaatsvinden. De spuitcabine beschikt over een emissiepunt via het dak. In voorliggende notitie wordt een beschouwing gegeven voor wat betreft de kans op geurhinder. 2 Situatie

In onderstaande figuur is de ligging van de geprojecteerde woningbouw, het autobedrijf en de bestaande woningen weergegeven. Tevens is het emissiepunt van de spuitcabine weergegeven. Te zien is dat de afstand van het emissiepunt van het autobedrijf tot de bestaande woningen circa 20m bedraagt en de afstand tot de geprojecteerde woningbouw circa 30m.

peutz bv, postbus 696, 2700 ar zoetermeer, +31 85 822 87 00, info@peutz.nl, www.peutz.nl kvk 12028033, voorwaarden volgens DNR 2011, lid NLingenieurs, btw NL.004933837B01, ISO-9001:2015 O 16641-12-NO-001 1

f2.1 Situatie met autobedrijf, bestaande woningen en geprojecteerde woningbouw

In onderstaande figuur zijn het emissiepunt en de spuitcabine weergegeven. f2.2 Ligging emissiepunt en spuitcabine

3 Uitgangspunten

Gedetailleerde (technische) gegevens ten aanzien van de (huidige) activiteiten van het autobedrijf zijn niet beschikbaar. Het onderzoek is gebaseerd op informatie verkregen tijdens een locatiebezoek aan het autobedrijf en de omgeving en informatie aangeleverd van Omgevingsdienst Haaglanden (vergunningen en resultaat controlebezoeken).

O 16641-12-NO-001 2

Relevante uitgangspunten zijn: − er zijn geen (terechte) geurklachten in de bestaande woonomgeving, huidig niet en ook niet in het verleden ten gevolge van het autobedrijf; − de spuitactiviteiten van het autobedrijf zijn van een beperkte omvang (zie onder meer figuur 2.1 en het opgegeven verfverbruik per jaar); − het verfverbruik op jaarbasis bedraagt circa 280 kg (opgave autobedrijf in 1998 naar aanleiding van een controlebezoek). In deze periode was sprake van regelmatige controle van de toezichthouder aan het autobedrijf met toetsing aan de eisen uit de vigerende vergunning. Dat betekent dat sprake was van een representatief activiteitenniveau. Tegenwoordig is, voor zover bekend, geen sprake meer van een regelmatig controlebezoek van de toezichthouder, hetgeen duidt op een zeer laag activiteitenniveau. Dit wordt ook bevestigd door het locatiebezoek aan het autobedrijf en de lay-out van de afzuigwand(zie figuur 2.2). Voor wat betreft de kwantitatieve onderbouwing is onder meer gebruik gemaakt van ervaringsgegevens van Peutz, metingen in vergelijkbare praktijksituaties elders en beschikbare kentallen. Op basis van deze gegevens en de omgeving is een geurverspreidingsmodel opgesteld. Vervolgens is met het model een verspreidingsberekening verricht waarbij de geurbelasting ter hoogte van de bestaande woningen en de geprojecteerde woningbouw is bepaald.

De bepaalde geurbelasting is vergeleken (bestaand versus geprojecteerd). Ook is de geurbelasting beoordeeld in het kader van het geurbeleid van de Provincie Zuid-Holland. 4 Kwa l i t at i ev e b e s c h o u w in g

Navraag bij de Omgevingsdienst Haaglanden leert dat er nu en in het verleden geen terechte geurklachten bekend zijn bij de bestaande woningbouw ten gevolge van het autobedrijf. De afstand van het emissiepunt tot de bestaande woningen bedraagt circa 20m. De afstand van het emissiepunt tot de geprojecteerde woningbouw bedraagt circa 30m. Daarmee is de afstand relatief gezien veel groter. In Nederland is de overheersende windrichting zuidwestelijk. Dat betekent dat gezien de oriëntatie van de woningbouw ten opzichte van het emissiepunt (zie figuur 2.1) overdracht van geurhoudende dampen vanuit het emissiepunt naar de bestaande woningen veel vaker voorkomt dan in de richting van de geprojecteerde woningbouw. Op basis van het feit dat de afstand groter is, de overheersende windrichting zuidwestelijk is en er geen geurklachten bekend zijn bij de bestaande woningen, kan de conclusie worden getrokken dat de kans op geurhinder bij de geprojecteerde woningbouw te verwaarlozen is. Het autobedrijf wordt in zijn eventuele ontwikkelruimte beperkt voor wat betreft het aspect geur door de bestaande woningen en niet door de geprojecteerde woningbouw.

O 16641-12-NO-001 3

5 Kwa n t it a t i e ve b e s c h o u w in g 5.1 B e r e k e n i n g e n

Op basis van de beschikbare gegevens is een inschatting gemaakt van de geuremissie en is de geurbelasting in de omgeving bepaald zowel bij de bestaande woningen als bij de geprojecteerde woningbouw. De geuremissie tijdens de verfspuitwerkzaamheden wordt veroorzaakt door de oplosmiddelen in de lakken en andere afwerkmiddelen. De geuremissies vinden plaats ter hoogte van een schoorsteen op het dak, met een hoogte van circa 9 meter boven maaiveld. De werkzaamheden vinden niet elke dag plaats. Op jaarbasis wordt circa 280 kg (185 liter) verf gebruikt, uitgaande van een gemiddelde verwerkingssnelheid van 3 l/u komt dit neer op een totale spuitduur van 62 uur per jaar. De uittreedsnelheid ligt tussen de 10-15 m/s. Op basis van de beschikbare gegevens is geen sprake van de toepassing van een koolstoffilter. Gebruik is gemaakt van een onderzoek naar de geuremissie van een vergelijkbaar autoschadeherstelbedrijf. Het bedrijf maakt gebruik van vergelijkbare (gangbare) lakken en afwerkmiddelen als het autobedrijf. De vastgestelde gemiddelde geuremissie bedraagt 10 MouE/u. De berekeningen zijn uitgevoerd met Geomilieu versie V2023.0. Er is rekening gehouden met gebouwinvloed. Dat is de negatieve invloed die bebouwing heeft op verspreiding in de omgeving.

Uit de resultaten van de berekeningen volgt dat de geurbelasting ter hoogte van de bestaande woningen 2,6-2,8 ou E/m3 als 99,99 percentiel bedraagt. Ter hoogte van de geprojecteerde bebouwing bedraagt de geurbelasting 1,9-2,4 ou E/m3 als 99,99 percentiel. 5.2 B e o o r d e l i n g

Uit de berekeningen volgt dat de geurbelasting ten gevolge van het autobedrijf ter hoogte van bestaande woningen hoger is dan ter hoogte van de geprojecteerde woningbouw. Dat is gezien de afstand (20m bestaand versus 30m geprojecteerd ten opzichte van het emissiepunt) en de overheersende windrichting in Nederland (zuidwestelijk) ook te verwachten. Wanneer de optredende geurbelasting ter hoogte van de geprojecteerde woningbouw wordt beoordeeld volgens het toepasselijke kader, namelijk het geurbeleid van de provincie Zuid-Holland (Geurhinderbeleid Provincie Zuid-Holland Actualisatie 2019), dan volgt daaruit dat sprake is van een acceptabel geurhinderniveau. Het geurbeleid kent een drietal beleidsregels. Onderstaand worden deze per regel, inclusief wat dit betekent voor de beoogde ontwikkeling, toegelicht. 1. Volgens beleidsregels 1 is het algemene uitgangspunt het voorkomen van (nieuwe) hinder en verder dat geur-emitterende inrichtingen de BBT inzetten om geurhinder voor de omgeving te voorkomen dan wel te beperken. Op basis van voorliggend onderzoek is beoordeeld of sprake is van een acceptabele situatie.

O 16641-12-NO-001 4

2. Middels deze beleidsregel is de hindergrens en ernstige hindergrens bepaald. In voorliggende situatie is de hindergrens bij 2,5 ou E/m3 als 99,99 percentiel. Hier wordt aan voldaan, hetgeen betekent dat zonder nadere afweging sprake is van een aanvaardbaar geurhinderniveau. 3. In beleidsregel 3 wordt een niet-limitatieve lijst van geurgevoelige objecten, die beschermd dienen te worden tegen niet aanvaardbare geurhinder, opgenomen. De beoogde ontwikkeling betreft woningen welke als meest geurgevoelig kunnen worden gezien. 6 Resumé

Uit de resultaten van de kwalitatieve en kwantitatieve beschouwing volgt het volgende. Ter hoogte van de geprojecteerde woningbouw is de kans op geurhinder ten gevolge van het autobedrijf te verwaarlozen. Dit volgt uit het feit dat de afstand van het emissiepunt tot de bestaande woningen veel kleiner is dan de afstand van het emissiepunt tot de geprojecteerde woningbouw en dat in Nederland de overheersende windrichting zuidwestelijk is. In de huidige situatie en in het verleden is geen sprake van terechte geurklachten. Uit de verrichte berekeningen volgt dat de geurbelasting ter hoogte van de bestaande woningen hoger is dan ter hoogte van de geprojecteerde woningbouw. Het autobedrijf wordt in zijn eventuele ontwikkelruimte beperkt door de bestaande woningen en niet door de geprojecteerde woningbouw. De optredende geurbelasting ter hoogte van de geprojecteerde woningbouw leidt tot een aanvaardbaar geurhinderniveau volgens het geurhinderbeleid van de provincie ZuidHolland. De hindergrens wordt namelijk niet overschreden. Daarmee is zonder nadere afweging sprake van een aanvaardbaar geurhinderniveau.

Zoetermeer, Deze notitie bevat 5 pagina's.

O 16641-12-NO-001 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=2f292f6d-4627-45d4-9236-775007fb1bfc