CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3680 Raadsvoorstel Vaststellen zienswijze 5e wijziging gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst Haaglanden

Commissie Omgeving 26 juni 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen zienswijze 5e wijziging gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst Haaglanden2.516 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Onderwerp Raadsvoorstel Vaststellen zienswijze 5e wijziging GR ODH Portefeuillehouder Wethouder Belt

1. Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit de zienswijze op de voorgestelde 5e wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) vast te stellen.

2. Aanleiding Per 1 juli 2022 is de nieuwe Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) in werking getreden. De gemeenschappelijke regelingen hebben een overgangsperiode van twee jaar gekregen om hun regelingen in overeenstemming te brengen met de nieuwe Wgr. Naast deze wijzigingen, zijn enkele technische wijzigingen doorgevoerd in de nieuwe tekst van de ontwerpregeling. Ook zijn wijzigingen die het gevolg zijn van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 opgenomen. De ODH heeft op basis van bovengenoemde wijzigingen een concepttekst van de gemeenschappelijke regeling opgesteld. Het algemeen bestuur van de ODH heeft op 15 mei 2024 ingestemd met de concepttekst. De tekst ligt nu voor bij de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten voor een zienswijze. De gemeenteraden hebben acht weken om een zienswijze in te dienen bij het bestuur van de ODH. Het is daarmee van belang dat een zienswijze voor 12 juli 2024 schriftelijk wordt ingediend. Na verwerking van de zienswijzen wordt de ontwerpregeling nogmaals aangeboden aan de gemeenten. De gemeenteraad moet instemmen met de uiteindelijke regeling voordat het college de regeling vast kan stellen.

3. Afwegingen 1. Belangrijkste wijzigingen 1. Het versterken van de positie van provinciale staten en gemeenteraden bij besluitvorming: a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling;

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 2/8

b. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting; c. Regionale gemeenschappelijke adviescommissie; d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling; e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling. 2. Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten: a. Recht van enquête; b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers. 3. Het verbeteren van de positie van provinciale staten en gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling: a. Afspraken over evaluatie; b. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus; c. Aanscherping afspraken uittreding. 2. Gevolgen van de wijzigingen voor de Omgevingsdienst Haaglanden Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) van regeling Om de positie van de besturen van de deelnemers te verbeteren wordt aan provinciale staten en de gemeenteraden het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen. Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij hun college of gedeputeerde staten. Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: geen aanpassing verplicht, wel duidelijk. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 51 van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden.

Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een ontwerpwijziging van de regeling aan provinciale staten en de gemeenteraden voorgelegd voor zienswijzen (zie paragraaf 1). Voor de duidelijkheid van de procedure van wijziging van de gemeenschappelijk regeling is ervoor gekozen om in artikel 31 (nieuw) een lid toe te voegen (lid 4) waarin staat dat provinciale staten en gemeenteraden bij het dagelijks bestuur hun zienswijzen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpregeling naar voren kunnen brengen. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting De mogelijkheid om bepaalde besluiten van het samenwerkingsverband aan zienswijzen te onderwerpen bestond al. Nieuw is dat het nu een verplichting is hieromtrent een afweging te maken in de gemeenschappelijke regeling. Ook wanneer géén zienswijzen worden gebruikt, moet dit in de gemeenschappelijke regeling geregeld worden (artikel 52, eerste lid jo. artikel 10, vijfde en zesde lid Wgr). Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: voorstel wijziging artikel 32 (nieuw) Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een nieuw lid in artikel 32 (nieuw) van de regeling. Voorgesteld wordt dat een besluit tot opheffing niet wordt genomen voordat provinciale staten en de

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 3/8

gemeenteraden gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis te brengen. Regionale gemeenschappelijke adviescommissie Provinciale staten en gemeenteraden krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit leden van de betreffende bestuursorganen. Een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en provinciale staten en gemeenteraden van advies voorzien. Het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als hier unaniem om gevraagd wordt (artikel 52, eerste lid jo. artikel 24a Wgr). Alleen leden van de betreffende bestuursorganen kunnen in de commissie zitting hebben. Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: Geen aanpassing nodig. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Afspraken over burgerparticipatie Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland.

In elke GR moet daarom worden opgenomen op welke wijze ingezetenen én belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 52 eerste lid jo. Artikel 10, zevende lid Wgr). Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: aanpassing nodig Het bestuur van de ODH stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. De ODH is vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke (extern werkende) beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze vertegenwoordigende organen, maar het algemeen bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe te passen. Omdat het bestuur van de ODH geen beleid of verordeningen vaststelt die zich lenen voor burgerparticipatie, wordt aan artikel 10 een derde lid toegevoegd dat bij besluiten van het algemeen bestuur de reguliere procedures via de deelnemers kunnen worden doorlopen. Actieve informatieplicht Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college van gedeputeerde staten heeft ten opzichte van provinciale staten en het college van B&W heeft ten opzichte van de gemeenteraad.

In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 52, eerste lid jo. Artikel 17 Wgr).

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 4/8

Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: geen directe aanpassing nodig De regeling van Omgevingsdienst Haaglanden kende in artikel 16, 17 en 18 al de informatie- en verantwoordingsmogelijkheden. Er wordt bij de informatieverstrekking geen onderscheid gemaakt tussen het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. De regeling kende zowel een actieve als een passieve informatieplicht. In de regeling is opgenomen dat het reglement van orde bepaalt op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de informatieplicht. In het tweede en in het derde lid is verduidelijkt dat de inlichtingen ‘schriftelijk’ verstrekt worden. Aan artikel 16 is verder toegevoegd dat enkele stukken actief openbaar worden gemaakt overeenkomstig de Wet open overheid. Hoewel dit onderdeel van de Woo nog wel in werking moet treden, is het goed dit alvast te regelen. En hoewel er in juridisch opzicht voor gekozen kan worden voor uitgestelde inwerkingtreding van deze bepalingen tot inwerkingtreding van de Woo, adviseren wij toch om alle informatie die gereed en geschikt is voor actieve openbaarmaking, ook actief openbaar te maken. Er is geen praktisch verschil met juridische gevolgen als dat nu wordt gedaan of als daarmee wordt gewacht tot de inspanningsverplichting een ‘echte’ verplichting wordt. Er kan dan ook worden gekozen voor directe inwerkingtreding van deze bepalingen.

Recht van enquête Op grond van artikel 155g van de Gemeentewet en artikel 151g van de Provinciewet krijgen gemeenteraden respectievelijk provinciale staten de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden en provinciale staten. Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: geen aanpassing nodig Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Gemeentewet en Provinciewet. Aanpassing van de regeling is dus niet nodig. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn als bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan provincies, gemeenten en waterschappen deelnemen. Gevolgen voor de Omgevingsdienst Haaglanden: geen aanpassing nodig Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.

Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 52, eerste lid jo. artikel 11a Wgr).

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 5/8

Gevolgen voor de Omgevingsdienst Haaglanden: aanpassing nodig De gemeenschappelijke Omgevingsdienst Haaglanden bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu in artikel 34 (nieuw) een lid toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de deelnemers die moeten worden verwerkt in de eigen begroting. Om provinciale staten en gemeenteraden meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen om de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De cyclus start met de kadernota. Deze moet nu uiterlijk 30 april door het dagelijks bestuur naar provinciale staten en de raden worden verzonden (dat was voorheen 15 april). De volgende stap is het door het dagelijks bestuur toezenden van de ontwerpbegroting aan provinciale staten en de gemeenteraden. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid.

De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert niets. Wat nog wel verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden maar vóór 15 september. Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: aanpassing nodig De gemeenschappelijke regeling dienst te worden aangepast aan de nieuwe termijnen uit de Wgr, Dit is terug te vinden in artikel 24 en 25 (nieuw) van de regeling. Aanscherping afspraken uittreding In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers (artikel 52, eerste lid jo. artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt. Gevolgen voor Omgevingsdienst Haaglanden: aanpassing nodig Het huidige artikel over uittreding is samengevoegd met het artikel over toetreding. Dit wordt opgesplitst. Het uittredingsartikel bevatte al enkele bepalingen over de financiële en organisatorische gevolgen.

Om te voldoen aan de nieuwe Wgr, is artikel 30 (nieuw) slechts licht gewijzigd. Uittreding begint met een unaniem voorstel vanuit het algemeen bestuur, met instemming van alle bevoegde

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 6/8

bestuursorganen van de deelnemers (dus zowel gedeputeerde staten, provinciale staten, colleges van burgermeester en wethouders, gemeenteraden). Er is een bepaling toegevoegd dat het dagelijks bestuur de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding inventariseert. Het algemeen bestuur stelt uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding het uittredingsplan vast. De financiële en organisatorische gevolgen stonden al in de regeling en blijven dat ook. 3. Overige wijzigingen Naast bovenstaande wijzigingen en enkele technische wijzigingen is het volgende aangepast in de nieuwe regeling. Algemene wijzigingen De naam van de gemeenschappelijke regeling en de intitulé worden gewijzigd. Er is immers geen sprake meer van een instellingsbesluit, maar van een (integrale) wijziging. Op verschillende plekken in de regeling staan opsommingen. Waar deze opsommingen voorkomen, is vaker gebruik gemaakt van een puntkomma (“;”) in plaats van een punt. Wijzigingen in het kader van de Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De Omgevingswet bundelt verschillende omgevingsrechtelijke wetten in één wet. Artikel 4 van de regeling is gewijzigd. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij het Aanwijsbesluit toezichthouders.

Artikel 7 In dit artikel staat aangegeven hoeveel stemmen elke deelnemer heeft. Voorgesteld wordt om voor elke plaatsnaam het woord ‘Gemeente’ te zetten. Dit houdt niet in dat de rechtspersoon “Gemeente” stemmen heeft. Aangezien in de aanhef van het eerste lid al wordt verwezen naar “deelnemer” duidt het ook op het aantal stemmen van elke deelnemer behorende bij de betreffende gemeente. Ook is in dit artikel de volgorde gewijzigd; eerst op volgorde van aantal stemmen, daarna op alfabetische volgorde. Artikel 25 Om volledig te voldoen aan alle bepalingen over de begrotingscyclus is artikel 25 over de jaarrekening aangevuld met enkele leden. Artikel 29 en 30 (nieuw) De artikelen over toetreding en uittreding zijn gesplitst. Uittreding is hierboven al aan de orde gekomen. In het artikel (artikel 29) over toetreding is een verwijzing naar artikel 51, tweede lid, van de Wgr opgenomen. In het artikel over uittreding (het nieuwe artikel 30) is toegevoegd dat het dagelijks bestuur de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 7/8

de voorwaarden voor uittreding inventariseert. Deze gevolgen dienen uiterlijk zes maanden na het moment van uitreding te worden vastgesteld in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan. Artikel 31 en 32 (nieuw) De artikelen over wijziging en opheffing zijn gesplitst. Over het wijzigen van de regeling is hierboven al het een en ander besproken. In het artikel over opheffing is de zienswijze opgenomen en zijn bepalingen opgenomen over een liquidatieplan. Artikel 34 (nieuw) De slotbepalingen zijn aangevuld met, naast een bepaling over de evaluatie, bepalingen over de wijze waarop gedeputeerde staten de regeling bekendmaakt. Artikel 35 (nieuw) De citeertitel is verplaatst naar een apart artikel.

Zienswijze De wijzigingen zoals beschreven, betreffen beleidsarme (of zelfs beleidsvrije) wijzigingen. Op basis hiervan adviseert het college de raad om aan te geven dat zij geen opmerkingen heeft en zich kan vinden in de voorgestelde wijziging van de GR ODH. De wijzigingen zijn het gevolg van veranderende nationale wetgeving en geven daarmee ook weinig ruimte voor een andere invulling.

4. De financiële gevolgen van het besluit Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.

5. Hoe zijn inwoners / belanghebbenden betrokken De wijziging is het directe gevolg van de wijziging van de Wgr en zijn beleidsarm. Inwoners zijn hier niet bij betrokken geweest.

burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

R.J. den Haan secretaris

M.W. Vroom burgemeester

Datum 28 mei 2024 Nummer 3680 Pagina 8/8

Documenten behorende bij dit raadvoorstel 3680 Concept-raadsbesluit Vaststellen zienswijze 5e wijziging GR ODH 3680 Bijlage 1 Concept-tekst GR ODH na 5e wijziging 3680 Bijlage 2 Was-wordt tabel 5e wijziging GR Omgevingsdienst Haaglanden 3680 Bijlage 3 Concept-zienswijze gemeenteraad Leidschendam-Voorburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=1a3b1e6f-b4d3-4a0a-8a53-aa132206f1f5