3666_Raadsvoorstel verkennen gemeentelijke rol in het toekomstige warmtenet in de Heuvel-Amstelwijk
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Onderwerp Raadsvoorstel Verkennen gemeentelijke rol in het toekomstige warmtenet in de
Heuvel/Amstelwijk Portefeuillehouder Wethouder Belt Behandeld door H. Regeer
1. Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit in te stemmen met het verkennen van de twee meest kansrijke rolnemingsmodellen (4 A en 4 F) voor het realiseren van een publiek warmtenet samen met de voorgestelde samenwerkingspartners uit de studie van Fakton, binnen de initiële projectscope van de proeftuin aardgasvrije wijk met dossiernummer PAW21031.
2. Aanleiding Uw raad heeft op 7 december 2021 met het vaststellen van de Transitievisie Warmte (Ibabs-dossier 2481) De Heuvel/Amstelwijk aangewezen als eerste transitiewijk. Voorafgaand aan dit besluit van de raad is in oktober 2021 door het college voor een deel van de wijk een Rijksbijdrage aangevraagd voor het realiseren van een laagtemperatuurwarmtenet op basis van een Warmte-Koudeopslag (hierna: WKO) in combinatie met aquathermie. Deze aanvraag is in september 2022 door het Programma Aardgasvrije Wijken (hierna: PAW) gehonoreerd en er is aan de gemeente circa € 4 miljoen subsidie toegekend. De bijdrage is voor een deel van de wijk. Binnen de scope van de proeftuin vallen 453 woningen van zowel WoonInvest als particuliere VVE’s en de omliggende gebouwen zoals scholen (in totaal gelijk aan 652 woningequivalenten). In de aanvraag is een opschalingsperspectief beschreven om later evt. ook de rest van de wijk aan te sluiten op het warmtenet. In juli 2023 is het onderzoek naar de verschillende collectieve energieconcepten afgerond. Van de verschillende warmteopties is de businesscase voor het realiseren van een laag-temperatuurwarmtenet het meest positief en met de PAW Rijksbijdrage een goed en betaalbaar alternatief voor aardgas.
Het energieconcept is een combinatie van bekende en bewezen technieken en gaat uit van een Warmte-Koude Opslag (WKO) en een bronnet op 20 graden, waarbij op gebouwniveau een warmtepomp het water verder opwarmt tot 55 of hoger graden. Aangezien bestaande bouw een grotere warmtevraag heeft en koelen bij
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 2/13
bestaande bouw lastig is zal de WKO in de ondergrond thermisch in onbalans raken wanneer deze niet geregenereerd wordt. Voor het regenereren van de WKO wordt zomers warmte gewonnen uit de rivierwaterleiding van Dunea. De warmteketen start met een warmtebron en eindigt bij warmtelevering aan een gebouw. Een lage temperatuur warmtenet is nodig om de warmte te transporteren vanaf de bron naar de woningen. Aquathermie is een bewezen techniek en Westfield Mall of the Netherlands maakt er al gebruik van. Op 14 maart 2024 heeft de gemeente de Samenwerkingsovereenkomst Toepassen van aquathermie in de Heuvel-/Amstelwijk (Ibabs-dossier 3605) samen met de woningcorporaties WoonInvest en Vidomes en Dunea Warmte & Koude (dochter van het drinkwaterbedrijf Dunea) ondertekend. In deze overeenkomst zijn afspraken en rollen vastgelegd. De gemeente heeft een regierol en dient vast te leggen welk alternatief voor aardgas het meest kansrijk is. Dit vertaalt de gemeente in het wijkuitvoeringsplan (hierna: WUP) wat samen met de wijk wordt opgesteld. Volgens de planning zal het WUP in het najaar van 2024 aan uw raad ter besluitvorming worden voorgelegd. In het proces en de samenwerking is gebleken dat de gemeente ook een besluit dient te nemen over wat haar rol zal zijn in de totstandkoming van het toekomstige warmtenet in de Heuvel/Amstelwijk.
Daarom heeft het college de mogelijke rolnemingsvarianten onderzocht aan de hand van voor de gemeente belangrijke criteria met als doel om een richtinggevend besluit voor te leggen aan de gemeenteraad over de rol van de gemeente in het toekomstige warmtenet. Hierbij is het voor de gemeente bijvoorbeeld belangrijk of zij regie heeft op het eindresultaat en hoe groot de kans is dat de realisatie van het warmtenet vertraging oploopt. Om een goed overwogen besluit voor te kunnen leggen aan de raad zijn de kansen en de risico’s in beeld gebracht voor de meest kansrijke rolnemingsmodellen. Afhankelijk van dit besluit volgt in het geval van een publiek warmtenet eventueel betrokkenheid bij de exploitatie van het warmtenet.
3. Afwegingen Wet en regelgeving en de warmteketen De ontwikkelingen omtrent de Wet collectieve warmte (Wcw) zorgen ervoor dat het in de praktijk haast onmogelijk blijkt een warmtenet aan te besteden omdat er voor de exploitant te veel onzekerheid is over de toekomst. In de ontwerp-nieuwe warmtewet staat onder meer dat warmte-infrastructuur (grotendeels) in publieke handen moet komen en warmtetarieven moeten worden gebaseerd op de daadwerkelijke kosten. Omdat het een voorstel betreft zijn er op dit moment nog veel onzekerheden over de toekomstige marktordening van warmtenetten en het pad daarnaartoe. Bijvoorbeeld de voorwaarden dat een warmtenet vanaf 1.500 aansluitingen voor minimaal 50% in publieke handen moet zijn. Dit kunnen ook andere publieke partijen zijn dan de gemeente. In potentie kan het warmtenet in de Heuvel-/Amstelwijk uitgroeien tot een
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 3/13
warmtenet wat aan deze voorwaarde voldoet en in de geest van de Wcw is inzetten op minimaal 50% publiekeigendom dan ook gewenst. Welke rol kiest de gemeente De gemeente heeft in de Transitievisie Warmte en de Lokale Energiestrategie uitgestippeld in welke wijken warmtenetten kansrijk zijn. De ontwikkelingen omtrent de Wet collectieve warmte (Wcw) brengen een aantal onzekerheden met zich mee die invloed hebben op de realisatie van warmtenetten. Er zijn meerdere organisatievormen denkbaar om een collectief warmtenet te realiseren. De één kansrijker dan de ander gelet op de voorwaarden gesteld in het gemeentelijk beleid. Zo moet het alternatief voor aardgas o.a. haalbaar en betaalbaar zijn en moet er aandacht zijn voor participatie. In de Uitgangspuntennotitie (ibabs-dossier 3507) voor de Heuvel-/Amstelwijk heeft het college een aantal voorwaarden opgesteld die richting moeten geven in het maken van een keuze voor een alternatief voor aardgas. Dit zijn de volgende voorwaarden: •
Uitvoerbaar
•
Betaalbaar
•
Samen
•
Betrouwbaar
•
Vermindering van de CO2-uitstoot
Om te kunnen waarborgen dat er aandacht is voor bovenstaande voorwaarden bij de realisatie van een warmtenet vindt het college het belangrijk een bepaalde mate van zeggenschap te hebben over het uiteindelijke systeem en het eindresultaat. In een wijk zoals De Heuvel/Amstelwijk met een relatief laag gemiddeld inkomen en een lage vorm van collectieve betrokkenheid met de energietransitie is het extra van belang dat de gemeente door een bepaalde mate van zeggenschap invloed uit kan oefenen op het eindresultaat bijvoorbeeld voor wat betreft de betaalbaarheid van kosten voor warmte. Meer invloed zal in de praktijk echter ook een investering vragen van de gemeente. Deze extra investering kan niet bekostigd worden vanuit de Rijksbijdrage PAW en is nog niet gereserveerd. Om te kunnen beoordelen welke rolnemingsmodellen het meest kansrijk zijn voor het realiseren van een warmtenet in Leidschendam zijn door het college zwaarwegende en niet zwaarwegende criteria opgesteld. Het college maakt dit onderscheid omdat de zwaarwegende criteria meer impact hebben en dus zwaarder wegen in de beoordeling dan de criteria in de categorie niet zwaarwegende criteria. Voor het college staat de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de warmte voor nu en de toekomst voorop. De criteria staan in onderstaande tabel van boven naar beneden qua weging op volgorde.
Vandaar dat het criteria: “risico dat de gemeente geen regie
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 4/13
heeft op het eindresultaat m.b.t. betaalbaarheid etc.” dat het zwaarst weegt bovenaan staat. De criteria zijn o.a. opgesteld aan de hand van de voorwaarden uit de LES en de Uitgangspuntennotitie voor de Heuvel-/Amstelwijk. In onderstaande figuur is de analyse die het college heeft gemaakt weergeven. De uitgebreide toelichting per criteria en variant is terug te vinden in bijlage 1: Toelichting op de criteria analyse governance warmtenet. Criteria analyse De criteria worden aan de hand van een vijfpuntsschaal beoordeeld. De score 1 – 5 is als volgt: 1 zeer klein 2 klein 3 aannemelijk 4 groot 5 zeer groot Door gebruik te maken van kleuren geeft de tabel in één oogopslag inzicht in de score van de verschillende varianten.
Uit de criteria analyse komt naar voren dat variant 1a, 1b en 3 beduidend slechter scoren op de zwaarwegende criteria. Daarentegen scoren 1a en 1b relatief goed op de niet zwaarwegende criteria. Dit komt omdat bij beide de gemeente een minimale rol pakt wat resulteert in een lage mate van regie en zeggenschap. Daar tegenover staat ook dat de gemeente beperkt expertise en capaciteit nodig heeft en lage financiële risico’s loopt. De slechte score op de zwaarwegende criteria en met name op het doorslaggevende criteria regie en het risico op vertraging maakt deze varianten niet acceptabel. Variant 3 brengt grote financiële risico’s met zich mee omdat de gemeente zelfstandig een warmtebedrijf opricht. Hierdoor scoort de variant ook slecht op de niet zwaarwegende criteria omdat de gemeente naast de financiële risico's ook een grote inspanning zal moeten leveren en expertise nodig heeft. Daarom is ook scenario 3 niet acceptabel. Daarbij speelt mee dat onze gemeente zich niet goed leent voor grootschalige warmtenetten zoals beschreven in de LES. De opgedane expertise kan daardoor naar verwachting niet of niet volledig ingezet worden in andere wijken.
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 5/13
De varianten 2a, 2b en 4 zijn het meest kansrijk voor het realiseren van een warmtenet in Leidschendam. Variant 2a en 2b scoren minder goed op voortgang en regie en vragen ook nog de nodige expertise en capaciteit van de gemeente. De financiële risico’s van de gemeente zijn echter laag en wanneer de variant goed uitpakt is een positief (publiek) resultaat mogelijk. Echter de huidige onzekerheid in de markt, o.a. vanwege de nieuwe wetgeving, is groot voor marktpartijen waardoor andere gemeenten, zoals Den Haag, recent al aanbestedingen voor warmtenetten hebben teruggetrokken. Variant 4 scoort gemiddeld genomen het best op de zwaarwegende criteria. Het is de enige variant waarbij het risico op vertraging zeer klein is aangezien de gemeente samenwerkt met publieke partijen die al ervaring hebben en waarbij het niet nodig is om een warmteconcessies aan te besteden. Een publiek warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van een warmtenet. Deel van deze onderdelen kunnen ondergebracht worden bij uitvoerende partijen om op die manier risico’s te verleggen. Het verdient aanbeveling voor de gemeente om op afstand te blijven van eigenaarschap rondom bron en levering.
Wanneer de gemeente een minderheidsaandeel heeft in een toekomstig publieke warmtebedrijf biedt dit een aanzienlijk voordeel in termen van financieel risicobeheer en worden de financiële risico's gedeeld met andere partners. Conclusies De transitie naar aardgasvrij raakt burgers direct en gemeenten willen om die reden hier graag invloed op houden en willen dit niet alleen aan marktpartijen overlaten. In de regulerende rol kan de gemeente aan de voorkant voorwaarden scheppen en afspraken maken over betaalbaarheid, betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid. Vanuit deze rol kan de gemeente juridisch bindende regels opleggen om partijen tot acties te verplichten. Maar tijdens de exploitatiefase heeft de gemeente geen invloed meer. Aangezien een warmtenet voor tenminste 30 jaar wordt aangelegd is het onmogelijk om aan de voorkant alles te overzien en hiervoor afspraken te maken. Hiermee maakt de gemeente zich afhankelijk van de bereidheid van de exploitant om tussentijds bij te sturen. Dit zie je terug in de analyse van de gemeente en is de reden dat variant 1 en 2 slecht scoren. De participerende rol wordt door steeds meer gemeenten toegepast. Gemeenten zien het namelijk als hun taak om ook tijdens de exploitatiefase invloed te hebben op betaalbaarheid, betrouwbaarheid en bereikbaarheid.
Door zeggenschap in het netwerkbedrijf behartigt de gemeente de belangen van haar inwoners en bedrijven. Ook het college van gemeente Leidschendam-Voorburg vindt gelet op bovenstaande redenen dat de publiek rol het beste past bij haar uitgangspunten. Is participeren in een warmtenetwerkbedrijf wel een taak van de overheid? In het verleden was de energievoorziening volledig in handen van de overheid. Sinds de invoering van de Splitsingswet in 2006 zijn energiebedrijven zelfstandig geworden
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 6/13
en is het een vrije open markt, waarin burgers hun eigen energieleverancier kunnen kiezen. De infrastructuren zijn daarbij nog wel in handen van publieke partijen zoals Stedin. In tegenstelling tot de elektriciteits- en gasmarkt is de keuze van warmteleverancier bij een warmtenet er nu nog niet, aangezien het gesloten systemen (integrale warmtebedrijven) zijn met 1 aanbieder. Om de belangen van de inwoners en bedrijven en publieke waarden te kunnen behartigen participeren gemeenten in een warmtenet. Gelet op bovenstaande afwegingen vindt het college het inzetten op marktwerking middels een warmteconcessie niet wenselijk. De publiek samen variant (variant 4 in de criteria analyse) heeft de voorkeur van het college en daarom heeft het college een extern bureau gevraagd om de meest kansrijke rolnemingsmodellen onder "Publiek Samen" voor de realisatie van een warmtenetproject in De Heuvel-/Amstelwijk uit te werken. De standpunten en randvoorwaarden van het college voor deelname aan een publiek warmtebedrijf vormen de basis van de criteria in het gemaakte afwegingskader met mogelijke organisatievormen. De rolnemingsmodellen (4 A tot en met F) die afgewogen zijn, komen allen voort uit de variant “Publiek Samen”.
De kaders van de verschillende rolnemingsmodellen variëren van een sterke betrokkenheid van de gemeente met maximaal eigenaarschap en volledige uitvoering door een publiek integraal warmtebedrijf tot een meer terughoudende rol waarbij de gemeente eigenaarschap deelt met óf geheel vergeeft aan publieke/private partijen. De onderzochte modellen bieden een scala aan opties voor het ontwikkelen en exploiteren van warmtevoorzieningen, conform de Wcw, waarbij de gemeente haar betrokkenheid en verantwoordelijkheid op verschillende manieren kan vormgeven. Aanvullend is gesproken met een aantal mogelijke publieke en private samenwerkingspartners, en financiers. De inzichten uit de interviews zijn verwerkt in de analyse en zodoende zijn de meest kansrijke samenwerkingspartners geselecteerd bij de modellen. Het advies aan het college is om de rolnemingsmodellen van HVC (rolnemingsmodel 4 A) en de Warmte Joint Venture tussen Netverder en Dunea (rolnemingsmodel 4 F), die worden beschouwd als de meest kansrijke rolnemingsmodellen binnen ‘Publiek Samen’ op basis van hun onderzoek, samen met de voorgestelde samenwerkingspartners verder te verkennen. Zie hiervoor het afwegingskader op de volgende pagina en bijlage 2. Een joint venture (gezamenlijke onderneming) is een afspraak tussen bestaande bedrijven om samen te werken waarbij zij hun zelfstandigheid en eigen producten en diensten behouden.
Voor het college staat de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de warmte voor nu en de toekomst voorop. Het college heeft er vertrouwen in dat deze uitgangspunten in beide rolnemingsmodellen geborgd kunnen worden. Er zijn een paar grote verschillen tussen het rolnemingsmodel met HVC en anderzijds de Joint Venture met Netverder,
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 7/13
dochter van Stedin, en Dunea Warmte en Koude. Het belangrijkste verschil is het ontbreken van een investering door de gemeente bij het organisatiemodel met HVC en daarmee ook het ontbreken van sterke directe zeggenschap. Omdat HVC in handen is van 52 gemeenten en 8 waterschappen is het publieke belang wel geborgd. In bijlage 2 staan de rolnemingsmodellen in hoofdstuk 5 uitgebreid beschreven.
Figuur: Afwegingskader – toetsen van de rolnemingsmodellen op de belangrijke beoordelingscriteria voor de gemeente Leidschendam-Voorburg Voorkeursmodel 4 A: Indirect gemeentelijke uitvoeringsorganisatie via HVC De gemeente is met 51 andere gemeenten en 8 waterschappen gezamenlijk 100% aandeelhouder van HVC. HVC zal in dit model een project BV oprichten voor de realisatie van het warmtenet, de gemeente wordt geen mede-eigenaar van deze dochter BV. Dit model vereist geen grootschalige investering van de gemeente, terwijl het toch het volledige publieke belang waarborgt. De kennis en expertise om effectief te kunnen opereren, wordt ingevuld door HVC. In deze variant voert HVC als publiek integraal warmtebedrijf de volledige operatie uit. Een dergelijk rolnemingsmodel is eventueel ook denkbaar met andere publiek partijen zoals NetVerder, dochter van Stedin, en Dunea Warmte en Koude, dochter van het drinkwaterbedrijf Dunea. Zie onderstaande figuur.
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 8/13
Het HVC-model (model A), komt naar voren als een voorkeursmodel op basis van de volgende argumenten: •
Gewenste rol van HVC: HVC opereert exclusief als integraal publiek warmtebedrijf, met verantwoordelijkheid voor investeringen, netbeheer en uitvoering. Ze streven echter naar nauwe samenwerking met partners zoals gemeenten en publiek-private partijen, waarbij ze fungeren als transparant doorgeefluik op de uitvoering;
•
Dit model biedt de gemeente Leidschendam-Voorburg in eerste instantie een aanzienlijk voordeel op het gebied van financieel risicobeheer. HVC, als integraal warmtebedrijf, voert het project en de exploitatie zelfstandig uit, wat resulteert in een minimalisatie van de financiële risico's voor de gemeente. Bovendien draagt het gedeelde eigenaarschap van HVC met andere gemeenten en waterschappen bij aan het beperken van eventuele tegenvallers, aangezien deze gezamenlijk worden gedragen;
•
Daarnaast draagt het HVC-model bij aan het publieke belang. Hoewel de gemeente minder directe controle heeft dan bij modellen waarin ze een 100% aandeelhouder is, wordt hiermee eenzelfde publieke belang behartigd. Dit wordt versterkt door de flexibiliteit die HVC biedt om samen te werken met de gemeente en andere belanghebbenden om een optimale warmteoplossing te realiseren, wat gunstig is voor de uiteindelijke gebruikers van het warmtesysteem;
•
Een ander belangrijk voordeel van het HVC-model is het lage risico op vertraging in de ontwikkeling en uitvoering van het project. Doordat HVC zelfstandig opereert, is er minder kans op obstakels of vertragingen die kunnen optreden bij modellen waarin de gemeente meer directe betrokkenheid heeft of samenwerkt met verschillende partners;
•
Bovendien vereist het HVC-model relatief weinig inspanning van de gemeente in termen van organisatorische capaciteit. Omdat HVC de volledige operatie uitvoert, heeft de gemeente weinig behoefte aan specifieke kennis en kunde om effectief op te treden als aandeelhouder;
•
Ten aanzien van financiering kan HVC kan bij BNG tegen relatief gunstige voorwaarden vreemd vermogen aantrekken. Ook heeft HVC in het verleden reeds succesvol financiering opgehaald bij BNG;
•
Tot slot profiteert de gemeente van de uitgebreide ervaring van HVC met warmteprojecten, wat een waardevolle bijdrage levert aan het succes en de efficiëntie van het project. Op basis van deze criteria wordt het HVC-model sterk aanbevolen als voorkeursmodel voor de gemeente LeidschendamVoorburg;
•
De PAW gelden kunnen gebruikt worden voor de investering in de infrastructuur.
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 9/13
Voorkeursmodel 4F: Warmte Joint Venture tussen Netverder en Dunea met inbreng eigen vermogen vanuit de gemeente Dit model omvat een contractuele overeenkomst tussen het netwerkbedrijf en de leverancier, zonder de vorming van een aparte entiteit. Zie onderstaande figuur. Het netwerkbedrijf heeft minimaal 50% zeggenschap in deze warmte joint venture, maar er is geen aandeelhouders relatie tussen het netwerkbedrijf en de leverancier. De gemeente neemt deel, door eigen vermogen in te brengen in de project BV van het netwerkbedrijf, waardoor ze een minderheidsaandeel kan verwerven, variërend van 5% tot 49%. In ruil voor de inbreng van aandelen kan de gemeente zeggenschap verkrijgen op voor haar belangrijke onderwerpen. De gemeente kan deze optie overwegen als ze alleen financiële steun wil bieden aan het project in ruil voor zeggenschap, zonder direct betrokken te zijn bij de ontwikkeling en exploitatie van het warmtesysteem.
Het joint venture model met Netverder en Dunea, komt naar voren als een voorkeursmodel op basis van de volgende argumenten: •
Het model biedt een aanzienlijk voordeel in termen van financieel risicobeheer voor de gemeente Leidschendam-Voorburg. Aangezien de gemeente als minderheidsaandeelhouder optreedt, worden de financiële risico's gedeeld met andere partners in de joint venture. Het eigen vermogen dient daarbij ingebracht te worden in de project BV van de netbeheerder. De project BV met de gemeente als een van de aandeelhouders kan eventueel meedoen met de borgstelling via het waarborgfonds. Als gevolg daarvan kan de project BV tegen gunstige voorwaarden vreemd vermogen aantrekken voor het project en met een gunstigere verhouding Eigen Vermogen werken, namelijk maar 10% eigen Vermogen waar dat normaal gesproken rond de 30% ligt;
•
Het model vereist geen significante gemeentelijke inspanning, aangezien de gemeente enkel eigen vermogen inbrengt en de uitvoering grotendeels de verantwoordelijkheid is van Netverder. Daarnaast zal Dunea zich vanuit hun
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 10/13
eigen BV bezighouden met bron en levering. Afspraken tussen Netverder en Dunea zijn geborgd middels een contract; •
Het model maakt het mogelijk dat de gemeente op enige afstand staat van de operatie, maar toch inspraak en invloed kan uitoefenen. Ondanks een minderheidsbelang kan afgesproken worden dat voor bepaalde besluiten unanimiteit vereist is of dat de gemeente een zwaarwegender stem heeft in bepaalde situaties zoals benoeming van bestuurders, aan- of verkoop van aandelen en belangrijke investeringsbeslissingen;
•
Zowel Netverder als Dunea hebben aangegeven bereid te zijn om vanuit hun eigen BV beheer en uitvoering te doen van de benodigde infrastructuur (in het geval van Netverder) en bron en levering (in het geval van Dunea);
•
De project BV van Netverder is hierbij het kapitaalintensieve onderdeel waarbij een investering van de gemeente wenselijk kan zijn. Omdat Dunea vanuit hun eigen BV opereert, loopt de gemeente geen risico wanneer er zich grote problemen voordoen bij de bron of bij levering. Het verdient aanbeveling voor een gemeente om op afstand te blijven van eigenaarschap rondom bron en levering. In dit construct heeft de gemeente een sleutelpositie doordat zij wel invloed kan uitvoeren op de infrastructuur;
•
Netverder is vanwege geografische redenen de logische publieke partner. Dunea wordt gezien als de meest kansrijke samenwerkingspartner vanwege de betrokkenheid bij het project als bronexploitant, en bereidheid om op te treden als warmteleverancier;
•
De PAW-gelden kunnen gebruikt worden voor de investering in de infrastructuur;
Vervolgproces Het college vraagt een richtinggevend besluit van de raad, zodat zij de twee meest kansrijke voorkeurs rolnemingsmodellen voor het realiseren van een publiek warmtenet in de Heuvel/Amstelwijk samen met de voorgestelde samenwerkingspartners verder kan verkennen. In het onderzoek is al gekeken naar de businesscase, kansen en risico’s. Wanneer de gemeente in de verdere verkenning in gesprek gaat met NetVerder, Dunea of HVC zullen ook zij het energieconcept en de businesscase doorrekenen. Een aandachtspunt bij de route met HVC is dat zij doorgaans met midden-temperatuur warmtenetten werken en geen voorkeur hebben voor een bronnet met lage temperatuur. In de verdere verkenning zal moeten blijken welk rolnemingsmodel de voorkeur geniet. Wanneer het college duidelijk heeft met welke partij(en) en onder welke voorwaarden het oprichten van een publiek integraal warmtebedrijf haalbaar is zal zij een investeringsbesluit voorleggen aan de raad. Wanneer de raad instemt met het voorstel zal het college wanneer, uit de eerste verkenning, duidelijk is welke rolnemingsmodel de voorkeur heeft de raad informeren middels een raadsbrief. Vervolgens zal het college toewerken naar een investeringsbesluit om voor te leggen aan de raad. Aangezien het ingewikkelde
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 11/13
materie is zal het college in aanloop naar het toekomstige besluit één of meerdere technische sessies voor raadsleden organiseren.
4. De financiële gevolgen van het besluit Het besluit is richtinggevend en heeft geen directe financiële gevolgen. De kosten voor de verdere verkenning worden gedekt vanuit de bestaande middelen en beschikbare capaciteit voor de wijkaanpak en de procesgelden die beschikbaar zijn vanuit de Rijksbijdrage. Indirect stuurt de raad met het besluit om de opties voor de realisatie van een publiek integraal warmtebedrijf verder te verkennen mogelijk aan op toekomstige besluiten die, afhankelijk van het uiteindelijke rolnemingsmodel en de gemaakte afspraken, financiële gevolgen kunnen hebben. In het geval van rolnemingsmodel A zal de gemeente geen mede-eigenaar worden van de dochter BV die HVC opricht. Dit betekent dat de gemeente € 0 investeert. De investering van de gemeente voor rolnemingsmodel F (na inzet van de PAW-gelden) is afhankelijk van het aandeel variërend van 5% tot 49%. In de businesscase is o.a. gerekend met - 15% korting op vastrecht voor een betaalbaar voorstel aan de bewoners, een vollooptijd van het warmtenet van 5 jaar en een rendementseis van 7%. De kasstroom op pagina 43 van bijlage 2 maakt het verschil tussen de ontvangsten en uitgaven gedurende de exploitatie inzichtelijk. De kasstroom laat zien dat de exploitatieopbrengsten positief zijn en dit betekent dat dekking vanuit de algemene middelen wellicht mogelijk is.
Een publiek warmtebedrijf is niet gedreven om winst te maken. Om tegenvallers op te vangen is het echter noodzakelijk om een positief rendement te maken. Er is gesproken met de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en De Nederlandse Waterschapsbank (NWB) over de kansen en mogelijkheden voor een Publiek integraal warmtebedrijf. Als er een waarborgfonds beschikbaar is, is de NWB bereid om 90% vreemd vermogen te verstrekken. Een dergelijk fonds kan investeringen in nieuwe en bestaande warmtenetten borgen waardoor externe financiers de garantie hebben rente en aflossing te ontvangen. Hier wordt naar verwachting de eigen vermogensvraag voor de aandeelhouders sterk verlaagd, mogelijk tot 10% van de totale investeringsopgave. Het Rijk sorteert voor op mogelijke waarborgfondsen of andere vergelijkbare instrumenten voor warmtenetten en het vinden van dekking voor de eenmalige risicobuffer en risicoreservering op de Rijksbegroting. Deze benadering biedt de gemeente de mogelijkheid om het project met minder eigen vermogen te financieren.
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 12/13
Onderstaande tabel geeft inzicht in het benodigd eigen vermogen per rolnemingsvariant (afhankelijk van het aandeel)
De middelen om in te stappen in een publiek integraal warmtebedrijf zou de gemeente kunnen dekken uit de algemene middelen of de bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie. Er wordt mogelijk ook ambtelijke inzet gevraagd gedurende de looptijd van het warmtenet, ook wel “de kosten van de governance”. Dit is afhankelijk van het gekozen rolnemingsmodel en de keuzes die gemaakt worden. Deze bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie is door de raad gealloceerd (ibabs-dossier 3095). Onderstaande paragraaf gaat hier dieper op in. Bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie Bij de vaststelling van de programmabegroting 2021-2024 is op basis van de nota van wijziging 2021-2024 een nieuwe Bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie met bedrag van € 46 miljoen in het leven geroepen. Op 7 juli 2021 heeft de raad het 1e bestedingsplan bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie vastgesteld. De bestemmingsreserve is noodzakelijk voor het behalen van de lange termijn doelstellingen van de energie- en warmtetransitie. Via het bestedingsplan wordt bepaald hoe de bestemmingsreserve gedurende de loop van tijd wordt ingezet. In mei 2023 heeft uw raad ingestemd met de 1e herziening van de bestemmingsreserve (ibabs-dossier 3095).
In het besluit is opgenomen dat het college op de lange termijn t/m 2050 verwacht om onder andere de volgende sub thema's uit de reserve te betalen en de transitie te faciliteren: •
Wijkaanpakken capaciteit en onderzoek
•
Bijdrage transitiekosten wijkaanpakken
•
Stimuleringsmaatregelen energietransitie
Datum 16 april 2024 Nummer 3666 Pagina 13/13
5. Hoe zijn inwoners/ belanghebbenden betrokken Het vaststellen van de Transitievisie Warmte, door uw raad op 7 december 2021 (iBabs-dossier 2481), is het resultaat van een intensief lokaal proces met de belangrijkste stakeholders in de warmtetransitie. In 2022 is de gemeente in de Heuvel/Amstelwijk begonnen met het participatieproces en het technisch onderzoek. Dit proces zal uiteindelijk leiden tot een Wijkuitvoeringsplan, dat dit najaar aan uw raad wordt voorgelegd ter besluitvorming. De uitgangspuntennotitie die het college 24 oktober 2023 heeft vastgesteld (iBabs-dossier 3507) is een tussenproduct dat richting geeft aan de verdere invulling van het proces en het onderzoek dat leidt tot het Wijkuitvoeringsplan. Tevens is een deel van de wijk aangewezen als één van de nationale Proeftuinen Aardgasvrije Wijken (PAW). De gemeente heeft een subsidie gekregen voor het proces en voor mogelijke investeringen, zie Raadsbrief nr. 2490. Hoe inwoners en belanghebbende betrokken zijn in het participatieproces en welke participatie nog gaat plaatsvinden is beschreven in raadsbrief nr. 3507 informeren over Uitgangspuntennotitie wijkaanpak De Heuvel/Amstelwijk. Op 13 maart 2024 heeft de gemeente een bewonersavond in De Heuvel / Amstelwijk voor bewoners en betrokkenen georganiseerd.
Tijdens deze bijeenkomst was er naast een presentatie door de besturen van enkele VvE’s ook aandacht voor de samenwerkingsovereenkomst toepassen van aquathermie, die de gemeente is aangegaan met WoonInvest, Vidomes en Dunea Warmte en Koude en wat dit betekent voor de realisatie van het warmtenet en de stakeholders binnen en buiten de scope van de proeftuin. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan, secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Documenten behorende bij dit raadvoorstel Dossiernummer
Bestandsnaam
3666
Toelichting op de criteria analyse governance warmtenet
3666
Uitwerking van de "Publiek Samen" variant als kansrijk gemeentelijk rolnemingsmodel voor de realisatie van het warmtenetproject in De Heuvel/Amstelwijk