CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3654 Kwiz Duidingsrapport dashboard minima - gemeente Leidschendam-Voorburg 2022

Commissie Samenleving 4 maart 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Informeren over de koers Minimabeleid2.924 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DUIDINGSRAPPORTAGE DASHBOARD MINIMA GEMEENTE LEIDSCHENDAMVOORBURG Meting over 2022 Versie 1.1

Opdrachtgever

Gemeente Leidschendam-Voorburg

Datum

December 2023

Auteurs

Michelle Ellens Marijke Bos

KWIZ

Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl

Uitgave

Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..

INLEIDING De gemeente wil graag (meer) inzicht in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en diverse minimaregelingen en heeft KWIZ daarom gevraagd een Armoedemonitor op te stellen waarin deze informatie inzichtelijk wordt gemaakt. De resultaten van de Armoedemonitor zijn gepresenteerd in een online dashboard, waar de gemeente zelf (extra) gewenste analyses kan maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde doelgroep. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen genoemd. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Weergave van minimahuishoudens De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op de betreffende peildatum van het onderzoek (31 oktober 2022), op basis van het inkomen op het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de diverse regelingen is gemeten over een heel jaar, van 1 november 2021 tot en met 31 oktober 2022. Over het jaar 2016 heeft KWIZ een Armoedemonitor geschreven. Waar mogelijk worden de cijfers van deze meting vergeleken met de cijfers over 2016. In de voorgaande Armoedemonitor over 2016 is echter gerapporteerd op een inkomensgrens van 110 procent Wsm. In 2022 geldt 130 procent Wsm als inkomensgrens voor meerdere regelingen; daarom wordt nu gerapporteerd op een inkomensgrens van 130 procent Wsm.

Dit maakt dat een vergelijking alleen op hoofdlijnen mogelijk is.. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke heffingen en zzp’ers. De gegevens uit de registraties zijn aan elkaar gekoppeld en op basis van deze gekoppelde lijst zijn er gegevens vanuit het Basisregistratie Personen (BRP) opgevraagd. Er is dus een beperkte selectie vanuit het BRP gebruikt voor het onderzoek1. Met behulp van de selectie vanuit het BRP zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling van de inkomensbron is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofd inkomensbron van het huishouden. De kenmerken van de minimahuishoudens en kinderen gaan over degenen die gekoppeld konden worden aan de beperkte BRP-set.

Dit betekent dat niet alle inwoners in beeld zijn en het gebruik en bereik van de minimaregelingen vermoedelijk iets lager ligt dan in werkelijkheid. Daarnaast zijn bestanden gekoppeld van de schuldhulpverlening en zzp’ers die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hiervan wordt de overlap met de minimahuishoudens beschreven. Schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over de inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die niet in beeld is. Dit komt omdat ze geen gebruik hebben gemaakt van de ondersteuning van de gemeente (of ketenpartner), en zodoende niet in de registratiebestanden voorkomen. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebbe over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via bovenstaande onderzoeksmethode. Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft. Zodoende kunnen we een inschatting maken van de totale doelgroep van het minimabeleid.

Het is op basis van deze onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Dit betekent dat er geen inzicht te geven is in de relatieve armoede per categorie (huishoudtypen, achtergrond, wijken). Oftewel het aandeel eenoudergezinnen met een minimuminkomen ten opzichte van alle eenoudergezinnen. 1

Opzet rapportage dashboard minima We beginnen met het hoofdstuk over minimahuishoudens, waarna de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen worden weergegeven. Daarna komt het gebruik en bereik van de minimaregelingen aan bod. Tot slot wordt de overlap van minimahuishoudens met de schuldhulpverlening en zzp’ers in kaart gebracht. In het dashboard en duidingsrapport worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de- totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn). Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ3 en/of openbare cijfers van het CBS.

De gemeente Leidschendam-Voorburg wordt hierbij vergeleken met andere gemeenten die op inwonertal (50.000 tot 100.000 inwoners) en aanbod van minimaregelingen vergelijkbaar zijn. 3

1. MINIMAHUISHOUDENS • • •

Het aantal en aandeel minimahuishoudens dat de gemeente in beeld heeft, is afgenomen tussen 2016 en 2022; Driekwart van de minimahuishoudens heeft een langdurig minimuminkomen; Bijna twee op de vijf minimahuishoudens woont in de wijk Prinsenhof.

Schatting totale doelgroep minimahuishoudens 2022 Op 31 oktober 2022 heeft de gemeente 2.649 minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in beeld, en in totaal 3.608 huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. Dat is respectievelijk 7,1 procent en 9,6 procent van alle 37.558 huishoudens in de gemeente. Deze aandelen liggen redelijk in lijn met andere gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners (landelijke gemeenten uitgezonderd). Deze huishoudens zijn in beeld omdat zij in een of meer registratiebestanden voor minima voorkomen. Op basis van de KWIZ Armoede Index schatten we het totaal aantal huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm en een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet op 2.829 huishoudens. Dit zijn inclusief de minimahuishoudens die de gemeente niet in beeld heeft, omdat zij geen gebruikmaken van een minimaregeling, dan wel een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen. Het totaal aantal huishoudens tot 130 procent Wsm schatten we op 4.471. In deze rapportage gaan we nader in op de kenmerken van de groep 3.608 huishouden tot 130 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel 1.1 Minimahuishoudens in beeld in relatie tot schatting totale doelgroep In beeld in Armoedemonitor

Schatting totaal aantal minimahuishoudens

Tot 100% Wsm

2.649

7,1%

2.829

7,5%

Tot 110% Wsm

2.737

7,3%

3.222

8,6%

Tot 130% Wsm

3.608

9,6%

4.471

11,9%

Verloop minimahuishoudens in beeld 2022 t.o.v. 2016 In de gemeente Leidschendam-Voorburg is het totaal aantal huishoudens in de gemeente in 2022 (37.558) gestegen ten opzichte van het totaal aantal in 2016 (36.026). In 2016 was zowel het aantal als aandeel minimahuishoudens ten opzichte van alle huishoudens groter dan in 2022; het aantal minimahuishoudens is gedaald. Tabel 1.2 Aantal minimahuishoudens in beeld over 2016 en 2022 (cumulatief) Inkomen t.o.v. Wsm

2016

Tot 100% Wsm

-

Tot 110% Wsm Tot 130% Wsm

2022 -

2.649

7,1%

3.472

9,6%

2.737

7,3%

4.192

11,6%

3.608

9,6%

Kenmerken 3.608 minimahuishoudens tot 130 prcent Wsm in beeld Inkomensbron. Van de 3.608 minimahuishoudens krijgt 40 procent als voornaamste inkomensbron een uitkering vanuit de Participatiewet. Ruim een kwart (27 procent) van de minimahuishoudens ontvangt een AOW-uitkering. De overige 33 procent heeft inkomen uit overige bronnen, zoals werk of WW. Deze groep wordt landelijk gezien steeds groter terwijl het aantal bijstandsgerechtigden iets afneemt. Tabel 1.3 Inkomensbronnen van minimahuishoudens in beeld 2022 Participatiewet AOW

1.460

40%

966

27%

Overig inkomen

1.182

33%

Totaal

3.608

100%

Huishoudtype. Het grootste deel van de minimahuishoudens is alleenstaand (55 procent, 1.983 huishoudens). In 2022 was 14 procent een eenoudergezin met minderjarige kinderen (493 gezinnen). Achtergrond. Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vormen met 52 procent de grootste groep onder de minima. Ruim een derde heeft een Nederlandse achtergrond.

Langdurige minima Op 31 oktober 2022 had ruim drie op de vier minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft al drie jaar of langer een inkomen tot 130 procent Wsm. Bij veel gemeenten ligt dit aandeel nu rond de 65-70 procent. Van deze 2.756 langdurige minima heeft het grootste deel (75 procent) een inkomen tot 100 procent Wsm en ontvangt 43 procent een uitkering vanuit de Participatiewet. Een derde is AOW-gerechtigd. Tabel 1.4 Langdurigheid minimahuishoudens tot 130% Wsm in beeld 2022 Tot 1 jaar 1 tot 3 jaar

378

11%

473

13%

3 jaar of langer

2.756

76%

Totaal

3.608

100%

2. MINIMAKINDEREN • • •

In 2022 is het aandeel eenoudergezinnen hoger dan tweeoudergezinnen; 7 op de 10 minimakinderen hebben een niet-westerse migratieachtergrond; Bijna een kwart van de minimakinderen woont in de wijk Prinsenhof.

Schatting totale doelgroep minimakinderen tot 18 jaar Op 31 oktober 2022 heeft de gemeente 1.277 kinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm (8,5 procent van alle 14.987 kinderen tot 18 jaar). In totaal heeft de gemeente 1.339 kinderen tot 18 jaar in beeld uit huishoudens met een inkomen tot 110 procent Wsm (8,9 procent). Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Op basis van de KWIZ Armoede Index schatten we dat er in totaal 1.557 kinderen tot 18 jaar in een minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm wonen (10,4 procent) en 2.326 kinderen tot 18 jaar in een minimahuishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm (15,5 procent). Hieronder gaan we verder in op de 1.901 kinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel 2.1 Minimakinderen in beeld in relatie tot schatting totale doelgroep In beeld in Armoedemonitor Tot 100% Wsm

1.277

Tot 110% Wsm Tot 130% Wsm

Schatting totaal aantal minimakinderen

8,5%

1.557

10,4%

1.339

8,9%

1.706

11,4%

1.901

12,7%

2.326

15,5%

Verloop minimakinderen tot 18 jaar in beeld over 2016 - 2022 Het aantal en aandeel minimakinderen tot 18 jaar dat in beeld is bij de gemeente LeidschendamVoorburg is gedaald ten opzichte van 2016. Verder zijn op een inkomensniveau van 130 procent Wsm 1.901 kinderen in beeld; dat is 12,7 procent van alle kinderen in de gemeente. Tabel 2.2 Minimakinderen in beeld over 2016 en 2022 (cumulatief) Inkomen t.o.v. Wsm

2016

2022

Tot 100% Wsm

-

-

1.277

Tot 110% Wsm

1.946

13,5%

1.339

8,9%

Tot 130% Wsm

-

-

1.901

12,7%

8,5%

Kenmerken 1.901 minimakinderen tot 130 procent Wsm in beeld Inkomensbron. Iets minder dan de helft van de minimakinderen die in beeld is, groeit op in een gezin met als voornaamste inkomensbron een bijstandsuitkering, een aandeel van 5 procent woont bij (groot)ouders die AOW-gerechtigd zijn en de overige 50 procent woont in een huishoudens met een andersoortig inkomen (zoals loon of WW). Tabel 2.3 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens 2022 Participatiewet

860

45%

AOW

101

5%

Overig inkomen Totaal

940

50%

1.901

100%

Huishoudtype. Het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een eenoudergezin ligt op 52 procent. De overige 48 procent van de minimakinderen groeit op in een tweeoudergezin. Dit beeld is vergelijkbaar met andere gemeenten. Tabel 2.4 Huishoudverdeling kinderen in minimahuishoudens 2022 Eenoudergezin

981

52%

Tweeoudergezin

920

48%

1.901

100%

Totaal

Achtergrond. De meeste minimakinderen hebben een niet-westerse migratieachtergrond (1.327 kinderen, 70 procent). Verder heeft 18 procent van de minimakinderen een Nederlandse achtergrond en 12 procent een westerse migratieachtergrond. Wijk. Verder woont de helft van de minimakinderen in de wijken Prinsenhof, Voorburg Midden/ Oud en Bovenveen (resp. 23 procent, 16 procent en 12 procent, gezamenlijk 51 procent van alle minimakinderen).

3. 3. BEREIK BEREIK MINIMAREGELINGEN MINIMAREGELINGEN • • •

Het bereik van de kwijtschelding ligt boven het landelijk gemiddelde; Het bereik van de bijzondere bijstand ligt onder het landelijk gemiddelde; Het bereik van de schoolkosten ligt onder het landelijk gemiddelde.

Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik is gemeten van 1 november 2021 tot en met 31 oktober 2022. Tabel 3.1 Gebruik minimaregelingen in 2022 Regelingen

Gebruik in 2022

Bijzondere bijstand

397 huishoudens

Kwijtschelding

2.175 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag

1.063 huishoudens

Ooievaarspas

2.244 huishoudens

OV AOW’ers

604 huishoudens

Collectieve zorgverzekering

1.376 huishoudens

Participatie AOW’ers

256 huishoudens

Bijzondere bijstand chronisch zieken

479 huishoudens

Individuele studietoeslag

4 personen

Tegemoetkoming Schoolkosten basisonderwijs

214 huishoudens

Tegemoetkoming Schoolkosten voortgezet onderwijs

227 huishoudens

Internetregeling

252 huishoudens

Computerregeling

58 huishoudens

Tabletregeling

46 huishoudens

Stichting Leergeld Schoolspullenpas

788 kinderen

Stichting Leergeld Tablet

114 kinderen

Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft)4. Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere vergelijkbare gemeenten (met een inwoneraantal van 50.000 tot 100.000). Figuur 3.1 Bereik minimaregelingen voor volwassenen in 2022 77% 70-75%

Kwijtschelding

12%

Bijzondere bijstand

30-35%

Individuele inkomenstoeslag

73% 55-60%

Collectieve zorgverzekering

31% 45-50%

Ooievaarspas

50% 40-45%

OV-regeling AOW

35%

Participatieregeling AOW

24%

2022

Landelijke gemiddelde

Het aantal gebruikers betreft degenen die gekoppeld konden worden aan de BRP. Een kleine groep kon niet gekoppeld worden en valt daarmee buiten het weergegeven bereik. 4

•

Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen (77 procent) is hoger dan het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten (70 tot 75 procent); Het bereik van de bijzondere bijstand (12 procent) ligt onder het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten (30 tot 35 procent); In totaal maakt 73 procent van de langdurige minima gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Dit aandeel ligt hoger dan vergelijkbare gemeentes (55 tot 60 procent); Het bereik van de collectieve zorgverzekering (31 procent) ligt onder het bereik dat in vergelijkbare gemeenten gangbaar is (40 tot 45 procent); Het bereik van de Ooievaarspas (50 procent) ligt hoger dan een dergelijke regeling bij vergelijkbare gemeenten (40 tot 45 procent); De gemeente kent twee regelingen voor mensen met de AOW-leeftijd, namelijk een OVregeling en participatieregeling. Het bereik is respectievelijk 35 en 24 procent5.

• • • • •

Figuur 3.2 Bereik minimaregelingen voor kinderen in 2022 Schoolkosten basisonderwijs

28% 45-50%

Schoolkosten voortgezet onderwijs

34% 45-50% 42%

Stichting Leergeld Schoolspullenpas 30-35% Internetregeling 2022

•

24%

Landelijke gemiddelde

Voor de tegemoetkoming voor schoolkosten geldt dat het bereik voor het basisonderwijs (28 procent) lager ligt dan het bereik voor voorgezet onderwijs (34 procent). Beide liggen onder het bereik in vergelijkbare gemeentes (45 tot 50 procent); Voor Stichting Leergeld ligt het bereik (42 procent) boven het bereik in vergelijkbare gemeentes (30 tot 35 procent); Het bereik van de internetregeling is 24 procent5.

• •

Voor de computer- en tabletregeling, bijzondere bijstand voor chronisch zieken en de studietoeslag is het gebruik weergegeven. Het bereik van deze regelingen kan niet worden berekend omdat de doelgroep niet kan worden vastgesteld. Dit heeft te maken met specifieke voorwaarden waaronder inwoners gebruik mogen maken van deze regelingen.

Het bereik van de OV-regeling voor AOW, participatieregeling voor AOW en internetregeling kan niet worden vergeleken met andere gemeenten. Hiervoor is niet voldoende informatie beschikbaar. 5

4. SCHULDHULPVERLENING In de gemeente Leidschendam-Voorburg kregen 351 huishoudens (een vorm van) schuldhulpverlening in de analyseperiode6. Daarvan is bijna 70 procent bij de gemeente bekend als minimahuishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm. Tabel 4.1 Gebruik schuldhulpverlening in 2022 2022 Minimahuishouden met SHV

240

68%

Niet-minimahuishuden met SHV

111

32%

Totaal

351

100%

Minimahuishoudens met SHV Van de huishoudens die gebruikmaken van schuldhulpverlening zijn 240 huishoudens ook in beeld als minima tot 130 procent Wsm. Dit is 7 procent van alle minimahuishoudens. Dat ligt onder het landelijke gemiddelde van 9 à 10 procent. Van deze 240 huishoudens hebben er 102 (43 procent) een leeftijd tussen de 45 en 66 jaar en hebben 216 huishoudens (90 procent) een inkomenspercentage tot 100 procent Wsm.

5. ZZP In de gemeente Leidschendam-Voorburg waren 6.740 zzp’ers actief in 20227 (ingeschreven als zzp’er bij de Kamer van Koophandel). In totaal zijn 268 zzp’ers in beeld als woonachtig in een minimahuishouden tot 130 procent Wsm (4 procent van alle zzp’ers in de gemeente)8. Zelfstandigen in minimahuishoudens De zzp’ers met een inkomen tot 130 procent Wsm wonen veelal in een huishouden met kinderen (39 procent tweeoudergezin, 31 procent eenoudergezin). De helft van de zzp’ers zijn tussen de 45 en 66 jaar oud en het grootste deel heeft een niet-westerse migratieachtergrond (68 procent).

Dit gaat om huishoudens die gekoppeld konden worden aan de beperkte BRP-set. In augustus 2023 is door een derde partij het bestand aangeleverd met zzp’ers die ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. In feite gaat het dus om een bestand met de peildatum in 2023. Dit wordt gekoppeld aan huishoudens die op basis van de gegevens uit 2022 in beeld zijn als minima. 8 CBS geeft over 2020 het beeld dat in totaal 4.200 zzp’ers actief zijn van wie het zzp-inkomen ook de voornaamste inkomensbron is. 6 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=dceb1506-8be9-4792-9ca8-1063f28a0ffb