3576_Raadsbrief informeren over stand van zaken motie 727 Verkenning lokale opwek windenergie
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Onderwerp Raadsbrief informeren over stand van zaken motie 727 Verkenning lokale opwek
windenergie. Portefeuillehouder Wethouder Belt
1. Aanleiding De raad heeft tijdens de raadsvergadering, op 30 mei 2023, ingestemd met de motie 727 Verkenning lokale opwek windenergie. Mede vanwege de overweging dat met een lokaal, coöperatief windproject inwoners en ondernemers de mogelijkheid wordt gegeven om hierin te investeren en van te profiteren, heeft de raad het college verzocht om open te staan voor initiatieven van inwoners voor de opwek van windenergie in het buitengebied van onze gemeente: • • •
mits er sprake is van (grotendeels) lokaal, coöperatief eigendom en winst; mits de wettelijke afstanden tot woningen worden aangehouden; mits overlast voor mens en dier zo veel mogelijk wordt voorkomen.
De raad vindt het vanuit die optiek wenselijk en heeft het college verzocht lokale initiatieven te verkennen en samen te onderzoeken op haalbaarheid, draagvlak en behoud van landschappelijke kwaliteit. De raad heeft het college mede verzocht om na te gaan of het energienet in het buitengebied teruglevering van de opgewekte energie kan faciliteren.
2. Inhoudelijke uiteenzetting Stand van zaken uitvoering motie Het college informeert de raad met deze raadsbrief over de stand van zaken en het verdere verloop van het proces voor de verkenning van lokale opwek windenergie door de initiatiefnemers. De initiatiefnemers onderzoeken de initiatieven op haalbaarheid, draagvlak en behoud van landschappelijke kwaliteit en het college ondersteunt hen daarmee conform de motie. Het college wacht de uitkomsten af en neemt momenteel nog geen standpunt in over windenergie. Het college heeft de afgelopen maanden verschillende gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers over zowel erfgebonden windmolens als windturbines. Ook hebben inhoudelijk verdiepende sessies plaatsgevonden. In bijgevoegde ‘Samenvattende impressie gesprekken’ is de informatie van het tot nu toe besprokene en onderzochte te vinden. Vervolg De komende maanden willen de initiatiefnemers met ondersteuning van het college verder onderzoek doen naar draagvlak en haalbaarheid. De gemeente heeft in 2022 een Participatieleidraad voor initiatiefnemers onder de Omgevingswet opgesteld. Deze leidraad is aan de initiatiefnemers meegegeven, zodat zij de participatie met de omgeving vorm kunnen geven in een participatieplan.
Het college ondersteunt, conform de motie, de initiatiefgroep in het maken van dit plan en gaat nog in gesprek over de rolverdeling tussen het college en de initiatiefgroep. Het college zal dit plan ter informatie toesturen aan uw raad.
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Pagina 2/7
De intentie is dat voor de zomer van 2024 de eerste resultaten bekend zijn van het verdere onderzoek naar onder andere draagvlak en haalbaarheid. Het college zal de raad ook hierover informeren. De raad kan ook dan bepalen hoe zij tegenover de uitkomsten staat en eventueel welke rollen zij verder voor de gemeente ziet.
Burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan
M.W. Vroom
secretaris
burgemeester
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Pagina 3/7
Samenvattende Impressie gesprekken Aanleiding In de vergadering is de motie 727 Verkenning lokale opwek windenergie aangenomen, waarmee de gemeenteraad het college verzoekt om in gesprek te gaan met de initiatiefnemers. Met de motie constateert de raad onder andere dat het terugdringen van de CO2 uitstoot hoge prioriteit heeft, vele inwoners en ondernemers last hebben van hoge energieprijzen en de opwek van duurzame energie in de regio achterblijft, waardoor de energietransitie dreigt te vertragen. Mede vanwege de overweging dat met een lokaal, coöperatief windproject inwoners en ondernemers de mogelijkheid wordt gegeven om hierin te investeren en van te profiteren, heeft de raad het college verzocht om open te staan voor initiatieven van inwoners voor de opwek van windenergie in het buitengebied van onze gemeente: • • •
mits er sprake is van (grotendeels) lokaal, coöperatief eigendom en winst; mits de wettelijke afstanden tot woningen worden aangehouden; mits overlast voor mens en dier zo veel mogelijk wordt voorkomen.
De raad vindt het vanuit die optiek wenselijk en heeft het college verzocht lokale initiatieven te verkennen en samen te onderzoeken op haalbaarheid, draagvlak en behoud van landschappelijke kwaliteit. De raad heeft het college mede verzocht om na te gaan of het energienet in het buitengebied teruglevering van de opgewekte energie kan faciliteren. Inhoudelijke uiteenzetting Bij de behandeling van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid in de gemeenteraad dit voorjaar hebben verschillende insprekers het belang van windenergie benoemd. Onder andere de mogelijkheid om tegen kleine inleg deelnemer/eigenaar te worden van een windturbine en daarmee zowel leveringszekerheid te hebben als lokaal te kunnen profiteren van een goede kostprijs voor energie. Dit is energie die schoon wordt opgewekt en in lokaal en coöperatief eigendom is. Daarnaast hebben ondernemers gepleit voor het mogelijk maken van grotere erfmolens, dan het huidige bestemmingsplan toestaat, om gedeeltelijk of volledig zelfvoorzienend te zijn in de eigen energiebehoefte. Naar aanleiding van de motie zijn meerdere gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers voor windenergie in het buitengebied.
Uit een eerste gesprek voor de zomer is naar voren gekomen dat de initiatiefnemers graag met elkaar als collectief willen optrekken en zich richten op onderzoek naar en het realiseren van grootschalige energieopwekking in het buitengebied. Hieruit is een initiatiefgroep ontstaan bestaande uit individuele ondernemers en grondeigenaren uit Stompwijk, het Comité Stompwijk Energieneutraal, Energy Common Leidschendam en coöperatie Rijnland Energie. Vanuit het initiatief is er interesse voor het realiseren van zowel erfgebonden windmolens als grotere windturbines. Bij erfgebonden windmolens gaat het om kleine windmolens met een ashoogte tot 15 meter waarbij sprake is van privé-eigendom. Bij windturbines gaat het om grootschalige opwek in coöperatief eigendom.
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Pagina 4/7
De erfgebonden windmolens en windturbines zullen hieronder als twee verschillende sporen behandeld worden. De reden om beide sporen apart te benoemen is het grote verschil in zowel doorlooptijd van uitwerking als impact op de omgeving, zoals landschappelijke kwaliteit. Daarbij is er tevens een groot verschil in de bijdrage aan de energiedoelstellingen van de gemeente. Ter vergelijking: één grote windturbine met een ashoogte van ongeveer 150 meter levert voldoende stroom voor de jaarlijkse elektriciteitsvraag van ongeveer 5000 woningen. Voor dezelfde hoeveelheid stroomopwek zijn 500 erfgebonden molens nodig met een ashoogte van 15 meter. Spoor 1: Windmolens Vanuit bedrijfsmatig geïnteresseerde ondernemers binnen het initiatief is er interesse in erfgebonden windmolens voor eigen bedrijfsgebruik. Op dit moment sluit de huidige maximale ashoogte van 6 meter binnen het bestemmingsplan niet aan bij de behoefte van deze ondernemers. Deze ondernemers hebben als doel om (veelal aanvullend op zonneenergie) gedeeltelijk of volledig zelfvoorzienend te zijn in de eigen energiebehoefte en wensen daarom windmolens met een ashoogte van 15 meter te kunnen plaatsen. Het verhogen van de ashoogte van erfgebonden molens tot 15 meter valt onder de bevoegdheid van de gemeente. De motie roept op om coöperatief eigendom te verkennen bij de initiatieven.
Uit de gesprekken met deze ondernemers is gebleken dat zij door het lage opwekvermogen van de erfgebonden windmolens geen coöperatieve businesscase zien in erfgebonden windmolens. Het gaat bij deze initiatieven dus wel om lokaal eigendom en winst, maar er is geen sprake van coöperatief eigendom. Spoor 2: Windturbines De initiatiefnemers hebben aangeven interesse te hebben in het verder verkennen van de mogelijkheden voor windturbines in coöperatief eigendom. De belangrijkste redenen hiervoor zijn: •
•
•
bijdragen aan het streven naar een energieneutraal Stompwijk in 2030 door het onderzoeken en realiseren van grootschalige energieopwekking in het buitengebied; behouden van de baten van energie opwek en zeggenschap met betrekking tot besteding van de baten binnen de gemeenschap door in te zetten op een coöperatieve aanpak; de mogelijkheid stroom primair te leveren aan afnemers binnen de eigen energiegemeenschap tegen een ‘kostprijs+’ model (local4local). Het gaat hier niet alleen om groepen burgers, maar iedereen in de lokale gemeenschap: burgers, bedrijven, gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed.
Een voorbeeld van een coöperatieve aanpak is de Rijnland Energie coöperatie die namens 600 inwoners het eigendom heeft verworven van de twee windmolens langs de A4 bij Zoeterwoude. Zie: www.rijnlandenergiecooperatie.nl/watergeuzen/ Voor windturbines geldt dat de provincie toestemming dient te verlenen. De samenwerkende gemeenten binnen de Regionale Energiestrategie (RES) Rotterdam-Den
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Pagina 5/7
Haag hebben met de vaststelling van de RES door de gemeenteraden in 2021 zoekgebieden aangewezen binnen de regio. Voor Leidschendam-Voorburg bevindt zich o.a. een RES-zoekgebied voor wind en zon langs de A4 zoals is verbeeld in figuur 1.
Figuur 1: Zoekgebieden RES opwek duurzame energie d.m.v. zon en/of wind Vanuit de provincie is er een voorkeur voor lijnopstellingen in samenhang met bestaande infrastructuur. In Zoeterwoude is het gebied ten zuiden van de huidige twee windmolens langs de A4 ook een RES 1.0 zoekgebied voor nieuwe windmolens voor de RES regio Holland Rijnland. Dit zoekgebied voor wind in Zoeterwoude grenst direct aan het zoekgebied binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. De gemeente Zoeterwoude onderzoekt momenteel het draagvlak voor grootschalige energieopwekking in de hele gemeente. Hierna zal mede op basis hiervan een beleidskader worden opgesteld dat naar verwachting in de zomer van 2024 in de gemeenteraad van Zoeterwoude behandeld zal worden. Op dit moment is het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving vanuit het Rijk in ontwikkeling. Binnen dit conceptbesluit zijn strengere normen opgenomen rondom o.a. geluid, afstand tot woningen en slagschaduw. Deze verscherping heeft impact op de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines op land ten opzichte van de oude situatie. Het lijkt erop dat deze nieuwe regels ook impact hebben op de maximale potentie voor grote windturbines in het buitengebied van onze gemeente. Bijvoorbeeld door de hogere afstandsnorm tot losse woningen. Tegelijkertijd geeft dit ook meer duidelijkheid aangaande de ruimtelijke locaties.
Het belang van deze locaties om te komen tot lokale opwek in de regio wordt hiermee ook groter. De verwachting is dat het definitieve besluit Windturbines Leefomgeving in 2025 in werking zal treden.
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Pagina 6/7
Relatie tot stroomnetwerk en netcongestie Het realiseren van zowel erfgebonden windmolens als grote windturbines heeft impact op het stroomnetwerk. In het proces is gesproken met de netbeheerder Stedin. Voor erfgebonden windmolens geldt dat deze worden aangesloten op het laagspanningsnet. Wanneer ondernemers de opgewekte stroom grotendeels zelf gebruiken zal dit weinig impact hebben op het net. Echter, het op grote schaal realiseren van erfgebonden windmolens kan, afhankelijk van de grootte en het aantal turbines, zorgen voor netcongestie als de opgewerkte energie niet direct zelf wordt gebruikt. Voor grote turbines geldt dat deze op een hoger netvlak worden aangesloten. Deze belasten daarmee niet het laagspanningsnet. Om dit mogelijk te maken moet eerst het elektriciteitsnetwerk uitgebreid worden. Hierover moet er op tijd gecommuniceerd worden met de netbeheerder en rekening gehouden worden met aansluitkosten. Als een local4local model gebruikt wordt kan dit helpen het net te ontlasten door de duurzaam opgewekte energie zo veel mogelijk lokaal te gebruiken. Relatie tot RES De RES 1.0 van Rotterdam Den Haag is door veel samenwerken, onderzoeken en participatie tot stand gekomen. De RES 1.0 is in de regio vastgesteld door volksvertegenwoordigende organen.
In de RES 1.0 is de ambitie opgenomen om in te zetten op besparen en isoleren en om 2,8 – 3,2 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Daarmee levert de regio 8 tot 9% van de landelijke doelstelling van 35 TWh. Dit is als bod ingediend bij het Rijk om de landelijke doelstellingen van het Klimaatakkoord te behalen. Zoals aangegeven in de voortgangsrapportage (zie raadsbrief 3271 van 9 mei 2023) ligt de regio voor het regionale bod nog niet op koers. Hoewel er op vele fronten hard gewerkt wordt, vraagt tijdige realisatie van de regionale ambitie op korte termijn om versnelling op alle onderdelen van de ambitie. Een van deze stappen is het verder concretiseren van de zoekgebieden. De regionale afspraak is dat ieder daarin de verantwoordelijkheid neemt voor opwek binnen de eigen zoekgebieden. Het verder verkennen van het initiatief voor windturbines draagt daarmee bij aan deze opgave.
Uit: Voortgangsrapportage RES Rotterdam Den Haag (juli 2023) Relatie tot Omgevingsvisie In 2024 zet de gemeente verdere stappen met de ontwikkeling van de Omgevingsvisie. Afhankelijk van de uitkomsten van de onderzoeken rondom de initiatieven en de weging door college en raad zal dit ook mogelijk effect hebben op de Omgevingsvisie.
Datum 19 december 2023 Nummer 3576 Pagina 7/7
Vervolgproces Vervolg spoor 1: Erfmolens De initiatief nemende ondernemers willen graag de mogelijkheid voor erfmolens tot 15 meter verder onderzoeken. Voor het initiatief voor erfgebonden molens willen de ondernemers verder onderzoek doen naar het draagvlak voor erfgebonden windmolens in het buitengebied. Vervolg spoor 2: Windturbines Voor windturbines wordt in het vervolgproces een aantal stappen gezet. De initiatiefnemers organiseren zich als eerste stap als formele organisatie zodat zij gebruik kunnen maken van financiering en expertise. Hierna wordt door deze organisatie namens de initiatiefnemers ruimtelijk-technisch onderzoek gedaan om de haalbaarheid verder te verkennen. Op basis hiervan doen de initiatiefnemers draagvlakonderzoek om draagvlak in Stompwijk en de directe omgeving te onderzoeken. Conform de motie ondersteund het college hen bij de onderzoeken. Gezien het beoogde zoekgebied betekent dat in ieder geval afstemming met de gemeenten Zoeterwoude, Voorschoten en Leiden. Participatieplan door initiatiefnemers De gemeente heeft in 2022 een Participatieleidraad voor initiatiefnemers onder de Omgevingswet opgesteld. Deze leidraad is aan de initiatiefnemers meegegeven, zodat zij de participatie met de omgeving vorm kunnen geven in een participatieplan.
Het college ondersteund de initiatiefgroep in het maken van dit plan en gaat nog in gesprek over de rolverdeling tussen de gemeente en de initiatiefgroep. Het college zal dit plan ter informatie toesturen aan uw raad. Vervolg De intentie is dat voor de zomer van 2024 de eerste resultaten bekend zijn van het verdere onderzoek naar onder andere draagvlak en haalbaarheid. Het college zal de raad ook hierover informeren. De raad kan ook dan bepalen hoe zij tegenover de uitkomsten staat en eventueel welke rollen zij verder voor de gemeente ziet. De gemeente zou bijvoorbeeld kunnen kiezen om participant/ mede ontwikkelaar te worden in het collectief en/of afnemer te worden ten behoeve van eigen doelstellingen op gebied van energieprijzen en klimaat.