3526 raadsvoorstel wijzigen Hemelwaterverordening in verband met inwerkingtreding Omgevingswet
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 31 oktober 2023 Nummer 3526 Onderwerp Raadsvoorstel “Wijzigen Hemelwaterverordening in verband met inwerkingtreding
Omgevingswet” Portefeuillehouder wethouder M. Belt
1. Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit: a. De “Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Leidschendam-Voorburg” als volgt te wijzigen: Artikel I A. Artikel 1, onder b, vervalt. B. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd: 1. het eerste lid wordt gewijzigd en komt te luiden: 1. Het is in de daartoe door het college krachtens artikel 10.32a van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of in het omgevingsplan aangewezen gebieden verboden om hemelwater en grondwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool. Het betreft gebieden: a. waar gescheiden riolering aanwezig is of wordt aangelegd; b. met een afvoermogelijkheid vanaf het perceel naar aangrenzend oppervlaktewater. 2. het tweede en vierde lid vervallen. C. Artikel 5 vervalt. D. Artikel 6 vervalt.
Datum 31 oktober 2023 Nummer 3526 Pagina 2/4
Artikel II Dit besluit treedt in werking op het moment onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. b. De bevoegdheid tot vaststelling van het omgevingsplan direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet te delegeren aan het college in de volgende gevallen: Het aanwijzen van gebieden waarbinnen het verboden is hemelwater en grondwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool voor zover het betreft: - gebieden waar gescheiden riolering aanwezig is of wordt aangelegd; - gebieden met een afvoermogelijkheid vanaf het perceel naar aangrenzend oppervlaktewater.
2. Aanleiding Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Leidschendam-Voorburg (hierna: Hemelwaterverordening) van rechtswege onderdeel van het omgevingsplan. In de Hemelwaterverordening staat een aantal bepalingen die naar aard of inhoud geen onderdeel van het omgevingsplan moeten zijn. Voorgesteld wordt om deze bepalingen te wijzigen/laten vervallen onmiddellijk voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Het gaat om een technische, en dus geen inhoudelijke, wijziging van de Hemelwaterverordening. Daarnaast wordt voorgesteld om de bevoegdheid tot het aanwijzen van gebieden waar het verboden is om hemel- en grondwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool, te delegeren aan het college. Hieronder wordt dit nader toegelicht.
3. Afwegingen Wijzigingen Hemelwaterverordening Hieronder wordt per bepaling aangegeven waarom deze moet wijzigen/vervallen: - artikel 1, onder b: Deze bepaling bevat een definitie van het begrip bouwwerk. Dit begrip is ook in de
-
Omgevingswet gedefinieerd. De definitie in de Omgevingswet geldt al voor het omgevingsplan, een afwijkende definitie zou daarmee in strijd zijn. artikel 3, onder 1: In deze bepaling is geregeld dat het college gebieden kan aanwijzen waar het verboden is om hemel- en grondwater te lozen in een openbaar vuilwaterriool. Zo’n gebiedsaanwijzing maakt, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, onderdeel uit van het omgevingsplan. Dit betekent dat een gebiedsaanwijzing onder de Omgevingswet een wijziging van het
Datum 31 oktober 2023 Nummer 3526 Pagina 3/4
omgevingsplan is. De bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan ligt bij de raad en -
niet bij het college. Om die reden wordt deze bepaling aangepast. artikel 3, onder 2: Deze bepaling is overbodig. artikel 3, onder 4: Deze bepaling gaat over de toepasselijkheid van artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (zienswijzenprocedure) bij de voorbereiding van het hierboven genoemde aanwijzingsbesluit. Omdat aanwijzingsbesluiten onderdeel zullen zijn van het omgevingsplan vergt het aanwijzen van een nieuw gebied een wijziging van het omgevingsplan. Hiervoor gelden al regels van de Omgevingswet, zodat deze bepaling overbodig wordt.
-
-
artikel 5: Dit is een sanctiebepaling voor het overtreden van artikel 3. Een dergelijke bepaling mag niet worden opgenomen in het omgevingsplan, de Omgevingswet voorziet daar in. artikel 6: Hier is bepaald dat het college toezichthouders op de naleving van de verordening kan
aanwijzen. Deze bepaling is overbodig, de Omgevingswet voorziet daar in. De voorgestelde wijzigingen zijn in overeenstemming met de handreiking die de VNG hiervoor heeft opgesteld. Delegatie Hierboven (bij de toelichting op de wijziging van artikel 3, onder 1) is al aangegeven dat de grondslag van de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen verandert. In de huidige Hemelwaterverordening heeft de raad de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen bij het college neergelegd. De basis hiervoor is artikel 10.32a van de Wet milieubeheer. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en is een gebiedsaanwijzing onderdeel van het omgevingsplan. Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. Voorgesteld wordt om de bevoegdheid tot het aanwijzen van gebieden ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij het college neer te leggen. Het gaat om een uitvoeringsbevoegdheid waaraan geen beleidskeuze ten grondslag ligt. De aangewezen weg hiervoor is door middel van een delegatiebesluit. Ook dit is in overeenstemming met de handreiking van de VNG.
4. De financiële gevolgen van het besluit Dit besluit heeft geen financiële gevolgen.
Datum 31 oktober 2023 Nummer 3526 Pagina 4/4
5. Hoe zijn inwoners / belanghebbenden betrokken Participatie met inwoners/belanghebbenden is hier niet aan de orde. Het betreft hier een technische en geen inhoudelijke wijziging van de Hemelwaterverordening in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Documenten behorende bij dit raadvoorstel 3526 Raadsbesluit “Wijzigen Hemelwaterverordening in verband met inwerkingtreding Omgevingswet”