CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3522 Bijlage 1 Voorgestelde 4e wijziging gemeenschappelijke regeling omgevingsdienst Haaglanden

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen 4e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Haaglanden (ODH).1.378 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenschappelijke regeling

Omgevingsdienst Haaglanden vierde wijziging

Het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland,

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg, Overwegende dat:

de Omgevingswet c.a. in werking zal treden;

als gevolg daarvan aanpassingen in de gemeenschappelijke regeling vereist zijn;

als gevolg van eerdere wetswijzigingen andere aanpassingen in de gemeenschappelijke regeling vereist zijn;

gelet op artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden en

het voorstel van het Algemeen bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden van 23 juni 2021, de toestemming van de gemeenteraad / Provinciale Staten d.d. 7 november 2023 B E S L U I T:

de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden, als volgt te wijzigen:

Artikel I In artikel 2 wordt na het woord ‘algemeen’ toegevoegd: ‘en de Omgevingswet’.

Artikel II Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: A In het tweede lid worden de onderdelen a tot en met e geletterd b tot en met f. Daaraan voorafgaand wordt een onderdeel toegevoegd: a. De Omgevingswet. B In het tweede lid onder e wordt ‘onder a tot en met c’ vervangen door ‘a tot en met d’. C In het tweede lid onder f wordt ‘onder a tot en met d’ vervangen door ‘a tot en met e’. D

In het vierde lid onder a wordt ‘onder a tot en met c’ vervangen door ‘a tot en met d, en de in het derde lid onder a en b’.

Artikel III Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd: A In het tweede lid komt te vervallen de zinsnede ‘en artikel 10.63 eerste lid’. B In het tweede en derde lid wordt de zinsnede ‘met inachtneming van het door de diverse colleges

vastgestelde beleid’ telkens vervangen door ‘met inachtneming van de van toepassing zijnde provinciale en gemeentelijke regelgeving en het vastgestelde gemeentelijk beleid’. C In het vierde lid wordt de zinsnede ‘met inachtneming van het door gedeputeerde staten vastgestelde beleid’ vervangen door ‘met inachtneming van de van toepassing zijnde gemeentelijke en provinciale regelgeving en vastgestelde provinciale beleid’. D Aan het vierde lid onder b wordt toegevoegd: en de omgevingsverordening Zuid-Holland E Het vierde lid onder e komt te luiden: De Wet natuurbescherming en de Natuurschoonwet.

Artikel IV In artikel 6 elfde lid vervalt het woord ‘onherroepelijk’.

Artikel V In artikel 10 tweede lid wordt ‘het belang als genoemd in artikel 2’ vervangen door ‘het doel als genoemd in artikel 2’.

Artikel VI Artikel 25 derde lid komt te vervallen.

Artikel VII Aan het eind van artikel 28 tweede lid vervalt de zinsnede: overeenkomstig artikel 33, lid 1 van de Archiefwet 1995

Artikel VIII Slotbepalingen A.

Artikel I en artikel II treden in werking gelijktijdig met het in werking treden van de Omgevingswet.

B.

De overige artikelen treden in werking per 1 juli 2022.

C.

Dit besluit wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden vierde

wijziging (NAAM provincie/gemeente INVULLEN).

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente (NAAM INVULLEN) De burgemeester

de secretaris

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland De commissaris van de Koning

de secretaris

Nota van toelichting Algemeen Als gevolg van de voorziene invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022 en invoering van de

Omgevingsverordening Zuid-Holland (Provinciaal Blad, 2019, 2421) op 1 april 2019 is, deels op termijn,

een aantal bepalingen in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Haaglanden (hierna: GR ODH) niet meer conform de geldende regelgeving. Met deze aanpassing wordt de GR ODH daarmee in overeenstemming gebracht.

Qua redactie blijft het streven de tekst van de GR ODH compact te houden waar dat kan. Het letterlijk

overnemen van wetteksten is ongewenst om te voorkomen dat een wetswijziging leidt tot de noodzaak de GR ODH aan te passen.

Met dit besluit wordt onder andere artikel 4, dat de taken van de ODH beschrijft, gewijzigd. Alvorens in

werking te kunnen treden, en deze taken op grond van de nieuwe regelgeving te kunnen uitvoeren, dienen conform artikel 30 GR ODH alle deelnemers daarmee te hebben ingestemd.

Artikelsgewijs Artikel I Aan de lijst wetten is toegevoegd de Omgevingswet. De tot de invoering van de Omgevingswet geldende

wetten zijn niet verwijderd in verband met de doorwerking van deze wetten middels het overgangsrecht en

in lopende juridische procedures. In de toekomst kan worden bezien of het zinvol is deze lijst te verkorten. De lijst van regelgeving in dit artikel werkt via de schakelbepaling van artikel 4 lid 4 onder a. door in de lijst van werkzaamheden voor gedeputeerde staten.

Artikel II A Toegevoegd is de Omgevingswet. De overige onderdelen zijn opnieuw geletterd. B t/m D Aanpassingen van de verwijzingen binnen en naar het tweede lid van dit artikel. In onderdeel D is daarbij een ontbrekende verwijzing toegevoegd.

Artikel III A Artikel 10.63 eerste lid waarnaar de GR ODH verwijst is vervallen bij de Wet van 28 maart 2013 tot

wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het

omgevingsrecht (Staatsblad 2013, 144). Daarmee is de verwijzing een dode letter geworden. Vervolgens zijn de overige leden van dat artikel vernummerd tot eerste tot en met derde lid. Daarmee herleeft die dode letter niet. B en C In de Omgevingswet is een deel van de regelgevende bevoegdheid aan de gemeenteraden respectievelijk

provinciale staten en de colleges geattribueerd. De omgevingsdienst verricht de werkzaamheden volgens de door de raden respectievelijk provinciale staten vastgestelde regelgeving zoals het omgevingsplan en de omgevingsverordening; daarvoor is hier de juridische grondslag gelegd. D De Omgevingsverordening Zuid-Holland is per 1 april 2019 in werking getreden. De Provinciale Milieuverordening is niet geheel ingetrokken en blijft derhalve staan in deze opsomming. E De provinciale Verordening bescherming Landschap en natuur is ingetrokken. De overige onderdelen van de opsomming zijn opgenomen in andere wet- en regelgeving.

Artikel IV Het woord ‘onherroepelijk’ is in strijd met het bepaalde in het twaalfde lid van dat artikel.

Artikel V Artikel 2 heeft als titel ‘doelstelling’. De verwijzing is naar het doel van de regeling.

Artikel VI Het hier bepaalde is inmiddels bij wet geregeld in artikel 58 vierde lid Wet gemeenschappelijke regelingen. Zie hierboven onder ‘Algemeen’.

Artikel VII Artikel 33 Archiefwet is vervallen bij de inwerkingtreding van de Wet revitalisering generiek toezicht

(Staatsblad 2012, 233). Deze inwerkingtreding per 1 oktober 2012 was al bekendgemaakt op 27 juni

2012, derhalve vóór het aangaan van de GR ODH. Uit de artikelsgewijze toelichting bij die wetswijziging: De Archiefwet 1995 is één van de wetten die door de commissie Oosting is doorgelicht. De

commissie Oosting was van mening dat, net als bij het Rijk en de provincies, de zorg voor de

gemeentelijke archieven aan de gemeenten zelf kan worden overgelaten. Hetzelfde geldt voor

waterschappen. Indien een provincie, gemeente of waterschap zich niet houdt aan de verplichtingen uit de Archiefwet 1995, zou volgens de commissie op grond van de taakverwaarlozingsregeling

kunnen worden ingegrepen door de naasthogere bestuurslaag. Dit standpunt van de commissie Oosting is in de kabinetsreactie overgenomen. Met de voorgestelde wijzigingen wordt hieraan uitvoering gegeven.

(…) Thans is het toezicht op de gemeente opgedragen aan de provinciale inspecteur, bedoeld in artikel

28 van de Archiefwet. Het ligt in de rede dat gedeputeerde staten deze ambtenaar aanwijzen als de ambtenaar, bedoeld in het voorgestelde artikel 124e, Gemeentewet.

Het gaat in artikel 28 GR ODH niet om het toezicht op de zorg van de archiefbescheiden behorend bij de voor gemeenten uitgevoerde taken maar om de zorg voor de archiefbescheiden van de ODH zelf. Het overige deel van de bepaling kan derhalve ongewijzigd blijven.

Artikel VIII A

De Omgevingswet is een door de wetgever vastgestelde en gepubliceerde wet waarnaar als zodanig

verwezen kan worden.

Zowel de Omgevingswet als de bijbehorende Aanpassingswet en AmvB’s bevatten een bepaling over

inwerking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De tekst van dit artikelonderdeel heeft tot doel het in werking treden van de met de invoering van de Omgevingswet samenhangende wijzigingen van de GR ODH gelijktijdig met die van de Omgevingswet te laten geschieden. B

De overige artikelen hangen niet samen met de invoering van de Omgevingswet en kunnen op een

C

Iedere deelnemer aan de gemeenschappelijke regeling moet zijn eigen besluit tot wijzigen nemen.

vast tijdstip in werking treden.

Voor de vereiste unanimiteit zie hierboven onder Algemeen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=cb0270f8-d414-4200-9595-54d0682e9410