3404 Raadsvoorstel Opnemen messenverbod in de Apv
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 23 april 2024 Nummer 3404 Onderwerp Raadsvoorstel Messenverbod in de openbare ruimte (Apv) Portefeuillehouder Burgemeester Vroom
1. Voorgesteld raadsbesluit De raad besluit:
De volgende bepaling op te nemen in de Algemene plaatselijke verordening LeidschendamVoorburg: Artikel 2:50a Messen en steekwapens 1. Het is verboden op de weg of in voor publieke toegankelijke gebouwen messen die niet vallen onder de Wwm (hierna te noemen gebruiksmessen) zonder duidelijk en legitiem doel bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen en steekwapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. 3. Het verbod geldt niet voor gebruiksmessen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik geschikt zijn.
2. Aanleiding Het bezit en gebruik van steekwapens in de openbare ruimte is een zorgelijke ontwikkeling. Er is sprake van een zich verhardende straatcultuur, vooral onder jongeren. Dit vertaalt zich in een landelijk toenemend aantal geweldsincidenten. Een instrument om het wapenbezit tegen te gaan en de openbare orde te beschermen is het opnemen van een verbodsbepaling in de Apv.
3. Afwegingen Het dragen van een groot aantal soorten steekwapens is al verboden op grond van de (landelijke) Wet wapens en munitie (Wwm), maar die is niet uitputtend. De burgemeester heeft een zelfstandige verantwoordelijkheid en bevoegdheid op het terrein van de openbare orde en veiligheid. Door middel van bestuursrechtelijke handhaving kan in geval van recidive (dus het bij herhaling dragen van steekwapens) worden opgetreden. Het middel daartoe is een last onder dwangsom (op grond van de Algemene wet bestuursrecht).
Datum 23 april 2024 Nummer 3404 Pagina 2/3
De voorgestelde bepaling is dus een aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm). Waar het motief in de Wwm is gelegen in de bestraffing, gaat het hier primair om het voorkomen (preventie) van het bezit van steekgevaarlijke voorwerpen en de hiermee gepaard gaande inbreuk op de openbare orde en veiligheid. Ook en met name wordt aandacht besteed aan de opvoedkundige kant van de zaak, de primaire verantwoordelijkheid van de ouders. Een bestuurlijke maatregel kan ‘een duwtje in de rug’ zijn om hen daarbij te ondersteunen. Een last onder dwangsom wordt uitgereikt aan de ‘overtreder’ maar in het geval van minderjarige overtreders kunnen ook de ouders hierbij worden betrokken. Een indringend signaal waarmee het bevoegd gezag duidelijk aangeeft dat het verstoren of bedreigen van de openbare orde door messenbezit (steekwapens, andere gevaarlijke voorwerpen) niet wordt getolereerd. Daar komt bij dat ook de gemeente Den Haag recent een messenverbod in zijn Apv heeft opgenomen. Regionale samenwerking is van belang, en voor de herkenbaarheid en uniformiteit is de Haagse bepaling goeddeels overgenomen. De gemeente Rijswijk had al eerder een bepaling hierover opgenomen, evenals de gemeente Zoetermeer. Het messenverbod, zoals nu voorgesteld, berust op draagvlak bij de politie.
In navolging van de recente invoering in Den Haag is hier ook door de wijkagenten binnen Leidschendam-Voorburg om gevraagd. In een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam is een besluit, waarbij een dwangsom ter handhaving van een messenverbod in de Apv werd ingevorderd, vernietigd. De rechter was van mening dat de betreffende Apv hetzelfde regelde als de Wwm. De bepaling in de Apv was daarmee onverbindend. Daarover bestaan gerede twijfels, en gemeenten als Den Haag, Amsterdam en Nissewaard hebben al besloten een messenverbod op te nemen in hun Apv. Uit de kamerstukken rond de totstandkoming en wijziging van de Wwm blijkt dat bepalingen in de Apv niet per se onverbindend zijn op onderdelen waarin de Wwm niet voorziet. De hierboven genoemde uitspraak van de rechtbank Rotterdam is niet voorgelegd aan de Afdeling Bestuursrechtsspraak van de Raad van state, dus het hoogste rechtscollege. Het is met andere woorden een uitspraak van een ‘lagere rechter’, en het is denkbaar dat de Raad van State er anders in staat. Dit laat onverlet dat, gegeven die ‘Rotterdamse uitspraak’, aan een eventuele last onder dwangsom, gebaseerd op de nieuwe bepaling in de Apv, het risico kleeft dat zij in bezwaar en/of beroep onderuit gaat. Maar wat ook – en zwaar – weegt is dat het bevoegd gezag – de burgemeester – een belangrijke en specifieke taak heeft op het gebied van de openbare orde.
Steekincidenten in Nederland en ook in de Haagse regio tonen een groeiende tendens en vormen een serieuze bedreiging voor de openbare orde en veiligheid. Onze gemeente volgt hierbij het voorbeeld van Den Haag en andere gemeenten in de Haagse regio.
Datum 23 april 2024 Nummer 3404 Pagina 3/3
4 De financiële gevolgen van het besluit De handhaving van deze Apv-bepaling in de openbare ruimte berust bij de politie. Dit is gelijk aan de praktijk die de gemeente Den Haag hanteert. Eventuele besluiten die hiervan het gevolg zijn (de juridische handhaving: lasten onder dwangsom) worden voorbereid binnen de afdeling Veiligheid, Toezicht & Handhaving van onze gemeente. Dit geldt ook voor mogelijke processtappen die hieruit voortkomen (bezwaar, beroep). De verwachting is dat de juridische handhaving binnen de bestaande capaciteit valt. Binnen één jaar na inwerkingtreding van de voorgestelde bepaling worden de precieze (financiële) gevolgen geëvalueerd..
5 Hoe zijn inwoners / belanghebbenden betrokken Het onderwerp leent zich niet voor inspraak of participatie. Na besluitvorming in de raad wordt deze aanvulling op de Apv op de gebruikelijke wijze gepubliceerd.
Burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Documenten behorende bij dit raadvoorstel Dossiernummer 3404
Bestandsnaam Concept raadsbesluit Messenverbod in de openbare ruimte (Apv)