3386 Raadsvoorstel Vaststellen beheerplan kunstwerken en oevers 2024-2027
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 19 december 2023 Nummer 3386 Onderwerp Raadsvoorstel Vaststellen Beheerplan civiele kunstwerken en oevers 2024-2027 Portefeuillehouder Wethouder Belt
1. Voorgesteld raadsbesluit a. Het Beheerplan civiele kunstwerken en oevers 2024-2027 vast te stellen b. De jaarlijkse investeringskredieten voor groot onderhoud kunstwerken (van € 210.345) af te ramen. c.
Nieuwe kredieten voor 2024 beschikbaar te stellen voor het renoveren of vervangen van civiele kunstwerken en oevers voor een totale hoogte van: € 726.000, conform het investeringsoverzicht bij begrotingswijziging nummer 3.
d. De investeringskredieten voor de jaren 2025-2027 te verwerken in de actualisatie van het IVP 2024-2028. e. Begrotingswijziging 3 vast te stellen
2. Aanleiding Het Beheerplan civiele kunstwerken en oevers geeft inzicht in de beheerstrategie, het onderhoudsprogramma voor de komende planperiode en de kosten voor instandhouding van de civiele kunstwerken en oevers. Dit beheerplan is het eerste plan van Leidschendam-Voorburg voor civiele kunstwerken en oevers. Tot op heden was alleen een beheerplan voor houten beschoeiingen opgesteld uit 2010 die niet meer actueel was. Voor civiele kunstwerken was er geen beheerplan. Het voorliggende beheerplan betreft een sober en doelmatig beheerplan om bestaande civiele kunstwerken en beschoeiingen in stand te houden en waar nodig te vervangen. Relatief veel kunstwerken naderen na de aanleg in de jaren ‘50 tot en met ‘70 het einde van de technische levensduur. Na al die jaren naderen deze kunstwerken het moment dat ze vervangen moeten worden. Veel kunstwerken vragen bovendien in de beginjaren weinig onderhoud totdat, zoals bij veel objecten nu het einde van de levensduur nadert. Dan stijgen de onderhoudskosten. Dit leidt tot een onvermijdelijke stijging van de kosten voor klein en groot onderhoud. Een nieuwe wijk wordt vaak betaald uit een grondexploitatie. Via de grondexploitatie worden ook de openbare voorzieningen (zoals civiele kunstwerken) aangelegd. Door dit systeem zijn er in de huidige begroting geen structurele kapitaalslasten aanwezig.
Bij het nu vervangen van deze kunstwerken leidt dit wel tot kapitaalslasten. Deze ontwikkeling speelt bij alle (groei)gemeenten uit die tijd. Er wordt de komende planperiode ingezet op technische inspecties om helder te krijgen wat de technische levensduur is van alle kunstwerken, zodat de rest levensduur beter ingeschat kan worden . Het beheerplan geeft vorm aan een toekomstbestendige beheerwijze voor civiele
Datum 19 december 2023 Nummer 3386 Pagina 2/4
kunstwerken en beschoeiingen. Het geeft invulling aan de Nota Kapitaalgoederen 2018-2022 (nummer 589) en de motie 736 “Goed beheer vraagt strategie” van 5 juli 2023. Het beheerplan draagt bij aan een goed bereikbare en verkeersveilige gemeente en aan een groene duurzame woongemeente met een aantrekkelijke leefomgeving en een gezond woon en leefklimaat. Op dit moment is het zicht op de restantlevensduur nog niet volledig in beeld en daarom presenteert het college middels dit beheerplan een zo sober mogelijk plan voor de komende 4 jaar. Het beheerplan markeert de start van planmatig toekomstbestendig beheer op deze onderdelen in plaats van ad hoc-beheer. Dat gaat in stappen. Dit eerste beheerplan omvat voor 2024 t/m 2027 een groot aantal projecten. Op basis van uit te voeren inspecties in deze periode ontstaat tevens de gewenste grip op de vervangingen t/m 2050. Hiermee worden de strategische beleidsdoelen en de wensen vanuit de praktijk vertaald naar een jaarlijks onderhoudsprogramma. De beheerstrategie is afgestemd op de wet- en regelgeving en het vastgestelde beleid. De huidige kaders voor het beheer van kunstwerken en beschoeiingen staan beschreven in: het Burgerlijk Wetboek, de Wegenwet, de landelijke CROW-methodiek, het Handboek Inrichten Openbare Ruimte, het Water en Rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027 en het Besluit Begroting en Verantwoording.
Om de uitvoering te beheersen wordt gewerkt met uitvoeringsprogramma’s. Komend jaar worden reeds verschillende bruggen vervangen en natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Groot onderhoud wordt vanaf nu ten laste van de begroting gebracht in lijn met het Besluit begroting en verantwoording. Hierdoor blijft de stijging van de structurele kapitaallasten beperkt na 2030. Een stijging van de kosten is onvermijdelijk en nu daarmee beginnen voorkomt een snellere stijging na 2030.
3. Afwegingen Met de vaststelling van dit besluit en beheerplan beogen we het beheer en onderhoud van de kunstwerken op orde te brengen. Onderhoud Het beheerplan draagt zorg voor het in stand houden van bestaande civiele kunstwerken en oevers. Het beheerplan omvat de benodigde maatregelen om de veiligheid, de staat van onderhoud en de beeldkwaliteit van de kunstwerken en oevers op peil te houden. De komende planperiode wordt ingezet op het uitvoeren van de benodigde (technische) inspecties, om te komen tot een beter inzicht in de restlevensduur van civiele kunstwerken. Overwogen is om de gewenste beeldkwaliteit te verlagen van beeldkwaliteit “voldoende” naar “matig”, maar dat blijkt alleen op korte termijn voordelig, terwijl op langere termijn juist meer en duurder groot onderhoud nodig is. Groot onderhoud en vervanging worden gezien als een project. Deze projecten hebben een doorlooptijd van gemiddeld 2 jaar in verband met de voorbereidingstijd. In het beheerplan zijn de te verwachten kosten voor klein en groot onderhoud opnieuw berekend, inclusief de benodigde personele inzet. Vervanging van kleine constructies tot € 25.000 worden voortaan direct ten laste van de exploitatie gebracht en niet meer ten laste van een krediet. De kosten omvatten nu ook de kademuren van beton, staal en metselwerk, die tot nu toe geen onderhoud nodig hadden, maar wel steeds ouder worden.
In het beheerplan zijn ook de onbeschoeide oevers opgenomen. Vervangingsinvesteringen Motie 736 “Goed beheer vraagt strategie” van 5 juli 2023 roept op om de benodigde vervangingsinvesteringen tot 2050 in kaart te brengen en hiervoor een voorziening of een bestemmingsreserve in te stellen. Om inzicht te krijgen in de restlevensduur en vervangingen zijn gedetailleerde inspecties van alle civiele kunstwerken noodzakelijk. Daarom zal eerst een onderzoek plaatsvinden om hierin inzicht te krijgen en in de mogelijkheden van levensduur-verlengend onderhoud.
Datum 19 december 2023 Nummer 3386 Pagina 3/4
Het bijgevoegde Beheerplan Civiele kunstwerken en oevers voorziet in de mogelijkheden de kunstwerken te inspecteren met als doel maatregelen te bepalen om de levensduur te verlengen of de kunstwerken tijdig te kunnen vervangen. Op basis van de nieuwe inspectieresultaten kan in het volgende beheerplan de levensduurverwachting met een grotere nauwkeurigheid worden bepaald dan in dit beheerplan mogelijk is op basis van visuele inspecties. Uit de ingeschatte restlevensduren blijkt wel dat de vervangingsinvesteringen over 5-10 jaar zullen toenemen. Hiervoor wordt verwezen naar de risicoparagraaf in het beheerplan. Vooruitlopend op deze ontwikkeling wordt gewerkt met investeringskredieten voor vervanging in de planperiode van 4 jaar. Civiele kunstwerken (bruggen, gebouwde duikers, fietstunnels, steigers, kades in havens, e.d.) Voorgesteld wordt per kunstwerk een apart krediet in te stellen. Dit vergemakkelijkt de nacalculatie van investeringen, maar het aantal kredieten kan ook leiden tot extra benodigde aanpassingen door de raad. Doordat met dit beheerplan vervangingen minstens twee jaar van te voren worden gesignaleerd, kunnen nieuwe kredieten of aanpassingen via het investeringsplan en de P&Ccyclus door de raad worden ingesteld. De grootste twee investeringskredieten betreffen specifieke kredieten voor het vervangen van grote unieke civiele kunstwerken.
Het vervangen van enkele grote kademuren en andere grote civiele kunstwerken is maatwerk, omdat deze kunstwerken zeer verschillend zijn en ontworpen voor de specifieke situatie ter plaatse. Overige kademuren van beton, staal en metselwerk De levensduur van een kademuur is 60 tot 100 jaar en gemiddeld 80 jaar. De kademuren van beton, staal en metselwerk zijn voor een groot deel aangelegd bij bouw van de betreffende wijken (1950-1970) en vroegen tot nu toe nauwelijks onderhoud. Door veroudering nemen het onderhoud langzamerhand toe. Gevolg hiervan is dat er frequentere inspecties noodzakelijk zijn en dat de lasten voor onderhoud en vervanging van kademuren hoger worden. In de komende 4 jaar ontstaat door gedetailleerdere inspecties van deze constructies een beter inzicht in de restlevensduur. Dit levert een betere onderbouwing voor de vervangingsinvesteringen. In het volgende beheerplan kan daardoor een betere verwachting voor de verdere toekomst worden opgenomen. Het huidige jaarlijkse onderhoudsbudget voor civiele kunstwerken wordt verhoogd voor kleinere kademuren van beton, staal en metselwerk. De grotere vervangings- investeringen krijgen een eigen krediet.
Houten en kunststof beschoeiingen In het Water- en Rioleringsplan 2022-2027 (hierna WRP, ibabs-nummer 2326 uit 2021) is gekozen om lage houten beschoeiingen waar dat kan te vervangen door onbeschoeide of natuurvriendelijke oevers. Een natuurvriendelijke of onbeschoeide oever bevordert de waterkwaliteit, biodiversiteit en geeft kansen voor extra wateropvang. In dit beheerplan worden voor 500 meter per jaar maatregelen genomen om de inrichting van oevers te verbeteren. De keuze voor natuurvriendelijke oevers in plaats van beschoeide oevers leidt per saldo tot lagere investeringen van € 199.000 per jaar. Dit alles draagt bij aan de beeldkwaliteit en de ecologische staat van oppervlaktewater en de droge oevers. Een ecologisch gezonde waterkwaliteit is in polderwateren een inspanningsverplichting van de Kaderrichtlijn water, waarbij de gemeente samenwerkt met de hoogheemraadschappen. De verwachting is dat in een periode van ongeveer 7 jaar de mogelijkheden voor het aanleggen van onbeschoeide oevers bereikt zullen zijn. In het beheerplan is rekening gehouden met extra kosten aan onderhoud voor de onbeschoeide oevers vanwege afkalving.
4. De financiële gevolgen van het besluit Investeringen Voor het vervangen van beschoeiingen en aanleg van natuurvriendelijke oevers is een vervangingsinvestering nodig van in totaal € 231.000 per jaar met een afschrijvingstermijn van 20 jaar. Voor de vervanging of renovatie van de civiele kunstwerken is in de begrotingswijziging een specificatie opgenomen als totaal overzicht van de verschillende civiele kunstwerken die de komende planperiode gerenoveerd dan wel vervangen gaan worden. De specifieke investeringen komen in de plaats voor het algemene jaarlijkse krediet “groot onderhoud kunstwerken” van
Datum 19 december 2023 Nummer 3386 Pagina 4/4
€ 210.345 per jaar. Het krediet voor renovatie van de kademuur Oude Haven is al eerder door de raad beschikbaar gesteld (ibabs-nummer 2868 d.d. 7 juni 2022). Exploitatie budget In de bijlage van de begrotingswijziging is een specificatie opgenomen (tabel 4 tot en met tabel 6) van de benodigde budgetten per onderdeel. Hieronder is de samenvatting weergegeven van benodigde budgetten geconfronteerd met de bestaande budgetten. Totaal Civiele kunstwerken en oevers
2024
2025
2026
2027
Benodigd Beschoeiingen (hout+kunststof+GVC)
€
60.000
€
69.611
€
79.223
€
88.834
Onbeschoeide natuurvriendelijk oever
€
65.000
€
68.449
€
71.898
€
75.346
Civiele constructies (kademuren & bruggen)
€
581.000
€ 602.210
€ 608.013
€ 608.962
Totaal benodigd
€
706.000
€ 740.270
€ 759.134
€ 773.142
Totaal bestaand budget beschoeiingen
€
101.200
€ 101.200
€ 101.200
€ 101.200
Totaal bestaand budget civiele constructies
€
73.000
€
€
€
Reeds in kadernota 2024 opgenomen
€
157.050
€ 171.750
€ 186.450
€ 235.150
Totaal dekking uit bestaande begroting 2024
€
331.250
€ 345.950
€ 360.650
€ 409.350
Per saldo
€
374.750
€ 394.320
€ 398.484
€ 363.792
Dekking uit bestaande begroting 2024 73.000
73.000
73.000
Dit saldo is verwerkt in begrotingswijziging 3 die u separaat aantreft. In de kadernota 2024 was reeds rekening gehouden met een verhoging van de exploitatie lasten. Bij de nadere uitwerking van het beheerplan zijn ook de resultaten van de inspectie kunstwerken 2023 in Leidschendam opgenomen. Ook is de aanleg en onderhoud van onbeschoeide natuurvriendelijke oevers toegevoegd aan dit beheerplan. Verder is er bij de investeringen rekening gehouden de gebruikelijke VAT-kosten (Voorbereiding, Advies en Toezicht) en is rekening gehouden met de verwachte prijsindexatie van 2024.
5. Hoe zijn inwoners / belanghebbenden betrokken Het beheerplan zelf leent zich niet voor participatie, omdat het vooral gaat om de financiering en programmering van bestaande kunstwerken. Het is beleidsarm. Het beheerplan is wel openbaar gemaakt ten behoeve van de vaststelling door de gemeenteraad. Het beheerplan betreft het vervangen van bestaande voorzieningen en in het algemeen is de ervaring dat inwoners en bedrijven vooral behoefte hebben aan een goede informatievoorziening bij voorbereiding en realisatie van het betreffende investeringsproject, bijv. via de Bouwen in de wijk app van de gemeente. Hierin kunnen zij de voorbereiding en het verloop van de werkzaamheden wekelijks volgen. Eventuele kleine wensen kunnen zij dan kenbaar maken. Voor bedrijven geldt dat de bereikbaarheid soms moet worden beperkt. Dit zal van te voren in overleg worden geoptimaliseerd. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
R.J. den Haan secretaris
M.W. Vroom burgemeester
Documenten behorende bij dit raadvoorstel: 3386 3386 Beheerplan kunstwerken en oevers 2024-2027.pdf 3386 3386 Concept raadsbesluit Vaststellen Beheerplan kunstwerken en oevers 2024-2027.pdf 3386 3386 Begrotingswijziging BW 3.pdf 3386 3386 Specificatie bij begrotingswijziging nummer 3.pdf