3337 Toelichting_Bijlage 1 Woonvisie woningmarktregio Haaglanden
Tekst van het document
Tot slot zijn er nog een drietal urgente groepen huishoudens die al dan niet binnen of buiten de reguliere sociale huursector goedkope (tijdelijke) woonruimte behoeven. Het gaat hierbij op de eerste plaats om arbeidsmigranten, die bij een verder aantrekkende economie waarschijnlijk in aantal toe gaan nemen. Op de tweede plaats om vluchtelingen zonder en met een verblijfstatus. Voor hen is binnen de regio opvang in AZC’s respectievelijk
25
binnen reguliere wooncomplexen nodig. Ten derde zijn er woonwagenbewoners die op zoek zijn naar een standplaats.
3. Agenda 2016 – 2020 -
Het jaarlijks te actualiseren regionale woningbouwprogramma en periodiek onderzoek naar de sociale woningbouwbehoefte benutten de gemeenten als belangrijkste instrumenten om de gerealiseerde en geplande sociale woningbouw in de regio te monitoren en zo nodig bij te sturen;
-
Samen met de woningcorporaties stellen de gemeenten in 2018 – als onderdeel van nieuwe regionale prestatieafspraken – een set van maatregelen vast die ervoor zorgt dat de sociale woningvoorraad in de regio op peil blijft. De onder het kopje ‘ambitie’ vastgestelde opgave geldt daarbij voor de gemeenten als uitgangspunt. De set van te treffen maatregelen dienen volgens de gemeenten in ieder geval te bestaan uit: doorstromingsmaatregelen, een transformatie- en nieuwbouwprogramma en een zo beperkt mogelijk verkoop- en huurliberalisatieprogramma;
-
Binnen de set van afspraken ook proberen te komen tot het realiseren van een groter percentage sociale huurwoningen in het voor de sociale doelgroep betaalbare segment tot € 628,78 ,-, aangezien binnen de sociale huursector hier de grootste behoefte aan is;
-
Met het oog op een ongedeelde regio geldt dat de gemeenten blijven streven naar een evenwichtige verdeling van de sociale huurwoningenvoorraad over de regiogemeenten. De gemeenten met een relatief beperktere omvang van hun sociale woningvoorraad proberen daarbij een relatief grotere inspanning te leveren;
-
Met de woningcorporaties met name proberen om de positie van de groepen, die het lastigst aan een geschikte sociale huurwoning kunnen komen, te verbeteren. Te denken valt hierbij aan het verbeteren van de kansen voor jonge huishoudens (18 tot 35), sociale minima en grote gezinnen (5 of meer personen). De Wachttijdenmonitor van de Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden kan een goed hulpmiddel zijn om de juiste groepen te selecteren;
-
Naast de traditionele partijen (woningcorporaties) ook nieuwe partijen aanzetten tot het doen van investeringen in de goedkope woningvoorraad van Haaglanden, zoals: beleggers, commerciële verhuurders en (op te richten) wooncoöperaties. Met name leegstaande kantoren kunnen zich soms goed lenen voor tijdelijke of permanente transformatie naar betaalbare (kleine) wooneenheden;
-
Het aandeel middeldure huurwoningen met een prijs tussen de circa € 700 ,- en € 900 ,- verhogen binnen het totale nieuwbouwprogramma. Op die manier de positie van de lage middeninkomens op de regionale woningmarkt helpen verbeteren;
26
-
Samen met de IVBN (Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed) en andere beleggers in 2017 een werkbijeenkomst beleggen. Tijdens deze bijeenkomst evalueren de partijen de in de afgelopen jaren behaalde resultaten. Zo nodig stellen partijen een agenda op om de realisatie van extra aantallen woningen in het betaalbare en middeldure huursegment te stimuleren;
-
De ambities ten aanzien van betaalbaarheid willen de gemeenten nadrukkelijk koppelen aan de duurzaamheidsambities. Dit kan door woningcorporaties en commerciële verhuurders niet alleen te laten sturen op huur maar op huur + energielasten;
-
De gemeenten stemmen de huisvesting van vluchtelingen zonder en met verblijfstatus op gezette tijden met elkaar af en maken indien nodig werkafspraken met elkaar. Dit doen zij tevens op het gebied van nieuwe woonruimte voor arbeidsmigranten en het standplaatsenbeleid voor woonwagenbewoners.
27
Hoofdstuk 6. Duurzaam bouwen en renoveren in Haaglanden 1. Ambitie Om in 2050 tot een CO₂- neutrale of energie-neutrale regio te kunnen komen (= 100 procent CO₂ reductie of 100 procent duurzame energie) zetten de gemeenten in op een volledige energietransitie van de gebouwde omgeving. Een volledige energietransitie komt erop neer dat ook alle woningen en gebouwen in de stad de overstap maken van fossiele brandstoffen naar duurzame brandstoffen. Ten behoeve van de energietransitie van de gebouwde omgeving streven de gemeenten ernaar om bestaande woningen en gebouwen in de regio vanaf nu zoveel als mogelijk (stapsgewijs) te isoleren, met als eindbeeld ‘Nul op de Meter’ (NOM) of energieneutraliteit. Daar waar dit nog niet haalbaar is, geldt als uitgangspunt dat gemeenten woningeigenaren stimuleren tot het nemen van tussentijdse duurzaamheidsmaatregelen met goede terugverdientijden. Deze maatregelen zijn tevens van belang om huishoudens bewust te maken van de voordelen en noodzaak van een duurzame energievoorziening, zodat zij later gemakkelijker een ambitieuzere stap zetten. Voor nieuwbouw geldt een vergelijkbare ambitie van de gemeenten: woningen dienen binnen enkele jaren minimaal zonder fossiele aardgasaansluiting tot stand te komen, maar liever nog NOM of energieneutraal. Uiteraard is duurzaamheid een opgave waar gemeenten vaak lokaal met partijen aan werken.
Regionaal is het in aanvulling hierop met name de ambitie van de gemeenten om de initiatieven van woningcorporaties en marktpartijen in de komende jaren te gaan opschalen door deze te bundelen en gezamenlijk op te trekken.
2. Achtergrond De ambities van het rijk op het gebied van een duurzame gebouwde omgeving zijn duidelijk. In 2050 dienen alle woningen en gebouwen in Nederland energieneutraal te zijn. Daartoe is op dit moment afgesproken om jaarlijks 300.000 bestaande woningen en andere gebouwen qua energielabel minimaal twee stappen te laten maken. Voor nieuwbouw geldt vanaf 2020 de eis om deze (bijna) energieneutraal te bouwen. De Haaglanden-gemeenten hebben allen een duurzaamheidsambitie die aansluit bij de landelijke doelstellingen. De meeste gemeenten hebben daarbij ook nog als tussendoel om in 2020 een CO₂ reductie te halen van tussen de 20 en 35 procent. Het mag duidelijk zijn dat dit reeds in de komende jaren vraagt om duurzaamheidsmaatregelen die een structurele omvang hebben. Juist de regio kan hierbij van waarde zijn. 28
De grootste stappen zijn te zetten in het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. In de regio staan op dit moment ruim 500.000 woningen die jaarlijks in totaal meer dan 500.000.000 mᵌ gas verbruiken. Dit gas vertegenwoordigt een financieel kapitaal dat nu in feite uit de regio weglekt. Door in de komende jaren het gasverbruik (drastisch) te gaan verminderen, kunnen de energiebesparingen die dat oplevert ten goede komen aan de gebouwde omgeving in de regio. Het verduurzamen van 1.000 woningen levert werk voor circa 25 fte op. De bijbehorende bouwstroom zorgt voor 25 jaar werk, genereert innovatieve (bouw)technieken en creëert kansen voor inactieven en werkervaringsplaatsen voor studenten. Maar om niet te vergeten: verduurzaming verbetert de kwaliteit van woningen, maakt deze comfortabeler en gezonder en leidt tot lagere energielasten voor de bewoners. In Haaglanden werken de gemeenten overigens reeds samen rondom het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. In 2016 gebeurde dit binnen het project ‘Regionale Allianties’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Zo is er een regionaal energieloket, de zogeheten ‘woonwijzerwinkel’ gerealiseerd en stimuleren de gemeenten gezamenlijk marktpartijen en particuliere woningbezitters tot het doen van investeringen en het treffen van maatregelen.
3. Agenda 2016 - 2020 -
In 2017 binnen het project Regionale Allianties in gezamenlijkheid en samen met de woningcorporaties in Haaglanden komen tot het opschalen van initiatieven voor energieneutrale en/of NOM woningrenovaties en nieuwbouw. Dit kan door de krachten veel meer te gaan bundelen en gezamenlijk ‘uitvragen’ te gaan doen richting producenten en bouwpartijen;
-
In 2017 binnen het project Regionale Allianties als Haaglanden gemeenten een werkconferentie organiseren voor particuliere woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaren (VvE) om het uitvoeren van energieneutrale en/of NOM renovaties onder hen te stimuleren. Parallel hieraan zullen alle gemeenten in 2017 afwegen om aan te sluiten bij de Haagse stimuleringsregeling voor VvE’s;
-
De gemeenten spreken de intentie uit om vanaf 2018 op alle toekomstig uit te geven gemeentelijke bouwkavels als minimale eis het werken zonder fossiele aardgasaansluiting te stellen en zo mogelijk NOM of energieneutraliteit;
-
Voor de bestaande bouw zetten de gemeenten ook in op kleinere (tussentijdse) maatregelen met kortere terugverdientijden van ongeveer 10 jaar. Dit kan bijvoorbeeld onder de noemer van het project de ‘Renovatiesprong’ van Platform 31;
-
Met de woningcorporaties spreken de gemeenten af dat laatstgenoemden hun vastgoed beheren vanuit een visie op de energietransitie. Deze visie
29
mag zowel regionaal als lokaal tot stand komen. Op die manier is te voorkomen dat in de toekomst desinvesteringen in sociale huurwoningen tot stand komen; -
Bij elk renovatieproject voor eengezinswoningen, die gebouwd zijn tussen 1950 en 1980, beoordelen de woningcorporaties of het mogelijk is om dit NOM te doen. De kans is groot dat de benodigde investering bij dit soort woningen terug te verdienen is aan de hand van de zogenaamde ‘energieprestatievergoeding’ (EPV). Ook voor andere bouwjaren en voor de gestapelde bouw zijn concepten in ontwikkeling. Zodra deze succesvol uit te voeren zijn, nemen de corporaties deze ook mee in hun afweging;
-
Gemeenten en woningcorporaties brengen op basis van de ‘Warmtekoudeatlas’in kaart welke wijken en blokken woningen het meest kansrijk zijn om te starten met de energietransitie. Voor deze wijken bereiden zij een routekaart voor de langere termijn voor;
-
In wijken waar naast sociale huurwoningen, ook koopwoningen staan, krijgen de woningeigenaren de gelegenheid om aan te haken bij duurzaamheidsrenovaties die de woningcorporaties initiëren;
-
Bij het verkopen van sociale huurwoningen sporen de gemeenten de betreffende corporatie aan hun woningen eerst te renoveren. Dit om te voorkomen dat woningcorporaties hun energiedoelstellingen halen (mede) door het uitponden van de meest energie-onzuinige woningen. Ervaringen elders laten zien dat dit financieel voor de woningcorporatie én voor de toekomstige eigenaar financieel voordelig uitpakt;
-
De woningcorporaties hebben vóór 2020 de open verbrandingstoestellen (zoals keukengeisers) binnen wooncomplexen vervangen door een veilig en duurzaam alternatief.
30
Hoofdstuk 7. De regio levensloopgeschikt maken 1. Ambitie De gemeenten in Haaglanden hebben als ambitie om inwoners van de regio zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen (vertrouwde) woning en woonomgeving te kunnen laten wonen10. Ook op hogere leeftijd en/of als zij een beperking krijgen/hebben op lichamelijk, verstandelijk en/of psychisch vlak. Dit vraagt per afzonderlijke gemeente enerzijds om voldoende aangepaste en levensloopgeschikte woningen. Anderzijds vraagt het om een woonomgevingen die aansluiten op wat ouderen en huishoudens met een beperking nodig hebben, zoals: goed bereikbare voorzieningen voor de dagelijkse benodigdheden en basisvoorzieningen op het gebied van welzijn en zorg. Voor huishoudens die vanwege hun gezondheid psychisch en/of fysiek niet langer meer zelfstandig kunnen wonen blijft er op basis van de Wet Langdurige Zorg binnen de regio voldoende verpleeghuiszorg beschikbaar. De gemeenten zetten daarnaast ook in op het realiseren van voldoende ‘tussenvormen’ voor huishoudens die fysiek en/of verstandelijk niet goed zelfredzaam zijn, alsook op het continue beschikbaar zijn van genoeg uitstroomwoningen voor huishoudens die bijvoorbeeld een GGZ-, maatschappelijke opvang- of Jeugdzorg-instelling verlaten.
Naast zichzelf zien de gemeenten nadrukkelijk alle zorgpartijen, de woningcorporaties alsook de commerciële partijen op de woningmarkt in de regio als de belangrijkste partners om de genoemde ambities samen mee te realiseren.
2. Achtergrond Om de opgave op het gebied van wonen en zorg in de komende jaren adequaat op te kunnen pakken, maken de regiogemeenten, de woningcorporaties en het zorgkantoor onderscheid in vier typen woonvormen: levensloopgeschikte woningen, woningen met zorg en/of begeleiding, verpleeghuisplaatsen en uitstroomwoningen. Levensloopgeschikte woningen zijn woningen die minimaal gelijkvloers zijn en al dan niet ook rollator- en rolstoeltoegankelijk. Deze woningen zijn geschikt voor huishoudens met een fysieke beperking. Bij woningen met zorg en/of begeleiding gaat het om woonconcepten in een geclusterde en beschutte vorm voor huishoudens die fysiek en/of verstandelijk minder zelfredzaam zijn. Op de behoefte aan dit soort tussenvormen – tussen intramuraal en extramuraal wonen in – is in te spelen door in eerste instantie
10
Zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen betekent niet kost wat kost in één en dezelfde woning. 31
de mogelijkheden in het bestaande zorgvastgoed te benutten en (later) door aanvullend nieuw te bouwen. Verpleeghuisplaatsen zijn intramurale woonvormen voor bijvoorbeeld dementerenden, mensen met een verstandelijke handicap of GGZ-cliënten (mensen met een psychische stoornis). Om laatstgenoemden – als zij in voldoende mate hersteld zijn – te kunnen laten uitstromen, zijn er tot slot uitstroomwoningen nodig. Dit zijn reguliere woningen van een woningcorporatie waarvoor re-integrerende cliënten met voorrang in aanmerking komen.
3. Agenda 2016 - 2020 -
Samen met de bouw- en vastgoedsector in de regio maken de gemeenten in 2017/2018 afspraken die er toe leiden dat binnen de woningvoorraad ook op de lange termijn voldoende levensloopgeschikte woningen beschikbaar zijn. Onderdeel van deze afspraken vormen in ieder geval doorstromingsmaatregelen die leiden tot een grotere beschikbaarheid van bestaande levensloopgeschikte woningen voor mensen met een beperking, alsook maatregelen die zich richten op het realiseren van levensloopgeschikte nieuwbouw en renovaties;
-
Het uniform gaan registreren van aangepaste woningen door gemeenten en woningcorporaties. Vaak komen aangepaste woningen bij mutatie niet beschikbaar voor bewoners met een fysieke beperking. Een uniform registratie- en toewijzingssysteem voor aangepaste woningen kan deze inefficiëntie in de toekomst voorkomen;
-
De behoefte aan woonvormen tussen zelfstandig wonen en intramuraal wonen in willen de gemeenten in de komende jaren op verschillende manieren accommoderen: door met het zorgkantoor, de zorginstellingen en woningcorporaties af te spreken om op dit vlak experimenten uit te gaan voeren, alsook door ruimte te bieden aan burgerinitiatieven in (de vrije sector) gericht op kleinschalige concepten van wonen met zorg. Bij voorkeur dienen experimenten en initiatieven de mogelijkheden binnen bestaand zorgvastgoed te benutten. De rol van de gemeenten is daarbij vooral gericht op het verbinden van partijen, hen te faciliteren en te stimuleren;
-
In de huidige praktijk blijken er in de regio vaak onvoldoende uitstroomwoningen beschikbaar te zijn voor mensen die bijvoorbeeld vanuit een GGZ-instelling, maatschappelijke opvang en/of de Jeugdzorg uit willen en kunnen stromen naar de reguliere woningmarkt. Samen met zorginstellingen en woningcorporaties brengen de gemeenten in 2017 de actuele behoefte aan uitstroomwoningen in beeld en maken zij afspraken over een goede monitoring. Indien er sprake blijkt te zijn van een structureel tekort dan spannen de partijen zich in om meer uitstroomwoningen beschikbaar te stellen (inclusief de benodigde begeleiding);
-
Nadrukkelijk willen de gemeenten ook koppelingen maken met andere thema’s zoals duurzaamheid en doorstroming op de woningmarkt. Door
32
bijvoorbeeld in een renovatieplan gericht op verduurzaming meteen ook de levensloopgeschiktheid mee te nemen, is het mogelijk om kosten te besparen en derhalve meer met minder geld te doen. Daarnaast is het mogelijk om door middel van een beter en groter aanbod van levensloopgeschikte appartementen (ruime) schaarse eengezinswoningen in de sociale huursector vrij te spelen voor grote huishoudens (gezinnen met kinderen); -
De gemeenten streven ernaar om het uitgangspunt van een ongedeelde regio (zoals verwoord in het visiehoofdstuk) ook te laten gelden voor huishoudens met een zorg- en/of begeleidingsvraag. Dit betekent dat deze huishoudens zich in principe binnen elke gemeenten in Haaglanden moeten kunnen vestigen. Alsook dat hun zorg- en/of begeleidingstoekenning moet kunnen meeverhuizen naar een andere gemeente. In 2017 gaan de gemeenten hiertoe afspraken maken met de zorgsector;
-
Jaarlijks monitoren de gemeenten samen met de woningcorporaties en zorgaanbieders de wijzigingen in het aanbod van de vier typen zorgwoningen: levensloopgeschikte woningen, woningen met zorg en/of begeleiding, verpleeghuisplaatsen en uitstroomwoningen. De uitkomsten van deze regionale monitoring nemen gemeenten vervolgens mee bij het sturen op de lokale bouw- en renovatie-initiatieven. Uitgangspunt daarbij is om tot een goede regionale verdeling en spreiding van het aanbod te komen.
33
Hoofdstuk 8. Werken aan leefbare en prettige woonwijken 1. Ambitie Door middel van een preventieve aanpak willen de gemeenten de verouderde woonwijken in de steden van de regio gezond houden, veilig en prettig om in te wonen. Naast vooroorlogse achterstandswijken en eenzijdige naoorlogse hoogbouwwijken, gaat het daarbij inmiddels ook om de zogenaamde woonerfwijken uit de jaren ’70 en ’80. Bijna één vijfde van de woningvoorraad van Haaglanden bevindt zich in zo’n wijk. De preventieve aanpak is gestoeld op het principe: ‘voorkomen is beter dan herstructureren’. Oftewel door te voorkomen dat wijken zich tot de probleemwijken van de toekomst ontwikkelen, is het mogelijk om dure en grootschalige herstructurering te vermijden. Meer zelfbeheer voor bewoners (waar dat kan), verduurzaming als financiële motor van woningrenovaties, kleinschalige sloop/nieuwbouw en een sluitende aanpak ten aanzien van leefbaarheid (kwetsbare bewoners en probleemgroepen) gelden bij deze preventieve aanpak als belangrijkste speerpunten.
2. Achtergrond Door het stoppen van het wijkenbeleid van het rijk, de afbouw van het investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV) en de geringe investeringen door woningcorporaties in de afgelopen jaren, is de wijkvernieuwing ook in Haaglanden nagenoeg tot stilstand gekomen. De gevolgen hiervan zijn in steeds meer achterstandswijken van de regiogemeenten zichtbaar. Een indicatie dat het de afgelopen jaren minder goed gaat, biedt de index van de woonaantrekkelijkheid uit de Atlas voor gemeenten (2016). De vier gemeenten van Haaglanden, die hierin zijn opgenomen, zijn allen de afgelopen jaren gezakt op deze ranglijst. Den Haag van plek 5 naar 6, Zoetermeer van plek 21 naar 26, Delft van plek 13 naar 23 en Leidschendam-Voorburg van plek 8 naar plek 10. Inmiddels is het duidelijk dat nieuwe financieringsmodellen voor grootschalige herstructurering van woonwijken zich (voorlopig) niet meer aandienen. Terwijl het tegelijkertijd zo is dat de woonerfwijken uit de jaren ’70 en ’80 – die inmiddels zo’n 40 jaar oud zijn – ook toe zijn aan een eerste opknapbeurt. Anders zullen zij het in de nabije toekomst te zeer gaan afleggen tegen de (veel) nieuwere Vinex-wijken. Een nieuwe meer vanuit preventie opgezette aanpak is wenselijk. Deze aanpak zal in de komende jaren concreet gestalte moeten krijgen.
Op voorhand is duidelijk dat de wijkverbetering van de toekomst – in tegenstelling tot die van de jaren ’90 en ’00 – veel meer uit een mix van verschillende maatregelen zal bestaan, alsook een investeringsbereidheid van een groter aantal partijen vereist.
34
Op bepaalde vlakken zal de aanpak wel grootschalig zijn: bijvoorbeeld op het gebied van verduurzaming en renovatie van de sociale woningvoorraad van de corporaties. Maar kleinschalig op het gebied van sloop/nieuwbouw en verdichting. Ten aanzien van het upgraden van versleten openbare ruimten zal het adagium eerder een combinatie zijn van grootschalig door de lokale overheid en kleinschalig vanuit bewonerscollectieven. Tot slot is het noodzakelijk dat in de nieuwe aanpak veel meer verschillende partijen investeringen gaan doen. Waar voorheen vooral de overheid en de woningcorporaties grote kapitaalinjecties deden, zal het nu de kunst zijn om meerdere partijen tot (kleinere) investeringen aan te zetten: niet alleen overheden en woningcorporaties, maar ook marktpartijen, bewoners, Verenigingen van Eigenaren en nieuwe partijen, zoals wooncoöperaties. Binnen de Metropoolregio Rotterdam – Den Haag (MRDH) is in 2016 het samenwerkingsproject ‘Next generation woonwijken’ ontstaan. Hiermee staat de opgave om te komen tot aantrekkelijke en toekomstbestendige wijken reeds op de agenda. Voor de Haaglandse gemeenten biedt dit initiatief nadrukkelijk een kans om hier met hun wijken aan mee te doen.
3. Agenda 2016 - 2020 -
In 2017 voeren de regiogemeenten met elkaar een nulmeting uit naar de staat van de wijken in de regio. Onderdeel hiervan vormt in ieder geval ook een herhaling van de in 2012 gehouden Grote Woontest Haaglanden. Deze herhaling van de woontest voeren zij samen met de MRDH, woningcorporaties en marktpartijen uit. Op basis van de uitkomsten van de nulmeting organiseren de gemeenten een symposium ‘wijkverbetering nieuwe stijl’ en komen zij tot een aanbevelingsagenda;
-
Verduurzaming van de woningvoorraad kan volgens de regiogemeenten in de komende jaren als belangrijke, zo niet de belangrijkste, financiële motor van wijkverbetering gaan fungeren. Immers de besparingen op de energielasten die verduurzaming oplevert, is inzetbaar voor het renoveren van woningen. Bij een Nul op de Meter renovatie is het zelfs mogelijk om in een bestaande straat of buurt een geheel nieuw woonmilieu te realiseren, aangezien deze renovatie voorziet in een compleet nieuwe schil rondom de betreffende woningen. De periode 2016 tot en met 2020 willen de gemeenten dan ook benutten om vanuit de huidige pilotfase van ‘learning by doing’ te komen tot een structurele en grootschalige aanpak. Zij zullen hiertoe een rol van aanjager en stimulator op zich nemen;
-
De inbreng en mede-inzet van de bewoners is cruciaal om tot een goede wijkverbetering nieuwe stijl te komen. De gemeenten spannen zich de komende jaren dan ook nadrukkelijk in om de rol van bewoners steviger te verankeren. Enerzijds door hen aan de hand van (collectief) particulier opdrachtgeverschap, mede-opdrachtgeverschap en consumentgericht bouwen meer invloed te geven op vormgeving en ontwerp. Anderzijds door hun inzet te vergroten door middel van het stimuleren van nieuwe organisatievormen, zoals buurtpreventieteams en wooncoöperaties;
35
-
In 2017 kiezen de gemeenten binnen de regio één of meerdere woonwijken uit die mee gaan draaien in het project ‘Next generation woonwijken’ van de MRDH. Als concreet doel hiervan geldt het verder brengen van wijken op een aantal terreinen: verduurzaming van de woningvoorraad, levensloopbestendigheid, het opzetten van proeftuinen door lokale ondernemers en/of bewoners en het uitrollen van nieuwe internettoepassingen binnen wijken, zoals bijvoorbeeld e-health (door middel van sensoren);
-
Binnen de nieuw af te sluiten regionale prestatieafspraken maken de gemeenten ook afspraken met de woningcorporaties over het investeren van de corporaties in de leefbaarheid van wijken. NB: Op basis van de nieuwe Woningwet mogen woningcorporaties € 126 ,- per woning per jaar in leefbaarheidsmaatregelen investeren.
36
Geraadpleegde bronnen -
-
Atrivé; Opgave wonen en zorg voor zorgdoelgroepen Regio Haaglanden, 2016; Bestuurlijke Tafel wonen; Afstemming woningbouwprogramma’s 2015 (3 juli 2015); Bestuurlijke Tafel Wonen; Rapportage lokale woonvisies gemeenten Haaglanden (januari 2016); Bestuurlijke Tafel Wonen Haaglanden; Rapportage workshops Regionale Woonvisie (juni 2016); Boelhouwer, P.; Trends, Discussies en Beleid op de Woningmarkt, 2016; Explica; Aanbodrapportage Sociale Huursector Haaglanden 2015 (maart 2016); Gemeente Den Haag, Strategie en Onderzoek; Woningmarktmonitor Haaglanden 2016 (juni 2016); Gemeente Den Haag; Discussienotitie regionale opgave; Agenda Ruimte voor de stad (maart 2016; Marlet, G.; Atlas voor gemeenten 2016 (mei 2016); Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; Kamerbrief Wachttijden Sociale Huurwoningen; 24 mei 2016; Metropoolregio Rotterdam – Den Haag, Roadmap Next Economy (2016); NEPROM; Ruimte maken voor het nationaal geluk; Visie van de NEPROM op de Nieuwe Opgave; De vernieuwing van het wonen, werken en winkelen (mei 2016); Netwerk Zuidelijke Randstad; Verstedelijkingsstrategie Netwerk Zuidelijke Randstad (concept, juli 2016); OECD; The Metropolitan Region of Rotterdam – The Hague, Netherlands (2015); Provincie Zuid-Holland; Actualisering regionale woonvisie (november 2015); Provincie Zuid-Holland; Woningbehoefteraming en Bevolkingsprognose ZuidHolland (juni 2016); Raad
voor de Leefomgeving en Infrastructuur; Wonen in verandering; Over flexibilisering en regionalisering in het woonbeleid (juni 2015); ROMAGAZINE; Geef wonen de ruimte! (april 2016); Stec; Haaglandse woningmarkt in beeld; Analyse van WoON2015 als basis voor lokaal en regionaal beleid (juni 2016); Volkskrant; De triomf van de stad is kwetsbaar (2016).
37
Bijlage I: huurprijs-, koopprijs- en inkomensgrenzen
Huurprijsgrens
2016
Kwaliteitskortingsgrens Aftoppingsgrens 1 en 2 personen Aftoppingsgrens 3 en meer personen Liberalisatiegrens
€ 409,92 ,€ 586,68 ,€ 628,78 ,€ 710,68 ,-
Bron: Aanbodrapportage 2015, Sociale Huursector Haaglanden, Explica
Prijsgrens goedkope koop in 2016 Goedkope koopwoningen in de woningmarktregio Haaglanden zijn alle koopwoningen met een maximale prijs van € 189.000 ,-. Jaarlijks indexeren de gemeenten deze prijs met de formule: maximale bruto jaarinkomen waarbij een huishouden nog recht heeft op huurtoeslag x 1,5 (om de bovengrens van de lage middeninkomens te bepalen) x 4,2. Het getal 4,2 hanteren hypotheekverstrekkers bij het berekenen van de maximale hypotheek. Bron: Bestuurlijke Tafel Wonen, 2016 Huishoudenstype Eenpers. tot 65 jr Eenpers. vanaf 65 jr
Inkomensgrens minima € 15.400 ,€ 16.900 ,-
Inkomensgrens huurtoeslag groep € 22.100 ,€ 22.100 ,-
Inkomensgrens lage middeninkomens € 33.150 ,€ 33.150 ,-
Meerpers. tot 65 jr € 19.925 ,€ 30.000 ,€ 45.000 ,Meerpers. vanaf 65 jr € 22.625 ,€ 30.050 ,€ 45.075 ,Bron: Aanbodrapportage 2015, Sociale Huursector Haaglanden, Explica Europa inkomensgrens 2016 € 35.739 ,Bron: Aanbodrapportage 2015, Sociale Huursector Haaglanden, Explica
NB: jaarlijks vindt een indexatie van de genoemde prijs- en inkomensgrenzen plaats. Alleen de liberalisatiegrens vormt hierop een uitzondering. Deze is per 1 januari 2016 voor 3 jaar bevroren.
38
Bijlage II: omvang, ambities en plannen sociale huurvoorraad gemeenten
Gemeente
201611
Ambitie 2025
Toe/afname
Plannen tot 2025
Groei
Delft
19.100
17.750
-7%
177
1%
Den Haag LeidschendamVoorburg Midden-Delfland PijnackerNootdorp Rijswijk
77.168
82.460
7%
1.478
2%
8.884
9.884
11%
322
4%
1.428
1.650
16%
163
11%
3.494
4.200
20%
208
5%
8.518
9.083
7%
718
8%
Wassenaar
2.936
3.036
3%
29
1%
Westland
10.700
11.700
9%
200
2%
Zoetermeer
17.000
18.900
11%
841
5%
TOTAAL
149.228
158.663
6%
4.136
3%
11
Het betreft hier alle huurwoningen in het bezit van de woningcorporaties met een huurprijs onder de liberalisatiegrens. 39
Colofon Projectgroep Bob Meulmeester, Hans Slagboom (Bestuurlijke Tafel Wonen), Jasper Schilling (gemeente Den Haag), David Albregts (gemeente Pijnacker-Nootdorp) Yvon de Ruijter, Peter van Straalen (gemeente Rijswijk), Jeroen Scholten (gemeente Zoetermeer) Tekst en redactie Jeroen Scholten (gemeente Zoetermeer) Fotografie Valerie Kuypers, gemeente Rijswijk, gemeente Wassenaar, gemeente Westland, gemeente Zoetermeer Informatie Voor meer informatie kunt u contact opnemen met een van de negen gemeenten in de woningmarktregio Haaglanden.
40
Addendum bij Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021 Na voltooiing van de regionale woonvisie bleken er nog een tweetal foutieve getallen in het rapport te zitten: In Hoofdstuk 2, onderdeel 3, op bladzijde 10 is het onderscheid tussen de verschillende lage- en lage middeninkomensgroepen gecorrigeerd en uitgesplitst. In Hoofdstuk 2, onderdeel 6, op bladzijde 12 is een correctie gemaakt van de cijfers over de sociale huurwoningvoorraad. De essentie van de verbeterde informatie in de vervangende tekst, is geel gearceerd. De aanvullingen, noch de correcties, leiden tot een verandering in de opgaven ten aanzien van de woningvoorraad.
•
Onderstaande tekst vervangt op pagina 10 de eerste 6 zinnen van Hoofdstuk 2, Onderdeel 3 “Inkomensgroepen in de regio”: 3. Inkomensgroepen in de regio In 2015 behoorden circa 160.400 huishoudens tot de groep huurtoeslaggerechtigden. Zij zijn het meest aangewezen op sociale huurwoningen en hebben een inkomen van maximaal € 22.100 voor alleenstaanden en 30.000/€ 30.500,- voor meerpersoonshuishoudens . Oftewel zo’n 32 procent van het totale aantal huishoudens in de regio van circa 507.150 huishoudens. Sinds 2006 is dit aandeel min of meer constant geweest, namelijk 31 a 32 procent. Daarnaast behoorden circa 77.250 huishoudens tot de doelgroep met inkomens tussen bovengenoemde grens en circa € 35.739 (prijspeil 2016). Dat is het maximuminkomen bij de toewijzing van de meeste sociale huurwoningen van corporaties. Dit betreft 15 procent van alle huishoudens. De groep lage middeninkomens – huishoudens met een bruto jaarinkomen tussen circa € 35.739 en € 45.075 (prijspeil 2016)- bestond in 2015 uit circa 58.550 huishoudens. Dit komt overeen met ca. 12 procent van alle huishoudens. De groep hoge midden- en hoge inkomens in Haaglanden had in 2015 een omvang van ongeveer 210.950 huishoudens. Hiermee vormden zij zo’n 42 procent van alle huishoudens in de regio.(Haaglandse woningmarkt in beeld; Analyse WoON2015 , STEC, 2016)
•
Onderstaande tekst vervangt op pagina 12 de eerste alinea van Hoofdstuk 2, onderdeel 6. “Sociale en vrije huursector Haaglanden”: 6. Sociale en vrije huursector Haaglanden De gemeenten en woningcorporaties hebben de afgelopen decennia met elkaar een omvangrijke sociale huursector opgebouwd. Het betreft hier woningen met een maximale huurprijs < € 710,68 4 5 (liberalisatiegrens) . Het aantal huurwoningen met een huurprijs < € 710,68 is circa 180.550 in 2015 . Dit betreft circa 38% van de 481.150 zelfstandige woningen van in de regio (2015). Een uitzonderlijke prestatie waardoor vele huishoudens met een laag inkomen binnen een acceptabele tijd een betaalbare woning konden vinden.
4. Zie voor een overzicht van de huurprijsgrenzen binnen de sociale huursector bijlage 1. 5. De Stec Analyse van het WoON 2015 onderzoek splitst dit aantal uit in ca. 140.000 van corporaties en 40.000 van particuliere verhuurders.