3243 Bijlage 1 bij Raadsvoorstel Tarievenvoorstel 2024
Tekst van het document
Bijlage bij raadsvoorstel Tarievenvoorstel 2024 (iBabs 3243) 1.
Inleiding
In aansluiting op de paragraaf "Lokale heffingen" in de begroting 2024 wordt hieronder het tarievenvoorstel voor het jaar 2024 voor de diverse heffingen weergegeven. De bijbehorende belastingverordeningen zijn als concept raadsbesluiten toegevoegd. Ten opzichte van 2023 zijn in de belastingverordeningen 2024 de tarieven gewijzigd en technische en tekstuele wijzigingen aangebracht. De verordeningen en de bijbehorende tarieventabel zijn gebaseerd op de modelverordeningen zoals die door de VNG zijn opgesteld. Daar waar nodig zijn de verordeningen aangepast aan de situatie in Leidschendam-Voorburg. Naar verhouding geen stijging van de OZB-opbrengsten voorzien In de conceptprogrammabegroting 2024-2027 is voor de hoogte van de OZB-opbrengsten rekening gehouden met nieuwbouw, sloop, leegstand, de inflatiecorrectie en de verwachte uitkomsten van de herwaardering 2024. Het verschil tussen de verwachte totale WOZ-waarde en de uiteindelijke definitieve WOZ-waarde kan leiden tot een verschil in gerealiseerde OZB-baten.
2.
Het tarievenvoorstel betreft de volgende heffingen en belastingen:
2.1 De retributies: · · · · ·
Afvalstoffenheffing 2024 Lijkbezorgingsrechten 2024 Leges 2024 Marktgelden 2024 Riool- en Waterzorgheffing 2024
2.2 De belastingen: · . ·
3.
OZB 2024 Reclamebelasting 2024 Toeristenbelasting 2024
De uitgangspunten voor het tarievenvoorstel 2024 zijn:
a. de Kadernota 2024 - 2027 b. de indexatie van 8,23% conform het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP); c. maximaal 100% kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing, marktgelden, begraafrechten en leges (conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); Onderbouwing toepassing CEP-index Om de gemeentelijke organisatie financieel gezond te houden is het zaak rekening te houden met de prijsontwikkeling bij het opstellen van een nieuwe begroting. De bestendige gedragslijn van de afgelopen jaren is de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkeling mee te nemen in de Kadernota. In de Kadernota is daarom rekening gehouden met het financiële effect van het verschuiven van prijspeil 2023 naar dat van 2024. Vanwege de hoge inflatie zijn sinds 2022 de recentere indexcijfers gehanteerd op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2023. Het gehanteerde indexcijfer van 8,23% is opgenomen in de Kadernota 2024 – 2027. Deze is vastgesteld door de gemeenteraad en is daarom het uitgangspunt bij de begroting 2024. 1
3.1 Geraamde totale opbrengsten en verklaring meeropbrengsten 2024
In Tabel 1 zijn de geraamde totale opbrengsten van de verschillende heffingen en belastingen voor 2024 weergegeven. Inhoudelijk worden deze in het voorstel hieronder toegelicht.
Tabel 1 geraamde totale opbrengsten 2024 Opbrengsten: OZB Afvalstoffenheffing Riool- en waterzorgheffing Leges Lijkbezorgingsrechten Toeristenbelasting Reclamebelasting Marktgeld
2023 € 15.317.147 € 12.937.101 € 7.991.531 € 4.169.025 € 952.000 € 518.505 € 155.055 € 57.000
In % 36,4% 30,7% 19,0% 9,9% 2,3% 1,2% 0,4% 0,1%
2024 € 16.638.903* € 14.262.146* € 8.694.279** € 5.118.396*** € 952.000 € 561.178 € 155.055 € 60.000
In % 35,9% 30,7% 18,7% 11,0% 2,1% 1,2% 0,3% 0,1%
Totaal
€ 42.097.364
100%
€ 46.441.957
100%
*Hogere opbrengst van de OZB en afvalstoffenheffing heeft te maken met de CEP-index en een volumeuitbreiding van woningen en niet-woningen. **Er is rekening gehouden met het aantal woningen en niet-woningen zoals vastgelegd in het Water- en rioleringsplan (WRP) 2022 – 2027. ***De hogere opbrengst van de leges heeft te maken met het aantal paspoorten en identiteitskaarten (geldigheidsduur van 10 jaar loopt af). Bij de bouwleges worden meer projecten verwacht.
2
4.
Inhoudelijke toelichting
4.1 Opbouw voorstel Dit Tarievenvoorstel gaat eerst in op de tarieven van de retributies. Dit zijn heffingen waar een aanwijsbare prestatie tegenover staat. Daarna worden de belastingen behandeld. Per onderdeel komen de ontwikkeling en de hoogte van de tarieven aan bod. De tarieven van de afvalstoffenheffing en riool- en waterzorgheffing zijn deelbaar door 12 maanden gemaakt. Dit is omdat de belastingplicht kan aanvangen of eindigen aan het begin respectievelijk einde van elke kalendermaand als gevolg van verhuizing naar of vertrek uit deze gemeente.
4.2 DE RETRIBUTIES Begrotingsvoorschriften en kostenonderbouwing heffingen Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostprijstoerekening gehanteerd conform de Financiële verordening van de gemeente LeidschendamVoorburg. De gemeenteraad besluit voor het belastingjaar 2024, bij de behandeling van de Begroting 2024, welk bedrag aan overhead moet worden meegenomen. Het raadsbesluit is opgenomen in de Paragraaf lokale heffingen 2024, die onderdeel uitmaakt van de Begroting 2024. In deze Paragraaf lokale heffingen 2024 is een overzicht opgenomen van de raming van baten en lasten voor de heffingen.
3
4.2.1 Afvalstoffenheffing Voorgesteld wordt om de tarieven van de afvalstoffenheffing voor 2024 te verhogen zoals hieronder is aangegeven. Lasten afvalstoffenheffing Aan de lastenkant is rekening gehouden met een wijziging van de kosten. Daarin zijn meegenomen: • • • •
De lasten van de Dienstverleningsovereenkomst met Avalex stijgen ten opzichte van 2023 met € 386.752. Deze stijging wordt onder meer veroorzaakt door hogere loonkosten vanuit de CAO. Hogere kosten met betrekking tot de inzameling en verwerking door Avalex. De BTW stijgt ten opzichte van 2023 met € 175.088. Voor de doorberekening van de interne kosten is rekening gehouden met een CEP-indexatie van 8,23%.
Baten afvalstoffenheffing Aan de batenkant is rekening gehouden met een stijging van het aantal nieuwbouwwoningen. De tarieven worden dan als volgt: Tarieven afvalstoffenheffing: Heffingsmaatstaf Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden
Tarief 2023 € 318,00 € 384,72
Tarief 2024 € 342,12 € 413,88
Verschil € 24,12 € 29,16
4.2.2 Lijkbezorgingsrechten De tarieven van de lijkbezorgingsrechten zijn geïndexeerd met 8,23% conform de CEP-indexatie. De verwachte opbrengsten van de lijkbezorgingsrechten blijven echter gelijk aan 2023. Dit komt omdat we zien dat het aantal aanvragen voor begraven afneemt, dit is een landelijke trend. De afnemende vraag zorgt voor minder grafrecht inkomsten. De tarieventabel van de lijkbezorgingsrechten is als bijlage opgenomen bij de Verordening op de heffing en invordering van Lijkbezorgingsrechten 2024. 4.2.3 Leges De gemeente streeft naar kostendekkende tarieven. Bij het kostendekkend maken van de legestarieven wordt onder meer gekeken naar de tijdsbesteding per legesproduct. De VNG heeft met de komst van de Omgevingswet de modelverordening Leges aangepast. Waar eerst sprake was van “Titels en Hoofdstukken” wordt nu uitgegaan van “Hoofdstukken en Paragrafen”. Voor het belastingjaar 2024 is dit ook zo verwerkt in de gemeentelijke Legesverordening. 4.2.3.1 Hoofdstuk 1 (was Titel 1) Algemene dienstverlening: De tarieven van Hoofdstuk 1 (voorheen Titel 1) Algemene dienstverlening zijn kostendekkend gemaakt met uitzondering van die van de paspoorten, identiteitskaarten en het rijbewijs. Hiervoor gelden namelijk maximum Rijkstarieven.
4
De maximum Rijkstarieven voor 2024, zoals van toepassing bij de identiteitskaart, paspoort en rijbewijs zijn op het moment van opstellen van dit tarievenvoorstel nog niet bekend. De aanpassingen daarvan worden later in 2023 opgenomen in de 1e wijziging van de Legesverordening 2024. De tarieventabel van de leges is als bijlage opgenomen bij de Verordening op de heffing en invordering van Leges 2024. 4.2.3.2 Hoofdstuk 2 (was Titel 2) Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet: Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging treden per 1 januari 2024 in werking Per 1 januari 2024 treden de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking. De Omgevingswet vervangt de huidige Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). In de Wkb verschuift de controle op het door bouwers afgeleverde werk van gemeenten naar door de marktpartijen zelf aangedragen onafhankelijke kwaliteitsborgers. Dit betreft kleine vergunningaanvragen van woningen en kleine bedrijfspanden. In de Begroting 2024 is hiermee rekening gehouden. Mocht de Wkb worden uitgesteld per 1 januari 2024, dan zal dit worden bijgestuurd in de reguliere P & C producten.
4.2.3.3 Hoofdstuk 3 (was Titel 3) Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2: Door vrijstellingsbepalingen niet kostendekkend In de Legesverordening zijn vrijstellingsbepalingen opgenomen voor o.a. niet-commerciële activiteiten van sportverenigingen, niet commerciële activiteiten door organisaties, zonder winstoogmerk, die een cultureel, sociaal of voor de gemeente promotioneel doel nastreven, kleinschalige, niet commerciële buurtgerichte activiteiten, niet-commerciële activiteiten van (sport)verenigingen waarbij de behartiging van een sociaal en/of sportief belang voorop staat en collectevergunningen van erkende goede doelen. Deze vrijstellingen blijven gehandhaafd. Hoofdstuk 3 is door de vrijstellingsbepalingen in de Legesverordening op dit moment daarom niet kostendekkend. Taakstelling gefaseerd realiseren Bij besluitvorming van de Nota van Wijzigingen 2021 is een taakstelling opgenomen van € 100.000. Deze taakstelling wordt vanaf 2023 gefaseerd over vier jaar met kostendekkende tarieven gerealiseerd. Algemeen Voorgesteld wordt om met het vaststellen van de Legesverordening 2024 de leges te verhogen met de CEP-indexatie van 8,23%, zoals eerder in dit voorstel onder het kopje “Onderbouwing toepassing CEP” is beschreven.
4.2.4 Marktgelden Voorgesteld wordt de tarieven van de marktgelden voor 2024 te verhogen met de CEP-indexatie van 8,23%. Het marktgeld bedraagt per standplaats of gedeelte daarvan: Heffingsmaatstaf Per dag of gedeelte daarvan Per kalenderkwartaal
Tarief 2023 € 17,65 € 176,50
Tarief 2024 € 19,10 € 191,00
Verschil € 1,45 € 14,50
5
4.2.5 Riool- en waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Om meer recht te doen aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken heeft de VNG de naam rioolheffing gewijzigd in riool- en waterzorgheffing. Van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. Voorgesteld wordt om de tarieven van de riool- en waterzorgheffing voor 2024 aan te passen zoals hieronder is weergegeven. Lasten • •
Aan de lastenkant is rekening gehouden met een stijging van de lasten die voortvloeien uit het Water- en rioleringsplan (WRP) 2022 – 2027. De CEP-indexatie van 8,23%.
Baten Aan de batenkant is rekening gehouden met een stijging van het aantal (nieuwbouw) woningen en nietwoningen. Riool- en waterzorgheffing tarief De tarieven worden dan als volgt: Heffingsmaatstaf Rioolheffing per perceel
Tarief 2023 € 216,36
Tarief 2024 € 233,64
Verschil € 17,28
4.3 De belastingen
4.3.1 Onroerende-zaakbelastingen Lichte waardestijging voor woningen Voor het belastingjaar 2024 worden alle onroerende zaken gewaardeerd naar een waardepeildatum van 1 januari 2023. De prognoses duiden op een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging ten opzichte van de waardepeildatum van 1 januari 2022 voor woningen. Voor deze waardebepaling zijn de beschikbare verkoopcijfers geanalyseerd die zijn gerealiseerd rond de waardepeildatum 1 januari 2023. Deze verkoopcijfers laten een gemiddelde waardestijging zien van 2,6%. Voor nietwoningen is er een gemiddeld genomen dalende lokale WOZ-waardeontwikkeling van -1,0%. Dit is een gevolg van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. 4.3.2 Verhoging OZB in 2024 Eigenaren van woningen - OZB-opbrengst blijft in lijn met de algehele prijsstijgingen Door een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging van woningen met 2,6%, wordt voorgesteld het tarief van eigenaren van woningen te verminderen met 2,6% en daarna te verhogen met de CEP-indexatie van 8,23%. Hiermee wordt voorkomen dat de eigenaren van woningen meer OZB betalen alleen doordat de waarden van woningen stijgingen. De OZB-opbrengst blijft hiermee in lijn met de algehele prijsstijgingen waar ook de gemeente mee te maken heeft en die zij moet opvangen in de inkomsten.
6
Eigenaren van niet-woningen – OZB-opbrengst blijft in lijn met de algehele prijsstijgingen Door een gemiddeld genomen dalende lokale WOZ-waardeontwikkeling voor niet-woningen van 1,0% wordt voorgesteld om het tarief van eigenaren van niet-woningen te verhogen met 1,0% en daarna te verhogen met een CEP-indexatie van 8,23% en de uitgangspunten voor de begroting zoals opgenomen in de kadernota 2024. Dit betekent dat de opbrengst van de OZB net zoals van de woningen ook van de nietwoningen alleen stijgt met het percentage van de CEP-indexatie van 8,23%. Op deze manier blijft de bijdrage van de niet-woningen in de inkomsten van de gemeente per saldo gelijk. Gebruikers van niet-woningen - Voor de gebruikers van niet-woningen wordt voorgesteld om het tarief in 2024 op 0% te houden.
4.3.3 OZB-tarieven 2024 In de tarieven van de eigenaren van woningen en niet-woningen is rekening gehouden met: • • • •
een percentage toegekende WOZ-bezwaarschriften, waardoor de OZB-aanslag wordt verminderd en de opbrengst van de OZB daalt; de nieuwbouw, sloop en leegstand; de CEP-indexatie; de verwachte uitkomsten van de herwaardering 2024.
Rekening houdend met alle hierboven genoemde factoren leidt dit voor 2024 tot de volgende OZB-tarieven: Percentage van de WOZ- Tarieven 2023 Voorgestelde waarde van: tarieven 2024 Woningen: - eigenaren 0,07139% 0,07551% Niet-woningen: - eigenaren 0,42922% 0,46432% - gebruikers 0% 0% Het te betalen bedrag aan OZB is de WOZ-waarde van het pand vermenigvuldigd met het tarief. 4.3.4 Reclamebelasting Een afgesproken opbrengst met de ondernemersfondsen Met de ondernemersfondsen Huygenskwartier Voorburg en Leidschendam Centrum is een jaarlijkse opbrengst afgesproken van respectievelijk € 98.000 en € 57.000. Dit zijn opbrengsten die de ondernemersfondsen per jaar nodig denken te hebben voor hun activiteiten. Door het verschil in opbrengst zijn er in de Verordening Reclamebelasting 2024 per ondernemersfonds verschillende tarieven opgenomen. Beide ondernemersfondsen zijn vanaf het begin nauw betrokken bij de opbrengsten, tarieven en maximum te betalen bedragen door de ondernemers. De opbrengsten van de reclamebelasting worden via een subsidie teruggegeven aan de ondernemersfondsen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de afzonderlijke convenanten met de stichtingen.
7
Tarieven reclamebelasting verhoogd met 1% Voor de reclamebelasting is de heffingsmaatstaf de WOZ-waarde naar een waardepeildatum van 1 januari 2023. De prognoses van augustus 2023 duiden op een gemiddelde waardedaling ten opzichte van de waardepeildatum van 1 januari 2022 voor niet-woningen van 1,0%. Om dezelfde opbrengst voor de reclamebelasting voor de reclamebelasting te houden van € 98.000 voor ondernemersfonds Huygenskwartier Voorburg en € 57.000 voor ondernemersfonds Leidschendam Centrum zullen de tarieven voor 2024 worden verhoogd met 1,0%. Dat is hetzelfde percentage die van de gemiddelde waardedaling van niet-woningen. Daarnaast is opgenomen in de convenanten met de stichtingen dat partijen gezamenlijk kunnen afspreken om de hoogte van de voet voor de opgelegde reclamebelasting tussentijds te indexeren. Er wordt jaarlijks met de ondernemersfondsen een opbrengst afgesproken. De hoogte van de jaarlijkse indexering is daarom eveneens door partijen gezamenlijk af te spreken. Er is afgesproken om 1% indexering toe te passen op de tarieven voor de reclamebelasting. Tarieven reclamebelasting per € 1.000 van de WOZ-waarde: Reclamebelasting Leidschendam Centrum Huygenskwartier Voorburg
Tarief 2023 € 2,70 € 3,35
Tarief 2024 2,75 3,41
4.3.5 Toeristenbelasting Voorgesteld wordt de tarieven van de toeristenbelasting voor 2024 te verhogen met de CEP-indexatie van 8,23%. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: Toeristenbelasting In een hotel Camping, boerderij, bed & breakfast, Airbnb, Wimdu en andere vormen van short stay
2023 € 5,60 € 1,70
2024 € 6,05 € 1,85
5 Lastendruk voor huishoudens Ter vergelijking wordt in tabel 3 een woonlastenoverzicht weergegeven voor de belastingjaren 2023 en 2024. Deze woonlasten bestaan uit de tarieven voor de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing en de OZB. In het jaar 2023 wordt voor de bepaling van de OZB gerekend met de standaardwaarde van een woning van € 385.000. Voor het jaar 2024 is de standaardwaarde € 395.000. Tabel 3 Woonlastenoverzicht 2023 en 2024 Woonlasten
1. OZB woningen *) 2. Afvalstoffenheffing 3. Rioolheffing: Totaal *) Alleen voor eigenaren
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden StijgingsStijgings2023 2024 percentage 2023 2024 percentage € 274,85 € 298,26 8,52% € 274,85 € 298,26 8,52% € 318,00 € 342,12 7,58% € 384,72 € 413,88 7,58% € 216,36 € 233,64 7,99% € 216,36 € 233,64 7,99% € 809,21 € 874,02 8,00% € 875,93 € 945,78 7,97%
8
5.1 COELO - Gemeente Leidschendam-Voorburg 2de plaats van goedkoopste gemeente in de regio Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen maakt jaarlijks een "Atlas van de lokale lasten". Dit is een landelijk overzicht van de lokale lasten per gemeente. In tabel 4 zijn de lasten 2023 voor eigenaren van woningen van de omliggende gemeenten weergegeven. In de woonlasten zijn de afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en de OZB meegenomen. Bij de OZB is door COELO uitgegaan van een gemiddelde landelijke WOZ-waarde. De woonlasten in tabel 4 wijken daarom iets af van die in tabel 3. Tabel 4 Lasten voor eigenaren van woningen in 2023 (afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en OZB) Gemeentelijke woonlasten 2023 Den Haag Leidschendam-Voorburg Rijswijk Lansingerland Pijnacker-Nootdorp Westland Zoetermeer Zoeterwoude Delft Midden-Delfland Voorschoten Wassenaar Gemiddelde Zuid-Holland
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Ranglijst COELO 2023 € 802,00 € 889,00 115 € 860,00 € 927,00 162 € 842,00 € 951,00 185 € 935,00 € 968,00 205 € 889,00 € 989,00 233 € 908,00 € 1.025,00 266 € 1.002,00 € 1.055,00 287 € 1.050,00 € 1.071,00 301 € 938,00 € 1.083,00 307 € 1.031,00 € 1.116,00 316 € 1.340,00 € 1.430,00 348 € 1.352,00 € 1.573,00 350 € 886,00
€ 976,00
Zoals in de tabel te zien is, vallen de gemeentelijke woonlasten in Leidschendam-Voorburg ruim onder het provinciaal gemiddelde en staat daarmee zelfs op de 2de plaats van goedkoopste gemeenten in de regio.
9