3152 Programmabegroting 2024-2027 (vervallen)
Tekst van het document
Grondexploitaties We bewaken de financiële voortgang van onze projecten met een grondexploitatie door deze twee keer per jaar te actualiseren en daarover te rapporteren aan de gemeenteraad in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG). Er wordt in algemene zin en voor een aantal locaties specifiek onderzocht of de sturing op de ontwikkeling steviger kan worden vormgegeven vanuit een eigendomspositie van de grond. Dit kan leiden tot het openen van nieuwe grondexploitaties. Paragraaf 3.7. van de begroting (Grondbeleid) gaat nader in op ons grondbeleid en op lopende en nieuwe grondexploitaties. Speerpunten: Niet van toepassing Wonen We gaan zoveel mogelijk betaalbare woningen aan de woningvoorraad toevoegen. We richten ons daarbij op de realisatie van een meer betaalbaar, divers en duurzaam woningaanbod en leggen daarbij de nadruk op het sociaal en middensegment (zowel huur als koop) en op een aanbod dat anticipeert op de verwachte woonzorgvraag van de (toekomstige) inwoners van LeidschendamVoorburg. We zetten in op doorstroming uit de betaalbare woningbouw, meer ruimte voor creatieve en flexibele oplossingen en het tegengaan van woningspeculatie en huisjesmelkers. De verordening sociale en middeldure woningbouw is hierbij leidend.
De gemeente kijkt actief naar kansen om ruimte te maken voor nieuwe woningen, bijvoorbeeld door gecombineerde bestemmingen van wonen en maatschappelijk vastgoed, het zogeheten ‘optoppen’ van bestaande woongebouwen, het realiseren van vormen van flexwonen en het benutten van bestaande plekken voor kortdurende tijdelijke huisvesting voor spoedzoekers. Speerpunten: • Actief handelen op de mogelijkheden om met subsidies (o.a. van het Rijk en de Provincie Zuid-Holland) de woningbouwproductie op gang te houden. En we spannen ons in voor minimaal één project een subsidie binnen te halen; • Bij nieuwe bouwprojecten op gemeentelijk niveau gemiddeld 30% sociale woningbouw (huur) en 20% middensegment (koop / of huur) realiseren;
- 60 -
•
De woningcorporaties bezien onder meer de mogelijkheden van het optoppen van gebouwen.
Betrokken verbonden partijen •
VOF LC Grex Samen met een ontwikkelingscombinatie geeft de gemeente uitvoering aan de grondexploitatie van de VOF en daarmee aan de herstructurering van Leidschendam Centrum.
Wat mag het kosten? Tabel van baten en lasten VHLOSV Baten Lasten Saldo van baten en lasten
Begroting 2023 29.573 35.827 -6.254
Begroting 2024 42.776 48.857 -6.081
Bedragen x € 1.000
- 61 -
Begroting 2025 22.830 28.494 -5.664
Begroting 2026 18.480 27.291 -8.811
Begroting 2027 5.034 10.610 -5.576
Toelichting baten en lasten per onderdeel: De lasten en de baten van het programma Bouwen en Wonen bedragen voor 2024 respectievelijk € 48.857.000 en € 42.776.000. Hieronder wordt per taakveld ingegaan waaraan de lasten worden besteed en welke baten er worden ontvangen.
Baten Ruimte en Leefbaarheid De baten betreffen de inkomsten uit het kostenverhaal van de gemeentelijke kosten ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen. Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) De baten bestaan uit gronduitgiften (intern en extern), subsidies, investeringsbijdragen en overige opbrengsten. Wonen en bouwen De baten betreffen legesopbrengsten (voor o.a. omgevingsvergunningen), verhaal kosten bestuursdwang en basisregistraties en de verkoop van gemeentelijk vastgoed.
Lasten Ruimte en Leefbaarheid De lasten hebben betrekking op de implementatie van de Omgevingswet, de kosten die de gemeente maakt voor ruimtelijke ontwikkelingen (kostenverhaal), het herzien van bestemmingsplannen en de beleidsadvisering ruimte en grondbeleid. Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) De lasten bestaan uit apparaatskosten, kosten voor het werven van gronden, kosten voor bouw- en woonrijp maken en overige kosten behorend bij de grondexploitatie. Wonen en bouwen De lasten betreffen de kosten voor de uitvoering van de vergunningverlening, het bouw- en woningtoezicht en het beheer van de basisregistratie.
Verklaring financiële verschillen B2023 vs. B2024 Voor het programma Bouwen en wonen zijn de verschillen ten opzichte van 2023 en 2024 als volgt te verklaren: Baten Halverwege 2023 is de grondexploitatie De Star geopend (iBabs nr. 3237). In 2024 zijn hiervoor zowel baten als lasten begroot. Deze zijn hoger dan in 2023 omdat het hier het volledige begrotingsjaar beslaat. Voor de grondexploitatie Vlietvoorde zijn voor diverse deelgebieden meer opbrengsten geraamd dan in 2023. Lasten In 2023 waren er incidenteel kosten geraamd die in 2024 niet zijn begroot. Het gaat hier om diverse onderwerpen die in het coalitieprogramma zijn benoemd, zoals het opstellen van het Groenactieplan, tijdelijke flexibele woningoplossingen en wijk- en dorpsgesprekken. Daarnaast waren eenmalige kosten begroot voor visie- en planvorming Omgevingsvisie en aanschaf van een woningbouwmonitor. - 62 -
Grondexploitatie De Star, zie baten. Vanaf 2024 zijn naar aanleiding van de actualisatie van het bestedingsplan Duurzaamheid & energietransitie de lasten bijgesteld, zoals de inzet van subsidies voor duurzame maatregelen. Vanaf 2024 worden er extra bouwaanvragen verwacht. Om deze bouwaanvragen af te handelen wordt extra personele inzet geraamd. Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 36 Nieuw gebouwde woningen
Eenheid Aantal per 1.000 woningen
37 Demografische druk % (verhouding tussen enerzijds jongeren en ouderen en anderzijds bevolking 20 tot 65 jaar) 38 Gemeentelijke In Euro’s woonlasten eenpersoonshuishouden 39 Gemeentelijke In Euro’s woonlasten meerpersoonshuishouden
Peiljaar Waarde Bron 2022 3,2 (landelijk 4,5) BAG/ABF Systeem Woningvoorraad 2022 80,7 (landelijk 70,3) CBS Bevolkingsstatistiek
2022
€ 800 (landelijk € COELO, Groningen 823)
2022
€ 867 (landelijk € COELO, Groningen 905)
Toelichting op de indicatoren 36 Nieuw gebouwde woningen Het aantal nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen zoals transformaties. 37 Demografische druk (verhouding tussen enerzijds jongeren en ouderen en anderzijds bevolking 20 tot 65 jaar) De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. 38 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten. 39 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
Overige indicatoren --
- 63 -
Programma Overige onderdelen Wat willen wij bereiken? We zijn er gezamenlijk verantwoordelijk voor dat het gemeentelijke huishoudboekje op orde is, waarbij we de lasten voor onze inwoners en ondernemers zo laag mogelijk willen houden. Dit vraag om een sluitende begroting en een positief meerjarenperspectief. Financiën zijn geen doel op zich, maar alleen met een gezonde financiële basis kunnen we onze gezamenlijke ambities waarmaken, de voorzieningen in onze mooie gemeente in stand houden en mensen de ruimte geven. Want daar gaat het om. Leidschendam-Voorburg is een financieel gezonde gemeente. De begroting sluit meerjarig en het toezicht vanuit de provincie is licht. Tegelijkertijd zijn we ons er van bewust dat er ook in de komende periode ontwikkelingen kunnen zijn die vragen om investeringen die we nu nog niet kunnen voorzien. Gelukkig hebben we met onze reservepositie een buffer voor dit soort situaties, maar onze spaarpot is natuurlijk niet onbeperkt. Een zorgvuldig financieel beleid is daarom geboden.
Dat doen we onder meer door: • Het voeren van een behoedzaam financieel beleid en realistisch te begroten conform het voorzichtigheidsbeginsel (reële, solide uitgangspunten) • De inwonerslasten (met uitzondering van indexering) niet te verhogen, zodat deze onder het regionaal gemiddelde blijven Wat gaan we daarvoor doen? Organisatie Onder organisatie valt de overhead van de gemeente. Dit omvat kosten en activiteiten die nodig zijn voor de ondersteuning en het beheer van de primaire taken en dienstverlening van de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn: •
• • •
•
•
•
Management- en ondersteunende functies: Dit omvat de kosten van het managementteam, de beleidsadviseurs, juridische afdelingen, HR-afdelingen en andere ondersteunende functies binnen de gemeente. Administratieve kosten: Dit omvat de kosten van administratieve medewerkers, kantoorbenodigdheden, postverwerking, archivering en andere administratieve activiteiten. Financiële en boekhoudkundige functies: Dit omvat de kosten van financieel beheer, boekhouding, budgettering, belastinginning, controle en auditing. ICT en informatiemanagement: Dit omvat de kosten van IT-infrastructuur, softwarelicenties, systeembeheer, databeheer, gegevensbeveiliging en de ontwikkeling en ondersteuning van gemeentelijke informatiesystemen. Facilitaire diensten: Dit omvat de kosten van facilitair beheer, zoals onderhoud van gebouwen, schoonmaakdiensten, beveiliging, energievoorziening en facilitaire benodigdheden. Communicatie en public relations: Dit omvat de kosten van communicatiemedewerkers, voorlichtingscampagnes, gemeentelijke publicaties, persberichten en externe communicatieactiviteiten. Juridische zaken en geschillenbeslechting: Dit omvat de kosten van juridische adviseurs, rechtszaken, geschillenbeslechting en verzekeringen voor aansprakelijkheid en juridische kwesties.
- 64 -
• •
Opleiding en ontwikkeling: Dit omvat de kosten van training en ontwikkeling van gemeentepersoneel om hun vaardigheden en kennis bij te houden en te verbeteren. Algemene bedrijfskosten: Dit omvat andere algemene kosten zoals verzekeringen, belastingen, lidmaatschappen, vergaderingen, reiskosten en andere overheadkosten die niet rechtstreeks verband houden met de kernactiviteiten van de gemeente.
Voor meer informatie wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering.
Speerpunten: • Het strategisch vermogen vergroten. Strategie vraagt om vertaling naar doelen en resultaten, en vasthoudendheid in opvolging en uitvoering. Het oog houden op doelen en resultaten maakt het nodig om de organisatie op koers te houden, en vraagt daarmee om het versterken van de interne sturing. • De advieskracht versterken. Financieel beleid De financiële kaders zijn beschreven in de financiële verordening die door de raad is vastgesteld. Speerpunten: • Invoeren van de rechtmatigheidsverantwoording • Actief samen met de VNG en andere gemeenten organiseren van een lobby om het tekort in het gemeentefonds vanaf 2026 te dichten • Een ombuigingenlijst opstellen voor het geval het tekort vanaf 2026 blijft bestaan Belastingen Belastingheffing is noodzakelijk om te kunnen investeren in lokale voorzieningen. De gemeente zorgt voor een efficiënte uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) en de OZB. De uitvoering bestaat uit het waarderen van de woningen en panden, het opleggen van de aanslagen, invordering en afhandeling van bezwaren en beroepen. Jaarlijks worden de tarieven berekend. De WOZ-waarde van woningen stijgt in 2024 en die van niet woningen daalt. De tarieven worden bijgesteld zodat een gelijkblijvende opbrengst wordt gerealiseerd. Daarnaast worden de tarieven geïndexeerd.
De gemeente heft reclamebelasting op basis van de WOZ-waarde van niet-woningen. De belastingtarieven worden in de Verordening Reclamebelasting 2024 meegenomen. De opbrengsten van de reclamebelasting worden via een subsidie teruggegeven aan de ondernemersfondsen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de afzonderlijke convenanten met de stichtingen. Speerpunten: Niet van toepassing Betrokken verbonden partijen •
BNG De bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten voor maatschappelijke voorzieningen voor de inwoners.
•
Stedin N.V. Stedin speelt een belangrijke rol in de energietransitie voor wat betreft de infrastructuur die nodig is om te schakelen van gas naar elektriciteit. Daarnaast is er veel extra capaciteit nodig
- 65 -
om het opladen van elektrische voertuigen mogelijk te maken en het terugleveren van stroom uit zonnepanelen te verwerken. Dit vergt zeer grote investeringen waarvoor Stedin op termijn nog niet de benodigde middelen beschikbaar heeft. Stedin is samen met de aandeelhouders, met het traject 'lange termijn financiering 3', aan het onderzoeken op welke wijze deze kapitaalinjectie vorm kan krijgen. Dit is het vervolg op het succesvol afgesloten traject lange termijn financiering 2. Ook nieuwe partijen worden hierbij betrokken. De gemeenteraden van de deelnemende gemeenten worden actief betrokken bij het traject.
- 66 -
Wat mag het kosten? Tabel van lasten en baten Algemene Dekkingsmiddelen Baten Algemene Dekkingsmiddelen Overhead Totaal Baten Lasten Algemene Dekkingsmiddelen Onvoorziene uitgaven Overhead Vennootschapsbelasting Totaal Lasten Saldo van baten en lasten
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
162.985
175.158
176.519
163.892
163.598
9 162.994
26 175.184
9 176.528
56 163.948
19
163.617
758
645
1.020
1.196
1.327
70 38.298 50 39.176 123.818
100 38.297 50 39.092 136.092
100 38.218 50 39.388 137.140
100 37.490 50 38.836 125.112
100 37.643 50
39.119 124.497
Bedragen x € 1.000
Toelichting baten en lasten per onderdeel: De baten en lasten van de overige taakvelden uit de begroting bedragen voor 2024 € 175.184.000 en
- 67 -
€ 39.092.000. Hieronder wordt per taakveld ingegaan waaraan de lasten worden besteed en welke baten er worden ontvangen.
Baten Treasury De baten betreffen rente op verstrekte geldleningen en eigen vermogen alsmede de dividenduitkeringen van Stedin en de BNG Bank. OZB woningen, OZB niet woningen en belastingen overig De baten betreffen de opbrengsten uit de belastingen. Algemene en overige uitkeringen De baten betreffen de algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds. Overige baten en lasten Binnen dit taakveld worden geen baten verantwoord. Overhead Binnen dit taakveld worden nagenoeg geen baten verantwoord. Vennootschapsbelasting Binnen dit taakveld worden geen baten verantwoord. Onvoorzien Binnen dit taakveld worden geen baten verantwoord.
Lasten Treasury De lasten hebben betrekking op rente van opgenomen kort- en langlopende geldleningen. OZB woningen, OZB niet woningen en belastingen overig De lasten hebben betrekking op de uitvoering van de OZB op woningen en niet woningen, de heffing op en waardering van woningen, het behandelen van bezwaar en beroep en de uitvoering van kwijtschelding procedures en de uitvoering van de reclamebelasting. Algemene en overige uitkeringen Binnen dit taakveld worden geen lasten verantwoord. Overige baten en lasten Onder de lasten zijn opgenomen de nog over de taakvelden te verdelen stelpost beheer en onderhoud openbare ruimte. Overhead De lasten betreffen personeelslasten en materiële lasten behorende bij de ondersteunende functies, de kosten van huisvesting en het wagenpark van het ambtelijk apparaat en informatiserings- en automatiseringskosten. Vennootschapsbelasting De lasten betreffen de verwachte afdrachten aan vennootschapsbelasting.
- 68 -
Onvoorzien De lasten betreffen de post voor onvoorziene uitgaven.
Verklaring financiële verschillen B2023 vs. B2024 Voor de overige taakvelden uit de begroting zijn de verschillen ten opzichte van 2023 en 2024 als volgt te verklaren: Baten De baten van de overige taakvelden uit de begroting vallen in 2024 hoger uit. Dit kan op hoofdlijn worden verklaard door een hogere uitkering uit het gemeentefonds. In de meicirculaire is de uitkering van het gemeentefonds aangepast naar aanleiding van de actuele en verwachte loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast is de dividendverwachting voor netwerkbedrijf Steden gestegen en zijn de hogere baten door de indexering van de OZB woningen en niet woningen in de begroting verwerkt. Lasten De lasten van de overige taakvelden uit de begroting vallen in 2024 lager uit in verband met het vervallen van incidentele kosten voor de implementatie van het nieuwe financiële systeem en de doorontwikkeling van de organisatie. Ook vervallen in 2024 de incidentele kosten die in 2023 ter begroting zijn gebracht voor de huisvesting van de buitendienst en is de stelpost voor de verwachte loonstijging vanaf 2024 lager vastgesteld dan in 2023. Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 35 Gemiddelde WOZ waarde woningen
Eenheid 1.000 euro
Peiljaar Waarde Bron 2022 340 (landelijk 317) CBS - Statistiek waarde onroerende zaken
Toelichting op de indicatoren 35 Gemiddelde WOZ waarde woningen De gemiddelde WOZ waarde van woningen.
Overige indicatoren --
- 69 -
Paragrafen Lokale Heffingen Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van de lokale heffingen en over het kwijtscheldingsbeleid. Ook wordt in deze paragraaf ingegaan op de kostendekkendheid van de belangrijkste gemeentelijke heffingen: de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing, de lijkbezorgingsrechten en de leges. Beleidsuitgangspunten De uitgangspunten van het beleid voor de heffingen van gemeentelijke belastingen en tarieven zijn: • Lastendruk per belastingtarief onder het gemiddelde tarief van andere gemeenten in de regio Haaglanden met uitzondering van de toeristenbelasting; • Streven naar kostendekkende heffingen en leges. Ontwikkelingen 2024-2027 Leges Voor 2024 is de legesverordening aangepast aan de nieuwe tarievenstructuur van de Omgevingswet, Hierbij is de modelverordening van de VNG gevolgd. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar het tarievenvoorstel. Onroerende Zaak Belasting (OZB) De gemiddelde waardestijging van woningen voor 2024 is beperkt. Deze waardestijging wordt gecorrigeerd met een tariefsdaling waardoor de woonlasten alleen stijgen met de inflatie. Bij de OZB niet-woningen is een gemiddelde waardedaling te zien. Dit komt voort uit de recente ontwikkelingen in deze vastgoedmarkt, zoals onder meer leegstand van kantoorpanden.
Toeristenbelasting Leidschendam-Voorburg biedt een groot toeristisch aanbod aan faciliteiten, een natuur- en recreatiegebied, de Mall en een historisch centrum. De toeristenbelasting ligt nu op het niveau van de gemeente Den Haag. Woonlasten De woonlastenberekening geeft een goed inzicht in de veranderingen van de belangrijkste gemeentelijke heffingen en de consequenties ervan voor onze inwoners. Deze berekening volgt aan het einde van deze paragraaf. Tarief van de overheadkosten Bij het berekenen van de tarieven voor 2024 wordt een bedrag van € 58 per uur (2023: € 57) gehanteerd voor overheadkosten. Gemeentelijk belastinggebied De gemeentelijke belastingen omvatten de onroerende-zaakbelastingen, de reclamebelasting en de toeristenbelasting. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) In geld gemeten is de onroerende-zaakbelasting de belangrijkste belasting. Voor woningen en nietwoningen betalen alleen de eigenaren OZB. De opbrengstraming van de onroerende-zaakbelasting (OZB) is in de gemeentebegroting 2024 gebaseerd op de waarde van de onroerende zaken en de verwachte minder- en meeropbrengsten van respectievelijk sloop en nieuwbouw van woningen en
- 70 -
niet-woningen. Voor de berekening van de tarieven voor 2024 wordt uitgegaan van de WOZ-waarde per 1 januari 2023. Voor het belastingjaar 2024 worden alle onroerende zaken gewaardeerd naar een waardepeildatum van 1 januari 2023. De prognoses duiden op een gemiddelde waardestijging van 1-1-2023 ten opzichte van 1-1-2022 van: a. Woningen b. Niet-woningen
2,6% -1,0%
In onderstaande tabel zijn de OZB-tarieven voor 2023 en de nieuwe tarieven 2024 (als percentage van de WOZ-waarde) opgenomen. Tarief L-V 2023 in %
Tarief L-V 2024 in %
0,07139
0,07551
a. eigenaren
0,42922
0,46432
b. gebruikers
0
0
1. Woningen: a. eigenaren 2. Niet-woningen:
Eigenaren van woningen Door een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging van woningen met 2,6% wordt voorgesteld het tarief van eigenaren van woningen te verminderen met 2,6% en daarna te verhogen met een prijsindexatie van 8,23% conform het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP) en de uitgangspunten voor de begroting zoals opgenomen in de kadernota 2024. Eigenaren van niet-woningen Door een gemiddeld genomen dalende lokale WOZ-waardeontwikkeling voor niet-woningen van -1,0% wordt voorgesteld om het tarief van eigenaren van niet-woningen te verhogen met 1,0% en daarna te verhogen met een prijsindexatie van 8,23% conform het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP) en de uitgangspunten voor de begroting zoals opgenomen in de kadernota 2024. Gebruikers van niet-woningen Voor de gebruikers van niet-woningen blijft het tarief in 2024 op 0%. Reclamebelasting De gemeente heft reclamebelasting op basis van de WOZ-waarde van niet-woningen. De belastingtarieven worden in de Verordening Reclamebelasting 2024 meegenomen. De opbrengsten van de reclamebelasting worden via een subsidie teruggegeven aan de ondernemersfondsen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de afzonderlijke convenanten met de stichtingen. Toeristenbelasting De toeristenbelasting blijft (naast de indexatie) in 2024 op hetzelfde niveau als in 2023.
Gemeentelijke heffingen De gemeentelijke heffingen betreffen de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing, de begraafrechten, de marktgelden en de leges. Dit zijn inkomsten van door de gemeente geleverde diensten en producten. De tarieven van de gemeentelijke heffingen worden vastgesteld door de raad met het vaststellen van het "Tarievenvoorstel en belastingverordeningen 2024".
- 71 -
Overzicht opbrengsten Belastingen, heffingen en leges Realisatie 2022
Prim. begroting 2023
Begroting 2024
Afvalstoffenheffing
12.808
12.937
14.262
Onroerende zaakbelasting
13.788
14.817
16.639
Rioolheffing
7.274
7.992
8.764
Leges (inclusief bouwleges)
3.677
4.339
5.259
Lijkbezorgingsrechten
825
952
952
Marktgelden
59
82
60
Hondenbelasting
358
0
0
Precariobelasting
0
0
0
Toeristenbelasting
479
379
561
Reclamebelasting
149
155
155
39.416
41.653
46.652
Belastingsoort
Totaal Bedragen x € 1.000
Begrotingsvoorschriften en kosten-onderbouwing heffingen Voor het bepalen van de kostprijs wordt een systeem van kostprijstoerekening gehanteerd conform de Financiële verordening van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Naast de directe kosten worden bij de kostentoerekening alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. Bij de indirecte kosten worden betrokken: • de overheadkosten, opslag op basis van uurtarief • de bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa • de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa • de compensabele BTW en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid (zowel beide voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing). Overzicht van de kostendekkendheid van de opbrengsten leges Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving
Realisatie Primitieve Begroting 2022 Begroting 2024 2023
Kosten taakveld T73 Afval, incl. (omslag)rente
9.615
9.549
10.406
Kosten taakveld T21 Verkeer en Vervoer, incl. (omslag)rente
398
393
473
Kosten taakveld T63 Inkomensregelingen
812
785
860
Inkomsten taakveld T73 Afval, excl. heffingen
-471
0
0
Inkomsten Garantieprovisie HVC
-180
-175
-175
10.174
10.552
11.564
362
393
405
BTW
1.981
1.967
2.142
Totale kosten
12.517
12.912
14.111
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead, incl. (omslag)rente
- 72 -
Omschrijving
Realisatie Primitieve Begroting 2022 Begroting 2024 2023
Opbrengst heffingen
12.809
12.937
14.263
Kostendekkendheid
102,3%
100,2%
101,1%
291
25
152
100,0%
100,0%
100,0%
Storting in de voorziening Afval Onttrekking aan de voorziening Afval Dekkingspercentage ná mutatie voorziening Bedragen x € 1.000
Toelichting kostendekkendheid afvalstoffenheffing De kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval worden bekostigd vanuit de opbrengsten van de gemeentelijke afvalstoffenheffing. Bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T73 Afval (bijdrage gemeenschappelijke regeling Avalex en kwijtscheldingen) worden voor 100% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud veegmachines) worden voor 35% meegenomen in het tarief. • Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren aan Taakveld T73 Afval en aan Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud van de veegmachines) wordt een overheadopslag meegenomen. • De BTW op de directe kosten wordt meegenomen in de afvalstoffenheffing. • De ontvangen garantieprovisie van HVC wordt toegerekend aan T73 Afval. • Het verschil wordt gedoteerd in de voorziening (€ 152.000). Kostendekkendheid rioolheffing Omschrijving
Realisatie Primitieve Begroting 2022 Begroting 2024 2023
Kosten taakveld T72 Riolering, incl. (omslag)rente
4.513
5.161
5.225
Kosten taakveld T21 Verkeer en Vervoer, incl. (omslag)rente
455
607
684
Kosten taakveld T63 Inkomensregelingen
575
480
518
Inkomsten taakveld T72 Riolering, excl. Heffingen
-150
0
Kosten taakveld T57 Openbaar groen en (openlucht) recreatie
252
309
308
5.645
6.557
6.735
Overhead, incl. (omslag)rente
621
693
704
BTW
857
984
998
Totale kosten
7.123
8.234
8.437
Opbrengst heffingen
7.274
7.992
8.694
Kostendekkendheid
102,1%
97,1%
97,1%
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten:
Storting in de voorziening Riolering
152
- 73 -
259
Omschrijving
Realisatie Primitieve Begroting 2022 Begroting 2024 2023
Onttrekking aan de voorziening Riolering
242
Dekkingspercentage ná mutatie voorziening
100,0%
100,0%
100,0%
Bedragen x € 1.000
Toelichting kostendekkendheid rioolheffing Bij de bepaling van de hoogte van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. • Eerste aanleg van riolering wordt gedekt vanuit de betreffende grondexploitatie. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T72 Riolering worden voor 100% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud veegmachines) worden voor 35% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T57 Openbaar groen en (openlucht) recreatie (onderdelen Doorstromen watergangen (baggeren & duikers) wordt voor 75% meegenomen in het tarief en Onderhoud beschoeiingen / oeverbeschoeiingen / watergangen / sloten) wordt voor 50% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven op Taakveld T57 Openbaar groen en (openlucht) recreatie (onderdeel Grondwaterstanden) worden voor 100% meegenomen in het tarief. • Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren aan Taakveld T72 Riolering en Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud van de veegmachines) wordt een overheadopslag meegenomen.
• De BTW op de kostenelementen worden meegenomen in de rioolheffing • Met ingang van 2021 worden uren van de eigen organisatie toegerekend aan de betreffende taakvelden; hierdoor zijn deze uitgaven niet langer afzonderlijk zichtbaar in de tabel. De uitgaven van de afzonderlijke taakvelden zijn mede hierdoor gestegen. • In 2024 wordt een bedrag van € 220.000 gestort in de voorziening Riool.
Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Omschrijving
Realisatie Primitieve Begroting 2022 Begroting 2024 2023
Kosten taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria, incl rente Inkomsten taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria excl. heffingen
1.098
1.040
1.138
-252
-164
-164
846
876
974
233
283
354
1.079
1.159
1.328
Opbrengst heffingen
914
952
952
Dekkingspercentage
84,7%
82,1%
71,7%
Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead, incl. (omslag)rente Totale kosten
Bedragen x € 1.000
- 74 -
Toelichting kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten De kosten voor begraafplaatsen en crematoria worden bekostigd vanuit de opbrengsten van de gemeentelijke begraaftarieven. Bij de bepaling van de hoogte van de begraaftarieven zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • • •
Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria worden voor 100% meegenomen in het tarief. De direct te relateren inkomsten op Taakveld T75 (onttrekking uit de voorziening afkoopsommen grafonderhoud) worden voor 100% meegenomen in het tarief. Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren aan Taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria wordt een overheadopslag meegenomen van € 58 per persoon, per uur. De BTW op de directe kosten (excl. kapitaallasten) wordt meegenomen in de begraaftarieven. De gehanteerde omslagrente is 1,2%. De begraaftarieven zijn ten opzichte van de begraaftarieven 2023 gelijk gebleven.
Kostendekkendheid leges Omschrijving
Realisatie Primitieve Begroting 2022 Begroting 2024 2023
Kosten legesverordening, taakvelden T02,T21,T83
2.844
3.389
4.153
Netto kosten taakveld
2.844
3.389
4.153
1.389
1.566
1.609
Totale kosten
4.233
4.955
5.762
Opbrengst heffingen
3.402
4.169
5.118
Dekkingspercentage
80,4%
84,1%
88,8%
Toe te rekenen kosten: Overhead, incl. (omslag)rente BTW
Bedragen x € 1.000
Toelichting kostendekkendheid leges Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • •
Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld 02, 21, en 83 worden voor 100% meegenomen in het tarief. Voor de toe te rekenen directe ambtelijke uren is gebruik gemaakt van de personeelsbegroting van de desbetreffende afdeling(en). Daarnaast is gebruik gemaakt van de ureninschatting op basis van het aantal aanvragen en de gemiddelde behandeltijd per aanvraag. Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren wordt een overheadopslag meegenomen. Voor een aantal producten zoals paspoorten, ID-kaarten en rijbewijzen gelden maximale tarieven die door het rijk worden vastgesteld. De baten zijn gebaseerd op ramingen in de meerjarenbegroting 2024-2027.
Leges uit de legestabel mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Dit geldt echter op totaalniveau over alle leges. Het kan dus voorkomen dat individuele hoofdstukken uit de tabel, of titels meer dan 100% kostendekkend zijn. Het totaal van de tabel is nooit meer dan 100% kostendekkend.
- 75 -
Overzicht Kostendekkendheid leges per hoofdstuk
Titel Hoofdstuk
Netto Overhead Totale Opbrengst kosten (incl. BTW Dekking kosten heffingen (taakveld) omslagrente)
T1-1 Burgerlijke stand
108
107
215
172 79,70%
T1-2 Reisdocumenten
767
282
1.049
806 76,80%
T1-3 Rijbewijzen
207
123
330
264 80,10%
T1-4 Verstrekkingen BRP
73
33
106
55 52,20%
T1-5 Huisvestingswet 2014
20
20
40
11 27,70%
T1-6 Leegstandswet
0
0
0
0 100,00%
T1-7 Verkeer en vervoer
305
283
588
350 59,60%
T1-8 Diversen
90
31
121
92 76,20%
test
Subtotaal titel 1
1.570
880
2.450
1.750 71,45%
T2-2
Initiatieffase / Haalbaarheidsfase
75
63
138
138 99,90%
T2-3
Aanvraag omgevingsvergunning
1.797
0
1.797
T2-4 Bouwactiviteit
500
467
967
2.868 296,40%
Omgevingsplanactiviteit T2-5 bestaande uit een bouwactiviteit
62
53
115
114 99,60%
Omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een T2-7 gemeentelijk, provinciaal en/of rijksmonument en/of een rijksmonumentenactiviteit
6
6
12
12 100,00%
Omgevingsplanactiviteit en/of sloopactiviteit met betrekking tot het slopen in een T2-11 rijksbeschermd, provinciaal beschermd en/of gemeentelijk beschermd stafs- of dorpsgezicht
0
0
0
0 100,00%
Omgevingsplanactiviteit voor het maken, veranderen of T2-18 veranderen van het gebruik van een uitweg/uitrit
1
1
2
2 100,00%
Omgevingsplanactiviteit voor T2-20 het kappen / vellen van een houtopstand
14
14
28
28 99,80%
Toestaan dat roerende zaken T2-23 worden opgeslagen in een onroerendzaak
0
0
0
0 100,00%
Buiten behandeling stellen van een aanvraag/activiteit
1
0
1
1 99,30%
51
47
98
98 100,10%
2.507
652
3.159
3.262 103,30%
T2-28
T2-16 Externe advieskosten test
Subtotaal titel 2
- 76 -
0
0,00%
Netto Overhead Totale Opbrengst kosten (incl. BTW Dekking kosten heffingen (taakveld) omslagrente)
Titel Hoofdstuk T3-1 Horeca
28
28
56
30 53,00%
T3-2
Organiseren evenementen of markten
22
22
44
36 81,80%
T3-4
Seksinrichting en escortbedrijven
1
1
2
1 40,00%
T3-5 Huisvestingswet 2014
0
0
0
0
T3-7 Overige
25
26
51
39 78,00%
test
Subtotaal titel 3
76
77
153
106 69,30%
test
Totaal
4.153
1.609
5.762
5.118 88,80%
0,00%
Bedragen x € 1.000
Kwijtscheldingsbeleid gemeentelijke belastingen en heffingen Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing kunnen inwoners een beroep doen op de gemeentelijke kwijtscheldingsregeling. De kosten van kwijtschelding vormen onderdeel van de kostendekkendheid van deze tarieven. Gemeentelijke woonlasten De woonlasten zijn een graadmeter voor de mate van stijging of daling van de gemeentelijke lasten. De berekening van de woonlasten is gebaseerd op de onroerende-zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing. Voor een goede vergelijking is in de onderstaande tabel een overzicht over meerdere jaren gemaakt. Woonlasten
Eenpersoonshuishouden
Meerpersoonshuishouden
2023
2024
Stijgingspercentage
2023
2024
Stijgings -percentage
a. Onroerende zaakbelasting*
€ 274,85
€ 298,26
8,52%
€ 274,85
€ 298,26
8,52%
b. Afvalstoffenheffing
€ 318,00
€ 342,12
7,58%
€ 384,72
€ 413,88
7,58%
c. Rioolheffing
€ 216,36
€ 233,64
7,99%
€ 216,36
€ 233,64
7,99%
Totale woonlasten
€ 809,21
€ 874,02
8,00%
€ 875,93
€ 945,78
7,97%
* De OZB cijfers zijn gebaseerd op een WOZ-waarde van € 361.500 voor 2022, € 385.000 voor 2023 en € 395.000 voor 2024.
- 77 -
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen en haar taken te kunnen voortzetten. Het is immers van belang te kunnen beschikken over voldoende weerstandsvermogen, zowel in structurele als incidentele zin, om tegenvallers op te kunnen vangen zonder dat dit direct ten koste gaat van het gemeentelijke beleid en de kwaliteit van de bedrijfsvoering. In de paragrafen weerstandsvermogen van de begroting en de jaarrekening wordt inzicht gegeven in de omvang, de dekking en de beheersing van de risico’s waarmee de gemeente kan worden geconfronteerd. Dit geeft aan hoe robuust de financiële positie is en gaat in op de vraag hoe financiële risico’s opgevangen kunnen worden. Voor het beoordelen van deze robuustheid is inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s die de gemeente loopt en de aanwezige weerstandscapaciteit voor de dekking van deze risico’s. Onder een risico wordt verstaan: een niet door de gemeente te beïnvloeden gebeurtenis, onvoorspelbaar en onafwendbaar indien deze zich voordoet, met veelal financiële of materiële gevolgen die niet specifiek af te dekken zijn c.q. afgedekt zijn. Het kenmerk van een risico is dat het onafwendbaar is en dat er geen keuzemogelijkheden zijn.
De gemeente kan zich soms indekken tegen risico’s, bijvoorbeeld door verzekeringen af te sluiten. In het kader van het weerstandsvermogen gaat het dus om die resterende risico’s, die niet in de exploitatie of op andere wijze zijn op te vangen. Afhankelijk van de verhouding tussen risico’s en weerstandscapaciteit, kan worden besloten de beschikbare middelen voor het opvangen van risico’s te verhogen of te verlagen. Ook kunnen op basis van dit inzicht maatregelen worden genomen om risico’s te beperken. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die zich onverwachts kunnen voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. Dit kunnen zowel incidentele als structurele middelen zijn: de reserves, de (onbenutte) belastingcapaciteit en de post voor onvoorziene uitgaven. De samenstelling van de weerstandscapaciteit over 2024 staat in onderstaande tabel. Reserves (per 31-12)
2023
2024
2025
2026
2027
Algemene reserves
72.103
71.482
72.291
62.302
54.959
Bestemmingsreserves
142.121
136.509
131.476
126.673
122.016
Totaal reserves
214.224
207.990
203.767
188.975
176.975
Bedragen x € 1.000
De algemene reserve met bufferfunctie is bestemd voor het opvangen van financiële gevolgen van calamiteiten en risico’s. De algemene reserve vrij besteedbaar is ook onderdeel van de weerstandscapaciteit. Naast deze reserves is ook post voor onvoorziene uitgaven bestemd voor de dekking van onvoorziene, onontkoombare en onuitstelbare exploitatielasten. De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 7 maart 2017 besloten de reserve met bufferfunctie te normeren op een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 maal de hoogte van het berekende financiële risicoprofiel. Een verhoging van de reserve met bufferfunctie komt ten laste van de algemene reserve vrij besteedbaar. Wanneer de hoogte van de reserve de bandbreedte overschrijdt komt het surplus ten
- 78 -
gunste van de algemene reserve vrij besteedbaar. Het effectueren hiervan gebeurt bij het opstellen van de jaarstukken. In de nota van wijziging worden mogelijk keuzes gemaakt die effect hebben op de weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de ongedekte financiële risico’s en de financiële weerstandscapaciteit om deze risico’s op te kunnen opvangen. Het gaat om de mate waarin de gemeente in staat is financiële middelen vrij te maken en maatregelen te nemen om incidentele en structurele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid en de gemeentelijke dienstverlening. Naarmate risico’s beter kunnen worden afgedekt en opgevangen, is sprake van een groter weerstandsvermogen. Om een waardeoordeel te kunnen geven over het weerstandsvermogen is het noodzakelijk dat het wordt afgezet tegen een norm. Een algemeen gehanteerde norm bij gemeenten is een waarderingstabel opgesteld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit van Utrecht: Ratio waardering weerstandsvermogen
Betekenis
> 2,0 1,4 – 2,0 1,0 – 1,4 0,8 – 1,0 0,6 – 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
In de onderstaande tabel wordt in de vorm van een ratio een oordeel gegeven over het weerstandsvermogen. Deze ratio wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door het risicoprofiel. De ratio's voor de jaren 2022, 2023 en 2024 zijn: Rekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
1. Risicoprofiel
8.742
6.923
7.754
2. Weerstandscapaciteit
75.162
66.878
71.069
8,6
9,7
9,2
66.420
59.955
63.315
Ratio
3. Ratio (verhouding tussen 1 en 2) 4. Ruimte (verschil tussen 1 en 2) Bedragen x € 1.000
Uit voorgaande tabel blijkt dat het weerstandsvermogen gemeten aan de algemene norm van de NAR, uitstekend is. De geraamde totale weerstandscapaciteit voor 2024 is 8,9 maal zo groot als het risicoprofiel. Dit betekent dat de gemeente op basis van de risicoanalyse die gemaakt is, uitstekend in staat is om onverwachte ontwikkelingen op te vangen. Risicobeheersing Binnen de organisatie worden risico’s van processen regelmatig geïnventariseerd en daar waar noodzakelijk beheersmaatregelen getroffen. Ook voor wat betreft projectbeheersing wordt met
- 79 -
risicoanalyses gewerkt en worden de belangrijkste risico’s beperkt door het nemen van adequate maatregelen. Risico-inventarisatie en -kwantificering In onderstaande tabel zijn de risico’s gekwantificeerd, waarbij door een inschatting van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden het risicoprofiel ontstaat. Overigens kunnen de opgenomen bedragen suggereren dat de risico’s zich in die mate gaan voordoen. Er is echter sprake van inschattingen en de uitkomsten van een kansberekening. De werkelijke uitkomsten zullen hier hoogstwaarschijnlijk in alle gevallen van afwijken. Omschrijving
Maximale omvang
Kans (in procent)
Gemiddelde omvang
Risicoprofiel
1.500
10
750
75
3.400
70
1.700
1.190
3.620
Risk-mapping
3.620
3.620
Gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regeling Gemeentefonds Uitkeringen gemeentefonds Grondexploitaties Grondexploitatie Open-einde regelingen Gecertificeerde Instellingen (GI's) Wmo
210
70
105
73
3.000
70
1.500
1.050
Jeugdhulp
2.500
30
1.250
375
740
70
370
259
9.900
10
4.950
495
JeugdzorgPlus Overige Risico cyberaanvallen Omgevingswet
1
Garantiestellingen
10.191
1
5.095
50
Bodemsaneringen
1.000
10
500
50
Dividend
1.000
10
500
50
Bouwleges
1.000
70
500
350
Btw-sportvrijstelling
200
70
100
70
Rente
650
30
325
97
Stikstofproblematiek
PM
Stijgende bouwkosten
PM
Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt Totaal
PM 7.804
Bedragen x € 1.000
Hieronder wordt nader op de risico’s ingegaan.
- 80 -
Gemeenschappelijke regelingen Gemeenschappelijke regeling Elke deelnemer aan een Gemeenschappelijke Regeling (GR) is in principe voor zijn aandeel verantwoordelijk voor mogelijke tekorten binnen de GR. Beheersmaatregelen: De Wet Gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat de meerjarenraming, de begroting, het jaarverslag en de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling moeten voldoen aan de algemene maatregel van bestuur gestelde regels. De raad wordt jaarlijks in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te brengen over de ontwerpbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. Toelichting: Gemeenschappelijke regelingen zijn verbonden partijen waar de gemeente Leidschendam-Voorburg een financieel en bestuurlijk belang in heeft. Verbonden partijen voeren meestal gemeentelijke taken uit en leveren een bijdrage aan het realiseren van maatschappelijke doelen. Een financieel belang houdt in dat de gemeente geld ter beschikking stelt aan de verbonden partij. De gemeente loopt een financieel risico bij tekorten van gemeenschappelijke regelingen. Via het bestuur van de gemeenschappelijke regeling kan de gemeente aandacht vragen voor financiële tekorten en hierop sturen. Gemeentefonds Uitkeringen gemeentefonds De gemeente loopt het risico dat de inkomsten uit het gemeentefonds lager uitvallen door aanpassingen op Rijksniveau. De inkomsten kunnen tegenvallen door: 1.
Ontwikkeling van het accres gemeentefonds 2. Onvoldoende prijscompensatie voor loon- en prijsstijging 3. Een lagere onderbesteding of overbesteding van het btw-compensatiefonds met als gevolg een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds Beheersmaatregelen: De beheersmaatregelen beperken zich tot het voortdurend volgen van de ontwikkelingen van het gemeentefonds en het actualiseren van de ramingen aan de laatste ontwikkelingen en maatstaven. Daarnaast neemt de gemeente deel aan de overleggen die de VNG organiseert met betrekking tot de ontwikkelingen rondom het gemeentefonds, met name gericht op het ravijnjaar 2026. De wethouder Financiën is tevens Pijlervoorzitter Financiën van de M50 en neemt mede vanuit die positie deel aan het netwerk van bestuurders die hierover contact onderhouden. Toelichting:
- 81 -
Gezien de macro-economische ontwikkelingen lijkt de kans dat het Rijk de komende jaren zal (moeten) bezuinigen toegenomen. De inflatieontwikkeling en de voortdurende oorlog in Oekraïne hebben impact op de Nederlandse economie. Het gemeentefonds omvat voor Leidschendam-Voorburg ongeveer € 140 miljoen per jaar. Ondanks de voorzichtige raming van de groei (accres), blijft de kans reëel dat de groei toch lager uitvalt. Een lagere groei van 1% betekent een lagere uitkering gemeentefonds van circa € 1,4 miljoen. Gezien de grote economische onzekerheden schatten we de kans hoog in. Op basis van de aanzienlijke prijsstijgingen nemen de gemeentelijke lasten toe. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten jaarlijks compensatie voor loon- en prijsstijging. Het risico bestaat echter dat deze compensatie bij hoge inflatiecijfers niet voldoende is om alle effecten op te vangen. Dit kan doordat de compensatie te laag is, maar er kan ook sprake zijn van een tijdelijk tekort doordat compensatie later plaatsvindt dan het prijseffect in de gemeentelijke lasten. Op basis van de inmiddels stabiliserende/ dalende inflatie wordt uitgegaan van een risico van maximaal 1% van de uitkering gemeentefonds, wat neerkomt op € 1,4 miljoen, waarbij de kans hoog wordt ingeschat. Tot nog toe was er in alle jaren sprake van een onderbesteding van het btw-compensatiefonds.
De niet bestede middelen werden dan achteraf verdeeld over de gemeenten via de algemene uitkering. In de begroting is daarom een inschatting gemaakt van de inkomsten die de gemeente ontvangt uit onderbesteding. De afgelopen jaren is er landelijk door de gemeenten een steeds groter beroep gedaan op het btw-compensatiefonds. Het risico bestaat dat er niet langer sprake zal zijn van een onderbesteding en de gemeente de geraamde inkomsten van € 600.000 per jaar (deels) niet zal ontvangen. Dit risico wordt gemiddeld ingeschat. Grondexploitaties Grondexploitatie Er is een risico dat het huidige verwachte programma (type woningen) niet aansluit op de vraag van de markt, wat leidt tot vertragingen. Beheersmaatregelen: Het risico wordt gemitigeerd door adequaat marktonderzoek, goede gebiedspromotie en aandacht voor de woonomgeving. Daarnaast vindt er heldere communicatie plaats over kwaliteit in relatie tot budgetten. Toelichting: Het risicoprofiel is berekend door middel van de Risk Mapping-methode. Het risicoprofiel is bepaald met een waarschijnlijkheid van 80%. Dat wil zeggen dat op basis van de uitgevoerde risicoanalyse, een risicobuffer ter grootte van het berekende risicoprofiel met een waarschijnlijkheid van 80% toereikend is om de financiële risico’s van de grondexploitatie op te vangen.
Het risicoprofiel voor Vlietvoorde komt uit op € 1,65 miljoen, het risicoprofiel voor KPP bedraagt € 1,47 miljoen en het risicoprofiel voor De Star bedraagt € 0,5 miljoen. Vertrouwelijke informatie over de risico's worden toegelicht in het MPG.
- 82 -
Open-einde regelingen Gecertificeerde Instellingen (GI's) Er is veel maatschappelijke en politieke aandacht voor de aanhoudende crisis binnen de jeugdbescherming. Het lukt onvoldoende om de meest kwetsbare jeugdigen te beschermen. De wachtlijsten zijn te lang, de werkdruk voor medewerkers te hoog en de benodigde jeugdhulp is onvoldoende beschikbaar. Veel ervaren mensen hebben de sector verlaten en het is moeilijk om voldoende gekwalificeerd personeel te werven. De jeugdhulpregio Haaglanden verstrekt sinds 2020 extra middelen aan de Gecertificeerde Instellingen (GI’s) om de ontstane werkdruk te verlagen, onder andere door taakdifferentiatie (juridisch en administratief) en coaches ter ondersteuning van de jeugdbeschermer. Daarnaast heeft de regio een voorrangsregeling voor zorg geïmplementeerd en wordt er gewerkt aan een efficiënt toeleidingsproces naar zorg. Met het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming beoogt het rijk de jeugdbeschermingsketen te vereenvoudigen. Hiermee moet er meer samenhang en samenwerking komen en wordt een nadrukkelijke verbinding gemaakt met hulp aan volwassenen en bestaanszekerheid. In de regio Haaglanden is gestart met het beproeven van deze nieuwe werkwijze. Het uitgangspunt blijft: zo min mogelijk jeugdbeschermingsmaatregelen door een zoveel mogelijk preventieve, gezinsgerichte en integrale aanpak van de (dreigende) onveiligheid.
Het rijk heeft op landelijk niveau onlangs een nieuw kwaliteitskader jeugdbescherming vastgesteld. Dit kwaliteitskader en de daarin beschreven prestatieomschrijving heeft geleid tot een nieuwe caseloadnorm welke 25 procent lager ligt dan de huidige norm. Hoewel het exacte bedrag nog niet is berekend voor de caseloadverlaging verwachten Rijk en VNG daarvoor jaarlijks meer dan € 100 miljoen nodig te hebben. De nu bekendgemaakte extra rijksmiddelen zijn niet genoeg voor de financiering van de voorgestelde caseload-verlaging. Beheersmaatregelen: De VNG heeft de inzet om het dekkingstekort te betrekken bij de financiële afwikkeling van de Hervormingsagenda. Dit houdt in dat de gemeenten bij die afwikkeling worden gecompenseerd voor de middelen die zij nu inbrengen voor de caseloadverlaging. Toelichting: Rijk en VNG zijn nog in gesprek over de financiering die nodig is om te komen tot een lagere caseload. De huidige situatie vraagt om een herbezinning op de financieringswijze die nog is gebaseerd op het gerealiseerde volume aan uitgevoerde maatregelen. Hiervoor is het van belang dat er duidelijkheid is over een landelijk tarief, de bekostigingsvorm, de caseloadnorm en de totale kosten als de inrichting van de jeugdbescherming wordt gebaseerd op de nieuwe normen voor de caseload. Wmo De Wmo is een open-einde regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond.
Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget niet toereikend is. De verstrekkingen van voorzieningen is gebaseerd op de Wmo en de gemeentelijke verordening voor maatschappelijke ondersteuning. De invoering van een vast tarief voor de eigen bijdragen aan Wmovoorzieningen per 1 januari 2019 heeft het risico op budgetoverschrijdingen als gevolg van het openeinde karakter van de Wmo verder vergroot doordat gebruik van Wmo-voorzieningen goedkoper en dus laagdrempeliger is geworden. Daarnaast bestaat het risico dat de gemeente in de toekomst hogere tarieven moet betalen aan zorgaanbieders voor de uitvoering van huishoudelijke ondersteuning. Dit risico komt voort uit het feit dat er in 2018 landelijke afspraken zijn gemaakt over loonschalen voor medewerkers die werkzaam zijn in de huishoudelijke ondersteuning, terwijl de gemeente een contract heeft van voor juni 2017 en hierdoor niet verplicht is de huidige tarieven aan te passen aan deze loonschalen. De vraag is hoelang de gemeente vast wil houden aan de huidige tarieven, gezien de looptijd van de contracten voor onbepaalde tijd zijn.
- 83 -
Beheersmaatregelen: De gemeentelijke consulenten bepalen aan de hand van onderzoeken of voorzieningen noodzakelijk zijn. Bij het toekennen van voorzieningen wordt vooral gekeken naar wat de inwoners nog zelf kunnen. Door dit maatwerk worden kosten beperkt. De vraag naar zorg uit de Wmo wordt verder voortdurend gemonitord en de budgetten worden periodiek bijgesteld aan de hand van actuele prognoses. Met aanbieders van huishoudelijke ondersteuning wordt periodiek gesproken door contractmanagement, onder meer over de huidige tarieven. Door de tarieven voor huishoudelijke ondersteuning jaarlijks te indexeren, compenseert de gemeente de aanbieders voor kostenstijgingen in de bedrijfsvoering. Toelichting: De omvang van het risico op overschrijding van het Wmo-budget als gevolg van het open-einde karakter wordt geschat op circa 20% van het Wmo-budget. Dit risico zal blijven bestaan zolang de Wmo een open-einde regeling is. In het verleden is er vaker een tekort geweest op de Wmobudgetten, onder andere vanwege de aanzuigende werking van het vaste tarief voor eigen bijdragen en wachtlijsten in de GGZ-zorg. Daarnaast hebben we in 2022 en 2023 diverse aanbestedingen doorlopen (of die nog lopende zijn) die financiële effecten hebben op de begroting, welke effecten niet op voorhand volledig inzichtelijk zijn. De kans op het ontstaan van tekorten op de Wmobudgetten wordt hoog ingeschat.
De kans dat de gemeente op termijn moet compenseren voor hogere loonschalen wordt ingeschat als hoog. Daarnaast hebben enkele aanbieders, inzake de tarievendiscussie huishoudelijke ondersteuning, afgelopen jaar gevraagd om een hogere indexatie van de tarieven vanwege onder andere hogere kosten. Jeugdhulp Jaarlijks wordt de begroting van de jeugdzorguitgaven geactualiseerd aan de laatste trendmatige ontwikkeling. Het risico bestaat dat deze ontwikkeling van de jeugdzorguitgaven te laag is ingeschat. Beheersmaatregelen: Regionaal en lokaal zijn beheersmaatregelen getroffen om de groei van de jeugdzorguitgaven te reduceren. Daarnaast wordt op lokaal niveau de zorgvraag kritisch beoordeeld en vindt meer sturing op de aanbieders plaats. Toelichting: De jeugdzorguitgaven zijn sinds de decentralisatie in 2015 jaarlijks fors gestegen. De kostenstijging wordt veroorzaakt door een sterke stijging van de gemiddelde zorgkosten per jeugdige en in mindere mate veroorzaakt door een stijging van het aantal jeugdigen in zorg. Het is niet te voorspellen of de groei van de jeugdzorguitgaven zal doorzetten. Groei van de jeugdzorguitgaven blijft een risico. Als de zorgvraag hoger is dan geraamd, is de gemeente wettelijk verplicht deze zorg te leveren. Er is een trend zichtbaar (lokaal en regionaal) waarin er een toename is in de complexiteit van zorg.
Daarnaast is er voor bepaalde vormen van ondersteuning een wachtlijst. Deze ontwikkelingen hebben als gevolg dat er vaker aanspraak moet worden gedaan op aanbod buiten de regio, met behulp van maatwerkcontracten. Met ingang van 2022 is het nieuwe woonplaatsbeginsel ingevoerd. Dit jaar zal duidelijk worden of de daling van de uitgaven gelijk zal zijn aan de daling van het budget dat de gemeente van het rijk voor jeugdzorg ontvangt. De maximale omvang van het risico wordt geschat op 10% van de begrote zorguitgaven: € 1.8 mln. De kans dat dit risico zich in volle omvang voordoet wordt geschat op 30%.
- 84 -
JeugdzorgPlus Kinderen en jongeren groeien ‘zo thuis mogelijk’ op. Dat is de ambitie van de regio Haaglanden. Op de afbouw van gesloten jeugdhulp staat veel maatschappelijke en politieke druk. De instroom in de gesloten jeugdzorg bleek sneller af te nemen dan verwacht, waardoor de continuïteit van jeugdhulpplusinstellingen onder druk komt te staan. In Zuid-Holland zijn er twee aanbieders van gesloten jeugdhulp: Schakenbosch in Leidschendam-Voorburg en iHub met vestigingen in Rotterdam en Alphen aan den Rijn. Het landsdeel Zuid-West is in het najaar van 2022 onder interbestuurlijk toezicht geplaatst van het Ministerie VWS, gegeven de financiële situatie van beide aanbieders van gesloten jeugdhulp en het moeizame traject rondom de omvorming. Met het geactualiseerd bovenregionaal plan voor de gesloten jeugdhulp april 2023, is een belangrijke vervolgstap gezet om tot een duurzaam, financieel haalbaar toekomstscenario te komen. Dit complexe dossier vraagt om een zorgvuldige analyse van de maatschappelijke en financiële impact door de 52 betrokken gemeenten. Waar mogelijk worden financiële risico’s voor de gemeenten ingeperkt. Op basis van de continuïteitsplannen vindt in het vierde kwartaal van 2023 opnieuw een actualisatie van het Bovenregionale Plan plaats.
De zorgvorm Jeugdhulpplus is een essentieel, hoog-specialistische zorgfunctie die voorlopig behouden moet blijven, waarbij de invulling van de zorg wel verandert als gevolg van de transformatie van gesloten jeugdhulp. Beheersmaatregelen: Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (SbJH) voert de regie op het vervolgproces. Het SbJH werkt momenteel samen met gemeenten en Schakenbosch/IHub aan de continuïteitsplannen. Toelichting: Er is bij Schakenbosch en IHub sprake van acute liquiditeitsproblematiek als gevolg van een versnelde teruggang van de instroom van cliënten. De aanbieders heb[1]ben een beroep gedaan op de Jeugdautoriteit vanwege een zorgelijke financiële situatie. Op advies van de Jeugdautoriteit hebben de regio’s in het Landsdeel Zuidwest en Schakenbosch en iHub het Draaiboek ‘Continuïteit Jeugdhulp’ in werking gesteld. Schakenbosch bevindt zich in trede 4 en iHub in trede 4 voor JHP en op trede 3 voor de open jeugdhulp. Op trede 3 moet een herstelplan gemaakt worden, op trede 4 een continuïteitsplan. De continuïteitsplannen moeten een doorkijk naar de toekomst bevatten, waarbij meerdere scenario’s worden uitgewerkt. Overige Risico cyberaanvallen Er is in toenemende mate een risico van cyberaanvallen die kunnen leiden tot een hack.
Tussen 2019 en 2023 zijn meerdere gemeenten het slachtoffer geweest van een hackaanval, waarvan de meest bekende in het landelijk nieuws zijn gekomen (zoals: Hof van Twente, Lochem, Buren, NederBetuwe en Den Haag). Het dreigingsbeeld van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) onderschrijft de toename door het verhogen van de dreiging van “mogelijk” naar “waarschijnlijk” vanwege het aanhoudend conflict in Oekraïne (en de steun van Nederland aan Oekraïne), het professioneler worden van cybercriminelen en de toenemende hoeveelheid en afhankelijkheid van software en systemen. Beheersmaatregelen: In 2021 en 2022 is het Uitvoeringsplan Informatiemanagement, - beveiliging en ICT uitgevoerd. Ook in 2024 en verder wordt er intensief ingezet op de monitoring en inrichting van onze systemen en personeel. Toelichting: De maximale omvang van het risico is gebaseerd op voorbeelden die zich hebben voorgedaan bij andere gemeenten.
- 85 -
Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is een belangrijk moment in het domein van de fysieke leefomgeving. Vanaf dan wordt namelijk de wet en daarmee het nieuwe stelsel in de praktijk toegepast. Gelijktijdig treedt ook de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in. Bij inwerkingtreding worden onvolkomenheden niet uitgesloten. Bovendien moet het beleidskader fysieke leefomgeving nog verder vormgegeven worden conform de Omgevingswet. Naast uitvoering, monitoring en doorontwikkeling, zal risicobeheersing in 2024 nodig zijn om de dienstverlening en ruimtelijke ontwikkeling op peil te houden. Onder risico's vallen onder meer: · Te laat besluiten op aanvragen omgevingsvergunning · Kennis over toezicht wordt niet geborgd en ondercapaciteit voor uitvoering taken Wkb · Te laat opstellen of onvoldoende kwaliteit Omgevingsplan conform Omgevingswet · Gegevens zijn onvolledig, onjuist en/of niet actueel waardoor onbetrouwbare advisering en dienstverlening onder de maat ontstaat · Kwaliteit dienstverlening komt in het geding · Informatie zit alleen in hoofden van medewerkers; kan zorgen voor overbelasting · Verhoging van de werkdruk · Verloop van personeel (discontinuïteit) Beheersmaatregelen: De organisatie monitort de impact van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb.
Het gaat om organisatorische en technische onderdelen, zoals vernieuwde werkprocessen en het DSO, en beleidsinhoudelijke ontwikkelingen, de Omgevingsvisie en Omgevingsplan, die waarschijnlijk bij inwerkingtreding effect gaan hebben. Periodiek wordt bekeken in hoeverre ontwikkelingen en effecten concreter zijn en worden financiële consequenties in een volgend P&C-product bijgesteld. Toelichting: Op dit moment is de verwachting dat de benodigde structurele lasten de komende jaren niet worden gedekt door structurele baten. Dit heeft mede te maken met het feit dat er meer ambtelijke capaciteit en specialistische kennis nodig is, dan nu aanwezig is. De bijdrage van het Rijk die voor de transformatiekosten van de Omgevingswet (incidenteel) en voor de Wet Kwaliteitsborging (incidenteel en structureel) wordt ontvangen, blijken tot op heden onvoldoende te zijn voor structurele dekking. Garantiestellingen Het financiële risico dat de gemeente loopt als een garantienemer niet aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de geldverstrekker een beroep doet op de door de gemeente afgegeven garantie. Beheersmaatregelen: Bij de afgifte van garanties door de gemeente wordt er gekeken naar de kredietwaardigheid van de partijen. Daarnaast wordt jaarlijks bijgehouden of de garantienemer zijn leningen aflost en welk deel van de garantie dan nog open staat.
Toelichting: Met het vaststellen van het Treasury-statuut in de Raadsvergadering in januari 2020, is besloten tot een verruiming van het gemeentelijk garantiebeleid. Een actiever garantiebeleid vergt ook een actievere sturing op de risico’s van afgegeven garanties. Tot op heden zijn er geen signalen binnengekomen dat partijen niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen en is er nooit door geldverstrekkers aanspraak gemaakt op eerder afgegeven garanties. De kans dat het risico zich zal voordoen wordt om die reden als zeer laag (1% van de balanswaarde) ingeschat. De maximale omvang van alle nog openstaande bankgaranties aan instellingen en particulieren bedraagt ultimo 2022 € 10,2 miljoen.
- 86 -
Bodemsaneringen Er zijn verschillende locaties binnen de gemeente waarvan bekend is dat de bodem verontreinigd is, maar waarvan nog niet duidelijk is of en zo ja wanneer de bodemverontreiniging gesaneerd moet worden. Ook speelt hierbij een rol of de kosten verhaald kunnen worden op de veroorzaker of (voormalige) eigenaar van de vervuilde locatie. Het beheer alsmede de risico’s van de nazorglocatie aan de Nieuwstraat ligt sinds 2022 bij de provincie en niet meer bij de gemeente. Onverwachte zaken in de bodem, zoals begin 2022 het dumpen van drugsafval in het recreatiegebied Vlietland waarbij de bodem werd verontreinigd, komen vooralsnog maar sporadisch voor. Recent heeft de GGD, op advies van het RIVM, advies gegeven over hoe om te gaan met verhoogde gehalten aan lood in grond om gezondheidsrisico voor kleine kinderen te voorkomen. Beheersmaatregelen: Om eventuele risico's te beperken worden door de gemeente bodemonderzoeken uitgevoerd bij aankoop van gronden. Eventuele financiële effecten worden meegenomen in de bepaling van de grondprijs. Om risico’s en onzekerheden inzake de ondergrond (bodem) te verkleinen, worden de komende jaren diverse kaarten gemaakt om voor iedereen (intern en extern) inzichtelijk te maken wat de kansen inzake de bodem zijn.