CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3152 Programmabegroting 2024-2027_DEF

Raadsvergadering 8 november 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen programmabegroting 2024-2027.31.004 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Niet alleen bodemverontreiniging is van belang maar ook Warmte Koude Opslag (WKO), geothermische omstandigheden, draagkracht van de bodem, bodemdaling/verzakkingen, archeologie, enzovoort. De gemeente is bronhouder voor het correct aanleveren van geologische grondboringen, grondwatermeetnet en WKO-installaties aan Basis Registratie Ondergrond (BRO). Jaarlijks legt de gemeente via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) verantwoording af aan het rijk. Toelichting: De verschillende financiële risico’s over bodemsanering bedragen, na beoordeling van eerdere inschatting, € 1 miljoen. Dividend Jaarlijks ontvangen de aandeelhouders van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Stedin over de gemaakte winst een dividenduitkering. De resultaten van de BNG en Stedin zijn onderhevig aan exogene factoren. Dit kan ertoe leiden dat resultaten en de daarmee samenhangende dividenduitkeringen tegenvallen. Beheersmaatregelen: Gedurende de Planning & Control-cyclus worden de ontwikkelingen op dit risico nauwlettend gemonitord en zal de begroting indien nodig worden bijgesteld. Daarnaast worden de raden van de betreffende gemeenten actief betrokken bij de discussie rondom investeringen in het netwerk om de energietransitie mogelijk te maken. Toelichting: De kans bestaat dat in enig jaar het dividend tegenvalt door tegenvallende resultaten van de betreffende onderneming.

De maximale omvang van het risico van de BNG en Stedin is gelijk aan het verwachte dividend van € 1.000.000 in 2024. Bouwleges De inkomsten van de bouwleges worden jaarlijks geraamd op basis van de bouwaanvragen die dan bekend zijn en worden verwacht. Aanvragen worden in de praktijk regelmatig uitgesteld of gaan soms niet door. Ook worden nieuwe aanvragen ingediend waarmee geen rekening is gehouden. Dit maakt de inkomsten voor de bouwleges onvoorspelbaar, waardoor een fasering bij grote bouwaanvragen een significant effect heeft op de begroting.

- 87 -

Beheersmaatregelen: Periodiek wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten bouwaanvragen (projecten). In de tussentijdse rapportages worden mutaties naar aanleiding van deze analyses verwerkt. Toelichting: De maximale omvang van het risico is gebaseerd op basis van het begrootte bedrag aan inkomsten in 2024. Bouwaanvragen kunnen mogelijk uitgesteld worden of niet doorgaan. Vooraf is dit lastig planbaar. De maximale omvang van het risico in 2024 wordt op € 1.000.000 geschat. Btw-sportvrijstelling Volgens de beschikbare informatie komt de SPUK regeling per 2024 te vervallen. Het bij het Rijk voor de gemeenten beschikbare geld blijft gehandhaafd, echter is het is nog niet bekend hoe de toekomstige verdeling over de gemeenten zal zijn. De regeling wordt in ieder geval anders dan via de SPUK-regeling. Op dit moment dekt het beschikbare plafond het totaal van de aanvragen niet. Er is dus een risico op de hoogte van het uit te keren bedrag. Beheersmaatregelen: Het betreft hier een landelijke regeling waarop de gemeente weinig tot geen invloed heeft. Fluctuaties worden gemonitord tijdens de periodieke budgetoverleggen en bijgesteld in de P&C-producten. Toelichting: Zoals verwacht dekt het beschikbare plafond het totaal van de aanvragen niet.

Voor het bedrag van de maximale omvang is rekening gehouden met een vergelijkbaar uitkeringspercentage voor de regeling SPUK Sport als in 2022. De regeling SPUK Sport loopt tot en met 2023. Over de vervanging van de SPUK Sport regeling is nog geen definitief besluit genomen. De middelen zullen echter op een nog nader te bepalen manier bij de gemeenten terechtkomen. Zodra hier meer over bekend is, zullen de gemeenten worden geïnformeerd. Rente Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij onvoorzien hoge rentestijgingen bij (nieuw) aan te trekken geldleningen. Beheersmaatregelen: Op de schatkistrekening staan de overtollige liquide middelen gestald. Bij het aantrekken van toekomstige leningen wordt meer gebruik gemaakt van lineaire leningen. Bij lineaire leningen worden aflossingen namelijk meer gespreid over de tijd en neemt ook het renterisico bij herfinanciering af. Toelichting: Het is de verwachting dat er in 2024 een beperkt aantal nieuwe langdurige geldleningen wordt aangetrokken. Ten tijde van het samenstellen van de begroting 2024 waren de rentetarieven op de kapitaalmarkt stijgende. Indien de huidige leningenportefeuille geherfinancierd moet worden tegen een rente die 1% hoger uitvalt, dan is het effect circa € 650.000.

De kans dat de marktrente op korte termijn verder fors zal stijgen is onwaarschijnlijk, maar ook, gezien de omstandigheden, lastig in te schatten. Stikstofproblematiek Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vormde de basis om toestemming te verlenen voor bouwplannen en andere ruimtelijke ontwikkelingen die zorgen voor het neerslaan van stikstof in beschermde natuurgebieden. Het PAS bood op voorhand ruimte voor nieuwe ontwikkelingen door vooruit te lopen op de verwachte positieve effecten van toekomstige maatregelen, die de nadelige gevolgen van het neerslaan van stikstof in natuurgebieden zouden moeten verminderen. De Raad van State heeft dit programma echter geblokkeerd. Het PAS als basis voor het verlenen van

- 88 -

toestemming voor stikstofdepositie veroorzakende activiteiten, is daarmee weggevallen. Beheersmaatregelen: Gedurende de P&C-cyclus worden de ontwikkelingen op dit risico nauwlettend gemonitord en worden zo nodig maatregelen genomen om het risico te beperken of zo veel als mogelijk uit te sluiten. Toelichting: Eind 2019 heeft het Rijk naar aanleiding van de PAS-uitspraak aangepaste stikstofregels en de bijbehorende AERIUS-rekentool beschikbaar gesteld. Met deze rekentool wordt de stikstofdepositie als gevolg van bouw- en overige plannen op beschermde natuurgebieden doorgerekend. De nieuwe regels houden in dat bouwprojecten die (in de bouw- en gebruiksfase) geen stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden veroorzaken boven de drempelwaarde geen natuurvergunning nodig hebben. Per 1 juli 2021 gold een tijdelijke vrijstelling voor het meerekenen van de bouwfase. In de stikstofberekening hoefde daardoor alleen de gebruiksfase te worden berekend. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in de zogenoemde ‘Porthos-zaak’ (zie: Uitspraak 202107079/1/R4 – Raad van State). Zoals al werd verwacht is met deze uitspraak de tijdelijke bouwvrijstelling gesneuveld en moet nu naast de gebruiksfase ook de bouwfase weer worden meegerekend.

De AERIUS-rekentool is naar aanleiding van deze uitspraak en enkele andere ontwikkelingen opnieuw geactualiseerd. De laatste versie van AERIUS is beschikbaar sinds 26 januari 2023. De jurisprudentie met betrekking tot stikstofdepositie blijft dus ook nu nog in beweging, waarbij de trend lijkt dat de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen verder wordt ingeperkt totdat een meer structurele oplossing voor het beperken van de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden tot stand komt. Zolang die structurele oplossing op zich laat wachten blijft de onzekerheid over de gevolgen van de stikstofcrisis voor de bouwproductie voortduren. Sinds de PAS-uitspraak van de Raad van State in 2019 zijn alle in Leidschendam-Voorburg concreet lopende bouwplannen en andere ruimtelijke ontwikkelingen steeds met de actuele AERIUS-versies doorgerekend. In geen enkel geval - tot nu toe -, ook niet na de aanscherping van de rekenmethodiek en nauwkeuriger herberekening, leidde een plan tot overschrijding van de drempelwaarde, waardoor het plan niet kon doorgaan of ingrijpend moest worden aangepast. Met name voor relatief omvangrijke projecten (zoals bijvoorbeeld De Star of Overgoo) blijft het dringende advies tijdig een AERIUS-berekening van de gebruik- én bouwfase te laten uitvoeren en de mogelijkheden voor emissiereductie in zowel de bouw- als de gebruiksfase te verkennen.

Alleen zo kunnen de mogelijke risico’s actief en tijdig gemonitord worden en kan waar nodig worden bijgestuurd. De maximale omvang van dit risico is moeilijk te kwantificeren. Daarnaast is de kans klein dat dit risico zich voordoet.

- 89 -

Stijgende bouwkosten Bouwondernemers hebben last van prijsstijgingen. Vooral de materiaalprijzen, loonkosten en transportprijzen zijn gestegen. Leveringsproblemen en het tekort aan arbeidskrachten vertaalden zich in maart 2023 in een productieverlies. Diverse bronnen (banken, Cobouw, Centraal planbureau) noemen een aantal essentiële factoren die van invloed zijn op prijsstijgingen. De verwachting is dat de economie in 2023 en 2024 een lager groeitempo zal hebben dan de afgelopen periode liet zien. Personeelstekorten temperen deze groei. De vraag naar goederen en diensten blijft redelijk op peil. We hebben te maken met een stijgende rente. De grootste prijsstijgingen zijn inmiddels achter de rug, maar de inflatie blijft relatief hoog. Nu het kabinet is gevallen kan dat consequenties op de economie hebben die nog niet concreet te overzien zijn. Te denken valt daarbij aan het beleid op gebied van stikstof, woningmarkt, koopkrachtmaatregelen en arbeidsmarkt. De nieuwe kabinetsformatie, stijgende rente, aanhoudende personeelstekorten en afgesloten CAOloonstijgingen zullen invloed uitoefenen op de economische groei en daarmee mogelijk ook de hoogte van de prijsstijgingen. Bedrijven kunnen hun prijzen nog verder verhogen om dat de kostenstijging niet in alle bedrijfstakken al volledig is doorberekend. Hogere prijsstijgingen dan voorzien betekent extra druk op het begrotingssaldo.

Hierdoor ontstaat het risico dat bepaalde ambities en beleidsdoelstellingen niet, later of moeizaam gerealiseerd kunnen worden. Beheersmaatregelen: In de begroting is rekening gehouden met beheersmaatregelen: - Op regelmatige basis worden de aanbestedingen geëvalueerd. - Aan de hand hiervan worden significante afwijkingen op het prijspeil gesignaleerd en waar mogelijk wordt dit aangepast in de ramingen en verwerkt In de jaarlijkse actualisatie van het investeringsplan. Toelichting: Het Investeringsplan 2023-2027 is op 5 juli 2023 door de raad vastgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de meest recente cijfers over de prijsstijgingen en de verwachtingen voor 2024. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten zijn in deze begroting verwerkt. Overigens zijn de prijsstijgingen die nu aan de orde zijn in een breder perspectief te plaatsen. Het gaat niet meer alleen om prijsstijging van bouwkosten, maar ook om algemene prijsstijgingen. Via de Algemene Uitkering wordt compensatie ontvangen. Daarom wordt de prijsstijging van bouwkosten meegenomen binnen de risicoanalyse van de algemene prijsstijgingen. Voor nadere informatie wordt verwezen naar het risico gemeentefonds – Uitkeringen gemeentefonds; Onvoldoende prijscompensatie voor loon- en prijsstijging. Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is gespannen.

Dat betekent dat het steeds moeilijker wordt om goed gekwalificeerd personeel te vinden en dat de arbeidsmarkt in toenemende mate ook aan gemeentelijk personeel trekt. Daarnaast ontstaat er een steeds hogere uitstroom door vergrijzing. Dit zorgt voor een hogere werkdruk bij personeel, verlies aan kennis en lagere flexibiliteit. Daarnaast kan dit leiden tot vertragingen in projecten of productie. Naar verwachting stijgen de kosten van werving de komende tijd, net als de doorlooptijd van wervingsacties. Beheersmaatregelen: Extra inspanningen zijn ingezet om het imago van Leidschendam-Voorburg als werkgever te verbeteren en meer geschikte sollicitanten te motiveren om bij Leidschendam-Voorburg te solliciteren, door onder andere een recruiter. Extra aandacht gaat ook uit naar het beter intern managen van talent en bieden van ontwikkelkansen aan medewerkers om hen langer te behouden.

- 90 -

Dit vergt mogelijk ook extra tijd en geld. Toelichting: Het aantrekken en behouden van geschikte kandidaten kan zorgen voor hogere incidentele kosten of voor hogere inhuurkosten. Kengetallen De financiële kengetallen zijn als volgt. Kengetal

Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027

Netto schuldquote

36,2%

33,8%

43,9%

55,7%

70,5%

Netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen)

28,1%

26,5%

36,4%

48,3%

62,1%

Solvabiliteitsratio

62,1%

61,0%

56,4%

49,9%

46,2%

Structurele exploitatieruimte

17,6%

8,6%

3,2%

0,7%

0,0%

Grondexploitatie

3,0%

0,8%

0,9%

2,7%

-1,6%

Belastingcapaciteit

96,9%

100,1%

100,1%

100,1%

100,1%

1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan over de terugbetaling wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Des te lager deze schuldquote is des te meer eigen middelen de gemeente ter beschikking heeft. 2. De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en het begrotingssaldo. Des te hoger deze ratio is des te meer middelen de gemeente ter beschikking heeft om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. 3. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht in de exploitatie wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Dit kengetal wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Bij een waarde hoger dan 0 is er structurele exploitatieruimte. 4.

Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor de berekening van dit kengetal worden de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 5. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is:

- 91 -

woonlasten meerpersoonshuishouden in jaar t (het begrotingsjaar) ten opzichte van het landelijk gemiddelde in jaar t-1 (het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar) uitgedrukt in een percentage. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Een waarde lager dan 100 geeft aan dat er nog ruimte is om de belastingen te verhogen.

Beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie De uitkomsten van de kengetallen geven aan dat de financiële positie van de gemeente goed is. De gemeente is goed in staat om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De rente en aflossingen zijn gedekt in de begroting. De belastingcapaciteit kan zo nodig voor dekking zorgen van extra lasten die voortvloeien uit eventuele tegenvallers. In de nota van wijziging worden mogelijk keuzes gemaakt die effect hebben op de kengetallen.

- 92 -

Onderhoud Kapitaalgoederen Algemeen De paragraaf bevat het beleid ten aanzien van het planmatig onderhoud van de gemeentelijke kapitaalgoederen. Aan de orde komen het integraal beheerkwaliteitsplan (Bkp) met de onderliggende plannen, het gemeentelijk gebouwenbestand en de sportaccommodaties. Ook zijn er tabellen met de kerncijfers, de beheerplannen die reeds zijn vastgesteld of die in 2023/2024 worden vastgesteld en een overzicht van de in de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 geraamde onderhoudskosten van de kapitaalgoederen opgenomen. Wegen Kaders/doelen Het beleidskader voor het beheer van wegen wordt gevormd door het beleidsplan wegen. Deze wordt in 2023 geactualiseerd en geldt vanaf 2024 voor een periode van 4 jaar. Om de twee jaar wordt het gehele areaal geïnspecteerd volgens de vastgestelde normen van het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek, Publicatie 147 - Systematiek Wegbeheer). Met de uitkomst van deze inspecties wordt het onderhoudsprogramma wegen geactualiseerd. Kwaliteit De kwaliteit van de wegen wordt vastgesteld volgens de normen van het CROW, maar voldoet ook aan de eisen gesteld in het beheerkwaliteitsplan. De kwaliteit van het onderhoud van de wegen is voor de winkelcentra op A-niveau, voor de woonwijken op B-niveau en voor het buitengebied op C-niveau.

Beheer Groot onderhoud wordt afgestemd met andere disciplines zoals riolering en groen. In 2024 wordt onder andere groot onderhoud op de onderstaande locaties (gedeeltelijk of in zijn geheel), uitgevoerd. Eén en ander onder voorbehoud in verband met de nieuwe inspectieresultaten en het geactualiseerde onderhoudsprogramma wat in het najaar van 2023 bekend is. Asfaltonderhoud – Sportparkweg, Grashof, Prinsenhof, Schadeken, Viaduct Prinses Mariannelaan, Rotonde de Tol. Onderhoud elementenverharding – Dokter Huijserstraat, Zeeheldenbuurt, Burgemeester Caan van Necklaan, Sijtwende, Goeverneurkade, Koningin Wilhelminalaan (Voorburg), Parkweg, Laan van Rustenburg, Prins Albertlaan, Laan van Nieuw Oosteinde, Voorburg-Midden, Oosteinde, Watertorenlaan, Hoekenburglaan, Park Leeuwenbergh. Riolering en Water Kaders en doelen In het Water- en Rioleringsplan (WRP) 2022-2027 is het beleid, de doelstellingen, het beleidskader en het uitvoeringsprogramma opgenomen voor het riool- en waterbeheer. De werkzaamheden zijn gericht op beleidsontwikkeling, beleidsrealisatie, financiering en beheer en onderhoud van alle openbare rioleringen, putten, kolken, goten, infiltratievoorzieningen, watergangen en duikers voor zover in beheer bij de gemeente, drainageleidingen en riool-, doorspoel- polder-, tunnel- en rioolgemalen en het drukrioolsysteem.

Kwaliteit De kwaliteit wordt gemonitord aan de hand van de volgende 5 kernprestatie-indicatoren uit het WRP. 1. Tevreden gebruikers 2. Realisatie volgens plan 3. Toestand van de infrastructuur is op orde 4. Toelaatbaar omgevingseffect

- 93 -

5. Goed gebruik van de watersystemen Het streven is dat alle indicatoren op groen staan. Beheer riolering De jaarlijkse werkzaamheden en projecten die in 2024 worden uitgevoerd of gestart worden qua uitvoering, zijn: • Reinigen en inspecteren van circa 25 km lengte aan riolering en drainage • Het renoveren van 4 gemalen • In 3 jaar renoveren van de mechanisch-elektrische installatie van de meeste drukrioleringspompputten rondom Stompwijk • Reinigen circa 22.000 kolken en goten • Bui van de eeuw: afkoppelen bij kansrijke integrale projecten, zoals herstraten • Bui van de Eeuw: afkoppelen van de voorzijde van woningen in de rioolvervangingsprojecten uit de periode 2015-2019 en dakoppervlak bij bedrijventerrein De Star • Bui van de eeuw: verwijderen en vergroenen van verhardingen in de openbare ruimte (extra steenbreek) • Versterken van de communicatie over duurzaam waterbeheer in de stad en op eigen perceel. In integrale projecten volgens het UitvoeringsPlan Rioolvervanging (UPR) wordt een klimaat-robuust stelsel aangelegd van goten, riolen, wadi's en drainage, oppervlaktewater en waterbergingsvoorzieningen. Regenpijpen aan de straatzijde van particuliere daken worden afgekoppeld van de afvalwaterriolering. In het straatprofiel wordt rekening gehouden met een ruimtereservering voor de energietransitie.

Bovengronds wordt waar mogelijk vergroend en een klimaatadaptieve biodiverse inrichting gerealiseerd. De uitvoering is vertraagd door veel personeelsverloop bij de projectleiders. Onderstaande projecten gaan in 2024 in uitvoering: • Prinsenhof-laag (uitvoering 1e helft 2024-2025) • Ridder Snouckaertlaan (1e helft 2024-2025) • Prins Bernardlaan (Voorburg) /Zuidzijde / De Vliegerlaan (1e helft 2024 - eind 2024) • Marcellus Emantslaan (2e helft 2024-2025), planning afhankelijk van de gebiedsvisie. De UPR-projecten zijn opgenomen in het projectenboek. Beheer water In het zomerhalfjaar wordt in diverse parken kroos geruimd om de belevingswaarde van het water goed te houden. Jaarlijks worden in het najaar de watergangen geschoond om overdadige plantengroei te verwijderen en worden enkele beschoeiingen vervangen. De baggerinspanning verschilt per jaar en een meerjarenraming is opgenomen in het WRP. De baggerplanning in het winterseizoen 2023-2024 zal om praktische redenen worden verdeeld over de twee kalenderjaren en dit kan leiden tot afwijkingen van de begroting. Hierbij worden ook bijbehorende duikers gereinigd. Bij het baggerwerk wordt gewerkt volgens ecologische protocollen. Groen Kaders en doelen De beleidskaders voor het groen wordt gevormd door het groenstructuurplan, het beeldkwaliteitsplan, de bomennota en de diverse wijkgroenbeheerplannen.

Conform de wijkatlas hebben we 13 wijken in de gemeente. Voor 12 wijken is reeds een wijkgroenbeheerplan opgesteld. Voor de wijk Prinsenhofhoog wordt deze in 2024 opgesteld. Prinsenhof-laag is in 2023 meegenomen in het project van de rioolvervanging. Kwaliteit De kwaliteit van het onderhoud van het groen is voor de winkelcentra op A-niveau, voor de woonwijken op B-niveau en voor het buitengebied op C-niveau.

- 94 -

Beheer Naast het dagelijks onderhouden zoals snoeien en maaien, staan vanuit de wijkgroenbeheerplannen voor 2024 de volgende groenrenovaties gepland: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

De Heuvel; Caan van Necklaan, opdruk boomwortels De Heuvel; gevelbeplanting Duyvendijklaan tegelstrook en nieuwe beplanting De Heuvel; gevelbeplanting Velthuysenlaan deel 1 tegelstrook en nieuwe beplanting De Heuvel; gevelbeplanting Velthuysenlaan deel 2 tegelstrook en nieuwe beplanting De Heuvel woonhof meer biodivers inrichting nav bewonersinitiatief Caan van Necklaan heester, gazon en haagvervanging Burgemeester Banninglaan doorsteken door haag en plantvakvervanging Burgemeester Banning laan gazon renovatie De Heuvel Woonhof west gazonrenovatie De Heuvel Woonhof zuid plantvakren. Nieuw plantvak en gazonrenovatie De Heuvel, burg. Sweenslaan opknappen bloembakken Amstelwijk ontharden pleintje Amstelwijk verleggen trottoir Amstelwijk vervanging heesters bij Veurs Lyceum De Heuvel ontharding Essesteijn heestervakken Weidebuurt Essesteijn heestervakken tuinenbuurt Bovenveen locatie 6 BinnenhofVan Slingelandstraat Stompwijk; diverse beheermaatregelen Park Vreugd en rust diverse plantvakrenovaties

Met ingang van 2024 is het beheer van het nieuwbouwproject De Coulissen overgegaan naar de gemeente. Het betreft hier 1.654 m2 vast planten, 10.680 m2 bloemrijk grasland, 106 knotbomen en 135 overige bomen. Gebouwen Kaders en doelen Het kapitaalgoed gebouwen onderhouden we op grond van de geldende wettelijke verplichtingen en het vastgestelde beleid. De MJOP (MeerJarigOnderhouds Prognose) moet 5 jaarlijks worden geactualiseerd. De controle/actualisatie van de MJOP gebeurt in 2 delen. Het ene deel bevat de installaties (controle wordt in 2023 uitgevoerd) van het vastgoed en het andere deel het bouwkundig onderhoud (uitvoering afgerond in 2021) van het vastgoed. Kwaliteit De kwaliteit voor het (onderhoud) vastgoed wordt vastgesteld door conditiemetingen. De conditiemetingen van de gemeentelijke gebouwen zijn gebaseerd op het in Nederland algemeen erkende normenstelsel de NEN 2767. De meting van de staat van onderhoud conform de NEN 2767 kent een scoreverloop van 1 (zeer goed [splinternieuw]) tot 6 (zeer slecht [krot]). Een conditiescore van 3 is – naar de maatstaf van de meeste vastgoedportefeuillehouders en gebruikers – voldoende. Het onderhoudsbeleid voor de gemeentelijk panden is als volgt ingericht: • Voor de gebouwen voor de huisvesting van de eigen organisatie met een publieke functie en schoolgebouwen wordt conditie 2 aangehouden.

Dit houdt in een goede onderhoudstoestand afhankelijk van de ouderdom van het gebouw.

- 95 -

•

Voor de verhuurde panden en de sportgebouwen wordt conditie 2-3 aangehouden. Dat houdt in een goede tot redelijke onderhoudstoestand afhankelijk van de ouderdom van het gebouw.

Beheer Het onderhoud zal worden uitgevoerd volgens het Meer Jaren Onderhouds Prognose. Sportparken Kaders en doelen De Gemeente draagt zorg voor goed bespeelbare en gebruiksvriendelijke buitensportaccommodaties. Om dit uit te kunnen voeren is het Beheerplan sportparken Gemeente Leidschendam-Voorburg opgesteld. Het beheerplan Sportparken wordt in 2023 geactualiseerd waarna het college het beheerplan 2024-2028 vaststelt. Het beheerplan bestaat uit het Dagelijks Onderhoud Plan (DOP) en het Meerjaren Investerings Prognose (MIP). Het beheerplan is ook de financiële onderbouwing voor de begroting. Kwaliteit Op het gebied van sportparken en de bijhorende inrichtingselementen worden de volgende kwaliteitsniveaus onderscheiden in goed, voldoende, matig, onvoldoende en slecht. De gemeente hanteert als streefwaarde voor de te leveren kwaliteit op de sportparken minimaal een voldoende. Beheer Het onderhoud zal worden uitgevoerd volgens het (nog vast te stellen) Beheerplan sportparken Gemeente Leidschendam-Voorburg 2024-2028. Tabel: Kerncijfers Soort

Eenheid

Hoeveelheid

Wegen elementverharding

100 m2

22.672

Wegen asfaltverharding

100 m2

6.879

Civiele kunstwerken

stuks

281

Watergangen

100 m2

27.800

Riool gemengd stelsel

km

160

Riool gescheiden stelsel afvalwater

km

54

Riool gescheiden stelsel hemelwater

km

90

Rioolgemalen

stuks

61

Drukrioleringsgemalen

stuks

278

Bomen

stuks

38.000

Gras

100 m2

16.500

Beplanting

100 m2

10.250

Speellocaties

stuks

172

Speelelementen

stuks

1049

Valondergronden speellocaties

100 m2

299

Lichtmasten

stuks

12.328

- 96 -

Soort

Eenheid

Hoeveelheid

Verkeersregelinstallaties

stuks

47

Verkeersmeubilair

stuks

27.347

Fietsparkeervoorzieningen

stuks

8.150

Gemeentelijke gebouwen

stuks

82

Tabel: Financieel overzicht Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027

Onderhoudsbudgetten 0.3 Beheer overige gebouw en gronden

218

217

220

220

220

220

Totaal Bestuur en Ondersteuning

218

217

220

220

220

220

3.436

3.908

3.333

3.223

3.223

3.223

50

46

47

47

47

47

3.486

3.954

3.380

3.270

3.270

3.270

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

0

8

8

8

8

8

Totaal Economie

0

8

8

8

8

8

4.2 Onderwijshuisvesting

3

6

6

6

6

6

Totaal Onderwijs

3

6

6

6

6

6

5.2 Sportaccommodaties

663

1.198

1.314

1.314

1.314

1.314

5.3 Cultuurpres.,productie&participatie (gebouwen)

31

53

54

54

54

54

5.4 Musea (gebouwen)

40

35

35

35

35

35

5.6 Media (gebouwen)

17

68

19

19

19

19

5.7 Openbaar groen

3.311

3.695

3.350

3.350

3.350

3.350

Totaal Sport, cultuur en recreatie

4.062

5.049

4.772

4.772

4.772

4.772

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (gebouwen)

248

223

226

226

226

226

Totaal Sociaal domein

248

223

226

226

226

226

1.049

1.507

1.507

1.522

1.512

1.512

255

204

217

217

217

217

Totaal Volksgezondheid en milieu

1.304

1.711

1.724

1.739

1.729

1.729

0.4 Overhead (ambtelijke huisvesting)

906

786

817

817

817

817

Totaal Overhead

906

786

817

817

817

817

10.226

11.954

11.153

11.058

11.048

11.048

2.1 Verkeer en vervoer 2.2 Parkeren (parkeergarages) Totaal Verkeer en Vervoer

7.2 Rioleringen 7.5 Begraafplaatsen

Totaal programma's Bedragen x € 1.000

Tabel: Beheerplannen

Beheerplannen Beheerkwaliteitsplan (Bkp)

Bestuurlijk Financiële vastgesteld Looptijd t/m vertaling d.d. in begroting 2017

2017 - 2022

- 97 -

Ja

Opmerking Vaststelling in 2024

Beheerplannen Wegen

Bestuurlijk Financiële vastgesteld Looptijd t/m vertaling d.d. in begroting 2019

Beschoeiingen, duikers en kunstwerken

2019 - 2023

Ja

2023 - 2027 2021

2022 - 2027

Ja

Wijkgroenbeheerplan ‘t Lien/De Rietvink

2013

2014 - 2023

Ja

Wijkgroenbeheerplan Leidschendam-Zuid/Zeeheldenwijk

2015

2015 - 2024

Ja

Wijkgroenbeheerplan Voorburg West en Park Leeuwenberg

2015

2016 - 2025

Ja

Wijkgroenbeheerplan Voorburg Oud en Midden

2016

2017 - 2026

Ja

Wijkgroenbeheerplan Bovenveen

2017

2018 - 2027

Ja

Wijkgroenbeheerplan Voorburg Noord

2018

2019 - 2028

Ja

Wijkgroenbeheerplan Damsigt

2019

2020 - 2030

Ja

Wijkgroenbeheerplan Essenstein

2021

2021 - 2030

Ja

Wijkgroenbeheerplan Stompwijk

2021

2021 - 2031

Ja

Wijkgroenbeheerplan De Heuvel/Amstelwijk

2023

2023 - 2031

Ja

2024 - 2033

Wijkgroenbeheerplan Prinsenhof

Vaststelling in 2023 Ja

Speelvoorzieningen

2016

2016 - 2025

Ja

Openbare verlichting

2021

2021 - 2025

Ja

Verkeersregelinstallaties

2016

2016 - 2025

Ja

Verkeersvoorzieningen

2018

2018 - 2022

Ja

Gebouwen

2018

2018 - 2022

Vaststelling in 2023 Vaststelling in 2023

Watergangen & Riolering (WRP)

Wijkgroenbeheerplan Veursehout/De Zijde/Duivenvoorde

Opmerking

Ja

*)

Technische installaties update in 2023. Bouwkundige update 2021

*) Het voornaamste doel van de wijkgroenbeheerplannen is het onderzoeken waar de kwaliteit van het groen niet meer aan onze beleids- en beheereisen of aan de wensen van de bewoners voldoet. Bij het project UitvoeringsPlan Riolering (UPR) Prinsenhof-Laag zijn deze eisen en wensen al in beeld gebracht. Daarnaast is tijdens het project Revitalisering Prinsenhof-Hoog in de periode van 2004 t/m 2012 de gehele wijk opnieuw ingericht, waarbij rekening is gehouden met de gemeentelijke beleidsen beheereisen en met de wensen van de bewoners toentertijd. Daarom wordt voorgesteld om, in 2024, geen wijkgroenbeheerplan Prinsenhof op te stellen en de uitvoering op basis van de eerdere plannen voort te zetten.

- 98 -

Financiering Algemeen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan het financieringsbeleid en de uitvoering ervan in 2023. De Wet financiering decentrale overheden (wet Fido) is de basis voor de financiering en de treasurytaken. In het Treasurystatuut gemeente Leidschendam-Voorburg 2020 zijn nadere regels voor de financieringsfunctie opgenomen. Als leidraad hiervoor is gebruik gemaakt van de Handreiking Treasury van het ministerie van BZK. In deze paragraaf wordt ingegaan op: 1. Treasurybeleid 2. Risico-inventarisatie en -kwantificering 3. Financieringspositie 4. Rentelasten en toegerekende rente 5. Opnemen van kortlopende geldleningen 6. Uitzetten van overtollige geldmiddelen. Treasurybeleid Het gemeentelijk treasurybeleid is gebaseerd op de wet Fido en het Treasurystatuut Gemeente Leidschendam-Voorburg 2020. De hoofdlijnen zijn: a. De gemeente gaat leningen aan, zet middelen uit en verleent garanties uitsluitend ten behoeve van uitoefening van de publieke taak. b. De treasuryfunctie draagt zorg voor duurzame en voordelige toegang tot de financiële vermogensmarkten, het beperken van renterisico’s en levert adequate informatie over onze liquiditeits- en financieringspositie. c. De treasuryfunctie zorgt ook voor het optimaliseren van renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido en het Treasurystatuut. d.

Er wordt zoveel als mogelijk gebruik gemaakt van interne financieringsmiddelen om het aantrekken van leningen te beperken. e. De gemeente verstrekt alleen garanties of leningen aan derden als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals deze gesteld zijn in de voorwaarden en regels garanties en leningen (bijlage bij het Treasurystatuut. f. Overtollige geldmiddelen worden uitgezet bij het Rijk (schatkistbankieren). Het liquiditeitenbeheer van de gemeente (beheer van betalingen en ontvangsten) is gebaseerd op een prognose voor een periode van twaalf maanden. Met het dagelijks monitoren van de liquiditeitspositie en informatie uit de organisatie wordt de liquiditeitsprognose regelmatig geactualiseerd. De Treasurycommissie komt een aantal keer per jaar bij elkaar om onder andere de uitgevoerde financieringstransacties te evalueren en in het geval dat nieuwe langdurige geldleningen worden aangetrokken. Daarnaast bespreekt de commissie de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van financiering (rente en omvang) voor de gemeente. De commissie bestaat uit de wethouder financiën, de treasurer en concerncontroller.

Risico-inventarisatie en -kwantificering De risico’s voor de gemeente zijn: 1. Renterisico op de vlottende schuld; 2. Renterisico op de vaste schuld; 3. Kredietrisico verstrekte geldleningen.

- 99 -

Ad. 1. Renterisico op de vlottende schuld Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat de gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kortgeld (looptijd ‹ 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. De gemiddelde korte schuld per kwartaal mag de kasgeldlimiet aan het einde van drie achtereenvolgende kwartalen niet overschrijden. Aan het einde van het derde kwartaal moet in zo'n geval de korte schuld omgezet worden in een vaste schuld. Voor het jaar 2023 bedraagt de kasgeldlimiet afgerond € 25 miljoen. Dit is de bovengrens van de toegestane omvang van de kortlopende schuld. Op basis van de verwachte marktrente wordt bij het aantrekken van een geldlening nu rente vergoed, terwijl het gebruikelijk is dat er dan rente wordt betaald. Leningen kunnen uitsluitend worden aangetrokken als onze financieringsbehoefte dat noodzakelijk maakt. Het is op grond van de Wet FIDO niet toegestaan om geld te lenen met als enig doel het maken van (rente) winst. Verwacht wordt dat pas in het laatste kwartaal van 2023 kasgeldleningen zullen worden aangetrokken. In onderstaande tabel wordt de meerjarenontwikkeling van de kasgeldlimiet weergegeven.

Kasgeldlimiet

2023

2024

Begrotingstotaal Vastgesteld percentage berekening kasgeldlimiet Kasgeldlimiet

264 8,50% 22,4

294 8,50% 25,0

Bedragen x € 1.000

De beleidslijn is om bij behoefte aan extra liquiditeiten bedragen tot de kasgeldlimiet te financieren met kort geld. Dit gebeurt omdat financiering met kortlopende geldleningen meestal goedkoper is dan met langlopende geldleningen. Op lange termijn is het renterisico op kortlopende geldleningen echter groter omdat de rente snel kan wijzigen. De rente op langlopende geldleningen wordt voor een vooraf bepaalde periode vastgezet, waardoor de gemeente voor een langere periode rekening kan houden met stabiele financieringslasten. Omdat de rentes op de geld en kapitaalmarkt zich op dit moment lastig laten voorspellen kan er van de beleidslijn worden afgeweken. Ad. 2. Renterisico op de vaste schuld Voor de financieringspositie is de renterisiconorm van belang. Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld. De norm geeft aan over welk maximaal bedrag per jaar renterisico gelopen mag worden. Dit betreft onder andere leningen waarvan de rente herzien gaat worden maar ook de herfinanciering van aflossingen. Door spreiding in de tijd van aflossingen en herzieningen wordt het renterisico verkleind. De renterisiconorm wordt berekend met een wettelijk vastgesteld percentage van het begrotingstotaal. Dit percentage is bepaald op 20% en betekent voor onze gemeente een renterisiconorm van afgerond € 59 miljoen. Renterisico

2024

2025

2026

2027

0

0

0

0

2. Aflossingen *)

4.942

4.955

5.048

5.103

3. Renterisico (1+2)

4.942

4.955

5.048

5.103

4. Renterisiconorm

58.863

58.863

58.863

58.863

5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3)

53.921

53.908

53.815

53.760

1. Renteherziening op vaste schuld o/g

- 100 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=937b93a2-9adc-46eb-b461-4a9418d0d079