3124 Bijlage 3 Nota van Antwoord op het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER
Tekst van het document
Nota van Antwoord op het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER MIRT-verkenning CID-Binckhorst 31 maart 2023
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
0
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
1
VOORWOORD Voor u ligt de Nota van Antwoord op het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER CID-Binckhorst. De Metropoolregio Rotterdam-Den Haag groeit. Tot 2040 komen er 400.000 inwoners bij. Dat zorgt voor een grote behoefte aan nieuwe (betaalbare) woningen en werkgelegenheid. Een geschikte locatie hiervoor in de Haagse regio, is het Central Innovation District en de Binckhorst (CID-Binckhorst). Dit gebied is één van de gebieden die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aangewezen is voor grootschalige verstedelijking. Tot 2040 komen er hier zo’n 25.000 woningen en wordt ruimte gemaakt voor 35.000 extra banen. De groei in bewoners en arbeidsplaatsen in CID-Binckhorst zorgt voor extra verkeersbewegingen. Het is belangrijk om het gebied (en omliggende gebieden) ook in de toekomst prettig leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden. Op dit moment zijn er in het gebied en omliggende gebieden al meerdere knelpunten in de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Als op de huidige wijze wordt doorgegaan met het faciliteren van de mobiliteit, specifiek het autoverkeer, dan ontstaan problemen met de ruimte voor andere functies, leefbaarheid en aantrekkelijkheid, bereikbaarheid en milieu.
De ambitie is daarom om bij de verstedelijking van CID-Binckhorst voorrang te geven aan duurzame en schone vormen van verkeer: lopen, fietsen en openbaar vervoer (dit noemen we de mobiliteitstransitie). Hierdoor ontstaat meer ruimte in de stad voor wonen, werken en verblijven en verbetert de leefkwaliteit. De gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk, het gemeentelijke samenwerkingsverband Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), de Provincie Zuid-Holland en de Rijksoverheid onderzoeken samen hoe de mobiliteit in en naar CID-Binckhorst zo goed mogelijk gerealiseerd kan worden en welke investeringen daarvoor nodig zijn. Dit onderzoek noemen we de MIRT-verkenning CID-Binckhorst.
Het resultaat van de MIRT-verkenning is een door Rijk en regio vastgesteld pakket aan maatregelen dat de forse groei van woon- en werklocaties in CID-Binckhorst tot 2040 mogelijk maakt, binnen de afspraken over duurzaamheid, leefbaarheid en mobiliteitstransitie. Daarnaast is het pakket gericht op het verminderen van een aantal mobiliteitsknelpunten en geeft het invulling aan de ambities voor meer fietsen en meer gebruik van het openbaar vervoer. Het resultaat van alle uitgevoerde onderzoeken van de MIRT-verkenning bereikbaarheid CID-Binckhorst is beschreven in het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en de Plan-MER CID Binckhorst. Het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en de Plan-MER CID-Binckhorst hebben tussen 8 augustus en 18 september 2022 ter inzage gelegen bij de gemeenten Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. In de Nota van Antwoord die voor u ligt, leest u welke zienswijzen zijn ingediend in de zomer van 2022, welke antwoorden hierop zijn gegeven en op welke wijze dit tot het Masterplan Bereikbaarheid heeft geleid. Het Masterplan Bereikbaarheid wordt rond de zomer van 2023 ter besluitvorming voorgelegd aan de colleges en raden van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Den Haag. Deze Nota van Antwoord wordt samen met het definitieve Masterplan Bereikbaarheid ter besluitvorming voorgelegd.
Na de zienswijzeperiode is het voorlopig Voorkeursalternatief voor een hoogwaardig openbaar vervoerverbinding tussen Den Haag Centraal en Voorburg en tussen Den Haag centraal en Rijswijk/Delft niet gewijzigd. In paragraaf 4.13 zijn de wijzigingen beschreven tussen het ontwerp Masterplan bereikbaarheid en het definitieve Masterplan Bereikbaarheid.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
2
“De aanleg van een HOV-verbinding samen met investeringen in onder andere fiets zijn noodzakelijk om bij grootschalige woningbouw en gebiedsontwikkeling het CID, de Binckhorst en de omliggende gebieden en gemeenten prettig leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden.”
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
3
4.
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD
2
1.
5
INLEIDING
1.1 AANLEIDING TERINZAGELEGGING
6
1.2 DOEL NOTA VAN ANTWOORD
6
1.3 BINNENGEKOMEN ZIENSWIJZEN
6
1.4 LEESWIJZER
7
1.5 VERKLARENDE WOORDENLIJST
7
2.
TERUGBLIK MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID-BINCKHORST | VANAF NOTA VAN ANTWOORD NRD TOT NU 9
HOOFDPUNTEN EN HOE DEZE ZIJN BEANTWOORD
18
4.1 PROCES
19
4.2 NUT EN NOODZAAK
22
4.3 GEBIEDSONTWIKKELING BINCKHORST
24
4.4 KONINGSCORRIDOR
25
4.5 AFWEGINGEN TE ONDERZOEKEN ALTERNATIEVEN (ZEEF 1)
26
4.6 LIJNVOERING, VAN WAAR NAAR WAAR RIJDEN DE TRAMS
27
4.7 BEOORDELINGSMETHODIEK PLAN-MER
28
4.8 MOBILITEIT
28
4.9 LEEFBAARHEID
33
4.10 PARTICIPATIEPROCES
35
4.11 LOCATIES
36
2.1 NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU (NRD)
10
Locatie Geestbrug(weg)
36
2.2 TRACÉAFWEGING
10
Locatie Prinses Mariannelaan Voorburg
36
2.3 INTENTIEVERKLARING
11
Locatie Binckhorstlaan Voorburg
37
2.4 ONTWERP MASTERPLAN BEREIKBAARHEID EN PLAN-MER
11
Locatie station Voorburg
37
2.5 OMGEVINGSVERSLAG
11
Locatie Binckhorstlaan Den Haag
37
Locatie Sporendriehoek / Lekstraat
38
3.
ADVIES COMMISSIE M.E.R.
13
4.12 GRONDVERWERVING EN BEDRIJFSVOERING
38 39
3.1 ADVIES COMMISSIE M.E.R.
14
4.13 MASTERPLAN BEREIKBAARHEID
3.2 HOE WORDT HET ADVIES MEEGENOMEN IN DE BESLUITVORMING EN IN DE PLANNING- EN STUDIEFASE?
15
BIJLAGE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
41
4
NOTA VAN ANTWOORD OP HET ONTWERP MASTERPLAN BEREIKBAARHEID EN PLAN-MER
1. Inleiding
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
5
1.1 Aanleiding terinzagelegging
1.2 Doel Nota van Antwoord
Waarom zijn de stukken ter inzage gelegd?
De Nota van Antwoord is bedoeld om iedere binnengekomen zienswijze te voorzien van een reactie. De binnengekomen zienswijzen zijn uiteenlopend van aard. Sommige zienswijzen bevatten verduidelijkende vragen. Andere zienswijzen bevatten stellingen die de inhoud van de onderzoeken of gemaakte keuzes ter discussie stellen. In sommige gevallen betekent dit een verduidelijkend antwoord op een vraag. In andere gevallen wordt er beargumenteerd aangegeven waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt. Ook zijn op basis van de binnengekomen zienswijzen teksten in het Masterplan Bereikbaarheid aangepast.
Begin augustus 2022 zijn de inhoudelijke onderzoeken van de MIRT1-Verkenning CIDBinckhorst (hierna: Verkenning) ter inzage gelegd. Dit waren het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID-Bickhorst, het Plan-MER en de onderliggende onderzoeken. In het Ontwerp-Masterplan is een voorlopig voorkeursalternatief voor de mobiliteitsmaatregelen CID-Binckhorst beschreven, waaronder het voorlopige voorkeursalternatief voor een hoogwaardig openbaar vervoerverbinding tussen Den Haag Centraal en Voorburg en tussen Den Haag centraal en Rijswijk/Delft. Dit voorlopige voorkeursalternatief is gebaseerd op technisch-inhoudelijke onderzoeken. Participatie en inspraak zijn belangrijke onderdelen van ruimtelijke projecten in Nederland. Vanzelfsprekend vinden bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden in de regio iets van de plannen die gepresenteerd zijn. De bestuurders van de betrokken partijen bij de Verkenning2, en in het bijzonder de bestuurders van de drie gemeenten, zijn geïnteresseerd in de visies en opvattingen van bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden die effecten ondervinden van de plannen. De kennis en ervaring van lokale gebruikers kunnen de plannen namelijk verrijken. Door de terinzagelegging kon iedereen zijn of haar visie, ideeën, zorgen of wensen over de plannen overbrengen aan de bestuurders.
Op basis van de inhoudelijke onderzoeken en alle zienswijzen nemen de initiatiefnemers van dit project, de zeven overheden, gezamenlijk een besluit over het definitieve voorkeursalternatief. Het Masterplan met daarin het definitieve voorkeursalternatief wordt vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraden van de betrokken gemeenten.
1
Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
Mede op basis van alle binnengekomen zienswijzen en deze nota van antwoord is een definitief Masterplan Bereikbaarheid opgesteld met daarin een definitief voorkeursalternatief. Dit definitief Masterplan Bereikbaarheid wort vervolgens ter besluitvorming voorgelegd aan de colleges en raden van de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en Den Haag.
1.3 Binnengekomen zienswijzen De documenten zijn eind juni 2022 gepubliceerd op de website www.binckhorstbereikbaar.nl. De zienswijze periode is op 8 augustus 2022 gestart en op 18 september 2022 gesloten. Er zijn bijna 700 zienswijzen ingediend. Van het totale aantal zienswijzen is 69% afkomstig uit Leidschendam-Voorburg, 18% uit Den Haag, 11% uit Rijswijk en 2% van overige instellingen of instanties. Denk hierbij aan omliggende gemeenten, (OV-) bedrijven en belangenorganisaties. Alle zienswijzen zijn getoetst op volledigheid en geldigheid, geanonimiseerd en verwerkt in een database. De zienswijzen zijn door alle betrokken partijen in gezamenlijkheid beantwoord. Alle zienswijzen en antwoorden zijn als bijlage toegevoegd aan deze nota van antwoord.
Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten LeidschendamVoorburg, Den Haag en Rijswijk 2
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
6
1.4 Leeswijzer
1.5 Verklarende woordenlijst
Hoofdstuk 2 beschrijft het proces van de Verkenning vanaf de Nota van Antwoord op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) tot nu. Hierin staat welke keuzes er waren voor het voorkeursalternatief en welke keuze er is gemaakt (tracéafweging). Ook leest u hoe het college en de raden van de drie betrokken gemeenten hierover hebben besloten (bestuurlijke keuze). In paragraaf 2.4 kunt u lezen wat er in de intentieverklaring staat. Deze is in februari 2022 ondertekend. Tenslotte wordt toelichting gegeven over het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en de Plan-MER.
Autonome ontwikkeling
De ontwikkeling die plaats zal vinden zonder dat er maatregelen worden genomen. Bijvoorbeeld de groei van autoverkeer in een stad.
Beoordelings- en besluitvormingsfase
De huidige fase van het MIRT-traject. Deze wordt afgesloten met een Voorkeursbeslissing.
Commissie m.e.r.
De Commissie m.e.r. adviseert, als onafhankelijke organisatie, over de inhoud van milieueffectrapporten.
In Hoofdstuk 3 leest u welk advies de Commissie m.e.r. heeft gegeven over de plannen en wat er met dat advies is gedaan. De Commissie m.e.r. adviseert, als onafhankelijke organisatie, of de milieueffectrapporten voldoende van kwaliteit en inhoud zijn om een goede afweging te kunnen maken. Een milieueffectrapport brengt de milieugevolgen van een project in beeld voordat de overheid een besluit over het project neemt.
HOV
Hoogwaardig Openbaar Vervoer
Initiatiefnemers Verkenning
Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Den Haag en Rijswijk
MIRT
Het MIRT staat voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. In het MIRT zijn projecten en programma’s opgenomen, waarbij het Rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland.
Modalshift
Verandering van de manier waarop mensen reizen. Bijvoorbeeld van de fiets naar de bus. Of van de auto naar de fiets.
Omgevingsplan
Een omgevingsplan zijn de regels die alle aspecten van de fysieke leefomgeving omvatten voor een bepaald gebied. In het gemeentelijke omgevingsplan worden bestemmingsplannen, beheersverordeningen en de omgevingsrechtelijke delen van andere verordeningen logisch en samenhangend gebundeld.
Plan-MER
Een plan-milieueffectrapport is een milieueffectrapport (MER) bij een vast te stellen plan of programma.
Planning- en studiefase
De volgende fase van het MIRT-traject. Deze fase wordt afgesloten met een Projectbeslissing.
Er zijn veel zienswijzen binnengekomen die ongeveer dezelfde vragen of opmerkingen hebben. In hoofdstuk 4 wordt een reactie gegeven voor thema’s die vaak voorkomen in ingediende zienswijzen. In de bijlage vindt u de lijst met alle geanonimiseerde zienswijzen en de antwoorden. Aan het begin van dit hoofdstuk lichten we toe hoe we om zijn gegaan met de zienswijzen, in het bijzonder zienswijzen die (grotendeels) vergelijkbaar zijn. In de beantwoording van de zienswijzen wordt soms verwezen naar hoofdstuk 4 uit deze Nota van Antwoord.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
7
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
8
NOTA VAN ANTWOORD OP HET ONTWERP MASTERPLAN BEREIKBAARHEID EN PLAN-MER
2. Terugblik MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst | vanaf Nota van Antwoord NRD tot nu
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
9
Hoofdstuk 2 beschrijft het proces van de Verkenning vanaf de Nota van Antwoord op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) tot nu. Hierin staat welke keuzes er waren voor het voorkeursalternatief en welke keuze er is gemaakt (tracéafweging). Ook leest u hoe de colleges en de raden van de drie betrokken gemeenten hierover hebben besloten (bestuurlijke keuze). In paragraaf 2.3 kunt u lezen wat er in de intentieverklaring staat. Deze is in februari 2022 ondertekend. Tenslotte wordt toelichting gegeven over het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en de Plan-MER en het Omgevingsverslag.
Uiteindelijk hebben de zienswijzen, het advies van de Commissie m.e.r. en de moties ertoe geleid dat de onderzoeksopzet werd aangevuld met: 1. 2. 3. 4.
2.1 Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) In september 2020 stelden de gemeenteraden van Leidschendam-Voorburg en Den Haag de Notitie Reikwijdte en Detailniveau3 (NRD) vast. Het onderzochte tracé liep vanaf de Binckhorstlaan en de Maanweg richting station Voorburg enerzijds, en via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft anderzijds.
De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de MIRT-verkenning CID-Binckhorst is bedoeld om de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek voor het nog op te stellen Plan-MER te beschrijven. De NRD bevat de achtergronden van het op te stellen plan voor de mobiliteitsmaatregelen in het gebied CID-Binckhorst. De NRD beschrijft tevens welke alternatieven voor de bereikbaarheidsopgave worden onderzocht en welke criteria en methoden worden gebruikt om de (milieu)effecten van de planalternatieven in beeld te brengen. Het doel van de NRD is daarmee drieledig: 1) het informeren en betrekking van de omgeving, 2) het afbakenen van de te beschouwen alternatieven en 3) het afbakenen van de inhoud van het milieuonderzoek dat in het kader van de milieueffectenrapportage wordt uitgevoerd. Hieruit volgt tevens het afweegkader, welke is gekoppeld aan de drie opgaven en doelen voor deze Verkenning, aangevuld met een aantal aspecten van de financiële haalbaarheid. De NRD heeft zes weken ter inzage gelegen waarbij er 111 zienswijzen zijn ingediend. Ook heeft de Commissie m.e.r. een advies geschreven op de NRD en zijn er in de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg twee moties unaniem aangenomen.
3
De toevoeging van het faseringsalternatief over de Prinses Mariannelaan; Het handhaven van de huidige functie en het gebruik van Opa’s Veldje en de scouting Livingstone-Miriam; De toevoeging van het criterium ‘Ruimtelijke kwaliteit van de bestaande omgeving’ in de beoordeling van effecten; De toevoeging van een alternatief tracé via de Binckhorstlaan – Zonweg en Regulusweg.
Ook spraken de bestuurders van de 3 gemeenten af om bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden beter te betrekken bij het proces van de Verkenning. Het ontstaan van het platform voor bewoners, bedrijven en andere belanghebbenden (voorheen Bewonersplatform) was een direct resultaat hiervan. Het doel van het platform was om bewoners en organisaties zorgvuldig en nauw te betrekken bij het proces en de inhoudelijke stappen in de Verkenning.
2.2 Tracéafweging Na vaststelling van de NRD zijn de volgende drie tracés onderzocht: 1. 2. 3.
Het tracé via de Binckhorstlaan en de Maanweg richting station Voorburg; Het tracé via Binckhorstlaan en Prinses Mariannelaan richting station Voorburg; Het tracé via Binckhorstlaan en de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft.
In de maanden na vaststelling van de NRD kwamen er veel vragen binnen vanuit inwoners uit Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk. Vragen over de nut en noodzaak van de openbaar vervoer verbinding en waarom mogelijke andere tracés niet werden bekeken. De initiatiefnemers besloten daarop te onderzoeken hoe en waarom in het verleden gekomen is tot de keuze voor de tracés. Ook is onderzocht waarom andere mogelijke tracés afgevallen zijn. Een belangrijke conclusie van het onderzoek was dat de afweging van verschillende tracés onvoldoende was vastgelegd. Daarop is door de betrokken partijen besloten dat de afweging van de verschillende mogelijke tracés nogmaals moest plaatsvinden.
De NRD is te vinden op www.binckhorstbereikbaar.nl/achtergrond
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
10
Nadat alle mogelijke tracés waren geïnventariseerd, zijn ze beoordeeld op verschillende punten die vooraf al vastgesteld waren. Deze beoordeling is terug te lezen in het Rapport Tracéafweging Zeef 1. Op12 juli 2021 zijn op basis van dit rapport drie tracés toegevoegd aan het onderzoek.4. De volgende tracés inclusief vormen van vervoer5 zijn uiteindelijk onderzocht en beoordeeld op de effecten op het milieu en de omgeving: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Binckhorstlaan – Zonweg – Regulusweg: bus, tram en lightrail (nieuw) Binckhorstlaan – Zonweg – Melkwegstraat – Maanweg: bus (nieuw) Binckhorstlaan – Maanweg: bus, tram en lightrail Binckhorstlaan – Prinses Mariannelaan: bus en tram Binckhorstlaan – Prinses Mariannelaan – Geestbrugweg: bus en tram Binckhorstlaan – Jupiterkade – Broekslootkade: bus en tram (nieuw)
2.3 Intentieverklaring In februari 2022 is een intentieverklaring6 opgesteld en ondertekend door de bestuurders van alle initiatiefnemers. In de intentieverklaring is door alle partijen de intentie uitgesproken zich in te spannen om te komen tot een hoogwaardig openbaar vervoer verbinding en daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met elkaars belangen, in de wetenschap dat deze belangen op onderdelen tegenstrijdig kunnen en zullen zijn. In de verklaring hebben de betrokken partijen allemaal hun eigen aandachtspunten benoemd. De intentieverklaring is daarmee een belangrijk vertrekpunt voor de bestuursovereenkomst, waarin afspraken over de volgende fase van het project worden vastgelegd.
4
2.4 Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER Het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst heeft tussen 8 augustus en 18 september 2022 ter inzage gelegen. Deze bevat de aanleiding, een beschrijving van het proces en de bepaling van het Voorkeursalternatief. Het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en alle onderliggende onderzoeken waren vanaf eind juni 2022 al openbaar. Op basis van de binnengekomen zienswijzen en aanvullende onderzoeken is het Ontwerp Masterplan Bereikbaar aangepast en uitgewerkt tot het Definitief Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst. In paragraaf 4.13 zijn de wijzigingen beschreven tussen het ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en het definitieve Masterplan Bereikbaarheid. De Plan-MER is het milieueffectenrapport voor de Verkenningsfase van het MIRTtraject. Dit rapport beschrijft wat de (milieu)effecten zijn van verschillende mobiliteitsmaatregelen. Deze dient ter ondersteuning van de besluitvorming over het treffen van mobiliteitsmaatregelen voor het gebied CID-Binckhorst en de bredere regio in het kader van het Ontwerp en Definitief Masterplan Bereikbaarheid.
In het onderzoek zijn de verschillende kansrijke varianten geanalyseerd en vergeleken om duidelijk te maken welke voor- en nadelen bepaalde keuzes hebben voor het milieu en wat de randvoorwaarden, belemmeringen en kansen zijn voor het Masterplan en de bepaling van het Voorkeursalternatief. De beoordelingsmethodiek voor het Plan-MER is gebaseerd op de NRD.
2.5 Omgevingsverslag De omgeving is op verschillende manieren betrokken bij deze Verkenning. Het Omgevingsverslag7 beschrijft het participatieproces dat doorlopen is in de Beoordelings-en Besluitvormingsfase van de Verkenning. De nadruk lag in die fase op het participatie-niveau ‘proactief informeren en raadplegen’. De Beoordelings- en Besluitvormingsfase van de Verkenning is gestart in april 2020. Op dat moment was vanwege de coronapandemie het thuiswerkadvies van kracht.
De Rapport Tracéafweging Zeef 1 is te vinden op www.binckhorstbereikbaar.nl/achtergrond 7
Het Omgevingsverslag is te vinden op www.binckhorstbereikbaar.nl/achtergrond
Lightrail, HOV-tram of HOV-bus. Deze verschillen in snelheid en hoeveelheid te vervoeren reizigers. 6 De intentieverklaring is te vinden op www.binckhorstbereikbaar.nl/nieuws/intentieverklaring-mirtverkenning-cid-binckhorst-ondertekend 5
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
11
Om die reden beperkten de eerste participatievormen zich tot online bijeenkomsten via Microsoft Teams. Er zijn verschillende soorten bijeenkomsten georganiseerd waaronder 10 platformbijeenkomsten, 11 inloopsessies en meerdere raadsinformatiesessies. Vanaf het voorjaar 2022 konden de bijeenkomsten weer fysiek plaatsvinden. Het Omgevingsverslag beschrijft in detail op welke manier bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden zijn betrokken, welke aandachtspunten, zorgen en wensen deze omgevingspartijen gedurende het gehele proces hebben ingebracht, wat de projectorganisatie met deze inbreng heeft gedaan en wat wordt meegegeven voor de planning- en studiefase. Het Omgevingsverslag is onderdeel van de documenten voor de bestuurlijke besluitvorming.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
12
NOTA VAN ANTWOORD OP HET ONTWERP MASTERPLAN BEREIKBAARHEID EN PLAN-MER
3. Advies Commissie m.e.r.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
13
Voor de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst is een Plan-MER opgesteld, zoals beschreven staat in paragraaf 2.4. Onderdeel van deze (formele) procedure is, dat het bevoegd gezag de Commissie m.e.r. vraagt een advies uit te brengen op de uitgevoerde onderzoeken. In dit hoofdstuk leest u welk advies de Commissie m.e.r. heeft gegeven over de plannen en wat er door de bevoegde gezagen met het advies wordt gedaan. In paragraaf 3.1 is de officiële tekst van het advies opgenomen.
3.1 Advies Commissie m.e.r. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, de Provincie Zuid-Holland, de Metropoolregio Rotterdam Den Haag en de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg willen de bereikbaarheid van het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst in Den Haag verbeteren. Daarom willen ze een pakket aan mobiliteitsmaatregelen vaststellen, inclusief Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) in de vorm van bus, tram of lightrail. Hiervoor wordt een MIRT8-traject doorlopen waarin een voorkeursbeslissing wordt vastgesteld, die wordt vastgelegd in een Structuurvisie geheten ‘Masterplan Mobiliteit CID Binckhorst’9. Voor het besluit hierover wordt een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk hebben de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) is een uitvoeringsprogramma van de rijksoverheid. 8
Wat blijkt uit het MER? Het MER onderzoekt vijf alternatieven voor de route van de HOV-verbinding tussen Den Haag Centraal en station Voorburg met een aftakking naar Rijswijk en Delft. Per route is gekeken welke HOV-typen10 mogelijk zijn, wat heeft geleid tot tien varianten. Een Basispakket Mobiliteit maakt – naast de HOV-verbinding – onderdeel uit van alle alternatieven. Dat Basispakket Mobiliteit is in alle alternatieven hetzelfde en bestaat uit maatregelen voor onder andere fietsers/voetgangers, logistiek, fietsvoorzieningen bij stations en smart mobility. De alternatieven hebben volgens het MER positieve tot zeer positieve effecten op de realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma voor de wijken CID en vanwege de grotere capaciteit van het verkeersnetwerk. Daarnaast hebben ze volgens het MER positieve effecten op het aspect bodem en op Natura 2000 vanwege afname van stikstofdepositie in de gebruiksfase. De alternatieven leiden tot een (grote) afname van wijkgroen en leiden tot verlies van ruimtelijke kwaliteit vanwege verlies aan belevings- en gebruikswaarde. Daarnaast hebben de alternatieven negatieve tot zeer negatieve effecten op onder andere de stedelijke groene hoofdstructuur, beschermde soorten en water, en scoren ze negatief op de bijdrage aan een circulaire economie en aan klimaatadaptatie.
Wat is het advies van de Commissie? Het MER is goed opgebouwd en maakt een grote hoeveelheid informatie beschikbaar. De Commissie is van oordeel dat het MER, op één punt na, de essentiële informatie bevat om het milieubelang volwaardig mee te wegen in het besluit over het Masterplan en het voorkeursalternatief. Het gaat om de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie in de bouwfase, op al overbelaste Natura 2000-gebieden. Door het vervallen van de bouwvrijstelling uit de Wet Stikstofreductie en natuurverbetering op 2 november 2022 is onduidelijk of de in het MER onderzochte alternatieven uitvoerbaar zijn. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit over het voorkeursalternatief te nemen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe.
Verder ‘Masterplan’. In een aparte recente m.e.r.-procedure is de structuurvisie ‘Gebiedsvisie CID’ opgesteld met wonen, werken en hoge leefbaarheidsambities. Ook voor het bestemmingsplan van de Binckhorst is een m.e.r.-procedure doorlopen https://commissiemer.nl/adviezen/2985. 10 HOV-bus, HOV-tram, of lightrail. 9
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
14
Daarnaast beveelt de Commissie aan om bij het besluit over het voorkeursalternatief twee punten te verduidelijken: • Onderbouw (nader) waarom er niet voor is gekozen de afzonderlijke routes voor de Voorburg-tak en de Rijswijk-tak in het alternatievenonderzoek te betrekken. • Maak in de effectbeoordeling onderscheid tussen het verlies van parkeerplaatsen in de Binckhorst en het verlies van parkeerplaatsen in Voorburg en Rijswijk. Na de vaststelling van het voorkeursalternatief wordt deze in de planning- en studiefase verder uitgewerkt. De Commissie geeft de volgende aandachtspunten mee voor het in die fase op te stellen MER: • Onderzoek welke maatregelen nodig zijn om de duurzame mobiliteitsambities in het gebied te kunnen realiseren. Om bij te dragen aan de beoogde mobiliteitstransitie is namelijk een consequente vertaling van de Strategie Mobiliteitsambitie 2022-2040 naar concrete maatregelen voor CID en de Binckhorst essentieel. • Breng de ontwikkeling in de tijd van de capaciteit en kwaliteit van het fiets- en voetgangersnetwerk in beeld, met name vanuit het perspectief van verkeersveiligheid. • Beschrijf de in Den Haag vastgestelde regelgeving en het beleid op het gebied van groen en speelvoorzieningen en toets het voorkeursalternatief daaraan. Beschrijf ook de mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen.
• Onderzoek trillings- en geluidshinder van trams, en beschrijf mogelijke mitigerende maatregelen. Beschrijf ook hoe wordt bijgedragen aan de ambitie om bij het opnieuw inrichten van wegen stiller asfalt te gebruiken. • Breng de stikstofeffecten van de bouwfase in beeld, zeker gezien het feit dat Natura 2000-gebieden gelegen zijn in de nabijheid van het plangebied. Het gehele advies kunt u hier vinden.
3.2 Hoe wordt het advies meegenomen in de besluitvorming en in de planning- en studiefase? De Commissie heeft op drie punten advies gegeven: ontbrekende essentiële informatie, te verduidelijken punten bij het besluit over het voorkeursalternatief en aandachtspunten voor de volgende fase. Onderstaand wordt voor elk van deze drie punten aangegeven hoe het bevoegd gezag het advies verwerkt in het project.
Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is om besluiten te nemen of beschikkingen af te geven. Voor dit project zijn de drie gemeenteraden het bevoegd gezag.
Ontbrekende essentiële informatie In haar advies heeft de Commissie aangegeven dat op één punt essentiële informatie ontbreekt in de onderzoeken. Het gaat om de mogelijke gevolgen van stikstofdepositie in de bouwfase, op al overbelaste Natura 2000-gebieden. In de Plan-MER is alleen onderzoek gedaan naar de stikstofdepositie in de gebruiksfase, in lijn met de toen nog heersende vrijstelling op de bouwfase. Met de recente uitspraak van de Raad van State is deze vrijstelling vervallen. Voor het kunnen berekenen van de stikstofdepositie in de bouwfase is gedetailleerde informatie benodigd over de manier waarop de bouw gaat plaatsvinden. Denk daarbij aan informatie over welke periode welk type bouwmaterieel ingezet gaat worden. Deze informatie kan op zijn vroegst in de volgende fase bepaald worden, als er meer duidelijkheid komt over hoe de bouwfases er uit komen te zien. Hetzelfde geldt vervolgens voor oplossingsmogelijkheden voor de stikstofopgave. Daar komt bij dat het vraagstuk van stikstofdepositie voor alle onderzochte varianten geldt en daarbij geen verschil maakt in de nu te maken keuze over het voorkeursalternatief. De bevoegde gezagen hebben dan ook besloten om dit punt in de volgende fase expliciet uit te werken. Zie verder ook de toelichting op dit punt bij de aandachtspunten voor de volgende fase.
Verduidelijking bij het besluit over het voorkeursalternatief De commissie vraag verduidelijking over de volgende twee punten: •
Onderbouw (nader) waarom er niet voor is gekozen de afzonderlijke routes voor de Voorburg-tak en de Rijswijk-tak in het alternatievenonderzoek te betrekken.
Antwoord: Een HOV-verbinding over de Binckhorst maakt onderdeel uit van een groter vervoersnetwerk. De ambities die de regio heeft met het regionale netwerk zijn beschreven in de plannen voor de Schaalsprong OV en, meer concreet voor de Binckhorst, de Koningscorridor. Deze plannen gelden als uitgangspunt voor de onderzoeken. Slechts één tak realiseren (als eindoplossing) past niet binnen dit uitgangspunt, want het sluit niet aan bij eerdergenoemde ambities.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
15
Het verschil in vervoerswaarde als slechts één tak gerealiseerd wordt, is doorgerekend in de vervoerswaarde studie. De milieueffecten van de takken afzonderlijk zijn te halen uit de Plan-MER. Daarmee is alle informatie over een variant met één tak aanwezig in de onderzoeken. Gezien voorgaande zijn varianten met één tak echter niet als kansrijke varianten onderdeel van de besluitvorming.
Reactie: Het in beeld brengen van de ontwikkeling in de tijd van de capaciteit en kwaliteit van het fiets- en voetgangersnetwerk is onderwerp van onderzoek in de planning- en studiefase, als onderdeel van de uit te werken maatregelen uit het Basispakket Mobiliteit. •
•
Maak in de effectbeoordeling onderscheid tussen het verlies van parkeerplaatsen in de Binckhorst en het verlies van parkeerplaatsen in Voorburg en Rijswijk..
Reactie: Naar aanleiding van deze aanbeveling zal in de planning- en studiefase met het definitief ontwerp het onderscheid tussen de effecten op straatparkeren in de Binckhorst en in Voorburg/Rijswijk in beeld gebracht worden, evenals het verschil in mogelijke oplossingen in beide gebieden.
Aandachtspunten voor de volgende fase De commissie geeft de volgende aandachtspunten mee voor de volgende fase •
Onderzoek welke maatregelen nodig zijn om de duurzame mobiliteitsambities in het gebied te kunnen realiseren. Om bij te dragen aan de beoogde mobiliteitstransitie is namelijk een consequente vertaling van de Strategie Mobiliteitsambitie 2022-2040 naar concrete maatregelen voor CID en de Binckhorst essentieel.
Reactie: Dit is grotendeels al onderzocht in het kader van het Basispakket Mobiliteit. In de besluitvorming wordt meegenomen dat er een verdere uitwerking van het ‘sturend autobeleid’, gericht op het verminderen van het stedelijk autogebruik, moet plaatsvinden. Dit naar aanleiding van de uitkomsten van de vervoerswaarde studie. Hier wordt al invulling aan gegeven met de genoemde Strategie Mobiliteitstransitie. Voor een groot deel is dit echter een stedelijke (beleids)opgave die buiten de scope van dit project valt. ▪
Breng de ontwikkeling in de tijd van de capaciteit en kwaliteit van het fietsen voetgangersnetwerk in beeld, met name vanuit het perspectief van verkeersveiligheid.
Beschrijf de in Den Haag vastgestelde regelgeving en het beleid op het gebied van groen en speelvoorzieningen en toets het voorkeursalternatief daaraan. Beschrijf ook de mogelijke mitigerende en compenserende maatregelen.
Reactie: In de planning- en studiefase wordt voor de uitwerking van het ontwerp de relevante regelgeving en beleidsuitgangspunten op het gebied van groen en speelvoorzieningen in beeld gebracht, voor zover betrekking hebbend op het plangebied. Mitigerende en compenserende maatregelen die nodig blijken te zijn, worden ook in deze fase uitgewerkt en vastgelegd. •
Onderzoek trillings- en geluidshinder van trams, en beschrijf mogelijke mitigerende maatregelen. Beschrijf ook hoe wordt bijgedragen aan de ambitie om bij het opnieuw inrichten van wegen stiller asfalt te gebruiken.
Reactie: De trillings- en geluidseffecten van trams en veranderingen in de intensiteit van het autoverkeer worden in de Planning- en studiefase, in meer detail dan nu in het Plan-MER opgenomen, in beeld gebracht. Mogelijke maatregelen gericht op het beperken van trillingen en geluidshinder worden dan ook bepaald. Het toepassen van stil(ler) asfalt of geluiddempende rails kan daarbij een mogelijke maatregel zijn. •
Breng de stikstofeffecten van de bouwfase in beeld, zeker gezien het feit dat Natura 2000-gebieden gelegen zijn in de nabijheid van het plangebied.
Reactie: In de planning- en studiefase wordt de stikstofdepositie van het voorkeursalternatief in beeld gebracht, inclusief de depositie in de bouwfase. Indien er sprake is van depositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden wordt hiervoor de benodigde stappen ondernomen om te kunnen komen tot de benodigde juridischplanologische toestemming om te mogen bouwen.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
16
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
17
NOTA VAN ANTWOORD OP HET ONTWERP MASTERPLAN BEREIKBAARHEID EN PLAN-MER
4. Hoofdpunten en hoe deze zijn beantwoord
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
18
Er zijn veel zienswijzen binnengekomen die vergelijkbaar met elkaar zijn. In dit hoofdstuk worden thema’s die vaak voorkomen in ingediende zienswijzen toegelicht.
4.1 Proces Een aantal vragen in de zienswijzen gaat in op het proces dat is doorlopen in deze fase van MIRT-verkenning en hoe het nu verder gaat. Sommige mensen wisten niet, of te laat van de MIRT-verkenning. Anderen zijn het niet eens met de manier waarop besluiten worden genomen. Weer een ander deel van de zienswijzen betreft vragen en/of aandachtspunten voor de nadere uitwerking of realisatie en kan nu nog niet, of slechts in algemene termen beantwoord worden. Aansluitend op wat al is beschreven in hoofdstuk 2 van dit document, geven wij hierna een opsomming van de processtappen en documenten die geleid hebben tot het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid.
Historie De MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst is een project onder het MIRT: het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Een MIRT-project wordt aangepakt in een aantal fasen, waarvan de 'verkenning' er één is (zie figuur 4.1.1). Het Masterplan Bereikbaarheid, waarvan het Ontwerp ter inzage heeft gelegen, is het eindproduct van de MIRT-verkenning CID-Binckhorst Bereikbaar. In dit Masterplan wordt het voorkeursalternatief beschreven.
Figuur 4.1.1 Fasen en stappen MIRT-proces
Om tot het Masterplan Bereikbaarheid te komen, is een aantal tussenliggende stappen gevolgd met de volgende documenten als resultaat.
Startdocument MIRT-verkenning Schaalsprong Regionale Bereikbaarheid CIDBinckhorst (oktober 2018) Het Startdocument MIRT-verkenning Schaalsprong regionale bereikbaarheid CIDBinckhorst beschrijft de start van de MIRT-verkenning. Het bevat de gezamenlijke opgave voor het gebied, schetst oplossingsrichtingen en geeft de aanpak van de MIRT-verkenning weer. Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) (november 2019) De Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO) is het resultaat van de Analyse (Zeef1) fase uit de MIRT-verkenning. In februari 2022 is, naar aanleiding van de participatie en de ideeën die zijn gekomen vanuit belanghebbenden met betrekking tot de te onderzoeken tracémogelijkheden, het addendum “Rapport Tracéafweging Zeef-1 CIDBinckhorst” toegevoegd aan de NKO. In dit rapport zijn alle mogelijke tracés beoordeeld op kansrijkheid aan de hand van dezelfde punten die ook zijn opgenomen in de NKO. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) (juni 2020). De Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor de MIRT-verkenning CID-Binckhorst is bedoeld om de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek voor het nog op te stellen Plan-MER te beschrijven. De NRD bevat de achtergronden van het op te stellen plan voor de mobiliteitsmaatregelen in het gebied CID-Binckhorst, in dit geval het Definitief Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst.
De NRD beschrijft tevens welke alternatieven voor de bereikbaarheidsopgave worden onderzocht en welke criteria en methoden worden gebruikt om de (milieu)effecten van de planalternatieven in beeld te brengen. Hieruit volgt ook het afweegkader, welke is gekoppeld aan de opgaven en doelen voor deze Verkenning, aangevuld met een aantal aspecten van de financiële haalbaarheid. De NRD vormt daarmee het kader voor de onderzoeken en de beoordeling van de kansrijke oplossingsvarianten aan de hand van de onderzoeksresultaten. Drie effecten rapporten De kansrijke oplossingsvarianten zijn uitgewerkt in een schetsontwerp. Op basis van het schetsontwerp zijn de onderzoeken gedaan naar de effecten van de oplossingsvarianten op verschillende onderwerpen. Dit heeft geleid tot de volgende rapporten.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
19
Vervoerwaardestudie (mei 2022) De Vervoerwaardestudie geeft inzicht in de te verwachten vervoerkundige effecten van diverse mobiliteitsvarianten. De Vervoerwaardestudie is de basis voor de vervoerkundige input voor de Plan-MER en de MKBA.
Plan-MER (juni 2022) De Plan-MER is het milieueffectenrapport voor de Verkenningsfase van het MIRTtraject. Dit rapport beschrijft wat de (milieu)effecten zijn van verschillende mobiliteitsmaatregelen en de oplossingsvarianten. De schetsontwerpen van de oplossingsvarianten maken onderdeel uit van de Plan-MER.
MKBA (juni 2022) MKBA staat voor Maatschappelijke Kosten Baten Analyse en berekent het sociaaleconomische rendement van investeringen. Hierbij worden de (positieve en negatieve) effecten van een project (of beleidsoptie) op de welvaart van Nederland geprobeerd in te schatten. Dat bekent dat naast de financiële effecten voor de direct betrokkenen ook wordt gekeken naar alle mogelijke effecten, waarvoor geen marktprijs bestaat, zoals het effect op bereikbaarheid en milieu. Het MKBA rapport brengt de maatschappelijke kosten en baten (effecten) van de tien verschillende varianten voor de bereikbaarheid van CID-Binckhorst in beeld ten opzichte van de referentiesituatie.
• •
Uitwerken van de inpassing van de tramverbinding per wegvak . Opstellen ontwerp van de openbare ruimte voor de tramverbinding en het omliggende gebied met oog voor leefbaarheid en verkeersveiligheid. Dit gaat bijvoorbeeld over het ontwerp van de haltes en de inrichting van straten waar de tramverbinding doorheen of langs loopt (incl. bijvoorbeeld bomen en parkeerplaatsen). • Opstellen van ontwerp voor het verleggen van kabels en leidingen. • Het, waar nodig, voorbereiden van de benodigde juridisch-planologische besluiten. Zo moeten de plannen voor de tramverbinding worden opgenomen in bestemmingsplannen en omgevingsplannen van de betrokken gemeenten. Onderzoek naar de effecten op milieu en leefomgeving hoort daar bij. • Uitwerken hoe de uitvoering gaat plaatsvinden (bijvoorbeeld de fasering van werkzaamheden en de organisatie van de realisatiefase). Daarnaast zullen in de planning- en studiefase gesprekken gevoerd worden met belanghebbenden over grondverwerving voor de tramverbinding en schadeloosstelling. De planning- en studiefase heeft een doorlooptijd van ongeveer 2 tot 4 jaar. Deze fase wordt afgerond met een projectbeslissing door alle initiatief nemende partijen.
Omgevingsverslag (juni 2022) Het Omgevingsverslag geeft weer wat tijdens de beoordelingsfase van de Verkenning met de omgeving is besproken en wat is ingebracht ter inspraak. Het Omgevingsverslag is tevens input voor de bestuurlijke besluitvorming, de processturing en de ambtelijke voorbereiding die daaraan voorafgaan. Op basis van bovenstaande rapporten en onderzoeken is in het Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid de keuze voor het Voorkeursalternatief gemaakt.
Vervolgproces Na afronding van de verkenningsfase zal in 2023 de volgende fase (planning- en studiefase) starten. Hierin wordt het definitieve voorkeursalternatief voor de tramverbinding verder uitgewerkt in een concreet bouwtechnisch ontwerp. Dit houdt onder andere in:
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
20
Basispakket Mobiliteit Over het Basispakket Mobiliteit zijn diverse vragen binnengekomen. Deze gaan enerzijds over onduidelijkheid over de status van aanvullende maatregelen in het Basispakket Mobiliteit en anderzijds over de noodzaak van de aanvullende maatregelen. In de Verkenning wordt gezocht naar een passend pakket aan mobiliteitsmaatregelen om de verstedelijking van de gebieden CID en Binckhorst mogelijk te maken, en de bereikbaarheid van deze locaties en de bredere regio Haaglanden te verbeteren/waarborgen. Om invulling te geven aan de mobiliteitsbehoeftes voor CIDBinckhorst is aanvullend op de tramverbinding maatregelenpakket samengesteld; het zogenaamde Basispakket Mobiliteit.
Ook vinden diverse indieners aanvullende maatregelen in de Binckhorst nodig, om verdere alternatieven voor autoverkeer te bieden. In het bijzonder wordt daarbij aandacht gevraagd voor aantrekkelijke en veilige fietsroutes met voldoende capaciteit. Ook hiervoor zijn verschillende maatregelen in het Basispakket Mobiliteit opgenomen, zoals • Een fietsroute over de Zonweg (maatregel 2) en • Verdere aanleg van het Trekfiets tracé (maatregel 1). De zienswijzen hebben niet geleid tot een herziening of aanpassing van het voorgestelde maatregelenpakket.
In de aanloop naar het bestuurlijk overleg MIRT, het BO-MIRT, is er door de initiatief nemende partijen een prioritering gemaakt van de maatregelen in het basispakket (zie de tabel) gemaakt. 15 maatregelen zijn onderdeel geworden van de afspraken richting het BO-MIRT. De overige maatregelen zijn afgevallen, omdat zij beperkt bijdragen aan de doelen, niet kosteneffectief zijn of niet realiseerbaar voor 2030. Dit zijn de volgende maatregelen: Maatregel 7: Logistieke hubs aan de rand van het gebied Maatregel 10: Doortrekken Haagse loper Den Haag Centraal Oost Maatregel 11: Voetgangersoversteek Binckhorstlaan Maatregel 19: Fietsparkeervoorziening bij haltes, woningen en kantoren De voorkeursvariant bestaat uit een combinatie van de tramverbinding (Variant 1T) met de 15 basis- en aanvullende maatregelen uit het Basispakket Mobiliteit. Veel zienswijzen benadrukken ook de noodzaak van het nemen van aanvullende maatregelen. Zo worden nadelige effecten op leefbaarheid en verkeersveiligheid van de tram in Voorburg-Leidschendam en Rijswijk als probleem gezien. De maatregelen uit het Basispakket Mobiliteit moeten er voor zorgen dat het autoverkeer verminderd wordt en de openbare ruimte veiliger, leefbaarder en aantrekkelijker wordt gemaakt.
Bijvoorbeeld met de volgende maatregelen: • Maatregel 16, herinrichting Prinses Mariannelaan, Binckhorstlaan, • Maatregel 17, autobeperkende maatregelen bij de Geestbrug en • Maatregel 18, herinrichting Geestbrugweg.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
21
4.2 Nut en Noodzaak Diverse zienswijzen gaan over nut en noodzaak van een HOV-verbinding en de reden waarom deze MIRT-verkenning is uitgevoerd. Ook worden vragen gesteld over de noodzaak om zowel een verbinding naar Rijswijk/Delft als naar Voorburg aan te leggen. In de paragrafen hieronder gaan we in op de reden waarom de MIRTverkenning is uitgevoerd, wat er gebeurt als we niets doen en wat de voorgestelde maatregelen opleveren. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen is deze nadere toelichting ook in het Masterplan Bereikbaarheid opgenomen.
Waarom een MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst? De Metropoolregio Rotterdam-Den Haag groeit. Tot 2040 komen er 400.000 inwoners bij. Dat zorgt voor een grote behoefte aan nieuwe (betaalbare) woningen en werkgelegenheid. In totaal moet in de Metropoolregio tot 2040 ruimte worden gevonden voor minimaal 200 duizend nieuwe woningen. Geschikte locaties hiervoor in de Haagse regio zijn het Central Innovation District (CID) en de Binckhorst. Dit gebied is één van de gebieden die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aangewezen is voor grootschalige verstedelijking. Tot 2040 komen er hier zo’n 25.000 woningen en wordt ruimte gecreëerd voor 35.000 banen. Minimaal 5.000 woningen worden momenteel al in de Binckhorst gerealiseerd. Op termijn komen er naar verwachting nog 5.000 tot 7.500 extra woningen bij in de Binckhorst. CID-Binckhorst ligt centraal in de stad en de regio, wat aansluit op de behoefte aan stedelijk wonen. Het heeft al veel voorzieningen binnen loop- en fietsafstand. Ook zijn er in de nabijheid verschillende treinstations, die een goede basis vormen voor betere bereikbaarheid met het openbaar vervoer dan nu het geval is. De groei in bewoners en arbeidsplaatsen in CID-Binckhorst zorgt voor extra verplaatsingen. Het is belangrijk om het gebied en omliggende gebieden ook in de toekomst prettig leefbaar, (verkeers)veilig en bereikbaar te houden.
Om veel woningen en arbeidsplaatsen in dit gebied toe te kunnen voegen, zijn dan ook investeringen in bereikbaarheid nodig. Op dit moment zijn er in het gebied en omliggende gebieden al meerdere knelpunten in de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. Als op huidige wijze wordt doorgegaan met het faciliteren van de mobiliteit, specifiek het proberen op te lossen van knelpunten voor het autoverkeer, dan ontstaan
problemen met ruimte voor andere functies, leefbaarheid en aantrekkelijkheid, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en milieu. De ambitie is daarom om bij de verstedelijking van CID-Binckhorst voorrang te geven aan duurzame en schone vormen van mobiliteit: lopen, fietsen en openbaar vervoer (mobiliteitstransitie). Hierdoor ontstaat meer ruimte in de stad voor wonen, werken en verblijven en verbetert de leef kwaliteit. In de Verkenning is daarom onderzocht of (en zo ja: hoe) met een HOV-verbinding en een pakket aan mobiliteitsmaatregelen (het Basispakket Mobiliteit) bovenstaande ambities mogelijk gemaakt kunnen worden door het gebied voldoende bereikbaar te houden.
Wat gebeurt er als we niets doen aan de bereikbaarheid? Uit de Vervoerwaardestudie van deze MIRT-verkenning blijkt dat als er niet wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid van OV, fiets en voetganger in CID-Binckhorst er verschillende nieuwe knelpunten ontstaan in de Binckhorst en de directe omgeving daarvan en dat bestaande knelpunten erger worden. Het auto- en fietsgebruik zal zonder maatregelen als gevolg van de stedelijke ontwikkeling sterk groeien ten opzichte van de huidige situatie. Voor het autoverkeer gaat het om bijna een verdubbeling van het aantal autobewegingen in 2040 (wat als referentiesituatie gebruikt is) ten opzichte van het basisjaar 2019. Het autonetwerk raakt naar verwachting op (nog meer) delen van het netwerk overbelast. Ook de wegen in het gebied en in de omgeving daaromheen ondervinden hinder van deze toename in autoverkeer. Het fietsverkeer groeit ook sterk. Met veel voorzieningen en drie treinstations op fietsafstand past dit binnen de verwachtingen en het is ook een positieve ontwikkeling vanuit de ambitie naar mobiliteitstransitie naar duurzame mobiliteit. Maar de combinatie van een grote hoeveelheid fietsverkeer en aanzienlijke stromen autoverkeer leidt vooral bij kruisingen tot capaciteitsknelpunten met negatieve effecten op de verkeersveiligheid tot gevolg.
Het gebruik van het OV-netwerk blijft juist achter als het huidige beperkte OV-aanbod gehandhaafd blijft. De toename van het verkeer op de diverse plekken heeft ook impact op de verkeerveiligheid en leefbaarheid. Deze gevolgen worden niet acceptabel geacht. Dit leidt tot de conclusie dat de ambities voor extra woningen en arbeidsplaatsen niet
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
22
kunnen worden gerealiseerd zonder het faciliteren van duurzame mobiliteitsoplossingen, zodat de leefbaarheid op peil blijft en de verkeersveiligheid verbetert.
Er wordt ingezet op een volledig herinrichting, waarbij het ontwerp samen met omwonenden en belanghebbenden wordt opgesteld. Hierdoor worden deze straten leefbaarder, veiliger en groener.
Wat leveren de voorgestelde maatregelen op?
Noodzaak HOV-verbinding richting zowel Voorburg als Rijswijk
De aanleg van een HOV-verbinding samen met investeringen in onder andere fiets zijn noodzakelijk om bij grootschalige woningbouw en gebiedsontwikkeling het CID, de Binckhorst en de omliggende gebieden en gemeenten prettig leefbaar, verkeersveilig en bereikbaar te houden. De Binckhorst, Voorburg en Rijswijk krijgen met de voorgestelde HOV-verbinding een rechtstreekse, snelle en hoogfrequente verbindingen met Scheveningen/ het strand, het CID, het centrum van Den Haag, de Internationale Zone, Delft centrum en de Technische Universiteit. De duizenden extra woningen en banen in de Binckhorst bieden volop kansen voor zowel inwoners van Den Haag, als ook die van Leidschendam-Voorburg, Rijswijk en de rest van de regio. De extra inwoners en werkgelegenheid hebben ook een positief effect op de lokale economie in de directe omgeving van de Binckhorst, waaronder de oude centra van Rijswijk en Leidschendam-Voorburg.
In deze MIRT-Verkenning is onderzoek gedaan naar een HOV-verbinding van Den Haag Centraal naar zowel Voorburg als Rijswijk. Er is daarbij ook gekeken naar varianten waarbij slechts één van deze ‘takken’ aangelegd wordt. Het in stand laten van de huidige route van tram 1 is onderzocht bij de tracé varianten met een bus. Het uiteindelijke Voorkeursalternatief bevat een variant waarin beide takken worden aangelegd.
De voorgestelde HOV-verbinding samen met de maatregelen gericht op onder andere fiets, verbetert de bereikbaarheid van de Binckhorst, van Voorburg-west en van Rijswijk ten opzichte van de referentiesituatie waarin geen maatregelen worden getroffen en maakt de (verdere) stedelijke ontwikkeling van de Binckhorst mogelijk. Uit de Vervoerwaardestudie blijkt dat naast investeringen in HOV en fiets, aanvullend beleid nodig is om de groei van het autoverkeer te beperken. Dit beleid wordt door alle partijen al toegepast en is ook al voorzien voor de Binckhorst: onder andere lage parkeernormen en mobiliteitstransitie (= prioriteit voor lopen/fiets & OV). In de Vervoerwaardestudie is dit opgenomen als een gevoeligheidsanalyse. Daaruit blijkt dat hiermee het autoverkeer voldoende beperkt kan worden, tot ongeveer het huidige niveau, ook op de wegen door Rijswijk en Voorburg.
Er zijn meerdere redenen waarom in het Voorkeursalternatief wordt gekozen voor zowel een verbinding naar Voorburg als naar Rijswijk: • Eén van de doelen van de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID/Binckhorst is om bij te dragen aan de regionale ambities voor OV. Op de lange termijn (2040) streven de regionale overheden en het rijk naar de realisatie van de Koningscorridor als onderdeel van een regionale schaalsprong van het OV. Zie voor meer informatie hoofdstuk 4, paragraaf koningscorridor. Een verbinding naar zowel Rijswijk als Voorburg sluit het beste aan op deze ambitie. • Uit de Vervoerwaardestudie blijkt dat wanneer de woningbouw gerealiseerd wordt in combinatie met de beoogde mobiliteitstransitie de OV-behoefte in variant 1T zodanig groeit (in de ochtendspits naar 2.100 reizigers op het drukste moment). dat dit (te) veel is voor één tramlijn (minimale frequentie nodig van 11 trams per uur noodzakelijk). Het is daarom gewenst dit te spreiden over 2 tramlijnen. Een tram naar Delft is daarmee de meest logische optie om naast de verbinding naar Voorburg te realiseren. • De combinatie van beide verbindingen zorgt voor 9.400 nieuwe in- en uitstappers op de Binckhorst waarvan 700 reizigers naar Voorburg en Delft/Rijswijk reizen.
In de Binckhorst is het uitgangspunt bij de ontwikkelplannen dat de wijk leefbaar, veilig en groen wordt ingericht. Met de voorziene extra investeringen uit het basispakket mobiliteit verbetert ook de leefomgeving van de bestaande straten sterk. Bijvoorbeeld bij de Binckhorstlaan (Voorburg), de Prinses Mariannelaan (deel bij station Voorburg en deel Binckhorstlaan – Geestbrugweg) en de Geestbrugweg.
Hoewel wij begrijpen dat voor aanwonenden de (terug)komst van de tram op de Geestbrugweg, Binckhorstlaan-Voorburg en Prinses Mariannelaan een forse ingreep is, worden in het uiteindelijke besluit hierover alle belangen betrokken zodat een zorgvuldige afweging gemaakt kan worden. Dat betreft dus zowel de belangen van aanwonenden, als die van gebruikers van de infrastructuur en het toekomstige HOV.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
23
•
Daarnaast is een groei van 2.600 reizigers te zien die door de Binckhorst heen reizen. Deze cijfers laten zien dat er vraag is naar deze verbindingen. In de Vervoerwaardestudie is een variant onderzocht waarin alleen een nieuwe HOV-verbinding naar station Voorburg is opgenomen. In die variant blijft tram 1 op zijn huidige traject langs station Den Haag HS rijden en rijdt er slechts één tram over de Binckhorst vanaf Voorburg. Hierbij zien we over het netwerk een flinke afname in aantal reizigers ten opzichte van een variant met twee takken. Dit is te verklaren doordat er vanuit de Binckhorst niet rechtstreeks de bestemming Rijswijk/Delft wordt aangedaan en door de halvering van de frequentie waarin trams over de Binckhorst rijden. Ook deze cijfers laten zien dat een verbinding naar zowel Station Voorburg als Rijswijk voorziet in een behoefte.
4.3 Gebiedsontwikkeling Binckhorst In de zienswijzen zijn vragen gesteld over de getallen die de basis vormen voor alle onderzoeken. In deze paragraaf zetten we de getallen rond de gebiedsontwikkeling CID-Binckhorst op een rij. Ook zijn vragen gesteld waarom de aanleg van een HOV-verbinding niet eerder is onderzocht, bijvoorbeeld bij de aanleg van de Rotterdamsebaan.
Uitgangspunten uit Structuurvisie en Omgevingsplan Eén van de opgaven van de MIRT-verkenning Bereikbaarheid CID-Binckhorst is het mogelijk maken van de verstedelijking (wonen en werken) en het versterken van de economische kracht van de (inter)nationale toplocaties CID en Binckhorst. CID-Binckhorst is één van de gebieden die in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) aangewezen is voor grootschalige verstedelijking. CID-Binckhorst ligt centraal in de stad en de regio wat aansluit op de behoefte aan stedelijk wonen en heeft al veel voorzieningen binnen loop- en fietsafstand. Ook zijn er in de nabijheid verschillende treinstations, die een goede basis vormen voor betere bereikbaarheid per voet, fiets en het openbaar vervoer dan nu het geval is. De gebiedsontwikkeling CID-Binckhorst is vastgelegd in verschillende ruimtelijke plannen, de belangrijkste hiervan zijn de Structuurvisie CID (vastgesteld juli 2021) en het Omgevingsplan Binckhorst (november 2018). In de structuurvisie CID staat dat er tot 2040 zo’n 20.500 woningen bijkomen in dit gebied en er totaal zo’n 25.000 arbeidsplaatsen zullen zijn. Het omgevingsplan Binckhorst maakt 5.000 extra
woningen mogelijk. Deze worden momenteel al deels gerealiseerd. Daarnaast is voor de Binckhorst de ambitie geformuleerd dat hier op termijn mogelijk 5.000 tot 7.500 extra woningen bijkomen. In deze MIRT-verkenning is in het Plan-MER en het verkeersmodel voor de Binckhorst uitgegaan van 12.000 extra woningen (5.000 Omgevingsplan en 7.000 ambitie) en 3.000 extra arbeidsplaatsen (met de 10.000 arbeidsplaatsen uit het huidige omgevingsplan daarbij in totaal 13.000).
Extra woningen Binckhorst
Structuurvisie CID
Omgevingsplan Binckhorst
Uitgangspunten MIRT verkenning in 2040
-
5.000
12.000 (5.000 uit Omgevingsplan Binckhorst + ambitie voor 7.000 extra) (17.000 in gevoeligheidsanalyse)
Extra arbeidsplaatsen Binckhorst
-
10.000
13.000
Extra woningen CID
20.500
-
20.500
Extra arbeidsplaatsen CID
25.000
-
25.000
(10.000 uit Omgevingsplan Binckhorst + ambitie voor 3.000 extra)
Het daadwerkelijke extra aantal woningen bovenop de planologisch mogelijke 5.000 woningen in de Binckhorst wordt de komende jaren onderzocht in de doorontwikkeling van de Binckhorst (omgevingsplan 2.0). Voor deze extra woningen is een grootschalige verbetering van de bereikbaarheid van het gebied noodzakelijk.
Nota van Antwoord op Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid en Plan-MER | MIRT-verkenning CID-Binckhorst | 31 maart 2023
24
Vooruitlopend op de ontwikkelingen in de CID-Binckhorst is in 2019 besloten tot het uitvoeren van een pakket aan mobiliteitsmaatregelen met een financiële dekking van in totaal € 137,7 mln. Het betreft het zogenaamde No-Regretpakket. Deze maatregelen zijn gericht op de korte termijn (start uitvoering rond 2023) om ervoor te zorgen dat al tijdens de eerste realisatiefase van de gebiedsontwikkeling CID-Binckhorst de verstedelijking en de bereikbaarheid op elkaar afgestemd zijn. Voor de periode daarna zijn voor de bereikbaarheid maatregelen voorzien voor de middellange (tot 2030) en de lange termijn (tot 2040). Ook het basispakket Mobiliteit uit deze MIRT-verkenning geeft hier invulling aan. Het voorkeursalternatief van deze MIRT-verkenning en gebiedsontwikkeling zijn daarmee sterk met elkaar verbonden. Het vervolg van de MIRT-verkenning en het omgevingsplan 2.0 van de Binckhorst zullen dan ook in samenhang uitgewerkt worden. De gebiedsontwikkelingen CID en Binckhorst worden gefaseerd opgepakt. Voor de Binckhorst is in 2013 besloten om voor de eerste fase een pilot omgevingsplan (bestemmingsplan met verbrede reikwijdte volgens de Crisis en Herstelwet) op te stellen. Dit is uiteindelijk vastgesteld in 2018. Er is destijds (vanwege de vastgoedcrisis) gekozen voor een organische gebiedsontwikkeling (uitnodigingsplanologie) waarbij het initiatief bij marktpartijen ligt.