3121 Koersbrief Naar een nieuw Wmo beleid
Tekst van het document
Koersbrief Naar een nieuw Wmo beleid
Gemeente Leidschendam-Voorburg, Mei 2024
Koersbrief Wmo 2024
Pagina 2
Koersbrief Wmo 2024
Inhoud 1.
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Waarom een koersbrief . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 Wat is de Wmo 2015 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
2.
Hoe ziet het huidige Wmo-landschap er uit? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Koersen en belangrijkste activiteiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
3.
Ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 Rijksoverheid en juridische grondslagen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 Conclusie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
4.
Naar een nieuw beleid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 1. Inwoner houdt zo lang mogelijk regie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 2. Maatschappelijke kracht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 3. Best passende hulp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 4. Bewustwording . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 5. Toekomstbestendig stelsel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Bijlage 1: Paraplu Wmo inventarisatie huidige activiteiten en financiering . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Pagina 3
Koersbrief Wmo 2024
Pagina 4
Koersbrief Wmo 2024
1. Inleiding Waarom een koersbrief
Wat is de Wmo 2015
Voor de meeste inwoners is het fijn als zij zo lang mogelijk en op een prettige manier zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. In een vertrouwde omgeving met eigen spullen, waar ze hun eigen keuzes kunnen maken. Voor veel inwoners is dit vanzelfsprekend, maar sommigen hebben hierbij ondersteuning nodig. Zij zijn bijvoorbeeld ziek, hebben last van ouderdomsklachten of een gering sociaal netwerk. De gemeente ziet graag dat het inwoners lukt om alledaagse taken zelf uit te voeren en dat zij weten waar ze hulp kunnen vragen als het even niet lukt. Het is belangrijk dat inwoners zo lang mogelijk regie kunnen blijven voeren over hun eigen leven. Als het noodzakelijk is, worden ze hierin ondersteund. De visie op de sociale basis en het beleidsplan Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) geven invulling aan hoe de gemeente dit wil doen.
Het hoofddoel van de Wmo is om inwoners zo lang mogelijk, prettig en veilig, zelfstandig thuis te laten wonen en te laten participeren in de maatschappij (i.e. optimaal deel te laten nemen aan de samenleving). De Wmo is een vangnet voor inwoners die het niet meer zelf kunnen oplossen en ondersteuning nodig hebben.
Het vorige beleidsplan Wmo komt uit 2015 en was opgesteld vanwege de decentralisatie van de Algemene wet bijzonder ziektekosten (Awbz) naar de Wmo 2015. Het beleidsplan had daarom een looptijd van twee jaar, 2015-2016. Daarna is het Sociaal Kompas opgesteld als richtinggevend kader voor het sociaal domein. In eerste instantie waren deze kaders voldoende om de nieuwe wetgeving lokaal uit te kunnen voeren. Sinds 2016 hebben er vele ontwikkelingen plaatsgevonden en zijn er wetten gewijzigd of bij gekomen. Er is sprake van vergrijzing, wachtlijsten, krapte op de arbeidsmarkt en een steeds groter wordende financiële druk. Het Sociaal Kompas en de aanscherping van het Sociaal Kompas uit 2021 vormen samen een kader voor beleid, maar geven onvoldoende sturing op de huidige ontwikkelingen. Al deze ontwikkelingen zijn redenen om nieuw toekomstbestendig beleid op te stellen. Het college vindt het wenselijk en van belang dat de raad goed betrokken wordt bij de ontwikkeling van nieuw Wmo beleid. In deze koersbrief leest u de voorgestelde richting voor het beleidsplan.
De wet bevat onderdelen met een beperkte beleids vrijheid, de individuele maatwerkvoorzieningen. Dit zijn voorzieningen die een open einde-regeling kennen. Dit betekent dat er vanuit de wet een zorgplicht is. Dit betekent dat iedere inwoner waarbij er een noodzaak is vastgesteld, moet worden voorzien van zorg en ondersteuning. Een inwoner kan niet worden afgewezen omdat de vastgestelde begroting is bereikt. Onder voorzieningen met een beperkte beleidsvrijheid vallen: • Huishoudelijke ondersteuning • Begeleiding (Individueel, dagbesteding in een groep, respijtzorg) • Woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen (inclusief regiotaxi Wmo vervoer) en rolstoel (WVR) • Beschermd wonen (vooralsnog uitgevoerd door regiogemeente Den Haag) Er zijn ook onderdelen die wettelijk verplicht zijn, maar veel beleidsvrijheid kennen. De gemeente is verplicht hier vorm aan te geven, maar is volledig vrij in de wijze waarop en de mate waarin dit gebeurt. Deze onderdelen maken deel uit van het voorliggende veld. Hieronder vallen: • Mantelzorgondersteuning • Vrijwilligersondersteuning • Maatschappelijk werk • Fysieke ontmoetingslocaties • Onafhankelijke cliëntondersteuning • Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) • Meldpunt huiselijk geweld • Versterken van de sociale cohesie
Pagina 5
Koersbrief Wmo 2024
Als een inwoner een verzoek voor ondersteuning doet, wordt eerst gekeken naar de eigen mogelijk heden van de inwoner en het sociale netwerk. Is dit onvoldoende, dan wordt bekeken of de ondersteuningsvraag op te lossen is met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met voorzieningen in het voorliggende veld.
Mensen zorgen voor zichzelf, met gebruik van het eigen sociale netwerk Mensen zorgen voor elkaar Algemene voorzieningen
Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn voor zieningen die niet specifiek bedoeld zijn voor mensen met een beperking, algemeen beschikbaar zijn en financieel gedragen kunnen worden door iemand met een inkomen op minimumniveau. Als hier geen oplossing mogelijk is, kan een individuele maatwerkvoorziening worden ingezet. Omdat de Wmo een breed perspectief heeft, raakt het aan vele andere wetten. De Jeugdwet, de Participatiewet, de Wet langdurige zorg (Wlz) en de
Maatwerk
Zorgverzekeringswet (Zvw). De afbakeningen tussen de wetten zijn niet overal even scherp, waardoor er grijze gebieden ontstaan. Hieronder staat een overzicht van hoe de Wmo zich verhoudt tot de andere wetten.
Schema WMO WLZ Wet Langdurige Zorg
WMO Voorliggende voorzieningen
Als 24-uurs zorg of toezicht nodig is
Indicatie
Jeugdwet
Maatwerk voorzieningen
WMO
Beschemd wonen (Uitvoering door Den Haag)
Ziekenvervoer
Begeleiding 18Begeleiding 18-23 (Verlengde jeugdzorg
ZVW Zorg Verzekeringswet
Begeleiding 18+ Doel: zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving
Huishoudelijke Ondersteuning
Wonen, Vervoer en Rolstoelen Structureel
Tijdelijke hulpmiddelen Persoonlijke verzorging Psychische behandeling
Participatiewet Begeleiding Doel: naar (vrijwilligers)werk
Pagina 6
2.
Koersbrief Wmo 2024
Pagina 7
Koersbrief Wmo 2024
2. Hoe ziet het huidige Wmo-landschap er uit? Inleiding Bijlage 1 bevat een ‘paraplu’ waarin alle huidige activiteiten zijn opgenomen. Bovenaan de ‘paraplu’ staan de koersen uit het Sociaal Kompas, onder elke koers hangen de activiteiten die daar aan bijdragen. De Wmo heeft betrekking op drie koersen uit het Sociaal Kompas: $ Inwoners kunnen zo lang mogelijk regie over eigen leven houden en zelfstandig functioneren (koers 2) $
eidschendam-Voorburg is een solidaire en L inclusieve gemeente (koers 3)
$
Inwoners die hulp nodig hebben, krijgen de juiste hulp op tijd (koers 4)
Zoals in Hoofdstuk 1 al is aangegeven, heeft de gemeente bij de ene activiteit een grotere beleidsvrijheid dan bij de andere. Deze verschillen zijn in de paraplu te zien. De activiteiten hebben onderling ook relaties, in het beleidsplan wordt de paraplu aangepast en wordt dit inzichtelijk gemaakt.
Koersen en belangrijkste activiteiten Hieronder worden de huidige koersen van het Sociaal Kompas beschreven, welke activiteiten daarbij horen en wat de meest belangrijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren zijn geweest.
$
oers: Inwoners kunnen zo lang K mogelijk regie houden over eigen leven en zelfstandig functioneren
Binnen deze koers ligt de focus op zelfstandigheid: zoveel mogelijk inwoners kunnen zich redden zonder individuele ondersteuning, zij kunnen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen (als dat nodig is, begeleid), en zij zijn maatschappelijk zelfredzaam.
1
Onder deze koers valt de inzet op mantelzorg (mantelzorgondersteuning en respijtzorg), vrijwilligers (werving van vrijwilligers en vrijwilligersondersteuning) en op zelfstandigheid bij ouderen (ouderenadviseur, beweegcoach, ontmoetingscentra dementie). Ook maatschappelijk werk valt hieronder. Vanuit andere beleidsvelden (zoals wonen en vervoer) of tijdelijke landelijke programma’s (zoals het Integraal zorg akkoord (IZA) en het Gezond en actief leven akkoord (GALA)1) is er extra inzet op ouderen. Hieronder vallen activiteiten gericht op valpreventie, bewustwording over langer zelfstandig thuis wonen en vervoer voor ouderen naar relevante locaties. Voor mantelzorgers is er ondersteuning in verschillende vormen, die allemaal tot doel hebben de mantelzorger te ontlasten. Er zijn vormen die zich richten op de hulpbehoevende zoals maatjes of alzheimer café. Jaarlijks zijn er ruim 125 maatjes actief. Het alzheimercafé (10 keer per jaar) trekt tussen de 30 en 40 bezoekers per keer. Daarnaast zijn er vormen die zich richten op de mantelzorger, zoals het mantelzorgcafé en individuele ondersteuningstrajecten. Bij deze ondersteuningstrajecten krijgen mantelzorgers advies, ondersteuning en individuele hulp. Dit kan telefonisch, online of face-to-face tijdens een spreekuur of een huisbezoek. Jaarlijks krijgen ongeveer 65 mantelzorgers individuele ondersteuning.
Ook voor de jonge mantelzorgers (18-) is aandacht: voor deze doelgroep is er om de week een inloopmoment of activiteit. Er zijn signalen van inwoners en partners dat er behoefte is aan meer ondersteuning voor mantelzorgers buiten kantooruren. Deze ondersteuning bestaat uit iemand die advies en informatie geeft, of de zorgtaken even over kan nemen zodat mantelzorgers ook in de avonden en weekenden iets voor zichzelf kunnen doen.
Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Inhoudelijke toelichting volgt in hoofdstuk 3. Pagina 8
Koersbrief Wmo 2024
Er zijn vier ontmoetingscentra dementie, waarvan jaarlijks ruim 200 inwoners gebruik maken. Er wordt gewerkt aan extra ontmoetingscentra voor dementie, om de toekomstige stijging van het aantal mensen met dementie aan te kunnen. Een van deze ontmoetingscentra wordt een Odensehuis. Een Odensehuis biedt een ontmoetingsplek, informatie en advies voor mensen met (beginnende) dementie, hun mantelzorgers, familie, vrienden en het brede publiek. Het speciale aan een Odensehuis is dat de participanten (mensen met dementie, mantelzorgers en vrijwilligers) gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor het draaiende houden van het huis en de activiteiten. Een professional is alleen verantwoordelijk voor de facilitering en coördinatie. De welzijnspartners die de ontmoetingscentra organiseren, geven aan dat de complexiteit en zorgzwaarte van de inwoners die er komen de afgelopen jaren steeds verder toeneemt en dit voor knelpunten zorgt. In Leidschendam-Voorburg wordt de inzet op vrijwilligerswerk gecoördineerd door LVvoorElkaar. Op het digitale platform van LVvoorElkaar zijn ongeveer 150 organisaties actief. LVvoorElkaar geeft aan dat het aantal vrijwilligers daalt en dat zij daarom steeds intensiever in moeten zetten op promotie. Dit gebeurt op verschillende manieren, zoals het organiseren van een vrijwilligersmarkt, publiciteitscampagnes en advertenties op diverse kanalen.
Er is in de wijk- en dienstencentra, vervoer en de sociaal juridische dienstverlening vele honderden vrijwilligers actief.
$
Koers: Leidschendam-Voorburg is een solidaire en inclusieve gemeente
Voor het opbouwwerk is in Leidschendam-Voorburg op dit moment iets meer dan 3fte beschikbaar. Als inwoners activiteiten willen uitvoeren, kunnen opbouwwerkers adviseren, helpen en coördineren. 3fte in de gehele gemeente betekent dat elke opbouwwerker een groot werkgebied heeft. Er zijn signalen dat de werkdruk te hoog is om alle inwoners te kunnen ondersteunen. Er is daarom op dit moment uit tijdelijke middelen (IZA, GALA) 1 fte extra ingezet. De gemeente kent diverse wijk- en dienstencentra, zoals de Plint, de Groene Loper, Dobbelaan 4 en het Dorpspunt. Het is belangrijk om laagdrempelige en voor iedere inwoner toegankelijke locaties te hebben waar activiteiten kunnen worden uitgevoerd en inwoners elkaar kunnen ontmoeten. De wijk- en dienstencentra worden niet door de gemeente beheerd, maar door lokale partners. De locaties worden gebruikt door de lokale partners die ze exploiteren, maar ook verhuurd aan andere partners uit de gemeente. De wijk- en dienstencentra in de gemeente zijn gedeeltelijk in bezit van de gemeente en worden gedeeltelijk gehuurd. Een deel van de locaties heeft achterstallig onderhoud, dit zijn locaties in bezit of gehuurd van de gemeente. De partners ervaren hierdoor onder andere hoge energielasten en kunnen de ruimtes niet zo gebruiken als gewenst.
Partners proberen hier zelf zo goed mogelijk oplossingen voor te vinden door bijvoorbeeld fondsen aan te schrijven. Ook wordt de afgelopen jaren steeds duidelijker dat de financiële lasten van de locaties steeds zwaarder worden om te dragen door de partners.
$
In deze koers wordt ingezet op het versterken van de sociale cohesie in de gemeente. Inwoners voelen zich betrokken en ervaren minder belemmeringen om mee te doen in de samenleving. Onder deze koers valt het versterken van sociale vaardigheden, het opbouwwerk en alle fysieke ontmoetingslocaties in de gemeente. Ook valt hier inzet op eenzaamheid, lotgenoten, inwonersinitiatieven en de waardering voor mantelzorgers en vrijwilligers onder. Vanuit tijdelijke landelijke programma’s (IZA, GALA) is er extra inzet op het versterken van het opbouwwerk, eenzaamheid en een gezonde buurt.
oers: Inwoners die hulp nodig K hebben, krijgen de juiste hulp op tijd
Deze koers zet in op de toeleiding naar de juiste hulp. Dit is voor zowel het voorliggende veld als het maatwerk. Kwalitatief goede en rechtmatige hulp evenals effectieve ondersteuning is binnen deze koers belangrijk. Onder deze koers valt de verbinding tussen partners en de gemeente en de toegang naar zorg en onder steuning. Het individuele maatwerk, de onafhankelijke cliëntondersteuning, veiligheid (meldpunt huiselijk geweld) en activiteiten zoals welzijn op recept en de praktijkondersteuning huisarts sociaal (POH-Sociaal). Vanuit tijdelijke landelijke programma’s (IZA, GALA) is extra inzet op Welzijn op Recept en onderzoek naar de POH-Sociaal.
Pagina 9
Koersbrief Wmo 2024
op de arbeidsmarkt. Ook geven de partners aan dat er financiële krapte is door de stijging in het aantal contactverzoeken. Of deze financiële krapte blijvend is hangt onder meer af van exogene ontwikkelingen zoals corona en de oorlog in Oekraïne. Het is daardoor lastig in te schatten. Een ander knelpunt is dat het SSP altijd ‘te gast’ is op een locatie en geen eigen plek heeft. Hierdoor is er een beperkte zichtbaarheid en soms onvoldoende privacy om gesprekken met inwoners te voeren.
Welzijn op recept Welzijn op Recept is een bewezen effectieve interventie. Het is een alternatief voor mensen met psychosociale klachten. Klachten als vermoeidheid, pijn in de nek, maar ook stress, angst en somberheid hebben lang niet altijd een medische oorzaak. Vaak spelen onderliggende sociaal maatschappelijke problemen een rol, zoals overlijden van een partner, verlies van werk, eenzaamheid etc. In plaats van medicatie voor te schrijven, verwijst de huisarts deze patiënten door naar een welzijnscoach.
Het Sociaal Service Punt (SSP), wordt door vier partners gezamenlijk uitgevoerd en is voor de Wmo een startpunt in het voorliggend veld evenals een toegangspunt voor het individuele maatwerk. Het SSP is op diverse manieren laagdrempelig bereikbaar. Digitaal, telefonisch, fysiek met inloopspreekuren en indien nodig komen ze op huisbezoek. Het SSP wordt gefinancierd vanuit Wmo-budget, maar het is voor alle inwoners van de gemeente met vragen op sociaal gebied. De vragen bij het SSP zijn dan ook erg divers en gaan veel verder dan alleen de Wmo, maar vanwege het ontbreken van een registratiesysteem is niet exact te zeggen welke vragen er komen. Vanuit de partners horen we dat de meerderheid van de vragen echter financieel gerelateerd zijn. Wel wordt bijgehouden hoeveel vragen er binnen komen en dit zijn er elk jaar meer. In 2020 waren er rond de 2.900 contactmomenten; in 2022 waren dit er al 4.900. Het SSP geeft aan dat deze stijging komt door de toename in armoedeproblematiek, voortschrijdende digitalisering, afname in vertrouwen in de overheid, instituties en hulpverlening, woningnood en krapte
De Sociale Kaart is een website voor alle inwoners waarop een overzicht staat van alle activiteiten en alle mogelijkheden voor hulp in het dagelijks leven. Het SSP onderhoudt de website. De sociale kaart wordt beheerd door Bibliotheek aan de Vliet, omdat het SSP niet de digitale mogelijkheden heeft voor een website. De afgelopen jaren was er door beperkte financiële middelen onvoldoende mogelijkheid de kaart goed bij te houden en door te ontwikkelen. Onder het individueel maatwerk vallen Woonen vervoersvoorzieningen en Rolstoelen (WVR), Huishoudelijke Ondersteuning (HO), en Begeleiding. De raad wordt jaarlijks geïnformeerd over de ontwikkelingen in de maatwerkvoorzieningen. Ook Beschermd Wonen is een maatwerkvoorziening, dit wordt vooralsnog uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Wmo maatwerkvoorzieningen neemt jaarlijks toe. De grootste stijging is te zien na de invoering van de vaste eigen bijdrage in 2019. De lichtere stijging in de hierop volgende jaren heeft onder andere te maken met een natuurlijke stijging van het aantal cliënten (vergrijzing).
5000 Aantal Wmo cliënten per jaar (pagina 10) en per hoofdgroep (pagina 11). 4500
4000
3500
3000 2018
2019
2020
2021
Pagina 10
2022
2023
Koersbrief Wmo 2024
Hoofdgroepen
Begeleiding
Hulp bij het huishouden
WVR (wonen, vervoer, rolstoel)
2500
2000
1500
1000 2018
2019
2020
2021
2022
2023
NB: het totaal aantal cliënten met een Wmo-voorziening is lager dan de aantallen van de drie soorten voorziening bij elkaar opgeteld (zie onderste grafiek). Een inwoner kan gebruik maken van meerdere voorzieningen.
Ook de uitgaven voor de Wmo stijgen jaarlijks. Dit komt niet alleen door het stijgende aantal cliënten, maar ook door stijgende lonen en tarieven. Toch heeft de gemeente de kostenstijging tot nu toe weten te beperken, in vergelijking met andere gemeenten is deze relatief laag gebleven. Dit blijkt uit een vergelijking met gemeenten die qua omvang en bevolkingssamenstelling lijken op LeidschendamVoorburg (zie grafiek hieronder). Deels komt dit doordat Leidschendam-Voorburg de toegang niet extern heeft belegd maar in huis heeft georganiseerd waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn2. Onderzoek toonde aan dat er geen verband is tussen klanttevredenheid en de relatief lage uitgaven bij Leidschendam-Voorburg3. Deels komt de relatief beperkte kostenstijging doordat niet alle kosten in
de afgelopen jaren volledig zijn geïndexeerd. WVR en begeleiding zijn wel opnieuw aanbesteed en ingekocht, wat kostenverhogingen met zich heeft meebracht. Wat betreft HO moet LeidschendamVoorburg nog een inhaalslag maken, een inhaalslag die andere gemeenten al wel hebben gemaakt. Toch is de verwachting dat de gemeente zelfs met deze ‘reparatie’ lager in Wmo-kosten blijft dan vergelijkbare gemeenten. Dat Krimpen aan den IJssel ook relatief lage kosten heeft, komt doordat zij jarenlang een inkomenstoets hanteerden voor HO en daarmee hogere inkomens toegang tot de HO ontzegden. De Centrale Raad van Beroep heeft hier recentelijk een einde aan gemaakt, omdat inkomen geen onderdeel mag uitmaken van een Wmo onderzoek.
Uitgaven vergelijk per 1000 inwoners 250 200 150 100 50
Kr im pe n
2017
2020
2
LPBL, Analyse Wmo-gebruik in Maassluis, 2020
3
LPBL, Uitgaven en tevredenheid in de Wmo – is er en relatie?, 2021
2021
Pagina 11
2022
Zw ijn dr ec ht
(Z H) Ri js w ijk
Ri dd er ke rk
M aa ss lu is
aa n
de n
Ijs se l Le id sc he nd am -V oo rb ur g
0
Koersbrief Wmo 2024
Hoewel de gemeente de kosten de afgelopen jaren heeft weten te beheersen, liggen er diverse knelpunten op de loer in het maatwerk. Door krapte op de arbeidsmarkt dreigen er wachtlijsten te ontstaan voor huishoudelijke ondersteuning. Door met inwoners te kijken waar aanbod beschikbaar is, is het tot nu toe gelukt om de benodigde ondersteuning te bieden. Maar de krapte op de arbeidsmarkt neemt toe en het aantal inwoners met behoefte aan HO stijgt.
Met de Regiotaxi kunnen inwoners met een Wmoindicatie collectief van deur-tot-deur reizen. De kosten voor de inwoner zijn vergelijkbaar met OV-kosten, en daarmee veel goedkoper dan een reguliere taxi. Het aantal gebruikers van de Regiotaxi stijgt jaarlijks. Opvallend is dat inwoners uit deze gemeente veel meer kilometers met de Regiotaxi reizen dan inwoners van de regiogemeenten. De reden hiervan is vooralsnog niet bekend, maar er wordt bekeken of dit onderzocht kan worden.
Bij begeleiding was er tot 2020 een trend naar steeds duurdere specialistische vormen. Na training van de consulenten in 2021 is het voorlopig gelukt deze trend te keren, hiermee leerden zij wanneer basisbegeleiding voldoet. Deze trendbreuk heeft ook een relatie met een wijziging in de Wet Langdurige zorg in 2021, waardoor inwoners met langdurige Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) problematiek ook aanspraak kunnen maken op een Wlz-indicatie en daarmee uit de Wmo stromen. Tegelijkertijd is duidelijk dat de zorgvragen en -zwaarte in de toekomst in aantal zullen toenemen en complexer worden. Dit komt onder meer door de vergrijzing, de extramuralisering (het verdwijnen van de verpleeghuizen en daarmee de zorg verplaatsen naar de eigen woning van inwoners) en de toenemende wachtlijsten in de GGZ. Bij begeleiding is er ook extra aandacht voor de jongere inwoners. De overgang van 18- naar 18+ wordt door consulenten geprobeerd zo flexibel mogelijk te laten verlopen.
Van de Wmo maatwerkcliënten4 gaf 81% aan dat zij wisten waar zij met hun hulpvraag moesten zijn. 90% had het gevoel serieus genomen te worden door de medewerker van de gemeente en 82% gaf aan dat er samen naar een oplossing gezocht is. Ook geeft 87% aan dat de ondersteuning die zij krijgen past bij de hulpvraag en even hoog percentage inwoners kan zich door de ondersteuning beter redden. Dat inwoners tevreden zijn, blijkt ook uit het lage aantal klachten (zeven in 2023) en bezwaren (acht in 2023).
Vanwege de extramuralisering en beperkte beschikbaarheid van passende woningen, worden steeds vaker complexe, dure woningaanpassingen verstrekt, zoals trapliften en badkameraanpassingen. Het in 2021 vastgestelde bestedingsplan Langer Zelfstandig Wonen zet via subsidie in op collectieve woningaanpassingen in algemene ruimten, zoals drempelaanpassingen en deuropeners. Samen met sociale verhuurders en VVE’s wordt zo geprobeerd de toegankelijkheid van wooncomplexen te verbeteren en het aantal individuele aanvragen te verminderen. Echter, door de krapte op de woningmarkt is de verwachting dat het aantal woningaanpassingen ook in de komende jaren zal blijven stijgen.
4
Cliëntervaringonderzoek, 2022 Pagina 12
3.
Koersbrief Wmo 2024
Pagina 13
Koersbrief Wmo 2024
3. Ontwikkelingen Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen Nederland verandert, net als de inwoners van Leidschendam-Voorburg. Deze veranderingen hebben gevolgen voor zowel de vraag naar zorg en ondersteuning als het aanbod hiervan. De meeste veranderingen kwamen in het voorgaande hoofdstuk al aan de orde, aangezien de gevolgen hiervan nu al te zien zijn. Toenemende vergrijzing en dementie Inwoners van Nederland en dus ook van Leidschendam-Voorburg, worden steeds ouder. Niet alleen de leeftijd neemt toe, maar ook het aantal ouderen. In Leidschendam-Voorburg woonden in 2023 ongeveer 5000 80-plussers, naar verwachting zal dit aantal in 2050 ruim verdubbeld5 zijn. Omdat de inwoners steeds ouder worden, zullen ook ziektebeelden, zoals dementie, vaker voorkomen. In Leidschendam-Voorburg wordt verwacht dat het aantal inwoners met dementie bijna verdubbelt, van 1700 in 2023 naar 3300 inwoners in 20506. In 2023 heeft de gemeente een dementiescan laten uitvoeren, hieruit blijkt dat er op de meeste punten al goed wordt ingespeeld op deze doelgroep. Echter gezien de stijging van het aantal mensen met dementie, blijft voldoende zorg en ondersteuning een grote uitdaging. Extramurale zorg Ruim 10 jaar geleden werd door het Rijk besloten dat zorg steeds meer extramuraal moest plaatsvinden. Inwoners moeten langer thuis blijven wonen en verpleeghuizen werden gesloten.
Zorg en ondersteuning is daardoor anders ingericht en er wordt meer verwacht van het netwerk en de leefomgeving rondom de inwoner. De zorg wordt aan huis gegeven en de inwoner is afhankelijker geworden van de faciliteiten en activiteiten in de directe omgeving. De Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen (ANBO) stelt dat ouderen het zelf ook prettig vinden om langer thuis te wonen en niet terug willen naar de verpleeghuizen. De extramuralisering leeft op dit moment wel op gespannen voet met de
uitvoerbaarheid van zorg. De overheid wil dat de zorg betaalbaar en beschikbaar blijft voor iedereen, maar de vraag naar zorg blijft toenemen. Toenemende zorgvraag Door de vergrijzing neemt het aantal zorg- en ondersteuningsvragen toe, ook in deze gemeente. Prognoses voor 2050 laten een alarmerend beeld zien. Maar de gevolgen zijn ook nu al volop te zien. In 2022 werd voorspeld dat het cliëntaantal voor maatwerkvoorzieningen in deze gemeente in de aankomende vijf jaar met 10% stijgt7. Om de zorg en ondersteuning te kunnen leveren is veel personeel nodig. Hiervoor wordt gekeken naar de grijze druk. Grijze druk is het aantal ouderen (65+) dat moet worden onderhouden door de werkenden (20-64 jaar) in een populatie. Het CBS geeft aan dat vanaf 2021 het aantal 40 tot 70 jarigen zal krimpen. Dit terwijl het aantal 75-plussers juist met 1,6 miljoen toeneemt. Er zullen naar verwachting dus te weinig werkende mensen zijn om al deze ouderen van zorg en ondersteuning te kunnen voorzien. In Leidschendam-Voorburg is de grijze druk hoger dan gemiddeld in Nederland. Dit betekent dat de uitdaging om alle inwoners van zorg en ondersteuning te voorzien nog groter is. 50 Grijze druk 40 30 20 10 0
2002
2007 Nederland
2012
2017
2022
Leidschendam-Voorburg
Grotere druk op mantelzorgers Circa 14% van de volwassen inwoners van Leidschendam is mantelzorger. Het aantal mantelzorgers is al jaren redelijk stabiel en ligt gemiddeld iets hoger dan in andere gemeenten8. Landelijk onderzoek van het Rijksinstituut voor
5
Primos Prognose, 2023
6
Factsheet cijfers en feiten over dementie, Alzheimer Nederland
7
VNG Wmo Voorspelmodel
8
https://www.waarstaatjegemeente.nl/viewer?workspace_guid=f5bab90e-d792-4b86-ba91-9c5eb80ed5fc Pagina 14
Koersbrief Wmo 2024
Volksgezondheid en Milieu (RIVM) laat zien dat de vraag naar mantelzorgers onder 65-plussers de komende jaren met 70% zal stijgen.
in en besteden het meeste aantal uren aan het vrijwilligerswerk. De meeste vrijwilligers zijn 35 tot 55 jarigen en 65 tot 75 jarigen.
Aantal ontvangers van mantelzorg van 65 jaar en ouder 800.000 700.000 600.000 500.000 400.000 300.000
85 jaar en ouder 80 – 84 jaar 75 – 79 jaar 70 – 74 jaar 65 – 69 jaar
200.000 100.000 0
2020
2040
Mantelzorgers hebben behoefte aan een betere erkenning als mantelzorger. Daarnaast hebben ze vooral behoefte aan vereenvoudiging van het vinden en regelen van zorg en ondersteuning9. Ook willen mantelzorgers weten waar ze terecht kunnen als ze het zelf niet meer redden en moet er aandacht zijn voor hun eigen gezondheid. De overheid heeft met het wettelijk verplicht stellen van de mantelzorgwaardering het belang van mantelzorg onderstreept. Dit gaat de komende jaren alleen maar belangrijker worden. Vrijwilligers: veranderingen in vraag en aanbod Vrijwilligers zijn van onschatbare waarde voor goede zorg en ondersteuning aan cliënten en hun mantelzorgers. Onderzoek laat zien dat vrijwilligers een goede aanvulling zijn op professionele zorg en ondersteuning10. Vrijwilligers zorgen ervoor dat er meer aandacht is voor de mens, professionals meer tijd hebben voor de inwoner en minder werkdruk ervaren. Mantelzorgers en familieleden voelen zich juist meer gesteund. Vrijwilligers in de zorg dragen bij aan een meer betrokken en gezonde samenleving. Vrijwilligerszorg om de taken van mantelzorgers of professionals te verlichten kent verschillende vormen, denk aan maatjes voor mensen met psychische problemen, vrijwillige thuishulp of buddyzorg. Het CBS stelt dat van alle type vrijwilligers, de vrijwilligers in de zorg het vaakst actief zijn. Zij zetten zich wekelijks of maandelijks
Het beroep op vrijwilligersorganisaties is toegenomen en tegelijk wordt de uitvoering van het vrijwilligerswerk veelomvattender. Zorgorganisatie Humanitas heeft hier onderzoek naar gedaan11. Hulp aan vastgelopen volwassenen wordt vooral complexer, de zorgvraag is minder snel op te lossen en er zijn vaker problemen op meerdere levensgebieden tegelijk. Humanitas geeft aan dat dit te maken heeft met de terugtrekkende overheid en de grotere druk op inwoners. Ook de Nederlandse Organisatie voor Vrijwilligerswerk ziet deze trend. Landelijk loopt het aantal vrijwilligers al jaren terug, ook in Leidschendam-Voorburg is dit het geval12. De terugval door corona lijkt zich wel weer te stabili seren in 2023. % inwoners dat vrijwilligerswerk doet 30% 20% 10% 0%
2016
2020
2022
Leidschendam-Voorburg
Regio Haaglanden
Onderzoek laat zien dat waarden als solidariteit, anderen helpen en een steentje bijdragen, belangrijke drijfveren zijn voor het doen van vrijwilligerswerk13. Deze plichtsgetrouwe waarden zijn typerend voor oudere generaties. Om ervoor te zorgen dat er ook in de toekomst nog genoeg vrijwilligers zijn, is het nodig aan te passen aan de drijfveren van de jongere generaties. Jonge vrijwilligers willen onder andere erkenning, persoonlijke ontwikkeling en nieuwe vaardigheden leren. Er is dus zeker potentie voor de toekomst14. Een kanttekening is dat vrijwilligers wel willen bijdragen, maar zich hier niet voor langere tijd aan willen committeren. Hier zal rekening mee gehouden moeten worden.
9
Werkende mantelzorgers van ouderen, RIVM, 2021
10
De waarde van preventie in een veranderend sociaal domein, Hogeschool van Amsterdam, 2021
11
Hulpvraag steeds complexer, Humanitas
12
Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022, GGD Haaglanden
13
Vrijwilligerswerk is uit. Je wel eens vrijwillig inzetten is in, Platform Vrijwilliger Inzet, 2023
14
Vrijwilligerswerk in Nederland 2023: trends, uitdagingen en kansen, blog deedmob.com, 2023 Pagina 15
Koersbrief Wmo 2024
Individualisering en eenzaamheid De maatschappij is al vele jaren aan het veranderen. Sociale en maatschappelijke participatie heeft andere vormen gekregen, de mentaliteit van de samenleving verandert15. Onderstaand figuur laat een weergave zien van een onderzoek van Motivaction naar deze veranderingen. Verdeling Mentality over generaties
Gemaksgeoriënteerden Postmoderne hedonisten Kosmopolieten Traditionele burgerij Nieuwe conservatieven Postmaterialisten Opwaarts mobielen Moderne burgerij
19%
22%
13%
12%
9%
7%
14%
7% 10%
23%
10%
10%
22%
32%
38%
25%
21%
7%
19%
12% 9% 14%
7% 6% 7% 12%
9% 10%
9%
4% 3%
1% 2%
Vo o
roo
13%
8% 5%
9%
26% 3% 3% 2%
11%
26% 4% 4% 2%
13%
15%
16%
13%
20%
24%
Individualisme
Plichtsbesef
12% 14%
Ge Gr V Pr Pr ag ote erlo en nZ ma ze re st . loz tis era gene n ge eg c n h r tie era en eg at en ie e en tie era era ratie tie tie
St ill
rlo
10%
16%
eg
gs
eg
Veranderende woningmarkt Het stijgende aantal alleenstaanden en daarmee het groeiende aantal huishoudens leidt tot een zeer krappe woningmarkt. Dit wordt versterkt doordat ouderen, die bovendien steeds ouder worden, niet meer doorstromen naar verpleeghuizen. Het beperkte aantal beschikbare woningen, maakt ook dat inwoners niet makkelijk kunnen verhuizen naar een geschiktere woning als er onverwachts beperkingen ontstaan. Dit betekent dat inwoners zich moeten voorbereiden op hun oude dag en dat de verwachting is dat het aantal woningaanpassingen zal toenemen.
en
Uiteraard zijn de generaties en de typeringen in bovenstaand figuur een versimpelde weergave van de werkelijkheid. Het laat wel zien hoe de samenleving langzaamaan verandert, van meer plichtsbesef naar een meer individualistische samenleving. Sociale contacten zijn even belangrijk gebleven door de generaties heen, maar zijn veranderd van vorm. Voor de jongere generaties vinden deze steeds meer online plaats. Hierdoor kunnen gevoelens van eenzaamheid toenemen. Eenzaamheid is een risico voor stemmings- en angstklachten. Eenzaamheid speelt niet alleen onder ouderen. In LeidschendamVoorburg komt eenzaamheid het vaakst voor onder jonge mensen van 18 tot 34 jaar.16 Zij missen emotionele steun, het gevoel op iemand terug te kunnen vallen. Het individualisme heeft dus een grote uitwerking op eenzaamheid.
Complexiteit van zorg- en ondersteuningsvragen In het algemeen is te zien dat de complexiteit van zorg- en ondersteuningsvragen toeneemt, zowel in het voorliggend veld als in het maatwerk. In het voorliggend veld is dit vooral zichtbaar bij de laagdrempelige dagactiviteiten voor dementie. Hier komen steeds meer inwoners met al een verder gevorderd stadium dementie. Ook van vrijwilligers komen signalen dat de complexiteit van hun werk toeneemt. Bij het maatwerk is te zien dat consulenten steeds vaker inwoners tegen komen die meerdere ondersteuningsvragen tegelijk hebben. Ook zijn er steeds vaker meldingen van ggz cliënten waarvan de ondersteuningsvraag nog niet helder is en dit samen onderzocht moet worden. Niet alleen vraagt dit andere vaardigheden van de consulenten; het betekent ook dat er meer tijd nodig is voor de afhandeling van een ondersteuningsvraag. Vanaf 2025 krijgt de gemeente een rol in de toeleiding van inwoners naar beschermd wonen. De verwachting is dat hierdoor het aantal complexe GGZ-cliënten verder zal toenemen.
Rijksoverheid en juridische grondslagen Niet alleen demografisch en maatschappelijk verandert er veel, ook de overheid heeft sinds de Wmo 2015 is gestart diverse wijzigingen doorgevoerd. Alleen de belangrijkste wijzigingen zijn hieronder vermeld.
% inwoners dat emotionele steun mist 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 18-34 jaar
35-49 jaar
50-64 jaar
Leidschendam-Voorburg
65-74 jaar 75 jaar en ouder
Regio Haaglanden
Reële prijs en tarieven Sinds 2007 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het uitvoeren van huishoudelijke ondersteuning. Sinds de overgang van het Rijk naar gemeenten is de gemiddelde vergoeding die gemeenten en aanbieders overeen zijn gekomen, gedaald.
15
Mentality Waarden- en trendonderzoek, Motivaction
16
Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022, GGD Haaglanden Pagina 16
Koersbrief Wmo 2024
Het Rijk meende dat prijzen konden dalen door efficiëntieslagen door te voeren. Aanbieders geven echter aan dat de kwaliteit en continuïteit in het gedrang komt. De staatssecretaris heeft daarom in 2017 de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Reële prijs opgesteld. Dit betekent dat het college verplicht is voor diensten door derden een reële prijs te berekenen, zodat kwaliteit en continuïteit gewaarborgd blijven. Leidschendam-Voorburg had bij de invoering van de AMvB, reële prijzen voor het aanbod. Daarna is niet meer onderzocht of er nog steeds sprake is van reële prijzen. Voor begeleiding is in 2023 een nieuwe inkoop uitgevoerd, waarin deze maatregel is meegenomen. Voor huishoudelijke ondersteuning loopt het contract uit 2015 nog en wordt momenteel onderzocht of aan de maatregel wordt voldaan. Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uitspraken gedaan over een minimumtarief voor informeel Persoons gebonden budget (Pgb). Dit is het tarief voor zorg die wordt gegeven door een niet-professional zoals bijvoorbeeld familie, vrienden, buren of kennissen. Dit betekent dat LeidschendamVoorburg ook de Pgb-tarieven moet onderzoeken, wat eveneens gevolgen kan hebben voor de uitgaven in het maatwerk.
remmend effect eruit zal zien bij de hoge inkomens en op welke termijn is de vraag. Aangezien de gemeente het regelt, het financieel weinig scheelt of zelfs helemaal niet bij meerdere voorzieningen, is het dus niet erg aantrekkelijk om het zelf te regelen18. Het plan voor de eigen bijdrage is nog niet behandeld door de Tweede en Eerste kamer. Met de huidige kabinetssituatie, is het dan ook goed voor te stellen dat dit plan pas later dan in 2026 tot uitvoering zal worden gebracht.
Eigen bijdrage 2026 Vóór 2019 gold een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor Wmo-maatwerkvoorzieningen. In 2019 besloot het Rijk dit om te zetten naar een vast maandbedrag ongeacht het inkomen (nu, €20,60 per maand). Dit leidde tot een flinke toename in gebruik van Wmo voorzieningen. Het Rijk streeft ernaar om per 1 januari 2026 weer een inkomensafhankelijk eigen bijdrage in te voeren. Het plan is niet vergelijkbaar met de inkomensafhankelijke eigen bijdrage van vóór 2019. In het huidige plan zullen inwoners met een inkomen onder 185% van het sociaal minimum nog altijd een vaste eigen bijdrage betalen. Inwoners met een hoger inkomen gaan getrapt meer betalen: hoe hoger het inkomen, des te hoger de eigen bijdrage. Het nieuwe plan gaat echter uit van een maximale eigen bijdrage van €25517. Het opnieuw invoeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage kan mogelijk een remmend effect hebben op de instroom van nieuwe Wmo cliënten. Positief is dat lage inkomens nog altijd voor een vast bedrag ondersteuning ontvangen. Maar hoe het
Route naar preventie door het Rijk: IZA en GALA Het Rijk onderkent de opgave die er op het Nederlandse zorgsysteem afkomt. Mensen worden steeds ouder en de personeelstekorten nemen toe. Om te zorgen dat de zorg ook in de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar blijft, heeft het ministerie van VWS samen met ziekenhuizen, de geestelijk gezondheidszorg en de ouderenzorg in het najaar van 2022 het Integraal Zorgakkoord (IZA) opgesteld. Omdat de opgave breder is, heeft het ministerie van VWS met gemeenten en zorgverzekeraars in het voorjaar van 2023 het Gezond en Actief leven Akkoord (GALA) ondertekend. Dit akkoord richt zich op preventie met als doel een gezondere bevolking in 2040. Beide akkoorden zijn gericht op een verbeterde samenwerking tussen alle samenwerkende zorginstanties en op vitaler en gezonder oud worden. Gemeenten hebben, op grond van de Wmo, de wettelijke opdracht de sociale samenhang in wijken en buurten te versterken, om een bijdrage te leveren aan demedicalisering: minder snel een beroep doen op formele zorg. Dit kan met inzet van mantelzorgers, vrijwilligers, het
Beëindigen openeinde regeling In de voorjaarsnota van 2024 heeft het demissionaire kabinet aangegeven afspraken te gaan maken met gemeenten om het openeinde-deel van de financiering van de Wmo te beëindigen. In de toekomst gaat een deel van de financiering niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds. Er komt een aparte geoormerkte financiering voor Wmo. Het is nog onbekend om welk deel het precies gaat en wat de financiële gevolgen hiervan zijn. Op dit moment is een werkgroep van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties (BZK), het ministerie van Financiën en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) bezig hier verder vorm aan te geven.
17
Wordt de maximale eigen bijdrage bij 1 voorziening bereikt, dan zal een 2e voorziening geen extra kosten met zich meebrengen.
18
Overheid.nl | Consultatie Wet afschaffing abonnementstarief Wmo 2015, reactie (internetconsultatie.nl) Pagina 17
Koersbrief Wmo 2024
brede welzijnswerk en het ondersteunen van buurten burgerinitiatieven. De GALA- en IZA-akkoorden geven hier alvast richting en een financiële impuls aan, met het verzoek richting gemeenten hier zelf ook verder op in te zetten.
Conclusie Het college concludeert dat er vele uitdagingen op deze gemeente en de Wmo afkomen. Vooral het toenemend aantal ouderen op hoge leeftijd, de daarbij behorende ziektebeelden en extra (complexe) zorgvragen, tezamen met toenemende personeelstekorten gaan voor uitdagingen zorgen. De druk op mantelzorgers en vrijwilligers zal verder toenemen. Er zullen zich op alle vlakken van de Wmo zowel in het voorliggende veld als in het maatwerk meer mensen gaan melden en tegelijkertijd zal het lastiger worden om professionals te vinden die deze mensen van zorg en ondersteuning gaan voorzien. De financiële vraagstukken, als gevolg van de AMvB Reële prijs en de jurisprudentie maken ook zeker deel uit van de uitdaging als geheel. Dit alles zorgt voor de wens op gerichte maatregelen om hierop in te spelen.
Pagina 18
4.
Koersbrief Wmo 2024
Pagina 19
Koersbrief Wmo 2024
4. Naar een nieuw beleid Alle bovenstaande ontwikkelingen vragen om een nieuwe koers. Bij gelijkblijvend beleid is de kans groot dat de Wmo in Leidschendam-Voorburg vastloopt. De kans dat er wachtlijsten komen of een tijdelijk zorgstop is groot. Hierdoor kan er niet meer gegarandeerd worden dat er altijd ondersteuning is voor de meest kwetsbare inwoners. Een toename van het aantal gebruikers van de Wmo kan niet worden voorkomen. Wel kan er worden ingezet op beperking van de kostenstijging, vereenvoudigen van het gehele Wmo systeem en het robuuster maken van het voorliggende veld. Dit vraagt om een toekomstbesteding stelsel waarin zorgverlening, welzijn en samenredzaamheid door inwonersinitiatieven elkaar versterken. Uitgangspunt voor het nieuwe beleidsplan is de volgende visie: Inwoners zijn zelfredzaam. Zij wonen zo lang en plezierig mogelijk thuis en doen zoveel mogelijk mee in de samenleving. Hulp en ondersteuning hierbij wordt in eerste instantie zelf en binnen de omgeving geregeld. Als het zelf niet lukt, biedt de gemeente passende ondersteuning. Behoud van eigen regie en ondersteuning van de zelfredzaamheid staan hierin centraal.
Om deze visie vorm te geven, wordt ingezet op 5 hoofdthema’s. 1. Inwoner houdt zo lang mogelijk regie 2. Maatschappelijke kracht 3. Best passende hulp 4. Bewustwording 5. Toekomstbesteding stelsel Hieronder worden de thema’s verder toegelicht en aangegeven welke richting hierbij wordt gekozen.
1.
Inwoner houdt zo lang mogelijk regie
Wat wil ik? Dat is de kernvraag rondom eigen regie. Bij eigen regie gaat het erom dat mensen hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen en dat de ondersteuning daarop aansluit. Bij eigen regie staat eigenaarschap voorop, de inwoner is degene die achter het stuur zit. Ook al kan de inwoner niet alles zelf doen, hij of zij heeft een bepalende stem
in de richting die gekozen wordt. Eigen regie, met keuzes gebaseerd op de eigen waarden en drijfveren, is belangrijk voor inwoners. Eigen regie en keuzes van de inwoner kunnen uiteindelijk leiden tot meer duurzame oplossingen, omdat deze beter passen bij de belevingswereld van de inwoner. Van inwoners wordt verwacht dat zij, waar mogelijk, hun eigen zorg en ondersteuning regelen. Tegelijkertijd is er steeds meer mogelijk, zijn er meer keuzes en wordt het daarmee ook complexer. Om goede keuzes en beslissingen te kunnen maken, moet de inwoner (en het netwerk) snel, goede en heldere informatie ter beschikking hebben. Ook is het belangrijk dat inwoners weten wat ze willen, wat er van ze verwacht wordt, wat de mogelijkheden zijn en waar ze terecht kunnen als er toch ondersteuning noodzakelijk is. In het nieuwe beleidsplan zal dan ook ingezet worden op een goede informatievoorziening onder andere door een goede sociale kaart. Regie is niet alleen een zaak voor de inwoner die zorg of ondersteuning nodig heeft, maar ook voor het netwerk. Het netwerk wordt steeds belangrijker. Als de inwoner zelf de regie (tijdelijk) niet meer kan behouden, is het netwerk de eerst volgende schakel. Daarom is er steeds meer noodzaak om ook hier ook te zorgen voor een goede fundering.
Het netwerk moet de regie kunnen overnemen, ondersteund worden bij de regie of weten waar het naartoe kan als het echt niet meer gaat. Om zowel de inwoner als het netwerk te onder steunen, wordt binnen dit thema op alle vlakken gekeken waar het eenvoudiger kan. Voorbeelden hiervan zijn processen simpeler of korter maken en heldere informatie verstrekken. Waar kan aan worden gedacht? • Een heldere sociale kaart die bij inwoners bekend is, waarop zowel inwoner als professional snel goede en concrete informatie kan vinden. Informatie over hoe ondersteuning te regelen en over waar je terecht kunt als het niet lukt. • Menselijk contact: een goede telefonische bereikbaarheid van zowel gemeente als het Sociaal Service Punt, waar inwoners hun vragen kunnen stellen en persoonlijk antwoord kunnen verwachten.
Pagina 20
Koersbrief Wmo 2024
2.
Maatschappelijke kracht
huidige drukke maatschappij structureel vastleggen voor een vast aantal uren vrijwilligerswerk. Er wordt daarom ingezet op flexibel vrijwilligerswerk voor en door inwoners. Inwoners kunnen elkaar als ‘buren’ dan eenmalig of enkele keren per jaar ondersteunen. Met deze extra inzet wordt geprobeerd meer vrijwilligers te vinden en bestaande vrijwilligers te behouden.
Het toenemend aantal zorg- en ondersteunings vragen die de komende jaren worden verwacht, zullen niet met alleen zorgprofessionals opgelost kunnen worden. Dit, omdat de groep werkende mensen de komende jaren afneemt. Maatschappelijke kracht wordt daarom steeds belangrijker. Hoe meer inwoners een ander ondersteuning kunnen bieden, hoe meer zorgen ondersteuningsvragen er samen opgelost kunnen worden. Maatschappelijke kracht ontstaat als verschillende partijen in de samenleving elkaar kunnen vinden en samen een netwerk creëren dat er is voor mensen die het nodig hebben. Dit ligt onder meer besloten in het sociale netwerk van de inwoner: familie, vrienden, buren en kennissen. Maar maatschappelijke kracht uit zich ook in vrijwilligerswerk en mantelzorg. Mantelzorgers ondersteunen inwoners in hun omgeving die langdurig ziek of gehandicapt zijn, of om een andere reden zorg nodig hebben. Het kan hierbij om allerlei taken gaan, zoals huishouden, administratie of doktersafspraken. De meeste mantelzorgers hebben, naast de uren zorg of ondersteuning die zij geven, ook nog een eigen huishouden, baan en sociaal leven. De druk op deze inwoners is groot en wordt de komende jaren groter, waardoor overbelasting een risico is. De stijging in het aantal benodigde mantelzorgers neemt fors toe, wat betekent dat de druk op de mantelzorgondersteuning ook toe zal nemen.
Het nieuwe beleidsplan heeft aandacht voor de mantelzorger in de vorm van erkenning, een goede informatievoorziening en trainingsmogelijkheden. Ook wordt ingezet op ontlasting van de mantelzorgers, zodat zij zo goed en lang als mogelijk de ondersteuning kunnen bieden aan inwoners. Andere maatschappelijke kracht kan worden gevonden in vrijwilligerswerk. Een vrijwilliger helpt anderen in georganiseerd verband. Ook vrijwilligersorganisaties zullen steeds meer verzoeken krijgen door het stijgend aantal ouderen en de daarmee samengaande zorgen ondersteuningsvragen. De veranderende samenleving zorgt daarnaast voor meer complexe vraagstukken voor vrijwilligers. In het nieuwe beleidsplan wordt dan ook ingezet op extra training van vrijwilligers om ze handvatten te geven, weerbaarder te maken en te zorgen dat ze de extra vragen aankunnen. Niet iedereen wil zich in de
Maatschappelijke kracht zit natuurlijk ook in alle inwoners die geen mantelzorg of vrijwilligerswerk uitvoeren. Iedere inwoner die zich wil inzetten voor iemand in zijn of haar wijk, buurt of straat draagt hieraan bij. Bij inlooppunten kunnen zij terecht voor vragen, informatie, activiteiten of hulp en ondersteuning. Hiermee worden zij beter gefaciliteerd om zelf ondersteuning te organiseren of dit samen met of voor een ander te doen. Deze inlooppunten zijn niet alleen voor de Wmo, maar voor allerlei beleidsterreinen. Continuïteit en kwaliteit van deze inlooppunten zijn dus voor de hele gemeente van belang. Het vraagt om visie en inzet vanuit meerdere invalshoeken, zoals de doorontwikkeling van de subsidiesystematiek, de visie op maatschappelijk vastgoed en het integraal huisvestingsplan onderwijs.. Waar kan aan worden gedacht? • Het huidige aanbod voor vrijwilligerswerk uitbreiden met een extra module voor burenhulp. Met deze ‘vraag-en-aanbod’module kunnen inwoners andere mensen uit hun omgeving incidenteel helpen met klussen in en rond het huis. Het draagt niet alleen bij aan het oplossen van ondersteuningsvragen • Er wordt extra ingezet op mantelzorgonder steuning door ondersteuning aan huis en contact met lotgenoten. • Ook worden zorgaanbieders gestimuleerd om maatschappelijke kracht zo goed mogelijk te benutten en in te zetten in hun eigen organisatie.
3.
Best passende hulp
Als de inwoner het niet meer zelf redt en ook het netwerk niet of niet voldoende kan ondersteunen, is een goede en passende oplossing nodig. Het nieuwe beleidsplan gaat hierbij uit van de inwoner: wat wil en kan de inwoner zelf? De inwoner is veel meer dan zijn of haar beperking. Door bijvoorbeeld de methode positieve gezondheid te gebruiken, kan samen met de inwoner gekeken
Pagina 21
Koersbrief Wmo 2024
worden hoe het leven zo zinvol mogelijk kan worden ingericht. Zo wordt niet alleen een oplossing voor de beperking gevonden, maar ervaart de inwoner ook kwaliteit van leven en vertrouwen in de toekomst. Belangrijk hierbij is dat als de inwoner geen of een verminderde regie heeft, het netwerk bij de gesprekken betrokken wordt. Methode positieve gezondheid De methode houdt in dat in gesprekken met de inwoner wordt besproken wat voor de inwoner centraal staat. Tijdens dit gesprek worden 6 pijlers besproken. • Lichaamsfuncties– Ik voel me gezond en fit • Mentaal welbevinden– Ik voel me vrolijk • Zingeving– Ik heb vertrouwen in mijn eigen toekomst • Kwaliteit van leven– Ik geniet van mijn leven • Meedoen– Ik heb goed contact met andere mensen • Dagelijks leven– Ik kan goed voor mezelf zorgen
De inwoner moet kunnen vertrouwen op kwalitatief goede en betrouwbare zorg- en ondersteuning. Helaas zijn er zorgaanbieders die fraude plegen. Volgens het coalitieakkoord zal de gemeente streng en rechtvaardig zijn op fraude of misbruik van voorzieningen. Dit vraagt om meer inzet op controle en fraudebestrijding van zorgaanbieders. De voorgenomen extra inzet kan meegenomen worden in het nieuwe handhavingsbeleid in 2025. Best passende hulp vraagt niet alleen om inzicht in de mogelijke hulp, maar ook om betere verbinding tussen het voorliggend veld en de gemeente die het individuele maatwerk verstrekt. Dit zodat de partners en de gemeente elkaar beter aanvullen en weten welke mogelijkheden er zijn. Waar de inwoner zich in de keten ook meldt, hij of zij moet altijd op de beste passende plek uitkomen. Daarbij wordt eerst gekeken naar passende mogelijkheden in het voorliggend veld, alvorens maatwerk in te zetten. Om nu en in de toekomst passende oplossingen te kunnen blijven bieden, is het belangrijk om goed te blijven monitoren of de behoefte en het aanbod goed op elkaar aansluiten. Naast de algemene trends en ontwikkelingen, zijn signalen van inwoners en partners hierbij van belang.
Er wordt in het nieuwe beleidsplan, even als in de aangepaste subsidiesystematiek, gekeken hoe er regelmatig onderzocht kan worden waar zwakke punten in het aanbod zichtbaar zijn en hoe hierop ingezet kan worden.
Waar kan aan worden gedacht? Met het organiseren van verbindingsbijeen komsten tussen welzijnspartners, ingekochte zorgpartners en de gemeente wordt er ingezet op organisatiekracht en een betere verbinding. De hele keten komt beter in beeld en er wordt beter gebruik gemaakt van elkaars expertise. De opgedane kennis maakt op- en afschalen van zorg beter mogelijk en zorgt dat cliënten sneller op de juiste plek terecht komen.
4.
Bewustwording
Inwoners worden steeds ouder. Dat kan voor inwoners het gevoel geven dat er minder kan, er beperktere mogelijkheden zijn en het kan meer eenzaamheid betekenen. Maar tegelijkertijd biedt het ook mogelijkheden voor nieuwe activiteiten, om nieuwe dingen te leren, nieuwe mensen te ontmoeten en te genieten van het leven. De gemeente en partners in het voorliggend veld kunnen er niet alleen voor zorgen dat alle inwoners gezond, vitaal en gelukkig oud worden. Hiervoor is ook de inwoner zelf aan zet. Het nieuwe beleidsplan zet in op bewustwording op een positieve manier. Op informeren van inwoners over de mogelijkheden om vitaal en gezond ouder te worden. Door te blijven participeren in de samenleving of zich in te zetten voor een ander. Door zich tijdig af te vragen hoe prettig en veilig wonen er nu en in de toekomst uitziet, en wat dit voor de eigen woning betekent. Elke leeftijdsgroep vraagt om een andere aanpak. Samen met inwoners, partners en de andere beleidsvelden in de gemeente wordt onderzocht waar behoeften liggen en hoe dit gefaciliteerd kan worden. Waar kan aan worden gedacht? Samen met het beleidsveld wonen onderzoeken waar mogelijkheden liggen om krachten te bundelen. Vanuit wonen wordt eveneens ingezet op langer zelfstandig wonen. Dit kan door samen de inwoners te informeren en adviseren.
Ook wordt ingezet op gemeenschappelijke aanpassingen bij collectieve woonvoorzieningen vanuit het bestedingsplan Langer zelfstandig Wonen.
Pagina 22
Koersbrief Wmo 2024
5.
Toekomstbestendig stelsel
Het is duidelijk dat veel meer inwoners gebruik zullen maken van Wmo voorzieningen, zowel van activiteiten uit het voorliggend veld als van individueel maatwerk. De hierboven genoemde thema’s dienen elk afzonderlijk een eigen doel in het verbeteren van de ondersteuning aan de inwoner. Daarnaast leveren zij ook een essentiële bijdrage aan het toekomstbestendig houden van het stelsel binnen deze gemeente. De verwachting is dat de maatregelen die binnen deze thema’s vallen onvoldoende zijn om het stelsel in de toekomst houdbaar te houden. Als de noodzakelijke zorg en ondersteuning ook in de toekomst beschikbaar moeten blijven voor de meest kwetsbare inwoners, moeten meer maatregelen worden genomen. Maatregelen die het stelsel sociaal, werkbaar en financieel houdbaar houden. Een van de maatregelen is vereenvoudiging. Inwoners waarvan bekend is dat zij hun leven lang individueel maatwerk nodig hebben, moeten indicaties voor lange of onbepaalde tijd ontvangen. Ook wordt de manier van onderzoek voor bepaalde meldingen veranderd (zie kader). Vereenvoudiging betekent ook helderheid voor de inwoner. Het moet duidelijk zijn voor welke voorzieningen zij wel of niet bij de Wmo terecht kunnen. Landelijk geldt er een regeling voor de eigen bijdrage van de Wmo. Volgens deze regeling geldt voor alle Wmo maatwerkproducten (alleen rolstoelen zijn uitgezonderd) een eigen bijdrage.
Vrijwel alle gemeenten volgen deze regeling en hebben dit in hun beleid opgenomen. De gemeente LeidschendamVoorburg gaat deze regeling volgen en opnemen in het beleid, zodat ook hier voor alle maatwerkproducten (incl. begeleiding) een eigen bijdrage gevraagd zal worden. De gemeente acht deze eigen bijdrage noodzakelijk voor de financiële haalbaarheid en een eerlijk systeem, en ondersteunt dit. Niet alleen de Wmo heeft te maken met een stijging van het aantal gebruikers, dit geldt ook voor andere wetten zoals de Wlz en Zvw. Toelating tot zorg in deze wetten wordt steeds lastiger doordat er striktere regels worden gehanteerd. Ook zorgen wachtlijsten ervoor dat inwoners ondanks een indicatie toch (nog) geen ondersteuning ontvangen. Omdat de Wlz en de Zvw een landelijke uitvoering kennen en de Wmo een gemeentelijke uitvoering is, vragen inwoners toch vaak ondersteuning bij de gemeente. In het nieuwe beleidsplan wordt erop ingezet dat ook
de gemeente strikter de regels gaat naleven. Als een inwoner volgens onderzoek bij een andere wetgeving hoort, dan wordt de inwoner hiernaar doorverwezen zonder tijdelijk eerst ondersteuning te ontvangen. De inwoner wordt gewezen op de mogelijkheid tot hulp bij een aanvraag of contact met deze andere wetgeving door een cliëntondersteuner. Wel blijft er hierbij oog voor de meest kwetsbaren, die het niet kunnen regelen of niet zonder hulp kunnen. Ook wordt er in het nieuwe beleidsplan nagedacht over de vraag welke inwoners de gemeente gaat ondersteunen als de vraag naar zorg en ondersteuning groter is dan het aanbod. Er ontstaan dan wachtlijsten. De wet Wmo geeft aan dat iedere inwoner gelijk moet worden behandeld maar hierdoor kunnen kwetsbare inwoners zonder hulp komen te zitten. Er wordt daarom gekozen om de meest kwetsbare inwoner prioriteit te geven. Hierbij kan gedacht worden aan inwoners zonder netwerk, met schulden of zware lichamelijke of psychische problemen. Of een combinatie van verschillende problemen.
Waar kan aan worden gedacht? Het proces van een maatwerkvoorziening kan vereenvoudigd worden door een telefonisch onderzoek uit te voeren in plaats van een huisbezoek. Dit kan bijvoorbeeld bij meldingen waarvan de verwachting is dat het een simpel enkelvoudig onderzoek zal worden, zoals bij een regiotaxi of een verlenging van een voorziening. Het aanpassen van een onderzoek brengt een mogelijk risico met zich mee dat er zaken gemist worden. Het zorgt echter ook voor ruimte om meer aandacht en tijd te besteden aan de meest kwetsbare inwoners.
Zoals al beschreven, is een toename van het aantal Wmo gebruikers niet te voorkomen. Er zullen zowel in het voorliggende veld als in het maatwerk meer inwoners gebruik gaan maken van voorzieningen omdat het aantal ouderen de komende jaren door de vergrijzing fors zal toenemen. Met deze verwachte stijging is ook de verwachting dat de kosten van de Wmo de komende jaren zullen blijven stijgen. Hier zitten enkele onzekere factoren in waarvan voor nu nog onbekend is hoe deze exact zullen gaan uitpakken. Het gaat dan om het onderzoek naar de tarieven in de HO, de mogelijk noodzakelijke aanpassing van bepaalde Pgb tarieven, de
Pagina 23
Koersbrief Wmo 2024
verandering van de eigen bijdrage voor de Wmo maatwerkvoorzieningen en het beëindigen van de openeinde regeling. Dit zijn exogene ontwikkelingen die voortkomen uit juridische uitspraken of beslissingen vanuit het Rijk. Deze ontwikkelingen staan daarmee in principe los van de nieuwe koers. Een toekomstbestendig stelsel is ook een betaalbaar stelsel. Bovenstaande ontwikkelingen van meer instroom en hogere tarieven geven een onvermijdelijke stijging van kosten die gevolgen hebben voor de begroting. Om enerzijds kwaliteit te kunnen blijven bieden en anderzijds instroom te kunnen remmen zodat echt alleen aanspraak wordt gedaan wanneer noodzakelijk, zien we de noodzaak voor investeringen in het voorliggend veld en aanpassingen van werkwijzen zoals beschreven. Voor financiering hiervan kijken wij allereerst naar mogelijkheden binnen de volgende budgetten: • Vanuit de GALA en IZA zijn er mogelijkheden om de komende jaren in te zetten op enkele onderdelen van het beleidsplan. • Er zijn mogelijkheden voor kleine verschuivingen van budgetten binnen het programma 6 Sociaal Domein. • Er wordt samenwerking gezocht met andere beleidsterreinen die het Wmo beleid raken, zoals wonen. De koersbrief zet in op een aantal maatregelen waarmee geprobeerd wordt een (licht) remmend effect te creëren op de toenemende zorgbehoefte.