CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3105 Bijlage 6 - Rapport Waardenstelling v4 (conceptversie)

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Informeren over mogelijkheden huisvesting raad & griffie9.563 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeentehuis Leidschendam - Voorburg Raadhuisplein 1

Analyse met waardestelling

x oktober 2023

CONCEPT 5 oktober 2023

Object gegevens

Inhoud

Raadhuis Leidschendam Raadhuisplein 1 2264 BP Leidschendam

pag.

Hoofdstuk

2 3 4 4 5 6 7 12 16 17 20 23 24 25 26 27 31 38 39 40 46 48 49 50 52 52

Object gegevens Inleiding 1. Samenvatting en conclusies 2. Aanbevelingen 3. In hoofdlijnen: vier bouwfasen 4. Bouwfasen 1939 - 1981 4.1 1939 - 1941: Kropholler I 4.2 1953 - 1956: Kropholler II 4.3 1956: Kropholler III 4.4 1959 1961: Kropholler IV 4.5 1969: Kranendonk I 4.6 1970 (?): Kropholler V 4.7 Plannen 1975 4.8 1976: Kranendonk II 4.9 1977: Kranendonk III 4.10 1977: Kranendonk IV 4.11 1978 - 1981: Kranendonk V 4.12 1954 versus 1981 5. 2009: Studie NERA / BAM 6. Bouwfase 2015 6.1 2015: Ingrepen in het Raadhuis uit 1941 7.1 Vergelijking 1: Noordwijkerhout 7.2 Vergelijking 2: Valkenswaard 8. Waardering 9. Bronnen Colofon

Kadastraal: Veur B 4122 Status: Rijksmonument inschrijving register: 11 november 1998 Monument nummers: complex: 510317 raadhuis: 510318 lantaarnpalen: 510319

Bijlagen A B C

VB Erfgoed & Architectuur

Redengevende omschrijvingen Rijksmonumenten Over ir. A. van Kranendonk (1917 - 1991) Over R.J. Veendorp (1905-1982)

2

Inleiding In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg is dit rapport opgesteld. Aanleiding hiervoor is de planvorming voor uitbreiding van het gebouw, met onder andere een nieuwe, grotere raadzaal. Ons is gevraagd om meer inzicht te geven in de historische en architectonische ontwikkeling van dit complex, en in de factoren die hierin een rol hebben gespeeld, om zo de plannen in die context te kunnen ontwikkelen en beoordelen. Het werk van Kropholler is grotendeels bekend als architectonisch en historisch waardevol, terwijl de jongste bouwdelen, uit 1981, relatief jong zijn. In overleg is ervoor gekozen om dit rapport niet geheel als een ‘bouwhistorische verkenning’ op te zetten, maar de nadruk vooral te leggen op het beschouwen en waarderen van de verschillende bouwvolumes en de architectonische overwegingen. Details zullen hierin wel een ondersteunende rol spelen. Voor het onderzoek hebben we gebruik kunnen maken van bezichtigingen ter plaatse in september 2023, die overigens ook aansloten bij een eerder bezoek van ons bureau in 2012. Daarnaast gaven het Kropholler-archief van het NAi in Rotterdam, en het eigen archief van de gemeente - met dank aan archivaris R. Staal - veel kostbare informatie. De foto’s die niet van een noot [x] zijn voorzien, zijn gemaakt door VB erfgoed & architectuur.

Vianen, oktober 2023

* Dit rapport is opgemaakt op formaat A3, om de verschillende tekeningen goed leesbaar te maken.

VB Erfgoed & Architectuur

3

1.

Samenvatting en conclusies

Het gemeentehuis van de gemeente Leidschendam-Voorburg bestaat vandaag uit een complex dat in de afgelopen 84 jaar in stappen gegroeid is rondom de eerste kern: het raadhuis van architect A.J. Kropholler. De uitbreidingen uit 1961 en 1981 zijn tot stand gekomen na grondige onderzoeken en vormstudies, waarbij de ideeën van Kropholler steeds een grote rol hebben gespeeld: in 1961 was hij zelf ook de architect, die in de uitwerking zijn ambities stevig moest reduceren naar het mogelijke binnen de beperkte middelen, later stond ir. Van Kranenburg voor de taak zich tot het traditionalistische gebouw te verhouden; een proces dat geduurd heeft van 1969 tot 1981. De archieven in Rotterdam en Leidschendam geven een goed beeld van wat beide architecten voor ogen heeft gestaan; naast de gerealiseerde gebouwdelen, maken de ontworpen varianten duidelijk wat de prioriteiten waren, en welke mogelijkheden destijds als goed of als acceptabel werden beschouwd. Ook wat het gebouw niet is, maar had kunnen zijn, is hier van betekenis bij wat opgemerkt kan worden over deze architectuur. Het raadhuis uit 1940 is geen rationeel gebouw - verre van. Ook na 15 jaar modernistische architectuur, plaatselijk in Nederland, hielden Kropholler en zijn opdrachtgevers vast aan de anti-moderne bouwstijl die vooral soliditeit, trots en macht moet uitstralen.

Al snel werd duidelijk dat meer ruimte benodigd was: een groeiend aantal ambtenaren, en het dichtbij willen hebben van verschillende gemeentelijke diensten maakten uitbreiding wenselijk. De na-oorlogse schetsen en ontwerpen van Kropholler bouwden steeds voort op een sterk symmetrisch plan, en ook op een voortzetting van de bestaande vormentaal in baksteen en leien daken. In 1961 was er slechts financiële ruimte voor de uitvoering van een zeer beperkt deel van de grootse plannen.

Zoals Kropholler een anti-modernist was, stond Van Kranendonk kritisch tegenover het al te zakelijke, en het al te neutrale van de ‘nieuwe zakelijkheid’, die in die tijd in zijn nadagen verkeerde. Vergeleken met zijn voorganger was hij minder dogmatisch, en flexibeler in zijn ontwerpproces. Concluderend zijn er in de ontwikkeling twee lijnen te benoemen: de eerste is die van continuïteit: deze is behoudend, materieel-tactiel, en symmetrisch. niet expliciet, maar wel aanwezig is ook de rooms-katholieke ‘zuil’ die nog aanwezig was halverwege de 20e eeuw: Zowel Kropholler, Van Kranendonk, als diens leermeester Granpré Molière waren katholiek, en werkten allen ook voornamelijk voor katholieke opdrachtgevers. De tweede lijn laat een ontwikkeling zien: van de gewichtige symboliek van het raadhuis (1940), via de meer rationele vormgeving van de zijvleugels (1961), naar de achtervleugel, die niet meer meegaat met de monumentaliteit van Kropholler maar kiest voor een meer open structuur, waarbinnen ook plaats is voor grilligheden en asymmetrieën (1981). Vooral de buitenschil en de structuur van deze bouwfase zijn waardevol, de interieurs hierbinnen zijn steeds lichter en veranderlijk geweest, en niet waardevol.

Kropholler mag een grotere naam hebben dan Van Kranendonk, in de waardering gaat het niet zozeer om de naam, maar zeker ook over het kunnen aflezen van culturele opvattingen en veranderingen - in een architectonisch geheel, dat met grote aandacht tot stand is gekomen. De moderniseringen uit 2015 hebben er toe geleid dat het gebouw lichter en bruikbaarder is geworden, en de langwerpige achtervleugel beter herkenbaar is in het interieur. Wel kan betreurd worden dat toen in het oude raadhuis (1940) ook veel vloerafwerkingen vervangen zijn in witte gietvloeren, waarmee zowel de herkenbaarheid als de ‘zwaarte’ van deze eerste bouwfase juist zijn verminderd. Verder zijn zowel het raadhuis als de latere uitbreidingen nog behoorlijk gaaf.

2.

Aanbevelingen

Een nieuwe ingreep in het gebouw zal plaatsvinden in de al bestaande reeks van uitbreidingen, die zich alle op een zorgvuldig gedefinieerde manier verhouden tot het oorspronkelijke raadhuis. Wijzigingen en toevoegingen moeten gemotiveerd kunnen worden vanuit een bewust gekozen stellingname ten aanzien van de historische continuïteiten en ontwikkelingen. De plaats voor de grote binnentuin is sprekend voor de ontwerphouding van Van Kranendonk: na het voltooien van de symmetrie aan de voorgevel, achtte hij de verdere uitbreidingen als dienstbaar en ondergeschikt aan de imposante architectuur van Kropholler, en liet hij ook de achtergevel van het raadhuis - dat als kern herkenbaar zou blijven - volledig in het zicht. Kranendonk was vertrouwd met het werk van Kropholler en hij heeft in zijn uitbreidingen de monumentale en conservatieve aspecten van zijn voorganger gerespecteerd. De samenhang tussen de oudere en de jongere bouwdelen is in dit complex een op zichzelf staande kwaliteit. De achtervleugel van Kranendonk (1978-1981) valt nog buiten de rijksmonumentale bescherming, maar is als architectonische structuur zeker waardevol binnen de post-1965 (her-)waardering, bescherming als gemeentelijk monument is te overwegen. De centrale as is gedurende de gehele ontwikkeling een symmetrie-as geweest voor de hoofdopzet van het gebouw.

De keuze van Van Kranendonk om het raadhuis vrij te houden aan de centrale binnentuin, op deze as, is niet te negeren en dwingt om het nieuwe ontwerp hier op af te stemmen.

Toen Van Kranendonk de draad oppakte die Kropholler moest loslaten vanwege diens hoge leeftijd, heeft hij een tijd lang gespeeld met het loslaten van het beeld van een ‘voltooid gemeentehuis volgens het plan-Kropholler’. Plannen voor uitbreidingen los van het raadhuis, of voor asymmetrische aanbouwen, getuigen hiervan. Na de tweede wereldoorlog zijn uitingen van macht en monumentaliteit, inclusief de symmetrie, lange tijd besmet geweest. Toch is ook Van Kranendonk uiteindelijk uitgekomen op de symmetrische hoofdvorm: in het vooraanzicht volledig traditioneel, en in de achtervleugel in een lichtere eigen stijl, afwijkend van maar aansluitend bij de Kropholler-delen. Deze afwegingen zijn kernachtig weergegeven in een interview met Van Kranendonk (afb. 66).

VB Erfgoed & Architectuur

4

3.

In hoofdlijnen: vier bouwfasen

1939 - 1941

1960 - 1961: uitbreiding links

1980-1981: uitbreiding rechts en achter

2015: verduurzaming en modernisering

afb. 1: 1945 [2]

afb. 2: 1961 [2]

afb. 3: 1981 [2]

afb. 4: 2023

A.J. (Alexander Jacobus) Kropholler (1881-1973)

A.J. Kropholler i.s.m. R.J. (Reurt Jan) Veendorp (1905-1973).

Thunnissen - Van Kranendonk - Bečka

Architecten Cie. (casco) OTH (interieur, patio)

A. (Antoon) van Kranendonk (1917-1991) (Henri Thunnissen (sr.) - overleden)

André Thunnissen (1921-2014) Mik Bečka (1936- )

afb. 5 Kropholler [5]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 6: 1961: de burgemeester wordt gefeliciteerd door Kropholler bij de opening van de nieuwe vleugel [3]

afb. 7: 1981 [2]

afb. 8 2023

5

4.

Bouwfasen 1939 - 1981

De drie eerste bouwfasen globaal in beeld gebracht: Rood = 1939-1941; Kropholler Oranje = 1960-1961; Kropholler & Veendorp Geel = 1981; Thunnissen - Van Kranendonk - Bečka

afb. 9 - bouwfasen t/m 1981

VB Erfgoed & Architectuur

6

1939 - 1941: Kropholler 4.1

1939 - 1941: Kropholler I

In 1939 kreeg A.J. Kropholler opdracht voor het ontwerp van een nieuw raadhuis te Leidschendam - een nieuwe gemeente die ontstond na de in 1938 opgeheven gemeenten Veur en Stompwijk. Op dat moment had de architect, behalve kerken, scholen en woonhuizen, al vijf raadhuizen gerealiseerd, waarmee hij een solide reputatie had opgebouwd: Noordwijkerhout (1928-1930), Waalwijk (1929-1931), Wateringen (1937), Grubbenvort (1937),en Medemblik (1938-1947).

Al deze genoemde raadhuizen hadden rijzige trapgevels, pas in het ontwerp voor de verbouwing van het Raadhuis te Heesch (1939-1941) komt het ‘geknikte tentdak’ in beeld dat ook kenmerkend zal worden in Leidschendam. De aanleiding hiervoor zouden we kunnen vinden in de uitspraak van het gemeentebestuur dat men géén kopie van de raadhuizen van Waalwijk, Wateringen en Noordwijkerhout wil [5]. Kropholler weet de opdracht te combineren met het gelijktijdig ontwerpen van woningbouw nabij het raadhuis. Chronologie: april 1939 juli 1939 1939 mei 1940 mei 1941

Opdracht aan Kropholler Bestek gereed Start bouw Korte pauze i.v.m. het uitbreken van de oorlog Opening van het Raadhuis

afb. 10: ontwerp Kropholler, z.d., getekend nog zonder de lantaarns [1]

afb. 11: tekening doorsneden. Kropholler, nov. 1939, [1]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 12: Overzichtstekening plattegronden, Kropholler, z.d. [1] Ook de geplande woningen rondom het raadhuis zijn ingetekend.

7

1939 - 1941: Kropholler

De indruk van zwaarte en stevigheid wordt nog versterkt door de diep gelegen ramen, die vaak ook niet recht boven elkaar geplaatst zijn. Decoraties in en aan het gebouw zijn van de hand van de zeer gewaardeerde beeldhouwer J.C. Altorf (1877-1955), en ook van Julie Kropholler (1894-1963, zij was de jongere zus van de architect) en de latere medewerker van Kropholler: Reurt Jan Veendorp.

afb. 13: 1940, tijdens de bouw [1]

afb. 14: 1940 [2]

afb. 15: Luchtfoto van de Britse RAF, 1944 [2]. Ook is de waterpartij zichtbaar.

afb. 16: 1945 [2]

afb. 17: Zicht op de achtergevel, met een ook door Kropholler ontworpen huizenblok links. 1946 [3]

afb. 18: Expositie in het raadhuis, 1948 [2]

VB Erfgoed & Architectuur

8

1939 - 1941: Kropholler

afb. 19: interieur 1941 [2], moderner ingerichte kantoorruimte.

afb. 22: 1941,de burgemeesterkamer [2]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 20: ontwerptekening Kropholler, de raadzaal [1]

afb. 21: Raadzaal in 1941, met het oorspronkelijke Kropholler-meubilair [2]

afb. 23: de raadzaal in 1958 [3] - gewijzigd meubilair

9

1939 - 1941: Kropholler

afb. 24: kenmerkend metselwerk: handvorm stenen, in wild verband

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 25: Het muurwerk in de zone achter het trappenhuis is uitgevoerd in lichte stenen, deels geglazuurd. De witte vloer en de glasplaat voor de deur dateren van 2015.

afb. 26: in de kap

10

1939 - 1941: Kropholler

afb. 28: tweede verdieping, de deur naar de raadzaal. Het ambachtelijk gemaakte Kropholler-meubilair is schatplichtig aan Berlage en aan de gotiek.

afb. 27: tweede verdieping, zicht op de achtergevel

afb. 29: De hal achter de hoofdingang; de eerste verdieping is de hoofdverdieping

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 30: raadzaal / trouwzaal, tweede verdieping

11

1953 - 1956: Kropholler 4.2

1953 - 1956: Kropholler II

Ideeën over uitbreiding In het Kropholler-archief van Het Nieuwe Instituut bevinden zich enkele schetsen en tekeningen met betrekking tot mogelijke uitbreidingen van het raadhuis, die dateren van vóór de eerste uitbreiding van 1960-1961. Vijf ervan zijn perspectieven van het exterieur, en één is een nauwkeurige maatschets van de plattegrond. Alleen de plattegrond is gesigneerd en gedateerd met “A.J. Kropholler en R.J. Veendorp Architm. 2/3 53” - en zal uit 1953 dateren.

De perspectieven vertonen een opzet met nieuwe zij- en achtervleugels, waardoor de binnenplaatsen ontstaan, voor het toelaten van licht en lucht. Alle kappen hebben hetzelfde profiel als op het raadhuis. Uit de twee perspectieven waarop de voorzijde van het raadhuis in beeld is, blijkt dat een nieuwe achtervleugel vanuit deze standpunten gezien, niet prominent aanwezig zou zijn.

Omdat Kropholler tijdens de oorlog met graagte heeft doorgewerkt, en zijn werk door de bezetter ook gewaardeerd werd, is zijn reputatie besmet geraakt en liep het aantal opdrachten stevig terug. Het boek van H. van Bergeijk [5] gaat genuanceerd verder op deze kwestie in, en valt verder buiten het onderwerp van dit rapport.

afb. 31: Ontwerpschets uitbreiding, zicht op de achterzijde [1].

afb. 32: Ontwerpschets uitbreiding, links van de zijvleugel is nog de hoek van de vleugel aan de achterzijde te zien. [1].

afb.33: Ontwerpschets uitbreiding, zicht op de achterzijde, een grotere variant. [1].

afb. 34: Ontwerpschets uitbreiding, het schilddak van de achtervleugel is nog net zichtbaar. [1].

VB Erfgoed & Architectuur

12

1953 - 1956: Kropholler

Begin jaren ‘50 tekende Kropholler twee varianten van een ambitieuze uitbreiding: de eerste hiervan bestond uit een structuur met twee omsloten binnenhoven. De centrale vleugel, achter het oude raadhuis, bevatte op de begane grond ruimte voor de politie. Een tekening van de verdieping of van doorsneden is helaas niet aangetroffen. De tweede variant (plm. een jaar later) bestond uit een kam-vormige plattegrond als de letter E. De vleugel aan de achterzijde, uit de tekening uit ‘53, ontbreekt. De centrale vleugel bevatte ditmaal op de begane grond ruimte voor de brandweer en voor fietsen, met daarboven een hoge nieuwe raadzaal. De verbinding met het oudere bouwdeel beperkte zich in hoogte tot de onderste twee bouwlagen, waardoor de glas-in-lood ramen van het trappenhuis uit 1941 vrij bleven op de verdieping. Beide ontwerpen maakten gebruik van een nieuw te bouwen gangzone tegen de achtergevel van het bestaande raadhuis, over een hoogte van twee bouwlagen.

afb. 35: ontwerp met twee binnenhoven, 1953 [1].

afb. 36: 1954, ontwerp in een kam-structuur [1]. begane grond

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 37: 1954, ontwerp in een kam-structuur [1]. begane grond

13

1953 - 1956: Kropholler

afb. 38: 1954, doorsneden [1]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 39: 1954, gevels [1]

14

1953 - 1956: Kropholler

afb. 40: detail

afb. 41: detail

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 42: detail (1e verdieping / hoofdverdieping)

15

1953 - 1956: Kropholler

Deze plannen voor uitbreiding worden wel omarmd, maar in de navolgende jaren wordt hierin gesneden, uit gebrek aan geld, materiaal en/of capaciteit, in de wederopbouwjaren. In 1955 geeft Gemeentewerken aan dat de bouw van het ontwerp uit 1954 gefaseerd kan verlopen, de vleugels links komen als eerste aan de beurt. De centrale vleugel (met o.a. de nieuwe raadzaal) en de vleugels rechts, worden benoemd als ‘toekomstige uitbreiding’.

4.3

1956: Kropholler III

In 1956 wordt voorgesteld om het linker gedeelte nog verder te beperken tot een veel kleinere vleugel, die bovendien los zou komen staan van het hoofdgebouw.

afb. 43: 1955: plan voor een gefaseerde uitvoering [3]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 44: 1956, plan voor een kleine losstaande uitbreiding [3]

16

1959-1961: Kropholler 4.4

1959 1961: Kropholler IV

In 1959 tekent Kropholler de definitieve versie van de uitbreiding, die in 1961 geopend zal worden. De linkervleugel was oorspronkelijk voorzien van een bouwdeel met een plat dak, waarin zich het trappenhuis en toiletten bevonden (iets afwijkend van afb. 50).

afb. 45: 1959, bestektekening Kropholler [3]

afb. 46: 1959, bestektekening Kropholler [3]

afb. 47: 1959, bestektekening Kropholler [3]

VB Erfgoed & Architectuur

17

1959-1961: Kropholler

afb. 48: Huidige toestand. Links het eerste raadhuis. Rechts daarvan, met de getoogde vensters, de uitbreiding uit 1961. Het muurwerk is in 2015 ontpleisterd en de vensters brandwerend beglaasd.

afb. 49: Huidige toestand. De vier getoogde vensters naast deze hoek waren ook oorspronkelijk binnenramen met zicht op het trappenhuis. Vandaag maken ze deel uit van een brandscheiding.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 50: Augustus 1961, tijdschrift Bouw (1 pagina) [10], met een tekst van Kropholler zelf.

18

1959-1961: Kropholler

afb. 54: de kleinere kap op de verbindende vleugel tegen het raadhuis.

afb. 51: 1978 [2], rechts de fietsenberging. Foto genomen vanaf de huidige binnentuin.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 52: 1961 [2]

afb. 55: situatie 1964 [2]

afb. 53: 1978, de fietsenberging aan de achterzijde is afgebroken [3]. De raampartij langs het trappenhuis (met plat dak) is nu goed in beeld.

afb. 56: 1978 [2] Achtergevels

19

1969 - 1974: Van Kranendonk 4.5

1969: Kranendonk I

De nood aan ruimte voor het gemeentehuis blijft aanwezig. Kropholler heeft, in 1969, de leeftijd van 87 jaar bereikt en kan niet meer volledig ingezet worden. Men besluit een vervanger te zoeken en Kropholler bij het ontwerp te blijven consulteren.

afb. 57: 1969 [3]

afb. 58: 1954: notitie over de toenmalige functie van Kranendonk. [3]

De gemeente komt uit bij de architect ir. A. Kranendonk. Deze fungeerde eerder al, in de jaren ‘50, voor de gemeente Leidschendam als supervisor van de verbouwing van het Raadhuis (afb. 58), hij was dus goed bekend met de voorgeschiedenis. Bovendien kende men hem in zijn functie van lid van de Welstandscommissie op dat moment. Gemeld wordt ook dat hij de architectuur van Kropholler zal begrijpen. Niet uitgesproken zijn twee daaronder liggende (mogelijke) motieven: Kranendonk was, evenals de bekeerde Kropholler, Rooms Katholiek, en ten tweede was hij gedeeltelijk opgeleid binnen het traditionalistische gedachtegoed van de Delftse School; zo had hij onder andere de bekende traditionalistische architect Granpré Molière bijgestaan bij diens ontwerp van de RK kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Altijddurende Bijstand in Breda (1953-1955). De gemeente benadert de Bond van Nederlandse Architecten voor een advies omtrent de architectenkeuze, waarop geconcludeerd wordt dat ook andere architecten moeten kunnen meedingen naar de opdracht voor de uitbreiding. Uit de longlist van geïnteresseerden wordt een shortlist van competente bureaus samengesteld. Uiteindelijk lukt het om het Architectenbureau Thunnissen - Van Kranendonk - Becka inderdaad de opdracht te gunnen. Kranendonk trekt zich correct uit de welstandscommissie terug.

In 1970 zet hij twee scenario’s uiteen, die beide beogen om het bestaande raadhuis verder met rust te laten, en met een schone lei verder te gaan. Van Kranendonk kan in 1974 van start met de eerste architectonische studies: zijn eerste variant is verrassend - deze laat het bestaande raadhuis ongemoeid, en bestaat uit een uitgestrekte laagbouw in het naastliggende terrein: een (half in het terrein verzonken) souterrain, met daarop een laag met voornamelijk kantoorruimten. Het kruisvormige plan had vier binnentuinen voor de toetreding van daglicht.

afb. 59: 1969 [3]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 60: 1969 [3]

20

1969 - 1974: Van Kranendonk

afb. 61: 1970 [3]

afb. 62: 1970 [3]

afb. 63: 1974, het eerste ontwerp van Van Kranendonk, rechts op de tekening het oudere raadhuis [3]

afb. 63B: bericht in Trouw (18-3-1975) (via Delpher)

VB Erfgoed & Architectuur

21

1969 - 1974: Van Kranendonk

afb. 64: 1974, Van Kranendonk, 1e ontwerp (fragment: zijaanzicht) [3]

afb. 65: 1974, Van Kranendonk, 1e ontwerp [3]

VB Erfgoed & Architectuur

22

plm. 1970 (?): Kropholler 4.6

1970 (?): Kropholler V

In het Kropholler archief dat zich in Rotterdam in het NAI bevindt, is een opvallende schets gevonden van het raadhuis met daarachter, in een wat ander handschrift, een hoogbouw - met een gelijksoortig schilddak als de bestaande bouwdelen. Hoewel het mij onwaarschijnlijk leek dat dit uit het bureau van Kropholler kwam, blijkt de wel het geval te zijn: Van Kranendonk herinnert zich deze uitspatting in een interview in een gemeentelijke publicatie. Het afwijkende handschrift is te verklaren uit de gevorderde leeftijd van de architect, óf de onderliggende tekening is gemaakt door Veendorp. De gemeente Leidschendam was niet enthousiast over het voorstel.

afb. 66: 1981, publicatie van de Gemeente Leidschendam [3] (accentuering BB)

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 67, schets van Kropholler, z.d., [1]

23

1975: “plan CDA” en “plan 1975” 4.7

Plannen 1975

In 1975 zorgt de CDA fractie voor nieuwe input in de vorm van een tweeledig plan voor uitbreiding: een nieuwe vleugel die de symmetrie van het raadhuis zou completeren, en daarnaast, aan de overkant van de straat, een nieuwbouw waarin aan de overige ruimtebehoefte voldaan zou worden. Een variant waarin het raadhuis meer werd vergroot aan de achterzijde is van een mij onbekende auteur.

afb. 68, tekening zonder auteur of datum [3]

afb. 69, 1975, blad uit een overzicht, gemeentewerken [3]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 70, 1975, blad uit een overzicht, gemeentewerken [3]

24

1976-1981: Van Kranendonk 4.8

1976: Kranendonk II

Van Kranendonk tekent vervolgens een plan met een symmetrische voorgevel, en een daarachter gelegen volume met een hoogte van vijf bouwlagen: een kelder plus vier lagen daarboven. De positie van dit volume komt overigens sterk overeen met de ‘hoogbouw-schets’ van Kropholler (afb. 67). Het ontwerp blijkt al snel een te klein gebouw op te leveren.

afb. 71: 1976, Kranendonk [3]. (Links bleef het bestaande trappenhuis behouden)

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 72: 1976, Kranendonk [3] (derde verdieping)

25

1976-1981: Van Kranendonk 4.9

1977: Kranendonk III

(Tekeningen zonder datum, 1976-1977): Kranendonk tekent in ideeënschetsen een twee-laags uitbreiding, rechts en achter het raadhuis. Links bevindt zich op de verdieping een inpandige ‘conferentiekamer’, met lichtkoepels. Centraal staat een grote hal met een hoogte van twee bouwlagen. Hierachter liggen de kantoorruimten. Het bouwdeel rechts bevat zaaltjes op de begane grond, en een nieuwe raadzaal op de verdieping - dit gedeelte is iets verdraaid ten opzichte van de rest van het gebouw, waardoor de symmetrie bewust niet volledig bereikt wordt. Een ‘dak-landschap’ van het geheel is voor zover bekend niet getekend.

afb. 73: “Kranendonk III” [3]

afb. 74: “Kranendonk III” [3]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 75: “Kranendonk III” [3]

26

1976-1981: Van Kranendonk 4.10 1977: Kranendonk IV Foto’s van een maquette en een presentatietekening, zonder datum, plm. 1977. • • • • • •

De nieuwe zijvleugel aan het raadhuis is nu een kopie van de bestaande Kropholler-vleugel uit 1961 aan de andere zijde, De binnentuin wordt omringd door dezelfde soort kolommen als in de achtergevel, Het dak boven de grote hal is volledig in glas gedacht, De waterpartij aan de achtergevel is breed, en daardoor eerder een vijver dan een gracht, De grilligheid van de kolom-afstanden achtergevel is al vroeg in het ontwerp aanwezig, De achtergevel van het oudere raadhuis wordt steeds vrijgehouden.

Het ontwerp zal vanaf dit moment in hoofdlijnen deze opzet volgen.

afb. 76: “Kranendonk IV” [3] (tekening wellicht gemaakt door Veendorp)

afb. 77: “Kranendonk IV” [3], een centrale grote glaskap op de hal rechts. Een grote vijver aan de achterzijde.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 78: “Kranendonk IV” [3], Met een steviger gedefinieerd binnentuin.

27

1976-1981: Van Kranendonk

De variant uit 1977 lijkt al sterk op de uiteindelijk uitgevoerde bouw. Verschillen zijn: • • •

de kolomstructuur loopt regelmatig door, zonder in conflict te komen met de architectuur van Kropholler, de trappenhuizen zijn hier nog opgenomen binnen de hoofdvolumes, de binnentuin kent een bredere open verbinding met het terrein achter het gemeentehuis.

Opgemerkt kan worden dat een nieuwe, grotere raadzaal geen deel meer uitmaakt van het plan. Op de perspectief schets is nog geen brug zichtbaar. De raad gaat akkoord met dit plan.

afb. 79: 1977, “Kranendonk IV” [3] Begane grond

afb. 80: 1977, “Kranendonk IV” [3] 1e Verdieping

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 81: 1977, Achtergevel- klassiek ondertekend met ‘Kranendonk fecit’

28

1976-1981: Van Kranendonk

In 1978 worden, terwijl de bouwvergunning al verleend is, nog twee varianten getekend in het daken-landschap. Eén variant gebruikt flauwhellende lessenaardaken, de andere heeft volledig vlakke daken. Uiteindelijk zijn in het definitieve ontwerp enkele halve cirkels gekomen: de ‘entree’ aan de ophaalbrug, de trappenhuizen aan de koppen van de achtervleugel, en de venster daarnaast. De kolommen in de grote hal zijn buiten de rest van het stramien geplaatst. De brug zal uitgewerkt worden door de gemeente.

afb. 82: 1978, variant met lessenaardaken. [3]

afb. 83: 1978 [3]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 84: 1978 [3]

29

1976-1981: Van Kranendonk

afb. 85:: april 1978, achtergevel

afb. 86: juni 1978, Kranendonk, zicht op de achtergevel [3], variant met te openen ramen.

afb. 87: 1977, Kranendonk, zicht op de achtergevel [3]

afb. 88: Kranendonk ontwerpt gelijktijdig een nieuwbouw voor de gemeentelijke diensten aan de Koningin Wilhelminalaan, die verbonden zal worden met de bestaande villa. [3] - zie ook afb. 104 voor het resultaat.

VB Erfgoed & Architectuur

30

1976-1981: Van Kranendonk 4.11 1978 - 1981: Kranendonk V De uitgevoerde versie

afb. 89: 1980, bouwplaats. [2]. Het trappenhuis tegen de 1961-vleugel is afgebroken (t.p.v. de witte muren). De kozijnen in deze zijvleugel zijn nog rechthoekig; deze zullen gewijzigd worden naar open, getoogde vensters.

afb. 90: 1980 bouwplaats. [2] De kraan staat in de toekomstige grote binnentuin.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 91: 1979 bouwplaats. [2]. De stalen dakspanten van de rechter vleugel.

31

1976-1981: Van Kranendonk

afb. 92: De binnentuin, nog met de vijver uit 1981 (foto uit 2012)

afb. 93: Zicht op één van de twee halfronde trappenhuizen van Kranendonk (foto uit 2012)

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 94: De kleine binnentuin - foto uit 2023. (de kozijnindelingen bleven ongewijzigd)

32

1976-1981: Van Kranendonk

afb. 96 - Grote binnenplaats

afb. 95 - Grote binnenplaats

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 97 - Grote binnenplaats

33

1976-1981: Van Kranendonk

afb. 98: De rechter vleugel uit 1981 - hoewel de technische uitvoering afwijkt, is de vleugel uiterlijk het spiegelbeeld van de vleugel links uit 1961.

afb. 99 - Zolder rechter vleugel, met stalen spanten.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 100: Vergelijk: de houten kap in de linkervleugel uit 1961

34

1976-1981: Van Kranendonk

afb. 101: foto kort na de bouw [3]

afb. 102, 1981, foto kort na de bouw [2]

afb. 104: 1981, publicatie van de gemeente. [3] Zowel het raadhuis als de nieuwbouw aan de overzijde van de Julianastraat (ook van de hand van Van Kranendonk) zijn zojuist opgeleverd.

afb. 103: 1988, interieur grote hal: houten plafond, balustraden van gebogen buis, stalen kolommen (zicht richting achtergevel) [2].

VB Erfgoed & Architectuur

35

1976-1981: Van Kranendonk

afb. 105: 1981 interieur grote hal [2]. Plavuizen, gestuukte wanden, nieuwe getoogde open vensters en doorgangen.

afb. 106: 1981, interieur grote hal [2] De (nog onbeklede) kolommen tussen de loketten.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 107: 1982, interieur grote hal [2]

36

Kritische punten in het Plan Kranendonk. Op een aantal punten is de uitvoering uit 1981 te bekritiseren op architectonische aspecten: daar waar deze minder zuiver en consequent is uitgewerkt - deze elementen zijn aangegeven op deze tekening. Een groot deel hiervan is gecorrigeerd in de verbouwing van 2015.

afb. 108

VB Erfgoed & Architectuur

37

1976-1981: Van Kranendonk 4.12 1954 versus 1981 De in 1954 door Kropholler uitgewerkte variant bestaat uit een structuur met twee evengrote binnenhoven, die begrensd worden door een achtervleugel met daarin een centraal vierkant accent, relatief lange zijvleugels, en een middenvleugel daartussen. De hoofdopzet is symmetrisch, met enkele kleine afwijkingen in de achtergevel, die gemotiveerd worden door een eigen ingang voor de politie.

onderhoek van afb. 109

afb. 109: 1953, ontwerpstudie Kropholler

VB Erfgoed & Architectuur

Het is zeer waarschijnlijk dat bureau Thunnissen - Van Kranendonk - Bečka kennis heeft gehad van de schetsen en ideeën. Met het op elkaar leggen van de plattegrond van Kropholler uit 1953 en de plattegrond uit 1981, worden de verschillen en overeenkomsten duidelijk.

afb. 110 - gecombineerd met het uitgevoerde ontwerp van Kranendonk (1981, in rood) op dezelfde schaal

38

2009: NERA / BAM 5.

2009: Studie NERA / BAM

In 2009 is een rapport opgesteld ddor de gelegenheidscombinatie NERA (projectontwikkelaar) en BAM (aannemer). In een schetsmatige studie wordt een nieuwe grote raadzaal voorgesteld in de grote binnentuin, onder een glazen overkapping. Mij is (nog) niet duidelijk bij wie het initiatief lag bij deze rapportage.

afb. 111: 2009: Rapport studie NERA / BAM

afb. 112: 2009: Rapport studie NERA / BAM

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 113: 2009: Rapport studie NERA / BAM

39

2015: architecten cie. en OTH 6.

Bouwfase 2015

In 2015 is een verbouwing afgerond die zich richtte op de modernisering van de installaties en het interieur, en op het verhogen van de isolatiewaarden (glas, wanden). De ingrepen door de bureaus Architecten Cie. en OTH zijn, binnen de schaal van het complex, terughoudend. Hiermee werd het gebouw verduurzaamd, gemoderniseerd in stijl, en op een aantal plekken verhelderd.

afb. 114: 2015, tekening Architecten Cie. Architectonische wijzigingen op de begane grond - accentuering in kleur door BB.

VB Erfgoed & Architectuur

40

2015: architecten cie. en OTH 2012

2023 2015: Ingrepen door Architecten Cie. Een vergelijking van foto’s van vóór en na de verbouwing van 2015 toont de terughoudendheid ervan.

> afb. 115: achtergevel 2012

afb. 116: achtergevel 2023, geen / nauwelijk zichtbaar verschil.

>

afb. 117: gevel binnentuin 2012, met de vijver uit 1981.

afb. 118: Binnentuin 2023. De pui is vernieuwd cf. het bestaande ontwerp.

>

afb. 119: gevel kleine binnenplaats 2012

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 120: gevel kleine binnenplaats 20123 de laagbouw is afgebroken, de gevels zijn daar op de begane grond opnieuw opgetrokken.

afb. 121: gevel kleine binnenplaats 20123 de laagbouw is afgebroken, de gevels zijn daar op de begane grond opnieuw opgetrokken.

41

2015: architecten cie. en OTH

afb. 122: Vervangen van de leien. De nieuwe leien zijn blauwer van kleur dan de originele leien die een groene tint hadden. [4]

afb. 123: Vervangen van installaties, ramen en puien, 2015 [4]

VB Erfgoed & Architectuur

42

2015: architecten cie. en OTH

xxx

afb. 124: 2023; het beeld van de achtergevel is niet gewijzigd.

afb. 125: de kleine binnentuin, na afbraak van het lage bouwdeel uit 1981. Het nieuwere metselwerk is iets donkerder.

afb. 126: De kolommen in de hal zijn in 2015 omkleed met baksteen, de achtervleugel vormt nu een herkenbaar geheel.

afb. 127: 2023. In het verlengde hiervan: de kolommen uit 1981, aan de kleine binnenplaats

VB Erfgoed & Architectuur

43

2015: architecten cie. en OTH

2012

2023

>

afb. 128: 2012 - De vensters in dit bouwdeel zijn in 1981 getoogd gemaakt.

afb. 129: 2023. Vensters voorzien van beglazing, muren ontpleisterd.

>

afb. 130 : 2012 - plavuizen op de vloer, houten delen aan het plafond.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 131: 2023 - lichte natuurstenen vloertegels, wit plafond.

afb. 132 - metselwerk uit 2015 rond de kolommen

44

2015: architecten cie. en OTH 2012

2023 INTERIEUR

>

afb. 133: 2012: De hardstenen vloertegels dateren waarschijnlijk uit 1981

afb. 134

>

afb. 135: achtervleugel, afwerkingen, schedingswanden

afb. 136: gang en nieuwe trap in de achtervleugel

>

afb. 137: 2012 - de lift in de hal, en de onbeklede kolommen, uit 1981

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 138 - In 2015 is de lift verwijderd en zijn de afwerkingen vervangen

afb. 139 - De aanvullende lichtstraat uit 2015 brengt meer licht in de hal

45

2015: architecten cie. en OTH 6.1

2015: Ingrepen in het Raadhuis uit 1941

Naar ontwerp van OTH zijn ook de interieurs in 2015 gewijzigd. In het algemeen betekende dit meer licht in de ruimten. Ook in het oude raadhuis uit 1941 zijn afwerkingen vervangen. Met uitzondering van het grote trappenhuis, zijn de vloeren nu afgewerkt in een wit, modern gietmateriaal, en deels met vaste vloerbedekking. Hiermee is het tactiele karakter van de architectuur van Kropholler verminderd, en is in het interieur het onderscheidende karakter van het eerste raadhuis deels verdwenen. De hardstenen tegels op de begane grond dateren al van vóór 2015, het is nog onduidelijk wanneer deze zijn gelegd.

afb. 140: Gang raadhuis, tweede verdieping. Nieuwe witte vloer. De oorspronkelijke glas-lood-ramen hebben een opvallend grote transparantie.

afb. 142. Raadhuis, 1e verdieping

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 141: in een aantal kamers zijn de vloerafwerkingen vervangen door messing randen rondom vast tapijt.

afb. 143: Gang raadhuis, tweede verdieping

afb. 144: Gang raadhuis, tweede verdieping

afb. 145: Raadhuis, begane grond

46

2015: architecten cie. en OTH

afb. 146: interieurbeeld van de gang in de uitbreiding uit 1961, z.d., [3] (foto van na 1981). De wanden zijn afgewerkt met geglazuurd keramiek. De vloer is afgewerkt met plavuizen. Vergelijk met afb. 151.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 147. situatie in 2012: het keramiek aan de linkerwand is verdwenen. Op de vloer tapijttegels, houten delen aan het plafond.

afb. 148: 2023: Ook aan de andere wand zijn (sinds 2015) de tegels verdwenen.

47

7.1

Vergelijking 1: Noordwijkerhout

Een vergelijk: Raadhuis Noordwijkerhout (1930, 1956, 1985): Kropholler en Van Kranendonk. Dit raadhuis werd (10 jaar vóór het raadhuis van Leidschendam) ontworpen door Kropholler. De kopgevels hebben forse trapgevels, wat in die periode gangbaar was voor de raadhuisontwerpen van Kropholler. Verder zijn stijl, mentaliteit, en ook de details even vertrouwd als die in Leidschendam: de stijl van Kropholler was onverstoorbaar. Ook in het interieur is dit zichtbaar: de raadzaal is hier vrijwel gelijk aan die van Leidschendam. Ook dit raadhuis is uitgebreid, reeds in 1956, ook hier door Kropholler en Veendorp. Een tweede grote uitbreiding is ook hier getekend door Van Kranendonk [13]; herkenbare elementen zijn de gemetselde kolommen over twee bouwlagen en die overhoeks zijn afgeschuind, en de halfronde trappenhuizen. Het ontwerp hiervoor is gestart in 1982; dus een jaar na de oplevering van Leidschendam.

afb. 149. 1985, Raadhuis Noordwijkerhout [12]

afb. 150. 1985, Raadhuis Noordwijkerhout [12] Detail gevel, met rechts de kolommen van Van Kranendonk.

afb. 151. 1956, Noordwijkerhout [12]. Interieur van de (toen nieuwe) uitbreiding door Kropholler.

afb. 152. 1985, Raadhuis Noordwijkerhout [12] Raadzaal.

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 153. Raadhuis Noordwijkerhout met uitbreidingen, huidige situatie

48

7.2

Vergelijking 2: Valkenswaard

Een vergelijk: Gemeentehuis Valkenswaard (plan, 1967) Thunnissen - Van Kranendonk - Bečka maakten in 1967 een globaal plan voor een (geheel) nieuw gemeentehuis in Valkenswaard (N.Br.), als deel van een meervoudige opdracht. Al deze inzendingen zijn uitgebreid gepresenteerd in het Bouwkundig Weekblad. De toelichting werd geschreven door Van Kranendonk. Dit project wordt hier getoond omdat het enkele elementen bevat die Van Kranendonk 13 jaar later weer zou gebruiken voor de uitbreiding in Leidschendam. Ook voor Valkenswaard werd een hof-achtige structuur getekend, met kantoren en kleinere zalen in de buitenrand. Deze hof (nr. 5 op de tekening) werd, evenals in Leidschendam, op grote hoogte direct ook afgedekt: hier niet alleen een plat dak maar met het gehele volume van de raadzaal. En ook hier werd deze afdekking (hier: de zaal)gedragen door kolommen in de hoeken, die niet lijnen met de kolomstructuur in de rest van het gebouw. Dit valt op in een ontwerp dat verder een streng modernistische uitstraling heeft. De ontwerpen van de collega architectenbureaus (D.C. Apon, J.L.C. Choisy, G.J. van de Grinten, H. Hertzberger) vertoonden geen afwijkingen van het kolommengrid. De jury had grote waardering voor het plan, maar twijfelde (terecht) wel aan de hoeveelheid daglicht die de binnenhof (vide) zou bereiken. Uiteindelijk is geen van de ingezonden ontwerpen uitgevoerd.

afb. 154: 1976, ontwerp Kranendonk, gemeentehuis Valkenswaard. [9]

VB Erfgoed & Architectuur

afb. 155: 1976, ontwerp Kranendonk, gemeentehuis Valkenswaard. [9]

afb. 156: 1976, ontwerp Kranendonk, gemeentehuis Valkenswaard. [9]

49

8.

De bijgevoegde tekening geeft, zoals in de inleiding is gesteld, niet een gangbare ‘bouwhistorische waardestelling’ weer, met gedetailleerde aanwijzingen per onderdeel. De hoge waarde van het raadhuis uit 1940 is onomstreden, de jongste bouwdelen zijn relatief jong en onbeschermd, waarmee ze gevoelig zijn voor een smaak-oordeel: de bouwstijlen uit 1980 zijn nu nog vooral, en op het eerste gezicht: gedateerd.

Van minder waarde zijn in architectonisch opzicht:

De architectonische kwaliteiten van de uitbreiding aan de achterzijde van Van Kranendonk kunnen wel concreet benoemd worden:

•

• • • •

•

•

VB Erfgoed & Architectuur

Waardering

Deze is bewust ondergeschikt gehouden aan de bouwdelen van Kropholler, en laat de achtergevel van het raadhuis in het zicht, In materiaal en schaal aansluitend bij de bouwdelen van Kropholler, De gevels geven aan de buitenzijde een afgewogen evenwicht tussen verticale en horizontale elementen, De algehele opzet is geïnspireerd op het symmetrische ontwerp met twee binnenhoven van Kropholler, en varieert daarop met gebruikmaking van een nieuwe stijl, De bouwdelen bemiddelen in hun vormgeving tussen enerzijds een monumentaliteit (die inmiddels minder wenselijk is), en anderzijds een meer vriendelijke uitstraling en werkomgeving (onder meer als reactie op na-oorlogse zakelijke architectuurstijlen). De binnenplaatsen dragen op een prettige manier bij aan een de gevarieerde beleving binnen het complex.

• •

•

De grote hal is wat moeizaam uitgewerkt, omdat hier de indruk wordt gewekt dat een (eerdere) binnenplaats later overdekt is, De uitwerking van de houten puien aan de beide binnenplaatsen; deze zijn door hun maatvoering en witte kleur sterker aanwezig dan wenselijk, De interieur-indelingen van Van Kranendonk; deze zijn steeds licht en veranderlijk geweest, en in het algemeen niet meer aanwezig, De ophaalbrug aan de achterzijde; deze vormt stilistisch een vreemd element in het geheel, en heeft ook niet tot de opdracht aan Van Kranendonk behoord.

De moderniseringen uit 2015 hebben er toe geleid dat het gebouw lichter en bruikbaarder is geworden, en de langwerpige achtervleugel beter herkenbaar is in het interieur. Wel kan betreurd worden dat toen in het oude raadhuis (1940) ook veel vloerafwerkingen vervangen zijn in witte gietvloeren, waarmee zowel de herkenbaarheid als de ‘zwaarte’ van deze eerste bouwfase juist zijn verminderd. Verder zijn zowel het raadhuis als de latere uitbreidingen nog behoorlijk gaaf.

50

afb. 157

VB Erfgoed & Architectuur

51

9.

Bronnen

1.

Archief Het Nieuwe Instituut, Rotterdam. Archief ingang: KROP.110324935 Haags Gemeentearchief - archief Leidschendam-Voorburg: https://haagsgemeentearchief.nl/ Archief Raadhuis Leidschendam ‘Centrale Huisvesting gemeente Leidschendam-Voorburg 20122015’, publicatie gemeente Leidschendam-Voorburg, z.j. Bergeijk, H. van, (2020) De zwaarte van de materie - Het architectonisch werk van A.J. Kropholler (1881-1973). Rotterdam, nai010 uitgevers. Over R.J. Veendorp: https://rkd.nl/nl/explore/artists/79658 Over A. Kranendonk: https://www.flevolanderfgoed.nl/home/bouwkunst/noordoostpolder-3/ens-3/o-l-vrouwe-van-altijddurende-bijstand.html Over A. Kranendonk: https://zoeken.hetnieuweinstituut.nl/nl/personen/ detail/50156abf-448c-500f-9a4b-545d17e1cee4 ‘Meervoudige opdracht voor het ontwerpen van een globaal schetsplan voor een nieuw gemeentehuis te Valkenswaard’ in: Bouwkundig Weekblad, jaargang 85, nr. 20, 1967, pag. 333-364 (HNI) Kropholler, A.J. (1961) ‘Uitbreiding raadhuis te Leidschendam’ in: Bouw (weekblad), jaargang 16, nr. 31, 1961, pag. 965 NRC, 6 april 1991 (https://www.nrc.nl/nieuws/1991/04/06/ de-oud-hoogleraar-architectonische-vormgeving-6962779-a771517#/handelsblad/1991/04/06/#106) Beeldbank van de RCE: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Uitbreiding Leidschendam: Leidsch Dagblad, 26 april 1982 https://leiden.courant.nu/issue/LLC/1982-04-26/edition/0/ page/4?query=

2. 3. 4. 5.

6.

afb. 158: metselwerk 1940

afb. 159: metselwerk 1961 (linker vleugel)

7.

8.

9.

10. 11.

12. 13.

afb. 160: metselwerk 1981 (rechter vleugel)

afb. 161: metselwerk 2005 (kolom in hal)

Colofon Auteur: VB erfgoed & architectuur Bart Bekooy, i.s.m. Cor Bouwstra Badhuisstraat 2 4132 BR Vianen www.vberfgoedarchitectuur.nl

VB Erfgoed & Architectuur

52

Bijlage A

Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl

Complexnummer: 510317

T 033 421 74 56 E info@cultureelerfgoed.nl

ramen aangebracht, de laatste naar ontwerp van J.L.C. Kropholler en R.J. Veendorp. In het trappenhuis en aan de voorgevel bevindt zich beeldhouwwerk van de Haagse kunstenaar J.C. Altdorf. De kunstschilder Dirk Nijland vervaardigde een schildering, die zich in de hal bevindt en een gezicht op de oude dorpskern voorstelt. De raadszaal is opgesierd met een aantal wapens en glas-in-lood ramen, die geschonken zijn door de gemeente Vlissingen (voor de geboden hulp na de oorlog), Nieuwe Tonge (voor hulp tijdens de watersnoodramp) en de burgerij (ter ere van de bevrijding). Er zijn tevens twee ramen gewijd aan het 50-jarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina in 1948. De raadszaal is in 1980 gerenoveerd. Het omringende, rechthoekige park heeft een eenvoudige groenaanleg, waarin langs de Koningin Wilhelminalaan een U-vormige gracht loopt om de zij- en achterkanten van het raadhuis heen. Aan weerszijden van de Raadhuislaan is naar ontwerp van Kropholler een woonwijk gebouwd, die qua stijl en vormentaal overeenkomt met het raadhuis.

Complexnaam

Waardering

Raadhuiscomplex Aantal complexonderdelen

Monumentnummers van complexonderdelen

2

510318, 510319

Het raadhuiscomplex is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als eerste raadhuis van de gemeente Leidschendam en wegens de herkenbare typologie als uitdrukking van de bestuurlijke ontwikkeling in Nederland op lokaal niveau. Het raadhuiscomplex is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een gebouw in de stijl van de

Woonplaats

Gemeente

Provincie

Delftse school en als gaaf en representatief voorbeeld uit het raadhuis-oeuvre van de architect A.J. Kropholler en vanwege de hoge

Leidschendam

Leidschendam-Voorburg

Zuid-Holland

mate van gaafheid in hoofdvorm, detaillering en materiaalgebruik van zowel het in- als het exterieur. Het raadhuis heeft

Locatie van het hoofdobject

stedebouwkundige waarde vanwege de beeldbepalende situering langs de Koningin Wilhelminalaan en aan het eind van de Raadhuislaan en vanwege de ruimtelijke relatie met de omringende groenaanleg.

Raadhuisplein 1, 2264 BP te Leidschendam

Complexomschrijving Inleiding In 1941 naar ontwerp van A.J. Kropholler tot stand gekomen RAADHUIS met bijbehorende LANTAARNPALEN, gebouwd ten behoeve van de nieuwe gemeente Leidschendam waartoe op 1 januari 1938 Veur en Stompwijk werden samengevoegd. Het raadhuis, uitgevoerd in de traditionele vormen van de Delftse School, werd door aannemer G.A. Baaten uit Waspik op 1 april 1941 opgeleverd. Al vrij snel na de oplevering vroeg het gemeentebestuur aan de architect om plannen te maken voor een uitbreiding. Kropholler ontwierp twee vleugels aan het gebouw, waarvan de zuidelijke in 1961 in gebruik werd genomen. In 1978 werd begonnen aan de bouw van de tweede vleugel en een uitbreiding aan de achterzijde. De uitbreiding aan de achterzijde is voor bescherming van ondergeschikt belang. De beide vleugels, hoewel zeer waardevol vanwege hun aansluitende stijl, komen vanwege hun bouwjaar nog niet in aanmerking voor bescherming door het rijk. Omschrijving Het raadhuiscomplex ligt aan het eind van een 32 meter lange oprijlaan, de Raadhuislaan. De grond waarop het raadhuis staat, werd bij de bouw met twee meter opgehoogd en loopt af door middel van taluds. Voor de hoofdingang is in het verlengde van de Raadhuislaan een trap aangebracht. Aan de bovenzijde van deze trap staan de twee lantaarnpalen.

Het interieur van het raadhuis verkeert nog nagenoeg in oorspronkelijke staat en bevat onder meer meubilair van Kropholler, waaronder bronzen lampen uitgevoerd door de firma J.L. Janssen uit Rotterdam. In de wanden van het trappenhuis zijn symbolische figuren, latijnse spreuken en glas-in-lood

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister

** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Datum van downloaden 02 october 2023

Datum van downloaden 02 october 2023

VB Erfgoed & Architectuur

53

Bijlage A

Monumentnummer*: 510318

bovenlicht. Vlak naast de middenpartij aan elke kant op de bel étage en op de verdieping een smal venster. In het souterrain, links een venster en rechts een rooster. In het midden op het dak een halfronde houten dakkapel met rond vierruitsvenster. Zijgevel (zuidwest)

Status

rijksmonument

Inschrijving register*

11 november 1998

Kadaster deel/nr

82972/183

met links de uitbreiding uit 1961. Op souterrainniveau vijf vensters. De vier vensters op de bel étage en de verdieping zijn identiek aan die op dezelfde verdieping in de voorgevel. Links, boven het dak van de uitbreiding,een zesruits-glas-in-lood-venster. Zijgevel (noordoost) met rechts de aanbouw uit 1978. Het souterrain heeft links een rondboogvormige deur onder rondboog met daarnaast vier vensters. De bel étage is voorzien van zes vensters en de verdieping van vier. Aan beide zijgevels is ter hoogte van de bel étage, tegen de hoek met de voorgevel, een lantaarn aangebracht. De achtergevel (noordwest) is rechts en links tot aan de verdieping gewijzigd door de uitbreiding uit 1978. Het souterrain heeft zeven vensters, met links daarvan een rond en rechts een klein rechthoekig

Woonplaats*

Gemeente*

Provincie*

venstertje. De bel étage is voorzien van een venster met rechts daarnaast vier glas-in-lood-vensters. In het midden op de verdieping de

Leidschendam

Leidschendam-Voorburg

Zuid-Holland

acht glas-in-loodvensters die het trappenhuis verlichten. Links en rechts van deze traplichten zijn twee vensters aangebracht. In het midden op het dak een driehoekige dakkapel. Interieur: de van rondbogen voorziene centraal gelegen hal en trappenhuis zijn

Locatienaam

opgetrokken in rode baksteen met een lambrisering van blauwgroen geglazuurde baksteen. De vloer van de hal bestaat uit platen

Locatieomschrijving

comblanchien. In de hal geven zware, houten rondboogvormige en rechtgesloten deuren toegang tot o.a. de burgemeesterskamer en

Leidschendam

de secretarie. Bordestrap met hardstenen treden en dekplaat op de opengewerkte leuning. Op deze leuning ter hoogte van het bordes

Kadastrale gemeente*

Sectie*

Veur

B

Kadastraal object*

Appartement aanduiding

Grondperceel

een zandstenen hond, als symbool van trouw. Het trappenhuis wordt verlicht door acht gebrandschilderde vensters, met in de

4122

onderste twee voorstellingen van Venus, Mars, Mercurius en Jupiter en in de bovenste zes de twaalf tekens van de dierenriem. In de linkerwand van het trappenhuis een tegeltableau met een leeuw met pijlenbundel, als symbool van eendracht. Boven de leeuw de tekst "Con cordia res parvae crescunt" ("Eendracht maakt macht"). In de rechterwand een zelfde tableau met een haan en "Vigilate deo

Omschrijving** Inleiding RAADHUIS naar ontwerp van A.J. Kropholler in 1941 in Delftse School-stijl gebouwd.

confidentes" ("Waakt en vertrouwt op God"). Het trappenhuis is voorzien van een balkenplafond. Op de vloer van verdieping en trapbordes ligt een patroon van achtkantige handgevormde tegels in de kleuren rood, zwart en geel. De deur op het bordes geeft toegang tot de gang, waarin vier glas-in-lood-vensters met symbolische voorstellingen van de vier jaargetijden. Toegang tot de raadzaal via openslaande deuren onder rondboog, met in het boogfries een tegeltableau waarop een roos en "Salus publica suprema lex esto" ("Het algemeen belang zij de hoogste wet"). De raadszaal heeft een door middel van rondbogen op hardstenen zuilen

Omschrijving Op vierkante plattegrond opgetrokken blokvormig gebouw, bestaande uit twee bouwlagen op souterrain, onder met Noorse leien in Maasdekking gedekt hoog opgaand schilddak met zeeg. Het dak heeft een hardstenen gootlijst op klampen, een hoog opgemetselde schoorsteen en twee pironnen op de nok. Gevels opgetrokken in rode handvormsteen en horizontaal geleed door hardstenen waterlijsten. Rechtgesloten vensters onder strekken met houten kozijnen, roedeverdeling en bakstenen waterdorpels. Vensters op de

afgescheiden publieke tribune. Wanden opgetrokken in geel-rode steen boven een teakhouten lambrisering. Plafond uitgevoerd in Oregon-hout en een vloer van eiken. Tussen de vensters zijn wapens aangebracht van Zuid-Holland, de waterschappen Delfland en Rijnland. Boven de ingang een tegeltableau met twee herten. In de achterwand van de publieke tribune zijn de wapens van Veur, Stompwijk en Leidschendam aangebracht. Waardering

verdieping onder rondbogen, met hardstenen wisseldorpels. Bogen in- en exterieur voorzien van hardstenen aanzetstenen. Sommigen hebben tevens hardstenen boog- en sluitstenen. Symmetrische voorgevel (zuid-oost) met in het midden de verhoogd gelegen

Het raadhuis is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische waarde als eerste raadhuis van de gemeente Leidschendam en

hoofdingang, te bereiken via een portaal. Erboven een balkon. Aan weerszijden van de ingang drie vensterassen. Vierkant, door een

vanwege de herkenbare typologie als uitdrukking van de bestuurlijke ontwikkeling in Nederland op lokaal niveau. Het raadhuis is

tongewelf overwelfd portaal met aan drie zijden rondbogen en twee overhoeks geplaatste bakstenen steunberen, die op het balkon

tevens van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een gebouw in de stijl van de Delftse school

bekroond worden door hardstenen heraldische leeuwen met de wapens van het rijk en de provincie. Een hardstenen trap leidt naar de

en als gaaf en representatief voorbeeld uit het raadhuis-oeuvre van de architect A.J. Kropholler en vanwege de hoge mate van gaafheid

hoofdingang, die bestaat uit een openslaande, zware teakhouten deur met zware, gesmede gehengen, onder segmentboog. Elke deur

in hoofdvorm, detaillering en materiaalgebruik van zowel het in- als het exterieur. Het raadhuis heeft stedebouwkundige waarde

heeft een raam in kruisvorm met daarvoor een kruisvormig gesmede tralie. De toegang tot het balkon bestaat uit een openslaande

vanwege de beeldbepalende situering langs de Koningin Wilhelminalaan en aan het eind van de Raadhuislaan en vanwege de

deur met vierruitsbovenlicht onder rondboog. Boven de deur is een rechthoekige, wit geglazuurde plaat aangebracht met het jaartal

ruimtelijke relatie met de omringende groenaanleg.

1940 en in het midden het in geglazuurde steen uitgevoerde wapen van Leidschendam, tussen de kleinere wapens van Veur en Stompwijk. Het balkon heeft een opengewerkte borstwering, afgedekt door een natuurstenen plaat. Aan weerszijden van de middenpartij meerruits-glas-in-lood-vensters; op de bel- étage met openslaande delen en op de verdieping met gebrandschilderd

Hoofdcategorie

Subcategorie

Functie

Bestuursgebouwen, rechtsgebouwen en overheidsgebouwen

Bestuursgebouw en onderdl

Stadhuis

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister

** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument

Datum van downloaden 02 october 2023

Datum van downloaden 02 october 2023

VB Erfgoed & Architectuur

54

Bijlage A

Monumentnummer*: 510319

Status

rijksmonument

Inschrijving register*

11 november 1998

Kadaster deel/nr

82972/180

Woonplaats*

Gemeente*

Provincie*

Leidschendam

Leidschendam-Voorburg

Zuid-Holland

Locatienaam

Locatieomschrijving

Leidschendam Kadastrale gemeente*

Sectie*

Veur

B

Kadastraal object*

Appartement aanduiding

Grondperceel 4122

Omschrijving** Inleiding Twee LANTAARNPALEN vervaardigd naar ontwerp van A.J.Kropholler en staande buiten aan de bovenzijde van de trap, voor het portaal en behorende tot het raadhuiscomplex. De lantaarns komen qua vorm en materiaalgebruik overeen met de door Kropholler ontworpen lichtarmaturen in het raadhuis. Omschrijving De lantaarnpalen zijn opgebouwd uit een vierkante bakstenen sokkel op hardstenen plint, met daarboven een zich verjongende bakstenen schacht. Tussen de overgang van de sokkel naar de schacht en op de schacht een hardstenen plaat. Op deze laatste plaat de vierhoekige bronzen en matglazen lantaarn, onder een piramidevormige, uitkragende kap. Waardering De lantaarnpalen zijn tevens van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als gaaf en representatief voorbeeld van een ontwerp voor een lichtarmatuur van de hand van A.J. Kropholler en vanwege de mate van gaafheid in hoofdvorm, detaillering en materiaalgebruik. De lantaarnpalen hebben voorts ensemblewaarden vanwege de ruimtelijke, functionele en stilistische samenhang met het raadhuis en vanwege de beeldbepalende situering aan de bovenzijde van de trap, op de hoofdas naar de hoofdingang.

Hoofdcategorie

Subcategorie

Functie

Voorwerpen op pleinen en dergelijke

Straatmeubilair

Lantaarnpaal

* Dit gegeven is onderdeel van het rijksmonumentenregister ** Dit is een registergegeven voor zover noodzakelijk voor de identificatie van het rijksmonument Datum van downloaden 02 october 2023

VB Erfgoed & Architectuur

55

Bijlage B

Over ir. A. van Kranendonk (1917 - 1991) “Antoon van Kranendonk (1917-1991), katholiek architect tussen oud en nieuw. Antoon van Kranendonk werd op 17 februari 1917 in Brielle geboren en groeide op in een literair milieu. In 1920 verhuisde de familie naar Delft, waar hij de H.B.S. volgde, en in 1933 naar Amsterdam waar zijn vader hoogleraar Engelse Letterkunde werd. Nadat hij in Amsterdam de M.T.S. had afgerond en enige maanden als ontwerper van grafzerker had gewerkt, besloot hij in 1937 aan de Technische Hogeschool te Delft Bouwkunde te gaan studeren. Hier studeerde hij in 1945 af als bouwkundig ingenieur. Vanwege een gebrek aan opdrachten in Nederland besloot hij echter eerst een uitgebreide studiereis naar Scandinavië te maken. In Denemarken werkte hij onder meer bij een coöperatie met een eigen architectenbureau (Michaelsen). Hier ontwierp hij zijn eerste bekende project, een huishoudschool die later zeer waarschijnlijk ook werd uitgevoerd. Na van Kranendonks terugkeer in Nederland ontstond er al snel weer contact met de Technische Hogeschool in Delft. Eerst was hij hier zeven jaar lang de assistent van professor Nico Lansdorp en in 1957 werd hij zelf benoemd tot hoogleraar met de opdracht het architectonisch ontwerp in het tweede studiejaar. Ook gaf hij twee jaar les aan de H.B.O.

in Tilburg en was hij van 1946 tot 1954 redactiesecretaris van het Katholiek Bouwblad, waarin hij zelf ook regelmatig in publiceerde. Na het behalen van zijn diploma associeerde Van Kranendonk zich met architecten H. (Henri) J.W. Thunnissen (1890-1978), wiens dochter hij ook huwde, en diens zoon A. (Andre) W.P. Thunnissen (1921) in het Architectenbureau Thunnissen-Van Kranendonk-Thunnissen te Den Haag, vanaf omstreeks 1963 aangevuld met de Hongaarse vluchteling en architect M.J. Becka. Tezamen ontwierpen ze enkele decennia lang hoofdzakelijk voor katholieke opdrachtgevers. Aan het einde van de jaren 1940 ontwierp Van Kranendonk zijn eerste woningbouw in Den Haag en Breda. In Breda gaf hij in samenwerking met zijn leermeester M.J. Granpré Molière mede vorm aan de wederopbouwwijk Heuvelkwartier. Begin jaren 1950 maakte hij een aantal prijsvraagontwerpen voor gemeentehuizen in Schiedam, Cuyk en Amersfoort, waarvan alleen het laatste werd uitgevoerd. Omvangrijker en interessanter zijn Van Kranendonks kerkontwerpen, die veelal in samenwerking met H. en A. Thunnissen tot stand kwamen. Aanvankelijk hanteerde Van Kranendonk hiervoor nog een traditionalistische trant verwant aan die van de Delftse School, dat wil zeggen schoon metselwerk, opvallende torens en vormen ontleend aan historische voorbeelden.

De ‘polderkerken’ te Middenmeer (1953), Ens (1956) en Luttelgeest (1956) getuigen van deze traditionalistische en ingetogen sfeer. Het omvangrijke seminariecomplex te Noordwijkerhout uit 1958 vormt met de vrijstaande kapel op ronde grondslag de overgang naar meer gewaagde vormen in de jaren 1960. Hoogtepunt in dit opzicht vormde de Don Bosco-kerk te Alkmaar uit 1961. Van Kranendonk bedacht hier een centrale aanleg onder één monumentaal tentdak waarmee een optimale relatie tussen de kerkgangers en het hoofdaltaar kon worden bereikt. Een eveneens gewaagde dakconstructie is die van de Moeder Gods kerk te Roosendaal (1966); hier overspant de betonnen ‘hypparschaal’ een kerkruimte van 21 vierkante meter. Behalve kerken, ontwierp Van Kranendonk tal van scholen. De laatste jaren ontwierp Van Kranendonk vooral in zijn woonplaats Den Haag. Belangrijke projecten hier zijn kantoorgebouwen aan

VB Erfgoed & Architectuur

de Scheveningseweg (1977) en de Koninginnegracht (omstreeks 1979), en de Sint Antonius van Paduakerk aan de Fluwelen Burgwal uit 1984. Van een herkenbare architectonische signatuur is echter geen sprake. De bijgaande werkenlijst biedt een zo compleet mogelijk overzicht van het oeuvre van Van Kranendonk, tot stand gekomen op basis van literatuur- en verkennend archiefonderzoek en gesprekken met A. (W.P.) Thunnissen. Bij het NAi bevindt zich verder geen archiefmateriaal. Uitgangspunt bij de selectie was het aandeel van Van Kranendonk bij een ontwerp. In enkele gevallen werd een ontwerp echter door zowel Van Kranendonk als door H. en A. Thunnissen uitgevoerd, of het is niet bekend wie de hoofdverantwoordelijke is. Ook deze werken zijn in de lijst opgenomen.” [8]

“De oud-hoogleraar architectonische vormgeving prof. ir. A. van Kranendonk is op 74-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag overleden. Van Kranendonk was een van de laatste vertegenwoordigers van de Delftse School in de architectuur en doceerde van 1956 tot 1980 aan de Technische Universiteit Delft. Zijn eerste architectonische ontwerp dat publieke belangstelling trok, was het ontwerp voor het nieuwe stadhuis van Amersfoort in 1954. Het werd echter niet uitgevoerd, maar in de jaren zeventig gebouwd naar een herzien ontwerp van Van Kranendonk. Hij bouwde veel scholen en kerken, veelal voor rooms-katholieke opdrachtgevers. Hij bouwde in Roosendaal de eerste kerk met een hypar-dak, een zeven centimeter dikke betonnen overspanning van dertig meter. Van Kranendonk schreef zelf ook gedichten, en bracht tijdens zijn colleges de architectuur in verband met andere cultuuruitingen zoals muziek en theater.” (NRC, 6 april 1991)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=9e76fd39-bfb1-492f-9dab-90a7f0f345ce