3095 1e herziening van het bestedingsplan bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie
Tekst van het document
1e herziening bestedingsplan bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie 3095 Datum: 28 maart 2023
Inleiding Bij de vaststelling van de programmabegroting 2021-2024 is op basis van de nota van wijziging 20212024 een bedrag van 46 miljoen euro toegevoegd aan een nieuwe bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie. Op 7 juli 2021 heeft de raad het 1e bestedingsplan bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie vastgesteld. De bestemmingsreserve is noodzakelijk voor het behalen van de lange termijn doelstellingen van de energie- en warmtetransitie. Via het bestedingsplan wordt bepaald hoe de bestemmingsreserve gedurende de loop van tijd wordt ingezet. Inmiddels heeft zich een aantal (financiële) ontwikkelingen voorgedaan die aanleiding geven tot het opstellen van deze 1e herziening van de bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie. De volgende herziening van het bestedingsplan bestemmingsreserve is voorzien bij de vaststelling van de volgende Transitievisie Warmte in 2026. Bestedingsplan bestemmingsreserve 2021 Het eerste bestedingsplan kent een fasering in korte termijn, middellange termijn en lange termijn. Daarin waren de volgende bedragen opgenomen: Wijkaanpakken Korte termijn (2019- € 820 p.j. 2022) Middellange termijn € 6.250 totaal (2025-2030) Lange termijn (2031- € 17.660 totaal 2050)
Verduurzaming eigen vastgoed €
890 totaal
Stimulering verduurzaming onderwijsgebouwen € 432 p.j.
Stimuleren bewonersinitiatieven €
400 p.j.
€ 2.365 totaal
€
400 p.j.
€ 2.225 totaal
€
400 p.j.
Noot: bedragen x 1.000
Eind 2022 (jaarrekening) was de stand van de reserve € 44.428.000. Pagina 1 van 6
1e herziening bestemmingsreserve De gemeente ontvangt de komende jaren een doeluitkering van het rijk ter ondersteuning van de uitvoering van het klimaatakkoord. Dit zijn de uitvoeringsmiddelen tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze doeluitkering zal in 2023, 2024 en 2025 ruim € 1,3 miljoen per jaar bedragen. Deze doeluitkering loopt bij ongewijzigd beleid van het Rijk door tot 2030 maar de precieze bedragen vanaf 2026 zijn nog niet bekend. Voor 2026 is al wel door het Rijk bepaald dat dat niet minder is dan het bedrag van 2023. De regeling CDOKE is primair gericht op het vergroten van de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten en maakt het mogelijk om extra medewerkers of inhuur te realiseren. Dat past bij de ambitie om de aanpak te intensiveren. Hiermee ontstaat tevens de mogelijkheid om een deel van de reservering voor de wijkenaanpakken uit het 1e bestedelingsplan in te zetten voor een verbreding van de duurzaamheidsaanpak om de huidige ambities waar te maken. De middelen uit de bestemmingsreserve worden, in lijn met de afspraken uit het 1e bestedingsplan, specifiek ingezet voor de volgende pijlers: • • • • •
De wijkaanpakken Stimuleringsmaatregelen energietransitie (voor inwoners) Verduurzaming onderwijsvastgoed Verduurzaming gemeentelijk vastgoed CO2-reductie gemeentelijke organisatie (nieuw)
Wijkaanpakken Ook nu er rijksgeld is voor de uitvoering van de wijkaanpakken, blijft het nodig om in het bestedingsplan zorg te dragen voor voldoende financiële ruimte om alle wijken tot 2050 te ondersteunen in de transitie naar het gebruik van gas naar schone energie. Enerzijds voor personele capaciteit, maar er zijn ook middelen nodig om bij te kunnen dragen aan een collectieve voorziening of het verzachten van de extra kosten voor huishoudens. Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddeld bedrag per aansluiting (woning, bedrijf of instelling). Het bedrag is op dit moment nog niet vast te stellen en zal in een volgend bestedingsplan worden onderbouwd. Ter indicatie, bij een gemiddeld bedrag per aansluiting van € 500, zou een totaalbedrag van € 18.500.000 moeten worden gereserveerd. Deze bijdrage vergt maatwerk per wijk. Daarom zal de bijdrage per wijk steeds aan de raad worden voorgelegd ter besluitvorming via het wijkuitvoeringsplan. Op dat moment is inzichtelijk wat de wijkoplossingen zijn en wat dat aan kosten voor de gebouweigenaren betekent.
Stimuleringsmaatregelen energietransitie De stimuleringsmaatregelen hebben betrekking op de gemeentebrede aanpak, educatie en subsidies. Naast de wijkaanpak kennen we een gemeentebrede aanpak energietransitie. We informeren inwoners en we organiseren collectieve inkoopacties. In het kader van educatie verzorgen we lespakketten voor scholen.
Pagina 2 van 6
De gemeente kent al lange tijd een stimuleringsregeling groen dak en isolatie die goed gebruikt wordt. Daarnaast biedt de gemeente een rentekorting op leningen van het Nationaal Warmtefonds. Gedurende de energiecrisis van 2022 is nog duidelijker geworden dat de regelingen voorzien in een behoefte, zij het dat de duurzaamheidsleningen wat achterblijven bij de verwachtingen. In het initiële bestedingsplan was een structurele bijdrage aan stimuleringsmiddelen voorzien van € 400.000 per jaar. Daarnaast werd € 250.000 per jaar vanuit het exploitatiebudget van het programma Duurzaamheid ingezet. Het dekken van de subsidies en leningen vanuit twee verschillende geldstromen is vanuit sturingsoogpunt niet praktisch. Vanuit deze 1e herziening wordt de stimuleringsmaatregelen volledig vanuit de bestemmingsreserve gedekt. Daarnaast wordt het budget voor de jaren 2024 – 2026 verhoogd naar € 1.000.000 (exclusief uitvoeringskosten) per jaar zodat, bij een toegenomen isolatievraag vanuit de energiecrisis, zo veel mogelijk woningeigenaren die willen verduurzamen gefaciliteerd kunnen worden. Eventuele onderbenutting van het budget wordt, zoals in het 1e bestedingsplan bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie is bepaald, niet onttrokken aan de bestemmingsreserve.
Verduurzaming onderwijsvastgoed In het 1e bestedingsplan was een fors bedrag gereserveerd voor het verduurzamen van bestaande schoolgebouwen en het realiseren van nieuwe energie neutrale scholen. Voor de pijler verduurzaming bestaand onderwijsvastgoed is medio 2022 een aantrekkelijke stimuleringsregeling voor isolatie en ventilatie van bestaande schoolgebouwen opgezet. De duurzaamheidsmaatregelen moeten bijdragen aan het reduceren van het energieverbruik en/of het verbeteren van het binnenklimaat. De regeling voorziet in de vergoeding van 50% van de investeringskosten voor duurzaamheidsmaatregelen van de schoolbesturen door de gemeente. Ook advieskosten voor het opstellen van een plan van aanpak door een onafhankelijk adviseur komen voor 50% in aanmerking voor een gemeentelijke subsidie tot een maximaal bedrag van € 15.000. Voor de verduurzaming van de bestaande onderwijshuisvesting was van 2022 tot en met 2024 een jaarlijks bedrag van € 432.500 beschikbaar. Er zijn wel stappen gezet in de subsidieaanvraag, maar het subsidieplafond voor 2022 is nog onbenut gebleven en dat bedrag is niet onttrokken uit de bestemmingsreserve. Eind 2024 zal de stimuleringsregeling worden geëvalueerd om te bepalen of deze in de jaren 2025 en verder nog voortgezet moet worden. In dit bestedingsplan zijn de bedragen voor 2025 en 2026 wel geraamd op € 394.000 per jaar.
Ook bij nieuwbouw geeft de gemeente het goede voorbeeld. Bij de bouw van scholen moet minimaal de wettelijke eis BENG (Bijna Energieneutrale gebouwen) gehaald worden. Er wordt echter gestreefd naar energieneutrale gebouwen met klimaatrobuuste schoolpleinen. Vanuit de bestemmingsreserve wordt die extra stap ondersteund. Vanuit de bestemmingsreserve wordt in de periode tot 2040 een bedrag van € 4.350.000 ingezet voor verduurzaming schoolgebouwen nieuwbouw. Scholen in het primair onderwijs met een kleiner oppervlakte kunnen dan voor € 200.000 besteden en scholen in het voortgezet met een groter oppervlakte kunnen € 650.000 per school besteden aan bovenwettelijke duurzaamheidsmaatregelen. Deze bedragen zullen niet in de bouwkredieten opgenomen worden om de besteding aan duurzaamheidsmaatregelen voor de raad inzichtelijk te houden en te voorkomen dat het geld wordt ingezet om tegenvallers in het bouwproces te dekken. Het bestedingsplan volgt daarbij de planning uit het Integraal Huisvestingsplan onderwijsgebouwen Leidschendam-Voorburg. Eventuele onderbenutting van het budget wordt niet onttrokken aan de bestemmingsreserve. Pagina 3 van 6
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed In het nationale Klimaatakkoord is afgesproken dat overheden de eigen vastgoedportefeuille aanpakken. In de LES is de doelstelling opgenomen dat het eigen vastgoed in 2040 energieneutraal en in 2050 CO2neutraal is. Dan is de netto uitstoot van CO2 nul. De transitie kan alleen slagen als de gemeente laat zien dat zij het zelf ook serieus neemt. De gemeente zal bij het verder verduurzamen van haar vastgoed in de pas lopen met de planning van de wijkaanpak energietransitie. Voor de korte termijn wordt stevig ingezet op verduurzaming van de eigen gebouwportefeuille. Er is eerder een krediet beschikbaar gesteld voor de verduurzaming van een aantal gemeentelijke panden. Dit krediet kan tot en met 2024 worden gebruikt. Daarbij wordt de toekomstverwachting van de objecten in acht genomen want investeren in een pand zonder toekomstwaarde is niet duurzaam. Voor de jaren 2023- 2024, wordt opvolging gegeven aan de aanpak om met de beschikbare middelen 20% CO2-reductie te behalen ten opzichte van 2020 voor het gemeentelijk vastgoed waar we zelf de energierekening van betalen. Hierbij is gekozen voor een aantal gebouwen waar grote CO2 impact valt te behalen. Dit gebeurt op een kostenefficiënte wijze waarbij wordt gekeken naar logische investeringsmomenten vanuit het Meer jaren Onderhoud Programma (MJOP) per gebouw.
Concreet betekent dit het implementeren van maatregelen om het elektriciteits- en gasverbruik te verminderen en te verduurzamen door bijvoorbeeld het aanbrengen van ledverlichting, isolatie en het installeren van warmtepompen en zonnepanelen. Voor de periode van 2021 tot 2024 is ter dekking van de afschrijvingslasten een krediet van € 890.000 euro verstrekt. Voor 2023 en 2024 is hiervan nog € 670.000 beschikbaar. Na 2024 stopt de extra inzet vanuit de reserve. In 2024 wordt een beleidskader voor de verduurzaming van het overige gemeentelijk vastgoed vastgesteld, inclusief de benodigde financiële middelen. De personele lasten en advieskosten voor het maken van het beleidskader en de start van de uitvoering in 2025 wordt vanuit de bestemmingsreserve gefinancierd. Dit is een bedrag van € 142.000. Door deze financiering vanuit het programma duurzaamheid kan verduurzaming van gemeentelijk vastgoed worden ingebed in de reguliere bedrijfsvoering. Uitgangspunt is dat verduurzaming een logisch onderdeel is van onderhoud of nieuwbouw van gemeentelijk vastgoed. Verdere verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed moet dan voldoende zijn verankerd in de meerjaren onderhoudsplannen en de meerjarenbegroting van de afdeling stadsbeheer op basis van het beleidskader verduurzaming gemeentelijk vastgoed.
CO2-reductie gemeentelijke organisatie In de Lokale Energie Strategie is de doelstelling opgenomen dat de gemeentelijke bedrijfsvoering in 2040 CO2-neutraal is. In de ontwikkeling naar een toekomstbestendig Leidschendam, Stompwijk en Voorburg geeft de gemeentelijke organisatie zelf het goede voorbeeld. Daarom werkt de gemeente aan het verankeren van duurzaamheid in de eigen bedrijfsvoering. De gemeente stuurt aan op een CO2-reductie in lijn met de landelijke doelen van 55% in 2030 (60% waar mogelijk) ten opzichte van 1990. Als in 2040 het doel niet is bereikt, zal de gemeente haar eigen CO2footprint compenseren. Om de CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie te meten, monitoren en verbeterprojecten te realiseren is capaciteit nodig. Hiervoor wordt voor de periode van 2023 tot en met 2029 0,8 fte begroot vanuit de bestemmingsreserve, voor een totaalbedrag van € 560.000. Pagina 4 van 6
Raming middelen bestemmingsreserve 2027-2050 Restant bestemmingsreserve per 1-1-2023: Begroting middelen bestemmingsreserve 2023-2026 Verwachte stand bestemmingsreserve eind 2026:
€ 44.428.000 € 8.854.000 € 35.574.000
Begroting 2023-2026 Wijkaanpakken: capaciteit en onderzoek
Raming 2027 – 2050 € 25.300
Wijkaanpakken: bijdrage transitiekosten
-
n.t.b.
Stimuleringsmaatregelen energietransitie
€ 4.898
€ 6.887
Verduurzaming onderwijsvastgoed nieuwbouw Verduurzaming onderwijsvastgoed bestaande bouw
€ 1.250
€ 3.100
€ 1.654
n.t.b.
Verduurzaming gemeentelijk vastgoed FTE CO2 reductie gemeentelijke organisatie
€
779
-
€
273
€
287
Toelichting Hierbij is uitgegaan van de rekenmethodiek van AEF. Kosten wijkaanpakken zijn gemiddeld 2,5 miljoen per jaar. Aanname is dat het Rijk ook na 2030 1,4 miljoen per jaar bijdraagt. Vanaf 2027 zijn de Rijksmiddelen CDOKE niet meer toereikend omdat de gemeente dan gelijktijdig meerdere transitiewijken heeft. In deze fase van de wijkaanpak is hier nog onvoldoende inzicht in, dit volgt in een volgend bestedingsplan. De bedragen in deze tabel zijn inclusief gemeentebrede aanpak, collectieve inkoopacties, educatie, uitvoeringskosten subsidies en de subsidies. In de periode 2024-2026 zijn de subsidies geïntensiveerd naar 1 miljoen euro per jaar.. Bijdrage om stappen te zetten naar bovenwettelijke norm energieneutrale gebouwen. De middelen vanaf 2027 zijn afhankelijk van evaluatie voorziening verduurzamen onderwijsvastgoed en de beschikbare middelen in de bestemmingsreserve. Zoals in het eerste bestedingsplan is aangegeven, worden hier tot uiterlijk 2040 middelen voor gereserveerd omdat te zijner tijd het onderhoud moet voldoen aan de wettelijke eisen van dat moment. Bovengenoemd totaalbedrag van 560 minus middelen 2023- 2026
Bedragen x € 1.000 •
De kosten van de uitvoering van CO2-reductie projecten in de gemeentelijke organisatie worden
•
in de reguliere begroting meegenomen. Verduurzaming gemeentelijke panden wordt na uitputting van het krediet vanaf 2025 in de
•
reguliere begroting meegenomen. Het rijk heeft de uitvoeringsmiddelen klimaatakkoord (CDOKE) toegezegd tot 2030. Over een aantal jaren volgt wetgeving. Dan is er meer inzicht in de rijksmiddelen en volgt een herziening van het bestedingsplan. Pagina 5 van 6
•
Indien de raming bekend is van de posten die op ‘nader te bepalen’ staan (bijdrage
•
transitiekosten en verduurzaming gemeentelijk vastgoed) kan, afhankelijk van de uitputting van de bestemmingsreserve en de CDOKE middelen, in een herziening van het bestedingsplan bepaald worden dat ramingen van overige posten aangepast dienen te worden. Eventuele onderbenutting van het budget wordt niet onttrokken aan de bestemmingsreserve.
Rol gemeenteraad, tussentijdse evaluatie, verantwoording herijkingsvoorstellen en besluitvorming Het college zal in ieder geval jaarlijks de bestedingen aan de gemeenteraad verantwoorden. Het is belangrijk om waar mogelijk zo snel mogelijk zaken te realiseren. Het kan hierdoor gebeuren dat er op een bepaald thema geraamde bedragen naar voren gehaald moeten worden. Bij dergelijke verschuivingen groter dan € 100.000 wordt de raad door middel van een brief tussentijds geïnformeerd. Dit om te borgen dat er voldoende voortgang kan worden geboekt binnen het totaal beschikbare budget per thema. Kansen en Risico’s De financiële risico’s van de bestemmingsreserve en het bestedingsplan zijn in eerste aanleg beperkt. De uitvoering van het bestedingsplan wordt regelmatig met de gemeenteraad herijkt. Er zijn echter wel exogene risico’s /kansen die nu niet kunnen worden becijferd maar die wel van invloed kunnen zijn op het uiteindelijke effect en succes van de besteding van de reserve. Niet limitatief zijn dat de volgende risico’s/kansen: • •
Wijzigingen in het beleid van het Rijk – onzekerheid Rijksmiddelen Draagvlak (of het ontbreken van draagvlak) bij inwoners, instellingen en bedrijven voor
•
(collectieve) oplossingen Disbalans in opwek, opslag en netcapaciteit
• • •
Technologische innovaties Krapte op de aannemersmarkt, beperkte beschikbaarheid van materialen en kostenstijgingen Schaarste op de arbeidsmarkt
Tot slot Het bovenstaande laat onverlet dat er stappen gezet moeten worden en dat moet worden ingezet op mogelijkheden om tot verwezenlijking te komen van de doelstellingen. Timing en tijdig aanhaken op kansen is daarbij essentieel. De weg naar het realiseren van de klimaatdoelstellingen kent nog een groot aantal onzekerheden. Het betreft zowel de verantwoordelijkheden, de betaalbaarheid, de technische mogelijkheden en het uiteindelijke draagvlak. Met de bestedingen zoals in dit plan verwoord kan een volgende forse stappen gezet worden die passen binnen de gemeentelijke rol in deze maatschappelijke opgave.
Pagina 6 van 6