3004 Bijlage 1 Plan van Aanpak Energiearmoede
Tekst van het document
Een warme woongemeente Plan van Aanpak Energiearmoede Leidschendam-Voorburg
Aanleiding Sinds het najaar van 2021 stijgen de kosten voor energie sterk. Dit is begonnen vanwege de aantrekkende wereldeconomie na de corona-epidemie en dit jaar verergerd door de verminderde leveringen van Russisch aardgas als gevolg van de Russische inval in Oekraïne en de Europese reactie hierop. Door de stijgende kosten hebben steeds meer huishoudens moeite met het betalen van de energierekening. Ook in Leidschendam-Voorburg zijn signalen van huishoudens die de energierekening niet meer kunnen betalen. Dit heeft geleid tot het besef dat zowel op landelijk als lokaal niveau maatregelen genomen moeten worden om de grootste problemen die het gevolg zijn van de stijgende energieprijzen het hoofd te bieden. Zo is in de commissievergadering van 29 juni 2022 met het college gesproken over stijgende energiearmoede in onze gemeente. Het college heeft aan de hand daarvan de toezegging gedaan te komen met een Plan van Aanpak. Dit is verwoord in raadsbrief 2664 Aankondiging plan van aanpak energiearmoede. Op 27 september 2022 sprak de voltallige raad over de aanpak van energiearmoede. Uitkomsten van deze bespreking zijn meegenomen in dit Plan van Aanpak.
Doelgroep Als gevolg van de snel stijgende energiekosten heeft een steeds groter deel van de bevolking moeite de energierekening te betalen. De problemen worden vergroot doordat ook andere kosten voor levensonderhoud (zoals eten en kleding) snel stijgen als gevolg van de historisch hoge inflatie. Op basis van cijfers van Divosa (de vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein) uit het voorjaar van 2022 is de verwachting dat ongeveer 7.000 huishoudens in Leidschendam-Voorburg problemen hebben met het betalen van de (energie-)rekening. Mogelijk dat deze groep nog groter wordt nu ook steeds meer werkende mensen moeite hebben met het betalen van de rekeningen. Daarnaast zien ketenpartners dat mensen de problemen nu nog voor zich uitschuiven door hun termijnbedrag voor energie te verlagen. De problemen ontstaan dan bij de eindafrekening aan het einde van het (contract)jaar. Er bestaat dan ook de vrees dat er op dit moment nog geen duidelijk zicht is op de problematiek en dat de golf aan aanvragen voor de energietoeslag of andersoortige ondersteuning vanuit de gemeente (denk aan bijzondere bijstand) nog moet komen als mensen geconfronteerd worden met de eindafrekening of andere grote uitgaven die vaak aan het eind van het jaar/ begin van het jaar gedaan moeten worden.
De opbouw van deze groep van 7.000 huishoudens is divers, maar enkele kenmerken zijn wel te benoemen: • Vast laag inkomen zoals een klein pensioen of een (bijstands-)uitkering; • Hoog energieverbruik (met als voornaamste oorzaak een woning met een slecht energielabel • •
(E/F/G)); Mensen met nieuwe (variabele) energiecontracten; Veelal alleenstaand, met of zonder kinderen.
Om een beter beeld te krijgen van de situatie in Leidschendam-Voorburg zijn enkele kenmerken hieronder verder uitgelicht. 2
Inkomenssituatie Het inkomen (per huishouden) bepaalt mede voor welke extra toeslagen inwoners in aanmerking komen. Hierbij geldt dat huishoudens met een inkomen tot 110% van het wettelijke sociaal minimum (Wsm) in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Huishoudens met een inkomen tot 120% komen in Leidschendam-Voorburg in aanmerking voor de energietoeslag. In onderstaande tabel is aangegeven hoeveel huishoudens in de gemeente globaal in een inkomenscategorie vallen. Dit geeft een indicatie hoeveel huishoudens aanspraak kunnen maken op onder meer bijzondere bijstand en de energietoeslag. Inkomen Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm
Aantal 2.900 3.400 4.000 4.500
Aandeel van bevolking 8,0% 9,3% 11,0% 12,4%
Overige inkomens Totaal
31.797 36.297
87,6% 100%
Tabel 1: Huishoudens naar inkomen in Leidschendam-Voorburg (schatting- cumulatief, cijfers 2020).
Energielabels in Leidschendam-Voorburg Hoe beter geïsoleerd een woning is, hoe minder energie nodig is om die woning te verwarmen. Een indicatie van de lokale problematiek is dan ook de staat van de woningen, ingedeeld naar energielabel. In de onderstaande grafiek is een overzicht van de woningen in Leidschendam-Voorburg naar energielabel zoals volgend uit de Isolatiestandaard 2022. Van de 37.727 panden met woonfunctie, hebben 14.927 (nog) geen energielabel volgens de laatste gegevens. Van de 22.800 panden met woonfunctie die dit wel hebben, is de onderverdeling als volgt.
Energielabel woningen 8000 7000 6000 5000 4000 3000 2000 1000 0
7090
4351 2513
A
3114
2928
1779
B
C
D
E
F
1025
G
Energielabel woningen Grafiek 1: Geregistreerde energielabels in Leidschendam-Voorburg (Bron: DEGO Viewer VNG))
In de gemeente zijn 5.918 woningen met een energielabel E/F/G. Dat is op het totaal aantal woningen in de gemeente 15,7%.
3
Opbouw huishoudens De eerste signalen wijzen uit dat alleenstaanden harder worden getroffen dan huishoudens met twee of meer personen. Daarom is het relevant de typering van deze groep nader in beeld te hebben. In de gemeente Leidschendam-Voorburg bestaat 43% van de huishoudens uit één persoon. Dit kunnen studenten zijn, maar ook alleenstaande gepensioneerden met een klein pensioen. Hieronder zijn enkele sub-doelgroepen gedefinieerd. Studenten Op zichzelf wonende studenten die niet in een gezamenlijk (studenten)huis wonen vallen onder Alleenstaanden. In de meeste gevallen hebben studenten een laag inkomen. Eénoudergezinnen Speciale aandacht moet gegeven worden aan éénouder-gezinnen met een laag inkomen. Dit zijn gezinnen met of een vast inkomen (uitkering) of slechts één inkomen. Deze groep behoort dan ook tot de doelgroep van het college. Gepensioneerden met een klein pensioen Verder vallen onder de ‘paren zonder kinderen’ ook oudere echtparen met vaak maar een klein pensioen. Ook zij behoren nadrukkelijk tot de doelgroep van dit plan van aanpak. Statushouders Wanneer een statushouder verhuist naar Leidschendam-Voorburg, is de gemeente verplicht om de eerste zes maanden te helpen met financiële ‘ontzorging’. Dat betekent dat de gemeente de vaste lasten betaalt vanuit de uitkering die statushouders ontvangen.
De gemeente ziet hierbij een zorgwekkende trend dat voor recent verhuisde statushouders het bedrag dat overblijft nadat alle vaste lasten (incl. energie) zijn betaald steeds lager wordt. 1 8
22
43
26
Alleenstaand
Paren zonder kinderen Paren met kinderen
Eenoudergezinnen
Overig
Grafiek 2: Opbouw huishoudens in Leidschendam-Voorburg (Bron: Wijkatlas 2021)
4
Landelijke maatregelen Tot medio september 2022 was niet duidelijk of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen de regering zou nemen om de problematiek rondom de energiearmoede en bredere koopkracht te adresseren. Dit leidde ertoe dat lange tijd ook niet duidelijk was welke maatregelen de gemeente zou kunnen nemen aangezien gemeentelijke maatregelen als aanvulling op rijksmaatregelen moeten worden gezien. Ondanks dat de regering op Prinsjesdag meer duidelijkheid heeft gegeven over de te nemen maatregelen, is nog niet duidelijk welke maatregelen uitgevoerd (moeten) worden door de gemeenten en welke voor het Rijk zelf. Op Prinsjesdag 2022 presenteerde de regering de plannen met betrekking tot de aanpak van de energiearmoede1. De afspraken zijn opgesteld in samenwerking met de energiebedrijven. I. Instelling van een prijsplafond van 1 januari 2023 tot januari 2024. Huishoudens besparen
II. III. IV.
hiermee gemiddeld € 2.280 per jaar. In de maanden november en december 2022 wordt in beide maanden, via de energiebedrijven, € 190 per maand als korting op de energierekening toegepast; Voorkomen van afsluitingen van energie de komende winter; Het bevorderen van vaste energiecontracten; Het mogelijk maken van het uitkeren van de extra energietoeslag van € 1.300 waarbij € 500
V. VI. VII.
uit 2023 naar voren gehaald kan worden en in 2022 kan worden uitgekeerd; Inzet van flankerend beleid; w.o. schuldhulpverlening. Noodfonds om grote schulden voor huishoudens met een achterstand te voorkomen; Energiemaatschappijen gaan informatierijkere signalen doorgeven aan gemeenten.
De bovenstaande maatregelen komen bovenop de maatregelen die het kabinet eerder al nam, waaronder: a. Verlaging van de belastingtarieven op energie tot juni 2023; b. Accijnsverlaging op benzine en diesel tot juli 2023; c. Energietoeslag van €1.300 voor minima tot 120% in 2022; d. Ook een energietoeslag van €1.300 in 2023 (zie punt IV); e. Specifieke Uitkering (SPUK) Energiearmoede waarmee gemeenten huishoudens kunnen ondersteunen met het nemen van energiebesparende maatregelen. De SPUK Energiearmoede is verlengd en loopt tot 31 december 2024.
Energietoeslag Tot begin oktober hebben 2.428 huishoudens een aanvraag voor de energietoeslag ingediend in Leidschendam-Voorburg. Daarnaast heeft een deel van de inwoners via een ambtshalve toekenning de uitkering ontvangen (dit betreft in Leidschendam-Voorburg ongeveer 2.000 huishoudens). Vanuit het Rijk is toegezegd dat in 2022 een extra betaling van € 500 vanuit 2023 naar voren gehaald kan worden. Zodra duidelijkheid bestaat over de criteria die vanuit het Rijk worden gesteld aan de energietoeslag voor 2023 wordt overgegaan tot betaling.
1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2022/09/20/kamerbrief-aanvullende-
maatregelen-energierekening 5
Studenten Volgens het rijksbeleid waren studenten uitgesloten voor de energietoeslag. Ondanks dit rijksbeleid heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg, met gebruik van de hardheidsclausule studenten in bepaalde gevallen wel een energietoeslag toegekend. Na een rechtszaak en intern beraad stelt het kabinet een bedrag van 35 miljoen euro beschikbaar voor individuele studenten die in ernstige financiële problemen komen als gevolg van de stijgende energieprijzen. Het Rijk blijft hiermee bij het standpunt studenten geen energietoeslag toe te kennen maar stelt de € 35 miljoen beschikbaar voor individuele bijzondere bijstand aan deze groep. Het college heeft echter besloten studenten wel een energietoeslag toe te kennen en zet hiervoor het geld in dat zij ontvangen van het Rijk voor de individuele bijzondere bijstand voor studenten. Hiervoor worden op dit moment de beleidsregels aangepast en afgestemd met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar om uniformiteit in de uitvoering te garanderen. De nieuwe beleidsregels zijn in de loop van november gereed. Tot die tijd kan de gemeente aanvragen door studenten in geval van nood honoreren door gebruik te (blijven) maken van de hardheidsclausule.
Energieplafond Als gemeente hebben we geen individuele verbruiksgegevens van inwoners als het gaat om gas- en elektriciteitsverbruik. Het is daarom niet mogelijk om op huishoudenniveau te bepalen hoeveel huishoudens het meest profiteren van het energieplafond. Wel is inzichtelijk hoeveel huur- en koophuizen, per wijk, gemiddeld aan gas en elektriciteit verbruiken op jaarbasis. Soort woning Wijk Bovenveen Damsigt e.o. De Heuvel/ Amstelwijk De Zijde/ Duivenvoorde/ Park Veursehout Essesteijn Leidschendam-Zuid e.o. Prinsenhof Stompwijk ’t Lien/ De Rietvink Voorburg-Midden Voorburg-Noord Voorburg-Oud Voorburg-West/ Park Leeuwenbergh
Huurwoningen Gas Elektriciteit 920 1800 980 2310 910 1760 890 2110 1180 1980 970 2170 930 1980 1120 2600 790 2070 900 1780 1080 1920 1170 2150 1130 2180
Koopwoningen Gas Elektriciteit 1120 2290 1590 3340 860 2320 1480 3220 1420 3040 1240 3030 1150 2480 1810 3830 1360 3470 1300 2440 1230 2370 1980 3480 1830 3490
Tabel 2: Gemiddeld gas- en elektriciteitsverbruik per wijk voor huur- en koopwoningen (bron: DEGO Viewer)
Met het bovengenoemde energieplafond gesteld op 2900 kWh p/j voor elektriciteit en 1200 m3 p/j voor gas, maakt bovenstaande tabel duidelijk dat, gemiddeld genomen, inwoners van huurwoningen onder dit plafond blijven. In de wijken Bovenveen, De Heuvel/ Amstelwijk en Prinsenhof blijven ook inwoners van koopwoningen, gemiddeld, onder het plafond.
Lokale maatregelen Naast landelijke maatregelen, neemt de gemeente ook lokale maatregelen. Doordat de gemeente, samen met maatschappelijke partners, dicht bij de inwoners staat, heeft de gemeente goed zicht op de noden van mensen. Dit stelt de gemeente in staat om specifieke hulp, maatwerk, te verlenen. De hulp van de 6
gemeente is, zoals al eerder gesteld, aanvullend op de financiële maatregelen die vanuit het Rijk zijn genomen en die van generieke aard zijn.
Visie en doel De visie van het college op de aanpak van energiearmoede in de gemeente is het beste te omschrijven als: Acute financiële nood verlichten en structureel lager energieverbruik bewerkstelligen De ontwikkelingen in de energieprijzen zijn dusdanig ingrijpend dat iedereen in de samenleving dit merkt. We hebben te maken met huidige zeer hoge energierekeningen waar een acute oplossing voor nodig is. Tegelijkertijd is het structureel terugbrengen van ons energiegebruik, dat we vanuit duurzaamheid al moesten, nog urgenter geworden. De grootte van de huidige last is afhankelijk van de situatie waarin individuele inwoners en huishoudens zich bevinden. Noch het Rijk noch de gemeente zijn in staat om alle gevolgen van deze energiecrisis (en inflatie) te mitigeren ondanks de maatregelen die zijn aangekondigd. De (aanvullende) financiële inspanningen van het college zijn als eerste gericht op die inwoners die zonder maatregelen onder het bestaansminimum terecht komen. De bestaanszekerheid van de groep kwetsbare inwoners/ huishoudens is met andere woorden de eerste prioriteit van het college. Het college tracht dit via meerdere wegen te bewerkstelligen. Enerzijds door financiële ondersteuning te geven waar nodig (korte en middellange termijnmaatregelen) en anderzijds door inwoners te helpen zichzelf weerbaar te maken.
Hierdoor zullen mensen beter in staat zijn tegenslagen in de toekomst zelf het hoofd te kunnen bieden. Dit betreft een lange termijn-aanpak waarbij armoedebestrijding en duurzaamheidsbevordering arm-in-arm gaan. Van belang is om te beseffen dat de gemeente deze doelen niet alleen kan behalen. Niet alleen ontbreekt de financiële armslag, ook is niet altijd de kennis en capaciteit aanwezig. Deze kennis is wel aanwezig bij sociale- en ketenpartners zoals bijvoorbeeld maatschappelijke (welzijns-)organisaties en woningbouwverenigingen en –corporaties. Zeker voor lange termijn oplossingen is het ook van belang dat het Rijk zijn rol pakt en vasthoudt. Verder ziet het college grote synergievoordelen tussen de voorgestelde lange termijnaanpak (zie hieronder) en het gemeentelijk Programma Duurzaamheid en de maatregelen die hierin zijn geïdentificeerd. Er is ook sprake van overlap met verschillende maatregelen die vanuit de SPUK-uitkering van het Rijk worden bekostigd. Hierbij geldt dat de impact van de lange termijnoplossingen, zowel die zijn bekostigd vanuit SPUK-gelden als de maatregelen die volgen vanuit het Programma Duurzaamheid, over het algemeen groter is en ook langer doorwerkt.
7
Figuur 1: Korte en (middel)lange termijn maatregelen vanuit het Plan van Aanpak en de relatie met het Programma Duurzaamheid.
Maatregelen De aanpak van energiearmoede van het college richt zich op de korte (< 3 maanden) en (middel)lange termijn (tot maximaal 1 jaar). Dit plan richt zich naast de acute (financiële) steun aan inwoners specifiek op de reductie van energieverbruik voor kwetsbare inwoners en het opvangen van de inwoners die in betalingsproblemen komen. Een reductie van energie is ook voor de lange(re) termijn nodig: niet alleen omdat naar verwachting het prijsniveau niet meer terug zal keren naar het niveau van september 2021 maar ook omdat een verdere energiereductie past binnen de duurzaamheids- en klimaatdoelen die Nederland heeft gesteld. De gemeente staat een integrale aanpak voor tussen verschillende afdelingen en programma’s. Daarnaast worden de ketenpartners actief betrokken bij de verdere invulling en uitvoering van het plan. De aanpak bestaat uit de volgende elementen, waarbij altijd maatwerk nodig zal zijn: 1. Signaleren 2. Toeleiden 3. Besparen 4. Vangnet 5. Monitoren De samenhang tussen de elementen is in onderstaand figuur weergegeven.
Figuur 2: Samenhang tussen elementen.
8
1. Signaleren Goede hulpverlening start met het hebben van goed overzicht welke problemen er spelen en bij welke inwoners. Dit is extra van belang in de aanpak die de gemeente voorstaat die (veel) ruimte laat voor maatwerk richting de inwoners. Vroegsignalering kan plaatsvinden op basis van onze eigen gegevens, van algemene landelijke data van het CBS en uit gerichte data die de gemeente ontvangt als inwoners betalingsachterstanden opbouwen bij bijv. de zorgverzekering. Ook ketenpartners kunnen een belangrijke bron zijn voor dit soort vroege signalen. Het soort signalen dat de gemeente ontvangt bepaalt welke volgende acties, toeleiden of besparen, worden aangeboden aan de betreffende inwoner(s). Huishoudens die in aanmerking zijn gekomen voor de energietoeslag Tot nu toe hebben 3.195 huishoudens in Leidschendam-Voorburg de energietoeslag ontvangen. Naar schatting (zie tabel 1) hebben 4.000 huishoudens in de gemeente recht op de energietoeslag. Dit betekent dat er mogelijk nog inwoners zijn die niet weten dat ze recht hebben op de toeslag. De gemeente benadert, al dan niet door tussenkomst van ketenpartners, de inwoners die in aanmerking komen voor de energietoeslag actief om ze te wijzen op de mogelijkheid van een aanvraag.
Zo worden inwoners via verschillende communicatiekanalen geïnformeerd, zoals de Gemeenterubriek in Het Krantje, sociale media en flyers bij onder andere sportverenigingen en wijkcentra. Daarnaast zijn ook de ketenpartners geïnformeerd over de regeling en uitvoering hiervan. Ook wordt de mogelijkheid voor het aanvragen van de energietoeslag besproken in het reguliere intakegesprek met de consulent van de gemeente. De gegevens die de gemeente heeft van/ over de aanvragers worden verrijkt met energielabel-gegevens gesorteerd op wijk. Hiermee kan gericht een aanbod worden gedaan. De gemeente richt zich op een bredere groep dan de bijstandsgroep, dit om stigmatisering (en zichtbaarheid) van deze groep te voorkomen en om ook andere kwetsbare inwoners te bereiken. Nationale Schuldhulproute De NSR heeft met behulp van data over vroegsignalering, inkomen, uitgaven en energielabels een dashboard dat heel gericht kan identificeren waar energiearmoede veel voorkomt, met respect voor de AVG. Hierdoor kan op straat of complexniveau in kaart worden gebracht waar energiearmoede vaker voorkomt. Deze kennis is van belang om te bepalen waar de energiehulpen (zie hieronder) het beste kunnen worden ingezet.
Vroegsignalering door energiebedrijven In het pakket maatregelen dat de regering op Prinsjesdag heeft gepresenteerd, is ook opgenomen dat energiemaatschappijen vaker en informatierijkere signalen naar gemeenten gaan sturen op basis waarvan gemeenten gerichter kunnen interveniëren. Op dit moment is nog niet duidelijk welke gegevens gedeeld kunnen worden en op welke wijze deze gegevens inzetbaar zijn. Vroeg Eropaf De gemeente kent een aparte wettelijke aanpak voor vroegsignalering; Vroeg Eropaf. Een maatschappelijk werker benadert inwoners die sinds kort een betalingsachterstand hebben. Dit gebeurt door bij hen langs te gaan, te bellen of door een kaart te bezorgen. Door snel te reageren op een ontstane achterstand wordt getracht te voorkomen dat rekeningen zich opstapelen en de schulden dusdanig toenemen dat er een schuldhulpverleningstraject moet worden gestart. Daarnaast kan de 9
maatschappelijk werker doorverwijzen naar energiehulpen en minimaregelingen die aansluiten op de situatie van de betreffende inwoner. De meldingen door energiebedrijven zijn inzichtelijk voor mensen van Vroeg Eropaf, waardoor geborgd is dat ook deze meldingen vroeg opgepakt kunnen worden en snel actie kan worden ondernomen. De betrokken maatschappelijk werker kan de inwoner bijvoorbeeld verwijzen naar de juiste loketten of wijzen op de energietoeslag als deze nog niet is aangevraagd. De inzet van de betrokken hulpverleners wordt geïntensiveerd om zo meer mensen te kunnen bereiken. Met Kwadraad, die de vroegsignalering uitvoert, zijn gesprekken om dit verder uit te breiden. Hierdoor kan bij meer mensen die een betaalachterstand hebben langs worden gegaan. 2. Toeleiden Nadat de gemeente signalen heeft ontvangen vanuit één of meerdere instellingen en de gemeente daarmee zicht heeft op de aard van de problemen en benodigde ondersteuning, is het van belang om deze inwoners toe te leiden naar passend aanbod. Hieronder wordt dit aanbod beschreven. Inzet ketenpartners en WIJZ-consulenten De partners in het maatschappelijk middenveld zijn logische eerste aanspreekpunten waar vandaan ze kunnen worden doorverwezen naar passend aanbod, zoals hieronder omschreven. Naast het al genoemde Sociaal Servicepunt is het ook van belang om andere hulpverleners te betrekken.
Zoals daar zijn huisartsen, woonbegeleiding, ouderenadviseurs. In wijken met veel kwetsbare inwoners worden ook scholen (zoals school maatschappelijk werk) ingezet. Zij hebben kennis en ervaring met bepaalde groepen inwoners die nu nog niet voldoende in beeld zijn bij de gemeente, zoals bijvoorbeeld gepensioneerden met een klein pensioen die tot nu toe geen ondersteuning nodig hadden maar die in de knel komen door de snel stijgende kosten van zowel energie als levensonderhoud. Door WIJZ-consulenten wordt de problematiek van energiekosten en de benodigde ondersteuning (zoals de mogelijk inzet van een energiehulpen) besproken in de reguliere (intake)gesprekken waarna inwoners naar de juiste organisaties, zoals het Sociaal Servicepunt, worden doorverwezen. Ook is het van belang om mensen tijdens dit reguliere intakegesprek te wijzen op de mogelijkheden van de energietoeslag want nog niet alle inwoners die recht hebben op de toeslag hebben deze aangevraagd. Campagne Omdat nog niet alle inwoners die recht hebben op de energietoeslag deze nog niet hebben aangevraagd, start de gemeente een campagne om mensen te wijzen op de mogelijkheid van aanvragen van een energietoeslag en het loket waar zij zich kunnen melden.
Omdat een groep inwoners (zoals statushouders en laaggeletterden) moeilijk te bereiken is via brieven of campagnes, wordt hierbij ook de hulp gezocht van bijvoorbeeld huisartsen. 3. Besparen Het besparen van energie bespaart geld én de uitstoot van CO2 neemt af. Dit raakt aan twee gemeentelijke opgaven, namelijk armoedebestrijding en duurzaamheid. Door de structurele gevolgen van deze maatregel, helpt het inwoners ook om weerbaarder te worden voor de toekomst. Inwoners kunnen geld besparen door gedrag, zoals korter douchen of de kachel lager zetten en door fysieke maatregelen, zoals tochtstrips, radiatorfolie of nieuw witgoed. Belangrijke onderdelen van deze stap zijn het afleggen van huisbezoeken en de witgoedregeling. 10
Campagne De gemeente start een publiekscampagne gericht op gedragsverandering binnen de doelgroep. De gewenste verandering is dat mensen bewust omgaan met energie en wanneer nodig (op tijd) hulp zoeken om te besparen en uit de schulden te blijven. Deze campagne zal aansluiten bij de bredere campagnes over energiebesparing die o.m. vanuit het Programma Duurzaamheid geïnitieerd worden. Energiebesparing is immers voor iedereen van belang en niet alleen voor de mensen uit de doelgroep. Met de campagne worden inwoners van de doelgroep opgeroepen een afspraak te maken met een energiehulpen die specifiek zich richt op gedrag en het nemen van kleine maatregelen. Inwoners die niet onder de doelgroep vallen worden doorverwezen naar het Regionaal Energieloket en de reguliere energiehulpen Energy Common. Huisbezoeken door energiehulpen Dit is één van de belangrijkste maatregelen om te nemen. Huisbezoek maakt het mogelijk om mensen op een laagdrempelige manier te laten zien hoe zij met simpele gedragsveranderingen geld kunnen besparen. Ook is het mogelijk om mensen door te verwijzen naar andere hulp binnen het sociaal domein van de gemeente en haar ketenpartners. Tijdens de bezoeken worden meteen energiebesparende maatregelen zoals tochtstrips, radiatorfolie en Ledlampen aangebracht en eventueel de cv-ketel op 60 graden gezet.
Hiervoor zoekt de gemeente samenwerking met een partij uit de regio Haaglanden die ervaring heeft met zulke praktische en direct resultaat opleverende huisbezoeken, diverse doelgroepen aanspreekt en werkgelegenheid kan creëren binnen de energietransitie in Leidschendam-Voorburg. Een huisbezoek kan geïnitieerd worden via de ketenpartners, WIJZ-consulenten (als de cliënt tijdens de intake aangeeft hier interesse in te hebben) of op eigen aanmelding, bijvoorbeeld via de campagne. Ook kunnen straat of wijkacties worden georganiseerd met de aangenomen partij. Als indicator kan een combinatie van de WOZ-waarde van het huis en het energielabel voor de isolatiewaarde worden genomen. Een extra indicator is de data uit het NSR dashboard in combinatie met data over de energietoeslag met de energielabels van huizen. De huisbezoeken worden bekostigd vanuit de SPUK Energiearmoede die in 2022 door het Rijk in het leven is geroepen. Witgoedregeling Oude apparaten zijn bekende energieverspillers en kosten zo, bijna ongemerkt, veel geld. Dit geldt bijvoorbeeld voor oude koelkasten van 7 jaar en ouder. Vervangen is dan ook wenselijk en levert, op de lange termijn, geld op. Een investering in een A-label koelkast of wasmachine is alleen niet voor iedereen weggelegd.
Het college onderzoekt daarom de mogelijkheden om de meest kwetsbare inwoners met een oude, inefficiënte, koelkast of wasmachine te helpen bij de aanschaf van een energiezuinige koelkast of wasmachine. We kijken hierbij onder andere naar regelingen die in sommige andere gemeenten al lopen, regelingen die sterk uiteenlopen, zowel qua doelgroep als qua gegeven ondersteuning. Zodra er meer duidelijkheid is over de mogelijkheden wat betreft de vorm van de ondersteuning (doelgroep, hoogte van de ondersteuning) en de uitvoering van de regeling, zal de raad hierover worden geïnformeerd. Woningcorporaties Vanuit de al genoemde SPUK Energiearmoede hebben de woningcorporaties Vidomes en WoonInvest het bedrag van € 333.132 ontvangen voor het aanbrengen van isolerende maatregelen in hun woningen. Dit moet leiden tot beter geïsoleerde woningen en daarmee lagere energiekosten voor de inwoners. Aan WoonInvest is nog additioneel €25.000,- toegezegd voor extra kosten die zij hiervoor maken. Met beide 11
corporaties wordt besproken of zij nog extra complexen versneld kunnen verduurzamen vanuit de tweede SPUK uitkering. De huisbezoeken, de witgoedregeling en de werkzaamheden die de woningcorporaties nu uitvoeren zijn aanvullend (of vooruitlopend) op de maatregelen vanuit het lopende gemeentelijke Duurzaamheidsprogramma (en het Rijk en provincie): • Voorlichting over gedrag en maatregelen; • Energiehulpen/ advies voor particulieren en MKB (o.a. via Regionaal Energieloket); • Subsidie voor isolatiemaatregelen; • Korting op Warmtefondslening; • Collectieve inkoopacties isolatie; • VVE-ondersteuning; • Aanpak verduurzamen bezit woningbouwcorporaties; deze maatregel uit het gemeentelijk duurzaamheidsprogramma wordt nu versneld uitgevoerd met extra geld uit de SPUK Energiearmoede van het Rijk. Het Duurzaamheidsprogramma wordt momenteel vernieuwd. Hierbij wordt ook gekeken hoe verdere versnelling van isolatie van woningen te bewerkstelligen is. 4. Vangnet De gemeente bekijkt of er naast de maatregelen vanuit het Rijk aanvullende ondersteuning nodig is. Bij problemen en betalingsachterstanden ondersteunen we bewoners met ons eigen aanbod en dat van onze partners, zoals het Sociaal Servicepunt. Hiervoor ondernemen we de volgende acties. (Energie)toeslag-check We checken tijdens de huisbezoeken van de energiehulpen of iedereen die daar recht op heeft de energietoeslag heeft aangevraagd.
Vooral bij bezoeken aan studenten, mensen in schuldhulpverleningstrajecten en statushouders wordt hier extra op gelet. Daarnaast wordt waar mogelijk benoemd dat mensen bij inwoners met een schuldregeling wordt gekeken naar besteedbaar inkomen. Indien nodig kunnen we ze doorsturen naar het Sociaal Servicepunt voor verdere ondersteuning. Bijzondere bijstand Vanuit de bijzondere bijstand kunnen de (hoge) energiekosten voor mensen met een inkomen tot 110% Wsm worden vergoed. Dit gaat dan gepaard met een gericht energiebesparingsadvies. In bepaalde gevallen kunnen ook mensen die boven dit inkomensniveau zitten aanspraak maken op de bijzondere bijstand door middel van de hardheidsclausule. Omdat het college verwacht dat veel kwetsbare inwoners profijt hebben van het energieplafond (zie tabel 2 in dit Plan van Aanpak) zoals door het Rijk is vastgesteld, bekijkt het college de gevolgen van de landelijke maatregelen voordat zij een beslissing neemt over verdere uitbreiding van de bijzondere bijstand. Dit doet zij onder meer door het aantal aanvragen voor bijzondere bijstand op grond van de hardheidsclausule te monitoren. Als hier een forse stijging te zien is, stelt het college nieuwe beleidsregels voor bijzondere bijstand op waarbij een verruiming van de doelgroep een mogelijkheid is. Het soort aanpassing zal afhangen van de resultaten van de hiervoor bedoelde monitor.
Uiterlijk februari 2023 neemt het college hier een besluit over. Ook daarna zal het college het aantal aanvragen, en soort aanvragen, blijven monitoren om aanpassingen door te voeren als dat nodig blijkt.
12
Schuldhulpverlening Door middel van vroegsignalering tracht het college te voorkomen dat mensen in de schuldhulpverlening terecht komen. Dit is echter niet te garanderen. Omdat op dit moment schuldhulpverlening uitgaat van een situatie waarin de schulden ‘bevroren’ worden en er geen nieuwe schulden worden gemaakt, is het noodzakelijk om dit criterium aan te passen. Minister Kaag heeft de Tweede Kamer toegezegd dat mensen niet uit de schuldhulpverlening worden gezet naar aanleiding van (hoge) energiekosten. Op 18 oktober ondertekenen grote (overheids)schuldeisers een verklaring over hun inzet om mensen die in een schuldregeling zitten, daar niet uit te laten vallen. Gemeentelijk noodfonds Vooruitlopend op de vormgeving van het noodfonds dat door het Rijk wordt opgezet, stelt het college voor een gemeentelijk noodfonds op te zetten voor mensen die, bijvoorbeeld vanwege een (net) te hoog inkomen geen aanspraak kunnen maken op de bijzondere bijstand maar waar de nood als gevolg van de hogere energielasten wel groot is. Het college stelt hiervoor geld vanuit de bestemmingsreserve beschikbaar. Sociaal Fonds In Leidschendam-Voorburg kent een sociaal fonds (SSFLV) dat mensen in financiële nood ondersteunt. Mensen die in acute nood zitten kunnen, onder bepaalde criteria, een beroep doen op éénmalige steun vanuit het fonds.
Belangrijke criteria zijn dat er al sprake moet zijn van hulpverlening. De hulpaanvraag moet ook ondertekend worden door zowel de inwoner als de hulpverlener. Het betreft ook een éénmalige hulpverlening en die hulp moet perspectief geven op een verbetering van de situatie van de inwoner. In individuele gevallen kan het Sociaal Fonds mensen ondersteunen die als gevolg van de energiecrisis financieel in de knel komen maar het fonds ziet geen structurele rol voor zichzelf als ketenpartner in de aanpak energiearmoede. Met het Sociaal Fonds is de mogelijkheid besproken om de gemeentelijke bijdrage aan het sociaal fonds te verhogen. Vanuit het Sociaal Fonds is aangegeven dat zij, in geval van veel aanvragen, een beroep kan doen op Stichting Urgente Noden Nederland. Verdere ondersteuning door de gemeente wordt niet nodig geacht. Ondersteuning voedselbank De voedselbank in Leidschendam-Voorburg ziet een stijging van het aantal cliënten als gevolg van de energiearmoede en stijgende kosten voor levensmiddelen (ongeveer 15 extra gezinnen per maand). Tegelijkertijd wordt de voedselbank geconfronteerd met verminderd aanbod doordat winkels steeds succesvoller worden in het tegengaan van voedselverspilling.
Om te zorgen dat de voedselbank de meest kwetsbare inwoners in de gemeente kan blijven helpen, stelt het college voor een éénmalige bijdrage aan de voedselbank van € 15.000 beschikbaar te stellen. Dit bedrag bestaat uit twee componenten: I. € 2.500 voor tegemoetkoming voor de extra energielasten (voor koel- en vriescel); II. € 12.500 voor de aanschaf van extra levensmiddelen voor pakketten voor de extra gezinnen voor de periode van vier maanden. Schoolontbijt Landelijk wordt gesproken over het organiseren van een schoolontbijt voor kinderen. Het Rijk heeft een bedrag van € 5 miljoen beschikbaar gesteld aan het Jeugdeducatiefonds om voor de duur van vier maanden leerlingen op 500 basisschoolleerlingen te voorzien van een schoolontbijt. 13
Het betreft scholen met veel kwetsbare leerlingen. Op dit moment is (nog) niet duidelijk of er scholen uit onze gemeente hier aan kunnen deelnemen. Het Rijk heeft het Jeugdeducatiefonds gevraagd om lokale allianties te smeden om het schoolontbijt breder mogelijk te maken. Het college volgt deze ontwikkelingen op de voet en zal, waar mogelijk, een actieve rol spelen bij het mogelijk maken van schoolontbijt in onze gemeente zodat geen leerling met honger in de klas zit. Winterjassenactie Een winterjas trekt vaak een zware wissel op een kledingbudget bij gezinnen die rond of net boven het sociaal minimum zitten. In navolging van een actie in Rijswijk wil het college met ketenpartners nagaan of een soortgelijke actie in Leidschendam-Voorburg opgezet kan worden. Mensen met een Ooievaarspas kunnen in dat geval een gratis (tweedehands) winterjas uitzoeken voor kinderen tot 18. 5. Monitoren De aanpak van energiearmoede is nieuw terrein voor de gemeente. Hierdoor is het bij sommige maatregelen sprake van een leertraject: welke maatregelen zijn het meest efficiënt? En waarmee zijn kwetsbare inwoners het meest geholpen? En kunnen maatregelen die (nog) niet het gewenste effect behalen worden bijgestuurd? Deze vragen moeten worden beantwoord via continue monitoring van de maatregelen en de effecten hiervan.
Antwoorden op bovenstaande vragen en de geleerde lessen uit het beleid rondom energiearmoede wil het college ook meenemen bij de vormgeving van een nieuw armoedebeleid dat in 2023 vorm moet gaan krijgen. Zo kunnen bij invulling van het nieuwe beleid ook de signalen meegenomen worden die uit de huisbezoeken volgen.
Integrale aanpak Het vraagstuk rond energiearmoede, en de bredere financiële problemen die inwoners nu hebben als gevolg van de stijgende inflatie dient integraal te worden opgepakt. Vanuit de gemeenten zijn meerdere disciplines betrokken bij het Plan van Aanpak: duurzaamheid, wonen, welzijn, werk & inkomen en communicatie. Daarnaast kan de gemeente de huidige problematiek niet in haar eentje oplossen. Daarmee is het van belang om met organisaties uit het maatschappelijk middenveld op te trekken. Vanwege die integrale aanpak, zowel met interne afdelingen als met externe partijen, is het van belang om te zorgen voor een coördinator (of kwartiermaker) die alle partijen, waar nodig, aan kan sturen en die de algehele voortgang in het oog houdt. Ook de verdere uitwerking van maatregelen die nu (nog) niet zijn uitgewerkt, onder meer in afwachting van duidelijkheid vanuit het Rijk, moet komen te liggen bij de coördinator.
14
Partners Welzijnsorganisaties De welzijnsorganisaties vervullen een signalerende rol voor de gemeente bij het identificeren van de doelgroep, voor zover dat nog niet gebeurd is. Ook bij het leggen van de eerste contacten kunnen de welzijnsorganisaties in de gemeente een belangrijke rol spelen. Duurzaamheidspartners De gemeente zoekt naar een (lokale) partner op duurzaamheidsvlak die een rol kan gaan vervullen bij het afleggen van de huisbezoeken en het geven van besparingstips en het aanbrengen van ‘makkelijke’ maatregelen als tochtstrips. Woningbouwcorporaties Begin 2022 is samen met de woningcorporaties een plan gemaakt om, met het eerste deel van de SPUKmiddelen, hun bezit constructief te verduurzamen (zie raadsbrief 2704). Het college wil op deze manier zorgen voor een structurele aanpak van de problematiek. De eerste stappen om dat in gang te zetten zijn inmiddels gezet door de corporaties.
Ondersteuning (sport)verenigingen, organisaties en lokaal MKB Naast ondersteuning aan inwoners is het ook van belang om te erkennen dat maatschappelijke en culturele organisaties waaronder sportverenigingen ook last (kunnen) hebben van de stijgende prijzen en daarmee in de problemen komen waardoor hun voortgang wordt bedreigd. Ook zgn. lokaal MKB, met name in de stadsverzorgdende bedrijvigheid, heeft het zwaar als gevolg van de gestegen energiekosten en algehele inflatie. Het college is van mening dat, net als bij de aanpak van de coronacrisis, de sociale infrastructuur in de gemeente behouden moet blijven en de lokale economie beschermd moet worden. Sportverenigingen, wijkverenigingen en cultuurinstellingen en -verenigingen vormen een belangrijk element van deze sociale infrastructuur. Ondersteuning organisaties en MKB door het Rijk Op 27 september 2022 heeft het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport laten weten dat zij samen met sportkoepels en gemeenten laat onderzoeken hoe deze organisaties het beste kunnen worden geholpen. Tegelijkertijd kijkt het kabinet naar aanleiding van een motie van kamerlid Heerma naar manieren om het MKB te ondersteunen. Het kabinet verwacht in de loop van november hier meer duidelijkheid over te kunnen geven.
Bestemmingsreserve Het college meent echter dat wachten op november te lang duurt voor veel verenigingen, organisaties en lokale ondernemers. Om ook hen te kunnen helpen, vraagt het college de raad om een bestemmingsreserve in te stellen en hierin een bedrag te storten van € 1,3 miljoen. Hiermee kan de gemeente vooruitlopend en aanvullend op de ondersteuning van het Rijk de organisaties, verenigingen en lokale ondernemers ondersteunen voor hoge energiekosten, anderszins gestegen kosten (zoals huur) en voor het aanbrengen van kleine duurzaamheidsmaatregelen (analoog aan de maatregelen die worden aangeboden aan inwoners via de energiehulpen). Vanuit de bestemmingsreserve wordt ook het noodfonds ten behoeve van inwoners bekostigd. 15
Afwegingskader Het college stelt een afwegingskader op (en subsidieregeling) op basis waarvan inwoners, (sport)verenigingen, maatschappelijke organisaties en het lokale MKB extra ondersteuning van de gemeente kunnen aanvragen. Het college vraagt de raad een mandaat om dit afwegingskader op te stellen en zal de raad informeren over het afwegingskader zodra dit gereed is.
Financieel De precieze omvang en het aandeel voor gemeenten bij de door het Rijk toegezegde middelen is nog onduidelijk. De middelen kunnen opgenomen worden als onderdeel van de algemene uitkering van het Gemeentefonds of als doeluitkering. Ook kan het Rijk besluiten een deel van de maatregelen centraal te regisseren/ betalen (zoals bijvoorbeeld het Noodfonds). Momenteel is het volgende onderscheid aan te brengen tussen de verschillende geldstromen. I. SPUK-gelden zijn gericht op terugdringing van energieverbruik door inwoners; II. De energietoeslag waarbij de gemeente via de algemene uitkering gemeentefonds middelen
III.
ontvangt voor de uitkering aan de huishoudens tot 120% van het Wsm en de bijkomende uitvoeringskosten; Toegezegde landelijke bedragen waarbij nog niet duidelijk is of de uitvoering bij de
IV.
gemeenten komt te liggen en welke budgetten per gemeente gelden; Bekostiging van maatregelen uit de voorgestelde bestemmingsreserve Energiearmoede
I.
SPUK-gelden
Specifieke Uitkering Energiearmoede Interne begeleiding Onderzoek en campagnekosten Inzet ketenpartners Inzet huisbezoeken energiehulpen Reeds betaald (of toegezegd) aan Wooninvest & Vidomes Subtotaal Nog beschikbaar voor isolatiemaatregelen Totaal
II.
Budgetten € 70.000 € 80.000 € 50.000 € 250.000 € 358.132 € 858.132 € 288.157 € 1.096.289
Energietoeslag
Ten behoeve van de energietoeslag heeft de gemeente via de algemene uitkering middelen ontvangen voor het uitkeren van € 1.300 per huishouden in 2022. De ontvangst uit de algemene uitkering is vooralsnog hoger dan de huidige prognose van de uitbetalingen over 2022. Voor 2023 is toegezegd dat opnieuw een energietoeslag van € 1.300 opgenomen waarvan € 500 al in 2022 uitbetaald kan worden.
16
III.
Budgetten vanuit het Rijk
Flankerend beleid Op dit moment worden de financiën voor deze maatregel nog onderzocht. In 2022 ontvangen gemeenten gezamenlijk € 35 miljoen aan incidentele middelen voor zowel vroegsignalering als bijzondere bijstand. Over de verdeling van deze middelen wordt nog gesproken met het Rijk. Noodfonds Rijk Het Rijk stelt in totaal € 50 miljoen beschikbaar voor een noodfonds. Het is op dit moment nog niet duidelijk welk bedrag de gemeente Leidschendam-Voorburg hiervan krijgt. Zodra dat bekend is, zal bekeken worden op welke wijze dit geld wordt ingezet. Belangrijk hierbij is een besluit hoe dit wordt ingericht binnen de gemeente (hier moet extra capaciteit voor komen), of dat de gemeente kiest voor de uitbetaling vanuit dit fonds door een ketenpartner.
IV.
Bestemmingsreserve
Om niet te hoeven wachten tot alle maatregelen en bijbehorende budgetten door het Rijk zijn vastgesteld, vraagt het college de raad een bestemmingsreserve Energiearmoede van € 1,3 miljoen te vormen ter dekking van extra maatregelen ten behoeve van inwoners, (sport)verenigingen, organisaties en het lokale MKB gericht op verlaging van de energielasten en nemen van duurzaamheidsmaatregelen. De Reserve Energiearmoede wordt gevormd in 2022 door een onttrekking aan de Algemene reserve vrij besteedbaar. Verstrekking van budgetten/ subsidies zal plaatsvinden op basis van een afwegingskader dat het college opstelt en na gereedkomen ter informatie verstuurt aan de raad. Het college gaat de raad informeren over de Reserve Energiearmoede en de bijbehorende budgetten via de P&C-cyclus. Indien noodzakelijk worden er nieuwe begrotingsvoorstellen aan de gemeenteraad voorgelegd.
17