2984-69 Bijlage 66 toelichting, Beleidsplan Openbare Verlichting
Tekst van het document
Bijlage: 66
Rapport Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Leidschendam-Voorburg
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
Rapport Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Leidschendam-Voorburg
Versie: 04/Finale versie Datum: 3 Maart 2016
1
2
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
Inhoud
1 2
Inleiding 1.1 Aanleiding nieuw beleidsplan 1.2 Doelstelling beleidsplan 1.3 Leeswijzer
3 3 3 3
Huidige situatie 2.1 Areaalgegevens 2.2 Energieverbruik 2.3 Bewonerstevredenheid 2.4 Wettelijke kaders en belangrijke richtlijnen
4 4 4 4 5
3
Ontwikkelingen en trends 3.1 LED-verlichting 3.2 Dimmen van verlichting 3.3 Duurzaam inkopen en maatschappelijk verantwoord ondernemen 3.4 Energiebesparing en duurzaamheid
6 6 6 6 6
4
Beleidsdoelstellingen Leidschendam-Voorburg 4.1 Veiligheid en de richtlijn openbare verlichting 4.2 Duurzaamheid en milieuaspecten 4.3 Energiebesparing en versnelde vervanging 4.4 Beleidsdoelstellingen 2016-2022
8 8 8 8 8
5 6
Beheer en onderhoud 5.1 Klein onderhoud 5.2 Groot onderhoud en Vervanging 5.3 Communicatie
10 10 10 10
Financieel
11
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
1 Inleiding 1.1 Aanleiding nieuw beleidsplan Voor u ligt het Beleidsplan Openbare Verlichting 2016-2020. De technologie van de openbare verlichting is sterk in ontwikkeling en er worden ambitieuze maar haalbare doelstellingen vanuit de Rijksoverheid opgedragen. Ook de gemeente zelf zet zich hard in om efficiëntie en milieuwinst te behalen. Daarom is het tijd om het beleidsplan openbare verlichting 2005 - 2015 te vernieuwen. Het belangrijkste thema voor de komende jaren is het besparen van energie door middel van LED-verlichting, dimmen en slim aan- en uitschakelen van de verlichting. Hierdoor haalt de gemeente een reductie in de energiekosten en levert de gemeente een belangrijke bijdrage aan de vermindering van CO2 uitstoot. 1.2 Doelstelling beleidsplan De gemeente heeft verlichting aangebracht om de veiligheid van mensen, tijdens de periode dat het buiten donker is, te verbeteren. Waar openbare verlichting is aangebracht moet deze voldoen aan geldende wet- en regelgeving. Daarnaast wil de gemeente een bepaalde kwaliteit aan inwoners en bezoekers van de gemeente leveren. Gemeentelijke doelen zijn bijvoorbeeld genoemd in het collegeprogramma 2015-2018 en de Structuurvisie 2040. Dit beleidsplan is opgesteld om de gemeentelijke doelen betekenis te geven voor het specifieke taakveld van de openbare verlichting in de gemeente.
De beheerder stelt op basis van deze doelen het beheerplan ofwel zijn programmering voor de komende periode op. Hier vertaalt hij deze doelen naar concrete maatregelen en gaat hij in op de middelen die noodzakelijk zijn om dit te bereiken. Het figuur hiernaast geeft aan hoe het beleidsplan (beheerbeleid) past binnen professioneel beheer. 1.3 Leeswijzer - In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Dit is belangrijk om te bepalen waar de gemeente nu staat. - In hoofdstuk 3 gaan we in op de landelijke ontwikkelingen en trends die op dit moment van toepassing zijn voor de openbare verlichting. - In hoofdstuk 4 beschrijven we de ambities die de gemeente voor deze planperiode hanteert. - In hoofdstuk 5 worden een aantal praktische zaken toegelicht die de basis zullen vormen voor het beheerplan - Tot slot vormt hoofdstuk 6 een overzicht van de financiële kaders waarbinnen de ambities moeten worden gerealiseerd.
3
4
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
2 Huidige situatie 2.1 Areaalgegevens Het areaal voor de openbare verlichting van de Gemeente Leidschendam-Voorburg bestaat per 2015 uit: 12.625 lampen. Veruit de meeste lampen zijn in enkelvoudige armaturen op een mast bevestigd. Op enkele plaatsen zijn hangende armaturen geplaatst (zonder mast) en op een beperkt aantal plekken zijn armaturen met meerdere lampen geplaatst. De komende periode zal een deel van het areaal vervangen moeten worden. Ca. 8% van de masten moet worden vervangen volgens de theoretische levensduur van 40 jaar en dit geldt ook voor ca 23% van de armaturen op basis van de theoretische levensduur van 20 jaar. 2.2 Energieverbruik - Het opgesteld vermogen in 2015 van alle lichtpunten bedraagt 545.676 Watt. - Totaal energieverbruik 2015: 2.318.000 Kwh per jaar. - Per lichtpunt komt dit neer op ca. 178 Kwh per jaar. Het verbruik van de gemeente Leidschendam-Voorburg voor Openbare Verlichting is in vergelijking met andere gemeenten gemiddeld. In de komende jaren zal het opgesteld vermogen verder afnemen door de overschakeling naar steeds meer LED-verlichting. 2.3 Bewonerstevredenheid Bewoners zijn aldus de Wijkatlas tevreden met de openbare verlichting. Per wijk en per jaar verschillen de rapportcijfers die bewoners geven aan het aspect straatverlichting. Gemiddeld genomen is de beleving van bewoners stabiel met een rapportcijfer 7.2 in 2010 naar 7.3 in 2014.
De verschillen tussen de cijfers van bewoners uit verschillende wijken zijn wel afgenomen. Tabel 1: Waardering openbare verlichting 2010
2012
2014
Beleving Straatverlichting (hoogste cijfer)
7.8
8.1
7.9
Beleving Straatverlichting (laagste cijfer)
5.8
6.6
6.6
Verschil Hoogste-laagste cijfer
2.0
1.5
1.3
Gemiddeld cijfer
7.2
7.2
7.3
(Bron: Wijkatlas/Buurtmonitor, 2015)
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
2.4 Wettelijke kaders en belangrijke richtlijnen De gemeente baseert haar beleid ten aanzien van de openbare verlichting op gemeentelijke plannen, maar er is ook landelijk beleid, landelijke richtlijnen en verplichtingen vanuit de Nederlandse wet waar de gemeente zich aan moet houden. In de onderstaande tabel worden de belangrijkste weergegeven. Tabel 2: Wet- en regelgeving
Landelijk
Inhoud
Gevolgen OVL
Nederlands Burgerlijk Recht
Verplichtingen t.a.v. het onderhoud van eigendommen en aansprakelijkheid.
De gemeente onderhoud de lichtmasten; Stedin de kabelnetten. Deze partijen zorgen dat de installaties voldoende veilig blijven en in principe geen schade aan eigendommen veroorzaken.
NEN1010 / 3140
Veiligheidseisen voor nieuwe en bestaande installaties.
Hierin worden o.a. zaken als inspectiemethoden, verantwoordelijkheid voor de installatie en veiligheidsaspecten bij werken met installaties geregeld.
Flora- en faunawet
Vertaling van Vogel- en habitatrichtlijn, te beschermen diersoorten.
Bescherming van leefomgeving van dieren en planten door zo spaarzaam mogelijk te verlichten.
Natuurbeschermingswet 2005
Vertaling van Vogel- en habitatrichtlijn, te beschermen gebieden.
Bescherming van leefomgeving vandieren en planten door zo spaarzaam mogelijk te verlichten.
Wegcategorisering
Indeling van wegen en bijbehorende richtlijnen.
Het weg type is bepalend voor welke verlichting noodzakelijk wordt geacht voor de veiligheid van de weggebruiker.
Gemeentelijk
Inhoud
Gevolgen OVL
Handboek duidelijkheid op straat
Gemeentelijke keuze t.a.v. materiaalgebruik en locatiekeuzes voor de openbare ruimte.
Geen, handboek is ondergeschikt aan het beleidsplan en wordt aangepast indien nodig.
5
6
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
3 Ontwikkelingen en trends 3.1 LED-verlichting De ontwikkelingen van de LED-verlichtingstechniek gaan in een hoog tempo en deze techniek kent een tweetal belangrijke voordelen ten opzichte van conventionele verlichting: 1. LED is onderhoudsarm omdat de lampen lang mee gaan, het is dus veel minder vaak nodig om lampen te vervangen; 2. LED heeft een lager stroomverbruik dan conventionele lamptypen. Beide voordelen kunnen leiden tot een aanzienlijke kostenreductie in zowel energie als onderhoudskosten, en een reductie van CO2 uitstoot. LED-verlichting is op dit moment nog wel duurder in de aanschaf en de techniek is nog in ontwikkeling; de LED armaturen worden jaarlijks zuiniger en goedkoper. Wel is de verwachte levensduur van deze relatief nieuwe producten nog sterk gebaseerd op producenten informatie en minder op de praktijk. De voordelen van LED zijn wel zo groot dat deze opwegen tegen de risico’s. Wel is het belangrijk om in het kader van kosten en duurzaamheid te letten op alle drie de fases waarin er een belasting op het milieu plaatsvindt; 1. Productiefase, 2. Gebruiksfase, 3. Recyclefase. Versneld invoeren van LED bespaart wel direct energie(kosten) in de gebruiksfase maar omdat een werkend product voortijdig wordt afgedankt wordt de milieudruk uit de productiefase over een kortere periode verspreid.
Het optimaal gebruiken van de restlevensduur van conventionele armaturen is daarom voor zowel het milieu als financieel de meest voordelige optie. 3.2 Dimmen van verlichting Als het gebruik van de openbare ruimte verandert gedurende de avond en/of nacht, is het mogelijk dat er minder licht op straat nodig is. Op doorgaande wegen is op rustige momenten de informatiebehoefte van de weggebruiker bijvoorbeeld lager en is een lager lichtniveau voldoende om zich veilig over de weg te verplaatsen. Dit kan bereikt worden door het dimmen van de installatie, waardoor de uitgestraalde hoeveelheid licht afneemt naarmate het rustiger is in de openbare ruimte. Andersom kan op drukke plekken de hoeveelheid licht normaal gedimd worden en juist bij evenementen of verhoogd risico volledig worden aan gezet. Bij eventuele toepassing van dimmen op het bestaande openbare verlichtingsnet geldt dat dit een hoge investering vergt voor relatief lage winst op energiegebruik. Op dit moment is de techniek interessant in (winkel)centra of langs hoofdwegen maar het grootste gedeelte van de gemeentelijke lichtmasten staat in de woonwijken, daar levert deze techniek relatief weinig winst op en is de investering het hoogst. 3.3 Duurzaam inkopen en maatschappelijk verantwoord ondernemen De gemeente neemt alleen groene energie af; dit gebeurt sinds 2012 door collectief met 10 gemeenten energie in te kopen.
De gemeente kiest daarnaast al voor het gebruik van duurzame materialen binnen het gestelde budget en houdt daarbij rekening met de totale kosten gedurende de levensduur. In het gemeentelijk inkoopbeleid worden normen gesteld voor het inkopen van leveringen, diensten en werken. Hierin staan ook ambities voor duurzaam en maatschappelijk verantwoord inkopen. 3.4 Energiebesparing en duurzaamheid De in de vorige paragrafen benoemde trends hebben vooral te maken met de afspraken die de Nederlandse overheid zich vanaf 2007 in het kader van de transitie naar duurzamer energiegebruik heeft opgelegd. Door de overheid is in 2007 de Taskforce Openbare Verlichting in het leven geroepen, die de ambitie had, dat het energieverbruik met 20% gedaald moet zijn in 2013 t.o.v. 2007. Dit is in de gemeente LeidschendamVoorburg behaald. De opgave uit het gemeentelijk beleidsplan OV 2006-2015 om 14% te besparen is daarmee ook ruim behaald.
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
Tabel 3: Behaalde energiebesparingen per jaar 2007-2014
Jaar
Aangesloten vermogen (kW, per 31-12)
Reductie t.o.v voorgaand jaar
Cumulatieve reductie t.o.v. 2007
Cumulatieve reductie t.o.v. 2013
2007
721,6340
0,00%
0,00%
2008
692,0875
4,09%
4,09%
2009
660,3150
4,59%
8,50%
2010
638,4180
3,32%
11,53%
2011
609,5317
4,52%
15,53%
2012
585,8260
3,89%
18,82%
2013
566,2020
3,35%
21,54%
3,35%
2014
545,6760
3,63%
24,38%
6,85%
2015
525,3905
3,72%
27,19%
10,32%
(bron: gemeente Leidschendam-Voorburg, 2015)
Inmiddels zijn er vier nieuwe doelstellingen uit het SER1 Energieakkoord voor Openbare Verlichting en Verkeersregelinstallaties. De voor de gemeente relevante doelen zijn: 1. 20% energiebesparing bij OVL en VRI’s2 in 2020 ten opzichte van 2013 2. 50% energiebesparing bij OVL en VRI’s in 2030 ten opzichte van 2013 3. 40% van de OVL is voorzien van slim energiemanagement in 2020 4. 40% van de OVL is energiezuinig in 2020 In Leidschendam-Voorburg betekent dat dus dat de doelstelling wordt om in 2020 een aangesloten vermogen van 436.540 Watt te realiseren en in 2030 mag dit nog 272.838 Watt zijn. De eerste doelstelling voor 2020 wordt met het reguliere vervangingsprogramma en de lopende integrale projecten zoals het Winkelcentrum Leidsenhage behaald. De doelstelling voor energie reductie tot 2030 en die van slim energiemanagement kan alleen gehaald worden bij volledige vervanging van verlichting voor LED in combinatie met dimmen en/of slim schakelen. De sociale veiligheid in woonwijken is een belangrijke reden om het verlichtingsniveau in de woonwijken niet verder omlaag te brengen, dit is het grootste gedeelte van het areaal. Op basis van de huidige technologie wordt mogelijk de derde doelstelling niet volledig behaald. Dimmen biedt wel kansen voor stroomwegen en ontsluitingswegen waar de verkeersveiligheid leidend is.
De beheerder volgt de ontwikkelingen van deze techniek en streeft er naar om de hoofddoelstelling, 50% energiebesparing voor 2030 te behalen. Voor de vierde doelstelling worden LED-verlichtingsbronnen als 100% duurzaam geteld. In de gemeente is in 2020 ruim 30% LED-verlichting aanwezig. Het overige areaal telt gedeeltelijk mee afhankelijk van het lamp type. De verwachting is dat de verlichting voldoende energiezuinig3 is om te voldoen aan de doelstelling 40% energiezuinige verlichting in 2020.
1 Sociaal Economische Raad 2 Openbare Verlichting (OVL) en Verkeersregelinstallaties (VRI) 3 Conform tabel RWS - Monitoring Energieakkoorddoelstellingen openbare verlichting en verkeersregelinstallaties, 3-2015, par. 2.3
7
8
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
4 Beleidsdoelstellingen Leidschendam-Voorburg De gemeente moet keuzes maken tussen de prestaties van de openbare verlichting en in het bijzonder de mate waarin energiebesparing op korte termijn wordt gerealiseerd en de kosten. Om de afweging in het beheer van de openbare verlichting te kunnen maken zijn 9 beleidsdoelstellingen opgesteld die betrekking hebben op de thema’s financiën, duurzaamheid, milieu en veiligheid. Dit vormen de kaders waarbinnen de beheerder deze periode werkt. Na deze periode wordt het beleidsplan herijkt. 4.1 Veiligheid en de richtlijn openbare verlichting Openbare Verlichting bestaat in de eerste plaats om verkeersveiligheid te verbeteren. Een tweede doel is het bevorderen van een veilig gevoel van bewoners (sociale veiligheid). Een klein deel van de verlichting is bedoeld om bijzondere plekken te accentueren in de avond en nacht. De gemeente voldoet minimaal aan de minimumeisen die gesteld worden in de landelijke Richtlijn Openbare Verlichting 2011 om voldoende verkeersveiligheid en sociale veiligheid te bereiken zowel wat betreft de lichtsterkte als de gelijkmatigheid. Een hoge gelijkmatigheid is voor Leidschendam-Voorburg een belangrijk streven omdat hiermee het beeld rustiger wordt bij een gelijke hoeveelheid licht. Dit is belangrijk voor weggebruikers en in het bijzonder voor de groeiende groep oudere inwoners4.
4.2 Duurzaamheid en milieuaspecten De gemeente kijkt bewust naar het nut en de noodzaak van verlichting omdat te veel verlichting zorgt voor een hoog energieverbruik; verstoring van flora en fauna en lichthinder. De gemeente kiest er daarom voor om achterpaden niet te verlichten en om spaarzaam te verlichten van het buitengebied en parken. Voor achterpaden wordt eventuele verlichting om veiligheidsredenen overgelaten aan de betreffende bewoners of woningbouwcorporaties. Lichtarchitectuur wordt spaarzaam ingezet en alleen op A-locaties5. Duurzaamheid gaat niet alleen om de ‘zuinigste lamp’ maar ook om aantoonbare kwaliteit, garanties over de levensduur en service. De gemeente neemt deze aspecten mee in het inkoopproces. 4.3 Energiebesparing en versnelde vervanging De gemeente Leidschendam-Voorburg gaat de doelstellingen die in het energieakkoord zijn afgesproken voor 2020 halen door bij reguliere vervangingen van armaturen te kiezen voor energiezuinige LED-varianten. Naast reguliere vervanging worden mogelijk ook in integrale projecten lichtmasten vervangen. Dit resulteert in een opgesteld vermogen van maximaal 468.660W in 2020 en 40% energiezuinige verlichting in 2020. De doelstelling voor slim energiemanagement wordt vermoedelijk niet gehaald omdat dit in woonwijken hoge investeringen met zich meebrengt en omdat dit op deze plek een geringe meerwaarde heeft.
De verwachting is dat de komende jaren nog een efficiencyslag gemaakt wordt met het volwassen worden van diverse LED- en schakeltechnieken. Hierdoor is het op dit moment niet verstandig om versneld oudere armaturen af te schrijven. Ook is het versneld afschrijven van goede producten geen duurzame keuze; een aanzienlijk deel van de impact op het milieu is al gemaakt bij de productie van armaturen. Na de levensduur wordt tijdens het terugwinnen van grondstoffen opnieuw energie gebruikt. Het zo lang mogelijk gebruiken van functionele armaturen helpt om de totale druk op het milieu zo laag mogelijk te houden en geeft de gelegenheid om in latere jaren te profiteren van de verwachte verbeteringen in de techniek. 4 Bij ouderen vermindert het aanpassingsvermogen van de ogen waardoor verschillen tussen licht en donker minder goed kunnen worden opgevangen. Gelijkmatiger licht zorgt dat dit minder nodig is en verbetert daardoor het zicht zonder dat méér licht benodigd is. 5 Locatietypering gemeente LeidschendamVoorburg: A-locaties zijn de centra en B-locaties de overige gebieden in de gemeente.
4.4 Beleidsdoelstellingen 2016-2022 In de onderstaande tabel worden de doelstellingen voor 2016-2022 kort weergegeven. Keuzes die in het beheer van de openbare verlichting worden gemaakt worden getoetst aan deze beleidsdoelstellingen.
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
Tabel 4: Beleidsdoelstellingen 2016-2022
1 De verkeersveiligheid is het primaire doel van de openbare verlichting. Voldoende verkeersveiligheid en sociale veiligheid zijn leidend in de keuzes die de gemeente maakt ten aanzien van het verlichtingsniveau. 2 De openbare verlichting voldoet in deze beleidsperiode minimaal aan het minimumniveau voor de hoeveelheid licht en de gelijkmatigheid daarvan van de ROVL-2011 3 In de periode t/m 2022 worden armaturen die aan het einde van de levensduur zijn vervangen door efficiënte LED-verlichting zodat tijdens de gebruik fase een laag energieverbruik gerealiseerd wordt. De gemeente streeft naar een opgesteld vermogen van maximaal 436.540 Watt in 2020. 4 De gemeente gaat geleidelijk volledig over op LED maar maakt nog wel gebruik van de restlevensduur van het huidige areaal zodat geen kapitaalvernietiging plaatsvindt en zodat de milieudruk vanuit de productiefase zo laag mogelijk blijft. 5 Oude armaturen en masten worden zo goed mogelijk gerecycled. 6 De gemeente hanteert het principe verlichten waar nodig, donker waar mogelijk vanwege kosten en milieuaspecten. Parken worden niet verlicht behalve op punten waar dit voor de oriëntatie noodzakelijk is. Achterpaden vormen semi-publieke ruimte en worden door de gemeente niet verlicht maar het staat woningbouwcorporaties en particulieren vrij hier zelf te verlichten.
7 Lichtarchitectuur zoals het aanlichten van bijzondere gebouwen en verlichten van kunstobjecten gebeurt waar nodig op A-locaties waar dit een duidelijke meerwaarde biedt aan de beleving van de openbare ruimte en de uitstraling van de gemeente voor bijvoorbeeld recreanten en het winkelend publiek. Deze verlichting is bedoeld als bijdrage aan het imago van de A-locatie; een goed imago is belangrijk vanwege de belangen van ondernemers en bezoekers. 8 Er worden keuzes gemaakt voor masten en armaturen op basis van bewezen techniek; garanties van de leverancier en een goede prijs/kwaliteitverhouding. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het vigerende inkoopbeleid van de gemeente. 9 De gemeente stelt de budgetten vast op basis van actuele techniek voor het in stand houden van het juiste niveau van openbare verlichting. Indien door innovatie, langere levensduren of verlaging van energiekosten financiën resteren worden deze t/m 2020 ingezet voor verhoging van de kwaliteit, indien mogelijk voor verduurzaming als dit niet leidt tot kapitaalvernietiging en het oplossen van eventueel achterstallig onderhoud.
9
10
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
5 Beheer en onderhoud 5.1 Klein onderhoud Het klein onderhoud aan de openbare verlichting bestaat uit het vervangen van lampen en het verhelpen van storingen en schade. De gemeente besteedt deze werkzaamheden uit middels een onderhoudscontract. De afspraak is dat een lichtpunt door de aannemer weer werkend gemaakt wordt binnen 5 werkdagen. 5.2 Groot onderhoud en Vervanging Vervanging van lichtmasten en armaturen gebeurt op basis van de technische kwaliteit van de verlichting. Beoordeling van deze kwaliteit gebeurt bij het afhandelen van storingen en op basis van incidentele schouwen. De beheerder stelt op basis van deze informatie een meerjarenplan op voor vervangingen. Als door een storing of schade een lichtmast vervangen wordt in het geval van LED-verlichting een gelijkwaardige variant geplaatst. Als het nog een conventionele lichtmast betreft wordt gekozen voor vervanging door een LED variant, ook als dit tot gevolg heeft dat er een kleurverschil ontstaat op straat5. Er wordt gekozen voor het groepsgewijs vervangen van lampen, armaturen en masten om de hinder door werkzaamheden tot een minimum te beperken. 5.3 Communicatie Richting het bestuur De gemeente zorgt minimaal elke twee jaar voor een update richting het gemeentebestuur in de vorm van een memo. Hierin wordt kort de stand van zaken met betrekking tot de openbare verlichting toegelicht.
5 Kleurverschil kan optreden omdat in het
Binnen de organisatie De beheerder van de openbare verlichting neemt actief deel in het beheerdersoverleg zodat het team dat samen verantwoordelijk is voor het beheer van de openbare ruimte integraal keuzes kan maken ten aanzien het beheer en de (her)inrichting van de openbare ruimte.
verleden ‘gele’ verlichting is geplaatst omdat dit met de destijds beschikbare techniek het meeste rendement opleverde. Voor LED-verlichting is uitgevoerd met wittere lichtkleur voor een optimale prestatie.
Richting de bewoners Bij gepland onderhoud dat hinder kan veroorzaken op het moment dat de installatie in werking is worden bewoners geïnformeerd. Werkzaamheden die overdag worden uitgevoerd en die dezelfde dag nog klaar zijn worden niet gemeld. Dit betreft een groot deel van de werkzaamheden.
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
6 Financieel De gemeente gaat uit van de bestaande financiële kaders; dit is naar verwachting voldoende om te kunnen voldoen aan de in dit beleidsplan gestelde doelen. Tabel 5: Beschikbare financiële middelen exploitatie 2016-2020, in euro’s
2016
2017
2018
2019
2020
Energiekosten
286.000
286.000
286.000
286.000
286.000
Uitbesteed werk
222.200
207.200
192.200
177.200
162.200
TOTAAL
508.200
493.200
478.200
463.200
448.200
Tabel 6: Beschikbare financiële middelen investeringen 2016-2020, in euro’s
Investeringen
TOTAAL
2016
2017
2018
2019
2020
Masten
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
Armaturen
200.000
200.000
200.000
200.000
200.000
400.000
400.000
400.000
400.000
400.000
Financiële strategie In de komende periode is de verwachting dat kredieten op peil blijven. De gemeente streeft er naar de doelen te behalen binnen de huidige kredieten die voor het product beschikbaar zijn. Binnen het product kunnen de verhoudingen tussen de exploitatielasten en de kapitaallasten in de loop van de tijd veranderen als gevolg van de omschakeling naar LED verlichting. Energiekosten en het uitbestede werk nemen door het lagere verbruik en verminderde onderhoudsbehoefte af, maar daar tegenover staat dat investeringen en daarmee de kapitaallasten iets hoger kunnen zijn. Indien door innovatie, een langere levensduur in de praktijk of besparingen op het energieverbruik middelen over blijven zullen deze worden als eerste ingezet worden om achterstallig onderhoud op te lossen en vervolgens om een grotere energiebesparing te realiseren. De gemeente streeft dus naar maximaal resultaat binnen de huidige financiële kaders.
11
12
Beleidsplan Openbare Verlichting - Leidschendam-Voorburg
Colofon Dit is een uitgave van de gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 1005, 2260 BA Leidschendam www.lv.nl/contactformulier T 14 070
Tekst: Lennert van Dien, Royal HaskoningDHV Gecontroleerd: Ron van der Meer - 03-03-2016 Fotografie: Ron van der Meer Vormgeving en realisatie: Document Productie Centrum (DPC) Maart 2016