2984-67 Bijlage 64 toelichting, Water en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027
Tekst van het document
4.5
Financiële verordening
De kostendekking is gebaseerd op de ‘Financiële verordening gemeente Leidschendam-Voorburg 2021’. Hierin zijn onder meer de volgende bepalingen opgenomen voor waardering en afschrijving van materiële vaste activa met economisch nut opgenomen: Materiële vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven, worden gedurende de levensduur annuïtair afgeschreven in maximaal: Aanleg riolering (componentenbenadering): 60 jaar: aanleg riolering; gehanteerd wordt 40 jaar3 15 jaar: mechanische en elektrische componenten vrij verval riolering; gehanteerd wordt 10 jaar. 15 jaar: vervangen pompen en gemalen (); gehanteerd wordt 10 jaar. En verder: 5 jaar: hard- en software; Afschrijving van geactiveerde investeringen vindt voor het eerst plaats in het jaar volgend op het jaar waarin de investering tot stand is gekomen c.q. in gebruik is genomen. Investeringen worden annuïtair afgeschreven naar een boekwaarde van € 0. Er wordt geen rekening gehouden met restwaarde. Het is verstandig een afschrijvingstermijn van max. 2/3 van de levensduur te hanteren om te voorkomen dat wordt afgeschreven op investeringen die vroegtijdig zijn vervangen, bijv. als gevolg van gewijzigde omstandigheden.
Op basis van ervaringen van afgelopen jaren blijkt dat gemiddeld vervangen van het elektromechanische deel van gemalen en pompputten na 15 jaar een goede inschatting was. Bij bouwkundige investeringen wordt ½ van de gemiddelde levensduur gehanteerd, dus 40 jaar.
4.6
Vervangingswaarde
De vervangingswaarde van de gemeentelijke riolering in Leidschendam-Voorburg bedraagt op basis van de ervaringen uit het verleden en een inschatting van de marktontwikkeling: Vervangingswaarden rioolassets Asset
Vervangingswaarde
Per
Vrijvervalriolering
€ 1.300 (1-leiding) € 1.900 (3-leidingen: afvalwater, hemelwater en drainage)
meter
Gebiedsgemalen
€ 35.000
stuk mechanisch/elektrische deel
Gebiedsgemalen
€ 30.000
stuk bouwkundig deel
Drukrioleringsgemalen
€ 9.000
stuk mechanisch/elektrische deel
Drukrioleringsgemalen
€ 7.000
stuk bouwkundig deel
Bergbezinkbassins
€ 1.000
m3
3 Vanwege vervanging om functionele redenen en omdat de levensduur korter kan zijn dan het gemiddelde. Het is belangrijk om de
investering op dat moment afgeschreven te hebben, toegevoegde reden is om het renterisico te beperken (stijging van de rente kan een grote impact hebben op het kostenniveau, daarom is het verstandig om de afschrijvingstermijn zo kort mogelijk te houden. Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
37
4.7
Financieringswijze investeringen
De huidige financieringswijze is het activeren van alle nieuwe investeringen vanaf het begin van het jaar volgend op het jaar van investeren. Deze methodiek wordt voortgezet.
4.8
Voorziening Het saldo van de voorziening riolering bedraagt per 1 januari 2022 volgens de begroting: ca. € 3.313.847,Het saldo van de voorziening mag gedurende de gehele beschouwde periode (50 jaar) niet negatief zijn. Gezien de dalende heffing aan het eind van deze periode is de verwachting gerechtvaardigd dat in de 30 jaar daarna de voorziening ook niet negatief zal worden. Daarmee is de totale gemiddelde levensduur van 80 jaar van de vrijverval riolering beschouwd. Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening wordt begroot. Er wordt geen rente toegerekend op positieve saldi van de voorziening.
4.9
Aantal inwoners en woonruimten
Naast loon- en prijsontwikkelingen wordt de gemeentelijke dienstverlening beïnvloed door de demografische ontwikkeling van de stad. De beschikbare woningvoorraad bepaalt deze in belangrijke mate. Hoe meer woningen en mensen er in de gemeente wonen, hoe meer beroep er gedaan wordt op de gemeentelijke voorzieningen en dienstverlening. In deze kaderbrief is daarbij uitgegaan van onderstaande kerngegevens. De basis hiervoor vormt de werkelijke woningvoorraad per 1-1-2021 en de geactualiseerde woningprognose o.b.v. diverse bouwplannen in de gemeente. Jaar
Aantal woningen per 1-1
2022
37.097
Aantal Inwoners per 11 76.770
2023
37.641
77.900
2024
38.163
78.980
2025
38.652
79.990
2026
39.073
80.860
4.10 Verdere uitgangspunten voor de berekening De huidige rioolheffing bedraagt € 180 per jaar, incl. BTW. In Leidschendam-Voorburg wordt rioolheffing geheven volgens de “Verordening rioolheffing 2019”. Om ervoor te zorgen dat de rioolheffing dekkend blijft, is het nodig deze ieder jaar aan de inflatie/deflatie te verhogen/verlagen (bij gelijkblijvende rente).
In de planperiode is rekening gehouden met een groei van het areaal. Voor de groei gerelateerde exploitatiekosten is rekening gehouden met een groei van het areaal als gevolg van de groei van het aantal woningen. Hetzelfde geldt voor het aantal heffingseenheden dat uitgangspunt is voor de inkomsten uit rioolheffing.
4.11 Rechtmatigheid De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel een directe relatie met de verbrede watertaken. Wat in ieder geval niet via de rioolheffing mag worden verhaald zijn kosten voor Inspraakprocedures; Algemene bezwaarprocedures; Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
38
Algemene beleidsvoorbereiding; Algemene bestuurskosten. Dit betreft ook de kosten voor de raadsbehandeling van het WRP, deze mogen dus niet ten laste van de heffing worden gebracht. Het betreft ook de voorbereiding van raadsvoorstellen. Als niet aangetoond kan worden dat kosten voor 10% of meer met de rioleringszorg te maken hebben, mogen ze niet worden toegerekend.
4.12 BTW De BTW – over de exploitatielasten en afschrijvingen (dus niet de rentelasten) wordt jaarlijks doorbelast aan de rioolheffing en de compenserende inkomsten van het rijk worden gedoteerd aan de Algemene Middelen. De wet- en regelgeving staat de gemeente toe de BTW mee te rekenen in het bepalen van de rioolheffing. Daartoe is uitgangspunt dat diensten en leveranties van derden in de exploitatielasten zijn verhoogd met 21% BTW, en waarbij de investeringen (de investeringsbedragen zonder personele lasten ten behoeve van voorbereiding, administratie en toezicht (VAT-kosten)) met 21% BTW zijn belast.
4.13 Jaarlijkse heffing In onderstaande figuren zijn eerst de kosten van exploitatie en kapitaalslasten weergeven, vervolgens de berekende rioolheffing en tenslotte het verloop van de voorziening riolering.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
39
Exploitatielasten en kapitaalslasten per jaar
Rioolheffing per woning
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
40
Verloop voorziening
Overzicht rioolheffing per jaar Rioolheffing Per heffingseenheid (meestal een woning)
2022 € 194,40
2023 € 209,95
2024 € 226,75
2025 € 244,89
2026 € 264,48
2027 € 272,41
In Leidschendam-Voorburg is gekozen voor het in rekening brengen van de rioolheffing in de vorm van een vast bedrag aan de eigenaren.
4.14 Stijging rioolheffing De volgende ontwikkelingen liggen ten grondslag aan de berekende stijging. Met het vaststellen van het nieuwe WRP is er sprake van een volledige actualisatie van de financiële prognoses voor de rioolheffing voor de komende jaren. Een stijging van de rioolheffing is hierbij onontkoombaar. De aanpassing van het tarief is het gevolg van de volgende ontwikkelingen: a.
Tariefstijging in de planperiode volgend uit nieuw beleid.
De belangrijkste stijging als gevolg van nieuw beleid wordt veroorzaakt doordat de exploitatielasten stijgen ten behoeve van klimaat¬adaptieve woningbouw, stimuleren van particuliere maatregelen betreffende bui van de eeuw en het waterloket. De heffing stijgt hierdoor ongeveer € 2,70 per huishouden (1,5% stijging in 2022). b.
Tariefstijging in de planperiode volgend uit huidig beleid.
Bij het vaststellen van het nieuwe WRP moet de heffing aansluiten op het huidige areaal, vernieuwde prognoses voor onderhoud en prijsstijging. Daarnaast stijgen in de komende planperiode de investeringen tot gemiddeld € 10,1 miljoen per jaar, voor rioolvervanging en in beperktere mate voor eerder besloten klimaatadaptatie (ca. € 0,5 miljoen). Deze investeringen leiden tot toenemende kapitaalslasten van deze vervangingsinvesteringen.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
41
De toenemende investeringen voor rioolvervanging komen omdat riolering uit de jaren 30 en uit de sterke groeiperiode vanaf de jaren 50/60/70 in zettingsgevoelig gebieden nu aan renovatie of vervanging toe zijn. Daarnaast is de afgelopen jaren sprake geweest van een prijsstijging van circa 31% (periode 2016-2021) die nu zichtbaar wordt in de ramingen van het nieuwe WRP. Naast de stijging van de kapitaallasten als afgeleide van de benodigde investeringen is er sprake van extra kosten op het gebied van beheer en organisatie en zijn ook de kwijtscheldingen toegenomen. Als gevolg van bovengenoemde oorzaken is de komende jaren een stijging van 8% exclusief de nog toe te passen inflatiecorrectie noodzakelijk. De stijging op korte termijn is noodzakelijk om te zorgen voor voldoende middelen in de voorziening en daarmee de stijgende kosten op te vangen. Hiermee wordt voorkomen dat de voorziening riolering negatief wordt, wat niet is toegestaan. De financiële consequenties verbonden aan het WRP zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2022 en het bijbehorende investeringsplan. Overige ontwikkelingen in de afgelopen 6 jaar: Groei van het areaal, zoals aangelegde drainage, wadi’s, infiltratievoorzieningen en nieuwe gemalen in bestaand gebied. Minder bedrijven, dus afname van hun bijdrage.
Risicobenadering voor rioolvervanging leidt tot het versneld vervangen van risicoriolen of deze inwendig voorzien van een nieuwe buiswand (relinen). Risicoriolen zijn riolen waarvan instorting een relatief groot maatschappelijk effect heeft. Nieuwe taken vanwege klimaatadaptatie, zoals afkoppelen particuliere daken en openbare verharding. Andere opgaven, zoals structureel natte kruipruimten leiden tot aanleg van drainage in rioolvervangingsprojecten op niet al te lange termijn (2026-2033).
Kroosruimen in verblijfsgebieden Kosten die verband houden met de inrichting en beleving van oppervlaktewater als onderdeel van de openbare ruimte komen ten laste van de algemene middelen. Een onderdeel hiervan is het kroosruimen in verblijfsgebieden, zoals parken en op pleinen. Dit omvat € 45.600 in 2022 en vanaf 2023 € 65.000. In 2022 kan dit worden gedekt uit het budget baggeren. De consequenties vanaf 2023 ten aanzien van het kroosruimen worden verwerkt in de Kadernota 2023.
4.15 Tussentijdse financiële evaluatie Halverwege de planperiode van dit WRP zal een financiële evaluatie plaatsvinden waarbij de volgende zaken worden onderzocht: Renteontwikkeling; Verduurzamen van de heffing.
4.16 De rioolheffing in de regio en in Nederland Ondanks deze stijging behoort de heffing van Leidschendam-Voorburg nog steeds tot de middenmoot van gemeenten in de omgeving. In 2022 zit de heffing net boven het gemiddelde van alle gemeenten in 2021.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
42
In onderstaande tabel is de rioolheffingen in 2021 in de regio en net daarbuiten weergegeven: Overzicht rioolheffingen per gemeente in de regio voor het heffingsjaar 2021 in euro’s (meerpersoonshuishoudens). bron: Overheid.nl - Rioolheffingsverordeningen 2021 Gemeente
2021*
Westland
290
Kaag en Braassem
277
Schiedam
259
Lansingerland
254
Gouda
253
Alphen aan den Rijn
242
Midden-Delfland
228
Pijnacker-Nootdorp
228
Delft
220
Rijswijk
193
Maassluis
180
Leidschendam-Voorburg
180
Leiden
170
Leiderdorp
165
Vlaardingen
159
Wassenaar
157
Den Haag
150
Katwijk
132
Zoetermeer*)
108
Hoogte Rioolheffing 2021 in Nederland (meerpersoonshuishoudens). bron: Atlas van de lokale lasten, COELO
*) De rioolheffing is in Zoetermeer afhankelijk van de WOZ-waarde. De gemiddelde WOZ-waarde in Zoetermeer is € 242.000 (bron CBS op 1-1-2020). Verder aangehouden: Gemiddeld drinkwaterverbruik bedraagt voor een gemiddeld huishouden 100 m3/jaar.
De gemiddelde rioolheffing over alle Nederlandse gemeenten is in het jaar 2021, 201 euro. Op bovenstaande kaart is de hoogte van de heffing, per gemeente, opgenomen. Zie voor de verdeling éénpersoonshuishoudens en overige aanvullende informatie de Atlas van de lokale lasten van COELO (https://www.coelo.nl/images/rapporten/Coelo_Atlas_van_de_lokale_lasten_2021.pdf). Leidschendam-Voorburg zit met € 180,-- in 2021 net onder het gemiddelde van de regio (gewogen naar het aantal aansluitingen) van € 181,50 en significant onder het gewogen gemiddelde van Nederland, dat € 201,-- per meerpersoonshuishouden bedraagt.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
43
BIJLAGEN
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
44
1 Verklarende woordenlijst Afkoppelen van verhard oppervlak
De neerslag van verharde oppervlakken op andere wijze dan naar de oppervlak riolering afvoeren (naar het oppervlaktewater of naar de bodem).
Afvalwater
Verontreinigd water dat wordt geloosd door huishoudens, bedrijven en instellingen.
Afvalwaterketen
Het deel van de waterketen dat betrekking heeft op de inzameling, transport, zuivering en lozing van gezuiverd afvalwater, ofwel riolering en rioolwaterzuivering.
Afvalwatersysteem
Het totaal van riolering, gemalen en zuiveringsinstallatie voor de inzameling, afvoer en verwerking van afvalwater.
Basisinspanning
Eisen aan de gemiddelde vuiluitworp uit het rioolstelsel (gemeentebreed). De toelaatbare vuiluitworp is afhankelijk van het type stelsel en op de riolering aangesloten verhard oppervlak.
Basisrioleringsplan
Een plan waarin op gedetailleerde wijze wordt aangegeven hoe de inzameling en afvoer van afvalwater en neerslag binnen een bepaald gebied dient te geschieden.
Drainage
Het ontwateren van de bodem, zorgen voor de afvoer van overtollig grond- of hemelwater uit de bodem.
Drooglegging
De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en kruin weg.
Drukriolering
Riolering bestaande uit persleidingen met een kleine diameter waardoor het afvalwater onder druk wordt afgevoerd. Elke aansluiting is voorzien van een eigen pompunit. Dit type stelsel wordt veelal toegepast in het buitengebied. Er mag op dit type stelsel geen verhard oppervlak worden aangesloten.
Gemengd rioolstelsel Rioolstelsel waarbij afvalwater en regenwater door hetzelfde buizenstelsel worden ingezameld en afgevoerd. Gescheiden rioolstelsel Rioolstelsel, waarbij afvalwater en regenwater door afzonderlijke buizenstelsels worden ingezameld. Het afvalwater wordt afgevoerd naar een AWZI, het regenwater wordt rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Grondwater
Water beneden het grondoppervlak.
Grondwaterloket
Loketfunctie die door de gemeenten wordt vervuld. Burgers kunnen voor alle klachten over grondwater in eerste aanzet terecht bij hun gemeente, die de klacht behandelt ofwel doorstuurt naar de verantwoordelijke instantie.
Grondwaterstand
De hoogte waar de druk in het grondwater gelijk aan nul is, meestal uitgedrukt ten opzichte van een bepaald referentieniveau (NAP).
Hemelwaterafvoer (HWA)
Het totale debiet dat bij regen door het rioolstelsel kan worden afgevoerd, inclusief de droogweerafvoer.
IBA-systeem
Systeem voor de individuele behandeling van afvalwater.
Infiltratie
Water dat in de bodem dringt.
Infiltratievoorziening
Een constructie voor het infiltreren van regenwater in de bodem. Een grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is.
Ingrijpmaatstaf
Als de actuele toestand deze waarde) overschrijdt, kan de beheerder kiezen om nader onderzoek te doen of daadwerkelijk in te grijpen. Deze waarde is gebaseerd op NEN EN 13508-2 die we Nederland sinds 2020 volledig toepassen.
IT-riool
Een infiltratie-transportriool, bestaat uit een poreuze buis waardoor water van de buis naar de grond kan infiltreren en andersom in het geval van hoge grondwaterstanden (draineren).
Kostendekkingsplan
Doorrekening van de verwachte kosten en inkomsten voor de rioleringszorg over de gehele levensduur van de riolering.
Kruipruimte
De ruimte onder de begane grondvloer van een gebouw.
Maatstaven
De maatstaven geven de normwaarden behorend bij de functionele eisen weer.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
45
NAD
Netwerk Waterketen Delfland
Bestuursakkoord Water
Nationaal Akkoord tussen het Rijk, de provincies, de Hoogheemraadschappen en de gemeenten om door een gezamenlijke integrale aanpak de watersystemen in 2015 op orde te krijgen.
OAS
Optimalisatie Studie Afvalwater – studie naar mogelijkheden om riolering en afvalwaterzuivering op elkaar af te stemmen, tegen de laagste maatschappelijke kosten.
ODH
Omgevingsdienst Haaglanden
Ontwatering
De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering.
Ontwateringsdiepte
Minimale afstand van het maaiveld tot de hoogst toelaatbare grondwaterstand.
Overstort
Een voorziening door middel waarvan bij regen een teveel aan rioolwater, dat niet meer in het stelsel kan worden geborgen, kan worden geloosd op oppervlaktewater.
Randvoorziening
Een tot de riolering behorende voorziening in of achter het rioolstelsel met als doel de vuilemissie ten gevolge van overstortingen te reduceren.
Real-Time-Control (RTC)
Besturingssysteem waarbij tijdens het afvoerproces actuele meetwaarden gebruikt worden voor het instellen van regelaars in het afvoersysteem.
Regenwaterstelsel
Een systeem van leidingen, putten, gemalen en overstorten in een gescheiden stelsel waarin de neerslag wordt ingezameld en afgevoerd.
Riolering
Het gehele systeem benodigd voor inzamelen en transporteren van rioolwater. Hiertoe behoren: huis- en kolkaansluitingen, het rioolnet, de gemalen en de transportleidingen.
Rwzi (ook wel AWZI)
Rioolwaterzuiveringsinrichting, een inrichting waar het rioolwater wordt ontdaan van een groot deel van de verontreinigingen.
Veenoxidatie
Het verdwijnen van veen doordat het aan zuurstof in de lucht wordt blootgesteld
Verbeterd gescheiden Gescheiden rioolstelsel waarbij middels een koppeling tussen het rwa-stelsel en het dwa-stelsel wordt bewerkstelligd dat het eerst afstromende en verontreinigde regenwater naar het dwa-stelsel wordt afgevoerd. Pas na vulling van de rwa-riolering stort het in het rwa-stelsel aanwezige relatief schone rioolwater (regenwater) over op oppervlaktewater. De vervuiling als gevolg van foutieve aansluitingen op het rwa-stelsel wordt daarmee beperkt. Het regenwaterstelsel heeft een relatief kleine berging en zal vaker overstorten dan een normaal gemengd stelsel. Verbeterd gemengd
Een gemengd rioolstelsel met een randvoorziening die al dan niet bezinking van rioolslib bevordert. Het bezonken rioolslib wordt alsnog afgevoerd naar een rioolwaterzuiveringsinrichting al dan niet via een bemaling of door jaarlijkse reiniging naar een slibverwerker.
Verhard oppervlak
Het totaal van de verharde oppervlakken (daken en straatverhardingen) die op de riolering afwateren.
Vrijvervalriolering
Een rioolstelsel waarbij het rioolwater door de zwaartekracht wordt afgevoerd.
Vuilemissie
De hoeveelheid stoffen die tijdens een overstorting met het overstortende water uit de riolering op het oppervlaktewater wordt geloosd.
WIBON (Voorheen WION)
Wet rond informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten
WKO
Warmte-koude opslag: een systeem dat gebruikmaakt van energieopslag in de bodem om verwarming en koeling energiezuiniger te maken.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
46
2 Wettelijk kader en plaats van het WRP Europees Kaderrichtlijn water (2009) De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is erop gericht op Europees niveau de kwaliteit van watersystemen te verbeteren, onder meer door lozingen te reduceren. Verder is het de bedoeling het duurzame gebruik van water te bevorderen en de verontreiniging van grondwater aanzienlijk te verminderen. Naast een verbetering van de waterkwaliteit is het streven de Europese waterwetgeving te harmoniseren, uiterlijk in 2015. De KRW stelt voor alle water een ecologische en kwaliteitsdoelstelling. Vooral voor water met een verhoogde natuurdoelstelling kan verwacht worden dat nog grote inspanningen geleverd moeten worden. De toekomstige invulling van het waterkwaliteitsspoor wordt sterk gerelateerd aan de bedoelingen van de KRW. Op basis van gebiedsrapportages worden de monitoringsprogramma’s en beheersplannen voor heel Nederland en Europa opgesteld. Kenmerkend voor de KRW is dat er sprake is van een resultaatsverplichting in plaats van de inspanningsverplichting die voorheen gebruikelijk was.
Nationaal Waterwet De Waterwet heeft acht bestaande wetten voor het waterbeheer in Nederland vervangen. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. De wet is gericht zijn op het bereiken van doelstellingen van watersystemen (stroomgebieden), met een verdeling van verantwoordelijkheden en taken tussen de verschillende betrokken overheden. Tevens is de wet gericht op een adequaat instrumentarium voor de uitvoering van het waterbeleid. Dit betreft dan vooral een vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Door de Waterwet zijn Hoogheemraadschappen, Gemeenten en Provincies beter in staat wateroverlast, waterschaarste en watervervuiling tegen te gaan. Ook voorziet de wet in het toekennen van functies voor het gebruik van water zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie. Op grond van toegekende functies worden eisen gesteld aan de kwaliteit en inrichting van het water. Watervergunning De Watervergunning integreert alle vergunningstelsels van de verschillende waterwetten. Daarmee gaan zes vergunningen uit de eerdere waterbeheerwetten op in één Watervergunning.
Het gaat hierbij om een scala van handelingen in watersystemen die voorheen door de afzonderlijke wetten werden gereguleerd, zoals het lozen van verontreinigende stoffen op het oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater of het dempen van een sloot. Veel activiteiten vallen onder algemene regels, waarvoor geen watervergunning nodig is; in deze gevallen kan dan met een melding worden volstaan. Lozingen van hemelwater uit het gemeentelijk rioolstelsel bijvoorbeeld vallen niet meer onder vergunningplicht (voorheen Wvo-vergunning), maar onder algemene regels. Bevoegd gezag kan Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap of de Provincie zijn. Activiteiten waarvoor een Watervergunning nodig is, zijn: • Stoffen in een oppervlaktewaterlichaam brengen; • Afvalwater in een oppervlaktewaterlichaam lozen of rechtstreeks (dus niet via de gemeentelijke riolering) afvoeren naar een rioolwaterzuiveringsinrichting; • Stoffen in zee brengen; • Een waterstaatswerk of beschermingszone gebruiken (aanleg, wijzigen, verwijderen); • Een waterstaatswerk is een oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk (bijv. een sluis of stuw); • Water in de bodem brengen of eraan onttrekken; • Grondwater onttrekken of in samenhang daarmee water in de bodem brengen (infiltreren).
Ook onttrekkingen in verband met bodemenergiesystemen vallen in deze categorie; • Water in een oppervlaktewaterlichaam brengen of eraan onttrekken; • Grote hoeveelheden water in een oppervlaktewaterlichaam lozen of daaraan grote hoeveelheden onttrekken.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
47
Wet milieubeheer De Wet Milieubeheer (Wm) bevat verschillende onderdelen die specifiek van toepassing zijn op watergerelateerde onderwerpen, zoals indirecte lozingen, de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en het gemeentelijk rioleringsplan. De Wm kent naast watergerelateerde onderwerpen ook onderdelen die van grote relevantie zijn voor waterzaken. Te denken valt aan de afvalstoffenregelgeving, de coördinatie bij vergunningverlening en de samenwerking tussen bevoegde gezagen. Samen met de Waterwet biedt de Wm de wettelijke grondslag voor een aantal uitvoeringsbesluiten en de gemeentelijke afval-, hemel-, en grondwaterzorgplichten.
Zorgplichten afvalwater, hemelwater & grondwater Zorgplicht stedelijk afvalwater De zorgplicht stedelijk afvalwater valt onder de Wet Milieubeheer (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 10.33 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet. 2. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een inrichting als bedoeld in het eerste lid kunnen afzonderlijke systemen of andere passende systemen in beheer bij een Gemeente, Hoogheemraadschap of een rechtspersoon die door een Gemeente of Hoogheemraadschap met het beheer is belast, worden toegepast, indien met die systemen blijkens het gemeentelijk rioleringsplan eenzelfde graad van bescherming van het milieu wordt bereikt. Zorgplicht hemelwater De zorgplicht hemelwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.5 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1.
De gemeente draagt zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. 2. De gemeente draagt ook zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk. Zorgplicht grondwater De zorgplicht grondwater valt onder de Waterwet (in toekomst onder Omgevingswet). In artikel 3.6 is de wettelijke verplichting vastgelegd: 1. De gemeente draagt zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het Hoogheemraadschap of de Provincie behoort. 2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, omvatten mede de verwerking van het ingezamelde grondwater, waaronder in ieder geval worden begrepen de berging, het transport, de nuttige toepassing en het, al dan niet na zuivering, op of in de bodem of in het oppervlaktewater brengen van ingezameld grondwater en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
48
Lozingenbesluit afvalwater Afvalwaterlozingen worden tegenwoordig hoofdzakelijk geregeld via algemene regels (AmvB’s). Uitgangspunt: de lozer mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Er is een indeling gemaakt naar drie categorieën: Besluit lozing afvalwater huishoudens Het besluit bevat regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. Huishoudens hebben geen vergunning of ontheffing nodig om hun afvalwater te lozen, maar moeten zich wel houden aan regels die moeten voorkomen dat de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater niet mogen worden aangetast. Dat betekent onder meer dat afvalwater alleen in het oppervlaktewater of in de bodem mag worden geloosd als het gezuiverd is. Besluit lozen inrichtingen Het besluit maakt onderscheid tussen directe en indirecte (via riolering) lozingen. De indirecte lozingen worden weer onderscheiden in lozingen op een ‘schoonwaterriool’ en een ‘vuilwaterriool’. De eisen aan de lozingen op schoonwaterriolen zijn strenger dan die op een vuilwaterriool, omdat die lozingen direct in het milieu terechtkomen. De houder van het hemelwater moet het hemelwater op verantwoorde wijze terugbrengen in het milieu. Lozing op een vuilwaterriool is alleen toegestaan als een directe lozing of een lozing op een schoonwaterriool niet mogelijk is.
Besluit lozen buiten inrichtingen Het besluit heeft betrekking op een breed scala aan lozingen die buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen kunnen zowel door bedrijven als overheden plaatsvinden. Volgens dit besluit is (vrij vertaald) het lozen van afvalwater, afkomstig uit een openbare ontwaterings- of hemelwaterstelsel op of in de bodem toegestaan, mits de ligging van de voorzieningen bekend is, deze goed beheerd worden en hierdoor geen nieuwe problemen ontstaan. Hetzelfde geldt voor het op oppervlaktewater lozen van afvalwater afkomstig van overstortvoorzieningen of nooduitlaten van openbare vuilwaterstelsels. Het lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering op oppervlaktewater of een hemelwaterriool is onder kwalitatieve voorwaarden toegestaan en onder de voorwaarde dat geen wateroverlast plaatsvindt. Het lozen in een vuilwaterriool is niet toegestaan. Indien er redelijkerwijs geen andere mogelijkheid bestaat kan hiervan worden afgeweken met medewerking van het bevoegd gezag.
Het tbv ontwatering lozen van grondwater in oppervlaktewater is onder zowel kwalitatieve als kwantitatieve voorwaarden toegestaan. Lozing op een vuilwaterriool is verboden tenzij het een kortdurende en relatief schone lozing betreft (< 8 weken, < 5 m3/h ,< 300 mg/l onopgeloste stoffen).
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
49
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorheen vergunningplichtig waren onder de volgende wetten en verordeningen: •
• • • • • •
VROM wetten o Woningwet (bouwvergunning) o Gebruiksbesluit (vergunning/melding) o Wet milieubeheer (milieuvergunning, meldingsplicht) o Wet ruimtelijke ordening (afwijking bestemmingsplan, aanlegvergunning) Monumentenwet (monumenten vergunning) Mijnbouwwet (mijnbouwmilieuvergunning) Wet verontreiniging oppervlaktewateren (indirecte lozingen) Flora en faunawet (ontheffing) Natuurbeschermingswet (handelingen in beschermd natuurgebied, gevolgen habitat/soort) Provinciale en gemeentelijke verordeningen (kap, sloop-, aanlegvergunningen e.d.)
Wet informatie uitwisseling ondergrondse netten (2008) Om de ernst en de hoeveelheid van graafincidenten in Nederland in te perken is in 2008 de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (Wibon) oftewel de Grondroerdersregeling van kracht geworden. De regeling verplicht zorgvuldiger graven en informatie-uitwisseling tussen grondroerders (de gravers) en de kabel- en leidingbeheerders. Informatie-uitwisseling voorafgaand aan de graafwerkzaamheden verloopt via een digitaal loket bij het Kadaster.
Basisregistratie ondergrond Informatie over activiteiten in de Nederlandse ondergrond moet beter worden vastgelegd. Overheden dienen gegevens over de ondergrond centraal te registreren in een basisregistratie ondergrond (BRO). Dit zorgt voor lagere onderzoekskosten, helpt bij het opstellen van ruimtelijke plannen en bespaart overlast en kosten bij uitvoering van werkzaamheden. De wet verplicht het Rijk, Provincies, Gemeenten en Hoogheemraadschappen om nieuwe gegevens over de ondergrond centraal te registreren. Bedrijven en inwoners krijgen gratis toegang tot de gegevens. De basisregistratie bouwt voort op de bestaande landelijke systemen. Dit zijn Data en Informatie Nederlandse Ondergrond van de Geologische Dienst Nederland, onderdeel van TNO, en het Bodem Informatie Systeem van Alterra. De registratie zal zorgen dat gegevens vollediger zijn, sneller beschikbaar en eenvoudiger te gebruiken. Het beheer ervan is met het oog op de benodigde expertise in handen van TNO. De basisregistratie ondergrond wordt de komende jaren stapsgewijs ingevuld. Er wordt gestart met gegevens over sonderingen, grondwater en mijnbouw. Deze informatie is onder meer van belang bij het plannen en uitvoeren van bouwprojecten, het verzorgen van drinkwatervoorziening en het winnen van natuurlijke hulpbronnen.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
50
Wet op de lijkbezorging (1991) In de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zijn bepalingen opgenomen over begraving. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen op grond van die wet regels worden gesteld over onder meer de inrichting van het graf en de afstand van de graven onderling. In het Besluit op de lijkbezorging (Blb) is daaraan gevolg gegeven. Uit de artikelen 40 en 41 Wlb kan worden afgeleid dat burgemeester en wethouders bevoegd gezag zijn met betrekking tot (bijzondere) begraafplaatsen. Artikel 5 Besluit op de lijkbezorging 1. De afstand tussen de graven onderling bedraagt ten minste dertig centimeter. 2. Boven de kist of het omhulsel bevindt zich een laag grond van ten minste vijfenzestig centimeter. 3. Ten hoogste drie lijken mogen boven elkaar worden begraven, mits boven elke kist of ander omhulsel een laag grond van ten minste dertig centimeter dikte wordt aangebracht, die bij een volgende begraving niet mag worden geroerd. Ten aanzien van de bovenste kist of het bovenste omhulsel is het tweede lid van toepassing. 4. De graven bevinden zich ten minste dertig centimeter boven het niveau van de gemiddeld hoogste grondwaterstand. 5. Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing op bestaande graven. 6. Dit artikel is niet van toepassing op grafkelders. De belangrijkste bepaling in relatie tot grondwater is die van het vierde lid.
In samenhang met het derde lid kan worden vastgesteld hoe diep het grondwaterpeil moet zijn als er in meerdere lagen boven elkaar wordt begraven.
Nationaal waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan (NWP) is het rijksplan voor het waterbeleid voor de periode 2016-2021. Het NWP beschrijft welke maatregelen nodig zijn om Nederland ook in de toekomst veilig en leefbaar te houden. Ook de (economische) kansen die water biedt komen in het NWP aan bod.
Bestuursakkoord water (2011) In het Bestuursakkoord Water hebben overheden en drinkwaterbedrijven afspraken gemaakt over verbetering van de organisatie van het waterbeheer. Deze afspraken leiden tot meer transparantie, duidelijke verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte, optimalisatie in transport en zuivering van afvalwater, een beheersbaar programma voor de waterkeringen en het realiseren van slimme samenwerkingsvormen. Hierdoor blijft waterbeheer betaalbaar. De ambitie is om vanaf 2020 jaarlijks structureel 750 miljoen euro te besparen op de stijgende kosten voor veiligheid en waterbeheer. In het Addendum BAW staan aanvullende afspraken over de volgende onderwerpen: • Bruikbare en toegankelijke data en informatie binnen de watersector • Cybersecurity binnen de watersector • Samenwerking tussen gemeenten, hoogheemraadschappen en drinkwaterbedrijven • Implementatie Omgevingswet in de waterketen.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
51
Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten Ten behoeve van meer transparantie heeft de commissie BBV (commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) richtlijnen opgesteld voor de bepaling van de rioolheffing. De commissie BBV spoort gemeenten en provincies aan om deze aanbevelingen te volgen omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie.
Deltaplan ruimtelijke adaptatie Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, hoogheemraadschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan RA versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen.
Omgevingswet De Omgevingswet is een integrale wet die de kwaliteit van de leefomgeving borgt en tegelijkertijd ontwikkeling stimuleert. Sleutelbegrippen in de toepassing van de wet zijn eenvoud & efficiency, (integrale) samenwerking, regionaal maatwerk en verbinding naar externe partners.
Hemelwaterverordening De gemeenteraad heeft op 5 oktober 2021 wel/niet de hemelwaterverordening vastgesteld (op moment van schrijven nog niet bekend)
Drinkwaterwet & drinkwaterbesluit De Drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit gaan vooral over de drinkwaterkwaliteit van het kraanwater in Nederland. De overheid heeft hiervoor kwaliteitseisen vastgelegd, bijvoorbeeld over hoeveel stoffen en organismen er maximaal in het kraanwater mogen voorkomen. In de Drinkwaterwet is een specifieke zorgplicht, gericht aan alle bestuursorganen opgenomen om te zorgen voor de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening. Daarnaast hebben ook installateurs ermee te maken. Zij mogen bijvoorbeeld alleen goedgekeurde producten zoals kranen en leidingen gebruiken en die op een bepaalde manier toepassen om te voorkomen dat het kraanwater vervuild raakt. Bronnen: www.infomil.nl www.helpdeskwater.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
52
Plaats van het WRP Inleiding Navolgend wordt ingegaan op de plaats van dit WRP ten opzichte van wettelijke kaders en beleidsdocumenten. We beschrijven de kaders die invloed hebben op dit WRP, zoals de Waterwet en het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Daarnaast gaan we in op het coalitieakkoord en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA), die beide in meer of mindere mate richting geven aan dit WRP. Daarnaast beschrijven we de beleidsdocumenten waar dit WRP-invloed op heeft, zoals afvalwater- en hemelwaterverordeningen en het Programma van Eisen. De Omgevingswet heeft een bijzondere plek in dit hoofdstuk: die vormt een kader voor dit WRP, terwijl dit WRP tegelijkertijd ook input is voor de uitwerking van de Omgevingswet in de vorm van het Omgevingsplan. Onderstaande schema is een weergave van de plaats van dit WRP in de voornoemd beschreven wettelijke- en beleidskaders. Het schema geeft ook een overzicht van de subhoofdstukken in dit hoofdstuk.
Figuur A2-1: WRP: de plaats in de wettelijke- en beleidskaders
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
53
Verantwoordelijkheden in het waterbeheer Rijksoverheid De Rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleid en landelijke maatregelen. Daarnaast is het Rijk verantwoordelijk voor de normen voor waterveiligheid van de primaire waterkeringen. Dit zijn dijken en duinen die het land beschermen tegen water uit zee en de grote rivieren. De Provincie Zuid-Holland De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het nationale waterbeleid naar regionale maatregelen. Voor een deel van het waterbeheer heeft de provincie operationele taken. Bijvoorbeeld bij de verwijdering van grondwater uit de bodem. Het beheer van de grondwaterkwaliteit ligt volgens de Wet Bodembescherming ook bij de provincie. Het Hoogheemraadschap van Delfland Het Hoogheemraadschap stelt beheerplannen op voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit van de wateren in hun beheersgebied. Verder zorgt het Hoogheemraadschap voor het transport en zuivering van afvalwater van bedrijven en huishoudens. Het beheer en onderhoud van het transportstelsel en de zuiveringen is door het Hoogheemraadschap uitbesteed aan Delfluent Services BV. Ook is het Hoogheemraadschap verantwoordelijk voor de regionale waterkeringen. Deze beschermen het land bijvoorbeeld tegen water uit kanalen. Gemeenten Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het grondwater in stedelijk gebied.
Ook zorgt de gemeente voor het inzamelen en de afvoer van afvalwater en overtollig regenwater via de riolering. In dit kader vormt het taakveld riolering en stedelijk water een verbindende functie tussen de voornoemde stakeholders de gemeentelijke planvormers (ruimtelijk ordening, programmering) en de burger. Samenwerking Hoogheemraadschap en Gemeenten Hoogheemraadschap en Gemeenten zijn volgens de Waterwet verplicht tot samenwerking om te komen tot integraal waterbeheer. Bij de afstemming van taken gaat het in ieder geval om het beheer van inname, inzameling en zuivering van afvalwater. Daarnaast is er afstemming over o.a. het vormgeven van de zorgplichten voor hemel- en grondwater, optimalisatie van de afvalwaterketen, waterkwaliteitsmaatregelen en over het opstellen van waterregels bij nieuwbouw (de watertoets).
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
54
De waterwet geeft een wettelijk kader In de Waterwet is een aantal ‘oude’ wetten gewijzigd of aangevuld, waaronder de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Wet op de waterhuishouding. De zorgplichten van de gemeente zijn verbreed en uitgewerkt. Gemeenten hebben de zorgtaak voor: a. Afvalwater. De doelmatige inzameling en het transport van het stedelijke afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, eventueel gemengd met hemelwater en/of grondwater), dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. b. Hemelwater. De doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. c. Grondwater. Het in openbaar gebied treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of te beperken. Sinds 2009 de Waterwet is er sprake van de verbrede rioolheffing voor de bekostiging van de gemeentelijke watertaken/zorgplichten. Die zorgt ervoor dat ook kosten die voortvloeien uit de aanleg en het beheer van voorzieningen voor hemelwater en grondwater uit de rioolheffing betaald mogen worden. De rioolheffing is een belasting. Dat betekent dat het verband tussen het directe belang van de betalers en de gemeentelijke voorzieningen (het rioolstelsel) is losgelaten. Toch is de rioolheffing daarmee nog niet een ‘normale’ belasting.
Anders dan bij bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting (OZB) mogen de opbrengsten van de rioolheffing maar aan één doel worden uitgegeven, namelijk: de gemeentelijke watertaken. Dit was voorheen zo en is ongewijzigd gebleven in de Waterwet. Ook na in werking treden van de Omgevingswet zal deze restrictie niet wijzigen. De Waterwet heeft dus twee belangrijke consequenties voor dit WRP: de gemeentelijk zorgplichten spelen een belangrijke rol en er geldt een verplichting de inkomsten uit de rioolheffing alleen te besteden aan de zorgplichten (bestemmingsheffing). Alle maatregelen die we voorstellen in dit WRP dragen bij aan het vervullen van één of meerdere zorgplichten. De waterwet zegt ook dat gemeenten en hoogheemraadschappen samen moeten werken aan een doelmatig waterbeheer.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
55
Voorsorteren op de omgevingswet In 2022 wordt de Omgevingswet naar verwachting van kracht4. Deze wet vereenvoudigt bestaande wetgeving voor de fysieke leefomgeving. Onderstaande figuur geeft hiervan een beknopt overzicht. Gemeentes zijn verplicht om één integrale visie op te stellen voor alle beleidsterreinen in de fysieke leefomgeving, zoals natuur, ruimtelijke ordening en verkeer en vervoer. Op basis van de opgestelde omgevingsvisie stellen gemeentes uitvoeringsprogramma’s en omgevingsplannen op. Samenwerken, participatie en integraal werken zijn belangrijke pijlers onder de nieuwe wet.
De omgevingsvisie en dit WRP De komst van de Omgevingswet betekent dat de planverplichting voor het opstellen van een WRP verdwijnt. De drie waterzorgplichten blijven echter bestaan, net als de verplichting om de financiën te verantwoorden. Die onderwerpen krijgen een plaats in de omgevingsvisie, de financiën krijgen een plaats in het programma die gemeentes verplicht zijn op te stellen (voorlopig uiterlijk gereed op 1 januari 2024, zie voetnoot). Op het gebied van water dient in de Omgevingsvisie namelijk ten minste de visie op de (drie) gemeentelijke watertaken beschreven te worden. De uitvoering wordt concreet gemaakt in het uitvoeringsprogramma Water- en rioleringsprogramma, terwijl in het omgevingsplan alle relevante gemeentelijke verordeningen samengevoegd worden. Figuur 4.2 is een schematisch overzicht van bovenstaande. Vooruitlopend op de overgang naar de Omgevingswet hebben we dit WRP zo ingedeeld dat de Figuur A2-2 Schematische weergave van de verhouding tussen het onderdelen daarvan als input kunnen dienen voor huidige WRP en de toekomstige situatie onder de Omgevingswet de nieuwe planvormen (Omgevingsvisie, -plan en programma). Voor de Omgevingsvisie zijn (lange termijn) opgaven de basis. Daarom gaan we in dit WRP ook uit van een aantal opgaven. De Omgevingsvisie en -plannen kijken vooral op lange termijn naar deze opgaven.
In dit WRP zullen we ons met name focussen op de eerste stappen die we kunnen zetten in deze opgaven binnen de looptijd van dit WRP richting de lange termijn doelen. De watervisie van Delfland geeft hiervoor input. Tevens sorteren we voor op de overgang naar de Omgevingswet, met zijn integrale karakter, door verschillende domeinen te betrekken in de totstandkoming van dit WRP. We kijken hoe we onze individuele belangen, die samenhangen met de zorgplichten, kunnen versterken om zo bij te dragen aan de ambities in dit WRP.
Input vanuit het taakveld Riolering is belangrijk voor de gemeentelijke Omgevingsvisie. Daarom borgen wij dat de verweving van het WRP met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en het Uitvoeringsprogramma plaatsvindt in een separaat proces. Door middel van jaarlijkse [evaluatie/voortgangsnotities/monitoring] wordt invulling gegeven aan de monitoring van de programma’s en wordt er (over en weer) input geleverd voor actualisaties. De planning is enerzijds afhankelijk van de binnen de gemeente gehanteerde overall planning en anderzijds van het uitstel van de Omgevingswet (op Rijksniveau) en de hieraan gerelateerde planning en deadlines5. Wettelijk kader overgang WRP naar Omgevingswet Het gemeentelijk rioleringsplan moet op grond van artikel 4.22 van de Wet milieubeheer door de gemeenteraad worden vastgesteld. De Tweede Kamer heeft op 1 juli 2015 ingestemd met de voorgestelde Omgevingswet, waarin het gemeentelijk rioleringsplan overgeheveld wordt naar artikel 3.13 van de Omgevingswet als facultatief programma dat wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De komende planperiode zal duidelijk worden hoe gemeenten hier in de nabije toekomst exact invulling aan (kunnen) geven. De gemeenteraad zorgt voor de kaders voor en controle van een goede uitvoering van de gemeentelijke watertaken.
Met de planvormen onder de Omgevingswet (omgevingsvisie, -programma en -plan) stelt de gemeenteraad ambitieniveau, regels en de werkwijze van de gemeente vast, en ook hoe deze tegen de laatste maatschappelijke kosten te realiseren. De raad maakt keuzes
4 Op het moment van schrijven (zomer 2021) is nog niet bekend wanneer de wet daadwerkelijk in werking treedt. 5 Vooralsnog is de uiterste datum voor het gereed hebben van de Omgevingsvisie 1 januari 2024.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
56
die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de rioolheffing. Onder de Omgevingswet onderbouwt het gemeentelijk rioleringsprogramma de rioolheffing. Dat maakt financieel toezicht door de Provincie mogelijk.
Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie geeft input In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) toegevoegd aan het Nationale Deltaprogramma. Dit DPRA heeft als doel: een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting; in 2020 in handelen en in 2050 gerealiseerd in de inrichting. Dit betekent dat vanaf 2020 bij iedere ruimtelijke ingreep rekening wordt gehouden met weersextremen. Het DPRA richt zich op vier thema’s: wateroverlast, hittestress, overstroming en droogte. Om op die thema’s een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting te verwezenlijken, werkt het DPRA met zeven ambities: 1. Kwetsbaarheid in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten
Figuur A2-3: De zeven ambities van het DPRA - Bron: Deltacommissaris.nl
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
57
NAD Samenwerkingsovereenkomst De gemeenten Delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland, Zoetermeer, het Hoogheemraadschap van Delfland en de drinkwaterbedrijven Dunea en Evides Waterbedrijf werken samen binnen de bestuurlijke overeenkomst Netwerk Waterketen Delfland (NAD). Missie & langetermijnvisie NAD Elke gemeente is er om burgers en bedrijven tot dienst te zijn. Dat vormt de basis van haar bestaansrecht. Van de gemeente wordt daarom verlangd dat zij streeft naar een goede en betrouwbare invulling van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater tegen de laatst maatschappelijke kosten. Daarbij houdt de gemeente rekening met toekomstige ontwikkelingen zodat de dienstverlening ook op lange termijn gecontinueerd kan worden. Omdat water de grenzen van gebieden en organisaties overschrijdt, werken de NAD-gemeenten, het hoogheemraadschap en de drinkwaterbedrijven in het beheergebied van Delfland samen aan een betrouwbare, toekomstbestendige, betaalbare en duurzame waterketen. Daarom stelden ze in 2014 gezamenlijk een langetermijnvisie op (zie onderstaand tekstvak), die is vastgesteld in het Strategisch Ketenplan in 2015.
Deze visie is in het nieuwe bestuursakkoord 20212027 opnieuw ondergeschreven en in 2020 aangescherpt eb geactualiseerd op basis van huidige inzichten in de Samenwerkingsagenda. In het kader hiervan is een aantal actuele ontwikkelingen geïdentificeerd waarop wij ons in de komende periode willen richten.
Om de werkzaamheden in te bedden in de wet- en regelgeving en te faciliteren sluiten we aan bij de omgevingswet, kijken we met een creatieve (andere) blik naar kosten, houden we de economische ontwikkelingen goed in beeld, en zorgen we ervoor dat we onze beslissingen baseren en/of kunnen toetsen aan betrouwbare (big) meet data. Duurzaamheid betekent voor ons óók toekomstbestendig en robuust, dus met de nadruk op een lange levensduur. In dat kader focussen wij ons op de vervanging(spiek) in de riolering, de waterkwaliteit en het breder kijken dan alléén ons eigen systeem en/of belang. In dit kader verbreden wij onze blik vanuit de riolering naar de openbare ruimte. Klimaatadaptatie, een klimaat adaptieve inrichting van bestaande en nieuwe gebieden en een prominente plaats voor water in ruimtelijke ontwikkelingen zijn verbonden aan ons werkveld en verdienen onze aandacht en input. In dat kader mogen wij ons best wat vrijmoediger profileren. We hebben een goed verhaal uit te dragen. En zeker niet in de laatste plaats; de wereld om ons heen is volop in beweging. We moeten bij blijven. Energietransitie, circulaire economie, technologische ontwikkelingen en particuliere initiatieven, we blijven ze volgen en staan open voor kansen. Duurzaamheid en circulariteit. Om uiteindelijk als duurzaam en circulair waterbedrijf te kunnen functioneren hanteren wij onderstaande lange termijnvisie.
Water is de belangrijkste asset. Zonder water geen leven.
Langetermijnvisie 2050 NAD; vastgesteld op 8 december 2014 De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kader stellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
58
Korte termijnvisie NAD (tot 2027) Vanuit de langetermijnvisie zijn acties op kortere termijn vastgesteld. Het Netwerk Waterketen Delfland werkt op de korte termijn (2027) aan: • Een minder sterke stijging van kosten van de keten. De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die we creëren. • Het minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening en de performance van de deelnemers in de waterketen. • Het waar mogelijk een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop). • Het verminderen van de kwetsbaarheid en toekomstbestendig maken van de waterketen, met oog voor circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied. Daarvoor is binnen het NAD het volgende afgesproken: • Partijen bouwen voort op eerder behaalde samenwerkingsresultaten, zoals het gezamenlijk formuleren van een gezamenlijk format voor (gemeentelijke) rioleringsplannen (neem het voorliggend WRP), het gezamenlijk aanbesteden van werkzaamheden en het delen van kennis en informatie. • Partijen geven ruimte om te komen tot de maatschappelijk meest gewenste oplossingen; organisatiegrenzen staan die oplossingen niet in de weg. De prestatie indicatoren vanuit de Samenwerkingsovereenkomst 2013 blijven gehandhaafd (Kosten, Kwaliteit, Kwetsbaarheid).
Voor deze prestatie indicatoren worden de huidige waarden en de na te streven waarden voor eind 2027 vastgesteld. • De prestatie indicatoren vanuit de Samenwerkingsovereenkomst blijven in aangescherpte vorm gehandhaafd (Kosten, Kwaliteit, Kwetsbaarheid). • Partijen zorgen voor draagvlak binnen de organisaties, voldoende kennis, personele capaciteit en competenties om dit aan te pakken. Voor uitgebreidere toelichting op de visie en de ontwikkelingen verwijzen we naar de Bestuurlijke overeenkomst NAD, Netwerk Waterketen Delfland, november 2020.
KPI en PI NAD Om nog concreter te maken waar we samen aan werken, zijn voor de samenwerking binnen NAD kernprestatie-indicatoren (KPI) vastgesteld. Deze zijn vervolgens uitgewerkt tot prestatie-indicatoren (PI), die concreet maken waar we de komende jaren aan willen werken. A.
Kwaliteit, klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop): ‘Minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening en de performance van de waterketen’. Dat doen we met oog voor circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied’. 1. Afvalwater van panden wordt ingezameld. 2. Geen schoon water in het riool (‘rioolvreemd water’). 3. Overstorten van rioolwater naar het oppervlaktewater zo veel mogelijk beperken. 4. Betrouwbare afvoer van afvalwater door voorkomen gemaalstoringen. 5. Beperken van het aantal milieu-incidenten van ongezuiverd afvalwater naar de omgeving. 6. Beperken knelpunten in de water- en luchtkwaliteit vanuit de riolering en gemalen. 7. Regenwater zo veel mogelijk lokaal opvangen. 8. Effluent van de RWZI’s voldoet aan effluent-waterkwaliteitsnormen. 9. Stimuleren van een gesloten energiecyclus. 10. Hergebruik van zoet water. 11. Duurzaam omgaan met peilfluctuatie in het grondwater. 12. Goede levering van drinkwater in het gebied. 13. Goede kwaliteit van drinkwater in het gebied. 14. Besparing drinkwatergebruik.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
59
B.
Kwetsbaarheid: vermindering van de kwetsbaarheid: ‘Verminderen van de kwetsbaarheid en toekomstbestendig maken van de waterketen. Dat doen we door het in huis halen van voldoende kwalitatief goed personeel, gezamenlijke gegevensuitwisseling.’ 1. Onderbezetting verminderen. 2. Sleutelposities zijn bezet. 3. NAD is een volwaardige netwerkorganisatie. 4. NAD-partners hebben een gezamenlijk NAD-dataplatform en stellen hun gegevens beschikbaar.
C.
Kosten: minder-meerkosten: ‘Minder sterke stijging van kosten in de waterketen. De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst) die we creëren’. 1. De rioolheffingen en de zuiveringsheffing. 2. De onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst).
NAD Samenwerkingsovereenkomst en dit WRP De afspraken, doelstellingen en (K)PI vanuit de NAD-samenwerking moeten bij alle partners een plaats krijgen in de organisatie en in beleidsdocumenten. Eén van de plekken waar dat mogelijk is, is dit WRP. De langetermijnvisie, de korte termijn afspraken en de (K)PI krijgen dan ook hun plek in dit WRP: zowel in het hoofdstuk visie, als in de hoofdstukken strategie en maatregelen zullen ze terug te vinden zijn.
Hemel- en grondwateraterverordening Uitgaande van de wens om burgers meer te laten participeren en draagvlak voor stedelijk water en riolering te vergroten, stelt de gemeente in de komende planperiode een waterverordening op. Hierin worden rechten en plichten van gemeente en (participerende) burger vastgelegd op het gebied van schade, afkoppelen en ontwatering. In samenspraak met de relevante interne belanghebbenden bepalen we de inhoud en scope van de verordening (maatregel XYZ).
Omgevingsplan De omgevingsvisie (structuurvisie) die wordt uitgewerkt in diverse programma’s (kadernota’s, bouwstenen, beleid beheer openbare ruimte) worden juridisch geborgd in het omgevingsplan. Hierin staan de verordeningen en beleidsregels. Toetsing aan het omgevingsplan vindt plaats via de omgevingsvergunning. Belangrijk is dat er continue interactie plaatsvindt tussen het WRP, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Primair aan de voorkant van het proces, waarin de visie, programma’s en plannen worden opgesteld, maar zeker ook in de fase waarin deze operationeel zijn (zie in dit kader paragraaf A2.2.1) Hierbij dienen ook de geleerde lessen vanuit vergunningverlening te worden betrokken. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft een Watervisie omgesteld als input voor de Omgevingsvisies van gemeenten en provincie.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
60
3 Overzicht van de riool- en waterassets Leidschendam-Voorburg heeft ongeveer 225 km vrijvervalriolering, 277 pompputten in de drukriolering in het buitengebied, 57 gebiedsrioolgemalen en meer dan 43,82 km persleiding (incl. drukriolering) waarmee het stedelijk afvalwater en hemelwater wordt ingezameld en afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). Een gedetailleerd overzicht van de voorzieningen in de riolering die bij de gemeente in beheer zijn, is opgenomen in onderstaande tabellen.
Objectgegevens afvalwatersysteem Systeem
ALGEMENE GEGEVENS Inwoners per 1-1-2021 Ongerioleerde panden met ontheffing per 1-12021 Ongerioleerde panden met overeenstemming vooralsnog niet aansluiten (veendijken-niet doelmatig)
SPECIFIEKE GEGEVENS AFVALWATERZORGPLICHT Vrijverval riolering gemengd/vuilwater
Mechanische riolering
Monitoren riolering
Onderdeel
Omvang
Eenheid
Aantal Aantal
76.417 30
Inw. st
Aantal
Gemengd riool Vuilwaterriool (DWA) Bergbezinkvoorzieningen Overstorten gemengd (incl. BBB’s) Persleiding Drukriolering Grote- en gebiedsrioolgemalen Tunnel, en watergemalen Pompunits (drukriolering) Centrale voedingskasten drukriolering IBA’s Waterpeilmeters (excl. Rioolgemalen) Neerslagmeters Debietmeters Overstortmeters
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
st
166,933 53,777 4 49 9,82 34 57 15 277 42 30 in privé beheer Ca. 24 0 14 20
km km st st km km st st St st st st st st st
61
Areaal hemelwater riolering Systeem Vrijverval riolering (verbeterd) gescheiden
Grondwater areaal Systeem Grondwater
Onderdeel HWA (verbeterd gescheiden) HWA (gescheiden) + duikers Overstorten / Regenwateruitlaat Lamellen-/Slibvangfilters
Onderdeel Drainageleiding Aantal lozingspunten drainage Peilbuizen (grondwatermonitoring) in vaste meetnet Locatieonderzoeken (tijdelijk)