2984-53 Bijlage 50 toelichting, Sociaal Kompas
Tekst van het document
Realiseer maatschappelijke basisvoorzieningen op het gebied van onderwijs, kinderopvang, welzijn en zorg in één gebouw, met ruimte voor ontmoeting en burgerparticipatie, zoals met een het Kulturhus in Stompwijk. Organiseer en faciliteer voldoende en aantrekkelijke recreatieve en educatieve dagactiviteiten; voor zowel specifieke doelgroepen (zoals licht verstandelijk beperkten en statushouders als voor meerdere doelgroepen tegelijk. Stimuleer pilots van sociale ondernemingen voor innovatieve producten en diensten (zowel arbeidsmatig als recreatief) voor een brede groep (kwetsbare) inwoners. Bied in bestemmingsplannen ruimte voor sociale ondernemingen, broedplaatsen en vrij toegankelijke voorzieningen. Verstevig een gericht aanbod voor inwoners met dementie, bijvoorbeeld met uitbreiding van ontmoetingscentra dementie en een app voor dementerenden en hun mantelzorgers. Zet kortdurende interventies in om de zelfredzaamheid en participatie van inwoners met een beperking te versterken.
F. Laagdrempelige (onafhankelijke ) cliëntondersteuning te blijven bieden waar alle inwoners gebruik van kunnen maken
Vergroot de bekendheid van cliëntondersteuning en blijf inwoners zowel digitaal en in persoonlijk contact informeren over personen die kunnen optreden als vertegenwoordiger van een cliënt. Veranker het aanbod van cliëntondersteuning in een Sociaal Servicepunt met één centrale en goed zichtbare en bereikbare organisatie waar maatschappelijke partners (formele en informele hulpverleners) samenwerken. Maak subsidieafspraken waarin maatschappelijke partners gezamenlijk levensbrede deskundigheid voor cliëntondersteuning beschikbaar stellen om alle groepen (kwetsbare) inwoners te kunnen bedienen.
2.2. Meer inwoners kunnen zich financieel goed redden Financiële zelfredzaamheid draagt bij aan participatie en welbevinden. Niet iedereen is in staat om altijd in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. De gemeente ondersteunt indien nodig inwoners (tijdelijk) met een inkomensvoorziening op maat. De ondersteuning is gericht op het voorkomen van armoede en het realiseren van een financieel stabiele situatie voor de toekomst. Een financieel stabiele situatie is vaak een basisvoorwaarde voor het succes van andere zorg en ondersteuningstrajecten, daarom moet de toegang tot schuldhulpverlening geen drempel vormen. Schuldhulpverlening gaat uit van een integrale aanpak op meerdere leefdomeinen met een duurzaam effect, met de schuldenaar als probleemeigenaar. Door vroege signalering, preventie en nazorg wordt het (opnieuw) ontstaan of verergeren van schulden zoveel mogelijk voorkomen. Andere pijlers zijn stabilisatie en het oplossen van schulden. Het gebruik van regelingen wordt gestimuleerd. Extra aandacht is er voor onevenredig hoge kosten door een stapeling van eigen bijdrage en voor gezinnen met kinderen, om te voorkomen dat jongeren en kinderen in armoede opgroeien. Dit wordt gerealiseerd door: A. Inwoners die niet over de middelen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, een (gemeentelijke) ondersteunende voorziening op maat te verstrekken
Benut de ruimte in landelijke en lokale regelgeving bij het toekennen van uitkeringen en minimaregelingen. Blijf een breed pakket aan minimaregelingen bieden en breid dit uit met regelingen passend bij de huidige samenleving. Maak mogelijk dat het Sociaal Fonds door particulieren financieel gesteund kan worden door de doorontwikkeling naar een stichting te stimuleren. Voorkom door samen te werken met jeugdinstellingen dat jongvolwassenen (uit de jeugdhulp) die 18 worden door de zoekperiode of tijd die het kost om belastingtoeslagen aan te vragen in financiële problemen raken. Streef naar betere en innovatievere manieren om (financieel) maatwerk te kunnen bieden en onderzoek daarvoor op welke wijze de Experimentenwet ingezet kan worden wanneer deze van kracht wordt.
B. Nadelige inkomenseffecten van regelingen te verminderen door aanvullende individuele ondersteuning te bieden.
Zorg dat meer mensen gebruik maken van de compensatieregeling ‘Meerkosten voor chronisch zieken en mensen met een handicap’ door de toegankelijkheid te verbeteren. Onderzoek de negatieve effecten van de kostendelersnorm en ga in gesprek met het Rijk over de mogelijkheden deze anders toe te passen. Ondersteun inwoners met complexe problematiek en acute financiële nood door een fonds op te zetten waaruit zij geholpen kunnen worden. Onderzoek in hoeverre de hoogte van de eigen bijdrage voor Wmo-voorzieningen bijdraagt aan zorgmijding, wat de gevolgen hiervan zijn en hoe zorgmijding verminderd kan worden. Zorg dat de hoogte van de eigen bijdrage(n) passend is bij de draagkracht van de doelgroep.
C. Helpen zorgen dat meer inwoners bewust omgaan met geld en voorkomen dat inwoners (opnieuw) financiële ondersteuning nodig hebben.
Zet in op preventie- en nazorgactiviteiten met voorlichting en eigentijdse mediacampagnes, waarbij gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigen. Bied voorlichting en ondersteuning aan mensen met een grote inkomensteruggang en/of schulden, gericht op het aanpassen van het uitgavenpatroon en met extra aandacht voor jongeren en laaggeletterden. Doorbreek het taboe op armoede en breng de doelgroep in beeld met de inzet van een maatjestraject. Geef gerichte voorlichting aan specifieke groepen over omgaan met geld en beschikbare voorzieningen, waaronder ouderen, jonge ouders, inwoners met een lage sociaaleconomische status, leerlingen en gezinnen met kinderen. Ondersteun huishoudens die gebruik maken van inkomensvoorzieningen door hulp aan te bieden bij het opstellen van een plan om bewust met geld om te gaan, met aandacht voor uitgaven voor kinderen. Verbeter schuldhulpverlening door te investeren in het meten van de effecten van preventieve schuldhulpverlening.
D. Vroegtijdig te signaleren of inwoners financiële ondersteuning nodig hebben en deze ondersteuning te bieden
Bepaal per huishouden met schulden het maximaal haalbare regelbare resultaat op basis van het schuldenpakket, de motivatie en vaardigheden. De schuldenaar blijft altijd probleemeigenaar. Verlaag de drempel voor het vragen van hulp en stimuleer vroegtijdige signalering door in te blijven zetten op samenwerking met ketenpartners. Geef opdracht om de schuldhulpverlening voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk te maken. Biedt schuldhulpverlening zo breed mogelijk aan, zoals ook in het geval van onbewuste fraude. Beperk het verergeren van financiële problemen door bij huurachterstand met dreigende huisuitzetting schuldhulpverlening aan te bieden. Voorkom het verergeren van financiële problemen door in de schuldhulpverlening bij een uitkeringssituatie aandacht te besteden aan het doorbetalen van vaste lasten en het zorgen voor passende bewindvoeringstrajecten. Voorkom en verminder het aantal bewindvoeringstrajecten door een alternatief te ontwikkelen. Zet in op het zoveel mogelijk minnelijk regelen van schulden en verwijs door naar de rechtbank indien een minnelijke regeling niet mogelijk is. Ondersteun ondernemers vroegtijdig (al voordat zij tot de doelgroep van de Participatiewet behoren) vanuit het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (BBZ).
Draag bij aan het verminderen van armoede onder kinderen door extra aandacht te besteden aan gezinnen (met inwonende minderjarige kinderen).
E. Zorg te dragen voor goede informatie over inkomensregelingen en een goede bewegwijzering naar organisaties zodat het bereik van voorzieningen toeneemt.
Verbeter de beschikbare informatie aan inwoners over ondersteuning bij financiële vragen en problemen met een actuele sociale kaart en een Sociaal Servicepunt waar laagdrempelige informatie en advies wordt gegeven toegespitst op verschillende inwonersgroepen. Stimuleer het gebruik van algemene voorzieningen zoals de Kledingbank, Voedselbank, maatjesprojecten en St. Leergeld. Maak het onderwerp ‘armoede’ bespreekbaar onder kinderen en zorg voor een plek waar kinderen aan de bel kunnen trekken als zij met armoede geconfronteerd worden. Stimuleer het gebruik van regelingen door met de ketenpartners continu zicht op gezinnen te houden die daarvoor in aanmerking komen, in het bijzonder minimahuishoudens met leerplichtige kinderen. Stimuleer het gebruik van regelingen zoals Bijzondere Bijstand en collectieve ziektekostenverzekering, door deze onder aandacht te brengen van de minimahuishoudens. Behoud een coördinator communicatie minimabeleid.
2.3. Meer inwoners zijn aan het werk, bij voorkeur op een reguliere werkplek. Betaald werk is niet alleen van belang om in het eigen levensonderhoud te voorzien, maar draagt ook bij aan persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten. De activiteiten in koers 2.3 zijn erop gericht zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen bij een reguliere werkgever. Daarbij is er extra aandacht voor personen met een afstand tot de
arbeidsmarkt. Blijkt een werkplek bij een reguliere werkgever niet mogelijk dan wordt er gezocht naar een passend alternatief zoals beschut werk, zodat iedereen mee kan doen in de maatschappij. Dit wordt gerealiseerd door: A. Met persoonsgerichte ondersteuning uitstroom uit de uitkering te bevorderen (bij voorkeur naar regulier werk) en instroom in de uitkering te voorkomen voor alle mensen met arbeidspotentieel.
Zet in op een optimale matching door het gebruik van vernieuwende instrumenten, een optimale samenwerking met het UWV en een regionale werkgeversbenadering. Zet in op re-integratie voor mensen die in de laatste 3 maanden van de WW-uitkering zitten, waarmee doorstroom naar een bijstandsuitkering wordt voorkomen. Stimuleer (gedeeltelijk) uitstroom met een deeltijdbaan als opstap naar volledige uitstroom uit de uitkering. Creëer met het werkgeversservicepunt innovatieve werkvormen die de kans op een juiste match tussen werkgever en werkzoekende vergroten. Stimuleer dat statushouders gaan werken of ondernemen en help hen bij oriëntatie op de arbeidsmarkt, zoals met bedrijfsbezoeken. Ondersteun startende ondernemers met een bijstandsuitkering bij het realiseren van een levensvatbare onderneming, door het bieden van een startkapitaal, inkomensondersteuning en begeleiding bij de start van de onderneming. Begeleid jongeren met een uitkering naar een opleiding of werk, met extra aandacht voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
B. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen te benutten voor een optimale begeleiding van inwoners naar werk.
Blijf regelruimte bieden aan professionals zodat primair de persoonlijke situatie de prioriteit van en het type ondersteuning bepaalt. De keuze voor het aanbieden van een voorziening is niet afhankelijk van de indeling op de participatieladder. Zet in op domeinoverstijgend werken en onderzoek of de participatieladder daarvoor passend is. Onderzoek ook wat de voordelen zijn van mogelijke andere instrumenten. Blijf werken aan de bevordering van re-integratie richting arbeidsmarkt en benut daarbij de nieuwste inzichten. Onderzoek bijvoorbeeld of experimenten met het basisinkomen mogelijk zijn. Onderzoek in welke mate het diversiteitsbeleid binnen de gemeente passend is en welke instrumenten hiervoor wenselijk zijn.
C. Werkgevers te stimuleren mensen (met een afstand tot de arbeidsmarkt) in dienst te nemen
Pas social return toe bij het inkopen of aanbesteden van opdrachten en ondersteun opdrachtnemers bij de invulling hiervan. Blijf investeren in het realiseren van eenduidige ondersteuning voor alle werkgevers in de regio met een regionaal werkgeversservicepunt. Investeer in de lange- termijn-relatie met werkgevers. Zaken met elkaar doen vraagt vertrouwen.
Maak gebruik van het netwerk van sociale ondernemers om informatie over te brengen over de dienstverlening van het werkgeversservicepunt. Maak ondernemers warm voor het werken met mensen met een arbeidsbeperking en maak hierbij gebruik van enthousiaste sociaal ondernemers door ze een ambassadeursfunctie te geven. Informeer werkgevers via regionale campagnes over de mogelijkheden voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en de voordelen van de inzet van personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Blijf met het Werkbedrijf de realisatie van de garantiebanen in de regio Zuid-Holland Centraal stimuleren. Onderzoek hoe werkgevers verder ontzorgd kunnen worden, bijvoorbeeld door detacheringsfaciliteiten en het verminderen van de regeldruk. Stimuleer werkgevers om op een andere manier naar hun organisatie te kijken (zoals met jobcarving) en zo plekken te creëren voor mensen met een beperking. Ondersteun hen hierbij vanuit het Werkgeversservicepunt. Stimuleer werkgelegenheid door het behouden van een gunstig vestigingsklimaat voor ondernemers.
D. Daar waar (betaalde) arbeid op een reguliere werkplek (nog) niet tot de mogelijkheden behoort een passend alternatief te bieden, zodat meer inwoners actief zijn en zich ontwikkelen.
Organiseer en neem verantwoordelijkheid voor de nieuw beschutte werkplekken (loonvormende arbeid) voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Blijf naast nieuw beschutte werkplekken (betaald) ook alternatief beschutte werkplekken aanbieden (onbetaald) en stimuleer doorgroei van alternatief naar nieuw beschut. Bepaal naar aanleiding van het onderzoek bij de Dienst Sociale Werkvoorziening (DSW) een nieuwe richting voor de toekomst ervan. Stimuleer de ontwikkeling van inwoners en de doorstroom van dagbesteding naar werk door de keten inzichtelijk en sluitend te maken en cliënten vanuit persoonlijke gesprekken toe te leiden naar passende activiteiten, waaronder alternatief beschut werk (onbetaald), nieuw beschut werk (betaald), en garantiebanen.
2.4. Meer mensen zijn in staat (begeleid en langer) zelfstandig te wonen De trend is dat inwoners steeds langer thuis blijven wonen. Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt deze ook toe. Ouderen kiezen minder snel voor een verpleeg- of verzorgingshuis, waardoor de zwaardere zorg aan huis stijgt. Ook extramuralisering van zorg, gestimuleerd door de rijksoverheid, beïnvloedt de locatie waar mensen zorg ontvangen. Om dit alles mogelijk te maken zijn uiteenlopende inspanningen noodzakelijk variërend van het verstrekken van informatie over bijvoorbeeld leeftijdsbestendig wonen en het optimaliseren van het woonaanbod. Hieronder valt o.a. het stimuleren van de toegankelijkheid van (nieuwe) woningen en woonvormen en gerichte toewijzing en goede doorstroming binnen de huursector. Ook hulp en ondersteuning leveren een bijdrage aan het langer thuis kunnen blijven wonen. Deze voorzieningen komen echter aan bod in diverse andere koersen en worden, om herhaling te voorkomen, hier niet genoemd. Dit wordt gerealiseerd door: A. Inwoners te informeren over ontwikkelingen en mogelijkheden rond wonen, zorg en welzijn.
Start met een bewustwordingscampagne ‘leeftijdsbestendig wonen’, zodat inwoners anticiperen op het ouder worden en langer zelfredzaam zijn. Bevorder veilig wonen via campagnes en trainingen (bv. babbeltrucs, valpreventie, brandveiligheid, alarmering, dementievriendelijke gemeente). Informeer inwoners over de nabijheid van voorzieningen (bv. huisarts, apotheek en winkels voor eerste levensbehoeften in de gemeente), zoals in persoonlijke gesprekken of met een sociale kaart. Informeer inwoners over doorstroommogelijkheden en woningaanpassingen, zoals met de inzet van seniorenmakelaars (corporaties) en ouderenadviseurs (sociaal servicepunt).
B. Te stimuleren dat er voldoende passende woningen en woonvormen beschikbaar zijn.
Onderzoek samen met woningcorporaties de noodzaak van uitbreiding van het aanbod toegankelijke (levensloopbestendige) woningen. Onderzoek de mogelijkheden tot innovatie en de inzet van domotica op het gebied van wonen, zorg en ondersteuning, onder andere in samenwerking met het Platform EOA (innovatieplein) en stimuleer de toepassing ervan. Maak afspraken met particuliere verhuurders en woningcorporaties over het stimuleren van (collectieve) woningaanpassingen en het vergroten van het rendement van de aanpassing. Onderzoek de mogelijkheden tot het delen van woningen (kamerverhuur) voor specifieke doelgroepen, zoals statushouders en jongeren. Stimuleer dat meerdere generaties voor elkaar zorgen, zoals door soepel om te gaan met regelgeving voor woningsplitsing (bv. ouderen en kinderen samen in één woning). Zorg voor brandveilige wooncomplexen voor kwetsbare inwoners. Betrek zorg- en welzijnsorganisaties bij de ontwikkeling van de Kansenkaart voor het ruimtelijk domein.
Ga aan de hand van de Kansenkaart na in welke gebieden in Leidschendam-Voorburg extra of andere zorgvoorzieningen nodig zijn en hoe hier verbeteringen in aangebracht kunnen worden Stimuleer in het kader van de extramuralisering meer (kleinschalige) woonvormen met zorg of begeleiding, zoals cluster en beschut wonen en ‘omklapwoningen’ die na afronding van begeleiding omgezet kunnen worden naar een reguliere woning. Innoveer het woonaanbod voor 18 tot 23-jarigen door o.a. afspraken te maken met wooncorporaties en leegstand te benutten. Ontwikkel nieuwe innovatieve pilots rond woonzorgarrangementen en omarm hierbij nieuwe initiatieven van ondernemers (launching customer).
C. Passende woningen gericht toe te wijzen aan specifieke doelgroepen.
Evalueer de pilot met woningcorporaties en zorgaanbieders over toewijzing van woningen in de directe nabijheid van zorginstellingen. Zet bij positieve beoordeling deze pilot om in een structurele werkwijze. Zorg dat aangepaste woningen beschikbaar komen voor wie deze bedoeld zijn door bijvoorbeeld de doorstroom te bevorderen. Ondersteun de uitstroom van cliënten uit GGZ-instellingen door afspraken met corporaties en zorgaanbieders over geschikte woningen en woonvormen.
D. De doorstroom in de huursector naar een geschikte woning bevorderen.
Verleid (met name) ouderen tot verhuizen van een grote eengezinswoning naar een passender woning, zoals door het bouwen in de middeldure sector te bevorderen. Bevorder de doorstroom naar geschikte (miva-) woningen door de inzet van een ‘doorstroomcoach’, zoals de seniorenmakelaar, cliëntondersteuner of de ouderenadviseur. Biedt ruimte voor experimenten met bouwen met alternatieve bouw methoden/concepten, materialen en locaties, zoals autarkisch bouwen (zie kansenkaart). Onderzoek de mogelijkheid om in regionaal verband afspraken te maken over behoud van hulpmiddelen in geval van verhuizing naar een andere gemeente en werk toe naar een structurele oplossing. Geef een voorrangsverklaring aan woningzoekenden die in een levensbedreigende of levensontwrichtende situatie verkeren.
2.5. Meer mensen zijn maatschappelijk zelfredzaam Het is belangrijk dat iedereen volwaardig kan meedoen in de maatschappij. Sommige inwoners hebben hier een beetje ondersteuning bij nodig. Aan inwoners die dit nodig hebben, biedt de gemeente passende ondersteuning. Door informatie te verstrekken over de mogelijkheden voor ondersteuning wordt ingezet op het vergoten van de bekendheid van het ondersteuningsaanbod, zodat professionals en mensen die dat nodig hebben de weg naar deze extra ondersteuning weten te vinden. Voor de organisatie van dagbesteding wordt aangesloten bij beschikbare locaties in de wijk. Op deze manier wordt efficiënt en zo dichtbij mogelijk ondersteuning geboden. Met het aanbieden van doelgroepenvervoer wordt aan kwetsbare inwoners tegelijkertijd mobiliteit geboden. Daarnaast is huishoudelijke ondersteuning en respijtzorg beschikbaar gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid. Dit wordt gerealiseerd door: A. Informatie beschikbaar te stellen over de ondersteuningsmogelijkheden op het gebied van participatie en zelfredzaamheid.
Geef bekendheid aan het vrij toegankelijk dagbestedingsaanbod, zoals door professionals en eerstelijnszorg te informeren. Wees zichtbaar in de wijk, door bijvoorbeeld met cliënten van de dagbesteding maaltijden te bereiden en aan te bieden aan hulpbehoevende wijkbewoners. Informeer specifieke groepen inwoners over de mogelijkheden van lichte individuele ondersteuning, zoals inwoners met een laag sociaal- economische status.
B. inwoners in de eigen omgeving mee te laten doen met (innovatieve) dagbesteding.
Verlaag de drempel voor deelname aan dagbesteding door de regeldruk te verlagen en vormen van geïndiceerde en vrij toegankelijke dagbesteding te integreren, zoals de inloop GGZ en de dagbesteding GGZ. Organiseer doelgroepoverstijgende dagbesteding en bevorder dat iedereen zich geaccepteerd voelt, zoals inwoners met psychiatrische problematiek en personen met verward gedrag.
Zorg voor meer (uitdagende) dagbesteding voor specifieke groepen inwoners voor wie nu weinig mogelijkheden zijn, zoals voor werkloze jongeren, statushouders en kinderen met een lichamelijke beperking en/of een licht verstandelijke beperking. Bied indien nodig (hulp bij) vervoer naar dagbesteding. Werk tijdens de dagbesteding aan het vergroten van de zelfredzaamheid van de deelnemers. Zorg voor interessante dagbesteding in de vorm van ‘klussen’ voor inwoners, zoals bij brandweer en politie. Maak hierover contract- en samenwerkingsafspraken met partners. Verbeter de doorstroom van recreatieve dagbesteding naar arbeidsmatige dagbesteding, door hierover afspraken te maken met zorgaanbieders en werkgevers. Werk ‘wijkgericht’ door met dagbesteding zoveel mogelijk aan te sluiten bij scholen, wijkruimtes en andere geschikte locaties in de directe leefomgeving van de deelnemers.
C. Te zorgen voor individuele maatwerkvoorzieningen voor inwoners die ondersteuning nodig hebben bij huishouding en vervoer.
Breid het aanbod van geïndiceerde huishoudelijke ondersteuning uit door de Huishoudelijke Hulp Toelage structureel toe te voegen aan het budget voor huishoudelijke ondersteuning. Zet een deel van de Huishoudelijke Hulp Toelage in als algemene voorziening voor kortdurende en/of onplanbare zorgvragen. Zet zorgverleners zo efficiënt mogelijk in voor cliënten door het ontwikkelen van een gecombineerd ondersteuningsaanbod, zoals huishoudelijke ondersteuning, persoonlijke verzorging en maaltijdvoorziening. Ontlast en ondersteun mantelzorgers door het respijtzorg-aanbod inzichtelijk te maken, waar nodig uit te breiden en de drempels voor gebruik te verlagen. Versterk de mobiliteit en daarmee zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners, door uitvoering te geven aan het Uitvoeringsprogramma doelgroepenvervoer Haaglanden.
3. Leidschendam-Voorburg is een solidaire en inclusieve gemeente 3.1. Meer inwoners voelen zich betrokken bij elkaar, buurt en/of de gemeente Een sterke sociale cohesie en civil society vergoot de zelfredzaamheid van inwoners. Het bundelen van krachten in de maatschappij vergroot de gezamenlijke draagkracht. De gemeente biedt hiertoe de ruimte. De inbreng van inwoners en professionals op beleidsmatig niveau wordt meegenomen. Lokale burgerinitiatieven worden ondersteund en gefaciliteerd. Vraag en beschikbaar aanbod wordt samengebracht. Dit wordt gerealiseerd door: A. De inbreng van inwoners en professionals beleidsmatig te verankeren waardoor deze bij het opstellen van beleid wordt meegenomen.
Bied op wijkniveau meer ruimte aan inwoners en professionals. Onderzoek en experimenteer met mogelijkheden voor gedecentraliseerde budgetten op wijkniveau (burgerbegroting).
Verminder als gemeente de regelgeving rondom (bewoners)initiatieven en buurtactiviteiten zoals het bij in eigen beheer nemen van openbaar groen of buurtfeesten. Maak structureel gebruik van inwoners(panels) voor afstemming, bijstelling en evaluatie van beleid, uitvoering en inrichting van de wijk, bijvoorbeeld voor ideeën over groen, duurzaamheid en voorkomen van zwerfvuil. Betrek jongeren bij de politiek en maak ze bekend met het democratisch proces, zoals door het te initiëren van een jongerendebat en de inzet van Jongerenambassadeurs.
B. Het ondersteunen en faciliteren van burgerinitiatieven.
Bevorder het tot stand komen van maatschappelijke initiatieven, zoals met een initiatieventafel, buurttender, ‘right to challenge’, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van ruimte, gereedschappen, budget of het bieden van toegang tot kennis en een netwerk. Versterk de aandacht voor bewonersinitiatieven, zoals via sociale of lokale media. Versterk het Maatschappelijk Verantwoord Verenigen met de inzet van een maatschappelijke makelaar, zodat de maatschappelijke functie, de zelfredzaamheid en duurzame levensvatbaarheid van vrijwilligersorganisaties wordt vergroot. Ondersteun en faciliteer sociaal ondernemerschap en andere initiatieven op het gebied van zorg en duurzaamheid, bijvoorbeeld het oprichten van kleinschalige wijkondernemingen (zorgcoöperaties, huiskamerrestaurants, kluscollectief, kringloopwinkels en kledingbank). Versterk het leefklimaat in de gemeente door o.a. de kansen vanuit het actieplan ‘Sport en bewegen’ en de netwerkmethode ‘Culturele business case’ op te pakken. Draag als professionals in de wijk dezelfde boodschap uit over initiatief nemen en meedoen in de samenleving.
C. Het versterken van de sociale cohesie door inwoners met elkaar in contact te brengen en een aanbod beschikbaar te stellen ter bevordering van kennis en vaardigheden van vrijwilligers.
Versterk de zorginfrastructuur in de wijk door samenwerking tussen professionals, ondernemers, (informele) zorgverleners, verenigingen en inwoners te bevorderen en zorg voor een duidelijk overzicht van contactgegevens zodat partijen elkaar weten te vinden. Versterk netwerken in de buurt, onder andere ter voorkoming van eenzaamheid, door de inzet van sport en culturele activiteiten en voorzieningen voor jong en oud. Werk samen met bewoner aan een groene een leefbare omgeving die stimuleert tot spontane ontmoetingen, bijvoorbeeld via wijkverenigingen. Maak op een eenvoudige wijze belangrijke voorzieningen en informatie voor inwoners beschikbaar, zoals met een Sociale kaart en via het Sociaal Servicepunt. Breng vraag en aanbod van vrijwilligerswerk en initiatieven van inwoners op veilige, gebruiksvriendelijke en laagdrempelige manier bijeen, bijvoorbeeld met gebruik van een app. Organiseer via het vrijwilligerspunt werving en scholing van breed inzetbare vrijwilligers op wijk- en buurtniveau om het zorgaanbod voor diverse doelgroepen te optimaliseren. Bevorder de professionele ondersteuning van geleid vrijwilligerswerk (vrijwilligers met een rugzakje) vanuit het vrijwilligerspunt. Bevorder de inzet van buddy’s, ook bij lichte ondersteuning, zoals bij winkelbezoek of gezamenlijk eten.
Onderzoek de mogelijkheden tot en realiseer waar mogelijk de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers bij het verrichten van informele zorg (met professionele achtervang) op buurt en wijkniveau. Zorg voor meer bekendheid van het product “buurtbemiddeling’ en benut de inzetbaarheid en expertise van mediators ook bij andersoortige zaken/conflicten dan alleen burenruzies. Bevorder dat inwoners vaker hun eigen verantwoordelijkheid nemen, zoals in geval van een burenruzie door eerst zelf in gesprek te gaan. Bevorder hun vaardigheden daartoe door training en benut hierbij de mogelijkheden van bijvoorbeeld maatschappelijke stages. Zorg voor een brede bekendheid bij professionals en vrijwilligers over extra hulp bij de uitwerking van een initiatief of buurtproject in het kader van de tegenprestatie. Geef vanuit het gemeentebestuur op passende wijze vorm aan de waardering van de inzet van vrijwilligers en mantelzorgers. Faciliteer ter bevordering van veilig vrijwilligerswerk trainingen en bijeenkomsten voor vrijwilligers. Bevorder dat inwoners vaker hun eigen verantwoordelijkheid nemen, zoals in geval van een burenruzie door eerst zelf in gesprek te gaan, en benut hierbij de mogelijkheden van bijvoorbeeld maatschappelijke stages.
3.2. Er is ruimte voor verschillen Hoewel Nederland bekend staat als een tolerant land blijft acceptatie van specifieke groepen achter. Leidschendam-Voorburg streeft er juist naar om voor al haar inwoners een solidaire en inclusieve gemeente te zijn. Dit betekent dat iedere inwoner van Leidschendam-Voorburg maximaal moet kunnen participeren, ongeacht geslacht, leeftijd, geaardheid, geestelijke en/of fysieke belemmering, religie of afkomst. Hier wordt op ingezet met goede voorlichting aan de groepen zelf over voorzieningen, het daadwerkelijk creëren van veilige ontmoetingsplekken om van elkaar te leren en ook voorlichting aan meerdere groepen om discriminatie tegen te gaan (bijvoorbeeld met voorlichting en een meldpunt discriminatie). Dit wordt gerealiseerd door: A. Met informatie en voorlichting de acceptatie en emancipatie van minderheden te vergroten.
Faciliteer voorlichting en trainingen voor (jeugdige) inwoners, consulenten, professionals en cliënten over diversiteit, zoals over psychische aandoeningen, culturele verschillen en seksuele diversiteit. Agendeer bij scholen het toevoegen van burgerschapsvaardigheden aan het curriculum van basisscholen. Maak zichtbaar wat de gemeente en andere partijen doen op het gebied van antidiscriminatie en het bevorderen van acceptatie. Geef gericht voorlichting aan minderheden over anti-discriminatievoorzieningen in de gemeente, zoals LHBT’ers, statushouders, ouderen, mensen met een beperking, en mensen in armoede. Zet bij het geven van voorlichting waar mogelijk ervaringsdeskundigen in. Geef voorlichting aan inwoners over de eigen rol en verantwoordelijkheid in acceptatie en emancipatie.
Breng het gesprek op gang tussen bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld ten aanzien van solidariteit tussen jong en oud. Geef aandacht aan de acceptatie en emancipatie van LHBT’ers, in het bijzonder onder allochtonen en ouderen, zoals met de aanpak regenboogsteden, intergemeentelijke samenwerking en de samenwerking met het COC. B. Met (doelgroepoverstijgende) activiteiten diversiteit te benutten, te waarderen en te vieren.
Draag bij aan de acceptatie van minderheden en het ontstaan van culturele netwerken door de organisatie van evenementen en activiteiten, zoals diners, een multicultureel festival en de Roze Borrel te bevorderen. Stimuleer onderlinge contacten en wederzijds begrip tussen groepen door sport en cultuur in te zetten. Zet extra in om statushouders zich gewaardeerd en nuttig te laten voelen in de samenleving en een eigen netwerk op te laten bouwen, zoals met een goed aanbod voor dagbesteding, taallessen en maatjesprojecten.
C. Te bevorderen dat minderheden een eigen ontmoetingsplek hebben waar zij zichzelf kunnen zijn.
Zorg dat doelgroepen zich veilig voelen en hun verhaal kwijt kunnen, door samen met mensen uit de doelgroep activiteiten te realiseren zoals bij de Jongeren inloop bij Sport en Welzijn. Creëer veilige en vertrouwde plekken in de gemeente, zoals ontmoetingsplekken en inloopplekken. Stimuleer het delen van ervaringen tussen verschillende doelgroepen, door organisaties te faciliteren en ondersteunen bij het organiseren van bijeenkomsten en ontmoetingsplekken.
D. Discriminatie van minderheden aan te pakken.
Stimuleer de samenwerking tussen multiculturele organisaties en zorg voor een goed werkend netwerk om discriminatie aan te pakken, zoals met platforms. Zorg voor een goed functionerend Meldpunt Discriminatie en zorg voor een goede bekendheid van dit meldpunt. Stimuleer kwetsbare doelgroepen om mee te doen in de samenleving. Ontwikkel hiervoor een plan van aanpak met antidiscriminatievoorzieningen, waarin alle kwetsbare minderheden aan bod komen en laat dit plan leidend zijn.
3.3. Minder inwoners ervaren belemmeringen mee te doen in de samenleving Iedereen moet kunnen meedoen. Daarom is het nodig dat er voorziening zijn die belemmeringen verminderen. Het gaat dan om voorzieningen op het gebied fysieke toegankelijkheid, maar ook (digitale) informatievoorziening, het bevorderen van de participatie van minderheden en inwoners met een beperking, en het verlagen van financiële drempels voor deelname aan sociale, culturele, educatieve en sportieve activiteiten. Dit wordt gerealiseerd door: A. De toegankelijkheid van informatie te bevorderen zodat iedereen laagdrempelig kennis kan nemen van sociale, culturele, educatieve en sportieve activiteiten en voorzieningen.
Zorg voor een actuele en gebruiksvriendelijke gemeentewebsite, waar digitale informatie(voorziening) eenvoudig te vinden is. Benut ook nieuwe mogelijkheden zoals digitale platforms. Bied informatie niet alleen digitaal maar ook op andere manieren aan, passend bij verschillende doelgroepen, zoals met bijeenkomsten. Koppel vraag en aanbod van (administratieve of huishoudelijke) klussen aan elkaar met een website of app, met als aandachtspunt veiligheid van inwoners.
B. Het bevorderen van de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte en openbare gebouwen, zodat iedereen deze ruimtes kan gebruiken.
Houd bij inrichting en beheer van de openbare ruimte rekening met inwoners die een beperking hebben, zoals de toegankelijkheid oversteekplaatsen en drempels bij een winkelgebied. Signaleer knelpunten en los deze op in samenwerking met de Werkgroep Toegankelijkheid Openbare Ruimte. Maak de fysieke ruimte toegankelijker, zoals met de ‘Aanpak verbetering toegankelijkheid openbare voorzieningen’. en benut de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt. Zorg dat uitvoerende partijen (zoals ontwikkelaars) ervaringsdeskundigen (zoals het gehandicaptenplatform) weten te vinden en ze betrekken bij het ontwikkelen van plannen. C. Het bevorderen van de participatie van minderheden en inwoners met een beperking.
Stel samen met het gehandicaptenplatform een plan op over hoe het ‘Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap’ uitgevoerd gaat worden. uitvoering gegeven wordt aan het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Geef de participatie van statushouders een extra impuls, onder andere door het faciliteren van programma’s van dagbesteding en/of werk. Zet in op lokaal georganiseerde arbeidsmatige dagbesteding. Blijf maatschappelijke activering gebruiken als (tijdelijk) alternatief voor en opstap naar werk en blijf hier met het UWV over in gesprek. Blijf de maatschappelijke activering van inwoners stimuleren door inzet van de tegenprestatie of vrijwilligerswerk. Verbeter de signalering van laaggeletterde inwoners en organiseer de toeleiding naar het juiste taalaanbod. Bevorder de participatie van ouderen om eenzaamheid tegen te gaan, zoals met de Ooievaarspas of gezamenlijke activiteiten gericht op ouderen. Ontwikkel met welzijnsorganisaties een aanbod voor dagbesteding gericht op minderheden en mensen met een beperking om integratie en emancipatie te bevorderen.
D. Het verlagen van financiële drempels voor deelname aan sociale, culturele, educatieve en sportieve activiteiten.
Stimuleer het gebruik van de Ooievaarspas voor inwoners die moeten rondkomen van een inkomen tot 130 procent van de bijstandsnorm en breid bij positief resultaat het aanbod van de Ooievaarspas verder uit. Verken de mogelijkheden om de doelgroep voor de Ooievaarspas op te rekken tot 150 procent van de bijstandsnorm.
Stimuleer sporten voor mensen met een laag inkomen, door meer bekendheid te geven aan de minimaregelingen en de ondersteuning van Stichting Leergeld.
4. Inwoners die hulp nodig hebben krijgen de juiste hulp op tijd 4.1. Kwalitatief goede en rechtmatige hulp De gemeente vindt het belangrijk om publieke belangen zoals kwaliteit (waaronder veiligheid, doelmatigheid, en cliëntgerichtheid) en rechtmatigheid van de ingezette hulp in het sociaal domein goed te borgen. Hiervoor heeft de gemeente diverse sturingsmogelijkheden, zoals het toezichthouderschap voor de Wmo en de kinderdagverblijven. Ook handhaving, privacy afspraken en de toepassing van methodieken, zoals normgericht werken en de plan-do-check-act systematiek, kunnen de publieke belangen helpen borgen. De ervaring en het perspectief van de inwoners staat centraal bij het beoordelen en verbeteren van de kwaliteit. Mocht er toch een incident of calamiteit in het sociaal domein plaatsvinden dan is het van belang om adequaat te handelen door het inzetten van het calamiteitenprotocol. Dit wordt gerealiseerd door: A. Afspraken te maken met gecontracteerde zorgaanbieders over kwaliteitseisen.
Zorg via contractmanagement dat alle aanbieders van jeugdhulp voldoen aan verplichte registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd, de norm voor verantwoorde werktoedeling, informatie aan jeugdigen en ouders, VOG, keurmerken en overige (landelijke) kwaliteitseisen. Zorg dat Wmo aanbieders voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen en neem de Kwaliteitsstandaard Wmo op in contracten. Stel bij het vaststellen van de kwaliteit de beleving en ervaring door de cliënt centraal. Verbeter de kwaliteit van voorzieningen, en doe hiervoor een beroep op de verantwoordelijk en expertise van zorgaanbieders. Geef vanuit het idee ‘ongelijke gevallen, ongelijk behandelen’ voldoende ruimte aan zorgprofessionals om afwegingen te maken over de juiste zorgkwaliteit. Zorg via contract- en subsidieafspraken dat zorginstellingen hun verantwoordelijkheid nemen en (gemeentelijke) transformatiedoelstellingen inbedden in de werkwijze van professionals. Werk vanuit de uitgangspunten van het VN-Kinderrechtenverdrag bij de ondersteuning aan gezinnen. Maak bij subsidieverstrekking of inkoop afspraken over de samenwerking van maatschappelijke partners onderling.
B. Systematische kwaliteitsverbetering van hulp en ondersteuning op basis van monitoringsgegevens en signalen.
Werk volgens de plan-do-check-act systematiek bij contractering door gemeente en bij uitvoering van ondersteuning door zorgen welzijn partijen (waaronder ook vrijgevestigde zorgaanbieders).
Blijf via contract- en accountmanagement met zorgaanbieders in gesprek over de betekenis en borging van kwaliteit. Trek lessen uit eventuele calamiteiten en pas indien nodig het beleid of de uitvoering aan. Ontwikkel – discipline overstijgend - lesmateriaal voor (gemeente) professionals en maak hierbij gebruik van de ervaring van cliënten.
C. Aandacht te hebben voor toezicht en handhaving.
Help zorgaanbieders en cliënten in het naleven van de verplichtingen van een contract of beschikking door heldere communicatie en op maat gesneden afspraken. Zet in op vroegtijdige detectie en sanctionering op maat bij bewuste fraude, zoals met de pilot geautomatiseerde data analyse in het kader van de Participatiewet. Lever maatwerk in het kader van handhaving. Houdt er rekening mee dat het belang van voortzetting van de ondersteuning soms zwaarder kan wegen dan het sanctioneren van een overtreding. Maak regionale afspraken voor een uniforme handhaving van kwaliteitseisen en fraude in de Wmo, om de kwaliteit en zorgcontinuïteit te bevorderen. Houd breed preventief en signaalgestuurd toezicht (met nadruk op communicatie van eisen) om de kwaliteit van Wmo voorzieningen te bevorderen. Blijf handhaven bij kwaliteitsgebreken en stel informatie ter beschikking over (wets)ontwikkelingen, om de kwaliteit van locaties van kinderopvang, gastouders en peuterspeelzalen te bevorderen. Zet integraal toezicht in om het rechtmatig gebruik van voorzieningen bevorderen en fraude te voorkomen, rekening houdend met de privacywetgeving. Stem gezamenlijk met regiogemeenten gemeentelijk toezicht waar nodig af met landelijke inspectiediensten, zoals over gegevensuitwisseling bij problemen met rechtmatigheid, fraude en kwaliteit.
D. Inwoners een grotere rol te geven in het benoemen en beoordelen van kwaliteit.
Verbeter door burgerparticipatie de kwaliteit van ondersteuning of beleidsontwikkeling, zoals met periodieke bijeenkomsten voor doelgroepen, een inwonerspanel of ervaringsdeskundigen. Blijf periodiek regionaal en lokaal in overleg met cliëntenraden en de Participatieraad Leidschendam-Voorburg en benut hun adviesmogelijkheden voor het sociale domein. Onderzoek structureel de ervaringen van de cliënten met zorg en ondersteuning in het brede sociaal domein (op meerdere leefdomeinen en niet alleen de ondersteuning die de gemeente uitvoert) en gebruik deze ervaringen bij het verhogen van de kwaliteit van dienstverlening en voorzieningen
E. Bij hulp en ondersteuning de rechtspositie en privacy van inwoners te bewaken.
Besteed aandacht aan de rechtspositie van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals met het maken van een risico inventarisatie van onder andere aansprakelijkheid, ook bij contractuele afspraken met derden.
Borg in subsidies en contracten de leveringsvoorwaarden met betrekking tot kwaliteitsnormen (zoals privacy en de aansprakelijkheidsverzekering) en communiceer dit duidelijk met de betrokken zorgaanbieders. Blijf in samenwerkingsverbanden in gesprek over werkprocessen en leg nieuwe afspraken vast in het privacyprotocol voor het sociaal domein, om naleving van privacywetgeving te bevorderen. Onderzoek de mogelijkheden en grenzen van informatie-uitwisseling in de context van privacywetgeving, wees hierbij bewust dat privacywetgeving met betrekking tot informatieuitwisseling de mogelijkheden van integraal werken beperkt. Verwerk niet meer persoonsgegevens dan noodzakelijk, inventariseer hiervoor welke persoonsgegevens worden verwerkt voor welk doel en toets periodiek met de privacy functionaris of deze verwerking noodzakelijk is om taken effectief uit te voeren. Informeer inwoners bij informatie-uitwisseling over de geldende privacyregels en hun rechten en plichten. Zorg dat inwoners weten dat zij terecht kunnen bij de lokale ombudsman en Jeugdombudsman en wijs hen op het maandelijkse spreekuur in Leidschendam-Voorburg. Versterk de rechtspositie van de cliënt bij de toegang tot zorg met (laagdrempelige) belangenbehartiging en klachtenbehartiging zoals de vertrouwenspersoon van het Adviesen Klachtenbureau Jeugdzorg, en wijs cliënten hier op.
Ontwikkel een uniforme klachtenregeling over de dienstverlening door medewerkers van de gemeente en zorginstellingen. Zorg dat maatschappelijke partners een toegankelijke en onafhankelijke klachtenprocedure hebben voor inwoners die ontevreden zijn over de ondersteuning en laat deze partners deze klachten melden bij de gemeente. Zorg dat cliënten bij aanbieders de mogelijkheid hebben om voor hun individuele belang op te komen, zoals met een cliëntenraad of platform.
F. Snel en adequaat te handelen bij incidenten en calamiteiten
Volg in geval van calamiteiten het Sociaal Calamiteitenprotocol van de gemeente. Zorg dat het Sociaal Calamiteitenprotocol regelmatig aandacht krijgt en vergemakkelijk het gebruik voor professionals met bijvoorbeeld een app Volg in geval van crises en rampen het Rampenopvangplan van de GGD.
4.2. Snelle, klantvriendelijke toeleiding naar juiste hulp Wanneer wordt gesignaleerd dat een inwoner behoefte heeft aan ondersteuning is het zaak om op snelle en klantvriendelijke wijze toegang te verschaffen tot deze ondersteuning. In de toegang staat de inwoner centraal. Het streven is dat de inwoner niet van het kastje naar de muur wordt gestuurd en in de regel maar één keer het verhaal hoeft te doen. Speciale aandacht is er voor de toeleiding van zorgmijders die zelf de weg naar de zorg niet kunnen of willen vinden. Het gesprek met de inwoner over het ondersteuningsplan is een belangrijk onderdeel bij de toeleiding naar de juiste hulp. Snel maatwerk leveren en doelgericht handelen is het streven, ook in geval van spoed. De dienstverlening door de professionals in de toegang stopt echter niet na opstellen van het ondersteuningsplan: er is sprake van warme overdracht aan de zorgverleners en nazorg. De regie op de uitvoering van het ondersteuningsplan is een verantwoordelijkheid van de cliënt of zijn of haar vertegenwoordiger. Mocht de cliënt, eventueel met ondersteuning, onvoldoende in staat zijn om
zelf de regie te voeren dan kan de Lokale Kamer (team Veiligheid en Zorg) van de gemeente dit overnemen. Dit wordt gerealiseerd door: A. Duidelijke communicatie over de route naar zorg en ondersteuning
Zorg dat inwoners en professionals op meerdere plekken en in begrijpelijke taal informatie kunnen vinden over de toegang tot het zorg- en ondersteuningsaanbod, zoals via het Sociaal Servicepunt en met procesinformatie op de gemeentelijke website, 'rekening houdend met inwoners die de Nederlandse taal niet machtig zijn. Houd bij de informatieverstrekking aan inwoners rekening met kwetsbare doelgroepen, zoals met inwoners die niet digitaal vaardig zijn of niet (goed) kunnen lezen. Wijs inwoners tijdens gesprekken actief op de professionele en informele mogelijkheden van ondersteuning. Leg in gesprekken met inwoners uit wat van iemand zelf verwacht wordt en wat zijn of haar rechten en plichten zijn. Zorg voor begrijpelijke informatieverstrekking voor inwoners over toeleiding naar zorg en ondersteuning, door afspraken te maken met (informele) verwijzers, zoals hulpverleners in de eerste lijn en scholen.
B. Deskundige en efficiënte dienstverlening door de professionals van de toegang.
Organiseer de toeleiding naar de juiste hulp samen met maatschappelijke partners integraal en gebiedsgericht, volgens de uitgangspunten in het Contourenplan ‘Organisatie Dienstverlening Sociaal Domein’. Draag het mandaat om individuele voorzieningen in te zetten niet over aan andere partners dan wettelijk is geregeld. Verstrek in geval van spoed, zoals na opname in een ziekenhuis, in geval van huiselijk geweld of een psychiatrische crisis bij jeugdigen, meteen een tijdelijke (individuele) voorziening, in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Zorg voor snelle en adequate hulp door per hulpvrager/ huishouden één vast aanspreekpunt aan te wijzen. Waarborg de beschikbaarheid en deskundigheid van medewerkers in de gemeentelijke toegang, zoals met het afsluiten van (nieuwe) meerjarige contracten of samenwerkingsafspraken met deze medewerkers en de organisaties waarvoor zij werken. Waarborg kwaliteit in de gemeentelijke toegang, zoals met multidisciplinaire teams en met een opleidings- en ontwikkelplan; heb hierbij aandacht voor (culturele) diversiteit. Organiseer de beschikbaarheid van flexibele specialisten voor advisering aan de medewerkers in de toegang, zoals in de Lokale Kamer (team Zorg en Veiligheid).
Voorkom onnodige belasting van jongeren door een diagnose die op 17 jarige leeftijd gesteld is, niet op 18 jarige leeftijd opnieuw te onderzoeken als daar geen aanleiding toe is. Houd de lijnen kort tussen de professionals in het netwerk rond de hulpvrager. Coördineer ondersteuning voor inwoners met meervoudige complexe problematiek die verminderd zelfredzaam zijn via de Lokale Kamer (team Veiligheid en Zorg) en beleg daar de doorzettingsmacht.
Houd een 'vinger aan de pols' bij cliënten na een doorverwijzing of na de start van een hulptraject. Organiseer een goed proces naar zorg voor inwoners die zorg nodig hebben maar er niet om vragen, zoals zorgmijders en verwarde personen en maak hiervoor als gemeente afspraken met alle netwerkpartijen.
C. De cliënt centraal te stellen bij het opstellen en uitvoeren van het ondersteuningsplan
Richt de ondersteuning efficiënt en cliëntgericht in door professionals en cliënten gezamenlijk een ondersteuningsplan op te laten stellen en streef daarbij naar overeenstemming. Benoem bij indicaties voor voorzieningen een resultaat van de zorg of ondersteuning, altijd samen met de inwoner, en laat de duur van de indicatie situatie-gebonden zijn. Bevorder dat hulpverleners werken volgens het principe “één gezin, één plan, één regisseur”, of zorg dat zij ondersteuningsplannen goed op elkaar afstemmen, zoals met contractafspraken. Houd consequent het belang van de cliënt voor ogen bij het bepalen van zorg en ondersteuning. Hanteer een uniform gehanteerde brede integrale vraagverheldering waarbij de wensen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt en het resultaat het uitgangspunt zijn en organiseer dit zo dat de inwoner zijn verhaal niet nog een keer opnieuw hoeft te doen. Houd bij het opstellen van het ondersteuningsplan rekening met de behoeften, mogelijkheden en belastbaarheid van de mantelzorger, zoals met toekenning van respijtzorg of de inzet van extra individuele begeleiding van de cliënt. Schakel ervaringsdeskundige jongeren in om mee te denken over een passend ondersteuningsaanbod voor een andere jongere. Maak bij een hernieuwde zorgvraag gebruik van informatie die in het verleden is ingezet (‘circulair werken’ in de zorg).
Richt de toekenning van de ondersteuning zo in dat gedurende de looptijd van de beschikking tussentijds op- en afschalen mogelijk is. Beschrijf in het ondersteuningsplan de door de cliënt of zijn huisgenoten te leveren gebruikelijke zorg. Bedenk hierbij dat de Wmo-2015, de Jeugdwet en de bijbehorende lokale verordeningen het mogelijk maken om rekening te houden met de individuele omstandigheden zodat er maatwerk kan worden geboden. Maak in het ondersteuningsplan afspraken over periodieke (tussen)evaluatie en betrek daarbij altijd de cliënt. Beleg de regie op de uitvoering van het ondersteuningsplan bij de cliënt, tenzij deze onvoldoende zelfredzaam is. Ondersteun cliënten zodat zij zelf de regie kunnen blijven voeren, zoals met de inzet van individuele begeleiding of de formulierenbrigade. Organiseer de regie op de ondersteuning van huishoudens met multiproblematiek die niet zelfredzaam zijn vanuit de Lokale Kamer (Team Veiligheid en Zorg).
D. Gemeentelijke regie op de sociale gebiedsnetwerken en proactieve samenwerking met de eersteen tweedelijnszorgpartners
Verstevig de samenwerking van het multidisciplinaire gebiedsteam met het schoolmaatschappelijk werk, de scholen en leerplichtambtenaren, om de zorgcontinuïteit te verbeteren. Stimuleer de sociale gebiedsnetwerken, zoals door het organiseren van gebiedsbijeenkomsten, het faciliteren van ontmoetingsplekken of door het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst met huisartsen. Maak afspraken met huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing naar jeugdhulp plaatsvindt. Stem, waar mogelijk, wet- en regelgeving van verschillende instanties en gemeente op elkaar af. Bevorder de samenwerking tussen de wijkverpleegkundigen en de multidisciplinaire gebiedsteams van de gemeente. Blijf in gesprek met zorgverzekeraars over thema’s op het snijvlak van het sociaal domein, de zorgverzekering en de langdurige zorg, zoals over de zorg aan jongeren die de leeftijd van 18 jaar bereiken en de ondersteuning aan GGZ cliënten die een instelling verlaten. Neem als gemeente verantwoordelijkheid en organiseer een vast aanspreekpunt met doorzettingsmacht voor individuele casussen die vast dreigen te lopen in reguliere wet- en regelgeving of daarbuiten vallen, en lever voor deze inwoners maatwerk.
4.3. Effectieve ondersteuning, licht waar mogelijk, zwaar waar nodig Deze koers gaat over de zware geïndiceerde zorg voor de top 5 tot 10 % van de inwoners die zorg nodig heeft. Deze effectieve ondersteuning bestaat uit een gevarieerd en flexibel aanbod van individuele ondersteuning. De individuele ondersteuning wordt samengebracht in een arrangement dat is afgestemd op de behoeften van de cliënt en zijn of haar mantelzorger. De ondersteuning is erop gericht om cliënten in de thuissituatie te ondersteunen of om een vangnet met opvang of crisisvoorzieningen te bieden aan cliënten met complexe of zware problematiek. Ook het gedwongen kader van de jeugdzorg valt onder deze koers. Streven is waar mogelijk een beweging op gang te brengen van zwaar naar middel naar licht zorg. Dit kan onder andere door resultaatgericht en efficiënt (samen) te werken via het principe ‘1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur’. Andere randvoorwaarden voor effectieve zorg zijn regionale inkoop (op onderdelen), innovatie en zorgcontinuïteit voor bijvoorbeeld jongeren die de leeftijd van 18 jaar bereiken. Dit wordt gerealiseerd door: A. Te ontschotten en resultaatgericht te werken, waar mogelijk volgens de principes van ‘één huishouden, één plan, één regisseur’
Verlaag de regeldruk en vereenvoudig werkprocessen om meer tijd te kunnen besteden aan daadwerkelijke ondersteuning. Maak meerjarige inkoopafspraken met aanbieders, om te stimuleren dat zij een innovatief cliëntgericht aanbod ontwikkelen. Onderzoek de mogelijkheid om een deel van het budget te reserveren voor de inkoop van onvoorziene zorg en ondersteuning voor individuele cliënten. Harmoniseer de tarieven voor jeugdhulp. Organiseer de inkoop van ondersteuning lokaal waar mogelijk en regionaal of landelijk waar nodig.
Sluit voor voldoende aanbod van hoog specialistische zorg voor kleine doelgroepen aan bij regionale- of landelijke inkoop door de VNG. Onderzoek (samen met de regio) welke vormen van sturing en bekostiging het maatschappelijk resultaat van ondersteuning vergroten en maximaal ruimte laten voor de professional en innovatie, zoals maatschappelijk aanbesteden en resultaatfinanciering. Ontwikkel een integraal, lokaal inkoopplan sociaal domein en verbeter zo de lokale sturing op de verschillende regionale inkoopplannen, zoals het Inkoopkader Jeugdhulp Haaglanden. Evalueer de Wmo- en jeugdinkoop ten aanzien van effectiviteit en doelmatigheid van regionale samenwerking, pas waar nodig de samenwerking aan en stel een nieuw regionaal inkoopkader jeugdhulp op. Onderzoek in hoeverre de regionale invoering van de GIZ methodiek (gezamenlijk schatten van zorgbehoefte) kan bijdragen aan effectieve sturing in de jeugdhulp. Onderzoek de mogelijkheid tot het bieden van één integraal PGB en volg hiervoor de landelijke pilots. Stimuleer een persoonsgerichte ondersteuning rekening houdend met de wensen en behoeften van cliënten, zoals door afspraken hierover op te nemen in contracten. Zorg dat professionals voldoende kennis hebben van elkaars aanbod en gezamenlijk optrekken om moeilijk bereikbare groepen te benaderen, zoals door hun netwerken te versterken.
Maak inwoners minder afhankelijk van zware vormen van zorg en ondersteuning door binnen het ondersteuningsarrangement – waar nodig en mogelijk - ruimte te maken voor persoonlijke ontwikkeling.
B. Signalen van crisis, zorg of overlast vroegtijdig op te pakken en escalatie van problemen te voorkomen
Bevorder de integrale aanpak voor signalen van crisis, zorg en overlast, zoals met de samenwerking van het meldpunt Bezorgd in de Lokale Kamer, Team Veiligheid en Zorg. Zorg voor een meldpunt voor signalen van crisis en voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Maak voor het Crisis Interventie Team (bij crisis in jeugdhulp) een keuze in organisatievorm en positionering voor de periode na 2019. Zorg dat professionals en vrijwilligers adequaat kunnen reageren op signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling, zoals door de implementatie van de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling en de inzet van aandachtsfunctionarissen. Zorg voor verbetering en vernieuwing van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Gebruik hiervoor de regiovisie Huiselijk Geweld en Kindermishandeling en zorg dat Veilig Thuis zorgcoördinatie blijft bieden op casusniveau. Bied bemoeizorg aan inwoners die zorg nodig hebben en hier niet om kunnen of willen vragen. Zet waakvlamcontacten en nazorg in na afronding van ondersteuning aan cliënten met een verhoogd risico op terugval. Onderzoek of frequenter inzetten van huisbezoeken er aan bijdraagt dat problemen eerder opgelost worden en pas deze methode, bij positief resultaat, waar mogelijk toe.
C. Een gevarieerd en flexibel aanbod van individuele voorzieningen om kwetsbare inwoners in de thuissituatie te ondersteunen
Vergroot de mogelijkheden om aan inwoners passende ondersteuning in de thuissituatie te bieden, zoals door te investeren in ambulante begeleiding en groepsbegeleiding en door afspraken te maken met woningcorporaties en de centrumgemeente. Daag aanbieders uit om slimme combinaties van ondersteuning aan te bieden aan cliënten met multiproblematiek, zoals cliënten met psychosociale problemen, schulden en woonproblematiek. Zorg voor goede doorstroommogelijkheden door verbinding tussen algemene voorzieningen en geïndiceerde zorg te leggen. Bied cliënten keuzemogelijkheden tussen aanbieders zoals via het PGB en de inkoop van een persoonsgericht aanbod van zorg in natura en houd rekening met onder andere religie en levensovertuiging, Bied individueel maatwerk door arrangementen te maken die aansluiten bij wat de cliënt kan en wil, door waar mogelijk lichte ondersteuning in te zetten en waar nodig zwaardere vormen van ondersteuning. Verbeter de zorg en ondersteuning van inwoners met dementie en hun mantelzorgers, zoals met casemanagement. Bied indien noodzakelijk cliënten met cognitieve problematiek begeleiding en ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL), zoals wassen, aankleden en douchen. Zorg voor voldoende en toegankelijk kortdurend verblijf (logeren in het kader van respijtzorg) om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen.
D. De continuïteit van de zorg en ondersteuning te bevorderen, met telkens een goede afweging tussen lichte en zware zorg.
Ontschot daar waar mogelijk budgetten om het eenvoudiger te maken om ondersteuning flexibel in te zetten voor jeugdigen tussen de 18 en 23 jaar. Maak afspraken met aanbieders over flexibele leeftijdsgrenzen om een soepele overgang van jeugdhulp naar Wmo te bevorderen. Investeer in de relatie met belangrijke aanbieders en sluit waar mogelijk langer lopende contracten af of maak waar mogelijk meerjarige samenwerkingsafspraken. Betrek de jongere ruim vóór de 18e verjaardag bij de hulpverlening en de mogelijke vervolgondersteuning, om het ongewenst stoppen van hulpverlening te voorkomen. Bevorder met de inzet van de doorstroomconsulent een warme zorgoverdracht tussen professionals in de overgang van de jongere van 18- naar 18+. Begeleid en ondersteun jongeren die 18 jaar worden en voor wie het zorgtraject stopt naar zelfstandigheid, zoals met de inzet van de doorstroomconsulent. Innoveer de zorg voor 18 jarigen zoals met een pilot voor doelgroep- en domein overstijgende voorzieningen. Maak afspraken met de centrumgemeente voor beschermd wonen en begeleid wonen voor 18 tot 23 jarigen.
E. Het bieden van een vangnet zonder gaten voor inwoners met complexe problematiek.
Zorg voor een kwalitatief goed en op de behoefte afgestemd regionaal aanbod van 24/7 voorzieningen dat flexibel ingezet kan worden (tijdelijk, op- en afschalen) en waarbij ook oog is voor de bijzondere doelgroepen, zoals Vrouwenopvang, Maatschappelijke Opvang (daklozen) en Beschermd Wonen (GGZ). Ontwikkel een lokale, en waar nodig regionale, visie op de organisatie van de Beschermd Wonen-keten na de decentralisatie in 2020 waarin opvang en de verschuiving naar begeleiding thuis en zelfstandig wonen aan bod komen. Waarborg de veiligheid van inwoners in acute crisissituaties door ervoor te zorgen dat crises 24/7 kunnen worden gemeld en kunnen worden opgepakt door het crisisinterventie team (CIT) en Veilig Thuis. Organiseer crisisopvang van jeugdigen zo veel mogelijk dicht bij huis/en of familie en zorg voor voldoende plekken ook in avond- en weekenden. Bevorder de integrale aanpak van pleegzorg en de geestelijke gezondheidszorg in geval van traumaverwerking en andere ernstige zorgen bij kinderen, zoals door hierover afspraken te maken met de partners. Stimuleer de inzet van lichte vormen van opvang, zoals in gezinsvormen, door de draagkracht en expertise van pleegouders te vergroten.
F. Daar waar nodig zorg in het gedwongen kader van de Jeugdzorg snel en daadkrachtig in te zetten, maar dit waar mogelijk te voorkomen en niet langer in te zetten dan nodig.
Ontwikkel een regionale visie voor het gedwongen kader van de jeugdhulp, met aandacht voor expertiseoverdracht aan lokale professionals en betrokkenheid van deze professionals tijdens het gedwongen traject. Organiseer de toegang tot het gedwongen kader samen met ouders en professionals aan de jeugdbeschermingstafel. Vraag vaker advies aan de Raad voor de Kinderbescherming. Organiseer waar mogelijk de hulp dicht bij de cliënt en binnen het lokale vrijwillig kader door hierover afspraken te maken tussen Veilig thuis, het gedwongen kader (jeugdreclassering, jeugdbescherming), het CIT, het gemeentelijk multidisciplinair team en de lokale kamer (team Veiligheid en Zorg). Ontwikkel een visie op de residentiële jeugdzorg met aandacht voor de samenwerking en overgang tussen gesloten jeugdzorg en lokale professionals. Laat jeugdigen die noodgedwongen niet thuis kunnen wonen bij voorkeur opgroeien in een gezinsvorm (zoals een pleeggezin of steungezin) in plaats van een residentiële voorziening, en geef uitvoering aan de Ontwikkelagenda Pleegzorg Haaglanden. Evalueer het functioneren van het expertiseteam residentieel en pas waar nodig dit functioneren aan met als doel jongeren sneller passende hulp te kunnen bieden en daarmee de door-en uitstroom uit de jeugdhulp te bevorderen.