CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-20 Bijlage 17 toelichting, Grip op Grondstoffen

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk16.636 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage: 17

Grip op Grondstoffen Beleidsvisiedocument Van Afval Naar Grondstof in 2020

Documentenbeheer Versiebeheer Opsteller Fabienne Mantes

Versie 1.4

Datum 25.03.2015

Status definitief

Wijziging

Distributiebeheer Versie

Initialen

1.2

Stuurgroep

Besluitvorming Naam Stuurgroep

Datum 04.03.2015

COPYRIGHT © Alle rechten voorbehouden. Niets uit dit rapport of de bijlagen mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Avalex. DISCLAIMER De gegevens uit dit rapport en de bijlagen zijn gebaseerd op huidige inzichten. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee dit rapport is opgesteld kunnen er aan de verstrekte informatie geen rechten worden ontleend.

Pagina 2 van 47

Begrippen en afkortingen DF LV MD PN WS RW

Delft Leidschendam-Voorburg Midden-Delfland Pijnacker-Nootdorp Wassenaar Rijswijk

AMvB CBS DVO GB GFT HB HH KCA LB LAP MC NVRD OPK PvA Shk SOP VC VNG VVAV VVSG WEB

Algemene Maatregel van Bestuur Centraal Bureau voor de Statistiek Dienst Verlening Overeenkomst Gestapelde bouw Groente-, fruit en tuinafval Hoogbouw Huishoudens Klein chemisch afval Laagbouw Landelijk Afvalbeheer Plan Minicontainers Nederlandse Vereniging van Reiniging Diensten Oud papier en karton Plan van Aanpak Stedelijkheidsklasse Subsidie Oud Papier Verzamelcontainers Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vereniging van Afval Verwerkers Vlaamse Vereniging van Steden en Gewesten Wit- en bruingoed

Laagbouw:

Grondgebonden eengezinswoningen met één of twee verdiepingen. Inclusief villabebouwing en buitengebieden. Niet grondgebonden woningen in gebouwen van vijf of meer verdiepingen (waar volgens het bouwbesluit een lift noodzakelijk is). Gecombineerd grondgebonden en niet grondgebonden, met minder dan vijf woonlagen. Stads- en winkelcentra, gecombineerde bebouwing dicht op elkaar. Het (meestal historische) deel van een stad dat door de aanwezigheid van winkels en andere openbare voorzieningen de centrumfunctie van een plaats vervult.

Hoogbouw: Gestapeld: Binnenstad:

Pagina 3 van 47

Inhoudsopgave Documentenbeheer ................................................................................................................................. 2 Begrippen en afkortingen ........................................................................................................................ 3 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 4 Inleiding ................................................................................................................................................... 6 1.

Projectaanpak ................................................................................................................................. 7 1.1

Opdrachtformulering ............................................................................................................... 7

1.2

Uitgangspunten en kaders ...................................................................................................... 7

1.3

Projectaanpak ......................................................................................................................... 8

1.4

Gezamenlijke ambities en doelstellingen ................................................................................ 8

2.

Afvalbeleidskader Van Afval Naar Grondstof ................................................................................ 10

3.

Huidige situatie Avalex gemeenten ............................................................................................... 12

4.

5.

3.1

Milieurendement .................................................................................................................... 12

3.1.1

Ingezamelde afvalstromen .................................................................................................... 13

3.2

Dienstverlening...................................................................................................................... 14

3.3

Kosten ................................................................................................................................... 15

3.4

Benchmark Huishoudelijk Afval............................................................................................. 15

3.5

Afvalscheidinggedrag ............................................................................................................ 18

3.5.1

Bewonersonderzoeken ......................................................................................................... 18

Onderzochte scenario’s ................................................................................................................ 21 4.1

Beeldvorming en verkregen inzichten ................................................................................... 21

4.2

Omgekeerd Inzamelen .......................................................................................................... 21

4.3

Afval Loont ............................................................................................................................ 21

4.3.1

Proef Etten-Leur .................................................................................................................... 22

4.4

Geïndividualiseerde tarieven................................................................................................. 22

4.5

Nascheiding van restafval ..................................................................................................... 23

Voorkeursscenario’s ...................................................................................................................... 26

5.1

Grof huishoudelijk Afval en kringloopgoederen .................................................................... 27

5.2

Inzameling van grondstoffen en Charitatieve instellingen .................................................... 27

5.3

Kanttekeningen en uitgangspunten doorrekeningen ............................................................ 28

5.4

Scenario 1 Optimaliseren en harmoniseren huidige situatie ................................................ 29

5.5

Scenario 2 Omgekeerd Inzamelen........................................................................................ 30

5.5.1

Proeven in Hoogbouw en Binnenstedelijk gebied................................................................. 31

5.6

Scenario 3 Afval Loont .......................................................................................................... 32

5.7

Scenario 4 Diftar ................................................................................................................... 33

5.8

Scenario 5A Nascheiding (Renescience/ DONG)................................................................. 34

5.9

Scenario 5B Nascheiding (Renescience/ DONG) en Omgekeerd Inzamelen ...................... 35

5.10

Scenario 6 Bronscheiding en Mechanische nascheiding ..................................................... 36

5.11

Scenario 7 Combinatie Afval Loont & Diftar .......................................................................... 36

5.12

Scenario 8 Combinatie Omgekeerd Inzamelen & Diftar ....................................................... 36

5.13

Scenariovergelijking .............................................................................................................. 37

Pagina 4 van 47

6.

Gedragsbeinvloedende randvoorwaarden .................................................................................... 40 6.1

Gedragsveranderende communicatie ................................................................................... 40

6.2

Doelstellingen ........................................................................................................................ 40

6.3 Financiële en organisatorische effecten ...................................................................................... 41 6.4 7.

8.

Handhaving ........................................................................................................................... 41

Financiële paragraaf ..................................................................................................................... 43 7.1

Financiële uitkomsten Scenario 2 Omgekeerd Inzamelen ................................................... 43

7.2

Investering ............................................................................................................................. 44

7.3

Transitiekosten ...................................................................................................................... 44

7.4

Communicatiekosten ............................................................................................................. 44

7.5

Inverdienmodel ...................................................................................................................... 45

Conclusies ..................................................................................................................................... 46

Bijlage 1: Afvalmonitor 2013 Bijlage 2: Huidige dienstverlening per gemeente Bijlage 3: Uitwerking scenario’s naar dienstverlening Bijlage 4: Doorrekening scenario’s per gemeente Bijlage 5a: Bewonersonderzoek Check your service Bijlage 5b: Verslagen discussiebijeenkomsten Bijlage 6: Kosten gedragsveranderende communicatie Bijlage 7: VANG2020 positionering en activering 2014 en verder Bijlage 8: Inverdienmodel per gemeente

Pagina 5 van 47

Inleiding Op 27 maart 2014 heeft de Stuurgroep Afvalbeleid bestaande uit de zes wethouders met afval en duurzaamheid in hun portefeuille het Startdocument om te komen tot een gezamenlijk afvalbeleid in de aan Avalex deelnemende gemeenten ondertekend. De oprichting van deze stuurgroep vindt zijn oorsprong in de noodzaak tot het komen tot een betere benutting van de synergievoordelen die een Gemeenschappelijke Regeling kan bieden op gebied van kostenbeheersing, dienstverlening en milieurendement. Iedere gemeente heeft bij toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Avalex (GR Avalex) haar eigen dienstverlening, beleid en afvalcommunicatie behouden. Dit heeft er toe geleid dat het verzorgingsgebied van de GR Avalex een lappendeken is aan variaties qua inzamelmethoden en inzamelfrequenties met een inzamellogistiek die efficiënter kan en kosten die vermeden kunnen worden. Door het ontbreken van een gezamenlijke beleidsvisie ontbreekt daarnaast de slagkracht om samen te streven naar een beter milieurendement op het gebied van afvalscheiding. Een beter milieurendement vertaalt zich niet alleen naar een betere scheiding van grondstoffen welke nu nog aanwezig zijn in het restafval, en een vermindering van CO2 uitstoot, maar ook naar financiële voordelen door het vermijden van verwerkingskosten van restafval.

In mei 2013 heeft PricewaterhouseCoopers (PwC) een onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van de GR Avalex. In dit rapport, “Rapportage onderzoek toekomstig governance model Avalex”, wordt benadrukt “dat er voor het Avalexgebied één visie, afvalbeleid en strategische doelstellingen nodig is op het gebied van afval en grondstoffen. Een visie die fungeert als ijkpunt voor alle initiatieven die op het gebied van afval in het Avalex-gebied worden ingezet en waaraan de onderlinge samenhang tussen projecten en programma’s kan worden getoetst.(…)” 1 bovendien stelt PwC dat “De visie en strategie zullen zich moeten richten op het Avalex gebied als geheel en op alle onderdelen van de afvalketen: inzameling, transport, recycling en verwerking. Daarmee wordt voorkomen dat mogelijk suboptimale oplossingen ontstaan door het streven naar optimalisatie binnen elke afzonderlijke gemeenten of door alleen te focussen op de inzameling of alleen op de verwerking.(…)”2 Het voorliggende beleidsvisiedocument bevat gezamenlijke ambities en doelstellingen, en scenario’s met voorstellen en een financiële onderbouwing hoe de projectgroep denkt dat binnen het verzorgingsgebied van de GR Avalex van anno 2014 met gemiddeld 45% afvalscheiding en 236 kilogram restafval per inwoner te komen in 2020 tot de landelijke doelstellingen van 75% afvalscheiding en 100 kilogram restafval per inwoner per jaar.

Dit klinkt ambitieus, echter de uiteindelijke ambitie van het kabinet is via een doelstelling van 100 kilogram restafval in 2020, 30 kilogram per inwoner in 2025 naar 100% afvalscheiding3, ofwel een transitie naar een volledig circulaire economie waarin de kringlopen gesloten zijn. Om deze doelstellingen en ambities te bereiken moeten een aantal forse stappen gemaakt worden. Dit vergt een multidisciplinaire aanpak waarbij gedragsveranderende communicatie gesteund door de juiste technische infrastructuur uiteindelijke de gewenste en noodzakelijke resultaten opleveren. Dit document betreft evenwel een beleidsvisie en behoeft na besluitvorming nog de nodige operationele uitwerking.

1

Pagina 22, Rapportage onderzoek toekomstig governance model Avalex, PWC, mei 2013 Pagina 23, Rapportage onderzoek toekomstig governance model Avalex, PWC, mei 2013 3 Brief van staatssecretaris Mansveld (IenM) aan de Tweede Kamer over de uitwerking van het programma Van Afval Naar Grondstof 28 januari 2014 2

Pagina 6 van 47

1. Projectaanpak 1.1

Opdrachtformulering

Op 27 maart 2014 heeft de stuurgroep bestaande uit portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten het startdocument “Van Afval naar grondstof; naar een gezamenlijk afvalbeleid” ondertekend. In dit startdocument staat de opdrachtformulering aan de projectgroep VANG20204 die in dit beleidsvisiedocument nader is uitgewerkt. Deze opdrachtformulering luidt als volgt:

“Gezamenlijk Afvalbeleid Met als basis de beleidsvisie “Avalex 2020” (en met inachtneming van de besluitvorming in de gemeenten over het formuleren van het gezamenlijk beleid) verzoeken we Avalex en de beleidsmedewerkers van de gemeenten de conclusies uit de beleidsvisie verder te onderzoeken en uit te werken, zodat deze toepasbaar is voor het gehele Avalex gebied.  Nadruk dient te liggen op het uitwerken en onderzoeken van het combinatiescenario. Daarbij dient per bebouwingstype (laagbouw, hoogbouw, gestapelde bouw en binnensteden* zie definities) een uitwerking komen.  De uitwerking wil zeggen een gedetailleerde blauwdruk per bebouwingstype per afvalstroom, per inzamelmiddel, per beleidsmaatregel van de gewenste situatie. Hierbij dient een indicatie te worden gegeven van de uitvoeringskosten per woonhuis aansluiting.  Tevens zal een raming gegeven moeten worden van de transitiekosten per gemeente om van de bestaande situatie te komen naar de voorgestelde situatie. De uitwerking maakt inzichtelijk welke synergievoordelen behaald kunnen worden wanneer Avalex één verzorgingsgebied vormt.” Behalve het opstellen van een gezamenlijke beleidsvisie is ook een opdracht verleend voor het opstellen van gezamenlijk communicatieplan voor de gedragsbeïnvloedende communicatie op gebied van afval. Hieronder valt ook afvaleducatie. Deze opdracht luidt als volgt:

Gezamenlijk afvalcommunicatie en educatie “ Op dit moment is eveneens de communicatie en educatie rondom afvalscheiding versnipperd. Zoals aangegeven in het beleidsvisiedocument Avalex 2020 bestaat de noodzaak om sterk in te zetten op gedragsbeïnvloedende communicatie. Uitgangspunt daarbij is dat de afzender van de boodschap de uitvoerder is van de dienstverlening. Wij verzoeken Avalex en de communicatie adviseurs van de gemeenten om in gezamenlijkheid uitvoering te geven aan de volgende opdracht: 

Ontwikkel voor het gehele Avalex verzorgingsgebied een gezamenlijk afvalcommunicatie- en educatiebeleid.”

1.2 Uitgangspunten en kaders De stuurgroep heeft aan de werkgroepen de volgende uitgangspunten meegegeven:

Uitgangspunten   

Avalex vormt één verzorgingsgebied waardoor de voorwaarde ontstaat om op synergie, efficiency en effectiviteit te sturen; Bovengenoemde betekent dat bij het benoemen van maatregelen die gevolgen hebben voor de inzamelsystematiek deze altijd worden gerelateerd aan de bebouwingstypes die het verzorgingsgebied kent. Te weten: laagbouw, hoogbouw, gestapelde bouw en binnensteden; Op verzoek van de gemeenten zal de GR Avalex optreden als penvoerder van het gezamenlijke beleidsplan.

Kaders In de uitwerking van het gezamenlijke beleidsplan zijn de volgende kaders van belang:  De maatregelen worden getoetst aan de afvaldriehoek op gebied van service, kosten en milieu; 4

De projectgroep VANG2020 bestaat uit beleidsambtenaren en communicatieadviseurs uit iedere gemeenten en medewerkers van Avalex, ondersteund door externe procesbegeleiders.

Pagina 7 van 47

    

Er zal gebruik worden gemaakt van klantonderzoek om met de uitkomsten daarvan nu en in de toekomst de klantvriendelijkheid te borgen; De maatregelen houden rekening met de arbeidsbelasting van medewerkers; Afval is grondstof; Het afval is eigendom van de gemeenschappelijke regeling Avalex; De afvalvisies zoals die in een aantal deelnemende gemeenten al zijn vastgesteld.

1.3 Projectaanpak Beleidsadviseurs en communicatie adviseurs hebben deels gezamenlijk en deels apart hun expertise ingezet in meerdere werkgroepsessies. Beide werkgroepen werden hierbij ondersteund door externe procesbegeleiders, welke enerzijds heeft geresulteerd in de formulering van kansrijke beleidsmaatregelen en anderzijds in het strategisch communicatieplan. Schematische weergave van de aanpak

Gezamenlijke ambities

Gezamenlijke voorkeur

Gezamenlijke afweging

Gezamenlijk voorstel

Uitgansgpunten en doelstellingen zijn helder voor een ieder Opdrachtformulering vanuit de werkgroepen aan Avalex voor het doorrekenen van voorkeuren op Service x Kosten x Milieu Voorkeuren zijn getoest en leiden tot een gezamenlijk voorstel Het gezamenlijke voorstel wordt opgewerkt tot een beleidsvisiedocument dat ter besluitvorming wordt aangeboden

In de Werkgroep Beleid is vanuit de opdracht van de Stuurgroep gezocht naar de gezamenlijke ambities. Vanuit deze gezamenlijke ambities zijn voorkeursscenario’s benoemd die, na doorrekening, zijn beoordeeld op de na te streven doelen en ambities. Dit heeft geleid tot een aantal voorkeur scenario’s en een eindadvies. Dit eindadvies is vervolgens de basis voor de presentatie aan en besluitvorming in de Stuurgroep. Iedere gemeente afzonderlijk zal vervolgens op basis van het besluit van de Stuurgroep, de resultaten en het advies voor verdere besluitvorming inbrengen in het college en de gemeenteraad.

1.4 Gezamenlijke ambities en doelstellingen Gezamenlijke ambities en doelstellingen zijn belangrijk als kapstok en kader waar binnen maatregelen uitgedacht en uitgewerkt kunnen worden. De projectgroep heeft de landelijke doelstellingen en de opdrachtformulering van de stuurgroep op de volgende wijze geconcretiseerd: “De landelijke doelstelling van 75% afvalscheiding van afval naar grondstof, grijpen we aan om de kennis en expertise van Avalex en haar 6 gemeenten verder te bundelen en in te zetten voor een verbeterde aanpak van afvalscheiding en –inzameling. Een aanpak die duurzaam gaat bijdragen aan een schone, gezonde (leef) omgeving in de regio. Omdat we niet alleen de juiste voorzieningen gaan bieden, maar vooral ook onze burgers een ongekend actieve rol geven. Zodat ze, samen met ons, vastgeroeste patronen kunnen doorbreken – in doen en in laten. Want alleen door samen in de juiste, blijvende beweging te komen, kunnen we een betere wereld achterlaten voor toekomstige generaties. Die samenwerking tussen Avalex, de 6 gemeenten en hun burgers moet dan ook hét aansprekende voorbeeld worden voor andere gemeenten, regio’s, het hele land.

Pagina 8 van 47

We streven er naar dat in 2020 in het Avalex verzorgingsgebied per inwoner nog maar 100 kilogram restafval wordt ingezameld en 75% afvalscheiding wordt gerealiseerd. Uitgangspunt is dat het nieuwe beleid wordt uitgevoerd tegen maximaal gelijkblijvende kosten en een gelijkwaardig serviceniveau.” De milieudoelstellingen zijn overgenomen van de landelijke doelstellingen van het kabinet. Het streven naar het minimaliseren van de absolute hoeveelheid restafval geniet uiteindelijk de voorkeur op weg naar 100% afvalscheiding.

1.4.1 Kernwaarden in gedragsbeïnvloeding Willen wij dat maatregelen effect sorteren dan moeten deze leiden tot een duurzame gedragsverandering. Bij de afweging tussen de verschillende maatregelen is het van belang om aansluiting te houden bij de behoefte en belevingswereld van inwoners. Hierover leest u meer in bijlage 7 “VANG2020 positionering en activering 2014 en verder”. Deze maatregelen draaien in essentie om het vergroten van het eigen verantwoordelijkheidsbesef. Hierbij valt te denken aan:  Verantwoord bezig zijn met afval  Het verschil kunnen maken door zelf invloed uit te kunnen oefenen  Waardering voor inzet  Verantwoordelijkheid en onmisbare schakel/rol in de keten van afval terug naar grondstoffen  De wereld beter achterlaten voor de toekomstige generaties

Pagina 9 van 47

2. Afvalbeleidskader Van Afval Naar Grondstof Circulaire economie Het Nederlandse afvalbeleid is sterk in beweging. Door de opkomst van andere economieën en de daarmee gepaarde toenemende welvaart neemt wereldwijd ook de druk op grondstoffen exponentieel toe. Denk daarbij aan de economische groei van landen als Brazilië, China en India. Deze ontwikkeling betekent mondiaal niet alleen een steeds grotere druk op de grondstoffen die de aarde te bieden heeft maar ook voor meer spanning tussen landen die de schaarste van de bestaande grondstoffen voelen. Om die reden streeft het kabinet te komen van een lineaire economie naar een circulaire economie. De lineaire economie is de economie die we van oudsher kennen waarin grondstoffen worden gedolven om product te worden en na gebruik afgedankt en vernietigd te worden. De circulaire economie betreft in zijn volgroeide vorm een afvalloze economie waarin reeds bij het productontwerp rekening wordt gehouden met de afdankfase en het hergebruik van de dan vrijkomende grondstoffen voor productontwikkeling. Producten worden zo ontworpen dat ze milieuvriendelijk geproduceerd, duurzaam gebruikt, eenvoudig gerepareerd en goed gerecycled kunnen worden.

Van Afval Naar Grondstof Met het programma Van Afval Naar Grondstof (VANG) wil het kabinet de overgang naar een 100% circulaire economie stimuleren. In het programma worden vier ambities gesteld5: 1. Het wegnemen van belemmeringen die ondernemers ervaren bij het circulair maken van hun productieprocessen en het hergebruiken van reststromen. 2. De hoeveelheid afval die aangeboden wordt bij afvalverbrandingsinstallaties en stortplaatsen de komende 10 jaar halveren. In 2012 werd er nog bijna 10 miljoen ton materiaal uit Nederland aangeboden bij afvalverbrandingsinstallaties en stortplaatsen. Het kabinet heeft de ambitie om deze hoeveelheid in tien jaar tijd te halveren. Dit gebeurt niet alleen door meer en beter te recyclen. Ook de inzet gericht op meer duurzame producten en duurzame consumptiepatronen, draagt bij aan de vermindering van deze hoeveelheid. 3. Beter scheiden van huishoudelijk afval en vergelijkbare stromen van kantoren, winkels en diensten. Voor het scheiden van huishoudelijk afval is al een doel van 60-65% in 2015 geformuleerd. Voor de langere termijn heeft dit kabinet de ambitie om te komen tot 75% afvalscheiding in 2020 en om uiteindelijk richting 100% te gaan. In een netwerkaanpak met gemeenten en bedrijfsleven wordt met dit programma ingezet op verbeterde afvalscheiding 4. De economische kansen die een circulaire economie biedt te benutten.

Nederland moet in 2020 een hotspot van de circulaire economie zijn. Hiervoor richt het programma zich op het ondersteunen van innovatieve oplossingen op technisch en bedrijfseconomisch gebied en op maatschappelijke innovatie. Dit programma formuleert verschillende acties gericht op duurzaam ontwerpen, nieuwe bedrijfsmodellen en het verspreiden en stimuleren van 5

Brief Van Afval naar Grondstof van Staatsecretaris Mansveld aan de Tweede Kamer, IenM/BSK 2013/104405, 20 juni 2013

Pagina 10 van 47

innovatie. De ambities zijn verder uitgewerkt in 8 operationele doelstellingen6: 1. Bestaand afvalbeleid richten op circulaire economie en innovatie. Bestaand afvalbeleid is gericht op het verlagen van de milieudruk. Een circulaire economie vraagt afval als grondstof te zien. Alle juridische en financiële instrumenten moeten stimuleren tot hergebruik van secundaire grondstoffen. Regelgeving moet de overgang naar een circulaire economie bevorderen en ruimte bieden aan innovatie en groei. 2. Aanpak specifieke ketens en afvalstromen. Voor specifieke ketens en afvalstromen waar grote kansen voor milieuverbetering en economische besparingsmogelijkheden liggen worden coördinerende activiteiten, greendeals en ketenprojecten opgezet. Voorbeelden van kansrijke ketens zijn voedsel, textiel, plastic, beton, elektrische apparaten. 3. Verbetering van de afvalscheiding en inzameling. Succesvolle programma’s ter bevordering van het scheiden van afval door huishoudens - bijvoorbeeld omgekeerde inzameling – worden verbreed. Gestimuleerd wordt dat gemeenten van elkaar leren. 4. Het ontwikkelen van financiële en andere marktprikkels. Door de ontwikkeling van groene businessmodellen, financieringsmogelijkheden en het onderzoeken van de mogelijkheid van fiscale prikkels, worden technische mogelijkheden economisch haalbaar en rendabel. 5. Verduurzaming consumptiepatronen.

In samenwerking met detailhandel en maatschappelijke organisaties wordt verkend hoe consumenten een duurzamer consumptiepatroon kunnen realiseren. 6. Verduurzamen aan de voorkant van de keten. Door eco-design, eco-innovatie en ecoengineering wordt vanaf de ontwerpfase ingezet op circulariteit. Hierbij wordt samengewerkt met de creatieve industrie en Rijkswaterstaat. Tevens wordt de haalbaarheid van een grondstoffenlabel onderzocht. 7. Vereenvoudigen en uniformeren van doelen, criteria, beoordelingsmethoden, indicatoren en keurmerken. Dit maakt goede monitoring eenvoudiger waardoor resultaten en kansen inzichtelijker worden gemaakt. 8. Kennis en onderwijs verbinden aan circulaire economie. Er is al veel bekend en technisch mogelijk op het gebied van circulaire economie, maar dat wordt lang niet altijd toegepast. Cocreatie tussen sectoren, bedrijven, kennisinstellingen en verschillende specialisaties, wordt gestimuleerd. In het kader van het uitvoeringsprogramma VANG is de GR Avalex namens haar gemeenten betrokken bij de landelijke werkgroep “Afvalscheiding in de hoogbouw”. Samen met andere grote en sterk stedelijke gemeenten, waaronder de G4 (Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht) doet Avalex mee aan een onderzoek naar afvalscheiding in de hoogbouw.

In dit onderzoek waarbij het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Nederlandse Vereniging van Reinigingsdiensten (NVRD), een aantal gedragswetenschappers en de TU Delft zijn betrokken wordt onderzocht wat de drijfveren zijn voor mensen in de hoogbouw om afval wel of niet te scheiden en op welke manier dit gedrag beïnvloedt kan worden. Uiteindelijk zal dit onderzoek resulteren in een aantal pilot projecten met als doel te achterhalen welke factoren van blijven invloed zijn op het afvalscheidingsgedrag van inwoners in hoogbouw.

6

Brief Invulling programma Van Afval Naar Grondstof van Staatssecretaris Mansveld aan de Tweede Kamer, IENM/BSK-2014/12161, 28 januari 2014

Pagina 11 van 47

3. Huidige situatie Avalex gemeenten In dit hoofdstuk worden de zes Avalex gemeenten op een aantal kerngegevens, service, kosten en milieuresultaten met elkaar vergeleken. Alle gegevens die in dit hoofdstuk genoemd worden zijn ook terug te vinden in de Afvalmonitor 2013 welke als bijlage 1 is toegevoegd aan dit document. Stedelijkheid Opvallend voor het Avalex gebied is dat drie gemeenten (Delft, Rijswijk, LeidschendamVoorburg) tot de categorie stedelijkheidsklasse 1 (zeer sterk stedelijk) behoren en drie gemeenten (Pijnacker-Nootdorp, Midden Delfland, Wassenaar) tot de categorie stedelijkheidsklasse 3 (matig stedelijk). De mate van verstedelijking zegt iets over de bebouwingsdichtheid en impliciet iets over het aandeel hoogbouw en laagbouw. In het algemeen kan gesteld worden dat de mate van verstedelijking van directe invloed is op het afvalscheidingpercentage. In sterk stedelijke gebieden is het afvalscheidingpercentage lager. (Bron: Benchmark Huishoudelijk Afval, Rijkswaterstaat)

Bron: Rijkswaterstaat

3.1 Milieurendement Wanneer wordt gesproken over milieuresultaten dan wordt enerzijds gekeken naar de hoeveelheid apart ingezamelde afvalstromen per inwoner per jaar en anderzijds naar het nog aanwezige aandeel van de verschillende afvalstromen in het restafval door middel van sorteeranalyses. Sorteeranalyses Twee keer per jaar (in het voor-, en najaar) wordt in het Avalex verzorgingsgebied per gemeente per inzamelsystematiek een sorteeranalyse uitgevoerd van het huishoudelijk restafval. Deze sorteeranalyses geven inzicht in het afvalscheidinggedrag van inwoners. De afbeelding van de minicontainer hiernaast vertegenwoordigt de gemiddelde samenstelling van het ingezameld huishoudelijk restafval. Opvallend is dat eigenlijk slechts 6% van de samenstelling daadwerkelijk restafval betreft. Alle overige bestanddelen (94%) zijn recyclebare afvalstromen.

Pagina 12 van 47

Figuur Gemiddelde samenstelling sorteeranalyse 2013

Leesvoorbeeld: Op jaarbasis wordt in het verzorgingsgebied van de GR Avalex 74.500 ton restafval ingezameld, dit komt overeen met gemiddeld 236 kilogram restafval per inwoner per jaar. Er zit gemiddeld 26% papier in het restafval. Dit betekent in theorie dat op jaarbasis ruim 19.000 ton papier wordt verbrand tegen het verwerkingstarief van restafval a 93 euro per ton. In plaats van geld te kosten en verbrand te worden had dit papier tot 7 keer gerecycled kunnen worden en een opbrengst kunnen opleveren van circa 100 euro per ton.

Besparingspotentieel Op basis van deze sorteeranalyses is een indicatie te geven van het theoretische besparingspotentieel van de in het restafval nog aanwezige grondstoffen. Op jaarbasis zou een gemiddeld huishouden (2,1 personen) zo’n 100 euro aan verwerkingskosten kunnen besparen.

3.1.1 Ingezamelde afvalstromen Om de effecten van afvalbeleid te meten wordt ook gekeken naar de apart ingezamelde kilogrammen per afvalstroom. Om het afvalscheidingpercentage te berekenen worden de aparte ingezamelde afvalstromen afgezet tegen de ingezamelde kilogrammen restafval dat wordt verbrand. In onderstaande tabel staat per gemeente het aantal kilogrammen restafval per inwoner per jaar genoemd. Hier uit blijkt dat er grote verschillen bestaan tussen Avalex gemeenten. Midden Delfland scoort in dit geval het beste met gemiddeld 189 kilogram restafval per inwoner per jaar en gemeente Wassenaar het slechts met gemiddeld 272 kilogram restafval per inwoner per jaar. Hoeveelheid huishoudelijk restafval

2012

Gemiddeld/ shk 2011 2013 2011

Delft LeidschendamVoorburg Rijswijk

259

266

266

258

224

218

289

281 296

293 304

283 297

279 295

262 276

251 265

289 289

Midden Delfland Pijnacker-Nootdorp Wassenaar

206 239 298

209 233 325

213 257 306

201 244 295

186 227 286

189 225 272

233 233 233

shk 3

shk 1

KG/ inwoner

Hoeveelheid huishoudelijk restafval per jaar 2006 2007 2008 2009

Bron: Afvalstoffenrapportage 2013 http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/afval/afvalcijfers/

In onderstaande tabel staan de apart ingezamelde kilogrammen afvalstromen per inwoner per jaar per gemeente afgezet tegen het landelijke gemiddelde in die stedelijkheidsklasse in 2011. Hier zien we dat de Avalex gemeenten ten opzichte van het landelijk gemiddelde lang niet slecht scoren per afvalstroom. Daarbij dient wel in ogenschouw genomen te worden dat het aantal gemeenten dat in stedelijkheidsklasse 1 valt beperkt is en dat daarvan een aantal binnen de G4 beperkt of helemaal geen GFT gescheiden inzamelt.

Pagina 13 van 47

shk 1

Resultaten belangrijkste herbruikbare materialen Realisatie per gemeente in 2013 in KG/inw/p.j. in vergelijking met gemiddelde 2011 per stedelijkheidsklasse 2011 KC Gemeente (shk) GFT Gem. OPK Gem Glas Gem Textiel Gem PVA Gem. A Gem. Grofvuil 38

32

50

41

19

19

0

3

3

2

1

1

65%

LV

55

32

45

41

23

19

3

3

4

2

1

1

61%

RW

40

32

35

41

16

19

2

3

4

2

1

1

49%

MD

105

73

61

61

27

21

3

4

5

6

0

1

51%

PN

86

73

52

61

20

21

2

4

4

6

1

1

68%

WS 142 73 Bron: Afvalstoffenrapportage 2013 en CBS peildatum 2011

49

61

24

21

3

4

5

6

1

1

72%

shk 3

DF

Uiteindelijk kan iets gezegd worden over het afvalscheidingpercentage wanneer gekeken wordt naar alle apart ingezamelde afvalstromen afgezet tegen de stromen die verbrand worden. In dit geval scoort Rijswijk het minst met 34% afvalscheiding en Midden Delfland het best met 52% afvalscheiding. Geen van de gemeenten komen op dit moment evenwel in de buurt van de 75% doelstelling.

Bronscheiding huishoudelijk afval 2012

2013

shk 3

shk 1

Gemeente scheidings% scheidings% scheidings% scheidings% scheidings% scheidings% (shk) fijn HHA GHA totaal HHA fijn HHA GHA totaal HHA DF 34% 67% 39% 34% 65% 40% LV 35% 61% 39% 34% 61% 39% RW 28% 50% 32% 27% 49% 34% MD 56% 56% 56% 52% 51% 52% PN 46% 68% 49% 42% 68% 45% WS 46% 71% 50% 45% 72% 48% Bron: Afvalstoffenrapportage 2013

3.2 Dienstverlening In het algemeen wordt het begrip Service omschreven in de termen7 :  Aantal haalgelegenheden per deelstroom  Aantal brenggelegenheden per deelstroom (en openingstijden brengstation)  Beïnvloeding van motivatie (financiële prikkels, voorlichtingscampagnes, handhaving, reiniging en onderhoud inzamel en voorlichting/website)  Beïnvloeding van capaciteit (informatievoorziening en afhandeling meldingen/klachten) De dienstverlening in het Avalex verzorgingsgebied is divers. In de tabel dienstverlening in de Afvalmonitor valt in detail te lezen hoe deze dienstverlening er uitziet per gemeente. Een aantal opvallende afwijkende zaken zijn:  Inzamelfrequentie; wekelijks versus twee wekelijkse inzameling;  Betalen voor grofvuil versus gratis ophalen;  Diversiteit aan inzamelmiddelen; qua type, aantal, volume  Verschillende inzamelaars voor textiel. In 2014 wordt actief gewerkt aan de herstructurering van textielinzameling  Verschillende afspraken over subsidieregelingen oud papier

7

Benchmark Huishoudelijk Afval, Rijkswaterstaat

Pagina 14 van 47

3.3 Kosten De onderstaande tabellen geven de afvalstoffenheffing en de uitvoeringskosten die Avalex per gemeente in rekening brengt voor het uitvoeren van de dienstverlening weer. De opvallend hoge kosten voor Wassenaar ten opzichte van de andere gemeenten zijn te verklaren door enerzijds een hoog serviceniveau, maar met name een hoog verwerkingstarief voor het verbranden van het restafval. Afvalstoffenheffing (tariefontwikkeling) 2013 1 pers.hh

2 pers.hh

meer pers.hh

DF

202

317

MD

229

305

PN

213

280

290

RW

249

264

320

LV

258

313

WS

295

425

Landelijk

215

263

Overzicht bijdrage per gemeente en per huisaansluiting 2013 Gemeente

Huisaansluitingen

Per huisaansluiting

Delft

53.800

€

141,11

Leidschendam-Voorburg

34.300

€

205,71

Midden-Delfland

7.100

€

186,30

Pijnacker-Nootdorp

19.500

€

197,10

Rijswijk

24.000

€

201,87

Wassenaar

11.400

€

315,46

Totaal

150.100

€

188,24

3.4 Benchmark Huishoudelijk Afval De benchmark Huishoudelijk Afval wordt jaarlijks georganiseerd door Rijkswaterstaat en is een middel voor gemeenten om zich onderling te vergelijken op de Afvaldriehoek op gebied van Service, Kosten en Milieu.

Service

De deelname is aanzienlijk; 65% van de gemeenten in Nederland doet mee aan deze Benchmark.

Kosten

Milieu Omdat het aandeel hoogbouw in een verzorgingsgebied zeer prestatiebepalend blijkt te zijn, en hierop nauwelijks kan worden gestuurd, zijn de deelnemende organisaties sinds 2013 gegroepeerd naar hoogbouwklasse in plaats van stedelijkheidsklasse. De volgende hoogbouwklasses zijn gedefinieerd:     

Klasse A 50 t/m 100% hoogbouw (Delft, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk) Klasse B 30 t/m 49% hoogbouw Klasse C 20 t/m 29% hoogbouw (Pijnacker-Nootdorp, Wassenaar) Klasse D 8 t/m 19% hoogbouw (Midden Delfland) Klasse E 0 t/m 7% hoogbouw

Afvalbeheerkosten versus milieuprestatie en dienstverleningsniveau

Pagina 15 van 47

De volgende tabel geeft de gemiddelde waarden weer per hoogbouwklasse op gebied van afvalbeheerkosten, afvalscheidingspercentage en service

Toelichting kwadranten: In onderstaande kwadranten zijn de kernprestaties op de prestatiegebieden milieu, kosten en dienstverlening (de afvaldriehoek) in samenhang weergegeven. De totale afvalbeheerkosten (alle kosten die de gemeente maakt voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval inclusief indirecte kosten) en het totale afvalscheidingspercentage (inclusief verbouwingsrestafval, puin en grond) zijn weergegeven op beide assen. De omvang van de dienstverlening wordt aangegeven door de grootte van de bol. De stippellijnen geven de gemiddelden op de indicatoren aan. Het kwadrant linksboven in de figuur geeft de gemeenten weer met de beste score op milieu en kosten. Hoe groter de bol, hoe omvangrijker de dienstverlening. De regieprestaties zijn niet in de figuur opgenomen.

Vergelijking Klasse A, peiljaar 2013

Bron: Benchmark afvalscheiding, Cyclus Afvalmanagement, peiljaar 2013 Afkorting DLF LVB RIJS

Gemeente Delft Leidschendam Voorburg Rijswijk

Pagina 16 van 47

Vergelijking Klasse C, peiljaar 2013

Bron: Benchmark afvalscheiding, Cyclus Afvalmanagement, peiljaar 2013 Afkorting PND WAS

Gemeente Pijnacker Nootdorp Wassenaar

Vergelijking Klasse D, peiljaar 2013

Bron: Benchmark afvalscheiding, Cyclus Afvalmanagement, peiljaar 2013 Afkorting MDL

Gemeente Midden Delfland

Dit betekent voor de Avalex gemeenten dat Delft, in vergelijking met andere gemeenten in dezelfde hoogbouwklasse A, in 2013 een licht betere bronscheiding en lagere afvalbeheerskosten kende dan Leidschendam-Voorburg of Rijswijk. Voor hoogbouwklasse C valt op dat Wassenaar erg hoog scoort qua kosten en betrekkelijk laag

Pagina 17 van 47

qua bronscheiding in vergelijking met Pijnacker-Nootdorp in 2013. Zoals eerder aangegeven is hiervan een belangrijke oorzaak het hogere tarief dan gemiddeld voor het verbranden van restafval.

3.5 Afvalscheidinggedrag Bij het ontwikkelen van afvalbeleid wordt doorgaans het triade gedragsmodel van Prof dr. Poiesz (1999) gebruikt om gedrag van inwoners te beïnvloeden. Hij stelt gedrag = motivatie x capaciteit x gelegenheid. 1. Waarbij motivatie staat voor de mate waarin iemand intrinsiek (maatschappelijke betrokkenheid) of extrinsiek gemotiveerd (financiële prikkel) is, 2. Capaciteit staat voor de mate van kennis die iemand heeft en dus weet en begrijpt welke afvalstromen gescheiden dienen te worden aangeboden 3. Gelegenheid staat voor de inzamelvoorzieningen, de vindbaarheid, voldoende beschikbare capaciteit en aanwezigheid van de voorzieningen

3.5.1 Bewonersonderzoeken Er zijn in het recente verleden bewoners onderzoeken uitgevoerd. Voor het beleidsvisiedocument Avalex 2020 heeft het bedrijf “Check your Service” in november 2013 huis aan huis interviews gehouden naar de drijfveren van inwoners om afval wel of niet apart te houden en hun deelname bereidheid aan de voorgestelde beleidsmaatregelen. Er zijn circa 360 respondenten huis-aan-huis geïnterviewd. Er is gekozen voor een evenredige vertegenwoordiging van bewoners van laagbouw, gestapelde bouw, hoogbouw en binnenstad. Doel van het onderzoek Doel van dit onderzoek is tweeledig, enerzijds het verkrijgen van inzicht in de drijfveren van het afvalscheidinggedrag van inwoners. Anderzijds het verkrijgen van inzicht in de waardering van inwoners van de in het project onderzochte scenario’s: omgekeerd inzamelen, financiële prikkels, nascheiding en optimalisatie huidig beleid. De redenen om wel te scheiden liggen op gebied van maatschappelijk betrokkenheid. Men noemt met name milieu overwegingen en in mindere mate motieven rond “ zo hoort het”. Redenen om niet te scheiden hebben betrekking op het eigen gedrag en de praktische omstandigheden. Soorten afval dat men scheidt De afvalsoort die het meest wordt gescheiden is papier (92%), gevolg door glas (87%) en GFT (71%), textiel 66% en plastic verpakkingsafval 65%.

De scheiding van GFT blijft enigszins achter als gevolg van verzamelcontainers. Slechts 32% van hen scheidt GFT, tegenover 84% van de minicontainer-gebruikers en 76% van de respondenten die gebruik maken van ondergrondse containers. In onderstaand overzicht wordt per categorie getoond wie welke afvalstromen apart houden.

Pagina 18 van 47

Belemmeringen om te scheiden Er is gekeken naar de oorzaken van het niet of in beperkte mate scheiden van afval: GFT: is de geringe hoeveelheid afval (25%), geuren (20%), moeite (13%), geen faciliteiten (10%); Glas: de hoeveelheid glasafval en de moeite die het kost; Textiel: men heeft zelf een bestemming hiervoor ofwel men hergebruikt het zelf; Plastic verpakkingsafval: de ruimte in/om huis (19%), de moeite die het kost (15%), de hoeveelheid afval (14%) en kennis over welke soorten gescheiden moeten worden (13%); Papier: heeft te maken met de moeite die het kost (21%), geringe kennis van scheiden (12%) en overige redenen (18%). Verbeterpunten De meeste verbeterpunten die voor Avalex worden genoemd zijn praktisch van aard (49%): meer inzamelcontainers, containers vaker legen en de locatie van de verzamelcontainers. Dit zijn aanbevelingen die op kort termijn opgepakt kunnen worden. Op totaalniveau vindt 27% van de respondenten dat er meer inzamelcontainers dienen te komen en heeft eveneens een kwart geen verbeterpunten omdat men tevreden is met de dienstverlening van Avalex. Doorslaggevende pijlers van de afvaldriehoek Er is gekeken naar de doorslaggevende pijlers van de afvaldriehoek, service, kosten en milieu:  Personen die momenteel scheiden zijn gevoelig voor het milieuargument.  Service kan beter worden ingezet om personen die niet of nauwelijks scheiden te bereiken.

Ruim een derde noemt praktische bezwaren.  Ongeveer de helft geeft aan beter te zullen scheiden bij een beloningssysteem en bijna 40% gaat beter scheiden indien met moet betalen voor restafval. De helft vindt het eerlijk dat er wordt betaald voor het restafval naar gewicht. In het algemeen kan men stellen dat er enige sociaal wenselijkheid was bij het beantwoorden van de vragen. Enige voorzichtigheid bij het doen van uitspraken is hiermee gepast.  Het type woning waarin men woont heeft een grote invloed uit het op het scheidingsgedrag. De slechtste afvalscheiders wonen in de hoogbouw (25%). Zij moeten de meeste moeite doen om hun afval gescheiden te bewaren en weg te brengen. Ondersteuning van deze groep lijkt zinvol te zijn. Hun redenen om niet of nauwelijks afval te scheiden zijn vooral praktisch van aard. Het onderzoeksproject “servicegericht inzamelen in de hoogbouw” dat onder leiding van de Technische Universiteit Delft is geïnitieerd en waar Avalex aan deelneemt sluit wat dat betreft prima aan bij deze bevindingen. Circa 45% van de respondenten is het eens/zeer eens is met de stelling dat alles op de “grote hoop” verdwijnt. Het mag duidelijk zijn dat het nodige dient te gebeuren aan de perceptie van onze inwoners.

Pagina 19 van 47

Bewonersonderzoek IPR Normag In 2013 heeft IPR Normag een bewonersonderzoek uitgevoerd onder de bewoners van Pijnacker Nootdorp. De vragen over afvalscheiding geven een beeld van hoe belangrijk de burgers in Pijnacker-Nootdorp afvalscheiding vinden en hoe bewust zij zijn van het belang van afvalscheiding. Ruim 60% van de geënquêteerden geeft aan nog meer afval te kunnen scheiden. Hoofdredenen die genoemd worden om afval niet te scheiden zijn ‘te veel moeite’ (24%) , ‘het nut er niet van inzien (24%), niet genoeg ruimte om te scheiden (29%) en de mogelijkheid tot scheiden bestaat niet. Bij de vraag of men meer recyclebare stromen apart zou houden wanneer deze aan huis zouden worden opgehaald antwoordt 68% positief. Wanneer men zou moeten betalen voor restafval zou 39% het afval apart houden tegenover 28% wanneer men een beloning hiervoor zou ontvangen. Consultatie van bewoners en Raden In de zomer en in het najaar 2014 zijn in alle Avalex gemeenten discussie avonden georganiseerd voor inwoners en raadsleden om samen van gedachten te wisselen over het gezamenlijk afvalbeleid en de verschillende onderzochte scenario´s. De avonden werden in wisselende aantallen bezocht. Over het algemeen kan gesteld worden dat het merendeel van de aanwezigen bij deze avonden ook erg betrokken en geïnteresseerd zijn in de materie, wat leidde tot interessante discussies en inzichten.

Zoals ook door bovengenoemde bewonersonderzoeken is aangetoond is op het gebied van informatie en kennis nog veel te winnen. Veelvuldig werd door bewoners aangegeven dat ze beter geïnformeerd willen worden over het nut van afvalscheiding. Daarnaast werd het begrip ´Service´ uit de afvaldriehoek zeer verschillend geïnterpreteerd. Regelmatig terugkerende onderwerpen waren dat de voorzieningen op orde moeten zijn, dat in de uitwerking van de scenario’s rekening gehouden moet worden met mindervaliden en dat hoogbouw specifieke aandacht behoeft. Unaniem werd door bewoners de waardering uitgesproken voor het organiseren van dit soort informatie en discussie avonden. In de bijlage 5b “Verslagen discussiebijeenkomsten” vindt u de verslaglegging van een aantal van deze avonden terug.

Pagina 20 van 47

4. Onderzochte scenario’s 4.1 Beeldvorming en verkregen inzichten De projectgroep heeft de, op dit moment, meest gangbare beleidsmaatregelen onderzocht op toepassingsmogelijkheden binnen het Avalex verzorgingsgebied. In dit hoofdstuk worden deze ieder kort toegelicht.

4.2 Omgekeerd Inzamelen Het principe van Omgekeerd inzamelen bestaat uit een hogere, meer laagdrempelige service bieden voor het inzamelen van grondstoffen en minder service bieden op het inzamelen van restafval. Dat laatste kan op meerdere manieren. Bijvoorbeeld door de inzamelfrequentie voor restafval aanzienlijk te verminderen. De meest gangbare methode voor laagbouw betreft echter het vervangen van de restafvalcontainers voor een plasticcontainer (eventueel met drankverpakkingen en metalen) en daarnaast het aan huis ophalen van papier en gft. Het restafval dient in dat geval weggebracht te worden naar verzamelcontainers in de wijk. Voorbeelden waar deze inzamelwijze is geïntroduceerd zijn de gemeenten in het ROVA gebied (Amersfoort, Zwolle) en Utrecht. De gemeente Utrecht heeft recent een proef van een jaar afgerond in de wijk Lunetten waarna de positieve resultaten hebben geleid tot het besluit tot een uitrol van deze methode over geheel Utrecht. Voordeel van deze inzamelsystematiek is de hoge service op het inzamelen van grondstoffen. Omdat met name het plastic verpakkingsafval voor veel volume zorgt in het restafval voor mensen die hun plastic niet apart houden, wordt het aandeel restafval aanzienlijk kleiner wanneer zij het plastic aanbieden in de plasticcontainer.

Een nadeel kan zijn dat dit als een service vermindering wordt ervaren voor mensen die slecht ter been zijn. Uit navraag bij de gemeente Utrecht bleek dit argument meer te leven bij de directe omgeving dan de mensen die zelf slecht ter been waren. Er wordt in Utrecht en in het ROVA gebied bij het plaatsen van containers gekeken naar logische locaties voor restafvalcontainers. Hierbij zijn geen maximale loopafstanden afgesproken, dit om het plaatsingsproces te vergemakkelijken.

4.3

Afval Loont

Het concept Afval Loont heeft Pijnacker Nootdorp in “Afvalland” op de kaart gezet. Ondanks dat dit concept na de proef is gestopt in Pijnacker Nootdorp kent Afval Loont een doorstart in Hoogvliet een gebiedscommissie (vroeger deelgemeente) van Rotterdam. Het principe is simpel: voor een aantal stromen (plastic, papier, metaal, textiel, elektrische apparatuur, frituurvet) krijgt men geld bij het inleveren van deze stromen op bemenste brenglocaties. Voordelen De charme van het concept betreft met name de directe waarde beleving van afval van inwoners, immers: iets wat waardeloos lijkt blijkt iets waardevols te zijn. Bij dit principe kan je voor jezelf sparen of voor een ander; de voetbalclub of een ander goed doel. Een ander voordeel is dat de afvalstromen die gebracht worden van een zuivere, schone kwaliteit zijn. Immers het betreft bemande brengstations waar toezicht is op wat wordt ingeleverd, iets wat met verzamelcontainers in de wijk vaak niet het geval is. Daarnaast past het Afval Loont principe goed in de gedachte van de Participatiewet; vaak worden de werkzaamheden uitgevoerd door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een aanvullend voordeel is dat Afval Loont filialen vaak worden geplaatst in leegstaande panden.

Los van het feit dat het prettig is leegstaande panden een bestemming te geven, kan dit ook een oplossing bieden voor gebieden (denk aan een Binnenstad) waar infrastructurele belemmeringen het plaatsen van voorzieningen (zoals ondergrondse containers) bemoeilijkt. Nadelen

Pagina 21 van 47

Critici van het concept zeggen dat deze financiële prikkel mensen stimuleert om meer afval te produceren en dat er een risico is op afvalimport van buurgemeenten. Daarnaast dient men zich te realiseren dat men afhankelijk is van de (wereld) marktprijzen van papier en metaal. Wanneer deze fluctueren heeft dit een direct effect op de business case van het model.

4.3.1 Proef Etten-Leur In Etten-Leur is in maart 2014 een proefproject gestart waarbij inwoners 0,30 ct ontvangen per kilogram plastic of metaal. Deze proef is gestart in samenwerking met een aantal supermarkten. Het principe is gelijk aan het statiegeldsysteem voor petflessen. Na het inleveren van de grondstoffen bij de inleverlocatie ontvangt men een bonnetje waarmee aan de kassa korting of contant geld kan worden ontvangen. De inleverlocaties worden bemand door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het systeem sorteert met name een positief effect op zwerfafval. Ondanks de positieve resultaten wordt op dit moment (december 2014) bezien of de proef in een andere vorm een doorstart verdient dan wel definitief gestopt moet worden. De beoogde doelstelling om van 14,5 kilogram plastic naar 19,5 kilogram plastic per inwoner bleek niet haalbaar, mede door de hoge service huis aan huis inzameling op plastic. Ter vergelijking: in het Avalex verzorgingsgebied halen wij momenteel slechts gemiddeld 4 kilogram plastic afval per inwoner per jaar op. Daarnaast blijken loonkosten toch aanzienlijk. Het initiatief kwam evenwel in aanmerking voor financiering vanuit het Afvalfonds, dat EUR 1,19 per inwoner betreft.

4.4 Geïndividualiseerde tarieven Vaak wordt een vorm van geïndividualiseerde tarieven ingevoerd juist vanuit de eerlijkheidsgedachte, het principe “de vervuiler betaalt”. Bovendien is dit de meest effectieve manier gebleken om mensen in hun aankoopgedrag te beïnvloeden. In gemeenten waar diftar is ingevoerd bereiken gemiddeld een afname van 25% restafval Tegenstanders werpen vaak het risico op ontwijkgedrag tegen. Geïndividualiseerde tarieven (ook bekend als Diftar) worden voornamelijk in het oosten en zuidoosten van Nederland toegepast, met veel succes ten aanzien van de afvalscheiding en preventie van afval. Binnen het concept geïndividualiseerde tarieven zijn meerdere manieren denkbaar. Men betaalt al naar gelang:     

Het gewicht dat men aanbiedt; Het aantal keer dat men afval aanbiedt (frequentie); Het volume van de container; Een combinatie van volume en frequentie; Het volume van een afvalzak dat men vooraf koopt.

Daarnaast kan ook een tarief gebaseerd op het aantal personen in een huishouden (1, 2, 3 of 4 persoonshuishouden) als geïndividualiseerd tarief systeem aangemerkt kunnen worden. Het effect hiervan op afvalpreventie is echter minimaal (men heeft immers al vooruit betaald en heeft zelf geen mogelijkheden meer tot sturing in het aanbiedgedrag). Van bovenstaande methoden is volume/ frequentie de meest beproefde en toegepaste methode in Nederland. Het laten betalen naar gewicht blijkt met name in administratief technische zin voor problemen te zorgen door de betrouwbaarheid van de mate van nauwkeurigheid bij het wegen. Recent is in Tiel “Goed scheiden loont” ingevoerd. Reeds in het eerste half jaar is een afname van 30% van restafval waarneembaar.

Pagina 22 van 47

Overzicht tariefsystemen per gemeente in 2013 Bron: Rijkswaterstaat

Sinds 1991 onderzoekt Uitvoering Afvalbeheer van Rijkswaterstaat (voorheen bekend als Agentschap NL) de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing en de gemeentelijke kosten voor het beheer van huishoudelijk afval, de afvalbeheerkosten. Onderstaande tekst is afkomstig uit de meest recente publicatie, “Afvalstoffenheffing 2013” van september 2013.

“Het aantal gemeenten met tarief-differentiatie op afvalaanbod (diftar) stijgt gestaag. In 2013 hebben twee van de vijf gemeenten (40 procent) van de gemeenten diftar. In 2011 was dat nog 37 procent. Diftar wordt vooral toegepast in kleine, weinig tot niet-stedelijke gemeenten buiten de Randstad. Dit jaar woont ruim een kwart (29 procent) van de aangeslagen huishoudens in een gemeente met diftar. In 2012 was dit nog 27 procent. De afvalbeheerkosten zijn in gemeenten met diftar gemiddeld lager dan in de overige gemeenten. In 2013 bedragen de kosten in gemeenten met diftar gemiddeld 218 euro per huishouden, een stijging van ruim twee euro ten opzichtte van 2012. In gemeenten waar één vast tarief wordt geheven ongeacht huishoudengrootte bedragen de kosten 302 euro per huishouden. In gemeenten waar het tarief is gebaseerd op het aantal personen per huishouden bedragen de kosten 258 euro per huishouden. In gemeenten met tariefdifferentiatie op het afvalaanbod wordt over het algemeen meer afval gescheiden aangeboden, waardoor minder restafval ontstaat. De kosten voor de verwerking van het restafval komen De hoogste en De laagste afvalstoffenheffingen huishoudens inclusief hierdoor lager uit.

meestegemiddelde gemeenten met diftar hebben een ‘volumevoor en frequentie’ systeem ingevoerdde (80 mate van kostendekking in 2013van diftar zijn ‘volume’ (34 gemeenten), ‘gewicht’ (10 gemeenten) en ‘dure gemeenten). De andere hoofdsystemen zak’ (10 gemeenten). De overige gemeenten met diftar (28 gemeenten) hebben een ander systeem.”

Bron: Rijkswaterstaat, september 2013

4.5 Nascheiding van restafval Het is te verwachten dat de komende jaren grote ontwikkelingen zullen plaats vinden op gebied van de mogelijkheden van nascheiding van herbruikbare stromen uit het restafval. In dit rapport is gekeken naar 2 vormen van nascheiden, te weten; 1) Mechanische nascheiding; bestaande techniek 2) Renescience methode; proefinstallatie in Denemarken Mechanische nascheiding Nederland heeft een aantal mechanische nascheidingsinstallaties voor restafval waar het aanwezige plastic verpakkingsafval en metalen uit het restafval wordt teruggewonnen om gerecycled te worden. Te weten Omrin en Attero.

Pagina 23 van 47

Onderstaand figuur illustreert het nascheidingsproces in de installatie van OMRIN:

Bron: Omrin Nascheiding volgens Renescience Een nieuwe methode in ontwikkeling is de Renescience technologie van DONG. De Renescience installatie bestaat grofweg uit twee componenten: een enzymenreactor en een sorteermachine. Het restafval wordt ingevoerd in een ‘tank’, waarin organisch materiaal inclusief papier, door enzymen wordt omgezet in energie (gas) en groengas. De droge output van de enzymenreactor wordt ingevoerd in een sorteermachine. Hierin worden onder andere schone 2D en 3D plastics gescheiden. De installatie van DONG staat in Denemarken en is in gebruik voor de gemeente Kopenhagen. In Nederland staat op dit moment nog geen installatie. De Renescience methode is onderzocht door de Wageningen Universiteit op kwaliteit en opbrengst van plastic.8

Bron: Renescience Mechanische nascheiding onderscheidt zich met de Renescience methode doordat er geen groen 8

Quality of plastics originating from the Renescience recovery process Comparative plastic quality study dr. E.U. Thoden van Velzen, ir. M.T. Brouwer, ir. G.G.J. Schennink, ing. H.J. Beukelaer and W. Teunissen

Pagina 24 van 47

gas uit de organische fractie wordt gewonnen en de plastic fractie niet vooraf door de “wasmachine” gaat. Mechanische nascheiding is in tegenstelling tot de Renescience een methode met bestaande nascheidingsinstallaties in Nederland; bij Omrin en een nascheidingsinstallatie bij Attero. De verwachting is dat de resultaten van een scenario waar bronscheiding in combinatie met mechanische nascheiding wordt toegepast iets minder hoog zal scoren dan Renescience omdat bij Renescience het aanhangend vuil als organische fractie een nuttige toepassing kent in de vorm biogas en de plastic stromen in een schonere vorm uit het nascheidingsproces komen. De gemeenten die aangesloten zijn bij de nascheidingsinstallaties in Nederland (Omrin en Attero) combineren bronscheiding met nascheiding uit kostenoverwegingen en voor een optimaal milieurendement. Nascheiding versus Bronscheiding Nascheiding kan een goede aanvullende methode zijn voor het terugwinnen van nog aanwezige stromen plastic, metalen en GFT in het restafval maar is geen methode dat bronscheiding volledig kan vervangen. Voor de afvalstromen papier, textiel en glas geldt bronscheiding als de meest geëigende methode. Voorstanders benadrukken het gemak voor inwoners (minder afvalstromen te scheiden) en de milieuwinst van afvalstromen die anders toch verbrand zouden worden.

Bovendien is men verzekerd van het terugwinnen van de totale stroom aan verpakkingsafval, zoals onderstaand figuur illustreert.

Overzicht van de keten voor nascheiden in aanvulling op bronscheiden Bron: Openbare samenvatting Wageningen UR Food & Biobased Research

Met het oog de veranderende regelgeving omtrent verpakkingsafval waarbij vergoedingen alleen nog worden uitgekeerd op basis van de netto ingezamelde gewichten is dit een aspect om rekening mee te houden. Het blijkt namelijk dat gemiddeld 30% van het brongescheiden ingezameld plastic verpakkingsafval vervuild is. Een nadeel van nascheiding naast bronscheiding is dat dit lastig uitlegbaar is aan inwoners.

Pagina 25 van 47

5. Voorkeursscenario’s Op basis van de in het voorgaande hoofdstuk genoemde mogelijkheden heeft de projectgroep een aantal voorkeurscenario’s nader ingevuld voor de bebouwingstypes binnen het Avalex verzorgingsgebied, waarna deze zijn doorgerekend. De volgende scenario’s zijn uitgewerkt: 1. Scenario 1; het optimaliseren en harmoniseren van de dienstverlening in het gehele Avalex verzorgingsgebied 2. Scenario 2: Omgekeerd Inzamelen 3. Scenario 3: Afval Loont 4. Scenario 4 Geïndividualiseerde tarieven 5. Scenario 5 a. Nascheiding Renescience b. Nascheiding en Omgekeerd Inzamelen 6. Scenario 6: Bronscheiding en Mechanische Nascheiding 7. Scenario 7 Combinatie Afval Loont en Diftar 8. Scenario 8 Combinatie Omgekeerd Inzamelen en Diftar In bijlage 3 “Uitwerking scenario’s naar dienstverlening” is een gedetailleerde uitwerking van ieder scenario te vinden waarin de gevolgen voor de dienstverlening per bebouwingstype, per inzamelmiddel, per afvalstroom wordt beschreven. Deze uitwerking heeft als basis gediend voor de doorrekeningen in het rekenmodel. Er is met name gekeken naar drie afvalstromen die het grootste aandeel vormen in de sorteeranalyses restafval; GFT, Papier en Plastic. Onderstaande tabellen geven weer dat een trendbreuk noodzakelijk is om de doelstellingen te benaderen.

Om in de buurt te komen van de 100 kilogram per inwoner en 75% doelstelling zullen we meer dan 50% extra afval moeten scheiden. Leeswijzer: Het afvalscheidingspercentage wordt berekend door het aandeel gescheiden afval te delen door het ongescheiden afval. Voor de gemeente Delft is dit 158/400 =39%. Bij het behalen van de doelstelling van 100 kilogram restafval in de gewenste situatie is de berekening 276/400 =69%. Daarbij neemt de hoeveelheid restafval af met 54% Tabel Huidig resultaat (kg/per inwoner) DF

LV

MD

PN

RW

WS

Avalex

Rest

218

251

189

225

265

272

237

Fijn gescheiden

110

130

201

164

97

223

136

Grof ongescheiden

25

27

20

14

41

19

25

Grof gescheiden

48

43

21

30

39

49

41

Totaal gescheiden

158

173

222

194

136

272

177

Totaal ongescheiden

243

278

209

239

306

291

262

Totaal Scheidingspercentage

401

451

431

433

442

563

439

39%

38%

52%

45%

31%

48%

40%

Tabel Gewenste situatie doelstelling 100 kg restafval/ 75% afvalscheiding (kg/ per inwoner)

DF

LV

MD

PN

RW

WS

Avalex

Rest

100

100

100

100

100

100

100

Fijn gescheiden

228

281

290

289

262

395

273

Grof ongescheiden

25

27

20

14

41

19

25

Grof gescheiden

48

43

21

30

39

49

41

Pagina 26 van 47

Totaal gescheiden

276

324

311

319

301

444

314

Totaal ongescheiden

125

127

120

114

141

119

125

Totaal

401

451

431

433

442

563

439

Scheidingspercentage

69%

72%

72%

74%

68%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=783ced62-78b4-4671-bdad-14fb562e8561