CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-06 Bijlage 03 toelichting, Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk24.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Versterking van de beleving en betekenis van de voorzieningenas De focus ligt op het versterken van de kwaliteit en de continuïteit van de as door het verbeteren van de inrichting van de openbare ruimte, maar ook het gebruik, de oriëntatie en beeldkwaliteit van de aangrenzende bebouwing.

Leidschendam-Centrum De ontwikkelingen in en rondom Leidschendam-Centrum zijn in volle gang. Hier wordt het programma geïntensiveerd, voornamelijk gericht op woningbouw. Met deze ontwikkelingen wordt bijgedragen aan het behoud en de versterking van de voorzieningenstructuur in LeidschendamCentrum.

Realiseren van goede stad-landverbindingen We willen zorgen voor verbetering van de continuïteit, kwaliteit en herkenbaarheid van de as als langzaam verkeerverbinding vanaf de noordwestzijde van het Spoorpark tot aan de recreatieve knoop ‘De Drie Molens’.

Klein Plaspoelpolder In Klein Plaspoelpolder heeft de gemeente te maken met structurele leegstand van een aantal omvangrijke kantoorpanden. Voor het gebied blijft een transformatieopgave staan, waarbij de gemeente streeft naar gemengde woon- en werkmilieus, passend bij de positionering van

56 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

MCH Antoniushove De Heuvel bestuurscentrum Leidsenhage

derde oeververbinding Leidschendam-Zuidzone

voorzieningen-as

zoeklocatie recreatief knooppunt

Leidschendam-Voorburg. Een onderdeel van de transformatieopgave is de op middellange termijn gewenste uitplaatsing van de betoncentrale MEBIN en afvalbrengstation Avalex. Binnen Klein Plaspoelpolder kan een aanzienlijk deel van het gewenste ruimtelijke programma voor wonen op de lange termijn (2025-2040) worden opgevangen. De bereikbaarheid van Klein Plaspoelpolder moet daarvoor worden verbeterd. Binnen deze context zal er onderzoek worden gedaan naar de meerwaarde van een nieuwe oeververbinding tussen Leidschendam-Zuid en Klein Plaspoelpolder in samenhang met de totale toekomstige ontwikkeling en bereikbaarheid van Leidschendam-Centrum. De Star In de structuurvisie 2006 werd uitgegaan van transformatie van bedrijfsfunctie naar een woonfunctie, waarbij de aanwezige bedrijven uitgeplaatst of herplaatst zouden worden. Deze visie wordt herzien, omdat het terrein nog economische waarde heeft en er geen urgentie voor woningbouw is. De locatie ligt aan de rand van Leidschendam-Zuid en de Leidschendammerhout. Bij herontwikkeling is het van belang dat de stad-land relatie en de recreatieve verbindingen goed worden vormgegeven.

Leidschendam-Zuid Binnen Leidschendam-Zuid is de afgelopen jaren gewerkt aan diverse projecten in het kader van ISV (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing), voornamelijk gericht op verbeteringen in de openbare ruimte en maatregelen op het gebied van groen en water. Daarnaast hebben enkele revitalisatieprojecten en nieuwbouwprojecten bijgedragen aan de algehele woon- en leefkwaliteit in Leidschendam-Zuid. Het gebied is gelegen tussen kantorenlocatie Overgoo, bedrijventerrein De Star, de A4 en de Vliet. Dit woongebied heeft de potentie zich te ontwikkelen tot een meer gemengd woon-werkmilieu, in aansluiting op de herontwikkeling van Overgoo, de transformatie van De Star naar een gemengd woon- en werkmilieu na 2025 en de ontwikkeling van excellente woon- en werkmilieus in de Vlietzone. Leidschendam-Zuid, strategisch gelegen nabij de

A4, heeft potentieel interessante vestigingscondities voor instellingen die passen binnen het profiel van de kennisas Leiden-Delft. Overgoo De huidige kantorenlocatie Overgoo is strategisch gelegen aan de A4 en N14, maar functioneert momenteel onvoldoende als hoogwaardige werklocatie. Net als Klein Plaspoelpolder is dit een monofunctioneel gebied met structurele leegstand van kantoren. Overgoo heeft de potentie om te worden ontwikkeld tot een interessant gemengd woonen werkmilieu; een ‘magic mix’ aan functies die bijdragen aan een kwalitatieve spin-off voor Leidschendam-Zuid, Leidschendam-Centrum en Klein Plaspoelpolder. Overgoo is uitstekend bereikbaar per auto en openbaar vervoer. Deze bereikbaarheid moet ook in de toekomst worden gewaarborgd. Overgoo heeft de daarnaast de potentie om te worden ontwikkeld tot een multimodaal knooppunt voor alle mogelijke vormen van verkeer en vervoer, in relatie tot de transformatieopgave.

Damcentrum De Star Klein Plaspoelpolder

LeidschendamZuidzone

Overgoo

Leidschendam-Zuidzone

MCH Antoniushove Mariahoeve De Heuvel

Leidsenhage De hoofdopgave voor Leidsenhage betreft het herpositioneren en revitaliseren van dit regionale winkelcentrum. Op korte en middellange termijn zullen de ontwikkelingen in het regionale winkelcentrum Leidsenhage gericht zijn op versterking van de regionale functie door kwaliteitsverbetering. Op lange termijn biedt het centrum mogelijkheden voor verdere ontwikkeling tot een gemengd stedelijk gebied. Leidsenhage kan hierbij de nabijheid van de ziekenhuisvoorzieningen benutten. De versterking van Leidsenhage mag het functioneren van de overige kerncentra niet nadelig beïnvloeden. Het is van belang dat Leidsenhage goed bereikbaar blijft per auto (parkeren), openbaar vervoer en langzaam verkeer. De strategische ligging aan allerlei (verkeers)structuren kan worden uitgebuit en zo kan de bereikbaarheid ook op de lange termijn worden gewaarborgd.

Leidsenhage

Sijtwendecorridor

voorzieningen-as

Leidsenhage

Een integraal onderdeel van Leidsenhage is het Zijdepark. Dit park, dat de functie vervult van evenementen- en speelterrein, krijgt in de toekomst een sterkere koppeling met het winkelcentrum. Leidsenhage kan uitgroeien

Herijking 2012 57

tot een multifunctioneel regionaal winkelcentrum met complementaire kwaliteiten ten opzichte van de overige kerncentra in de gemeente. Het momenteel naar binnen gekeerde Leidsenhage kan op de middellange en lange termijn meer worden georiënteerd op de aangrenzende verkeersstructuren. Door de openbare ruimte rondom de voorzieningen-as kwalitatief op niveau te houden en te versterken, kunnen we bijdragen aan de identiteit van de Bachlaan, een as met stedelijke voorzieningen die de twee kernwinkelcentra Leidsenhage en LeidschendamCentrum met elkaar verbindt. Aspecten waar aandacht naar uitgaat zijn meervoudig ruimtegebruik, waaronder het optimaal oplossen van parkeren, versterken van de leefbaarheid, uitstraling en functionaliteit en het benutten en versterken van de relatie met de grote vijver en het Groot-Zijdepark.

Julianabaan

Stedelijk gebied: beter benutten en verbeteren regionale bereikbaarheid

Julianabaan

Entree Utrechtsebaan Verbetering van de ruimtelijke inpassing De opgave bestaat hierbij uit het verbeteren van de kwaliteit en herkenbaarheid van de stadsentrees Oud-Voorburg en Voorburg-Noord en het verbeteren van de milieukwaliteit en leefbaarheid rondom de Utrechtsebaan. Vermindering van de barrièrewerking Hierbij gaat het om het verbeteren en realiseren van verkeersverbindingen en de oversteekbaarheid van de Utrechtsebaan ter hoogte van het Spoorpark, Voorburg-Noord, de Tennet-locatie, Station Voorburg, Oud-Voorburg en de Vlietoevers voor autoverkeer en langzaam verkeer.

Julianabaan en de Oude Dorpskern zijn de lokale winkelcentra in Voorburg. De ambitie is gericht op kwalitatieve versterking van het winkelgebied en maatregelen die de dreigende leegstand kunnen voorkomen. Verbetering van verblijfsklimaat en veiligheid , reguleren van verkeersstromen, maar ook versterking van de relatie met het kernwinkelgebied Oude Dorpskern Voorburg en de Loozone kunnen bijdragen aan de aantrekkelijkheid van het gebied.

Verbetering van de kwaliteit van de woon-werkomgeving We richten ons op verbetering van de kwaliteit van wonen voor jongeren en starters en van werken voor de creatieve sector in Voorburg-Noord, Bovenveen en omgeving. Het benutten van de ontwikkelpotentie van de stedelijke knopen en OV-knopen (Stedenbaan-concept) en -haltes, zoals Station Voorburg, is hierbij van belang. Station Voorburg moet worden ontwikkeld als verbinding tussen de Binckhorst en Oud-Voorburg en de ruimtelijke kwaliteit moet worden verbeterd. De wateropgave willen we hierin integreren.

Oude Dorpskern Voorburg

Entree Sijtwende

De ambitie is gericht op handhaving en verbetering van de uitstraling van het hoogwaardige winkelmilieu. De recreatieve winkelsfeer kan verder versterkt worden door versterking van de relatie van de Oude Dorpskern met de Vliet. Hierbij is de recreatieve inrichting van de Vlietoever van belang. Horeca moet meer ondersteuning bieden aan de winkelfunctie.

Entree Sijtwende versterken als belangrijke poort van Haaglanden en als entree voor Leidschendam-Voorburg We willen de regionale potentie van deze as als onderdeel van de regionale voorzieningen-as en de leisure-as, en van LeidschendamCentrum als woon-werkgebied profileren bij internationale organisaties en hun medewerkers. De focus moet liggen op ontwikkeling van de

58 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Bovenveen

Voorburg-Noord

Oud-Voorburg

Julianabaan en Oud-Voorburg

fietsverbinding Leidsenhage

Mariahoeve

verkeers- en vervoersknoop bij Overgoo. Daarbij moet de bestaande OV-bereikbaarheid van de regio worden benut (RandstadRail en lijn 19). Verbetering als verkeers- en vervoersknooppunt voor gemeente en regio Van belang is hierbij het handhaven van de goede bereikbaarheid en verbetering van de doorstroming, evenals de oversteekbaarheid van de ongelijkvloerse kruisingen. In het kader van de verbetering van de doorstroming op de N14 worden ongelijkvloerse kruisingen onderzocht (in het kader van de MIRT-opgaven) ter hoogte van de Centrale Groenzone en de Infra-as. Deze aanpassingen moeten aangewend worden om de ruimtelijke en functionele kwaliteit van de kruisingen te verbeteren. Verbetering van de kwaliteit van de entrees Overgoo, Centrale Groenzone en Infra-as De focus ligt op de ontwikkelpotentie van stedelijke knopen en OV-knopen. Hierbij richten we ons onder meer op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit van de as en de drie entrees, de verbindingen met omliggende gebieden en een mogelijke nieuwe verbinding over de Vliet. Overgoo is één van de knooppunten die een potentie heeft om zich middels een integrale benadering te ontwikkelen tot een multimodaal verkeers- en vervoersknooppunt en een mooie stadsentree voor Leidschendam-Voorburg.

Realiseren van goede verbindingen Dit betreft het ontwikkelen van een hoogwaardige regionale langzaam verkeerverbinding met een snelfietsroute en een recreatieve wandelroute. De langzaam verkeerverbindingen met de aangrenzende woonwijken, Binckhorst, Station Hollands Spoor, Leidsenhage en de stad-landverbinding willen we verbeteren, evenals de oversteekbaarheid van het spoor. Hierbij zullen we aanhaken op het routenetwerk in het buitengebied. Beter benutten van de stationslocaties en verbeteren woonkwaliteit Hierbij gaat het om het ontwikkelen van stationslocaties (Stedenbaanconcept) en het verbeteren van de beeldkwaliteit als onderdeel van de Spoorzone in combinatie met recreatieve knopen, belvedères en goede verbindingen naar het buitengebied. We stimuleren de ontwikkeling van gemengde creatieve woon-werkmilieus in wijken dicht bij stations, Voorburg-Noord, Bovenveen en Essesteijn.

ongelijkvloerse kruisingen Leidschendam-Centrum multimodale knoop

Entree Sijtwende

Spoorzone met snelfietsroute

Voorburg-Noord/ Bovenveen Binckhorst

Oud-Voorburg

tram 10 Rotterdamsebaan

Entree Utrechtsebaan

Schakenbosch/ Duivenvoordecorridor

Spoorzone Ontwikkeling van het Waterspoorpark Ruimtelijk en functioneel willen we dit gebied versterken tot één geheel als Waterspoorpark met focus op recreatie en groen en verbetering van de natuur- en landschapsbeleving.

Essesteijn CBS-locatie Bovenveen Voorburg-Noord

Spoorzone

Herijking 2012 59

integrale opgaven Vlietzone Rijnlandroute recreatiewoningen Vlietland

recreatieve verbindingen

Duivenvoordecorridor

recreatiegebied Vlietland

Schakenbosch glastuinbouwconcentratiegebied Sijtwendecorridor LeidschendamCentrum Klein Plaspoelpolder

ISV Leidschendam-Zuid zoeklocatie recreatief knooppunt De Drie Molens Bach-as

RR Leidschendam-Voorburg

Oud-Voorburg

De Star

multimodale knoop Overgoo

parallelstructuur A4

Rotterdamsebaan

60 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

5.3 Vlietzone Samenvatting ambities en ontwikkelingen in de Vlietzone • benutten en verder versterken van de groen-blauwe kwaliteiten en de recreatieve potentie van de Vlietzone; • grote ruimtelijke dynamiek creëren op de middellange en lange termijn in samenhang met verbetering van de bereikbaarheid (MIRT-opgaven Haaglanden); • versterken van de identiteit van de kernen en benutten van de ligging van de oude kernen en cultuurhistorische kwaliteiten aan de Vliet; • excellente woonmilieus creëren aan de Vlietoevers.

van een nieuwe oeververbinding (voor autoverkeer) ter hoogte van Klein Plaspoelpolder. Versterking van de kwaliteit van de Vlietoevers We willen de kwaliteiten benutten van de Vliet voor recreatie en toerisme, wonen en voorzieningen, onder meer in de transformatiegebieden Klein Plaspoelpolder en Overgoo, met behoud of verbetering van de openbare toegankelijkheid van de Vlietoevers. Verder werken we aan verbetering van de relatie tussen de Vliet en de historische kernen en de verbinding tussen deze kernen langs de Vliet.

Vlietzone: versterken groene woonstad

Vlietzone: verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur

Vlietoevers

Leidschendam-Centrum

Versterking van dé identiteitsdrager van LeidschendamVoorburg Van belang hier is het versterken van de recreatieve, toeristische en cultuurhistorische beleving en het verblijfs- en vestigingsklimaat als groen-blauwe as op regionale schaal, van Schiedam tot Leiden. De kwaliteiten water, groen en cultuurhistorie zullen dienen als uitgangspunten voor nieuwe ontwikkelingen. Waterkwaliteiten willen we beter benutten voor natuur, recreatie, toerisme en wonen.

Zie ‘verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur’ onder stedelijk gebied

Schakenbosch/ Duivenvoordecorridor

Oud-Voorburg

recreatieve knoop Leidschendam-Centrum

Vlietoevers

Verbetering en realisatie van verbindingen langs en over de Vliet Hierbij gaat het om het verbeteren van de groene, blauwe en infrastructurele verbindingen als belangrijkste stad-landverbinding en als onderdeel van een regionaal recreatief netwerk. Mogelijkheden voor waterrecreatie willen we verbeteren en initiatieven in die richting stimuleren. Verder willen we de mogelijkheden onderzoeken

Herijking 2012 61

Vlietzone: beter benutten en verbeteren regionale bereikbaarheid MIRT-opgaven Haaglanden De momenteel slechte doorstroming en de te lage capaciteit van de ‘poorten en inprikkers’ (N14, Utrechtsebaan, Beatrixlaan, en Lozerlaan) binnen de Haagse regio hebben een negatieve invloed op Den Haag als vestigingsstad voor (internationale) organisaties en bedrijven. Ook de bereikbaarheid van onze gemeente ondervindt hier nadelige gevolgen van. In het kader van betere bereikbaarheid van Haaglanden zijn de volgende MIRT-opgaven van invloed op de bereikbaarheid en leefbaarheid van de gemeente. Tevens bieden de ontwikkelingen van de infrastructuur mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen. Het benutten van de kansen voor goede inpassing, versterking van ontwikkelingsmogelijkheden voor wonen-werken en voorzieningen is een opgave voor de gemeente. Rotterdamsebaan De realisatie van de Rotterdamsebaan is voor de regio en voor onze gemeente van belang. Hierdoor kunnen de verkeersstromen verdeeld worden over de Rotterdamsebaan en de Utrechtsebaan, zodat de verkeersdruk op de Utrechtsebaan afneemt en daarmee ook de milieubelasting voor de omliggende gebieden. Daarnaast is de realisatie van de Rotterdamsebaan een voorwaarde voor de beoogde transformatie van de Binckhorst.

De Rotterdamsebaan moet op zorgvuldige wijze worden ingepast in de Vlietzone, zodat dit de ontwikkeling van excellente woon-werkmilieus niet in de weg staat.

62 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Rijnlandroute De Rijnlandroute is een ingrijpend project dat onder andere de Rijnlandroute A4 en A44 ter hoogte van Leiden verbindt. De realisatie van deze verbinding ontlast de A44 richting Wassenaar en onze gemeente en de N14. Deze ontwikkeling draagt bij aan de versterking van onze gemeente als aantrekkelijke vestigingsplaats voor wonen en werken. Van belang voor de gemeente is hierbij het behoud van een groene inprikker Sijtwende en recreatieve Oostvlietpolder. Momenteel worden twee tracé-alternatieven voor de Rijnlandroute inprikker Utrechtsebaan in de Oostvlietpolder tegen elkaar afgewogen. Wij willen een multimodale knoop Overgoo aantasting van het bestaande gebied, maar ook van de plannen en de parallelstructuur potenties van Vlietland voorkomen. Uitgangspunt is dat de RijnlandA4 Rotterdamroute op minimaal 350 meter vanaf de rand van Vlietland moet sebaan worden ingepast. MIRT-opgaven Haaglanden

A4-passage Inpassen van de parallelstructuur met een deels stedelijk en deels landelijk karakter We richten ons op het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit zoals omschreven in de MIRT-opgaven door het ontwikkelen van een groene omlijsting voor de infrastructuurbundel A4 en het behouden en versterken van de (visuele) continuïteit van het landschap in het buitengebied.

Nieuwe oeververbinding Overgoo-Klein Plaspoelder De ontwikkelingsgebieden Overgoo en Klein Plaspoelpolder zijn momenteel onvoldoende bereikbaar voor autoverkeer en openbaar vervoer. Verbetering van de bereikbaarheid is voorwaardelijk voor de transformaties binnen deze gebieden. Tegelijkertijd willen we Nieuw Leidschendam-Centrum ontlasten van toenemende verkeersbewegingen. Hiervoor willen we een nieuwe binnenstedelijke oeververbinding over de Vliet realiseren.

Beter benutten en verbeteren van de bereikbaarheid We willen zorgen voor goede overstapmogelijkheden en ketenmobiliteit ter hoogte van Overgoo en onderzoek doen naar een nieuwe oeververbinding (voor autoverkeer) ter hoogte van Klein Plaspoelpolder. Verder willen we werken aan het beter benutten en verbeteren van de bereikbaarheid van de Vlietzone, het Regiopark en de recreatieve knooppunten in combinatie met het intensiveren van ruimtelijke ontwikkelingen rondom knooppunt Overgoo en Klein-Plaspoelpolder.

Rijnlandroute

N14

inprikkers & parallelstructuur multimodale knoop Overgoo

A4-passage

Versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de A4 We richten ons hierbij op het vergroten van de ontwikkelingskansen van Leidschendam-Centrum en het benutten van de ontwikkelpotentie van stedelijke knopen en OV-knopen (Stedenbaan-concept) en -haltes.

Herijking 2012 63

integrale opgaven buitengebied

recreatiewoningen Vlietland

recreatieve langzaam verkeerroute Duivenvoordecorridor

recreatieve langzaam verkeerroute

recreatiegebied Vlietland

Recreatief knooppunt Duivenvoorde

kanoroute glastuinbouwconcentratiegebied

Schakenbosch

Stompwijk dorpslint Stompwijk

A4-passage

LeidschendamCentrum dorpslint Wilsveen zoeklocatie recreatief knooppunt De Drie Molens

ecologische hoofdstructuur

langzaam verkeerroute

ringvaart Meerpolder

Driemanspolder

bestaande natuur EHS-opgaven

64 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

5.4 Buitengebied Samengevat zijn de ambities voor het buitengebied: • de ontwikkeling van het Regiopark optimaal benutten als een onderscheidende vestigingsfactor en aanvullende kwaliteit voor het imago van groene woonstad; • verbetering van de recreatieve mogelijkheden en ontwikkeling van nieuwe economische kansen met behoud van de agrarische functie; • realisatie van diversiteit aan kwaliteiten aan de stadsranden; • verbetering van de recreatieve netwerken en de stad-landverbindingen.

Buitengebied: versterken groene woonstad De volgende ontwikkelingen en opgaven dragen in het buitengebied bij aan het versterken van de groene woonstad: realisatie van het Regiopark Duin, Horst en Weide, realisatie van waterberging in de Nieuwe Driemanspolder en de inrichting van de stadsranden en de verbeteringen die bijdragen aan de dorpse woonkwaliteiten binnen de kern Stompwijk.

Regiopark Duin, Horst en Weide Het Regiopark (landelijk beleid) is een regionale opgave en kent een regionale aanpak door middel van landschapsinrichting. Het Regiopark Duin, Horst en Weide is ruimtelijk van strategische betekenis voor de stadsregio’s Haaglanden en Holland Rijnland als waardevolle groene buffer binnen de sterk verstedelijkte noordrand van de zuidvleugel. Het doel van het Regiopark is het ontwikkelen van een robuust metropolitaan landschap waarbinnen de unieke cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden gewaarborgd zijn en beleefbaar zullen zijn voor recreanten uit de stad. Daarbij

hoort een concrete opgave voor de realisatie van de (provinciale) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn de ruimtelijke en functionele samenhang in het Regiopark, de aanvullende economische kansen voor het buitengebied en de uitstekende aansluiting op het stedelijke langzaam verkeersnetwerk van belang. De ontwikkeling van het Regiopark is gepland voor de komende tien jaar (zie bijlage 1: integraal eindbeeld). De gemeente Leidschendam-Voorburg wil het Regiopark Duin, Horst en Weide positioneren als uniek groengebied, ondersteunend voor het (internationale) vestigingsklimaat en de vestigingscondities in de regio. Bescherming van het duingebied en actief ontwikkelen en investeren in de rest van de landgoederenzone vormen uitgangspunten. Het verbinden van de verschillende landschapstypologieën en verbetering van de stad-landverbindingen dragen bij aan het versterken van de groene woonstad.

Regiopark Duin, Horst en Weide

De kwaliteiten die voortvloeien uit de cultuurhistorie en het landschap zijn de dragers voor de diverse opgaven: economische, ecologische, ruimtelijke en klimatologische opgaven. De focus ligt op een verdere ontwikkeling van een fijnmazig groen-blauw netwerk, met als basisdrager de Vliet. Het polderlandschap dient een integraal onderdeel te worden van het Regiopark. Daarbij is het behoud van de landbouwfunctie van de polder een primair uitgangspunt. In het recentelijk vastgestelde bestemmingsplan Landelijk Gebied is de landbouwfunctie juridischplanologisch vastgelegd. Binnen het Regiopark Duin, Horst en Weide kennen we de volgende prioritaire gemeentelijke gebiedsontwikkelingen: Nieuwe Driemanspolder, Duivenvoordecorridor en glastuinbouwconcentratiegebied Stompwijk. Daarnaast richten we ons op de transformatie van het agrarisch cultuurlandschap tot groengebied met recreatieve functies en natuurvriendelijk ingerichte terreinen.

Herijking 2012 65

De gemeente Leidschendam-Voorburg is ook gestart met het opstellen van een uitvoeringsprogramma voor het buitengebied en een nieuw ruimtelijk kader voor de kern Stompwijk. Binnen deze documenten worden de opgaven en de kaders gegeven voor de ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied.

Nieuwe Driemanspolder Hierbij gaat het in eerste instantie om de realisatie van een omvangrijke waterbergingsopgave, bestaande uit gecombineerde seizoensen piekberging in het kerngebied van de Nieuwe Driemanspolder. De doelstelling is 75% open water voor zoetwatergemeenschappen en 25% permanent droog gebied. De opgave is om de waterberging te combineren met recreatieve functies en aantrekkelijke landschappelijke inrichting met ecologisch interessante oevers. Op deze manier draagt de Nieuwe Driemanspolder bij aan het ontwikkelen van nieuwe recreatieve en landschappelijke kwaliteiten in het Regiopark, ontwikkelen van een onderscheidende stadsrand en het versterken van de groene woonstad.

Stadsrand Verrijken van de diversiteit van de stadsranden in functie en typologie Het verrijken van de typologische diversiteit van de stadsranden is het vertrekpunt voor de inrichting. Daarbij richten we ons op het vergroten van de recreatieve betekenis van de stadsranden en het realiseren van aantrekkelijke landschappelijke overgangen, in aansluiting op bestaande en nog te ontwikkelen kwaliteiten van de stadsranden. Realiseren van goede stad-landverbindingen Het speerpunt is hier het vergroten van de bereikbaarheid van de stadsranden en het opheffen van barrières door het verbeteren en realiseren van langzaam verkeerverbindingen en het verbeteren van de visuele relaties tussen de stad en het buitengebied en andersom.

66 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Dit willen we onder meer bereiken door het realiseren van aantal nieuwe recreatieve knooppunten. Verbetering van de kwaliteit van de stadsranden De focus ligt op het verbeteren van de kwaliteit van de inrichting van de stadsranden in het kader van het Regiopark (LOP) door het realiseren van ruimtelijke en functionele overgangen en het verminderen van verrommeling. Mogelijk kunnen we dit doen door het realiseren van nieuwe woonmilieus en het intensiveren van de woonfunctie. Hierbij willen we de wateropgave integraal oppakken.

Stompwijk Binnen Stompwijk willen we verdichten en bouwen voor eigen aanwas. Het uitgangspunt is hier kleinschalig, dorps wonen met benutting van de landelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het polderlint. Andere aspecten waar we ons op richten zijn behoud van voorzieningen en bereikbaarheid, en benutting en uitbreiding van de mogelijkheden voor varen, zoals door middel van de realisatie van aanlegplaatsen.

Buitengebied: verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur Glastuinbouwconcentratiegebied Stompwijk en landschapsbeheer In de integrale gebiedsvisie Stompwijk is het glastuinbouwgebied bij Stompwijk benoemd als te herstructureren duurzaam glastuinbouwconcentratiegebied. Het gebied is onderdeel van de Greenport Westland-Oostland, een samenwerkingsverband tussen overheden en bedrijfsleven. Het buitengebied van Leidschendam-Voorburg kenmerkt zich door zijn unieke cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Niet-agrarische bedrijven en verspreid liggende

zoeklocatie recreatief knooppunt De Drie Molens

Nieuwe Driemanspolder

Nieuwe Driemanspolder

Schakenbosch/ Duivenvoordecorridor

Spoorpark NLC

De Drie Molens

Nieuwe Driemanspolder

Stadsranden

Vlietland glastuinbouwconcentratiegebied bij Stompwijk

Stompwijkseweg

Stompwijk

glastuinbouwconcentratiegebied Stompwijk

kassen dienen we uit dit gebied te weren en we dienen kansen voor verplaatsing naar bedrijventerreinen én het glastuinbouwconcentratiegebied te benutten en te stimuleren. De gemeente heeft zich al uitgesproken voor sanering van verspreid liggende kassen in de Duivenvoordecorridor en rondom Stompwijk. Tuinders krijgen primair een plek in het glastuinbouwconcentratiegebied. Niet-agrarische bedrijven en resterende verspreid liggende kassen zijn in het bestemmingsplan Landelijk Gebied benoemd en geconserveerd. Uitbreiding van deze bedrijven is niet meer mogelijk, aangezien we geen ‘roofbouw’ willen plegen op het veenweidegebied. Nieuwe niet-agrarische bedrijven en glastuinbouwbedrijven zijn niet toegestaan.

Buitengebied: beter benutten en verbeteren regionale bereikbaarheid

glastuinbouwconcentratiegebied

Polderlinten Cultuurhistorisch karakter behouden en versterken We richten ons op versterking van het cultuurhistorische karakter van de polderlinten door uit te gaan van het ‘Stompwijkse bouwen’ en door herinrichting van de wegen. Het tegengaan van de verrommeling, onder andere door het saneren van de verspreide glaslocaties, is eveneens van belang.

De ontsluiting van het glastuinbouwgebied wordt verbeterd door de aanleg van een nieuwe verbindingsweg. De eerste fase is al door de gemeente opgestart. De tweede fase van de verbindingsweg is benoemd als onderdeel van de herstructurering van het glastuinbouwconcentratiegebied. De aansluiting van de eerste fase op het glastuinbouwgebied is afhankelijk van deze tweede fase.

Verbetering van verbindingen We willen werken aan verbetering van de (stad-land)verbindingen door het downgraden en herinrichten van de Stompwijkseweg (kade-ophoging Stompwijkse vaart). Het downgraden wordt mogelijk door de realisatie van een aanvullende verbindingsweg voor glastuinbouwconcentratie gebied. We kunnen de dorpslinten beter benutten voor een recreatief netwerk van het Regiopark en recreatieve knooppunten ontwikkelen.

Ook is de gemeente gestart met de planvorming ten behoeve van de reconstructie van de Stompwijkseweg. Deze weg is in de gebiedsvisie benoemd als toekomstige recreatieve route. Dit betekent dat het wenselijk is de bestaande niet-agrarische bedrijven met hun zware verkeer aan de Stompwijkseweg uit te plaatsen. Een mogelijkheid hiervoor is de uitbreiding van het bedrijventerrein van de Huyssitterweg als onderdeel van het te herstructureren glastuinbouwgebied.

Verbetering van de recreatieve kwaliteit De polderlinten willen we benutten voor de ontwikkeling van recreatie en toerisme, en het realiseren van goede, economisch hoogwaardige stad-landrelaties. Daarbij creëren we tevens synergie en meerwaarde voor de agrarische sector. Stompwijk willen we ontwikkelen tot recreatieve ‘parel’ in het Regiopark, onder meer door het promoten en profileren van het gebied als onderdeel van het (internationale) vestigingsklimaat.

Stompwijk

Drie Molens Nieuwe Driemanspolder

Polderlinten

Regiopark Duin, Horst en Weide Verbetering van regionale fietsroutes en recreatieve knooppuntontwikkelingen.

Stadsrand Verbetering van verbindingen tussen stad en land.

Herijking 2012 67

68 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

6 Uitvoeringsparagraaf 6.1 Inleiding Voorburg Oosteinde

De structuurvisie vormt het gemeentelijk ruimtelijk kader voor de periode tot 2040, waarin het ruimtelijk programma voor de korte, middellange en lange termijn in kwantitatieve en kwalitatieve zin is opgenomen. Dit ruimtelijk programma met de daarbij behorende ambities krijgt in de structuurvisie concreet gestalte, maar deze ambities kunnen niet allemaal tegelijkertijd worden uitgewerkt. Hiervoor is een duidelijke planning nodig. De structuurvisie kan in dit verband worden gezien als een stedelijk planningsinstrument; wat kan de gemeente Leidschendam-Voorburg realiseren de komende jaren, op welke locaties, met welk programma en hoe verhouden de diverse projecten zich tot elkaar? Juist nu zijn dergelijke vragen van cruciaal belang. Ruimtelijke projecten vormen de fysieke uitvoering van gemeentelijke ambities en beleidsuitgangspunten. Bezuinigingen op het beleid en de gemeentefinanciën zullen onherroepelijk doorwerken in ruimtelijke projecten. Ook rijksbezuinigen zullen hun weerslag hebben, denk hierbij bijvoorbeeld aan de voorgenomen afschaffing van ISV. Een veel grotere impact op projecten ligt echter in de verslechtering van de vastgoedmarkt. De vastgoedcrisis lijkt geen conjuncturele, maar een structurele te zijn. Dat de woning- en kantorenmarkt weer eenzelfde dynamiek gaan vertonen als de laatste decennia, is zeer onwaarschijnlijk.

De tijd van blauwdruk planologie en grootse gebaren is voorbij. Het is nu zaak om slim te combineren en puzzelen. “Druppelen in plaats van plonsen”. Mede daarom hebben wij ons georiënteerd op een nieuwe strategie voor gebiedsontwik-

keling, waarbij de faciliterende rol van de gemeente voorop staat en waarbij scherpe keuzes worden gemaakt. Ruimtelijke ontwikkeling gaat meer over het scherp positioneren, scherp kiezen en het faciliteren van die initiatieven uit de markt die de gemeentelijke positionering versterken. Het gaat over het ruimte bieden aan de markt. Geen gedetailleerde regels vooraf, maar wel heldere kaders over koers, richting en ambitie van onze gemeente. De gemeentelijke rol richt zich steeds meer op het creëren van optimale omstandigheden voor ruimtelijke initiatieven en het aanjagen van aanwezige potenties. Regisseren, stimuleren en faciliteren dus, in plaats van het voortouw nemen. Bij faciliteren gaat het nadrukkelijk niet alleen om het toepassen van de juridisch planologische instrumenten, maar juist ook om het creëren van goede marktsituaties. Het creëren en in stand houden van een gemeente die uitdaagt tot investeren. Ondermeer door excellente groene en stedelijke functies op loopen fietsafstand, een uitstekende bereikbaarheid, en een kwalitatief hoogwaardig openbaar gebied met een groen karakter. Om inzicht te krijgen in de uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid van al deze plannen en ambities stellen we een uitvoeringsparagraaf op. Gelet op het bovenstaande gaat het ook hier niet om een blauwdrukplanning, maar wel om een richting op hoofdlijnen.

Dit hoofdstuk biedt inzicht in de uitvoeringsparagraaf op hoofdlijnen. Eerst beschrijven we de contouren van het uitvoeringsprogramma en de uitvoeringsstrategie. Daarbij wordt inzicht geboden in het sturingsinstrumentarium dat de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt en de wijze waarop dit wordt toegepast op de gemeentelijke praktijk.

Herijking 2012 69

6.2 Het uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de hoofdlijnen van de planning van de ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke samenhang van de stad in haar omgeving voor de periode tot 2040. Hierbij spelen we in op beleidskaders en uitvoeringsprogramma’s van het Rijk en de provincie. Het gaat hierbij om een integraal kwalitatief en kwantitatief ruimtelijk beeld op het terrein van de woningbouwopgave, economische opgaven (kantoren, bedrijventerreinen, detailhandel), maatschappelijke voorzieningen, groen, water en infrastructuur. Vanwege de planhorizon kunnen en mogen de structuurvisie en het uitvoeringsprogramma geen planologisch keurslijf zijn, maar moeten ze ruimte bieden aan dynamiek. Om het ruimtelijk wensbeeld van de gemeente met de daarbij behorende fysieke projecten concreet te maken, hanteren we voor de gewenste ruimtelijke opgaven de volgende tijdsindeling: Korte termijn: Middellange termijn: Lange termijn:

2012-2015 2015-2025 2025-2040

Elke vier jaar stelt de gemeente een geactualiseerd uitvoeringsprogramma op waarin de opgenomen projecten verder worden uitgewerkt. Het collegeprogramma moet daarbij worden afgestemd op de doorgaans lange doorlooptijd van ruimtelijke programma’s, zodat er sprake is van continuïteit van beleid. Het uitvoeringsprogramma geeft een indicatie van het totaal gewenste ruimtelijk-functionele programma voor de gemeente, waarbij wordt gekeken naar de potentiële ontwikkelingsruimte binnen de gemeentegrenzen. Dit zijn gebieden waar we strategische doelen nastreven en waar fysieke ruimte aanwezig is.

De huidige programma’s en projecten die in de structuurvisie zijn opgenomen, kunnen niet allemaal tegelijkertijd worden uitgewerkt. Bovendien moeten toekomstige (ruimtelijke) opgaven, naast de verplichte gemeentelijke medewerking aan diverse ruimtelijke initiatieven, ook worden beoordeeld op hun meerwaarde en bijdrage aan de strategische doelen die de gemeente stelt. Om een realistisch uitvoeringsprogramma te formuleren met een heldere prioriteitsstelling hanteren we de volgende overwegingen: • • • • • • • •

Bestaan er juridische, wettelijke en/of financiële verplichtingen tussen de gemeente en externe partijen? Past het programma of project binnen de ambities en doelstellingen van de structuurvisie? Is het project of programma opgenomen in het huidige coalitieakkoord? Betreft het een project met een lopende grondexploitatie? Beschikt de gemeente over voldoende capaciteit voor begeleiding van ruimtelijke initiatieven? Komt het programma of project tegemoet aan de behoeften van de inwoners en de stad? Is er financiële dekking voor de planvoorbereiding en uitvoering van de projecten? Zijn er subsidiemogelijkheden voor de realisatie van een programma of project?

6.3 Relatie met het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling Het uitvoeringsprogramma van de structuurvisie Ruimte voor Wensen vormt een belangrijke basis voor het op te stellen Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling (IRO). Het IRO gaat in de eerste plaats over fysieke investeringen die hun basis vinden in het uitvoeringsprogramma van de structuurvisie. De uitvoeringsstrategie in deze herijking helpt bij de prioriteitsstelling binnen de complete ruimtelijke projectenportefeuille. Het IRO zal vervolgens een advies geven over de allocatie van middelen om de fysieke projecten concreet tot uitvoering te brengen.

6.4 Uitvoeringsstrategie De uitvoeringsstrategie bepaalt de kaders waarbinnen de gemeente de structuurvisie wil uitvoeren. Daarbij wordt enerzijds op hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente haar rol als regisseur wil

70 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

vormgeven. Anderzijds moet de daadwerkelijke uitvoering een juridische en financiële status krijgen in gebiedsgerichte integrale ontwikkeling en uiteindelijk in bestemmingsplannen, bouwplannen en inrichtingsplannen.

6.4.1 Bevorderen ruimtelijke kwaliteit

basisrollen Toelichting: rollen van de gemeente bij stedelijke ontwikkeling. De kruisjes geven aan of er in de specifieke situatie sprake is van prioriteit en/of (vastgoed) bezit.

prioriteit X

bezit

(vastgoed)

X

De bevordering van de ruimtelijke kwaliteit en het werk-met-werkmaken staan centraal in de uitvoeringsstrategie van de structuurvisie. Als ontwikkeling en inrichting in een specifiek uitwerkingsgebied hand in hand kunnen gaan, geeft het uitvoeringsprogramma daar richting aan. Het uitvoeringsgericht maken van de herijkte structuurvisie krijgt vorm door lopende en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingsinitiatieven gebiedsgericht over elkaar heen te leggen. De focus komt, indien mogelijk, te liggen op bijvoorbeeld een slimme en efficiënte combinatie van ontwikkelings- en uitvoeringstaken. Met het uitvoeringsprogramma willen we ruimtelijke kaderstelling, investeringsstrategie, ruimtelijk-juridische planvorming en (her) ontwerp van de openbare ruimte met elkaar in samenhang brengen.

rol gemeente omschrijving initiatief

Het initiatief nemen en (in samenwerking) ontwikkelen

X

initiatief

X

faciliteren

Het voortouw nemen bij projecten met een gemeentelijk en/ of maatschappelijk belang Planbegeleiding van initiatieven van derden

X

verleiden

Stimuleren van investeringen door anderen

beheren

Efficiënt beheer voeren, klaar om in te spelen op initiatieven van derden Dienstverlenen, handhaven

X

loslaten

6.4.2 Veranderende rol gemeente De tijd van groei, grootschalige uitleglocaties en min of meer gegarandeerde afzet van nieuwbouwprojecten is (voorlopig) voorbij. In de komende jaren staat de gemeente voor de opgave om in toenemende mate kleinschalige private initiatieven te begeleiden. Daarbij gaat het, naast zorgvuldige ruimtelijke inpassing, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid, ook om afzetbaarheid op de lokale en regionale markt en het stimuleren en gericht kunnen begeleiden van niet-gemeentelijke initiatieven. Dit vraagt om een andere rol van de gemeente. In die nieuwe rol richten we ons steeds meer op het creëren van optimale omstandigheden voor ruimtelijke initiatieven en op het aanjagen van aanwezige potenties. In een regisserende, stimulerende en faciliterende rol wil de gemeente letterlijk en figuurlijk ruimte bieden aan inwoners, ondernemers, marktpartijen, organisaties en instellingen om ambities te verwezenlijken. De wijze waarop regie wordt gevoerd, hangt af van verschillende factoren, maar heeft voornamelijk te maken met de positie die de gemeente heeft of wil innemen: van initiatiefnemer tot randvoorwaardensteller. Dit is vaak afhankelijk van de realisatie van gemeentelijke beleidsprogramma’s. Er is niet één vastomlijnde ontwikkelstrategie voor de gehele stad.

Afzonderlijke gebieden en projecten vragen om op de specifieke situatie toegesneden strategieën, dus maatwerk. Grondbezit en vastgoedbezit blijven belangrijke factoren voor het voeren van regie op stedelijke ontwikkeling. Het combineren van inhoudelijke prioriteiten enerzijds en (vastgoed) bezit door de gemeente anderzijds leidt tot een aantal basisrollen die de gemeente kan vervullen bij stedelijke ontwikkeling en realisatie van de in de structuurvisie Ruimte voor Wensen gestelde ambities. Deze basisrollen zijn in nevenstaand schema opgenomen. Bij de verdere uitwerking van de uitvoeringsparagraaf wordt aan de hand hiervan gebiedsgericht en (mogelijk) toegespitst op het type opgave bekeken welke rol de gemeente het best kan vervullen.

Herijking 2012 71

6.4.3 Uitgangspunt facilitair grondbeleid Als uitgangspunt hanteert de gemeente Leidschendam-Voorburg facilitair grondbeleid. Hiervoor is gekozen omdat het voeren van actief grondbeleid niet altijd bijdraagt aan de taken en doelstellingen van een gemeente (bouwen is geen publiekrechtelijke taak) en de gemeente daar ook niet het meest deskundig in is. Vanwege de grote risico’s die aan vele ruimtelijke ontwikkelingsprojecten zijn verbonden, en die de financiële positie van de gemeente kunnen schaden, worden veel ontwikkelingen aan de markt overgelaten. Facilitair grondbeleid zal echter niet in alle gevallen het gewenste effect opleveren, waardoor in bijzondere situaties de toepassing van actief grondbeleid de voorkeur verdient boven facilitair grondbeleid. In de navolgende situaties zal de gemeente Leidschendam-Voorburg actief grondbeleid kunnen toepassen: • indien er sprake is van projecten met een gemeentelijk of maatschappelijk belang; • indien private partijen de voorgestane ontwikkeling niet oppakken; • indien een tijdige en integrale realisatie van het project gewenst is.

Facilitair grondbeleid Indien het voldoende is om faciliterend grondbeleid toe te passen, zal de rol van de gemeente beperkt blijven tot het opstellen van een intentieovereenkomst, het scheppen van ruimtelijke randvoorwaarden, het opstellen van een anterieure overeenkomst en het juridisch vastleggen in een bestemmingsplan. Actief grondbeleid Indien actief grondbeleid noodzakelijk is, heeft de gemeente nog verschillende andere instrumenten tot haar beschikking, waaronder het aan- of verkopen van grond. In de uitgewerkte uitvoeringsparagraaf zal worden aangegeven waar de gemeente specifieke belangen

72 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

ziet in het kader van het gewenste ontwikkelingsbeeld. Mogelijk wil de gemeente overgaan tot strategische of anticiperende verwervingen waarbij een eventueel gewenste verwerving wordt getoetst aan de hand van de volgende criteria: • • •

• •

Grondbeleid: kan de locatie worden ingezet om gemeentelijke en maatschappelijke doelstellingen te verwezenlijken die naar verwachting niet door de marktpartijen zullen worden gerealiseerd? Ruimtelijk: is een functiewijziging op deze locatie te verwachten, of is de locatie te gebruiken als uitruillocatie? Financieel: wordt de aankoopsom gedekt door te verwachten opbrengsten in de toekomst? Is er financieel voordeel te behalen door vroege aankoop? Zijn er dekkingsmogelijkheden voor eventuele tekorten? Risicoanalyse: kunnen risico’s worden gedekt binnen het gemeentelijk weerstandsvermogen? Termijn: is er binnen tien jaar een ontwikkeling te verwachten?

6.4.4 Kostenverhaal In de structuurvisie zal in algemene zin aandacht worden besteed aan de (financiële) haalbaarheid van plannen. Dit moet worden bekeken in samenhang met het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling (IRO), het grondbeleid, subsidiekansen en de mogelijkheden voor kostenverhaal. De Wet ruimtelijke ordening (Wro), en dan voornamelijk het onderdeel Grondexploitatiewet, biedt de gemeente de mogelijkheid om in een faciliterende rol meer te sturen op ruimtelijke ontwikkeling, waardoor de noodzaak om actief grondbeleid toe te passen afneemt. In de Wro wordt onder andere een verbreding van het kostenverhaal geregeld. Voor een doelmatige en rechtmatige uitvoeringsstrategie is het van belang dat er aanwijzingen worden gegeven over hoe het kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie in Leidschendam-Voorburg zal worden geregeld. De gemeente streeft hierbij naar een optimaal kostenverhaal en zal de geboden mogelijkheden hiervan op de volgende manieren benutten. Bijdrage in de ruimtelijke ontwikkeling De bijdrage in de ruimtelijke ontwikkeling (Wro artikel 6.24) is een vrijwillige bijdrage die in de anterieure overeenkomst opgenomen kan worden. Deze mogelijkheid is toegevoegd aan de wet door een motie vanuit de Tweede Kamer.

In de wet is niet vastgelegd waarvoor deze bijdrage gevraagd kan worden, maar wel is uit kamerstukken te halen wat er onder een ruimtelijke ontwikkeling begrepen kan worden:

• • • • •

rood-voor-groenontwikkelingen; natuur, recreatie, waterberging en infrastructuur in een ander gebied; volkshuisvestelijke compensatie; saneren en opknappen van oude bedrijfsterreinen; parkeerfonds.

Bovenplanse verevening Met bovenplanse verevening (Wro artikel 6.13) wordt bedoeld dat een deel van de opbrengsten uit een bepaalde gebiedsontwikkeling wordt ingezet voor een andere gebiedsontwikkeling. Deze gebiedsontwikkelingen moeten een functionele en een ruimtelijke relatie hebben, en dit dient vast te worden gelegd in de structuurvisie. Deze verevening is vervolgens verplicht, mits voldaan wordt aan de volgende criteria: 1. profijt; 2. toerekenbaarheid; 3. proportionaliteit. Fondsvorming is hier verplicht. Uit de jurisprudentie blijkt dat in veel gevallen vooral de toerekenbaarheid een lastig criterium is, waardoor uiteindelijk geen kosten verevend kunnen worden.

6.5 Relatie met bestemmingsplannen Hoewel de structuurvisie iets zegt over grondgebruik en ruimtelijke ontwikkeling, is een structuurvisie niet hetzelfde als een bestemmingsplan. In tegenstelling tot een bestemmingsplan heeft een structuurvisie geen rechtstreekse doorwerking waar burgers mee te maken krijgen. De structuurvisie spreekt dan ook niet over verboden, vergunningen en verplichtingen, maar geeft inzicht in de voorgenomen ontwikkelingsrichting van de gemeente. Een hoewel een structuurvisie geen rechtstreeks bindende werking heeft voor burgers, heeft het wel een zelfbindende werking voor het gemeentebestuur. Dit betekent dat de uitgangspunten van de structuurvisie in acht moeten worden genomen bij het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen, projectbesluiten of overige besluitvorming rondom voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen. Indien wordt afgeweken van de structuurvisie, zal dit goed gemotiveerd moeten worden.

Op dit moment zijn er geen concrete projecten waarbij er sprake is van een ruimtelijke bijdrage of waarbinnen bovenplanse verevening wordt toegepast. Bij de verdere uitwerking van de uitvoeringsparagraaf wordt onderzocht of de ruimtelijke bijdrage en de bovenplanse verevening mogelijke instrumenten zijn om (deels) financiële dekking te vormen. Ook worden dekkingsmogelijkheden als gronduitgifte en subsidieverwerving (Rijk, provincie of regio) nader geconcretiseerd, zoals het Groenfonds Haaglanden. Daarbij wordt gekeken naar de gebiedsopgaven en concrete projecten in de structuurvisie, de te verwachten financiële opbrengsten, de risico’s (zeker bij vrijwillige bijdragen), en welk deel van de kosten voor rekening van de gemeente komt. Vanwege de (rijks)bezuinigingen zijn financiële middelen slechts beperkt beschikbaar of vallen ze zelfs weg. Dit geldt onder andere voor het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en de brede doeluitkering (BDU) verkeer en vervoer. Bij het concretiseren van de financiële uitvoerbaarheid van de structuurvisie zullen wij aansluiten bij de actuele ontwikkelingen.

Herijking 2012 73

7 PlanMER Om milieu- en leefbaarheidsaspecten een volwaardige plaats te geven in de geactualiseerde structuurvisie is een milieueffectrapportage uitgevoerd. De resultaten hebben in de vorm van een milieueffectrapport (planMER) tegelijk met de conceptherijking van de structuurvisie Ruimte voor Wensen ter inzage gelegen. Bij de beoordeling van de milieueffecten is gekeken naar bodem, water, natuur, verkeer, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, cultuurhistorie en energie. Voor de meeste thema’s heeft een kwalitatieve beoordeling plaatsgevonden. Voor het planMER zijn op basis van de nieuwe structuurvisie twee (groei)alternatieven voor de ruimtelijke ontwikkeling van Leidschendam-Voorburg uitgewerkt. In het eerste alternatief gebruiken we het uitgangspunt uit de gemeentelijke Woonvisie, waarbij een maximale bevolkingsgroei van 5% tot 2040 wordt gehanteerd. Binnen dit alternatief zijn twee varianten onderzocht: ‘behoud van de groen-blauwe kwaliteit’ en ‘optimalisatie van de leefomgevingskwaliteit’. Bij de eerste variant staat centraal dat intensivering voornamelijk zal plaatsvinden rondom bestaande kernen, voorzieningencentra en stationslocaties. Daarnaast is een aantal transformatielocaties op langere termijn beschikbaar voor nieuwbouw, waar nu nog andere functies aanwezig zijn, voornamelijk bedrijven en kantoren.

De bestaande woonwijken en belangrijkste groene en blauwe structuren worden maximaal ontzien van toekomstige bebouwing.

74 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Bij de tweede variant ‘optimalisatie van de leefomgevingskwaliteit’ wordt, in tegenstelling tot de variant ‘behoud van groen-blauwe kwaliteit’, vooral op de transformatielocaties gestreefd naar een gezonde mix van woningen en overige functies als commerciële en recreatieve voorzieningen. Daarbij wordt een strengere eis met betrekking tot geluidsoverlast gehanteerd. Dit gaat logischerwijs ten koste van de voor de toekomstige bouwopgave beschikbare oppervlakte. De zones die niet geschikt zijn voor woningbouw worden in deze variant benut voor minder geluidgevoelige functies. Voor de periode 2025-2040 kan de bouwopgave, uitgaande van een gemiddelde bebouwingsdichtheid van 45 woningen per hectare, niet op de beschikbare transformatielocaties worden gerealiseerd. Dit betekent dat er op termijn gekozen kan worden voor het loslaten van het streven om 80% binnenstedelijk te realiseren, of voor het bouwen in hogere dichtheden. Dit kan bereikt worden door meervoudig grondgebruik, waardoor 80% van de toename alsnog binnenstedelijk gerealiseerd kan worden. In het tweede (groei)alternatief dat is uitgewerkt in het kader van de structuurvisie wordt uitgegaan van ‘gematigde groei’. Dit groeialternatief is ook meegenomen in het planMER om een bandbreedte te hanteren in mogelijke groeiscenario’s.

Bij de ‘gematigde groei’ wordt de opgave tot 2020 grotendeels bepaald door de al in werking gezette autonome ontwikkelingen. De transformatielocaties zijn in dit alternatief niet nodig voor woningbouw, tenzij elders bij vervangende woningbouw ‘verdunning’ optreedt.

Voor de transformatielocaties ontstaan op de langere termijn twee opties. In het eerste scenario blijven de huidige functies op de transformatielocaties in stand. Wanneer deze functies hier toch wegtrekken, dient een andere niet-woonfunctie te worden gevonden. In het tweede scenario worden de transformatielocaties benut om het tekort op te vullen dat is ontstaan door verdunning bij vervangende nieuwbouw op andere locaties. Op de locaties waar sloop en vervolgens nieuwbouw plaatsvindt, ontstaat dan meer ruimte voor groen, water, lagere woondichtheden of meer functiemenging.

Conclusies Een belangrijke constatering in het planMER is dat de keuze om voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen vooral gebruik te maken van de bestaande stedelijke en landelijke structuur, door 80% van de bouwopgave binnenstedelijk te accommoderen en door transformatie en herstructurering toe te passen, gunstige effecten heeft op het milieu en de leefbaarheid. Met deze uitgangspunten is het mogelijk om een gewenste groei van maximaal 5% van de bevolking tot 2040 te faciliteren, waarbij we een aantrekkelijke en vitale groene woon- en werkstad blijven. Aantasting van het buitengebied wordt hiermee bovendien voorkomen.

verschillen op in de invulling van de transformatielocaties, waar de mogelijke groei wordt opgevangen. Daarnaast constateren we dat de herijking van de structuurvisie, waarin de nadruk ligt op algehele kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte (identiteitsdragers) in relatie tot de bouwopgaven, in potentie leidt tot een versterking van de water- en groenstructuren. Ook maatregelen op het gebied van het beter benutten en verbeteren van openbaar vervoer en het fietsnetwerk dragen bij aan gunstige ontwikkelingen ten aanzien van het milieu en de leefbaarheid binnen de gemeente. De luchtkwaliteit zal door teruglopende achtergrondconcentraties verbeteren, maar congestie en wegverkeerslawaai leggen beperkingen op de uitbreidingsmogelijkheden. In toekomstige gebiedsvisies vraagt dit punt nadere uitwerking.

De groeivarianten leveren onderling weinig verschillen op. Op korte tot middellange termijn zijn de varianten zelfs nagenoeg gelijk, omdat de groeiverwachting tot 2020 nagenoeg gelijk is en de bouwlocaties bekend zijn. Op de lange termijn treden er bij de twee varianten

Herijking 2012 75

I

bijlage: integraal eindbeeld Regiopark Duin, Horst en Weide

76 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040

Herijking 2012 77

II

bijlage: overzicht opgaven per deelgebied en pijler

Deze tabel biedt een overzicht op hoofdlijnen van de opgaven per identiteitsdrager. De inleiding van hoofdstuk 5 en de daaropvolgende beschrijving van de verschillende opgaven zijn leidend.

Stedelijk gebied thema

opgave

schaal

termijn

Versterken groene woonstad

Historisch lint

gemeentelijk

kort - lang

Loozone

gemeentelijk

kort - lang

Centrale Groenzone

gemeentelijk

kort - lang

Infra-as

gemeentelijk

middellang - lang

Schakenbosch

gemeentelijk

middellang - lang

Duivenvoordecorridor

gemeentelijk

kort - middellang

Voorburg Noord-Bovenveen

gemeentelijk

middellang - lang

Stedelijke ontwikkeling openbaar vervoersknooppunten en boven regionaal stationslocaties

middellang - lang

Voorzieningen-as

gemeentelijk

kort - middellang

Leidschendam-Zuidzone

gemeentelijk

kort - lang

Leidsenhage

gemeentelijk

kort - middellang

Oud-Voorburg

gemeentelijk

kort - middellang

Julianabaan

gemeentelijk

kort - middellang

Entree Sijtwende

gemeentelijk

lang

Entree Utrechtsebaan

gemeentelijk

lang

Spoorzone

gemeentelijk

middellang

opgave

schaal

termijn

Versterken groene woonstad

Vlietzone

regionaal

lang

Vlietoevers A4-passage

gemeentelijk

middellang - lang

Verbeteren regionale bereikbaarheid

boven regionaal

lang

MIRT-opgaven Haaglanden

boven regionaal

lang

Verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur

Verbeteren regionale bereikbaarheid

Vlietzone 78 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 thema

Verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur

Verbeteren regionale bereikbaarheid

Loozone

gemeentelijk

kort - lang

Centrale Groenzone

gemeentelijk

kort - lang

Infra-as

gemeentelijk

middellang - lang

Schakenbosch

gemeentelijk

middellang - lang

Duivenvoordecorridor

gemeentelijk

kort - middellang

Voorburg Noord-Bovenveen

gemeentelijk

middellang - lang

Stedelijke ontwikkeling openbaar vervoersknooppunten en boven regionaal stationslocaties

middellang - lang

Voorzieningen-as

gemeentelijk

kort - middellang

Leidschendam-Zuidzone

gemeentelijk

kort - lang

Leidsenhage

gemeentelijk

kort - middellang

Oud-Voorburg

gemeentelijk

kort - middellang

Julianabaan

gemeentelijk

kort - middellang

Entree Sijtwende

gemeentelijk

lang

Entree Utrechtsebaan

gemeentelijk

lang

Spoorzone

gemeentelijk

middellang

Vlietzone thema

opgave

schaal

termijn

Versterken groene woonstad

Vlietzone

regionaal

lang

Vlietoevers A4-passage

gemeentelijk

middellang - lang

Verbeteren regionale bereikbaarheid

boven regionaal

lang

MIRT-opgaven Haaglanden

boven regionaal

lang

Buitengebied thema

opgave

schaal

termijn

Versterken groene woonstad

Regiopark Duin, Horst en Weide

boven regionaal

middellang

Nieuwe Driemanspolder

boven regionaal

kort

Stadsrand

gemeentelijk

kort - lang

Verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur

Glastuinbouwconcentratiegebied

gemeentelijk

kort

Verbeteren regionale bereikbaarheid

Polderlinten

gemeentelijk

kort - middellang

Herijking 2012 79

COLOFON Dit is een uitgave van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Gemeente Leidschendam-Voorburg Postbus 905, 2270 AX VOORBURG Communicatie@leidschendam-voorburg.nl Ontwerp en advies DN Urbland (www.urbland.com)

80 Structuurvisie Ruimte voor 2040 De gemeente Leidschendam-Voorburg heeftWensen aan de samenstelling van deze uitgave uiterste zorg besteed. Het is evenwel niet uit te sluiten dat gegevens zijn achterhaald of verwachtingen wekken. Aan deze publicatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=e08fb0a4-1182-41e3-8d5f-656d20464c15