2842 6. Jaarrekening 2022 MRDH
Tekst van het document
€ 1.054,9 miljoen € 245,5 miljoen € 50 duizend ----------------------€ 1.300,4 miljoen =============
74
Het ultimo 2021 uitgezette bedrag aan regionale OV-bedrijven bedroeg € 1.054,9 miljoen, waarover een bedrag van € 19,1 miljoen aan rentebaten is gerealiseerd. Het opgenomen bedrag ultimo 2021 bedroeg € 1.054,9 miljoen, waarvoor een bedrag ad € 11,6 miljoen aan rentelasten is gerealiseerd. Het verschil tussen de rentebaten en de rentelasten is vrijwel geheel te verklaren door de marktconformiteitsopslag op de leningen. Deze marktconformiteitsopslag wordt deels toegevoegd aan de risicoreserve financieringen. Zie voor de opbouw van deze reserve hoofdstuk 3.1 paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Het restant wordt toegevoegd aan de BDU gelden. Renterisicobeheer Het renterisico dat de MRDH op de leningenportefeuille loopt, kan worden getoetst aan de renterisiconorm. Omdat de MRDH in 2021 uitsluitend leningen aantrok, die uit hoofde van de publieke taak in dezelfde omvang tegen dezelfde rentetypische looptijden zijn uitgezet, is deze toetsing voor de MRDH niet relevant. Rente risiconorm 2021
(Bedragen * 1000)
2021 1a. Renteherziening op vaste schuld o/g 1b. Renteherziening op vaste schuld u/g 2. Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) 3a. Nieuw aangetrokken vaste schuld 3b. Nieuwe verstrekte lange leningen 4. Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) 5. Betaalde aflossingen 6. Herfinanciering (laagste van 4 en 5) 7. Renterisico op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm 8. Begrotingstotaal 9. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 10. Renterisiconorm (8 x 9)
39.000 39.000 0 110.566 0 0 539.813 20% 107.963
Toets renterisiconorm 10. Renterisiconorm 7. Renterisico op vaste schuld 11. Ruimte(+) Overschrijding (-); (10-7)
107.963 107.963
75
De kasgeldlimiet is een plafond voor de netto vlottende schuld van de MRDH en heeft tot doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. Deze limiet bedraagt 8,2% van het begrotingstotaal. Indien de hiervoor genoemde schuld voor een derde achtereenvolgende kwartaal de limiet overschrijdt, moet de MRDH zijn toezichthouder hiervan op de hoogte stellen en een plan voorleggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de gestelde limiet te voldoen. Deze limiet werd in 2021 niet overschreden. Bedragen x € 1.000
Kasgeldlimiet 2021 kwartaal 1
kwartaal 2
kwartaal 3
kwartaal 4
-
-
-
-
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar(SKB) Totaal vlottende middelen
3.263 187.736 191.000
3.129 176.690 179.820
50 266.128 266.178
50 262.847 262.897
Toets kasgeldlimiet Totaal vlottende middelen Toegestande kasgeldlimiet Ruimte (+) of overschrijding (-) van de limiet
191.000 44.265 235.264
179.820 44.265 224.084
266.178 44.265 310.443
262.897 44.265 307.162
Omvang korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld rekening courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal netto vlottende schuld
7. Begrotingstotaal 8. Percentage vastgesteld per ministeriele regeling 9. Kasgeldlimiet
€539.813 8,2% €44.265
Kredietrisico Het kredietrisico (ook wel debiteurenrisico genoemd) is het risico dat belegde en/of in bewaring gegeven geldmiddelen, obligaties of leningen niet langer beschikbaar zijn en/of afgelost kunnen worden, omdat de wederpartij het geld niet (meer) heeft. Dit risico wordt uitgedrukt in een rating.
76
In het treasurystatuut van de MRDH en de relevante wet- en regelgeving zijn minimumeisen gesteld aan de rating van de partijen, bij wie de MRDH zijn liquide middelen inlegt dan wel belegt. Voor alle beleggingen geldt rating A als ondergrens. Daarnaast moet de tegenpartij zijn gevestigd in een lidstaat van de EU/EER (EER staat voor Europese Economische Ruimte: dat zijn alle EU-landen aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland). Tevens dient dit land tenminste over een AA-rating te beschikken. Verder moet de rating door tenminste twee ratingbureaus zijn afgegeven. Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch zijn de drie meest gerenommeerde ratingbureaus. Uit het overzicht van de aanwezige waarden - zoals hiervoor opgenomen bij Renteontwikkeling, uitzettingen en rendement - blijkt dat alle fondsen met uitzondering van de verstrekte leningen (zie hiervoor) voldoen aan de gestelde minimumeisen. Voor kasgeldleningen aan decentrale overheden geldt dezelfde rating als die van Nederland. Voor de verstrekte leningen aan regionale OV-bedrijven is op basis van een daartoe uitgevoerde analyse een specifiek daarop toegesneden risicobeheer van toepassing. Dit wordt in hoofdstuk 3.1 (weerstandsvermogen en risicobeheersing) nader toegelicht. 3.4 Bedrijfsvoering 3.4.1 MRDH-organisatie De MRDH staat onder leiding van de secretaris-algemeen directeur.
Alle lijntaken van de MRDH zijn ondergebracht in de afdelingen Verkeer, Openbaar Vervoer en Economisch Vestigingsklimaat. Alle stafzaken van de MRDH zijn centraal georganiseerd binnen de bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB).
77
De MRDH-organisatie ziet er als volgt uit:
Secretaris-algemeen directeur De secretaris-algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan vijf managers. En vervult daarbij zelf het management van BID. De verdeling van de salarislasten van de secretaris-algemeen directeur is vanaf 2021 geharmoniseerd met de verdeling van de salarislasten van alle staffuncties. Dit betekent dat de salarislasten voor 20% ten laste komen van de inwonerbijdrage EV en 80% ten laste van de BDU verkeer en vervoer. Afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer Binnen de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer staat de uitvoering van de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer centraal. De verantwoordelijkheid en dagelijkse leiding over de afdelingen Verkeer en Openbaar Vervoer ligt bij twee managers. De twee afdelingen tellen 49 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2020. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de BDU Verkeer en Vervoer.
78
Economisch Vestigingsklimaat (EV) Binnen de afdeling Economisch Vestigingsklimaat staat de uitvoering van het programma Economisch Vestigingsklimaat centraal. De dagelijkse leiding en de verantwoordelijkheid voor de realisatie ligt bij de manager. Dit organisatieonderdeel telt, net als in 2020, 10 fte. De ambtelijke inzet wordt betaald uit de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat. Bureaus Financiën & Control (BFC), Interne Dienstverlening (BID) en Strategie & Bestuur (BSB) De MRDH heeft drie afdelingen voor de uitvoering van stafzaken. BFC bevat de bedrijfsvoeringsfuncties financiën & control en juridische zaken. BSB bevat de bedrijfsvoeringsfuncties strategie/public affairs, bestuurszaken en communicatie. BID bevat de bedrijfsvoeringsfuncties HRM, ICT en facilitaire zaken/huisvesting. De ambtelijke capaciteit voor deze bureaus is tezamen 29,6 fte. Dit is ongewijzigd ten opzichte van 2020. De ambtelijke inzet komt voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer. Zie voor een verdere toelichting op deze verdeelsleutel hoofdstuk 2.4 Overzicht overhead. Directe salariskosten De realisatie van de directe salariskosten per programma levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting: Realisatie 2021 Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Totalen
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2021
Gewijzigde begroting 2021
2.171.885
-891.564
3.063.449
1.878.612
527.291
1.351.321
850.223
-125.663
975.886
4.900.720
-489.936
5.390.656
Aan directe salariskosten is € 489.936 minder besteed dan begroot. Een toelichting per programma is opgenomen in hoofdstuk 2 Programmaverantwoording. Personele overhead salarislasten en materiele apparaatslasten. Voor een overzicht van de personele overhead salarislasten, de materiële apparaatslasten (overhead) en de doorberekening daarvan naar de dekkingsbronnen BDU en Inwonerbijdrage EV verwijzen wij naar hoofdstuk 2.4 Overzicht overhead en 3.4.2 bedrijfsvoering. 3.4.2 Bedrijfsvoering Naast de ambtelijke inzet voor de bedrijfsvoering (personele overhead salarislasten) bestaat de overhead van de MRDH-organisatie uit materiële apparaatslasten voor bestuurszaken, ICT/DIV, overige personele lasten, financiën/juridische zaken, huisvesting/facilitaire zaken en communicatie/public affairs. Daarnaast zijn er incidentele apparaatsbaten door bijdragen van samenwerkingsverbanden die gebruik maken van faciliteiten van de organisatie en het doorberekenen van overhead aan bepaalde projecten. 79
Werkzaamheden Bestuurszaken 2021 stond in het teken van het hybride vergaderen. In het voorjaar en najaar vond het merendeel van de bestuurlijke vergaderingen en bijeenkomsten digitaal plaats, in de periode tussen april en oktober juist fysiek. Het ging dan vooral om vergaderingen en bijeenkomsten die nodig waren voor onderwerpen die strategisch verder moesten worden gebracht. Om met inachtneming van de coronamaatregelen te kunnen vergaderen, is daarbij uitgeweken naar andere locaties, aangezien de vergaderzalen in het MRDH-gebouw hiervoor namelijk niet geschikt zijn. Daarnaast zijn in 2021 besluiten en regelgeving van de MRDH op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en gepubliceerd. Hier zijn geen bijzonderheden aan de orde geweest. ICT/DIV 2021 was opnieuw een coronajaar. Dit betekende veel thuis werken, waardoor het kantoorpand aan de Westersingel beperkt open was. Dit had echter geen invloed op de ondersteuning van ICT aan de organisatie. Problemen zijn op afstand of via ondersteuning op de locatie Westersingel opgelost. Inmiddels wordt het pand aangepast voor de nieuwe manier van werken. Denk hierbij aan het vergroten van de bandbreedte van wifi-netwerk en het plaatsen van apparatuur. Hiermee kun je de locatie ook gebruiken voor de combinatie van vergaderen op opstand en fysiek vergaderen. Ondanks de coronacrisis staat de ontwikkeling op ICT-gebied niet stil.
De MRDH streeft continu naar verbeteringen op het gebied van gebruiksvriendelijkheid, veilig werken en documentenbeheer. Onze ambitie is echter fors groter dan we aan capaciteit kunnen bieden. Hierdoor konden we de Roadmap ICT 2021 niet helemaal uitvoeren. We maakten echter wel vorderingen met de Pilot SharePoint, waarin onderzocht wordt of je SharePoint kunt gebruiken als gebruikersvriendelijk documentmanagementsysteem. We zijn daarmee in de fase van acceptatie gekomen. Ook stelden we het plan voor informatiebeleid vast. Op basis van dit plan en een fit-gap-analyse zijn actiepunten opgehaald die we nog moeten prioriteren en/of uitvoeren. Met de gemeente Den Haag bekeken we het contract opnieuw en deden hierop een voorstel voor aanpassing. Naast dit contract pakten we ook het Dossier met Afspraken en Procedures (DAP) beet en maakten een update. In deze DAP zijn de afspraken op het gebied van dienstverlening richting de MRDH vastgelegd. Overige personele lasten Sinds 2017 koopt de MRDH de ambtelijke inzet voor HRM-taken in bij de gemeente Rotterdam. De MRDH heeft geen eigen HRMmedewerkers in dienst. In 2021 vonden in die bemensing veel wijzigingen plaats. Omdat een consistente inzet vanuit organisatieperspectief en richting de MRDH-medewerkers van grote waarde wordt geacht, zijn hierover (vernieuwde) afspraken met gemeente Rotterdam gemaakt.
De organisatie volgt zoveel mogelijk de rechtspositie van de gemeente Rotterdam. Deze rechtspositie is vastgelegd in de ondernemings-cao MRDH. De werkgever draagt de kosten voor onder meer dienstreizen, woon-werkverkeer en opleidingen. Daarnaast zijn reguliere kosten gemaakt voor arbeidsomstandigheden, zoals inzet bedrijfsarts, bedrijfshulpverlening, opleidingen, salarisadministratie, werving & selectie en voor (ondersteuning van) de medezeggenschap. 80
Conform de richtlijnen van het RIVM, die de MRDH volgt, is ook het afgelopen jaar vooral vanuit huis gewerkt. Vanuit het MT is veel aandacht besteed aan het welbevinden van de medewerkers, zowel in praktische als in mentale zin. In 2021 had de coronacrisis en de daarvoor opgelegde maatregelen ook gevolgen voor de personele lasten. Voor de ondersteuning van het personeel in het thuiswerken zijn de nodige thuiswerkproducten aangeschaft. Daarnaast kende de organisatie voor de periode van 2021 een tijdelijke thuiswerkvergoeding toe. Hiermee worden de kosten van thuiswerken vergoed. In 2021 is gestart met de doorontwikkeling van de organisatie, waarbij handelen vanuit collectieve kernwaarden centraal staat. Financiën/Juridische Zaken Voor de interim controle 2021 en de controle op de jaarrekening 2020 is gebruikgemaakt van de diensten van de Gemeentelijke Accountantsdienst van de gemeente Den Haag. Daarnaast zijn er extern verschillende juridische adviezen ingewonnen en zijn tegen besluiten bezwaren en ingestelde beroepen afgehandeld via de algemene bezwarencommissie en de rechtspraak. Tot slot huurde de MRDH ondersteuning in voor het begeleiden van de ingediende bezwaren met betrekking tot de vennootschapsbelasting, de invulling van het aandeelhouderschap richting de OV-bedrijven, de ondersteuning bij de uitvoering van de AO/IC en de treasury-activiteit.
Huisvesting/Facilitaire zaken Ook in 2021 was het kantoorpand aan de Westersingel beperkt geopend en bevond de primaire werkplek van onze medewerkers zich thuis. De RIVM-richtlijnen vormen de basis van de afspraken vanuit welke locatie binnen de MRDH wordt gewerkt. Op basis van de gesprekken in de teams en de resultaten van het MTO stelde het MT in 2021 vast dat we naar een andere manier van werken dan voor de coronapandemie toe willen, en dat we daarbij enkele positieve inzichten en verworvenheden uit de coronaperiode willen benutten en behouden. Met deze nieuwe manier van werken, willen we bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid door het mijden van de spits in het OV en op de weg. Ook dragen we zo bij aan de landelijke ambities voor klimaat en duurzaamheid, en aan een betere balans tussen werk en privé voor medewerkers. Bij deze nieuwe manier van werken, hoort een volledig hybride werkmethode en is er een andere inrichting van het kantoor nodig en gewenst. In oktober 2021 is het project ‘Het nieuwe werken/Herinrichting’ gestart. Hierbij is ingezet op maximaal hergebruik van bestaand meubilair. Deels wordt nieuw meubilair aangeschaft dat past bij het nieuwe concept. Apparatuur in de vergaderzalen wordt aangepast en de overige overlegruimten worden voorzien van schermen, zodat je overal online kunt vergaderen.
Eén etage wordt verdeeld in verschillende ruimten (Focus, Virtueel en Samenwerken). Afhankelijk van je werkzaamheden die dag kun je daar een werkplek reserveren. De behoefte aan zit- en stabureaus op de werkvloer is in het plan ‘Nieuwe werken’ meegenomen en wordt in 2022 uitgevoerd. Ondanks het thuiswerken is de preventieve rol voor veilig en verantwoord (thuis) werken gecontinueerd. Ook in 2021 zijn er online thuiswerkplekonderzoeken uitgevoerd, zijn medewerkers periodiek voorzien van tips en adviezen, en staan er veel bureaustoelen en schermen bij de mensen thuis. In het voorjaar 2021 organiseerden we ‘Vitaliteitsweken’. Het personeel nam online deel aan de diversen cursussen en 81
workshops. Omdat de online yogalessen zo goed zijn ontvangen, bieden we de medewerkers een maandelijkse online yogales aan tot halverwege 2022. In aangepaste vorm zijn bedrijfshulpverleners (EHBO en BHV) in 2021 weer bijgeschoold en zijn middelen nagelopen en indien nodig vervangen. Communicatie/Public affairs In 2021 is het nieuwe intranet (MIEP) gelanceerd. Met dit nieuwe intranet is een goede balans gevonden tussen het informatieve en het interactieve doel van een dergelijk platform. De MRDH zet normaliter in op fysieke, informele, maar inhoudelijke ontmoetingen, zoals het Metropoolcafé en werkbezoeken. Als gevolg van de coronacrisis moesten we de slag maken naar digitale bijeenkomsten. Voor tal van onderwerpen zijn webinars georganiseerd en is gezocht naar mogelijkheden om toch de MRDH goed voor het voetlicht te brengen. Helaas is op het laatste moment het grote event MRDH Live geannuleerd, vanwege de vrij plotselinge aanscherping van de coronamaatregelen in oktober. Daardoor vonden er in 2021 geen grote events plaats. De corporate communicatiemiddelen, zoals het MRDH-journaal en andere presentatiemiddelen en uitingen, werden vorig jaar actueel gehouden en de investering in monitoring van (social)media werd gecontinueerd. Verder is er hard gewerkt aan het verder op orde brengen van het relatiemanagement en de informatievoorziening aan adviescommissies en gemeenteraden.
Tot slot zijn meerdere verhalen gepubliceerd over de onderwerpen die binnen MRDH spelen. In 2021 is gestart met de tweede tussenevaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling. Vanwege het lichte karakter wordt deze in eigen beheer uitgevoerd, waardoor de kosten beperkt blijven. De tussenevaluatie borduurt voort op de eerste tussenevaluatie en heeft tot doel concrete aanbevelingen te formuleren die leiden tot het verder versterken van de (ambtelijke en bestuurlijke) organisatie van de MRDH en de betrokkenheid van gemeenten bij de MRDH. Tot slot vond ook in 2021 de metropool mastercourse strategie, die de MRDH samen met meerdere gemeenten invult, via een hybride invulling doorgang. Fraude en integriteit De MRDH heeft haar fraude- en integriteitsbeleid gebaseerd op dat van de gemeente Rotterdam en vastgelegd in een personeelshandboek. Dat betekent onder meer dat de MRDH beschikt over een gedragscode voor medewerkers in dienst van de MRDH. Het doel van de gedragscode is werknemers houvast bieden bij het hanteren van de normen en waarden van de MRDH. De gedragscode maakt duidelijk wat de waarden en normen zijn die de MRDH belangrijk vindt en wat wel en niet toelaatbaar is voor werknemers. Daarnaast leggen de medewerkers de ambtseed of ambtsbelofte af. Alle medewerkers beschikken over een actuele Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
Medewerkers dienen daarnaast alle nevenactiviteiten te melden die de belangen van de MRDH mogelijk zouden kunnen raken. 82
De medewerkers kunnen bij vermoedens van fraude, corruptie of overige integriteit gerelateerde zaken terecht bij hun leidinggevende of een vertrouwenspersoon. De MRDH maakt gebruik van onafhankelijke vertrouwenspersonen van de Arbo Unie. Er zijn het afgelopen jaar binnen de MRDH en bij de vertrouwenspersonen geen meldingen over fraude of integriteitsschendingen gedaan. Personele en materiële overhead totaal De realisatie van de personele en materiële overhead van de MRDH-organisatie levert het volgende beeld op ten opzichte van de begroting:
3.766.734
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2021 88.494
Bestuurszaken
32.757
-72.243
105.000
ICT/DIV
493.907
-146.093
640.000
Overige personele lasten
460.420
-230.580
691.000
Financiën/Juridische zaken
180.771
771
180.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
1.209.848
174.848
1.035.000
Communicatie/Public Affairs
210.497
-139.503
350.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
- 48.346
-48.346
0
Doorbelasting overhead projecten
- 32.970
-32.970
0
6.273.618
-405.622
6.679.240
MRDH TOTAAL OVERHEAD Personele overhead (salarislasten)
Totalen
Realisatie 2021
Gewijzigde begroting 2021 3.678.240
Toelichting afwijkingen: De overhead laat een overschot zien van € 405.622. Dit is opgebouwd uit een positief saldo van € 494.116 op de materiële overhead en een negatief saldo op de personele overhead van € 88.494. Personele overhead (salarislasten) Er is een overschrijding van € 88.494 op personele overhead (salarislasten). Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de kosten voor het opvangen van langdurige ziektegevallen, ontstane vacatures en personele knelpunten. Hierdoor bleek tijdelijk extra ondersteuning noodzakelijk. Op het budget van de directe salariskosten in de programma’s wordt echter tegelijkertijd een onderschrijding van € 489.936 gepresenteerd. Het saldo van de totale salarislasten is daarmee met € 401.442 positief.
83
Bestuurszaken De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 72.243. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het merendeel van de bestuurlijke vergaderingen en bijeenkomsten digitaal plaatsvonden. Voor vergaderingen die wel fysiek konden plaatsvinden zijn wel hogere kosten gemaakt, in verband met het huren van externe locaties. Het elders huren was noodzakelijk om de coronamaatregelen in acht te kunnen nemen. ICT/DIV Aan ICT/DIV is in 2021 € 146.093 minder besteed dan begroot, voornamelijk vanwege lagere lasten op inrichting en aanpassing van systemen, op licentiekosten en op ingecalculeerde afschrijvingslasten. De Roadmap 2021 bleek, in combinatie met de beschikbare capaciteit, niet geheel uitvoerbaar. Ondanks de gemaakte vorderingen met betrekking tot de Pilot SharePoint zal volledige implementatie van dit documentmanagementsysteem pas in 2022 plaatsvinden. Door de verschuiving in tijd zijn er nog geen licentiekosten verschuldigd. In 2020 is een heroverweging gemaakt van voorgenomen aanschaf van ICT-middelen. Hierdoor zijn de afschrijvingslasten in 2021 lager dan begroot. Overige personele lasten Aan overige personeelskosten is in 2021 € 230.580 minder besteed dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de deelbudgetten vergoeding woon-werk en opleidingen/trainingen.
De Nederlandse Spoorwegen continueerde in 2021 de op eigen initiatief in 2020 ingezette pauzeregeling. Later in het jaar zijn de abonnementen omgezet naar werkelijk openbaar vervoer-gebruik. Maar door het grotendeels thuiswerken van de MRDH-medewerkers waren er weinig reisbewegingen. Daarnaast is er minder gebruikgemaakt van de mogelijkheden op het gebied van opleidingen/trainingen. Financiën/Juridische zaken Zowel positieve als negatieve verschillen van deelbudgetten tellen op tot een kleine overschrijding van € 771. Huisvesting/Facilitaire zaken In 2021 vond, bij de liquidatie van Stadsgewest Haaglanden, de afwikkeling van het huurcontract aan de Grote Marktraat in Den Haag plaats. Het oplossen van een juridisch geschil tussen Stadsgewest Haaglanden en de verhuurder van het voormalige kantoor aan de Grote Marktstraat over niet-verrekenbare BTW leidde tot een verrekening met de MRDH. Hiermee was in de begroting 2021 geen rekening gehouden. Hierdoor is het budget huisvesting/facilitaire zaken overschreden. De overschrijding bedraagt € 174.848. Het kantoorpand aan de Westersingel was ook in 2021 grotendeels gesloten. Deze sluiting had zijn effect op alle deelbudgetten binnen deze kostencategorie. De kosten op onder meer de deelbudgetten voor schoonmaakkosten, facilitaire diensten, cateringkosten bij vergaderingen en kopieerkosten/drukwerk waren lager dan begroot.
Deze ruimte is voor een deel besteed aan het onderzoek naar en het starten van het project ‘Het nieuwe werken/Herinrichting’. Communicatie/Public Affairs De onderschrijding binnen deze kostencategorie bedraagt € 139.503. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere kosten voor regiobijeenkomsten door de coronabeperkende maatregelen. Daarnaast is in 2021 afgesproken dat de tweede tussenevaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling in eigen beheer wordt uitgevoerd. Het inhuren van specialistische inhuur was hierdoor niet noodzakelijk. 84
De verwachting voor 2022 is dat door activiteiten rond de nieuwe bestuursperiode het budget in zijn geheel wordt gebruikt. Bijdrage samenwerkingsverbanden De opbrengst van de doorbelasting werkplekken en overheadkosten aan BEREIK! is niet in de begroting opgenomen en is in die zin een meevaller van € 48.346. Doorbelasting overhead projecten De MRDH is de uitvoerder voor het Abri-project namens vier gemeenten. Vanuit voortschrijdend inzicht is besloten een deel van de overheadkosten van ondersteunende diensten door te belasten aan dit project. In 2021 is hier geen rekening mee gehouden in de begroting. Ook dit is een meevaller van € 32.970. Personele en materiële overhead Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat Hierna volgen de overzichten van de verdeling van de hiervoor verantwoorde kosten van de overhead over de Vervoersautoriteit/de rijksbijdrage BDU verkeer en vervoer, Economisch vestigingsklimaat/de Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat en een incidentele bijdrage uit de reserve Interne kwaliteitsverhoging. De materiele kosten van de overhead komen voor 20% ten laste van de inwonerbijdrage EV en voor 80% ten laste van de BDU Verkeer en Vervoer. Voor een toelichting op de verdeling van de personele lasten van de overhead zie 3.4.1 MRDH-organisatie.
Overhead Vervoersautoriteit Personele overhead (salarislasten)
Realisatie 2021
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2021
Gewijzigde begroting 2021
2.947.855
85.872
2.861.983
Bestuurszaken
26.206
-57.794
84.000
ICT/DIV
395.126
-116.874
512.000
Overige personele lasten
368.336
-184.464
552.800
Financiën/Juridische zaken
144.617
617
144.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
967.878
139.878
828.000
Communicatie/Public Affairs
168.398
-111.602
280.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
-38.677
-38.677
0
Doorbelasting overhead projecten
-26.376
-26.376
0
4.953.363
-309.420
5.262.783
Totalen
85
Overhead Economisch vestigingsklimaat Personele overhead (salarislasten)
Realisatie 2021
Verschil gewijzigde begroting en realisatie 2021
Gewijzigde begroting 2021
818.879
2.622
816.257
Bestuurszaken
6.551
-14.449
21.000
ICT/DIV
98.781
-29.219
128.000
Overige personele lasten
92.084
-46.116
138.200
Financiën/Juridische zaken
36.154
154
36.000
Huisvesting/Facilitaire zaken
241.970
34.970
207.000
Communicatie/Public Affairs
42.099
-27.901
70.000
Bijdrage samenwerkingsverbanden
-9.669
-9.669
0
Doorbelasting overhead projecten
-6.594
-6.594
0
1.320.255
-96.202
1.416.457
Totalen
3.4.3 Rechtmatigheid Rechtmatigheid is één van de kernbegrippen van goed overheidsbestuur. Burgers en bedrijven moeten er op kunnen vertrouwen dat overheden publieke gelden rechtmatig verwerven en besteden. Daarom nemen overheden zelf maatregelen in de organisatie die waarborgen verschaffen en zijn er ook in de regelgeving eisen aan de interne en externe controle op rechtmatigheid opgenomen. De in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder de verordeningen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De accountant geeft een oordeel over de rechtmatigheid volgens het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). Dit oordeel maakt onderdeel uit van de controleverklaring bij de jaarrekening. Deze verklaring helpt het bestuur om de rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen te beoordelen en te controleren. Jaarlijks wordt in dit kader gerapporteerd over de naleving van de financiële verordening en het treasurystatuut.
86
Naleving Treasurystatuut MRDH 2021 De bepalingen uit het treasurystatuut zijn in 2021 goed opgevolgd. Naleving financiële verordening MRDH 2015 Met betrekking tot de financiële verordening was er gedurende het verslagjaar nog één artikel waar niet aan werd voldaan. Dat betreft het ontbreken van een paragraaf subsidies in de jaarrekening en begroting (artikel 4 lid 4 (begroting) en artikel 9 lid 4 (jaarrekening)). In deze paragraaf subsidies dient in ieder geval een overzicht van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen te worden opgenomen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening worden verleend. Vanaf jaarrekening 2021 (zie hoofdstuk 3.6) wordt deze paragraaf standaard opgenomen. Daarnaast zal gekeken worden naar de invulling van een soortgelijke paragraaf in de begroting. Voor de oordeelsvorming over de rechtmatigheid van het financieel beheer is met name extra aandacht nodig voor de volgende drie criteria: 1. het begrotingscriterium; 2. het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium); 3. het voorwaardencriterium. Deze onderwerpen zijn verder uitgewerkt in de Kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV (inclusief addendum 2021) en verwerkt in het Controleprotocol accountantscontrole MRDH jaarrekening 2021, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 10 december 2021.
Hierna volgt een analyse van de rechtmatigheid over het verslagjaar 2021. Ad 1) Begrotingscriterium Als blijkt dat de gerealiseerde lasten zoals weergegeven in de jaarrekening hoger zijn dan de geraamde bedragen met inbegrip van de laatste begrotingswijziging is - voor zover het de begrotingsoverschrijdingen betreft - mogelijk sprake van onrechtmatige uitgaven. De overschrijding kan namelijk in strijd zijn met het budgetrecht van het algemeen bestuur. Voor de afsluitende oordeelsvorming is van belang in hoeverre de begrotingsoverschrijding past binnen het door het algemeen bestuur geformuleerde beleid en/of wordt gecompenseerd door aan de lasten gerelateerde hogere inkomsten. Het bepalen óf respectievelijk welke begrotingsoverschrijdingen al dan niet verwijtbaar zijn, is voorbehouden aan het algemeen bestuur. Begrotingsoverschrijdingen Voor het operationaliseren van de rechtmatigheidstoets worden de volgende zeven categorieën onderscheiden (Kadernota rechtmatigheid 2018): 1. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die niet passen binnen het bestaande beleid en waarvoor men geen voorstel voor begrotingsaanpassing heeft ingediend zijn onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 2.
Budgetoverschrijdingen die passen binnen het bestaande beleid, maar waarbij de accountant ondubbelzinnig vaststelt dat die ten onrechte niet tijdig zijn geautoriseerd, zijn onrechtmatig en tellen wel mee in het oordeel. 3. Budgetoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten, bijvoorbeeld via subsidies of kostendekkende omzet, zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel. 87
4. Budgetoverschrijdingen bij open einde (subsidie)regelingen zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee in het oordeel. Vaak blijkt vanwege dit open karakter in het kader van het opmaken van de jaarrekening een (niet eerder geconstateerde) overschrijding. 5. Budgetoverschrijdingen die worden gecompenseerd door extra inkomsten die niet direct gerelateerd zijn, zijn onrechtmatig en tellen wel mee voor het oordeel. 6. Budgetoverschrijdingen betreffende activiteiten die achteraf als onrechtmatig moeten worden beschouwd, omdat dit bijvoorbeeld bij nader onderzoek van de subsidieverstrekker, belastingdienst of een toezichthouder blijkt (bijvoorbeeld een belastingnaheffing). Indien deze overschrijdingen tijdens het verantwoordingsjaar worden geconstateerd, betreft het een onrechtmatigheid die wel meetelt voor het oordeel. Indien deze overschrijdingen na het verantwoordingsjaar worden geconstateerd, betreft het een onrechtmatigheid die niet meetelt voor het oordeel. 7. Budgetoverschrijdingen op activeerbare activiteiten (investeringen of totaal geautoriseerd budget) waarvan de gevolgen voornamelijk zichtbaar worden via hogere afschrijvings- en financieringslasten in het jaar zelf of pas in de volgende jaren. In het jaar van investeren is de budgetoverschrijding onrechtmatig en telt wel mee voor het oordeel.
De hogere afschrijvings- en financieringslasten in latere jaren zijn onrechtmatig, maar tellen niet mee voor het oordeel. In deze jaarrekening 2021 is geen sprake van budgetoverschrijdingen. Ad 2) M&O-criterium Het M&O-criterium geldt in het bijzonder voor bijdragen om niet en subsidies. Worden subsidies terecht verstrekt en worden ze ook voor het doel waarvoor het is gegeven gebruikt? Misbruik kan gelijk worden gesteld met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen en is dan ook onrechtmatig. Bij oneigenlijk gebruik is feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving, maar is dit in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. De MRDH geeft hier invulling aan door aanvragen voor en verantwoordingen van subsidies en bijdragen te toetsen op de te behalen doelstellingen. Daarnaast verzoekt de MRDH in veel gevallen een controleverklaring bij subsidieverantwoordingen. Een groot deel van de geldstromen binnen de MRDH gaat naar partijen als gemeenten en vervoerders. Er zijn nauwelijks particuliere begunstigden van de gelden, waardoor het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik lager is. Uit de interne controles op verleende subsidies, bijdragen en overige vergoedingen zijn voor het verslagjaar geen onrechtmatigheden gebleken.
Ad 3) Voorwaardencriterium Bij het voorwaardencriterium gaat het erom dat bepalingen in wet- en regelgeving worden nageleefd. Het kan hier zowel om interne regelgeving (verordeningen etc) als externe regelgeving gaan. In het jaarlijks opgestelde controleprotocol staat de regelgeving opgenomen onder het normenkader. Voor de rechtmatigheidscontrole zijn met name de gestelde voorwaarden, die betrekking hebben op recht (heeft de ontvanger wel recht op de vergoeding of subsidie?), hoogte (klopt het bedrag, is de berekening juist?) en duur (zijn de juiste termijnen in acht genomen?) van belang. Een voorbeeld van het niet naleven van het voorwaardencriterium is het ten onrechte niet Europees aanbesteden van een opdracht. Het voorwaardencriterium is verder uitgewerkt in interne controleprogramma’s. Uit de controle op inkopen is gebleken dat er drie opdrachten ten onrechte niet Europees aanbesteed zijn. Voor het verslagjaar gaat het om een bedrag van € 529.477. Twee van de drie opdrachten betreffen het dossier Regiotaxi Haaglanden. Het met de gemeenten tot sluitende afspraken komen over de praktische invulling van de werkverdeling rondom Regiotaxi Haaglanden kost meer tijd. Om de dienstverlening door Regiotaxi aan de inwoners van de regio Haaglanden niet in gevaar te brengen is de MRDH in de praktijk gebruik blijven maken van de bestaande dienstverlener op het gebied van 88
projectmanagement. De andere opdracht betreft expertise op vervoersconcessies. Deze inhuur was en blijft beoogd tot een periode van bepaalde tijd. Maar de periode van inhuur is door de onverwachte externe oorzaken van de laatste twee jaar (corona, herijking concessies) steeds verlengd. Vanwege bedrijfseconomische reden was het noodzakelijk de reeds ingezette projecten voort te zetten om met de vervoerders tot overeenstemming te komen over de nieuwe afspraken. Volgens de Kadernota Rechtmatigheid 2018 is de omvang van de totale fout gelijk aan de omvang van de besteding (last of investering) in het jaar waarin de onrechtmatigheid wordt geconstateerd, verhoogd met de bestedingen van de jaren erna voor de periode van het afgesloten contract. Voor twee van de drie opdrachten is er eind 2021 een nieuwe overeenkomst gesloten vanaf 1 januari 2022 totdat de aanbesteding voor deze werkzaamheden is afgerond (verwacht eind 2022). Opdrachtwaarde tot eind 2022 bedraagt € 343.320. De derde opdracht is begin 2022 verlengd tot uiterlijk 31 augustus 2022 voor € 98.000. In de periode van de verlenging wordt een structurele invulling binnen de MRDH-formatie gezocht voor deze werkzaamheden. Totale rechtmatigheidsfout voor het verslagjaar 2021 bedraagt € 970.797.
3.5 Verbonden partijen Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de MRDH een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Het kan gaan om gemeenschappelijke regelingen (publiekrechtelijke organisatie), deelnemingen (vennootschappen), stichtingen en verenigingen (privaatrechtelijke organisaties). Onder bestuurlijk belang verstaan we een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Er is sprake van een financieel belang als de MRDH: ● een ter beschikking gesteld bedrag niet kan verhalen, indien de verbonden partij failliet gaat; ● aansprakelijk kan worden gesteld door derden, als de verbonden partij de verplichtingen niet nakomt. Een partij die jaarlijks een subsidie ontvangt, waaraan geen andere financiële verplichtingen met een juridische afdwingbaarheid door derden verbonden zijn, is geen verbonden partij. Verbonden partijen voeren meestal taken uit met een groot publiek belang. Ze leveren een forse bijdrage aan de realisatie van maatschappelijke doelen. In het geval van de MRDH zijn er drie verbonden partijen: HTM personenvervoer N.V., RET N.V. en De Verkeersonderneming, waarvan hieronder in tabelvorm de belangrijkste bestuurlijke en financiële gegevens zijn opgenomen. De verbonden partijen kunnen onderverdeeld worden in vennootschappen en coöperaties (HTM en RET) en stichtingen en verenigingen (De Verkeersonderneming).
Er is zeggenschap verkregen over de RET en HTM in de vorm van één aandeel van voornoemde vennootschappen. Op grond van de Wet Personenvervoer 2000 was dit nodig om de inbesteding van het railvervoer aan beide bedrijven mogelijk te maken. Op basis van juridische adviezen (en contra-advies) is gekozen voor een zo licht mogelijke vorm van zeggenschap, waarbij de risico’s voor de MRDH nihil zijn. Aan deze zeggenschap zijn bijzondere rechten gekoppeld. Over een aantal onderwerpen vindt namelijk besluitvorming door alle aandeelhouders van het betreffende vervoerbedrijf plaats op basis van unanimiteit. Het betreft onder meer het goedkeuren van de begroting, het vaststellen van de statuten en het benoemen van de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen. De MRDH heeft bij een aantal besluiten feitelijk het vetorecht. 89
Naam Vestigingsplaats Visie Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s Beleidsvoornemens Monitoring prestaties Programma en activiteit
HTM Personenvervoer N.V. Den Haag Door middel van zeggenschap in HTM Personenvervoer N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio. Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Haaglanden verzorgt. De andere aandelen van HTM Personenvervoer N.V. zijn in handen van HTM Beheer BV. Naamloze vennootschap Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Deelneming in de HTM Personenvervoer van € 1,Per 31-12-2020: € 85.619.457 Per 31-12-2020: € 433.178.493 Over 2020: € -/- 6.248.471 Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Uitvoeren OV concessies in regio Haaglanden. Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Naam Vestigingsplaats Visie Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s Beleidsvoornemens Monitoring prestaties Programma en activiteit
RET N.V. Rotterdam Door middel van zeggenschap in RET N.V. het waarborgen van goed openbaar vervoer in de regio. Het beheer van een aandeel in een bedrijf dat het openbaar vervoer in de regio Rotterdam verzorgt. De andere aandelen van RET N.V. zijn in handen van de gemeente Rotterdam. Naamloze Vennootschap Houder van 1 aandeel. De MRDH is vertegenwoordigd in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders. Deelneming in de RET van € 1.000,Per 31-12-2020: € 148.282.000 Per 31-12-2020: € 267.517.000 Over 2020: € -/- 11.362.000 Zie paragraaf 3.4 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Uitvoeren OV concessies in regio Rotterdam. Via aandeelhoudersvergaderingen. Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer. 90
Naam Vestigingsplaats Visie Openbaar behartigd belang Deelnemende partijen
Rechtsvorm Bestuurlijk belang Financieel belang
Eigen vermogen Vreemd vermogen Financieel resultaat Risico’s
Beleidsvoornemens
Monitoring prestaties
De Verkeersonderneming Rotterdam De Verkeersonderneming heeft als doel het bereikbaar maken en houden van de Rotterdamse haven, stad en regio door onder andere het ontwikkelen en tot uitvoering brengen van innovatieve concepten. Bereikbaarheid van de stad, regio en havengebied van Rotterdam. De Verkeersonderneming wordt aangestuurd door de Stuurgroep en bijgestaan door de Raad van Advies. De Stuurgroep bestaat uit het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat/RWS, het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De Raad van Advies wordt gevormd door de vertegenwoordigers van relevante partners voor de bereikbaarheidsopgave van de Rotterdamse regio, die niet in de Stuurgroep zijn vertegenwoordigd. Dit zijn VNO-NCW West, MKB Rotterdam Rijnmond, Deltalinqs, Ect, KPN, Erasmus Mc, Vopak, Van der Ent, Topmovers, Breeman, CGI en Hogeschool Rotterdam. Stichting (Vice-)voorzitter bestuurscommissie Vervoersautoriteit MRDH is lid van de Stuurgroep. Een jaarlijkse bijdrage in de exploitatiekosten ad € 209.000 plus de bekostiging van één formatieplaats (€ 105.000). Deze bijdrage is onderdeel van de programmabegroting Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
Per 31-12-2020: € 375.207 Per 31-12-2020: € 12.529.097 Over 2020: € 73.668 Het risico bestaat dat De Verkeersonderneming verplichtingen aangaat buiten het kader van de vastgestelde begroting en daarmee dus boven het bedrag van de inbreng van de deelnemers. Dit risico wordt beperkt, doordat in de statuten is opgenomen dat de bestuurder in specifieke gevallen goedkeuring van de Raad van Toezicht en de deelnemers van de Stuurgroep nodig heeft, bijvoorbeeld waar het overeenkomsten of investeringen betreft die het daarvoor in de jaarbegroting vastgestelde bedrag te boven gaan. De samenwerkingsovereenkomst met De Verkeersonderneming is verlengd t/m 2021. Tot die tijd toetst De Verkeersonderneming haar operaties aan de looptijd van de samenwerking. Per 1-1-2022 gaat De Verkeersonderneming over in de nieuwe organisatie Zuid-Holland Bereikbaar. Voor de uitvoering van de werkzaamheden wordt jaarlijks een monitoringsrapportage opgesteld. Voorts wordt uiterlijk 2 maanden voorafgaande aan het komende jaar een jaarplan opgesteld, dat met uitzondering van het onderdeel Vraagbeïnvloeding (dat door de Raad van Toezicht wordt vastgesteld) door de Stuurgroep wordt vastgesteld.
Dit plan bevat tenminste de volgende onderwerpen: beschrijving, planning en prioritering werkzaamheden en projecten inclusief beoogde meerjarige resultaten, exploitatie, de organisatie en uitvoerders en de risico’s en bijbehorende beheersmaatregelen. 91
Programma en activiteit
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer.
3.6 Subsidies Op grond van de Financiële verordening MRDH 2015 van de MRDH wordt in deze paragraaf een overzicht gegeven van de verleende subsidies aan instellingen en ondernemingen voor zover deze subsidies niet op grond van een bestaande verordening zijn verleend. De Subsidieverordening Vervoersautoriteit MRDH 2018 bevat de spelregels voor subsidieverlening binnen de MRDH. Vrijwel alle subsidies binnen de MRDH worden op grond van deze verordening verstrekt. Er zijn een aantal uitzonderingen op deze regel. Voor zover subsidie aanvragen niet op basis van de genoemde subsidieverordening worden gehonoreerd, baseert de MRDH zich bij de besluitvorming op de bepalingen rondom subsidieverlening in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Die wet biedt onder meer de volgende mogelijkheden voor subsidieverlening buiten de subsidieverordening (Awb 4:23): lid 3 onderdeel c: indien de begroting de subsidie-ontvanger en het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, vermeldt, of lid 3 onderdeel d: in incidentele gevallen, mits de subsidie voor te hoogste vier jaren wordt verstrekt. In het eerste geval wordt ook wel gesproken van een begrotingspostsubsidie, in het tweede geval van een incidentele subsidie. Met betrekking tot het verslagjaar 2021 zijn in dit kader de volgende subsidies verleend: Soort subsidie
Begrotingsprogramma
Begunstigde
Bedrag 2021 (€) toelichting Subsidie voor de uitvoering van de exploitatie van de veerdienst Rotterdam centrum - RDMIncidentele subsidie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Havenbedrijf Rotterdam N.V. 1.142.323 terrein en vice versa. Subsidie voor het uitvoeren van het Kennisprogramma Verkeer en Vervoer (KpVV). Het KpWprogramma is gericht op het ondersteunen van de gezamenlijke decentrale overheden bij het ontwikkelen en realiseren van hun integrale verkeers- en vervoerbeleid door middel van Begrotingspostsubsidie Exploitatie verkeer en openbaar vervoer CROW 900.000 kennisproducten en het organiseren van netwerken. InnovationQuarter (IQ) is als regionale ontwikkelingsmaatschappij in Zuid-Holland een belangrijke partner in het realiseren van de doelstellingen van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag met betrekking tot versterking van het Economisch Vestigingsklimaat. Voortbouwend op de samenwerking van de afgelopen jaren is er ook in 2021 subsidie verleend voor een aantal regionale trajecten op vier categorieën: Innoveren, Secretariaat Economic Board Zuid_holland, Investor Relations Programma en Zuid-Hollands Begrotingspostsubsidie Economisch Vestigingsklimaat InnovationQuarter 872.500 Investeringsplatform (ZIP). Medio 2020 is voor het meerjarige Programma YESIDelft 2020-2022 een subsidie verleend van € 570.000.
Het betreft een tweejarige samenwerking (van 1 juni 2020 tot 1 juni 2022) met de 23 MRDH-gemeenten om innovatievraagstukken van deze 23 gemeenten in de MRDHregio op te pakken (innovatieplatform), waarbij YESIDelft bijdraagt aan het realiseren en Begrotingspostsubsidie accelereren van innovatie. Het gaat hierbij om technologie-ontwikkeling, businesscase opzet meerjarig Economisch Vestigingsklimaat YES!Delft 285.000 en het oprichten van startups.
92
3.7 COVID-19 Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Het openbaar vervoer is één van de kerntaken van de MRDH die door de COVID-19-pandemie hard is geraakt. Er is sprake van een forse daling van de reizigersinkomsten. Dit is financieel problematisch voor de vervoersbedrijven, omdat zij binnen de MRDH opbrengstverantwoordelijk zijn. Voor het jaar 2021 zijn daarover afspraken gemaakt tussen het Rijk, de decentrale overheden en de vervoerders. Deze afspraken hebben geleid tot de Regeling specifieke uitkering beschikbaarheidsvergoeding regionale OV-concessies 2021 (Beschikbaarheidsvergoeding), die ervoor zorgt dat 93-95% van de kosten van de vervoerders worden vergoed. Zie in de toelichting van “Wat heeft het gekost” Exploitatie verkeer en openbaar vervoer voor de financiële uitwerking hiervan. Deze Beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer 2021 is verlengd tot 31 augustus 2022. Uitgangspunt is het OV-systeem, in de sterk gewijzigde kortere termijn context, op een goed niveau voor de reizigers van nu te houden en om te zorgen dat het OV-systeem naar de toekomst (weer) een goede rol kan pakken in het mobiliteitsaanbod in relatie tot verstedelijking, verduurzaming en leefbaarheid. Bestuurlijke keuzes zijn noodzakelijk om te blijven zorgen voor financieel gezonde en toekomstbestendige vervoersbedrijven.
Gesprekken lopen met het Rijk over een continuering van een vorm van ondersteuning voor het Openbaar Vervoer als gevolg van deze pandemie. Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer De effecten van COVID-19 op de mobiliteit worden gemonitord op nationale schaal. Uit de landelijke monitor is gebleken dat het autoverkeer weer op het niveau is van voor de COVID-19-pandemie. In eerste instantie was het verkeer meer gespreid over de dag waardoor er tijdens de spits nauwelijks sprake was van filevorming of vertraging. Inmiddels zijn de drukke spitsen met files en vertraging weer terug. Op verschillende plaatsen (waaronder de ring van Rotterdam en de A13) is het nog drukker dan tijdens vergelijkbare perioden in 2019. Uitvoeringsorganisatie Zuid-Holland Bereikbaar voert met onder meer Ways to Go, campagne om de positieve effecten op het verkeer ten tijde van de COVID-19pandemie te behouden. Met de scholen- en werkgeversaanpak wordt ingezet op spreiding van werk- en lestijden. Als MRDH vervullen wij hierin een voorbeeldrol door als organisatie reizen in de spits te vermijden en het hybridewerken (niet meer tijd- en plaatsgebondenwerken) te stimuleren. Programma Economisch Vestigingsklimaat Vanuit het programma Economisch Vestigingsklimaat is er tot en met 2021 gewerkt aan een pakket van projecten, onder de noemer Sterker uit de crisis.
Deze projecten dragen bij aan zowel het economisch herstel als aan de transitie naar de nieuwe economie, zoals de digitalisering van het midden- en kleinbedrijf, zorgtechnologie, productiesoevereiniteit in de maakindustrie en een Leven Lang Ontwikkelen. Eind 2021 is besloten om de drie verschillende thema's uit dit aparte Sterker uit de crisis programma op te laten gaan in bestaande programma's binnen EV.
93
Overhead/bedrijfsvoering Conform de richtlijnen van het RIVM, die de MRDH volgt, is ook het afgelopen jaar vooral vanuit huis gewerkt. De tijdelijke thuiswerkvergoeding werd gecontinueerd, benodigde thuiswerkproducten konden worden aangeschaft en de afdeling ICT hielp waar noodzakelijk. Dit gebeurde op afstand, maar ook op afspraak in ons kantoorpand aan de Westersingel. Zie een verdere uitwerking in paragraaf 3.4.2 bedrijfsvoering. Voor het taakveld treasury en dan vooral de financiering aan de vervoerbedrijven is onze inschatting dat het risicoprofiel niet wijzigt. Er is op dit moment geen sprake van een duurzame waardevermindering van de gefinancierde activa. Voor onze risico-inschatting verwijzen wij naar de paragraaf 3.1 weerstandsvermogen en risicobeheersing. -0-0-0-
94
Deel 2 Jaarrekening -0-0-0Hoofdstuk 4 Overzicht van baten en lasten -0-0-0-
95
4.1 Overzicht van baten en lasten per programma Staat van baten en lasten Realisatie
2021
Verschil Gewijzigde gewijzigde begroting begroting en realisatie 2021 2021
Primaire begroting
Realisatie
2021
2020
Lasten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Overhead Onvoorzien
538.127.670 67.058.072 4.044.044 6.273.618 0
-24.797.886 -47.855.429 -2.112.140 -405.622 0
562.925.556 114.913.501 6.156.184 6.679.240 0
417.477.673 110.606.763 5.065.547 6.662.818 0
538.380.403 180.056.143 4.573.744 6.211.109
Totaal lasten
615.503.404
-75.171.077
690.674.481
539.812.801
729.221.399
Baten Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Economisch Vestigingsklimaat Dekking overhead uit BDU en Inwonersbijdrage
539.254.393 67.058.072 5.218.901 6.273.618
-24.797.886 -47.855.429 96.783 -405.622
564.052.279 114.913.501 5.122.118 6.679.240
418.799.716 110.606.763 5.065.547 6.662.818
546.144.811 180.056.143 5.035.423 6.168.005
Totaal baten
617.804.984
-72.962.154
690.767.138
541.134.844
737.404.382
Gerealiseerd saldo van baten en lasten
2.301.580
2.208.923
92.657
1.322.043
8.182.983
Toevoeging aan reserves Geaccordeerd bij bestuursrapportage
1.126.723
0
1.126.723
1.322.043
7.569.089
Onttrekking aan reserves Geaccordeerd bij bestuursrapportage
-285.000
749.066
-1.034.066
0
-163.030
Gerealiseerd resultaat
1.459.857
1.459.857
0
0
776.924
96
4.2 Toelichting op het overzicht van baten en lasten 4.2.1 Analyse afwijkingen De verschillen tussen realisatie en begroot worden in de programmaverantwoordingen toegelicht in de hoofdstukken 2.1.3, 2.2.3, 2.3.3 en 2.4.2. 4.2.2 Overzicht van de incidentele baten en lasten Inzicht in de incidentele baten en lasten is nodig om in beeld te brengen of de exploitatie materieel in evenwicht is, dat wil zeggen dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. De incidentele baten en lasten tellen niet mee voor een materieel sluitende exploitatie. Onder incidentele baten en lasten worden onder andere de volgende posten verstaan: stortingen in en onttrekkingen aan reserves; bijzondere ontvangen en verstrekte subsidies en (specifieke) uitkeringen. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves zijn in principe incidenteel van aard. De grootste geldstroom, de Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU), betreft in principe een structurele geldstroom en is daarmee een structurele baat. De projectkosten die met deze baten worden gedekt, zijn daarmee ook structurele lasten. Wel kunnen er incidenteel middelen aan de BDU worden toegevoegd voor specifieke projecten. De hiermee samenhangende lasten en baten dienen dan wel als incidenteel te worden aangemerkt. Dat geldt ook voor de projecten die uit Europese subsidiefondsen worden bekostigd.
In de hiernavolgende tabel zijn voor de programma’s en het onderdeel Overhead de incidentele lasten en baten weergegeven:
97
Incidentele baten en lasten
Realisatie 2021
Programma's
Lasten
1. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer Beschikbaarheidsvergoeding Dotatie risicoreserve financiering
€
128.344.000 € 128.344.000
€
€ 128.344.000 € 128.344.000 €
2. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Regeling stimulering verkeersmaatregelen 2020-2021 € € Rotterdamsebaan € Maatregelen Grote Kruising/Algera € Veilig Slim en Duurzaam Afspraken werkgeversaanpak ihkv Samen Bouwen aan Bereikbaarheid € € Pilot Maas € Fietssnelroutes € Studie Voorne Putten € Digitalisering overheden
€
Baten
5.412.728 920.599 4.132.231 3.179.000 1.000.000 413.000 768.000 75.000 562.000 16.462.558
Dotaties
€ 5.412.728 € 920.599 € 4.132.231 € 3.179.000 € 1.000.000 € 413.000 € 768.000 € 75.000 € 562.000 € 16.462.558 €
Onttrekkingen Saldo
-
€ € -1.126.723 € -1.126.723
-
€ € € € € € € € € €
-
-
€ €
-
€
-
€ € €
48.346 32.970 81.316
1.126.723 €
-
€ -1.045.407
1.126.723 1.126.723 €
-
€
3. Economisch Vestigingsklimaat
YES!Delft
€ €
285.000 € 285.000 €
285.000 285.000 €
€
€ € €
48.346 32.970 81.316 €
Overhead Doorbelasting werkplekken Bereik! Doorbelasting overhead ABRI's
Totaal
€
-
145.091.558 € 145.172.874 €
-
-
€
Programma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer In het jaar 2021 beschikte het Rijk een Beschikbaarheidsvergoeding om de COVID-19 gevolgen te kunnen dekken. Het beschikte bedrag is € 128.344.000. In 2021 zijn de verantwoordingen van de Beschikbaarheidsvergoeding over 2020 ontvangen van de vervoerders. Hieruit volgt een terug te betalen vergoeding van € 1.417.750,-. Dit is eveneens een incidentele vergoeding van het Rijk om de ontstane opbrengstenderving te kunnen dekken. 98
Programma Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer Het betreft incidentele baten en de daarbij behorende lasten voor projecten (Maatregelen Grote Kruising/Algera, Veilig Slim en Duurzaam, Stimulering verkeersmaatregelen) waar het Rijk incidenteel een bijdrage voor levert via de BDU van € 15,4 miljoen. Aanvullend ontvangt de MRDH een bijdrage van het Rijk voor de Rotterdamsebaan van € 0,9 miljoen. Programma Economisch Vestigingsklimaat De in bovenstaande tabel opgenomen last en baat betreft de jaarschijf 2021 van de begrotingspostsubsidie aan YES!Delft. Deze subsidie wordt gedekt door een incidentele bijdrage uit de Egalisatiereserve economisch vestigingsklimaat (incidentele baat). Overhead De MRDH belast een bedrag door voor het gebruik van werkplekken. Voor het ABRI project belast de MRDH een bedrag van de overhead in zowel personeel als materieel door aan het project. 4.2.3 Overzicht van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Met ingang van het begrotingsjaar 2022 dienen op basis van de Handreiking 2021 van de toezichthoudende provincies de mutaties in de reserves in principe als incidentele baten en lasten te worden verantwoord. De MRDH volgt dit voorschrift met ingang van de jaarrekening 2021. Er is daarom geen sprake van structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves.
99
4.2.4 WNT gegevens Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. Deze verantwoording is opgesteld op basis van regelgeving die op de Metropoolregio Rotterdam Den Haag van toepassing is: Het algemene WNT-maximum. Het bezoldigingsmaximum in 2021 voor de MRDH is € 209.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. De leden van het algemeen- en dagelijks bestuur, bestuurscommissie Vervoersautoriteit, bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat en de secretarissen in 2021 zijn allen onbezoldigd. WNT-gegevens Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking 2021
Gegevens 2021
2020
bedragen x € 1
C. Mourik
W. Hoogendoorn
W. Hoogendoorn
Functiegegevens
secretarisalgemeen directeur
secretaris-algemeen directeur
secretaris-algemeen directeur
Aanvang en einde func tievervulling in 2020
1/9 - 31/12
1/1 - 31/7
1/1 - 31/12
1,00
1,00
1,00
ja
ja
ja
Omvang dienstverband (als deeltijdfac tor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
€
46.040
€
102.740
€
168.056
Beloningen betaalbaar op termijn
€
7.225
€
13.700
€
21.882
Subtotaal
€
53.265
€
116.440
€
189.938
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
€
69.285
€
120.819
€
201.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
€
-
€
-
€
-
Totale bezoldiging
€
53.265
€
116.440
€
189.938
Het bedrag van de oversc hrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Toelic hting op de vordering wegens onversc huldigde betaling
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
100